door de groep Werknemers van het EESC

Energiegemeenschappen en -coöperaties zijn van cruciaal belang om de groene transitie tot een succes te maken. Zij blijven echter onderbelicht in het Europees actieplan voor windenergie van de Commissie, die het groeiende verzet tegen nieuwe windmolenparken lijkt te negeren.

In oktober heeft de Commissie haar Europees actieplan voor windenergie (WPAP) gepresenteerd, dat ervoor moet zorgen dat de transitie naar schone energie hand in hand gaat met het concurrentievermogen van de industrie en dat windenergie een Europees succesverhaal blijft.

Windenergie is goed voor meer dan een derde van de hernieuwbare elektriciteit in Europa — en meer dan 17 % van de totale elektriciteitsproductie — waarmee het een essentieel onderdeel is van de nettonulelektriciteitsproductie voor de toekomst.

Het actieplan van de Commissie lijkt echter voorbij te gaan aan het toenemende verzet tegen nieuwe windmolenparken, afkomstig van landschapsbeschermers tot natuurbeschermers, met NIMBY-achtige reacties (Not in My Backyard).

Energiegemeenschappen en -coöperaties, die een lokaal, door burgers geleid proces aansturen waardoor zij zich de energietransitie “eigen” maken, zijn van cruciaal belang om deze weerstand te overwinnen en ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen profiteren van de energietransitie. Zij zijn ook van belang om een nieuw, meer gedecentraliseerd systeem voor elektriciteitsopwekking tot stand te brengen waarbij energie wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen.

Het WPAP van de Commissie heeft echter uitsluitend betrekking op grote ondernemingen. Dit zal het proces schaden, de acceptatie verminderen en de transitie in gevaar brengen. Daarom zou de Commissie het toepassingsgebied van haar actieplan moeten heroverwegen en burgerparticipatie als 7e pijler moeten opnemen.

Veilingen zouden niet langer uitsluitend op prijzen moeten zijn gebaseerd maar zouden rekening moeten houden met overwegingen op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid op het werk en collectieve onderhandelingen, zoals het EESC onlangs heeft aanbevolen in zijn advies over dit onderwerp.