Door Katrīna Leitāne, voorzitter van de EESC-jongerengroep

De belangen van jongeren krijgen te weinig aandacht in de beleidsvorming wereldwijd, terwijl jongeren hiertoe zeker wel een bijdrage kunnen en willen leveren. Worden de standpunten van jongeren meegenomen in de werkzaamheden van het EESC, dan zal dat het EU-beleid representatiever en veerkrachtiger maken. Als thuishaven van het Europees maatschappelijk middenveld moet het EESC de belangrijkste EU-instelling zijn waar jongeren hun stem kunnen laten horen.

Door Katrīna Leitāne, voorzitter van de EESC-jongerengroep

De belangen van jongeren krijgen te weinig aandacht in de beleidsvorming wereldwijd, terwijl jongeren hiertoe zeker wel een bijdrage kunnen en willen leveren. Worden de standpunten van jongeren meegenomen in de werkzaamheden van het EESC, dan zal dat het EU-beleid representatiever en veerkrachtiger maken. Als thuishaven van het Europees maatschappelijk middenveld moet het EESC de belangrijkste EU-instelling zijn waar jongeren hun stem kunnen laten horen. 

Sinds enkele jaren werkt het EESC aan een manier om de stem van jonge Europeanen beter te laten doorklinken in zijn werkzaamheden en in het besluitvormingsproces van de EU. Om de inspraak van jongeren te formaliseren is een jaar geleden de Jongerengroep van het EESC opgericht. Met zijn in september 2022 uitgebrachte advies over De EU-jongerentoets werd het EESC de eerste EU-instelling die zich hiervoor hardmaakt. In april 2024 heeft het EESC weer een grote sprong voorwaarts gemaakt met de vaststelling van de methode voor de toepassing van de EU-jongerentoets bij het EESC

De EU-jongerentoets is een instrument om jongeren meer te betrekken bij de Europese beleidsvorming en daarin meer rekening te houden met hun belangen. De toets omvat raadplegingen, effectbeoordelingen en risicobeperkende maatregelen. In de EESC-praktijk betekent dit dat jongerenvertegenwoordigers zullen samenwerken met EESC-leden bij het opstellen van geselecteerde adviezen. Concreet zullen jongerenvertegenwoordigers aan vergaderingen en hoorzittingen deelnemen, schriftelijke bijdragen leveren en eventueel in de gaten houden welk effect de adviezen sorteren. Per advies zal er namens alle betrokken jongerenorganisaties één jongerenafgevaardigde aan de werkzaamheden meedoen. 

Het initiatief bevindt zich momenteel in de uitvoeringsfase. In juni van dit jaar is er een oproep aan jongerenorganisaties gedaan om zich aan te melden voor deelname. Het EESC heeft meer dan 100 aanvragen ontvangen. De in aanmerking komende jongerenorganisaties zullen regelmatig worden geïnformeerd over nieuwe adviezen die op stapel staan en zullen worden gevraagd of zij hieraan willen meewerken. Uiteindelijk zullen de afdelingsbureaus en het CCMI-bureau beslissen welke adviezen bij het EESC aan de EU-jongerentoets worden onderworpen. 

De ervaringen met een zeer geslaagd proefproject hebben de Jongerengroep geholpen bij het vaststellen van de methode die in dit kader zal worden gevolgd. Tijdens het proefproject hebben elk van de EESC-afdelingen en de CCMI één advies uitgekozen, waaraan met in totaal 20 jongerenvertegenwoordigers goed is samengewerkt. De onderwerpen van deze adviezen liepen uiteen, van het Europees Semester tot de verdediging van de democratie. 

De Jongerengroep van het EESC bekijkt wat de beste manier is om jongerenorganisaties op zinvolle wijze te laten participeren. De volgende stap is om de toets ten uitvoer te leggen en het initiatief regelmatig te evalueren en gaandeweg te verbeteren.

Meer weten? Bekijk onze webpagina EU Youth Test at the EESC, of mail het secretariaat: youtheesc@eesc.europa.eu

Reference number
36/2024

Slechts enkele dagen na de Europese verkiezingen van 2024 kwamen het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en de nationale sociaal-economische raden van de EU bijeen om de stand van zaken van de huidige digitale en groene transitie te bespreken. Hun conclusie: het maatschappelijk middenveld kan zeker helpen om de tekortkomingen uit de weg te ruimen.

door de groep Werknemers van het EESC 

Er zijn momenteel meer dan 1 200 Europese ondernemingsraden (EOR’s) in grote multinationale ondernemingen. Deze organen zijn een belangrijk instrument om de democratie op de werkplek te waarborgen, omdat zij het recht hebben om door het hoofdbestuur van de onderneming geïnformeerd te worden over transnationale kwesties en om hun mening te geven. Het gaat bij deze kwesties bijvoorbeeld om de actuele economische en financiële situatie en mogelijke ontwikkelingen op het gebied van banen, investeringen en nieuwe werkmethoden. EOR’s zijn niet bevoegd om te onderhandelen over overeenkomsten.

door de groep Werknemers van het EESC 

Er zijn momenteel meer dan 1 200 Europese ondernemingsraden (EOR’s) in grote multinationale ondernemingen. Deze organen zijn een belangrijk instrument om de democratie op de werkplek te waarborgen, omdat zij het recht hebben om door het hoofdbestuur van de onderneming geïnformeerd te worden over transnationale kwesties en om hun mening te geven. Het gaat bij deze kwesties bijvoorbeeld om de actuele economische en financiële situatie en mogelijke ontwikkelingen op het gebied van banen, investeringen en nieuwe werkmethoden. EOR’s zijn niet bevoegd om te onderhandelen over overeenkomsten. 

Aangezien ondernemingsbesluiten doorgaans op het hoofdkantoor worden genomen, maar in het hele bedrijf worden toegepast, worden zulke organen steeds belangrijker. EOR’s helpen werknemersvertegenwoordigers om ondernemingsbesluiten beter te begrijpen. Tegelijkertijd kunnen goede informatieverstrekking en raadpleging het hoofdbestuur helpen om zijn besluiten zodanig vorm te geven dat ze in alle landen naadloos kunnen worden geïmplementeerd. 

Gebleken is evenwel dat de huidige EOR-richtlijn (uit 2009) en de uitvoering ervan ernstige tekortkomingen vertonen. Een cruciaal punt is dat veel EOR’s niet de mogelijkheid hebben om naar de rechter te stappen als hun rechten worden geschonden. Een analyse van eerdere gerechtelijke procedures en uitspraken laat zien dat er rechtsonzekerheid heerst, met name over de definities van “informatie”, “raadpleging”, “transnationaal” en “vertrouwelijkheid”, alsmede over het recht van EOR’s om deskundigen in te schakelen (bijv. deskundigen die rechtsbijstand verlenen of vakbondsvertegenwoordigers). Daarnaast zijn er verschillende verouderde regelingen die moeten worden aangepast aan de huidige stand van zaken in de wereld. 

Bedrijven en hun werknemers worden geconfronteerd met gecompliceerde uitdagingen op het vlak van digitalisering, klimaatverandering, demografie en vaardigheden. De aanpassingen die een en ander vergt, kunnen ontwrichtend zijn en gevolgen hebben voor het concurrentievermogen van een bedrijf, maar ook voor de sociale zekerheid en de productiviteit van werknemers. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat een doeltreffende uitoefening van rechten op het gebied van voorlichting, raadpleging en/of inspraak van werknemers de draagkracht van ondernemingsbesluiten en het concurrentievermogen van bedrijven ten goede komt. Daarmee zouden EOR’s een cruciale rol kunnen spelen bij de totstandbrenging van een rechtvaardige transitie. 

Een herziening van de richtlijn is derhalve noodzakelijk om de rechtszekerheid en de goede werking van EOR’s te waarborgen. Om de bestaande tekortkomingen te verhelpen en EOR’s klaar te maken voor de toekomst, moet de herziening van de richtlijn snel en vlot haar beslag krijgen. In zijn advies beoordeelt het EESC het Commissievoorstel en doet het de wetgevers een reeks concrete voorstellen aan de hand om de richtlijn verder te verbeteren.

Het EESC heeft een nieuw programma opgestart om de banden met de nationale sociaaleconomische raden (SER’s) aan te halen. Bedoeling is om regelmatiger van gedachten te wisselen over belangrijke thema’s, geplande adviezen en rapporten en goede praktijken.

Het EESC heeft een nieuw programma opgestart om de banden met de nationale sociaaleconomische raden (SER’s) aan te halen. Bedoeling is om regelmatiger van gedachten te wisselen over belangrijke thema’s, geplande adviezen en rapporten en goede praktijken.

De eerste uitwisseling vond afgelopen maart in Frankrijk plaats. Katrīna Leitāne, voorzitter van de EESC-jongerengroep, was toen twee dagen op bezoek bij de Franse Sociaaleconomische en Milieuraad (ESEC) om er inzichten uit te wisselen over jongerenbeleid. Het resultaat? Nieuwe ideeën om de jongerenagenda op Europees en nationaal niveau te promoten, om in de verschillende activiteiten van het EESC rekening te houden met de verwachtingen van jongeren en om nieuwe collega’s te ontmoeten die in een andere lidstaat op hetzelfde terrein actief zijn. 

In deze video deelt Katrīna Leitāne haar indrukken van haar werkbezoek en de constructieve uitwisselingen die ze met de ESEC in Frankrijk heeft gehad. 

Meer informatie over het uitwisselingsprogramma vindt u op onze webpagina

Voor meer informatie kunt u terecht bij het secretariaat van de eenheid CSS (die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met de nationale sociaaleconomische raden en het maatschappelijk middenveld) (EESC-ESCS-relations@eesc.europa.eu).

Het EESC vindt het belangrijk dat de standpunten van jonge mensen worden meegenomen in het EU-beleid en roept jongerenorganisaties op om mee te doen aan de jongerentoets van het EESC, een initiatief dat bedoeld is om de stem van jongeren in de beleidsvorming te versterken.

Het EESC vindt het belangrijk dat de standpunten van jonge mensen worden meegenomen in het EU-beleid en roept jongerenorganisaties op om mee te doen aan de jongerentoets van het EESC, een initiatief dat bedoeld is om de stem van jongeren in de beleidsvorming te versterken. 

Enige tijd geleden heeft het EESC jongerenorganisaties opgeroepen om zich (uiterlijk op 30 juni 2024) kandidaat te stellen voor deelname aan de jongerentoets van het EESC. Bedoeling is dat de geselecteerde organisaties aangeven op welke EESC-adviezen zij invloed willen uitoefenen, vergaderingen en hoorzittingen bijwonen en schriftelijke bijdragen leveren. Om voor deelname in aanmerking te komen, moeten de organisaties democratisch zijn en de beginselen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens naleven. Ook moeten hun activiteiten of besluitvormingsorganen door jongeren worden geleid. 

Het afgelopen jaar heeft het EESC met deze toets geëxperimenteerd, wat inhield dat jongerenvertegenwoordigers uit heel Europa konden bijdragen aan discussies over belangrijke thema’s als democratie, het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de participatie van jongeren uit de EU en het VK. Dit proefproject is een succes gebleken, waardoor de jongerentoets nu permanent wordt ingevoerd bij het EESC, dat andere EU-instellingen oproept om soortgelijke initiatieven te ontplooien. 

In een recent debat tijdens de plenaire zitting toonden jongerenvertegenwoordigers zich tevreden over het initiatief, waarmee wordt gewaarborgd dat zij ook betrokken worden bij andere thema’s dan die waarbij jongeren doorgaans centraal staan, zoals de klimaatcrisis. 

EESC-voorzitter Oliver Röpke benadrukte dat het initiatief een belangrijke politieke verbintenis vormt en dat jongeren voortdurend bij het besluitvormingsproces van de EU moeten worden betrokken. Hij wees erop dat verkiezingen niet de enige gelegenheid mogen zijn voor jongeren om hun stem te laten horen en dat de jongerentoets ervoor zal zorgen dat zij regelmatig inbreng in het EU-beleid hebben. 

Katrīna Leitāne, voorzitter van de EESC-jongerengroep, merkte op dat het de goede kant op gaat met het integreren van de stem van jongeren in de EU-besluitvorming en dat de jongerentoets zal evolueren naarmate er meer ervaring mee wordt opgedaan. Elias Dray, vicevoorzitter van het Europees Jeugdforum, prees het EESC voor zijn leiderschap en moedigde jongerenorganisaties aan om zich bij het initiatief aan te sluiten, zodat hun standpunten de inhoud van toekomstige EESC-adviezen mede kunnen bepalen. 

De Albanese minister van Jeugdzaken en Kinderbeleid, Bora Muzhaqi, woonde de EESC-zitting ook bij. Haar land wil een voortrekkersrol op het gebied van jeugdbeleid spelen en laat zien hoe waardevol het is om beleidsafdelingen te hebben waar mensen zich uitsluitend met jongerenkwesties bezighouden. “Naar mijn stellige overtuiging draagt het werk dat wij tegenwoordig met en voor jongeren verrichten ertoe bij dat onze jongeren op de toekomst zijn voorbereid. Wij stellen hen in staat om de leiders van onze hedendaagse samenleving te worden, zodat zij een duurzame en ecologisch verscheiden planeet kunnen doorgeven.”

Het EESC onderhoudt uitstekende werkrelaties met Albanië en wijst op de sleutelrol van transnationaal partnerschap bij het bevorderen van de participatie van jongeren op alle bestuursniveaus.

Het EESC zet zich al in voor dit initiatief sinds september 2022, toen het een advies over de EU-jongerentoets uitbracht. Met zijn aanhoudende activiteiten, waaronder het jaarlijkse evenement “Jouw Europa, jouw mening!”, laat het EESC eens te meer zien dat het er veel belang aan hecht om jongeren meer bij het EU-besluitvormingsproces te betrekken. 

Dit jaar vond genoemd evenement plaats in maart. De aan de nieuwe EU-leiders gerichte aanbevelingen van het evenement vindt u hier. (ks)

De Europese Commissie heeft voorgesteld om, op de weg naar klimaatneutraliteit tegen 2050, de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90 % te verminderen. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft ingestemd met deze doelstelling tijdens zijn zitting van mei, aangezien deze streefcijfers stroken met de wetenschappelijke aanbevelingen om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius.

De Europese Commissie heeft voorgesteld om, op de weg naar klimaatneutraliteit tegen 2050, de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90 % te verminderen. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft ingestemd met deze doelstelling tijdens zijn zitting van mei, waarbij het benadrukte dat deze streefcijfers stroken met de wetenschappelijke aanbevelingen om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. 

Het EESC benadrukt dat een billijke bijdrage moet worden geleverd aan de wereldwijde klimaatinspanningen maar dat tegelijkertijd het concurrentievermogen van de Europese industrie tijdens de transitie naar een koolstofarme economie moet worden gewaarborgd. Teppo Säkkinen, rapporteur voor het advies over de Klimaatdoelstelling van de EU voor 2040, benadrukt dat er tegen 2040 een koolstofvrij elektriciteitssysteem moet zijn om industrie, vervoer en gebouwen koolstofvrij te maken, en pleit voor daadwerkelijke emissiereducties door geleidelijk af te stappen van fossiele brandstoffen. 

Gelet op de risico’s van bosbranden en plagen waarschuwt het EESC voor een te grote afhankelijkheid van koolstofverwijdering en pleit het voor een aanpak waarbij emissiereducties en koolstofverwijdering in evenwicht zijn. De volgende fase van het klimaatbeleid van de EU moet gericht zijn op investeringen, het creëren van een robuuste economie, het vergroten van de energiezekerheid en het scheppen van hoogwaardige banen. De verwezenlijking van een emissiereductie van 55 % tegen 2030 en de uitvoering van de “Fit for 55”-wetgeving zijn in dit verband van cruciaal belang. 

Het EESC vindt dat de elektriciteitsproductie tegen 2040 koolstofvrij moet zijn en dat daarna ook verwarming en koeling koolstofvrij moeten worden gemaakt. Schone en betaalbare energie is essentieel voor het koolstofvrij maken van industrie, gebouwen en vervoer. 

Het EESC stelt voor om in dialoog met de landbouwers en andere belanghebbenden een emissiereductiedoelstelling voor de agrovoedingssector vast te stellen, waarbij de Europese voedselzekerheid moet worden gewaarborgd en rekening moet worden gehouden met de uiteenlopende natuurlijke omstandigheden in de EU. 

Publieke steun en betrokkenheid van belanghebbenden zijn van cruciaal belang om de doelstelling voor 2040 te halen. Het EESC dringt er daarom op aan een brede dialoog te voeren, onder meer met de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en de burgers, om hen te betrekken bij de vaststelling van doelstellingen en de beleidsontwikkeling. 

Het EESC dringt erop aan om bij de voorbereiding van het wetgevingsvoorstel inzake de klimaatdoelstelling voor 2040 te voorzien in een uitvoerige concurrentievermogenstest ten aanzien van andere grote economieën, om het mondiale concurrentievermogen en de industriële basis van Europa in stand te houden en tegelijkertijd de hoge milieu- en sociale normen veilig te stellen. (ks)

Het EESC heeft tijdens zijn meizitting twee adviezen goedgekeurd waarin het onderstreept dat het cohesiebeleid – het belangrijkste EU-financieringsinstrument voor regionale ontwikkeling – een cruciale rol speelt bij toekomstige uitbreidingen. Ook pleit het er onder meer voor om in de toetredingsverdragen instrumenten op te nemen om ervoor te zorgen dat ook na de toetreding aan de regels wordt voldaan en dat eventuele problemen, bijvoorbeeld in verband met emigratie of de rechtsstaat, kunnen worden aangepakt.

Het EESC heeft tijdens zijn meizitting twee adviezen goedgekeurd waarin het onderstreept dat het cohesiebeleid – het belangrijkste EU-financieringsinstrument voor regionale ontwikkeling – een cruciale rol speelt bij toekomstige uitbreidingen. Ook pleit het er onder meer voor om in de toetredingsverdragen instrumenten op te nemen om ervoor te zorgen dat ook na de toetreding aan de regels wordt voldaan en dat eventuele problemen, bijvoorbeeld in verband met emigratie of de rechtsstaat, kunnen worden aangepakt. 

In zijn nieuwe reeks aanbevelingen beklemtoont het EESC dat betrokkenheid en empowerment van maatschappelijke organisaties belangrijke voorwaarden zijn voor een doeltreffend gebruik van de cohesiefondsen. Het succes van het cohesiebeleid wordt niet alleen gemeten aan de hand van economische investeringen maar ook van territoriale en sociale resultaten. De versterking van de capaciteit van het openbaar bestuur is cruciaal voor de verwezenlijking van cohesie. 

Tijdens het plenaire debat met Elisa Ferreira, commissaris voor Cohesie en Hervormingen, en Vasco Alves Cordeiro, voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s (CvdR), werd het belang van pretoetredingssteun en de versterking van de positie van maatschappelijke organisaties belicht. 

EESC-voorzitter Oliver Röpke en andere sprekers wezen erop dat een krachtig cohesiebeleid nodig is om de uitdagingen in verband met de uitbreiding van de EU aan te gaan en versnippering te voorkomen. Steun op maat van de kandidaat-regio’s is van essentieel belang met het oog op vrede en welvaart. Voorts werd met name aanbevolen het onderwijs te versterken, de maatschappelijke organisaties een stem te geven en speciale mechanismen in te zetten voor landen als Oekraïne. 

Ook werd erop gewezen dat de uitbreiding in het algemeen gevolgen zal hebben voor de huidige lidstaten en dat voor bepaalde regio’s extra middelen nodig zullen zijn. In het negende cohesieverslag wordt ervoor gepleit om de nieuwe uitdagingen aan te pakken door in kleine en middelgrote ondernemingen te investeren, lokale besturen te versterken en maatregelen te nemen om mensen een eerlijke kans op een baan te geven. Een dynamisch cohesiebeleid is van vitaal belang voor de ontsluiting van het economisch potentieel van de EU en een doeltreffende integratie van de nieuwe lidstaten.

Nucleaire geneeskunde en de levering van radio-isotopen moeten een topprioriteit zijn voor de Europese Unie als we alle patiënten in Europa gelijke toegang tot kankerbehandelingen willen garanderen. 

 

Nucleaire geneeskunde en de levering van radio-isotopen moeten een topprioriteit zijn voor de Europese Unie als we alle patiënten in Europa gelijke toegang tot kankerbehandelingen willen garanderen. 

De EU en de lidstaten moeten ervoor zorgen dat er financiering beschikbaar is voor medisch-radiologische en nucleaire technologieën. Tegelijkertijd moeten zij nauwer samenwerken om belemmeringen in de regelgeving wat betreft de levering van radio-isotopen weg te nemen. Voorts moeten zij hun afhankelijkheid van derde landen voor grondstoffen verminderen. 

Met dit doel voor ogen heeft het EESC in zijn tijdens de zitting van mei goedgekeurde advies Europees kankerbestrijdingsplan: Drijvende krachten achter de voorzieningszekerheid van medische radio-isotopen benadrukt dat alles in het werk moet worden gesteld om kanker te bestrijden. 

De rapporteurs Alena Mastantuono en Philippe Charry waren beiden stellig van mening dat we doortastende politieke besluiten moeten nemen en een degelijke regelgeving moeten hebben. Dat is de enige manier om de levering van radio-isotopen in Europa werkelijk veilig te stellen en aan de toenemende vraag van patiënten te voldoen. 

Elk jaar profiteren bijna tien miljoen Europese patiënten van nucleaire medische beeldvorming voor pathologische diagnoses van vormen van kanker en hartaandoeningen. Radiologische en nucleaire technologieën waarbij gebruik wordt gemaakt van radio-isotopen zijn essentieel in de strijd tegen kanker in alle stadia van de zorg: bij vroegtijdige opsporing, diagnose, behandeling en palliatieve zorg. (mp)

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers in het Europees Economisch en Sociaal Comité 

Nu het stof van de Europese verkiezingen is neergedaald, is het duidelijk dat we een periode van hevige turbulentie tegemoet gaan. De winst van de Conservatieven heeft de extreemrechtse aardverschuiving tegengehouden. Maar hoewel centrumrechts zijn positie heeft behouden, kunnen we niet negeren dat het extreemrechtse kamp krachtiger zal zijn in het nieuwe Europees Parlement, waardoor stemmingen over belangrijke kwesties ingewikkelder worden. We hebben daar al een glimp van kunnen opvangen toen de EVP-fractie er vorig jaar net niet in slaagde een rechtse blokkerende meerderheid te vormen om een natuurherstelwet tegen te houden. Ook moeten we zeer nauwlettend volgen wat er in Frankrijk gebeurt. Een overwinning van de extreemrechtse coalitie bij de nationale verkiezingen zou de EU op haar grondvesten kunnen doen schudden.

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers in het Europees Economisch en Sociaal Comité 

Nu het stof van de Europese verkiezingen is neergedaald, is het duidelijk dat we een periode van hevige turbulentie tegemoet gaan. De winst van de Conservatieven heeft de extreemrechtse aardverschuiving tegengehouden. Maar hoewel centrumrechts zijn positie heeft behouden, kunnen we niet negeren dat het extreemrechtse kamp krachtiger zal zijn in het nieuwe Europees Parlement, waardoor stemmingen over belangrijke kwesties ingewikkelder worden. We hebben daar al een glimp van kunnen opvangen toen de EVP-fractie er vorig jaar net niet in slaagde een rechtse blokkerende meerderheid te vormen om een natuurherstelwet tegen te houden. 

Het bedrijfsleven is vooral bezorgd over de vooruitgang op het gebied van industriebeleid en economische zekerheid, met name wat betreft technologie, kritieke grondstoffen, halfgeleiders, elektrische voertuigen, economische veerkracht en algemeen concurrentievermogen. Het is van cruciaal belang om de eengemaakte markt te versterken en particuliere investeringen te stimuleren door middel van een echte kapitaalmarktenunie. Zal het nieuwe Parlement zijn opgewassen tegen deze taak? 

We hebben geen andere keuze dan te concurreren met wereldmachten als China en de Verenigde Staten. 

In 2008 hadden de eurozone en de VS een gelijkwaardig bruto binnenlands product (bbp) in lopende prijzen van respectievelijk 14,2 biljoen en 14,8 biljoen USD (13,1 biljoen en 13,6 biljoen EUR). Vijftien jaar later bedraagt het bbp van de eurozone iets meer dan 15 biljoen USD, terwijl dat van de VS tot 26,9 biljoen USD is gestegen. Als de vijf grootste Europese economieën — Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje — de Amerikaanse productiviteitsgroei tussen 1997 en 2022 hadden geëvenaard, zou hun bbp per hoofd van de bevolking gemiddeld bijna 13 000 USD (12 000 EUR) hoger zijn in termen van koopkrachtpariteit. Dit zijn veelzeggende cijfers. 

Jarenlang, toen de EU een positieve handelsbalans vertoonde, beseften velen niet dat ons concurrentievermogen gevaar liep. We vertrouwden op het mondiale gelijke speelveld en op de op regels gebaseerde internationale orde, waarbij we ervan uitgingen dat anderen hetzelfde zouden doen. Maar nu verandert de wereld in rap tempo en moet de EU snel reageren op alle wake-upcalls die zij tot dusver heeft genegeerd. Het is te hopen dat dit Parlement zijn taak zal vervullen en zich niet alleen zal bezighouden met partijpolitiek.

Door de groep Maatschappelijke Organisaties

Gezondheidswerkers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties roepen beleidsmakers op een "gezondheidstoets" in te voeren voor al het toekomstige beleid. In de nieuwe zittingsperiode moet het “recht op gezondheid” hoog op de agenda van de EU en de lidstaten blijven staan, zoals de Europese burgers tijdens de Conferentie over de toekomst van Europa hebben gevraagd.

Door de groep Maatschappelijke Organisaties

Gezondheidswerkers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties roepen beleidsmakers op een "gezondheidstoets" in te voeren voor al het toekomstige beleid. In de nieuwe zittingsperiode moet het “recht op gezondheid” hoog op de agenda van de EU en de lidstaten blijven staan, zoals de Europese burgers tijdens de Conferentie over de toekomst van Europa hebben gevraagd. 

Nationale en Europese maatregelen op het gebied van gezondheidszorg moeten beter worden gecoördineerd en geharmoniseerd. Op die manier wordt gebouwd aan een duurzamere en crisisbestendige gezondheidszorgsector die iedereen gelijke toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg garandeert. 

Investeringen, preventie, technologische innovatie en gezondheidseducatie vanaf jonge leeftijd moeten hierin een belangrijke rol spelen, zo klonk het tijdens de conferentie over de toestand van de gezondheidszorg in de EU op 4 juni in Luik. De conferentie werd georganiseerd door de groep Maatschappelijke organisaties van het EESC, samen met de twee ziekenhuizen CHU Liège en Hôpital de la Citadelle, in het kader van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU. 

“In de volgende zittingsperiode (2024-2029) moet gezondheid een belangrijke strategische prioriteit blijven voor de nieuwe Europese Commissie, het nieuwe Europees Parlement en de Raad,” aldus Séamus Boland, voorzitter van de Groep Maatschappelijke organisaties. De Europese instellingen moeten kiezen voor een “één gezondheid”-benadering die de onderlinge verbanden tussen gezondheidsbeleid en demografische, digitale en milieuveranderingen, economische zekerheid en industrieel beleid bevordert. 

Boland benadrukte dat gezondheidsbeleid alleen effectief kan zijn in combinatie met laagdrempelige, adequate en kwalitatief hoogstaande sociale diensten, sociale beleidsmaatregelen en voldoende beschikbaarheid van goed opgeleidegezondheidswerkers. Hij herhaalde dat maatschappelijke organisaties, zoals patiëntenverenigingen, direct betrokken moeten worden bij de zorgverlening en verantwoordelijkheid moeten dragen: “Alleen dankzij een transparante, regelmatige en gestructureerde dialoog met maatschappelijke organisaties vinden Europese gezondheidsinitiatieven en -programma’s ingang en kennen ze succes. Maatschappelijke organisaties hebben duurzame en voorspelbare financiering nodig om hun werk te kunnen doen.” 

Tijdens de conferentie werden fundamentele aspecten van een versterkte Europese gezondheidsunie besproken: 

  • de inzet voor “One Health” (één gezondheid); 
  • digitale innovaties en de gevolgen daarvan voor de gezondheid; 
  • inzetten op houdbare en toekomstbestendige gezondheidszorgstelsels door middel van sociale investeringen, en
  • de wereldwijde strijd tegen ongelijkheden in de gezondheidszorg vanuit het oogpunt van Europese solidariteit: het voorbeeld van zeldzame ziekten. 

De conclusies en aanbevelingen van de conferentie zullen op de webpagina van het evenement worden gepubliceerd. 

Meer over de conferentie in ons perscommuniqué.