Het Europees stakeholdersplatform voor de circulaire economie (ECESP), dat mede door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werd opgericht, heeft zijn vlaggenschipconferentie dit jaar op 15 en 16 april gehouden in samenwerking met het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU en het in Finland gevestigde Wereldforum circulaire economie.

Het Europees stakeholdersplatform voor de circulaire economie (ECESP), dat mede door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werd opgericht, heeft zijn vlaggenschipconferentie dit jaar op 15 en 16 april gehouden in samenwerking met het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU en het in Finland gevestigde Wereldforum circulaire economie.

Tijdens deze conferentie, die plaatsvond in het Brusselse congrescentrum Square en waarop meer dan 1000 deelnemers en 150 sprekers aanwezig waren, werd de schijnwerper gericht op een aantal effectieve circulaire oplossingen op basis van de nieuwste wetenschappelijke bevindingen. EESC-afgevaardigden maakten de aanwezigen deelgenoot van het succesverhaal van het ECESP.

Cillian Lohan, EESC-lid en medeoprichter van het ECESP, stak de loftrompet over het stakeholdersplatform, dat hij beschreef als een “netwerk van netwerken” dat een brug slaat tussen beleidsmakers en het maatschappelijk middenveld om zo de circulaire economie in een stroomversnelling te brengen. Anders Ladefoged, lid van de stuurgroep van het ECESP, wees erop dat het platform ruimte biedt voor samenwerking en leren en daarmee een bijdrage levert aan de discussies over de sterke en zwakke punten van Europa op het gebied van de circulaire economie. EESC-lid Maria Nikolopoulou benadrukte dat het ECESP steeds sterker gericht is op interactiviteit en de dialoog bevordert via initiatieven als #EUCircularTalks.

Tijdens de slotzitting van de conferentie maakte Jutta Urpilainen, commissaris voor Internationale Partnerschappen, bekend dat de Commissie met twee nieuwe initiatieven wil bijdragen aan de wereldwijde transitie naar een circulaire omslag: het EU Circular Economy Resource Centre, met een budget van 15 miljoen euro, en het programma “SWITCH to Circular Economy in East and Southern Africa”, waaraan de Commissie over een periode van vijf jaar 40 miljoen euro zal bijdragen. Het ECESP heeft toegezegd beide initiatieven te zullen ondersteunen.

Het ECESP, dat in 2017 door het EESC en de Europese Commissie werd opgericht, is bedoeld om de dialoog aan te zwengelen, goede praktijken te verspreiden en informatie te verstrekken over de circulaire economie, zodat het niet bij mooie woorden blijft. Het EESC, sinds jaar en dag een voorvechter van circulariteit, heeft al in 2015 zijn steun toegezegd aan het EU-actieplan voor de circulaire economie. Het platform staat in dienst van het gezamenlijke streven om alle belanghebbenden te betrekken bij het verwezenlijken van een circulaire visie, om zo de transitie in een stroomversnelling te brengen via samenwerking en dialoog.(ks)

Door Jaroslaw Pietras

Dr Jarosław Pietras, voormalig adjunct-hoofdonderhandelaar voor de toetreding van Polen tot de EU, kijkt terug op de gevolgen van de uitbreiding van 20 jaar geleden en de economische en andere voordelen ervan, niet alleen voor Polen en andere landen die tot de EU zijn toegetreden, maar voor de EU als geheel. Het besluit om de Europese Unie in 2004 uit te breiden, gaf blijk van het engagement van de Unie voor eenheid, diversiteit en solidariteit. Thans kunnen hieruit nog steeds waardevolle lessen worden getrokken voor toekomstige pretoetredingsonderhandelingen. 

Door Jaroslaw Pietras

Dr Jarosław Pietras, voormalig adjunct-hoofdonderhandelaar voor de toetreding van Polen tot de EU, kijkt terug op de gevolgen van de uitbreiding van 20 jaar geleden en de economische en andere voordelen ervan, niet alleen voor Polen en andere landen die tot de EU zijn toegetreden, maar voor de EU als geheel. Het besluit om de Europese Unie in 2004 uit te breiden, gaf blijk van het engagement van de Unie voor eenheid, diversiteit en solidariteit. Thans kunnen hieruit nog steeds waardevolle lessen worden getrokken voor toekomstige pretoetredingsonderhandelingen. 

Na 20 jaar is het overduidelijk dat de toelating van de meeste Midden-Europese landen, samen met Malta en Cyprus, niet alleen een “grote uitbreiding” was, maar ook een historische mijlpaal voor de gehele Europese Unie. De gevolgen waren ingrijpend, met name voor het economische landschap van de nieuwe lidstaten.

De uitbreiding heeft de levensstandaard in de Midden-Europese landen aanzienlijk verhoogd. Alle acht Midden-Europese landen (Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië) hebben een opmerkelijke stijging van de koopkrachtpariteit (kkp) per hoofd van de bevolking te zien gegeven, die hoger was dan wat had kunnen worden bereikt als zij niet tot de EU waren toegetreden. De statistieken hebben altijd betrekking op gemiddelden van de tastbare voordelen van integratie. Er zij op gewezen dat, ook al waren de voordelen niet gelijkmatig over de lidstaten verdeeld en gingen sommige landen forser vooruit dan andere, alle landen flinke verbeteringen hebben laten zien. Zo zijn Litouwen en Polen uitgegroeid tot koplopers, die de meeste vruchten van het EU-lidmaatschap hebben geplukt, terwijl Estland en Slovenië minder vooruitgang hebben geboekt omdat zij met problemen te kampen hadden, vooral als gevolg van de financiële crisis van 2008.

De toetreding tot de Europese Unie heeft een nieuw tijdperk van economische welvaart voor Polen en zijn Midden-Europese tegenhangers ingeluid. Met name in Polen is de ontwikkeling na de toetreding een succesverhaal. Het land kende een ongeziene economische groei, waarbij het bbp tussen 2004 en 2022 verdubbelde. Ook andere lidstaten in de regio maakten een flinke groei van hun bbp per hoofd van de bevolking mee, zij het in uiteenlopende mate. Zo hebben Slowakije en Litouwen lovenswaardige vooruitgang geboekt, waardoor de ontwikkelingskloof met West-Europa verder werd verkleind. De statistische gegevens uit deze periode schetsen een beeld van veerkracht en dynamiek, aangezien deze landen het EU-lidmaatschap als hefboom hebben aangegrepen om economische expansie te stimuleren en hun mondiale concurrentievermogen te versterken. Deze opmerkelijke prestatie onderstreept het transformatieve effect van de integratie in de EU op de economieën van alle nieuwe lidstaten. En dit gebeurde ondanks de gevolgen van de financiële crisis, een periode waarin de nieuwe EU-lidstaten hogere groeicijfers bereikten dan verwacht.

De periode na de uitbreiding van de EU in 2004 was niet zonder problemen. Zo bracht de wereldwijde financiële crisis van 2008 schokgolven in de hele Europese economie teweeg en werd de veerkracht van zowel gevestigde als pas geïntegreerde lidstaten op de proef gesteld. Ondanks de negatieve gevolgen van de crisis hebben de nieuwe EU-lidstaten blijk gegeven van een opmerkelijke veerkracht, waarbij de groei de oorspronkelijke prognoses overtrof. Hun vermogen om de storm te doorstaan en positieve groeicijfers te handhaven, onderstrepen de kracht van hun economieën en de voordelen van de integratie in de EU. Hoewel de crisis grote problemen met zich meebracht, bood zij deze landen ook de kans om ten volle te profiteren van de nauwe band met de Europese economie. Dit was voor de pas toegetreden landen ook een test om te laten zien in welke mate ze zich in tijden van tegenspoed committeerden aan Europese waarden en solidariteit.

Tijdens het onderhandelingsproces bleken Poolse maatschappelijke organisaties een krachtig pleitbezorger van verandering en vooruitgang. Maatschappelijke organisaties, basisbewegingen en belangengroepen speelden een cruciale rol bij het bevorderen van de integratie in de EU en het handhaven van de democratische waarden in Polen. Hun onvermoeibare inspanningen om het bewustzijn te vergroten, steun te mobiliseren en leiders ter verantwoording te roepen, waren van groot belang om de publieke opinie vorm te geven en positieve veranderingen tot stand te brengen. Door actief samen te werken met de burgers, de dialoog aan te gaan en transparantie te bevorderen, heeft het Poolse maatschappelijk middenveld ertoe bijgedragen dat de onderhandelingen inclusief en democratisch bleven en aan de behoeften van de bevolking tegemoetkwamen. Hun bijdragen hebben niet alleen Polens toetreding tot de EU vergemakkelijkt, maar ook de fundamenten van de democratie en het maatschappelijk middenveld in het land versterkt.

Het besluit om de Europese Unie in 2004 uit te breiden, gaf blijk van het engagement van de Unie voor eenheid, diversiteit en solidariteit. Door de meeste Midden-Europese landen, samen met Malta en Cyprus, te verwelkomen, heeft de EU haar economisch potentieel, culturele rijkdom en geopolitieke invloed uitgebreid. De toetreding van deze landen bracht nieuwe perspectieven, talenten en kansen voor de Unie met zich mee, waardoor haar reeds brede diversiteit werd verrijkt en haar mondiale aanwezigheid werd versterkt. Vanuit geopolitiek oogpunt heeft de uitbreiding de invloed en stabiliteit van de EU versterkt door de Midden- en Oost-Europese landen te integreren in haar samenwerkingskader. Institutioneel werden de perspectieven van de EU gediversifieerd en werd haar integratie verdiept, waarmee de basis werd gelegd voor een meer verenigde en veerkrachtige unie.

In het licht van de ervaringen met de uitbreiding van de EU in 2004 kunnen waardevolle conclusies worden getrokken, met name met betrekking tot de onderhandelingen en de voorbereiding op de toetreding. Als ik nu een soortgelijk traject zou ingaan, zou ik meer nadruk op pretoetredingsvoorwaarden en steunmechanismen bepleiten in alle toekomstige onderhandelingen, met name op het gebied van bestuur en de rechtsstaat. Het is van essentieel belang ervoor te zorgen dat kandidaat-lidstaten vóór toetreding tot de EU aan de nodige criteria en normen voldoen om de integriteit van de Unie te waarborgen en haar waarden te handhaven. Daarnaast is het verlenen van adequate steun en bijstand aan kandidaat-lidstaten tijdens het onderhandelingsproces van cruciaal belang voor hun succesvolle integratie en stabiliteit op lange termijn in de EU.

De kern van de onderhandelingen over de uitbreiding van de EU van 2004 was een gedeeld engagement om stabiliteit, democratie en welvaart in heel Europa te bevorderen. De wens om de banden van samenwerking en solidariteit tussen de Europese naties aan te halen, was de leidraad voor de onderhandelingen, aangezien zowel de kandidaat-lidstaten als de bestaande EU-lidstaten de wederzijdse voordelen van de uitbreiding inzagen. De onderhandelingen waren complex en uitdagend, maar werden uiteindelijk gedreven door een gedeelde visie op een verenigd en welvarend Europa, waar alle landen samen konden gedijen in het kader van de Europese Unie.

Nu er opnieuw kandidaat-lidstaten op weg naar EU-toetreding zijn, zijn er een aantal belangrijke overwegingen die voor ogen moeten worden gehouden. Ten eerste is het voor een succesvolle integratie en stabiliteit op lange termijn in de Unie van essentieel belang dat voorrang wordt gegeven aan hervormingen die stroken met de EU-normen en -waarden. Hiertoe behoort de versterking van de democratische instellingen, de bevordering van de rechtsstaat en de bescherming van de grondrechten en fundamentele vrijheden. Daarnaast is proactieve samenwerking met bestaande EU-lidstaten om vertrouwen en steun op te bouwen, van cruciaal belang voor een soepele overstap naar de Unie. Door blijk te geven van een oprechte inzet voor Europese waarden en samenwerking kunnen de kandidaat-lidstaten de weg effenen voor hun eigen, rooskleuriger toekomst binnen de Europese Unie.

Jaroslaw Pietras is momenteel gastonderzoeker aan het Wilfried Martens Centre for European Studies in Brussel en gasthoogleraar aan het Europacollege in Brugge.

Hij maakte deel uit van het team dat onderhandelde over de toetreding van Polen tot de EU vanaf 1998, toen de onderhandelingen van start gingen, tot 2004, toen Polen tot de EU toetrad. Van 1990 tot 2006 werkte hij in zijn geboorteland Polen als staatssecretaris op het ministerie van Financiën, staatssecretaris voor Europa en hoofd van het bureau van het Comité voor Europese integratie. Van 2008 tot 2020 was hij directeur-generaal bij de Raad van de Europese Unie, waar hij een breed scala aan beleidsterreinen in zijn portefeuille had (klimaatverandering, milieu, vervoer, telecommunicatie, energie, onderwijs, cultuur, audiovisuele media, jeugd en sport). Hij heeft een doctoraat in de economie behaald aan de universiteit van Warschau en is auteur van een aantal publicaties over de EU, duurzaamheid en handel. Hij was ook een Fulbright-student en zat in het bestuur van de denktank Bruegel (2008-2011). 

door de groep Werknemers van het EESC

Met de campagneslogan “Gebruik je stem. Of anderen beslissen voor jou” slaat het Europees Parlement de spijker op zijn kop. Het verkiezingsfilmpje, waarin wordt teruggegaan naar de roots van het Europese project, dat bedoeld was om uit de as van oorlog en genocide een vreedzame toekomst op te bouwen, raakt de juiste snaar. Vooral in deze tijd, waarin extremisme en apathie hoogtij vieren, lijkt de politiek vaak meer op een realityshow dan op een echte volksvergadering. 

door de groep Werknemers van het EESC

Met de campagneslogan “Gebruik je stem. Of anderen beslissen voor jou” slaat het Europees Parlement de spijker op zijn kop. Het verkiezingsfilmpje, waarin wordt teruggegaan naar de roots van het Europese project, dat bedoeld was om uit de as van oorlog en genocide een vreedzame toekomst op te bouwen, raakt de juiste snaar. Vooral in deze tijd, waarin extremisme en apathie hoogtij vieren, lijkt de politiek vaak meer op een realityshow dan op een echte volksvergadering.

Wil je echt dat anderen voor jou beslissen? Dat doen ze namelijk al en ze kiezen voor harde bezuinigingen — opnieuw.

Onze voorzitter, Lucie Studničná, zei het luid en duidelijk: we kunnen ons niet nóg een bezuinigingsronde, met alle gevolgen van dien, veroorloven. De maatregelen die tijdens de vorige financiële crisis zijn genomen, hebben in sommige landen economische malaise en een braindrain veroorzaakt. In Spanje, Italië en Griekenland blijft de werkloosheid hoog en is het bbp per hoofd van de bevolking bij lange na nog niet terug op het niveau van 2008. Als reactie op deze non-oplossing floreren euroscepsis en populisme als nooit tevoren, aangewakkerd door een politieke wind die steeds meer uit radicaal-rechtse hoek waait.

Door de nieuwe begrotingsregels zullen de meeste EU-landen niet in staat zijn om de uitdagingen die ons op sociaal en klimaatgebied staan te wachten, het hoofd te bieden. De beloftes van Terhulpen zullen slechts een holle frase zijn. Burgers zullen het zwaar krijgen en als er nog meer economische problemen bij komen, die door regeringsleiders ongetwijfeld in de schoenen van “Brussel” zullen worden geschoven, zou dat voor velen weleens de druppel kunnen zijn die de emmer doet overlopen.

In een democratie draait het niet alleen om stemmen: voor het behoud van een gezonde democratie zijn een maatschappelijk middenveld en vakbonden van fundamenteel belang. Toch is stemmen meer dan een middel om iets van legitimiteit te voorzien, en stemmen is verre van nutteloos. Het is een recht dat door miljoenen mensen van verschillende generaties met hand en tand is bevochten en soms zelfs met de dood is bekocht. En dat recht kunnen we verliezen.

Besluiten over bezuinigingen zijn niet in beton gegoten. Voor de Europese verkiezingen in juni, en voor alle nationale verkiezingen die nog komen, doen we een oproep: gebruik je stem! Laat je stem niet afpakken. Stem voor sociale vooruitgang. Samen kunnen we onze landen en de Europese Unie blijven verbeteren en samen kunnen we veranderen wat niet werkt. 

Het versterken van het concurrentievermogen van de EU is cruciaal om de groei van de economie te stimuleren en het welzijn van de samenleving te vergroten. Dat stelden Maive Rute, adjunct-directeur-generaal Interne Markt van de Europese Commissie, en EESC-voorzitter Oliver Röpke unisono tijdens de aprilzitting van het EESC.

Het versterken van het concurrentievermogen van de EU is cruciaal om de groei van de economie te stimuleren en het welzijn van de samenleving te vergroten. Dat stelden Maive Rute, adjunct-directeur-generaal Interne Markt van de Europese Commissie, en EESC-voorzitter Oliver Röpke unisono tijdens de aprilzitting van het EESC.

Er is geen tijd te verliezen, zei mevrouw Rute. De Europese Unie moet dringend handelen als ze haar achterstand wil inhalen en wil standhouden in het licht van de overmacht van ’s werelds grootste economieën.

Over het concurrentievermogen van de EU zei ze: “Wat we nodig hebben is een radicale verandering. We mogen voor de uitvoering van de interne markt niet op goodwill vertrouwen — er is echte handhaving nodig. We moeten onze goederen en technologieën exporteren, maar niet onze banen. Onze industrieën moeten concurrerend zijn en investeringen moeten hier in Europa plaatsvinden.”

Als aanjager van groei, innovatie en welvaart, maar ook van mondiale invloed en veerkracht, is het concurrentievermogen steeds een hoeksteen van het economische succes van de EU geweest, benadrukte de heer Röpke, die hieraan toevoegde: “Wanneer we het over het Europese concurrentievermogen hebben, moeten we mensen centraal stellen en ervoor zorgen dat niemand achterblijft. Uiteindelijk gaat het erom hoe het concurrentievermogen van invloed is op het welzijn, de kansen en de welvaart van individuen en gemeenschappen. Daarom moeten bij elk debat over het concurrentievermogen de behoeften, rechten en aspiraties van mensen vooropstaan.”

Tijdens de zitting werd ook het advies over de Strategie voor het concurrentievermogen op lange termijn goedgekeurd, van rapporteur Emilie Prouzet en corapporteur Stefano Palmieri. (mp)

Een op de tien vrouwen leeft in bittere armoede en een op de drie krijgt te maken met geweld. De situatie op het gebied van vrouwenrechten gaat overal ter wereld achteruit, ook in de EU. Aan de vooravond van de Europese verkiezingen en het aantreden van een nieuwe Europese Commissie is voortdurende steun van de instellingen en het maatschappelijk middenveld cruciaal met het oog op de emancipatie van vrouwen en meisjes. 

Een op de tien vrouwen leeft in bittere armoede en een op de drie krijgt te maken met geweld. De situatie op het gebied van vrouwenrechten gaat overal ter wereld achteruit, ook in de EU. Aan de vooravond van de Europese verkiezingen en het aantreden van een nieuwe Europese Commissie is voortdurende steun van de instellingen en het maatschappelijk middenveld cruciaal met het oog op de emancipatie van vrouwen en meisjes.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft tijdens zijn zitting van 25 april een debat gehouden met enkele van de belangrijkste EU-organisaties die opkomen voor gendergelijkheid, om zo duidelijk te maken dat het absoluut noodzakelijk is om de strijd voor meer vrouwenrechten ook tijdens de volgende zittingsperiode van de EU voor te zetten.

Het debat vond plaats een dag nadat het Europees Parlement groen licht had gegeven voor de eerste EU-richtlijn inzake de bestrijding van gendergerelateerd geweld, en stond in het teken van de conclusies van de 68e zitting van de VN-Commissie inzake de positie van de vrouw (UNCSW68). Deze VN-Commissie is het belangrijkste internationale forum dat de vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid onder de loep neemt, en heeft zich dit jaar met name bezig gehouden met armoede onder vrouwen.

Ook het EESC heeft een bijdrage geleverd aan de 68e zitting van de UNCSW68, die in maart in New York werd gehouden, met een verklaring getiteld A gender lens on poverty (armoede vanuit een genderperspectief). Hierin zijn 10 actiepunten opgenomen voor de economische emancipatie en sociale bescherming van vrouwen.

“Armoede is niet genderneutraal, dus kan ook onze reactie daarop niet genderneutraal zijn. Geweld tegen vrouwen vergroot hun risico op armoede en heeft gevolgen voor hun vermogen om op voet van gelijkheid deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Ik kan de eindstemming in het Europees Parlement over de allereerste richtlijn inzake de bescherming van vrouwen tegen gendergerelateerd en huiselijk geweld op Europees niveau dan ook alleen maar toejuichen,” aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke.

Dankzij gecoördineerde actie op alle niveaus zijn er tijdens de ambtstermijn van deze Commissie een aantal mijlpalen bereikt, zoals de EU-richtlijn beloningstransparantie en de zorgstrategie, zo zei Lanfranco Fanti, lid van het kabinet van de commissaris voor Gelijkheid, Helena Dalli.

Deelnemers aan het debat pleitten voor de instelling van een Raadsformatie inzake gendergelijkheid, de benoeming van een EU-coördinator voor geweld tegen vrouwen, en verlenging van het mandaat van de commissaris voor gelijkheid.

“We hebben politieke steun van de EU nodig”, aldus Florence Raes, directeur van UN Women Brussel. De reële vooruitgang op het gebied van gelijkheid ten spijt worden vrouwenrechten in een nooit geziene mate ondermijnd en groeit het gevaar dat gendergelijkheid van de prioriteitenlijst wordt geschrapt.

“Als vrouw en lid van een minderheidsgroep weet je dat je het moeilijk krijgt. We mogen niet vergeten dat gelijkheid alleen niet meer volstaat: zonder intersectionaliteit geen gelijkheid,” zo verklaarde Ilaria Todde, directeur belangenbehartiging van de Eurocentralasian Lesbian Community.

“Geweld tegen vrouwen is diep geworteld in patriarchale systemen over de hele wereld. Vandaag verwelkomen we de goedkeuring van de allereerste EU-richtlijn inzake geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld”, aldus Mary Collins, directeur van de Europese Vrouwenlobby. (ll)

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft tijdens zijn zitting van april het pakket talentmobiliteit besproken. Dit initiatief behelst een reeks nieuwe maatregelen om de Unie aantrekkelijker te maken voor talent van buiten de EU en om mobiliteit binnen de EU te vergemakkelijken. 

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft tijdens zijn zitting van april het pakket talentmobiliteit besproken. Dit initiatief behelst een reeks nieuwe maatregelen om de Unie aantrekkelijker te maken voor talent van buiten de EU en om mobiliteit binnen de EU te vergemakkelijken.

Gastspreker Ylva Johansson, commissaris voor Binnenlandse Zaken, vroeg het EESC om steun zodat de lidstaten en maatschappelijke organisaties de handen ineenslaan om deze innovatie te omarmen en een doeltreffend arbeidsmigratiebeleid op poten te zetten.

Een van de belangrijkste voorstellen van het pakket talentmobiliteit betreft de oprichting van een EU-talentenpool, het eerste vrijwillige matchinginstrument op EU-niveau waarmee geïnteresseerde lidstaten ervoor kunnen zorgen dat werkgevers uit de EU en werkzoekenden uit derde landen met elkaar in contact worden gebracht.

EESC-voorzitter Oliver Röpke benadrukte dat “de EU te maken heeft met ernstige tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden als gevolg van de transitie naar een groene en digitale economie en demografische uitdagingen. Het pakket talentmobiliteit kan een middel zijn om deze uitdagingen het hoofd te helpen bieden.”

Ylva Johansson, Europees commissaris voor Binnenlandse Zaken, pleitte voor een Team Europa-aanpak van arbeidsmigratie met een bredere Europese dimensie. “Arbeidsmigratie is in hoofdzaak een nationale bevoegdheid en zal dat ook blijven. Maar we moeten een Team Europa-aanpak ontwikkelen waarbij EU-instellingen, lidstaten en maatschappelijke organisaties samenwerken om nieuwe initiatieven te ontplooien en de uitvoering van arbeidsmobiliteitsmaatregelen te faciliteren.”

EESC-lid Tatjana Babrauskienė, rapporteur voor het tijdens deze zitting goedgekeurde advies over het pakket talentmobiliteit, beklemtoonde dat de EU-talentenpool een praktisch, gebruiksvriendelijk en betrouwbaar instrument moet zijn dat aantrekkelijk is voor werknemers en werkgevers. Tegelijkertijd moet dit instrument helpen om eerlijke en ethische legale arbeidsmigratie te ondersteunen.” (at) 

De afdeling Externe Betrekkingen (REX) van het EESC heeft twee vergaderingen gehouden met zijn Servische en Montenegrijnse gesprekspartners in het kader van de desbetreffende gemengde raadgevende comités (GRC’s). Deze gezamenlijke organen stellen maatschappelijke organisaties aan beide zijden in staat om toe te zien op de toetredingsonderhandelingen van het land, kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken en punten van zorg aan te kaarten die op weg naar de Europese Unie moeten worden aangepakt. 

De afdeling Externe Betrekkingen (REX) van het EESC heeft twee vergaderingen gehouden met zijn Servische en Montenegrijnse gesprekspartners in het kader van de desbetreffende gemengde raadgevende comités (GRC’s). Deze gezamenlijke organen stellen maatschappelijke organisaties aan beide zijden in staat om toe te zien op de toetredingsonderhandelingen van het land, kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken en punten van zorg aan te kaarten die op weg naar de Europese Unie moeten worden aangepakt.

Op 5 april 2024 ontving het EESC de Servische leden van het gemengd raadgevend comité in Brussel om de betrekkingen tussen de EU en Servië en het toetredingsproces te bespreken. Andere onderwerpen die ter sprake kwamen, waren de kansen die het nieuwe groeiplan en de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan bieden voor Servië, de situatie na de verkiezingen in het land en een overzicht van de stand van de democratie en de rechtsstaat.

Aan het evenement werd deelgenomen door het onlangs benoemde hoofd van de missie van de Republiek Servië bij de EU, Danijel Apostolović, die stilstond bij het gemeenschappelijk standpunt van de EU en Servië als het gaat om nauwere samenwerking met betrekking tot alle kwesties die relevant zijn voor de toetredingsonderhandelingen met Servië.

Laurentiu Plosceanu, vicevoorzitter van het EESC en belast met communicatie, benadrukte het belang van deze vergaderingen, aangezien zij de aanwezigheid van vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld waarborgen en ervoor zorgen dat de toetreding van Servië tot de EU meer aandacht krijgt in het land zelf. 

De vergadering werd afgesloten met de goedkeuring van een gezamenlijke verklaring, die zal worden toegezonden aan de EU-instellingen en aan lokale autoriteiten en de regering in Servië.

U kunt hier een videoverslag van de vergadering bekijken.

Op 13 mei werd Nataša Vučković, lid van het GRC EU-Servië, verkozen tot nieuwe voorzitter van de Europese vereniging voor lokale democratie (ALDA). Het EESC werd tijdens de Algemene Vergadering van de ALDA in Barcelona vertegenwoordigd door de heer Plosceanu, die mevrouw Vučković feliciteerde met haar benoeming. 

******

De 18e vergadering van het gemengd raadgevend comité (GRC) EU-Montenegro vond op 16 april plaats in Podgorica en gaf een duidelijke boodschap af aan de EU-instellingen, namelijk dat Montenegro goed op weg is om tegen 2028 de 28e lidstaat te worden.

De leden van het GRC moedigden hun organisaties, de nationale autoriteiten en de EU-instellingen aan alles in het werk te stellen om de tussentijdse ijkpunten voor de rechtsstaat te halen. Het tussentijds ijkpuntbeoordelingsverslag (Interim Benchmark Assessment Report, IBAR) voor de rechtsstaat, dat tegen juni wordt verwacht, zal een keerpunt zijn in het toetredingsproces tot de EU, waarna andere hoofdstukken voorlopig kunnen worden afgesloten.

Covoorzitter en EESC-lid Decebal-Ștefăniță Padure zei: “De Montenegrijnse autoriteiten moeten hun ambitieuze doelstellingen verwezenlijken en de organisaties van het maatschappelijk middenveld moeten bij elke stap van de toetredingsonderhandelingen worden betrokken”. De covoorzitter namens Montenegro, Gordana Đurović, riep alle belanghebbenden op steun te verlenen aan de inspanningen om uiterlijk in juni een positieve beoordeling van de Commissie te verkrijgen.

De hoofdonderhandelaar, dr. Predrag Zenović, wees op de belangrijke rol en concrete hulp van het maatschappelijk middenveld bij het onderhandelingsproces en benadrukte dat de publieke steun voor het EU-lidmaatschap van Montenegro 80 % bedraagt.

De EU-ambassadeur in Montenegro, Oana Cristina Popa, merkte op dat Montenegro eindelijk de nodige stabiliteit lijkt te hebben gevonden om zich te focussen op de toetreding tot de EU en hier de belangrijkste strategische prioriteit van te maken. “Wij zullen alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat deze kans niet wordt gemist”, zo voegde zij hieraan toe.

Aan het einde van de vergadering is een gezamenlijke verklaring aangenomen, die zal worden voorgelegd aan het Stabilisatie- en Associatiecomité, het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité, de Europese Dienst voor extern optreden, de Europese Commissie en de regering van Montenegro. (at)

Nieuw groeiplan en faciliteit voor de Westelijke Balkan

Document Type
AS

Betrokkenheid van jongeren uit de EU en het VK

Document Type
AS

Betrokkenheid van jongeren uit de EU en het VK

Document Type
AC