European Economic
and Social Committee
NIET LANGER ONZICHTBAAR: HOE DE OLYMPISCHE SPELEN VAN SEOUL EN LONDEN EEN KENTERING TEWEEGBRACHTEN
Door Pietro Barbieri
Sport voor mensen met een handicap ontstond in de na-oorlogse periode als uitvloeisel van revalidatie-initiatieven en was een manier om fysiotherapie interessanter en aangenamer te maken. Mensen die met een beperking waren geboren of door een traumatische gebeurtenis gehandicapt waren geraakt, werden via sport en spel geholpen om weer zin in het leven te krijgen.
Twee doelen stonden centraal: vergroting van de fysieke autonomie en het opbouwen van zelfbewustzijn. De focus bij sport en spel lag vroeger veelal op herstel, maar men kan zeggen dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden in de richting van empowerment, d.w.z. het krachtiger maken van mensen die naar hun gevoel geen kracht (meer) hebben. Kracht om hun leven in eigen hand te nemen en zelf over dingen te beslissen. De essentie van mensenrechten.
Het sterker maken van mensen met een beperking houdt verband met het beeld dat anderen van hen hebben. Bij het herstel van de eigenwaarde is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor de gemeenschap waarin men leeft. Deelname aan sport is een middel om de eigen grondrechten en waardigheid te onderstrepen.
De weg hiernaartoe is echter lang geweest. De eerste pleitbezorgers van gehandicaptensport werden in de jaren ‘60 nog niet als helden beschouwd, maar hebben in die lange periode tussen toen en nu baanbrekend werk geleverd. Het was een zware opgave om erkenning te krijgen voor het feit dat ook paralympische sport echte sport is.
Eén gebeurtenis zal wat dit betreft de geschiedenis ingaan: de Olympische Spelen van Seoul in 1988. Seoul 1988 was het hoogtepunt in de strijd om erkenning te krijgen in de sportwereld, waar het stigma rond fysieke, zintuiglijke en mentale beperkingen zeer sterk was. Hierdoor was het voor mensen met een handicap zelfs nog moeilijker een plek in de sportwereld te veroveren dan op de arbeidsmarkt, waar zij aanliepen tegen het vooroordeel dat ze niet productief zouden zijn. Seoul 1988 was historisch omdat het Internationaal Olympisch Comité wedstrijden voor gehandicapte sporters afwisselend wilde laten plaatsvinden met wedstrijden voor sporters zonder beperking. Het is maar één keer bij dit experiment gebleven, omdat organisatorische kwesties (vooral op het gebied van toegankelijkheid) het moeilijk maakten om hiermee door te gaan. Deze – betwistbare – keuze heeft geleid tot de Paralympische Spelen zoals we die heden ten dage kennen, waar de sportprestaties van elke paralympiër terdege worden erkend. Eindelijk was sport van en voor iedereen. Een nieuw tijdperk.
Nu moest de paralympische sport nog aantrekkelijk worden gemaakt voor de vele mensen die sport ter plaatse of op televisie volgen. In 1988 hadden de tv-commentatoren in Seoul zo weinig kennis van zaken dat zij niet eens wisten wie er in elke wedstrijd tot de favorieten behoorden. Men kan zich wel voorstellen dat dit een rampzalig effect had. Sportjournalisten hebben hiervan geleerd en volgen nu wel de prestaties van sporters met een beperking. Dit bleek van cruciaal belang om een kentering te bewerkstelligen.
En zo zijn we aanbeland bij een andere fundamentele gebeurtenis: de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Perfect georganiseerd, met vooral in het Verenigd Koninkrijk een krachtige televisiecampagne. Dit resulteerde in volle stadions in alle takken van sport. Het was ook het evenement waar sommige paralympische sporters — dankzij het nieuwe journalistieke narratief — beroemdheid vergaarden. Net als hun olympische collega’s.
De wereld is sinds de jaren ‘50 aanzienlijk veranderd. In de wereld van mensen met een beperking leeft niet langer het gevoel dat men volledig onzichtbaar is. We hopen dat dit verhaal navolging zal krijgen op alle gebieden van het leven. In het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap staat dat er een paradigmaverschuiving nodig is. In de sport heeft die in ieder geval al plaatsgevonden.