“Het is tijd om een concrete stap vooruit te zetten uit het rapport-Draghi voordat het in een bureaula verdwijnt. We hebben goede strategieën en beleidsmakers nodig die dit rapport achter zich kunnen laten en strategieën voor het industriebeleid van de EU kunnen ontwikkelen”, aldus Kroatisch ondernemer en wetenschapper Stjepan Orešković.  Samen met Jörn Fleck, senior directeur van de trans-Atlantische denktank Atlantic Council, presenteerde hij het ambitieuze initiatief “Future 500” tijdens de openbare internationale conferentie Conclave II in Brussel. Als onderdeel van het bredere platform van de Atlantic Council SEEUS Futures, wil “Future 500” 500 Europese bedrijven selecteren en ondersteunen die gereed zijn voor flinke groei en wereldwijde impact. Het is de bedoeling nieuwe ondernemers in Europa te ondersteunen om wereldwijd te concurreren en zo de aanwezigheid van Europa op het internationale economische toneel te versterken. Stjepan Orešković vertelde ons meer over het project.

Kunt u kort het uitgangspunt van het project “Future 500” toelichten?

Op basis van inzichten uit belangrijke rapporten over de toekomst van Europa (met name die van Draghi, Letta en Heitor) en bekeken vanuit de dubbele optiek van wetenschappers en ondernemers roert het initiatief een aantal kritieke vraagstukken aan: Wie zal deze plannen voor concurrentievermogen en het onlangs gepubliceerde Kompas voor concurrentievermogen uitvoeren? Welke mechanismen zullen worden gebruikt? Welke kosten gaan hiermee gepaard? En welke rendementen kunnen er worden verwacht in vergelijking met die van recente snelgroeiende Amerikaanse bedrijven? Het project “Future 500” is een hoeksteen van het SEEUS-platform, dat de VS, de EU en Zuidoost-Europa vertegenwoordigt, en streeft ernaar de zichtbaarheid en samenwerking tussen deze regio’s te vergroten. Het is strategisch ontworpen om tegemoet te komen aan de dringende behoefte van Europa om een dynamisch klimaat te bevorderen dat lokale bedrijven ertoe aanzet wereldleider te worden. Het initiatief is gericht op het verstrekken van durfkapitaal, strategische begeleiding en internationale netwerkmogelijkheden, waarbij we leren van deskundigen zoals Dani Rodrik van de Harvard University en Beata Jaworcik van de EBWO om een industriebeleid van de 21e eeuw te ontwikkelen dat onze concurrentiepositie aanzienlijk versterkt.

Heeft u al potentiële kandidaten voor de 500 bedrijven die u van plan bent te selecteren? Aan welke basiseisen moet een bedrijf voldoen om in aanmerking te komen?

Er zijn nog geen specifieke ondernemingen gekozen, maar “Future 500” zal zich richten op entiteiten met potentiële schaalbaarheid en snelle groei. Het proces zal open en continu zijn en voorrang geven aan economische belofte, innovatie en strategisch belang binnen de desbetreffende sector. Wij zullen ook proberen partnerschappen aan te gaan met multilaterale ontwikkelingsbanken en investeerders die al bedrijven ondersteunen om een concurrerende kracht te worden. De nadruk ligt op bedrijven die al een robuuste groei te zien geven, alsook innovatieve capaciteiten en de ambitie om een mondiale schaal te bereiken. Dit garandeert dat de ondernemingen niet alleen marktleiders zijn, maar ook koplopers op het gebied van technologie en bedrijfsmodellen. We zullen voortbouwen op de ervaringen van grote projecten zoals Scale-Up Europe, die oprichters, investeerders, leidinggevenden en wetenschappers bijeenbrengen om van Europa een thuishaven voor technologiekampioenen te maken. Voor de kandidaat-lidstaten van de EU zijn deze potentieel geselecteerde ondernemingen van cruciaal belang: zij zullen de beginselen van de nieuwe economie belichamen en fungeren als rolmodellen voor ambitieuze, internationaal concurrerende ondernemingen die niet in de eerste plaats afhankelijk zijn van financiering door nationale belastingbetalers.

Hoe optimistisch bent u over het mondiale concurrentiepotentieel van Europa?

Er is veel optimisme over het vermogen van Europa om zijn mondiale concurrentiepositie te versterken en de huidige houding van zelfmedelijden van ons af te schudden. Het totale rendement van de benchmarkaandelen van de eurozone, sinds het begin van deze stierenmarkt eind 2022, was beter dan het rendement van de S&P 500, als we Nvidia buiten beschouwing laten. Dankzij de Europese sociale en gezondheidsstelsels blijven mensen gedurende langere perioden gezond en actief tegen veel lagere kosten. Ook hebben zij een positief effect op de productiviteit en het concurrentievermogen van onze economie op wereldschaal.

We proberen het begrip “oprecht enthousiasme” van Immanuel Kant gestalte te geven, dat hij in verband met de Franse revolutie noemde. Die mentaliteit kan problemen omzetten in een motiverende kracht, wat leidt tot ogenschijnlijk onoverwinnelijke vastberadenheid. We hebben minder rijke industriëlen en jonge honden nodig (rijke, zelfgenoegzame elites en kruiperige, weinig ambitieuze volgers) die de afgelopen twee decennia zijn bevoordeeld. In plaats daarvan hebben we meer “hungry young men” nodig, enthousiaste, ambitieuze personen die klaar zijn om uitdagingen aan te gaan.

Het initiatief “Future 500” heeft tot doel de in de rapporten over het concurrentievermogen gesignaleerde chronische kwesties proactief aan te pakken, zoals de behoefte aan gedurfde innovatie en de uitbreiding van ondernemingen. Europa’s positie in de wereld zal in hoge mate afhangen van zijn vermogen om geavanceerde technologieën te integreren, ondernemerstalent te stimuleren en het industriebeleid te verfijnen om inclusieve groei te ondersteunen. Door gebruik te maken van goed opgeleide arbeidskrachten, rijk innovatief erfgoed en traditionele en nieuwe industriële sectoren (en door werk te maken van zaken als versnipperde regelgeving en marktonevenwichtigheden) streeft het initiatief naar een vruchtbaar klimaat voor leiders uit het bedrijfsleven en innovatoren.

Kort samengevat is het initiatief “Future 500” een belangrijke stap voor het testen van het economische landschap van Europa, het positioneren van het continent als mondiale concurrent door het bevorderen van ondernemingen met een groot potentieel en het versterken van het ecosysteem voor ondernemerschap. Als we niet weten wie onze concurrenten zijn, kunnen we ze ook niet verslaan.

Dr. Stjepan Orešković is wetenschapper en ondernemer. Hij is lid van de European Academy of Sciences and Arts en een oprichter van Bosqar Invest. Onder leiding van de familie Orešković breidde Bosqar Invest zijn personeelsbestand binnen vijf jaar uit van 300 tot meer dan 16 000 werknemers. Hiermee getuigt hij van een formidabele opschalingsstrategie waarin wetenschap, technologie, investeringen van pensioen- en andere fondsen en ondernemingsmoed samengaan, een essentiële aanpak die in het rapport-Draghi wordt bepleit. Deze strategische nadruk was waarschijnlijk van invloed op de start van het project Future 500 door de Atlantic Council.