Copyright: Camille Le Coz

Het nieuwe migratie- en asielpact van de EU werd bij de goedkeuring ervan in mei 2024 geprezen als een historische mijlpaal. Wat het zal opleveren moet echter nog blijken. De weg naar implementatie ligt immers bezaaid met potentiële struikelblokken: de uitzonderlijk onzekere geopolitieke context, de inherente complexiteit ervan en de krappe deadline voor uitvoering. Een voorzichtige en evenwichtige aanpak is geboden. Een analyse door Camille Le Coz van het Migration Policy Institute Europe (MPI Europe)

Het nieuwe migratie- en asielpact van de EU werd bij de goedkeuring ervan in mei 2024 geprezen als een historische mijlpaal. Wat het zal opleveren moet echter nog blijken. De weg naar implementatie ligt immers bezaaid met potentiële struikelblokken: de uitzonderlijk onzekere geopolitieke context, de inherente complexiteit ervan en de krappe deadline voor uitvoering. Een voorzichtige en evenwichtige aanpak is geboden. Een analyse door Camille Le Coz van het Migration Policy Institute Europe (MPI Europe)

2025 vliegt nog maar net uit de startblokken, en nu al rijzen er prangende vragen over het migratiebeleid van de Europese Unie. Met haar uitvoeringsplan voor het nieuwe migratie- en asielpact heeft de nieuwe Europese Commissie weliswaar een duidelijke koers uitgestippeld, maar veranderende omstandigheden dreigen te leiden tot een verandering van de politieke focus en een verschuiving van middelen. Na de val van het Assad-regime en het onvoorspelbare verloop van de oorlog in Oekraïne voegen de komende federale verkiezingen in Duitsland nog een laag van onzekerheid toe. Externaliseringsmodellen worden niet besproken als onderdeel van een coherente Europese strategie, maar zijn in plaats daarvan het voorwerp van geïsoleerde politieke manoeuvres. Tegelijkertijd wordt migratie aan de Poolse grens met Wit-Rusland nog steeds als wapen ingezet, en leidt dit in toenemende mate tot afwijkingen van de EU-wetgeving. Dit jaar zal van cruciaal belang zijn om uit te maken of de Europese Unie erin slaagt een koers te vinden die vertrouwen stimuleert en de broodnodige collectieve actie oplevert. Zo niet dan loert verdere fragmentatie om de hoek.

Na jaren van zware onderhandelingen werd de goedkeuring van het migratie- en asielpakket in mei 2024 door veel Europese politici toegejuicht als een historische mijlpaal. Net vóór de Europese verkiezingen bleek met dit akkoord dat de Unie nog in staat is eensgezind op te treden om een van haar grootste uitdagingen het hoofd te bieden. Centraal in het pact stonden het aanpakken van spanningen op het gebied van verantwoordelijkheid en solidariteit, het doorbreken van de perceptie van een eeuwig aanslepende migratiecrisis en het wegwerken van verschillen in de asielprocedures van de lidstaten. Het nieuwe kader bouwt grotendeels voort op het bestaande systeem, maar voert strengere maatregelen in, zoals systematische screening en verbeterde asiel- en terugkeerprocedures aan de grens, en voorziet in uitzonderingen op de gemeenschappelijke regels tijdens crises. Het pact is ook gericht op meer europeanisering, met verplichte solidariteit, een grotere rol voor de EU-instellingen en -agentschappen en meer Europese financiering en monitoring.

Deze nieuwe geloofwaardigheid van de EU op het gebied van een gemeenschappelijk migratiebeheer kan echter van korte duur blijken als de nieuwe regels niet uiterlijk in mei 2026 ten uitvoer zijn gelegd. Deze krappe deadline is met name een uitdaging — en al zeker voor de lidstaten die zich in de frontlinie bevinden — omdat het pact het opzetten van een complex systeem, het mobiliseren van middelen en het werven en opleiden van personeel vereist. De lidstaten hebben nationale actieplannen opgesteld, maar veel van dit werk is achter gesloten deuren verricht, zonder politieke communicatie. Dit brengt een steeds groter risico met zich mee, aangezien politieke sturing van cruciaal belang is om het fragiele evenwicht op EU-niveau in stand te houden.

Bovendien kan het nieuwe systeem alleen worden uitgevoerd indien coalities van belanghebbenden worden gevormd. Nationale asielagentschappen komt een centrale rol toe bij de omzetting van complexe wetgevingsteksten in praktische kaders; EU-agentschappen — met name het Asielagentschap van de Europese Unie — spelen in dit verband reeds een sleutelrol. Tegelijkertijd moeten ook niet-gouvernementele organisaties hierbij worden betrokken, zodat hun expertise kan worden benut, er toegang is tot juridisch advies en er sprake is van toezicht op de nieuwe procedures. Ter ondersteuning hiervan moet er meer worden samengewerkt — via regelmatig overleg, robuuste procedures voor informatie-uitwisseling en operationele taskforces die regelmatig bijeenkomen.

Ondertussen zijn externaliseringsstrategieën meer in de schijnwerpers komen te staan: in steeds meer Europese hoofdsteden worden ze gezien als een oplossing voor de migratieproblemen van de EU. Het akkoord tussen Italië en Albanië heeft tal van debatten op gang gebracht over het potentieel ervan voor het beheren van gemengde migratie. Giorgia Meloni heeft zich op dit gebied opgeworpen als de Europese spilfiguur. Deze deal heeft echter nog geen resultaten opgeleverd en blijft een bilaterale overeenkomst, waarvan andere Europese partners zijn uitgesloten. Ondertussen komen andere regeringen met alternatieve modellen, zoals terugkeerhubs, en manieren om deze te integreren in een EU-brede aanpak.

Met name de terugkeerkwestie zal de komende maanden centraal staan in het politieke debat. Een deel van het pakket is namelijk gericht op snellere terugkeer, vooral van mensen die in een terugkeerprocedure zitten aan de EU-buitengrenzen. De Commissie en de lidstaten proberen deze kwestie met urgentie aan te pakken op een manier die ruimte laat voor proefprojecten met terugkeerhubs; voorstellen tot herziening van de terugkeerrichtlijn worden in maart verwacht. Gezien de korte termijn bestaat het risico dat niet ten volle rekening wordt gehouden met de opgedane praktijkervaring, ondanks de vooruitgang die de afgelopen tien jaar is geboekt op gebieden als voorlichting, juridisch advies, re-integratieondersteuning en wederzijds leren op EU-niveau. Bovendien moet de EU oppassen dat experimenten met externalisatiemodellen haar betrekkingen met de landen van herkomst niet schaden en haar positie in bredere zin niet verzwakken.

De omgeving waarin deze delicate evenwichtsoefening plaatsvindt, is uiterst onzeker. De uitvoering van het pact zal daarom niet alleen een test zijn op het gebied van migratiebeheer, maar ook voor het Europese project in bredere zin. Met name de situatie aan de Poolse grens illustreert de uitdagingen die gepaard gaan met het naleven van bindende regelgeving onder druk van een vijandig buurland. Wat Syrië en Oekraïne betreft, moeten de Europese hoofdsteden voorbereid zijn op onvoorziene ontwikkelingen. In het komende jaar zal het van cruciaal belang zijn sterk leiderschap op EU-niveau te stimuleren zodat de nieuwe regels ten uitvoer worden gelegd en innovatieve benaderingen worden verkend die aansluiten bij een gezamenlijke aanpak en deze versterken. Dit houdt ook in dat er stabiele partnerschappen met prioritaire landen moeten worden opgebouwd en dat moet worden voorkomen dat middelen worden gebruikt voor politieke manoeuvres.

Camille Le Coz is Associate Director bij het Migration Policy Institute Europe, een in Brussel gevestigd onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met kwesties op het gebied van effectiever migratiebeheer, de integratie van immigranten en asielstelsels, en dat werkt aan de verbetering van de situatie van nieuwkomers, gezinnen met een migratieachtergrond en gastgemeenschappen.

In dit nummer:

  • Financiële steun voor ondernemingen van de sociale economie conform de staatssteunregels, door Guiseppe Guerini
  • Vertoning bij het EESC van de Belarussische film “Under the Grey Sky” - interview met regisseur Mara Tamkovich
  • Het nieuwe migratie- en asielpact kan het Europese project op de proef stellen, door Camille le Coz van MPI Europe
  • Anonieme graven aan de buitengrenzen van Europa, door Barbara Matejčić
  • Syrische vluchtelingen:

    - De manier waarop de EU de terugkeer van Syriërs aanpakt, kan een keerpunt betekenen in haar migratiebeleid, door Alberto-Horst Neidhardt van het EPC

    - EU-lidstaten mogen Syrische vluchtelingen niet dwingen terug te keren zolang de situatie in het land niet stabiel is, door Jean-Nicolas Beuze van de UNHCR

In dit nummer:

  • Financiële steun voor ondernemingen van de sociale economie conform de staatssteunregels, door Guiseppe Guerini
  • Vertoning bij het EESC van de Belarussische film “Under the Grey Sky” - interview met regisseur Mara Tamkovich
  • Het nieuwe migratie- en asielpact kan het Europese project op de proef stellen, door Camille le Coz van MPI Europe
  • Anonieme graven aan de buitengrenzen van Europa, door Barbara Matejčić
  • Syrische vluchtelingen:

    - De manier waarop de EU de terugkeer van Syriërs aanpakt, kan een keerpunt betekenen in haar migratiebeleid, door Alberto-Horst Neidhardt van het EPC

    - EU-lidstaten mogen Syrische vluchtelingen niet dwingen terug te keren zolang de situatie in het land niet stabiel is, door Jean-Nicolas Beuze van de UNHCR

Copyright: Almir Hoxhaj

Almir Hoxhaj, een Albanese immigrant in Griekenland, spreekt nu naast zijn moedertaal ook Grieks. Na dertig jaar voelt hij zich thuis in Griekenland, maar de aanpassing aan de Griekse samenleving, waar “Albanees” als een scheldwoord wordt gebruikt, ging niet over rozen. Dit is zijn verhaal.

Almir Hoxhaj, een Albanese immigrant in Griekenland, spreekt nu naast zijn moedertaal ook Grieks. Na dertig jaar voelt hij zich thuis in Griekenland, maar de aanpassing aan de Griekse samenleving, waar “Albanees” als een scheldwoord wordt gebruikt, ging niet over rozen. Dit is zijn verhaal.

Ik ben geboren in een klein dorpje in het district Vlorë, waar ik tot mijn twaalfde heb gewoond. Totdat mijn familie naar Tirana verhuisde en ik in 1997 de moeilijke beslissing nam om een betere toekomst op te zoeken in Griekenland. In die tijd, na de opening van de grenzen, zochten veel Albanezen hun heil in het veilige Griekenland. Je hoefde alleen maar de landgrens over te steken. Dat heb ik achttien keer gedaan, te voet. Ik was bang voor de zee. Ik herinner me nog mijn laatste tocht van vijf dagen naar Veroia. Het hield niet op met regenen en toch had ik verschrikkelijke dorst. Toen ik eindelijk een vol glas water in mijn handen had, was zelfs dat niet genoeg om mijn dorst te lessen. Zo begon mijn leven in Griekenland. Met een vol glas water in mijn hand.

Mijn eerste kennismaking met het land vond plaats toen ik vijftien was. Samen met een groepje vrienden stak ik toen stiekem de grens over. Het kwam niet eens bij ons op dat we iets illegaals deden. Als ik naar Griekenland had kunnen vliegen, had ik dat gedaan. Griekenland, zijn taal, mythologie en geschiedenis spraken me heel erg aan. Tijdens de zomer werkte ik hard en probeerde ik mijn familie te onderhouden. Mijn definitieve verhuizing naar Griekenland liep niet van een leien dakje. Ik kreeg te maken met rechtsonzekerheid, racisme en integratieproblemen. Ik herinner me één voorval in het prille begin als de dag van gisteren. Ik was illegaal, niet verzekerd en ik sprak geen Grieks. En toen brak een van mijn tanden. Er zat niks anders op dan zelf mijn tand te trekken. Voor de spiegel, met een tang die ik op het werk gebruikte. Mijn mond zat vol bloed.

Het viel niet mee om me aan te passen aan de Griekse samenleving. Als immigrant van de eerste generatie voelde ik me een vreemdeling, alsof ik de hele tijd bloed in mijn mond had. Ik was illegaal en durfde niet naar buiten te gaan voor een wandeling of een kopje koffie. Overal waar ik kwam, kreeg ik te maken met racisme, in al zijn vormen. Ik hoorde hoe een vader zijn jonge kind bedreigde dat een Albanees het zou komen opeten als het zich niet gedeisd hield. Ik werd de toegang geweigerd tot cafés, clubs en andere plaatsen. In het begin hingen bij sommige cafés zelfs bordjes met “Geen Albanezen”. Ze zeiden dat we smerig waren omdat we een andere godsdienst hadden. De banden tussen Grieken en Albanezen zijn nu beter, maar er doen nog altijd veel vooroordelen de ronde. “Albanees” is zelfs een scheldwoord in Griekenland. Het racisme is de wereld nog niet uit, maar het is milder geworden. De tijden zijn veranderd. Racisme wordt nu vooral aangewakkerd door economische problemen en gebrek aan onderwijs.

Vooroordelen en discriminatie hebben diepe wortels en leiden vaak tot de vorming en verspreiding van extreme politieke en sociale stromingen, die zelfs tot in het Europees Parlement reiken. Dat is triest! En hoewel de situatie is verbeterd, blijft dit de realiteit. Toch is er hoop voor de jongere generaties. Onze kinderen zullen een betere kans krijgen om volledig te worden aanvaard. Dat geldt ook voor mijn dochtertje van twaalf.

Tegenwoordig werk ik als aannemer. Ik kijk met gemengde gevoelens op mijn leven terug. De problemen die ik ondervond om me aan te passen en het gebrek aan aanvaarding waren dagelijkse kost voor mij. Toch heb ik door deze ervaringen een dieper inzicht in het leven en in het belang van integratie gekregen.

Albanië zal voor altijd een deel van mij blijven. Ik kan me de jaren onder het communistische regime nog goed herinneren. Het was een tijd van paranoia, angst, onzekerheid en extreme armoede. De val van het regime bracht verlichting, maar ook nieuwe problemen zoals werkloosheid en criminaliteit. Deze ervaringen hebben me gevormd. Ze hebben me geleerd om de stabiliteit en vrijheid die ik in Griekenland heb gevonden, te waarderen.

Op persoonlijk vlak voel ik me verbonden met dit land. Ook al ligt mijn hart nog in mijn dorp in Albanië, dit is waar mijn leven zich nu afspeelt. Ik spreek nu even goed Grieks als Albanees. Door alles wat ik heb meegemaakt, wat ik heb moeten doen en wat ik heb bereikt voel ik me een deel van dit land. Ik hoop dat het Griekse volk ons mettertijd volledig zal accepteren en zal inzien dat onze bijdrage aan de samenleving waardevol is.

Migratie is een beproeving, die gepaard gaat met veel uitdagingen, maar ook kansen. Als Albanese migrant in Griekenland kon ik hier niet omheen. Mijn verhaal gaat over uitdagingen, het streven om erbij te horen en hoop.

De komende jaren zie ik mezelf blijven wonen in Griekenland, dat nu mijn thuis is, terwijl Albanië een gelijkwaardig lid van de Europese Unie wordt. De EU is nu het thuisland van ons allemaal.

Almir Hoxhaj is 47 jaar oud. Hij woont en werkt in Tripoli, een kleine stad in de Griekse Peloponnesos. Hij heeft een dochter van twaalf. Zijn lievelingsstad is Berlijn. Hij spreekt en schrijft vloeiend Grieks en heeft het boek “De sage van de sterren van de dageraad” van de Albanese auteur Rudi Erebara in het Grieks vertaald. Het boek won in 2017 de Literatuurprijs van de Europese Unie en beschrijft de tragedie van het Albanese volk in de 20e eeuw. Hoewel het verhaal zich afspeelt in de vorige eeuw, blijven totalitarisme, fascisme en irrationalisme helaas relevant tot op de dag van vandaag, in een meer “moderne” vorm.

In april 2024 publiceerde Enrico Letta zijn langverwachte rapport over de toekomst van de eengemaakte markt van de EU, getiteld Much More than a Market. Naar aanleiding hiervan heeft het EESC tijdens zijn zitting in januari een advies goedgekeurd over Ondersteuning van entiteiten van de sociale economie conform de staatssteunregels — enkele overwegingen naar aanleiding van de ideeën uit het rapport-Letta. Wij hebben de rapporteur van het advies, Giuseppe Guerini, gevraagd in hoeverre en waarom hij zich heeft laten inspireren door Letta’s rapport, waarin de Europese instellingen onder meer worden opgeroepen het rechtskader voor staatssteun te verbeteren en ondernemingen in de sociale economie gemakkelijker leningen en financiering te verschaffen. Hoe denkt het EESC, op basis van de conclusies van dit verslag, deze ondernemingen te kunnen helpen bij de naleving van de staatssteunregels?

In april 2024 publiceerde Enrico Letta zijn langverwachte rapport over de toekomst van de eengemaakte markt van de EU, getiteld Much More than a Market. Naar aanleiding hiervan keurde het EESC tijdens zijn januarizitting een advies goed over Ondersteuning van entiteiten van de sociale economie conform de staatssteunregels — enkele overwegingen naar aanleiding van de ideeën uit het rapport-Letta. Wij hebben de rapporteur van het advies, Giuseppe Guerini, gevraagd in hoeverre en waarom hij zich heeft laten inspireren door Letta’s rapport, waarin de Europese instellingen onder meer worden opgeroepen het rechtskader voor staatssteun te verbeteren en ondernemingen in de sociale economie gemakkelijker leningen en financiering te verschaffen. Hoe denkt het EESC, op basis van de conclusies van dit verslag, deze ondernemingen te kunnen helpen bij de naleving van de staatssteunregels?

Copyright: Schotstek

Afkomst en sociale achtergrond mogen succes nooit in de weg staan, aldus Evgi Sadegie, algemeen directeur van Schotstek, een in Hamburg en Berlijn gevestigde organisatie die gelijke kansen en culturele diversiteit in de arbeidswereld bevordert. De unieke beursprogramma’s van Schotstek zijn bedoeld om intelligente, ambitieuze en gemotiveerde jongeren met een migratieachtergrond te begeleiden naar leidinggevende posities in de onderzoekswereld, het bedrijfsleven en de samenleving. Door hen te helpen sterke netwerken op te bouwen en hun de juiste vaardigheden bij te brengen stelt Schotstek getalenteerde studenten en jonge professionals in staat hun potentieel ten volle te benutten.

Afkomst en sociale achtergrond mogen succes nooit in de weg staan, aldus Evgi Sadegie, algemeen directeur van Schotstek, een in Hamburg en Berlijn gevestigde organisatie die gelijke kansen en culturele diversiteit in de arbeidswereld bevordert. De unieke beursprogramma’s van Schotstek zijn bedoeld om intelligente, ambitieuze en gemotiveerde jongeren met een migratieachtergrond te begeleiden naar leidinggevende posities in de onderzoekswereld, het bedrijfsleven en de samenleving. Door hen te helpen sterke netwerken op te bouwen en hun de juiste vaardigheden bij te brengen stelt Schotstek getalenteerde studenten en jonge professionals in staat hun potentieel ten volle te benutten.

door Evgi Sadegie

Duitsland is een cultureel divers land, maar dat is nog steeds nauwelijks terug te zien in het leiderschap op economisch, wetenschappelijk, cultureel en politiek gebied. Mensen met een migratieachtergrond stuiten vaak op barrières die de sociale ongelijkheid vergroten, innovatiepotentieel onbenut laten en de sociale cohesie ondermijnen. Vooroordelen, ongelijke onderwijskansen en een gebrek aan rolmodellen en netwerken staan de loopbaanontwikkeling van veel getalenteerde mensen in de weg.

Schotstek werd in 2013 door Sigrid Berenberg samen met een aantal vrienden opgericht. Sigrid Berenberg is advocaat en zet zich al jarenlang in voor sociale rechtvaardigheid en diversiteit. Met een aantal gelijkgestemden heeft ze Schotstek opgericht, in het bijzonder om slimme, ambitieuze en gemotiveerde jongeren met een migratieachtergrond te begeleiden naar leidinggevende posities. Ze helpt beursstudenten die het in zich hebben om de leiders en besluitvormers van de toekomst te worden, op weg naar de top. Sigrid Berenberg is jarenlang op volledig vrijwillige basis nauw betrokken geweest bij de uitvoering van het programma.

Schotstek is een non-profitorganisatie die wordt ondersteund door middel van donaties en gezamenlijke initiatieven met andere ondernemingen. Het programma wordt gedragen door een netwerk van partners, adviesorganen en vrienden — stuk voor stuk besluitvormers op topposities uit een breed scala aan sectoren en culturen. Drie van de zeven partners alsook de algemeen directeur hebben zelf ook het Schotstek-programma doorlopen. De verantwoordelijkheid wordt dus geleidelijk doorgegeven aan de talenten die Schotstek ondersteunt, waardoor de organisatie een blijvende impact heeft.

Schotstek biedt studenten en jonge professionals unieke ondersteuning via twee parallelle programma’s. Panels laten jaarlijks maximaal 25 studenten toe in Hamburg en maximaal 20 jonge professionals in Hamburg en Berlijn. Nadat deze studenten en jonge professionals een verplicht tweejarig programma hebben afgerond, blijven ze deel uitmaken van het netwerk en kunnen ze deelnemen aan evenementen.

Schotstek draait om het opbouwen van krachtige netwerken: veel jongeren met een migratieachtergrond hebben geen toegang tot de professionele en sociale contacten die van cruciaal belang zijn voor carrièremogelijkheden. Schotstek brengt hen in contact met oud-studenten, adviesorganen en deskundigen uit bedrijfsleven, wetenschap, politiek, cultuur en samenleving. Regelmatig worden er evenementen zoals thema-avonden en lezingen met vooraanstaande personen georganiseerd, waardoor zij van gedachten kunnen wisselen en hun horizon kunnen verbreden. Deze contacten bieden carrièrekansen en leveren een gemeenschap op waarin mensen elkaar blijven ondersteunen en blijven bijdragen tot elkaars succes. De oud-studenten vervullen een belangrijke rol door hun kennis en netwerken te delen en het werkterrein van Schotstek voortdurend uit te breiden.

Schotstek biedt workshops en coaching aan om deelnemers gericht voor te bereiden op leidinggevende functies. Door middel van trainingen worden sleutelcompetenties zoals communicatieve vaardigheden, zelfvertrouwen en leiderschap bijgebracht. Ook krijgen de deelnemers persoonlijke begeleiding van een mentor. Ze worden in contact gebracht met ervaren professionals en managers die waardevolle inzichten in de arbeidswereld kunnen verschaffen, hen kunnen ondersteunen bij het plannen van hun loopbaan en hen kunnen helpen om te gaan met uitdagingen die zij in hun werk tegenkomen. De mentoren fungeren als rolmodellen en moedigen de deelnemers aan om loopbaandoelstellingen na te streven en obstakels te overwinnen.

Een ander kenmerk van het Schotstek-programma is de focus op cultuur: de deelnemers bezoeken musea, theaters, opera’s, galerieën en andere culturele instellingen. Dit draagt bij tot hun culturele vorming, hun persoonlijke ontwikkeling en hun identificatie met de stad of het dorp waar zij wonen. Deze ervaringen verruimen de blik van beursstudenten en bevorderen een gevoel van verbondenheid.

Schotstek wil de diversiteit op managementniveau een impuls geven. Afkomst en sociale achtergrond mogen succes niet langer in de weg staan. Sinds haar oprichting heeft Schotstek al honderden jongeren gesteund, en meer dan 240 deelnemers en alumni zijn nog altijd actief binnen de organisatie. Velen zijn betrokken bij de adviesraad van oud-studenten, zijn ambassadeurs, ondersteunen de activiteiten op sociale media of delen hun ervaringen als buddy’s of mentoren. Iedereen die ooit een Schotstek-beurs heeft gekregen, blijft deel uitmaken van het netwerk — een model dat garant staat voor blijvend succes. Het Schotstek-concept kan eveneens in andere steden met succes worden toegepast; zo is het programma in 2023 ook in Berlijn opgezet.

Schotstek is meer dan een ondersteuningsprogramma: het is een beweging die op indrukwekkende wijze laat zien hoe diversiteit onder getalenteerden gericht bevorderd en zichtbaar gemaakt kan worden. Schotstek creëert en biedt toegang tot kansen die niet alleen individueel succes opleveren en laat zien hoe Duitsland zijn potentieel als immigratieland ten volle kan benutten. Door uitmuntend talent vooruit te helpen en belemmeringen weg te nemen speelt het programma een cruciale rol bij de totstandbrenging van een eerlijkere en toekomstbestendige samenleving, en dat is in een geglobaliseerde wereld van essentieel belang.

Evgi Sadegie, M.A. Turkish Studies, is de algemeen directeur van Schotstek gGmbH. Ze maakte zelf deel uit van de lichting van 2014. Eerder gaf zij bij de BürgerStiftung Hamburg leiding aan “Yoldaş”, een mentorschapsproject ter ondersteuning van kinderen uit Turks-sprekende sociaal-economisch kansarme gezinnen. Daarmee kwam zij op voor gelijke kansen in een ander belangrijk uiterste van het gelijkheidsspectrum. Met haar ruime ervaring op het gebied van projectmanagement, met name op het gebied van mentorschap en interculturele samenwerking, zet zij zich actief in voor de bevordering van diversiteit en integratie in de samenleving.

Copyright: UNHCR

UNHCR, het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen, staat klaar om steun te verlenen aan Syriërs die het veilig achten om naar huis terug te keren. Maar voor alle anderen waarschuwt de organisatie tegen gedwongen terugkeer naar een land dat wordt gekenmerkt door politieke onzekerheid en worstelt met een van de ergste humanitaire crises ter wereld, en waar maar liefst 90 % van de bevolking onder de armoedegrens leeft, zo schrijft Jean-Nicolas Beuze van de UNHCR.

UNHCR, het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen, staat klaar om steun te verlenen aan Syriërs die het veilig achten om naar huis terug te keren. Maar voor alle anderen waarschuwt de organisatie tegen gedwongen terugkeer naar een land dat wordt gekenmerkt door politieke onzekerheid en worstelt met een van de ergste humanitaire crises ter wereld, en waar maar liefst 90 % van de bevolking onder de armoedegrens leeft, zo schrijft Jean-Nicolas Beuze van de UNHCR.

Door Jean-Nicolas Beuze

Terwijl het politieke landschap in Syrië snel evolueert sinds de val van president Bashar al-Assad, wordt in heel Europa volop gedebatteerd over het lot van ’s werelds grootste vluchtelingenpopulatie.

Steeds meer EU-lidstaten schorten beslissingen over asielaanvragen voor Syriërs op, en sommige landen kondigen initiatieven zoals chartervluchten en financiële stimulansen of “terugkeerbonussen” aan, om vluchtelingen aan te moedigen naar huis terug te keren. Andere landen zijn zelfs van plan om Syriërs die momenteel op hun grondgebied verblijven, uit te zetten, ongeacht hun asielstatus.

Om hierover met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen, moeten de EU-lidstaten beoordelen of Syrië een veilig land is voor Syriërs die momenteel in Europa verblijven. Gezien de snel veranderende situatie ter plaatse is het op dit moment onmogelijk om definitieve uitspraken te doen. De veiligheidssituatie in Syrië blijft onzeker, aangezien het land balanceert tussen de mogelijkheid van vrede en verzoening en het risico van verder geweld.

Miljoenen Syrische vluchtelingen die buiten het land wonen, worstelen met de vraag wat de veranderende situatie in hun thuisland betekent voor hun eigen toekomst. Ze vragen zich af: zal Syrië veilig zijn voor mij? Zullen mijn rechten worden gerespecteerd? Voor sommigen lijkt het vooruitzicht op terugkeer haalbaar, maar voor anderen blijft er grote bezorgdheid bestaan.

Wat heeft de toekomst in petto voor mensen die tot een etnische of religieuze minderheid behoren, er een andere politieke mening op na houden of zich identificeren als lid van de LGBTQ+-gemeenschap in het huidige Syrië? Het antwoord is nog onduidelijk.

Maar degenen die vinden dat het veilig is om terug te keren, moeten we helpen bij hun terugkeer en re-integratie in hun gemeenschap van herkomst. Voor alle anderen raadt de UNHCR gedwongen terugkeer af vanwege de aanhoudende instabiliteit en politieke onzekerheid in het land.

Gedwongen repatriëring uit de Europese Unie zou de rechten van Syriërs als vluchtelingen schenden, waardoor zij bij hun terugkeer ernstige en onherstelbare schade dreigen te lijden.

Het aanhoudende gewapende geweld in verschillende delen van Syrië, in combinatie met de onzekerheid over de vraag hoe de nieuwe autoriteiten zullen omgaan met de behoeften van de bevolking en met name van kwetsbare groepen, maakt het voor velen voorbarig om terugkeer te overwegen. Het is belangrijk om hun oordeel in deze kwestie te respecteren. Daarom moeten de EU-lidstaten, samen met de buurlanden van Syrië die al meer dan tien jaar de meeste Syrische vluchtelingen hebben opgevangen, zich blijven inzetten voor de bescherming van Syriërs op hun grondgebied.

Van de 1,1 miljoen mensen die eind november door de escalatie van de vijandelijkheden ontheemd zijn geraakt, zijn nog ongeveer 627 000 mensen ontheemd, van wie 75 % vrouwen en kinderen.

Vroegtijdige terugkeer brengt aanzienlijke risico’s met zich mee en kan een cyclus van ontheemding op gang brengen — zowel binnen Syrië als over de grenzen heen — waardoor de crisis uiteindelijk nog dieper wordt.

Naast massale ontheemding heeft Syrië te maken met een van de ergste humanitaire crises ter wereld. Grote delen van de Syrische infrastructuur zijn in het conflict vernield, waaronder ziekenhuizen, scholen en huizen. De meeste vluchtelingen hebben geen huis om naar terug te keren. Veel regio’s hebben nog steeds te kampen met tekorten aan voedsel, schoon water en medische zorg. Het gebrek aan basisvoorzieningen, economische kansen en veiligheid maakt het voor repatrianten een uitdaging om hun leven op een duurzame en waardige manier weer op te bouwen. Maar liefst 90 % van de bevolking in Syrië leeft onder de armoedegrens.

De afgelopen weken is de vrijwillige terugkeer van Syriërs uit Libanon, Turkije en Jordanië aanzienlijk toegenomen: voorlopige schattingen gaan uit van 125 000 personen, of ongeveer 7000 per dag. Hoewel deze terugkeer wordt ingegeven door individuele keuzes, is de UNHCR vastbesloten om degenen die besluiten nu al terug te keren, te ondersteunen.

Terwijl veel Syriërs in Europa en buurlanden nadenken of het veilig is om terug te keren en zich afvragen wat zij zullen aantreffen qua basisvoorzieningen en mogelijkheden om hun leven weer op te bouwen, verlangen zij vurig naar een hereniging met hun dierbaren. Daarom willen velen naar huis terugkeren voor een kort bezoek om de situatie ter plaatse te beoordelen. Ze moeten dit kunnen doen zonder angst om hun vluchtelingenstatus in Europa te verliezen. Deze “go and see”-bezoeken zijn van essentieel belang om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen die tot betere resultaten zullen leiden, waaronder veilige en duurzame terugkeer.

Geduld en voorzichtigheid zijn cruciaal nu Syriërs wachten op de juiste omstandigheden voor een veilige terugkeer en succesvolle re-integratie in hun gemeenschap. Nu veel Syriërs overwegen naar huis terug te keren, staat de UNHCR klaar om hen te ondersteunen. Na jaren van ontheemding kan dit voor velen een langverwachte kans zijn om hun vluchtelingentocht te beëindigen en een duurzame oplossing te vinden door terug te keren naar Syrië. Net zoals de Europese Unie en de UNHCR hen tijdens hun hele ballingschap hebben bijgestaan, zullen wij hen blijven steunen bij hun terugkeer en de wederopbouw van een nieuw Syrië.

Jean-Nicolas Beuze is de landenvertegenwoordiger van de UNHCR bij de EU, België, Ierland, Luxemburg, Nederland en Portugal. Eerder was hij landenvertegenwoordiger in Irak, Jemen en Canada. Hij heeft meer dan 27 jaar ervaring in het veld en op het hoofdkwartier van de VN op het gebied van mensenrechten, vredeshandhaving en kinderbescherming.

De reactie van de EU op de situatie in Syrië na de val van Assad is een moeilijke evenwichtsoefening tussen het lenigen van humanitaire behoeften, het voeren van een migratiebeleid en het werken aan de stabilisatie en wederopbouw van het land. Binnenlandse politiek en kortetermijnoverwegingen dreigen een overhaaste terugkeer prioriteit te geven. Een gecoördineerde en evenwichtige aanpak daarentegen zou de stabilisatie van Syrië en de ontwikkeling van het land op de lange termijn aanzienlijk kunnen bevorderen, vertelt onze speciale gast Alberto-Horst Neidhardt, vooraanstaand migratiedeskundige bij het European Policy Centre, aan EESC Info.

 

 

De reactie van de EU op de situatie in Syrië na de val van Assad is een moeilijke evenwichtsoefening tussen het lenigen van humanitaire behoeften, het voeren van een migratiebeleid en het werken aan de stabilisatie en wederopbouw van het land. Binnenlandse politiek en kortetermijnoverwegingen dreigen een overhaaste terugkeer prioriteit te geven. Een gecoördineerde en evenwichtige aanpak daarentegen zou de stabilisatie van Syrië en de ontwikkeling van het land op de lange termijn aanzienlijk kunnen bevorderen, vertelt onze speciale gast Alberto-Horst Neidhardt, vooraanstaand migratiedeskundige bij het European Policy Centre, aan EESC Info.

Alberto-Horst Neidhardt is senior beleidsanalist en hoofd van het programma Europese diversiteit en migratie bij het European Policy Centre (EPC). Hij houdt zich bezig met asiel- en migratierecht en -beleid, de rechten van EU-burgers, desinformatie en migratiepolitiek. Hij behaalde een doctoraat in EU-recht aan het Europees Universitair Instituut en doceert migratie- en mobiliteitsbeleid, EU-governance en ethische beleidsvorming aan de Katholieke Universiteit van Rijsel.

 

Door Alberto-Horst Neidhardt

Een maand na het einde van het wrede bewind van Bashar al-Assad blijft de officiële reactie van de EU nog grotendeels beperkt tot het aankondigen van ontwikkelingshulp en steun voor economische stabilisatie. Het is nog steeds onduidelijk of en wanneer de sancties tegen Syrië zullen worden opgeheven. Europese steun zal afhangen van de bescherming van minderheden en andere garanties, maar dat is nog koffiedik kijken. De complexe politieke, humanitaire en veiligheidsdynamiek die Syrië kenmerkt, doet vermoeden dat de consolidatie van de democratie lang en moeilijk zal zijn. 

Door Alberto-Horst Neidhardt

Een maand na het einde van het wrede bewind van Bashar al-Assad blijft de officiële reactie van de EU nog grotendeels beperkt tot het aankondigen van ontwikkelingshulp en steun voor economische stabilisatie. Het is nog steeds onduidelijk of en wanneer de sancties tegen Syrië zullen worden opgeheven. Europese steun zal afhangen van de bescherming van minderheden en andere garanties, maar dat is nog koffiedik kijken. De complexe politieke, humanitaire en veiligheidsdynamiek die Syrië kenmerkt, doet vermoeden dat de consolidatie van de democratie niet over rozen zal gaan. Deze situatie zal een test zijn voor de EU: Zijn de landen van Europa in staat om met één stem te spreken en gezamenlijk op te treden ten aanzien van de toekomst van Syrië? Verschillende Europese landen hebben niet geaarzeld en stelden meteen een gemeenschappelijke prioriteit voorop: de repatriëring van ontheemde Syriërs. In december, slechts enkele dagen na de val van het Assad-regime in Damascus, kondigde Oostenrijk — waar FPÖ-leider Herbert Kickl een mandaat kreeg om een nieuwe regering te vormen — een “terugkeerbonus” en een uitzettingsprogramma aan voor mensen met een strafblad. In Nederland is de coalitieregering onder leiding van de rechtse nationalist Geert Wilders van plan om veilige regio’s in kaart te brengen waarnaar de Syrische vluchtelingen kunnen terugkeren. Duitsland heeft ook aangekondigd dat de bescherming voor Syrische vluchtelingen zal worden “herzien en ingetrokken” als de situatie in Syrië gestabiliseerd is. Andere Europese landen hebben soortgelijke verklaringen afgelegd of houden de situatie nauwlettend in de gaten. Tegen deze achtergrond wordt zelfs het besluit om de sancties op te heffen vooral ingegeven door het doel om terugkeer af te dwingen en niet door een verandering van houding tegenover het nieuwe leiderschap van Syrië.

Nu de steun voor extreemrechtse en anti-immigratiepartijen in heel Europa toeneemt en er in Duitsland federale verkiezingen voor de deur staan, bestaat het risico dat de manier waarop de lidstaten naar Syrië kijken, zal worden gedreven door binnenlandse prioriteiten en electorale kortetermijnoverwegingen. Tussen 2015 en 2024 kregen meer dan een miljoen Syriërs bescherming in EU-lidstaten, de meesten van hen in Duitsland. Hun aanwezigheid is onderwerp van een politieke en maatschappelijke controverse geworden. Als gevolg van breed uitgemeten aanslagen, de hoge inflatie en de stijgende energiekosten is de gastvrije houding in veel landen die vluchtelingen opvangen bekoeld. Vijandige retoriek en vijandig beleid zijn aanvaardbaar geworden. Ondanks oproepen van de Europese Commissie en de UNHCR om terughoudend te zijn met terugkeer, kan deze dynamiek de regeringen in Europa ertoe aanzetten om zelfs unilateraal de terugkeer te versnellen.

Sinds de val van het Assad-regime in december zijn al meer dan 125.000 vluchtelingen teruggekeerd naar Syrië, voornamelijk uit buurlanden. Hun vooruitzichten zijn echter somber. Zelfs voor de recente gebeurtenissen leefde meer dan de helft van de Syrische bevolking met voedselonzekerheid en leden drie miljoen mensen ernstige honger. Omdat veel huizen tijdens het conflict zijn verwoest, zitten de opvangcentra al helemaal vol. Volgens de UNHCR is er bijna 300 miljoen EUR nodig om degenen die terugkeren te voorzien van onderdak, voedsel en water. De EU en de lidstaten moeten een gecoördineerde strategie ontwikkelen om de veilige en vrijwillige terugkeer van Syriërs op de lange termijn te vergemakkelijken. De onmiddellijke prioriteit moet echter liggen bij het lenigen van de humanitaire noden van het land. Vluchtelingen onder druk zetten om snel terug te keren naar een door oorlog verscheurd en onstabiel land kan namelijk averechts werken en de beschikbaarheid van voedsel, energie en onderdak verder bemoeilijken. Een grootschalige terugkeer zou ook het etnische en sociaaleconomische weefsel van toch al kwetsbare regio’s kunnen aantasten. Ook de potentiële bijdrage van de Syrische diaspora aan de wederopbouw van het land pleit voor een evenwichtige en duurzame aanpak. Het land zal ingenieurs, artsen, bestuurders en leerkrachten nodig hebben, maar ook arbeiders met verschillende specialisaties. Syriërs hebben in Europa waardevolle vaardigheden en ervaring opgedaan in relevante sectoren als het onderwijs, de bouw en de gezondheidszorg. Het zal echter niet gemakkelijk zijn om mensen met de juiste profielen te werven. Overigens is permanente terugkeer geen voorwaarde om bij te dragen aan de wederopbouw: geldovermakingen vanuit Europa kunnen een cruciale rol spelen bij armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling. Door hun betrokkenheid bij de diaspora kunnen in Europa gevestigde Syriërs ook helpen om de diplomatieke en culturele banden tussen de EU en het Syrië na Assad te versterken.

Toch kunnen de lidstaten het lastig krijgen om tot een evenwichtige aanpak te komen en een gecoördineerde agenda na te streven. Sommige landen geven de voorkeur aan stabiliteit op lange termijn en aan de wederopbouw van Syrië, en willen de terugkeer op een spontane manier laten verlopen. Andere landen komen wellicht in allerijl met financiële stimulansen aanzetten voor vrijwillige terugkeer of willen zelfs systematisch de status van Syriërs herzien zodra de humanitaire situatie verbetert, al is het maar in beperkte mate. Een systematische herziening van de vluchtelingenstatus zal echter op ernstige juridische obstakels stuiten en aanzienlijke financiële en administratieve kosten met zich meebrengen. Bij het stimuleren van de terugkeer zal ook rekening moeten worden gehouden met het feit dat de meeste Syriërs die naar Europa zijn gevlucht zich inmiddels hier hebben gevestigd en dat meer dan 300.000 van hen het EU-burgerschap hebben verworven. Bovendien kunnen de sombere economische en arbeidsmarktvooruitzichten in Syrië zelfs de meest gemotiveerde Syriërs ervan weerhouden om terug te keren. Een fundamentele vraag in dit verband is of Syriërs tussen Europa en Syrië zullen mogen “pendelen”, d.w.z. voor een beperkte periode terugkeren, waarbij de Europese gastlanden duurzame mogelijkheden blijven bieden voor een meer permanente terugkeer. Deze vragen kunnen natuurlijk niet los worden gezien van de bredere discussie over het migratiebeleid van de EU. De toekomstige onderhandelingen over de herziening van de EU-terugkeerrichtlijn, waarover de Commissie naar verwachting binnenkort een voorstel zal indienen, zouden vaart kunnen winnen, afhankelijk van hoe de discussies over de terugkeer van Syriërs verder verlopen. De hervorming van de richtlijn zou echter ook kunnen leiden tot meer onenigheid tussen de EU-lidstaten. Om de huidige uitdagingen het hoofd te bieden, moet het migratiebeleid fundamenteel heroverwogen worden. De Europese aanpak van ontheemde Syriërs zal waarschijnlijk een eerste kritiek keerpunt vormen in de nieuwe wetgevingscyclus.

Copyright: Polish Presidency. Council of the European Union

Op 1 januari heeft Polen het stokje overgenomen van Hongarije. Polen zal de eerste zes maanden van dit jaar het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden. Het Poolse voorzitterschap komt op een moment van ingrijpende veranderingen voor Europa en valt samen met het begin van de nieuwe ambtstermijn van de Europese Commissie. 

Op 1 januari heeft Polen het stokje overgenomen van Hongarije. Polen zal de eerste zes maanden van dit jaar het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden. Het Poolse voorzitterschap komt op een moment van ingrijpende veranderingen voor Europa en valt samen met het begin van de nieuwe ambtstermijn van de Europese Commissie. 

Nu Rusland zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne onverdroten voortzet en de geopolitieke spanningen een hoogtepunt hebben bereikt in de recente geschiedenis van Europa, geeft Polen prioriteit aan veiligheid, een overkoepelend thema. Het omvat externe, interne, economische en energie- voedselveiligheid, bescherming van de gezondheid en verdediging van de rechtsstaat.

Deze prioriteiten komen overeen met het streven van het Europees Economisch en Sociaal Comité naar de bevordering van cohesie, de bescherming van democratische waarden en het waarborgen van stabiele welvaart. “Het EESC is er trots op dat het een betrouwbare en toegewijde partner van het Poolse voorzitterschap is. We zijn vastbesloten om een actieve rol te spelen bij het vaststellen van de politieke prioriteiten voor deze nieuwe Europese cyclus”, aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke.

Op verzoek van het Poolse voorzitterschap zal het EESC veertien verkennende adviezen opstellen. Meer informatie over deze adviezen en andere EESC-activiteiten in de eerste helft van 2025 is te vinden in onze nieuwe brochure. Ook kunt u lezen wie de Poolse EESC-leden zijn en welke organisaties zij vertegenwoordigen. De brochure is alleen online beschikbaar in het Engels, Pools, Frans en Duits. (ll)

23 januari 2025

Vertoning van de film Flow, die meedingt naar de LUX European Audience Film Award 2025

3 februari 2025

Sociale rechtvaardigheid in het digitale tijdperk

18 februari 2025

Op weg naar de mondiale gehandicaptentop: ontwikkeling en humanitaire actie waarbij rekening wordt gehouden met mensen met een handicap

26-27 februari 2025

EESC-zitting

23 januari 2025

Vertoning van de film Flow, die meedingt naar de LUX European Audience Film Award 2025

3 februari 2025

Sociale rechtvaardigheid in het digitale tijdperk

18 februari 2025

Op weg naar de mondiale gehandicaptentop: ontwikkeling en humanitaire actie waarbij rekening wordt gehouden met mensen met een handicap

26-27 februari 2025

EESC-zitting