Ondanks de vele recente doorbraken en het feit dat de gendergelijkheidsindex van de EU dit jaar recordniveaus aangaf, hebben vrouwen op veel gebieden nog lang niet dezelfde rechten als mannen.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft op 25 oktober een debat over gendergelijkheid gehouden in het kader van de Europese Week van de gendergelijkheid – een jaarlijks evenement waarmee het Parlement de schijnwerper richt op de voortdurende inspanningen van de EU om vrouwen centraal te stellen in de wetgeving.

Hoewel er zeker al stappen zijn gezet is er nog heel wat werk aan de winkel. In 2023 gaf de gendergelijkheidsindex van de EU de hoogste jaarlijkse stijging ooit aan, met een EU-score van 70,2 punten, zo berichtte het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) deze week.

Evelyn Regner, vicevoorzitter van het Europees Parlement, wees op de aanhoudende segregatie op de arbeidsmarkt, waar de overgrote meerderheid van de vrouwen in slechter betaalde sectoren werkt, terwijl mannen juist in beter betaalde sectoren terechtkomen. Ook benadrukte zij dat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen dringend moet worden aangepakt, vooral waar het gaat om gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Helena Dalli, commissaris voor Gelijkheid, vestigde de aandacht op de inspanningen die de EU de afgelopen vier jaar heeft geleverd om de rechten van vrouwen te beschermen. Zo zijn bijvoorbeeld wetgevingsvoorstellen ingediend inzake loondiscriminatie en de vertegenwoordiging van vrouwen in raden van bestuur.

EESC-voorzitter Oliver Röpke bevestigde nogmaals dat het Comité gendergelijkheid in alle beleidswerkzaamheden wil integreren en pleitte voor meer vrouwelijk leiderschap binnen het EESC. Het EESC zal ook dit jaar weer deelnemen aan de Europese Week van de gendergelijkheid en zal debatten organiseren over de impact van de klimaatcrisis op gendergelijkheid, geweld tegen vrouwen en genderongelijkheid bij de toegang tot financiële markten. (ll)