Op 28 april hield het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) met Europees commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten Nicolas Schmit een gedachtewisseling over het actieplan inzake de Europese pijler van sociale rechten en de sociale top van Porto, waar het actieplan op hoog niveau zou worden besproken.

Het EESC stelde tijdens zijn virtuele zitting de resolutie over Partnerschap met het Europees maatschappelijk middenveld voor een duurzame toekomst van de EU voor en deze resolutie over de bijdrage van het EESC aan de top van Porto werd tijdens de virtuele zitting goedgekeurd.

In de resolutie gaf het EESC aan dat de top van Porto een mijlpaal is en de kans biedt “om te laten zien dat de EU en de lidstaten samen met hun burgers handelen, met het welzijn van die burgers voor ogen, en dat zij niemand buiten de boot laten vallen.”

Het EESC benadrukte ook dat het actieplan inzake de Europese pijler van sociale rechten niet op een beter moment komen, nu de periode voor herstel van de pandemie aanbreekt. Alle burgers, ook de meest kwetsbare, zouden via de actieve inzet van het Europese maatschappelijk middenveld moeten kunnen deelnemen aan, zich moeten kunnen herkennen in en hoop moeten kunnen putten uit de visie van de Europese pijler van sociale rechten en de uitvoering ervan.

Het EESC drong er bij de lidstaten en de Europese instellingen op aan op verschillende gebieden actie te ondernemen, onder meer om de sociale veerkracht van de Europese economieën te bevorderen en de economische groei en werkgelegenheid te stimuleren.

EESC-voorzitter Christa Schweng: “Met deze top wordt een stap vooruit gezet om ervoor te zorgen dat de burgers centraal staan in het EU-beleid. Het EESC spant zich in om met behulp van de ideeën en aanbevelingen van het maatschappelijk middenveld zo goed mogelijk bij te dragen aan het herstel en de transitie naar een groenere samenleving en economie met een sterkere digitale dimensie”.

Nicolas Schmit omschreef het actieplan als een “actieplan voor de mensen” en lichtte toe dat het de levens- en arbeidsomstandigheden van de meest kansarme en kwetsbare groepen in de samenleving, zoals vrouwen, kinderen, jongeren en personen met een handicap, moet verbeteren. Daarbij ligt de nadruk op het bevorderen van een meer sociale omgeving en investeringen in mensen om tot een beter concurrentievermogen en meer innovatie te komen.

“Met het oog op economische welvaart en de digitale en groene transitie is het van belang dat mensen in goede gezondheid verkeren en scholing en opleiding genieten. Wij willen benadrukken dat ons sociaal model geen last is, maar een waardevol iets, waarmee wij ons onderscheiden van anderen en erin geslaagd zijn de pandemie beter te doorstaan dan andere regio’s in de wereld”, verklaarde Nicolas Schmit.

Hij beklemtoonde echter ook dat de Commissie zich zeer goed bewust was van de verdeling van bevoegdheden tussen de EU en de lidstaten en niet de intentie had wetgeving vast te stellen op terreinen die niet onder haar bevoegdheid vallen. Dit geldt met name voor de manier waarop de doelstellingen moeten worden bereikt, een punt waarover de regeringen van de lidstaten beslissen. (ll)