Door Antonio García Del Riego, lid van de groep Werkgevers van het EESC

Met de historische uitdagingen van vandaag de dag — de groene transitie, de oorlog aan zijn voordeur en de toenemende wereldwijde concurrentie — bevindt Europa zich op een keerpunt. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden is er meer nodig dan beleidsverklaringen, namelijk geld en het vermogen het te mobiliseren, te kanaliseren en te vermenigvuldigen. Kortom, Europa heeft een sterk, concurrerend en autonoom financieel stelsel nodig. Helaas schittert dat door afwezigheid.

Financiering is de bloedsomloop van alle moderne economieën. Voor elke nieuwe fabriek, elektrische auto, uitbreiding van een ziekenhuis of start-up voor schone technologie is iemand nodig die het risico neemt om zo’n project te financieren. En in Europa is die “iemand” vaak een bank. Kleine en middelgrote ondernemingen, die 99 % van de bedrijven in de EU uitmaken, zijn zeer sterk aangewezen op bankkredieten om te groeien, te investeren en te exporteren. Toch lopen juist de instellingen die de kern van ons financiële ecosysteem vormen het risico te worden weggeconcurreerd en onder de regeldruk te bezwijken.

Europa spreekt vaak van “strategische autonomie” op het gebied van energie, defensie en digitale infrastructuur, maar zelden van financiële autonomie. Dat zou wel moeten.

Vandaag de dag is het investeringsbankieren in Europa voor ruim 60 % in handen van slechts vier Amerikaanse banken. De komende Bazel IV-regels zullen volledig worden toegepast in de EU, maar niet in de VS, het VK of Japan. Door deze asymmetrie hebben Europese banken een concurrentienadeel. Als we willen dat Europese banken de dubbele transitie financieren en strategische sectoren ondersteunen, moeten zij op voet van gelijkheid kunnen concurreren.

De kapitaalmarktenunie moet de fase van mooie woorden achter zich laten en een ware eengemaakte markt voor spaargeld en investeringen worden. Daarvoor hebben we slimme, proportionele en faciliterende regelgeving nodig die de stabiliteit en de consument beschermt, maar ook een impuls geeft aan groei en concurrentievermogen. Dat betekent:

  • proportionaliteit;
  • technologische neutraliteit; en
  • resultaatgerichte regels.

Europa kan zich geen naïeve houding veroorloven. In een wereld die steeds meer het stempel draagt van machtspolitiek en economische blokken, staat financiële kracht garant voor soevereiniteit. De Verenigde Staten en China begrijpen dit. Dat moeten wij ook doen.