Jowita Kiwnik-Pargana: Mijn Oekraïense helden

Het begon bij de grens. Kort nadat de oorlog in Oekraïne was uitgebroken, reed ik naar de grens. Op dat moment nog niet voor mijn werk maar om humanitaire hulp te verlenen. Er kwam toen een lange stroom mensen de grens over, voornamelijk vrouwen en kinderen, die al hun plannen van de ene op de andere dag in rook hadden zien opgaan.

Ik kwam vrouwen tegen die al hun bezittingen in één rugzak hadden weten te pakken en die tientallen kilometers te voet naar de grens hadden afgelegd, hun kinderwagens voor zich uitduwend. Ze hadden hun mannen en zonen thuis achtergelaten en wisten niet waar ze die nacht zouden slapen of waar ze terecht zouden kunnen.

Niet lang daarna ging ik Oekraïne binnen, dit keer als journalist, om te laten zien welke impact de oorlog had op het leven van de mensen.

Ik luisterde naar het verhaal van Inna uit Marioepol, die zich drie weken in een kelder had verstopt en de lichamen van haar buren op straat had zien liggen maar ze niet kon begraven omdat er overal nog werd geschoten.

Petro, ook uit Marioepol, sprak met me over hoe hij naar water om te drinken had gezocht in de buizen van gietijzeren radiatoren.

En de 82 jaar oude Halina, die alleen was gelaten toen de oorlog uitbrak, vertelde: “Ik zag een oude vrouw. Ik ging naar haar toe. Ze huilde. Ik zei: niet huilen, ik ga met je mee. Ik laat je niet achter”.

Ik herinner me de Oekraïense kinderen die het erover hadden wat de oorlog voor hen betekende. De vijfjarige Alisa, die wist dat er door de oorlog mensen doodgingen. De twaalfjarige Zjenia, die met overtuiging vertelde dat Poetin geen president was maar een dictator.

Ik hoorde het verhaal van een klein meisje, van wie de draagmoeder haar direct na haar geboorte had achtergelaten en van wie de biologische ouders nooit waren gekomen.

De lijst met helden in mijn reportages is lang. Achter elke naam gaan andere oorlogsverhalen schuil. Het is niet gemakkelijk om daarnaar te luisteren, maar op die momenten moet je je als journalist goed houden.

Dit is niet de tijd om onze emoties te tonen. We zijn er niet om samen met onze helden te huilen maar om hun verhalen op te tekenen. Onze tranen zijn voor later, na het werk, als we weer thuis zijn.

De Oekraïners willen absoluut hun verhalen delen. Ze willen vertellen welke wreedheden de Russen hebben begaan. Ze zijn erop gebrand de Russische desinformatie te ontkrachten dat de Oekraïners de aanvallen verzinnen en zelf moorden plegen.

Wij journalisten zijn er om de wereld te laten horen wat er echt in Oekraïne gebeurt.