In 2025 moeten we samen aan de slag voor een sterker Europa

Het Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie luidt met gevoel voor urgentie het nieuwe jaar in en toont zich vastbesloten om de complexe uitdagingen die bepalend zijn voor het heden en de toekomst van Europa aan te pakken. Onder het overkoepelende thema “veiligheid” beloven de Poolse leiders ons door een jaar te loodsen dat cruciaal zal zijn voor de veerkracht, cohesie en vooruitgang van de EU.

In 2025 moeten we samen aan de slag voor een sterker Europa

Het Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie luidt met gevoel voor urgentie het nieuwe jaar in en toont zich vastbesloten om de complexe uitdagingen die bepalend zijn voor het heden en de toekomst van Europa aan te pakken. Onder het overkoepelende thema “veiligheid” beloven de Poolse leiders ons door een jaar te loodsen dat cruciaal zal zijn voor de veerkracht, cohesie en vooruitgang van de EU.

Uit de prioriteiten van het Poolse voorzitterschap blijkt dat een brede aanpak van veiligheid, in al haar facetten, vooropstaat. Het gaat niet alleen om interne veiligheid, waarbij met name het beschermen van de grenzen en het tegengaan van desinformatie centraal staan en waakzaamheid geboden is om nieuwe dreigingen de kop in te drukken, maar ook om externe veiligheid, waarbij wordt gefocust op het versterken van de defensiecapaciteit, het stimuleren van innovatie en het versnellen van het uitbreidingsproces om stabiliteit in onze buurlanden te waarborgen. Daarnaast blijft de aandacht ook uitgaan naar economische weerbaarheid, energie- en voedselzekerheid en bescherming van de volksgezondheid om de onafhankelijkheid van Europa en het welzijn van de Europese burgers veilig te stellen.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) kan zich volledig vinden in de agenda van het voorzitterschap en is er klaar voor om zijn unieke rol als spreekbuis van het maatschappelijk middenveld met verve te vervullen. Het EESC zal actief bijdragen aan discussies over de vraag hoe de concurrentiekracht van Europa kan worden gegarandeerd en hoe ervoor kan worden gezorgd dat niemand achterblijft bij de ingrijpende veranderingen die ons te wachten staan, zowel op het gebied van digitalisering en vergroening als op economisch vlak.

Dit jaar staat ook in het teken van politieke vernieuwing door het aantreden van een nieuwe Europese Commissie. Dit biedt nieuwe kansen om een beleid te voeren en initiatieven te ontplooien die tegemoetkomen aan de verwachtingen van de Europese burgers. Het EESC zal een bijdrage leveren aan het omslaan van deze nieuwe bladzijde en ervoor zorgen dat het maatschappelijk middenveld en de sociale partners in het hart van de Europese besluitvorming staan.

Nu we vooruitblikken op 2025 worden we eraan herinnerd dat het onze gedeelde verantwoordelijkheid is een sterker en inclusiever Europa tot stand te brengen. Het EESC zal zich sterk blijven maken voor de rechtsstaat, voor duurzame ontwikkeling en voor sociale cohesie en ervoor zorgen dat de bijdragen van het maatschappelijk middenveld mede de prioriteiten van de EU-agenda bepalen. Samen met het Poolse voorzitterschap zullen we de urgente uitdagingen van vandaag tegemoet treden en tegelijkertijd de weg bereiden voor een veilig, concurrerend en verenigd Europa voor de komende generaties.

Oliver Röpke

Voorzitter van het EESC

Huisvesting moet worden erkend als een grondrecht. Alle Europeanen, ook jongeren en kwetsbare groepen, moeten kunnen beschikken over adequate en duurzame huisvesting.

Huisvesting moet worden erkend als een grondrecht. Alle Europeanen, ook jongeren en kwetsbare groepen, moeten kunnen beschikken over adequate en duurzame huisvesting.

Deze krachtige oproep werd gedaan tijdens het huisvestingsforum van het EESC, dat voor het eerst werd gehouden tijdens de zitting op 5 december 2024. Na een debat met vooraanstaande sprekers werd een advies over huisvesting goedgekeurd.

EESC-voorzitter Oliver Röpke was ingenomen met de benoeming van Dan Jørgensen tot commissaris voor Energie en Huisvesting en met het historische besluit om in de nieuwe Commissie een speciale portefeuille voor huisvesting in het leven te roepen. “Huisvesting is een grondrecht en geen voorrecht. We kunnen niet accepteren dat kwetsbare groepen worden uitgesloten van deze basisbehoefte”, aldus Röpke. “Nu vrijwel elke lidstaat met een ernstige huisvestingscrisis kampt, is het dringend noodzakelijk betaalbare, duurzame en fatsoenlijke huisvesting voor iedereen te creëren.”

Bent Madsen, voorzitter van Housing Europe, riep op tot een nieuwe kijk op huisvesting als een levensbelangrijke infrastructuur voor de samenleving, net als gezondheidszorg en onderwijs, en zei: “Wij delen de mening van de nieuwe commissaris voor huisvesting dat onze aanpak gebaseerd moet zijn op waarden, regels en investeringen. Als publieke coöperatie en sociale woningcorporatie willen we laten zien hoe we onze burgers en onze samenlevingen de woningen kunnen bieden die zij nodig hebben.”

In het advies over Fatsoenlijke, duurzame en betaalbare sociale huisvesting in de EU, opgesteld door Thomas Kattnig en Rudolf Kolbe, erkent het EESC dat de huisvestingsmarkt tekortschiet. Dat moet worden aangepakt door de randvoorwaarden te verbeteren, zoals gegevens en coördinatie, goedkeuringsprocedures en regels voor ruimtelijke ordening, vast te leggen dat huisvesting een grondrecht is, voldoende financiële middelen te verstrekken, de “huisvesting eerst”-aanpak te volgen voor daklozen en meer aandacht te besteden aan duurzaamheid en aan de behoeften van jongeren. (mp)

Door Thomas Kattnig

Stijgende huurprijzen, exorbitante vastgoedprijzen en lonen die geen gelijke tred houden met de inflatie maken dat huisvesting onbetaalbaar wordt voor een steeds groter wordende groep mensen. De huisvestingscrisis in de EU is een realiteit

en leidt tot hogere gezondheidszorgkosten, productiviteitsverlies en milieuschade. Ook de economische impact als gevolg van de verminderde koopkracht is niet min.

Door Thomas Kattnig

Stijgende huurprijzen, exorbitante vastgoedprijzen en lonen die geen gelijke tred houden met de inflatie maken dat huisvesting onbetaalbaar wordt voor een steeds groter wordende groep mensen. De huisvestingscrisis in de EU is een realiteit

en leidt tot hogere gezondheidszorgkosten, productiviteitsverlies en milieuschade. Ook de economische impact als gevolg van de verminderde koopkracht is niet min.

Als spreekbuis van het maatschappelijk middenveld is het EESC van mening dat er dringend actie moet worden ondernomen om het marktfalen in de huisvestingsector te bestrijden. Daarom roepen wij de Commissie op samen te werken met het Parlement, de lidstaten en het maatschappelijk middenveld om een alomvattend pakket EU-maatregelen uit te werken waarin de randvoorwaarden en het recht op huisvesting worden vastgelegd, in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten en het Handvest van de grondrechten.

Wij zijn dan ook ingenomen met de benoeming van een commissaris voor Energie en Huisvesting en met de aankondiging dat binnen de komende 100 dagen een Europees plan voor betaalbare huisvesting zal worden ingediend. We hebben onder andere een EU-breed transparantieregister voor vastgoedtransacties nodig, meer gestroomlijnde coördinatie, efficiëntere vergunningsprocedures, betere ruimtelijke ordening, betaalbare grond voor sociale huisvesting, meer investeringen in renovatie en klimaatvriendelijke bouw en het “huisvesting eerst”-programma om daklozen weer veiligheid en vooruitzichten te bieden. We roepen op om huisvesting te erkennen als een grondrecht en niet als handelswaar, door het in het primaire recht van de EU te verankeren.

Tegelijkertijd zijn wij het eens met de stelling in het verslag-Letta dat de toegang tot sociale huisvesting ruimer moet worden gedefinieerd in de regels voor staatssteun.

Het EESC pleit ook voor een aanzienlijke verhoging van de financiële steun voor sociale huisvesting. Ten eerste moeten overheidsinvesteringen in sociale huisvesting worden uitgesloten van de schuldregels van het stabiliteits- en groeipact. Ten tweede zouden projectontwikkelaars zonder winstoogmerk, coöperaties en gemeenten renteloze langetermijnleningen moeten kunnen krijgen via het geplande investeringsplatform of rechtstreeks van de Europese Investeringsbank.

Kortetermijnverhuur, een probleem in veel grote Europese steden, vermindert het aantal beschikbare woningen nog verder. Om dit fenomeen aan te pakken, hebben we op EU-niveau een toolkit nodig met verschillende instrumenten, zoals belastingen op leegstaande woningen en huurplafonds, zodat de lidstaten passende maatregelen kunnen nemen.

Er moet ook speciale aandacht worden besteed aan a) het voldoen aan de huisvestingsbehoeften van jongeren door middel van gerichte programma’s zoals Eerst woningen voor jongeren (HF4Y) en b) het opnemen van mensen met een handicap.

Om ervoor te zorgen dat huisvesting niet alleen betaalbaar, maar ook duurzaam is, moeten renovaties voorrang krijgen op nieuwbouw. Om dergelijke renovaties mogelijk te maken, pleiten we voor een combinatie van verplichte en ondersteunende maatregelen zodat eerlijke klimaatmaatactie kan worden ondernomen. Er zijn financieringsinstrumenten nodig zodat alle burgers, ongeacht hun financiële situatie, thermische en energierenovaties kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd moeten er verplichtingen komen voor eigenaars van onroerend goed, met name verhuurders, om huurders te beschermen tegen buitensporige verhogingen van de huur als gevolg van het feit dat verhuurders hun kosten doorberekenen aan huurders.

Tot slot benadrukken we dat de huisvestingscrisis niet alleen een negatief effect heeft op de levenskwaliteit van de Europese burgers, maar ook de goede werking van de interne markt van de EU in het gedrang brengt. Daarom is er een EU-huisvestingsstrategie nodig om het woningaanbod te vergroten, maatregelen in te voeren om de bouwkosten te verlagen, de beroepsbevolking bij te scholen, de productiviteit te verhogen en de milieuprestaties van de bouwsector te verbeteren.

Het EESC dringt aan op een eerlijke en inclusieve transitie naar een klimaatneutrale EU. In een recent  advies benadrukt het EESC dat er gecoördineerde inspanningen nodig zijn om te garanderen dat bij het nastreven van ambitieuze klimaatdoelstellingen niemand wordt achtergelaten. Deze aanbevelingen sluiten aan bij de prioriteiten van de Europese Commissie voor 2024-2029: banen, vaardigheden, maatschappelijk welzijn en het aanpakken van regionale verschillen.

Het EESC dringt aan op een eerlijke en inclusieve transitie naar een klimaatneutrale EU. In een recent  advies benadrukt het EESC dat er gecoördineerde inspanningen nodig zijn om te garanderen dat bij het nastreven van ambitieuze klimaatdoelstellingen niemand wordt achtergelaten. Deze aanbevelingen sluiten aan bij de prioriteiten van de Europese Commissie voor 2024-2029: banen, vaardigheden, maatschappelijk welzijn en het aanpakken van regionale verschillen.

Het EESC pleit voor een alomvattend beleidspakket voor een rechtvaardige transitie dat de lidstaten flexibiliteit biedt om hun eigen specifieke omstandigheden in aanmerking te nemen. Het EESC beschouwt de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen als essentiële instrumenten en stelt ook voor om tekorten aan vakmensen in kaart te brengen, inclusieve opleidingsprogramma’s alsook transparante plannen voor de transitie van bedrijven te ontwikkelen, werknemers meer te raadplegen en beginselen inzake een rechtvaardige transitie te integreren in EU-kaders zoals de Europese pijler van sociale rechten.

“De rechtvaardige transitie zou volgens ons op faire, veerkrachtige en duurzame wijze het pad moeten effenen voor een groenere, inclusievere toekomst,” aldus Dirk Bergrath, rapporteur voor het advies.

Wil Europa zijn klimaatdoelen halen (75 % minder uitstoot in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050), dan is een rechtvaardig beleid op alle terreinen geboden, aldus het EESC in het advies. Om het maatschappelijk draagvlak te behouden en de Europese Green Deal te doen slagen is het van essentieel belang dat prioriteit wordt gegeven aan fatsoenlijk werk, sociale inclusie en armoedebestrijding.

Voorts dringt het EESC aan op gerichte steun voor regio’s die door de groene transitie onevenredig zwaar worden getroffen. Zeer belangrijk is ook dat er een inventarisatie wordt gemaakt van regionale behoeften en sectorale transities. Daarbij moet het waarnemingscentrum voor een rechtvaardige transitie de vooruitgang monitoren en ervoor zorgen dat geen enkele gemeenschap over het hoofd wordt gezien.

Om te voorkomen dat de financiering tekortschiet, is het absoluut zaak om het Fonds voor een rechtvaardige transitie uit te breiden, particuliere investeringen aan te trekken en de financiële instrumenten van de EU op elkaar af te stemmen. Sociale en milieuvoorwaarden moeten waarborgen dat middelen billijk worden toegewezen, met speciale aandacht voor opleiding en bescherming van kwetsbare groepen. (ks) 

Het 9e Europees Migratieforum (EMF), dat werd georganiseerd door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie, besteedde met name aandacht aan de vraag hoe het maatschappelijk middenveld een sleutelrol kan spelen bij de komende uitvoering van het migratie- en asielpact, en belichtte daarbij het werk dat de maatschappelijke organisaties in het veld verrichten.

Het 9e Europees Migratieforum (EMF), dat werd georganiseerd door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie, besteedde met name aandacht aan de vraag hoe het maatschappelijk middenveld een sleutelrol kan spelen bij de komende uitvoering van het migratie- en asielpact, en belichtte daarbij het werk dat de maatschappelijke organisaties in het veld verrichten.

Het Europees Migratieforum, dat eind november in Brussel werd gehouden, richtte de schijnwerper op het migratie- en asielpact dat in juni 2024 in werking is getreden. De deelnemers bogen zich over de komende tenuitvoerlegging van het pact en gingen na hoe het maatschappelijk middenveld kan helpen het pact te ondersteunen en op humane wijze toe te passen. Daarnaast werd dieper ingegaan op het nieuwe permanente solidariteitsmechanisme, dat asiel- en terugkeerprocedures, adequate opvangvoorzieningen en het actieplan inzake integratie en inclusie 2021-2027 beter op elkaar afstemt.

Ylva Johansson, aftredend Europees commissaris voor Binnenlandse Zaken, tijdens de openingssessie: “Het doet mij plezier dat het een van mijn laatste publieke taken als commissaris is om te spreken op het Europees Migratieforum, een cruciaal platform dat maatschappelijke organisaties, EU-lidstaten en beleidsmakers helpt de uitdagingen op het gebied van migratiebeheer aan te gaan en tegelijk de kansen in dat verband te grijpen. Onze discussies door de jaren heen zijn altijd inspirerend geweest. Samen kunnen we sterkere, veerkrachtigere gemeenschappen opbouwen, onze waarden hoog houden en ervoor zorgen dat Europa een toevluchtsoord en een plek van mogelijkheden blijft.”

EESC-voorzitter Oliver Röpke bedankte commissaris Johansson voor haar inspanningen om het migratiebeleid van de EU te hervormen. “We moeten ervoor zorgen dat het migratiepact op de meest humane en duurzame manier wordt uitgevoerd en de enige manier waarop we dat kunnen doen is door ons oor te luisteren te leggen bij de maatschappelijke organisaties in het veld. Dat het pact is goedgekeurd betekent niet dat we op onze lauweren kunnen rusten – je zou zelfs kunnen zeggen dat het echte werk nu pas begint,” zo waarschuwde Röpke.

Het Europees Migratieforum werd in 2015 opgericht als platform voor dialoog tussen het maatschappelijk middenveld, instellingen en overheden over kwesties in verband met migratie en de integratie van onderdanen van derde landen. Het komt één keer per jaar bijeen om de laatste beleidsontwikkelingen te bespreken en informatie te verzamelen en uit te wisselen over de manier waarop Europees beleid wordt uitgevoerd op regionaal, lokaal en basisniveau.

Elk jaar richt het forum zich op een ander thema, dat wordt gekozen op basis van de inbreng van maatschappelijke organisaties tijdens raadplegingen in de maanden voorafgaand aan het evenement. Tot nog toe zijn onderwerpen behandeld als veilige migratieroutes, de toegang van migranten tot rechten en diensten en tot de EU, een meer inclusieve Europese arbeidsmarkt voor migranten en de rol van jongeren.

Het EESC heeft al een aantal belangrijke adviezen uitgebracht over grote thema’s in verband met migratie en asiel, onder meer over de ontwikkeling van het migratie- en asielpact, over de verordening asiel- en migratiebeheer, over het Pakket veiligheidsunie / Schengenpakket, en over het actieplan inzake integratie en inclusie 2021-2027. Ook heeft het EESC in 2019 een permanente groep Immigratie en integratie opgezet, die bijdraagt aan de concrete invulling van de rol van het EESC als bemiddelaar tussen het maatschappelijk middenveld en de EU-instellingen op het gebied van migratievraagstukken, en zich tegelijkertijd inzet voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees immigratie- en integratiebeleid. (lm)

De EU kampt met een ernstige huisvestingscrisis als gevolg van stijgende huurprijzen, exorbitante vastgoedprijzen en lonen die geen gelijke tred houden met de inflatie.  Om het falen van de markt in de huisvestingssector aan te pakken, dringt het EESC aan op meer actie en pleit het voor een krachtdadige EU-huisvestingsstrategie, schrijft Thomas Kattnig, rapporteur van het EESC-advies Fatsoenlijke, duurzame en betaalbare sociale huisvesting in de EU.

De EU kampt met een ernstige huisvestingscrisis als gevolg van stijgende huurprijzen, exorbitante vastgoedprijzen en lonen die geen gelijke tred houden met de inflatie.  Om het falen van de markt in de huisvestingssector aan te pakken, dringt het EESC aan op meer actie en pleit het voor een krachtdadige EU-huisvestingsstrategie, schrijft Thomas Kattnig, rapporteur van het EESC-advies Fatsoenlijke, duurzame en betaalbare sociale huisvesting in de EU.

De Europese dag van de consument 2024 stond in het teken van De waterproblematiek: Wat denkt de consument - Vaart zetten achter de Blue Deal van de EU. De deelnemers beklemtoonden dat duurzaam waterbeheer, betere infrastructuur en consumentenvoorlichting noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat water betaalbaar blijft voor alle Europeanen.

De Europese dag van de consument 2024 stond in het teken van De waterproblematiek: Wat denkt de consument - Vaart zetten achter de Blue Deal van de EU. De deelnemers beklemtoonden dat duurzaam waterbeheer, betere infrastructuur en consumentenvoorlichting noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat water betaalbaar blijft voor alle Europeanen.

Tijdens de Europese dag van de consument, die op 9 december werd georganiseerd door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), werd erop gewezen dat de prijs van water tegen 2030 naar verwachting met 25 % zal stijgen, wat betekent dat de EU meer dan 250 miljard euro zal moeten investeren om tegemoet te komen aan de Europese behoeften op het gebied van water en om een samenleving op te bouwen waarin iedereen toegang heeft tot schoon en betaalbaar water.

Water wordt een schaarse hulpbron, zelfs in Europa: maar liefst 30 % van de Europeanen krijgt minstens één keer per jaar te maken met waterstress. Dat betekent dat consumenten, die water over het algemeen nog steeds zien als een consumptiegoed waarvan zij onbeperkt gebruik kunnen maken, hun gedrag zullen moeten aanpassen en efficiënter zullen moeten omgaan met de watervoorraden; zo moeten zij zich niet alleen bewuster worden van hun watervoetafdruk maar moeten zij ook slimme waterbesparende technologieën gaan gebruiken.

Maar ook de grote vervuilers zullen diep in de buidel moeten tasten – het is niet de bedoeling dat zij de consumenten laten opdraaien voor hun verborgen kosten.

Er is 15 000 liter water nodig voor de productie van amper één kilo vlees, en 8 000 liter voor één spijkerbroek; het is dan ook niet meer dan logisch dat ook de grote watergebruikers (zoals de verwerkende industrie en met name de landbouw, die verantwoordelijk is voor 72 % van alle wateronttrekkingen) de kosten van hun milieu-impact dragen en investeren in betere productiefaciliteiten.

Water moet worden gezien als een fundamenteel onderdeel van de komende vlaggenschipinitiatieven van de Europese Commissie. We zouden graag zien dat de nieuwe watercoalitie snel van start gaat om de tenuitvoerlegging van de Europese Blue Deal vlotter te doen verlopen, en we werken momenteel aan de oprichting van het Blue Deal-stakeholdersplatform, zo zei Milena Angelova, rapporteur van het EESC-advies over Zuinig waterverbruik en consumenten bewust maken van hun watervoetafdruk. Angelova onderstreepte het belang van de Europese Blue Deal als een cruciaal initiatief van het EESC, de EU-instelling die een voortrekkersrol speelt op het gebied van water.

Gaetano Casale, directeur van het verbindingsbureau van het IHE DELFT Institute for Water Education, wees er in zijn toespraak op dat water in Europa nog steeds ondergewaardeerd wordt. Volgens hem is een duurzame benadering van water nu absoluut essentieel en moeten we ons beter bewust worden van de milieukosten, de uitdagingen van een groeiende wereldbevolking en de klimaatverandering.

“Ik hoop van harte dat we allemaal samen – burgers, overheden, agentschappen, wetenschappers, industrie en wetgevers – deze unieke kans zullen grijpen en op alle niveaus de nodige stappen zullen zetten om een van onze meest waardevolle hulpbronnen, namelijk water — in de bodem, in de zee en in de lucht — , toekomstbestendig te maken”, aldus Hildegard Bentele, schaduwrapporteur van het Europees Parlement voor de Kaderrichtlijn Water. (ll)

Het EESC heeft tijdens zijn zitting van 5 december in Brussel een debat gehouden om zowel de Internationale Dag van personen met een handicap als de Olympische geest te vieren. 

Het EESC heeft tijdens zijn zitting van 5 december in Brussel een debat gehouden om zowel de Internationale Dag van personen met een handicap als de Olympische geest te vieren. 

Het EESC vierde zowel de Internationale Dag van personen met een handicap als de Olympische geest door gasten uit de wereld van de Paralympische sport uit te nodigen, onder wie de Belgische Paralympische atleet en kampioen Joachim Gérard.

Bij de opening van de zitting zei EESC-voorzitter Oliver Röpke: “In dit debat wijzen we erop dat er snel iets gedaan moet worden aan de arbeidsparticipatiekloof waarmee personen met een handicap te maken hebben. Ondanks de bestaande rechtskaders hebben veel te veel mensen door hardnekkige obstakels geen toegang tot de arbeidsmarkt. Het EESC dringt aan op maatregelen om inclusieve werkplekken te creëren, systemische belemmeringen weg te nemen en gelijke kansen voor iedereen te waarborgen. Een echt inclusief Europa mag niemand aan zijn of haar lot overlaten.”

 

Joachim Gérard, een Belgische rolstoeltennisspeler en kampioen, vertelde de voltallige vergadering dat hij, toen hij met tennis begon, vaak op verbazing stuitte en zelfs protesten dat hij met zijn rolstoel “de baan kapot zou maken”. “De afgelopen 10 jaar is de situatie voor mensen met beperkte mobiliteit in de sportwereld enorm verbeterd. Door de Grand Slams, waarvan ik er wereldwijd een paar heb gespeeld, en de Paralympische Spelen heb ik het gevoel dat ik steeds meer als topsporter word geaccepteerd. Dus niet slechts als een Paralympische atleet, maar als een echte topsporter.”

Anne d’Ieteren, voorzitter van de Franstalige federatie voor gehandicaptensport (La Ligue Handisport Francophone), wees erop dat mensen met een handicap ondanks de grote successen van de Paralympische Spelen in hun dagelijks leven nog steeds met allerlei obstakels te maken hebben. “Een groot aantal sportfaciliteiten is nog altijd ontoegankelijk: ze hebben geen goede parkeerfaciliteiten of zijn slecht ontworpen. Dat mogen kleine problemen lijken, maar bij elkaar opgeteld kunnen ze ertoe leiden dat iemand niet meer kan of wil deelnemen.”

Aurel Laurenţiu Plosceanu, vicevoorzitter van het EESC belast met communicatie, heette Joachim Gérard en Anne d’DIeteren welkom en zei dat “hun aanwezigheid en staat van dienst ons eraan herinneren hoe inspirerend grootse atletische prestaties kunnen zijn voor ons allemaal wanneer we alles uit onze mogelijkheden proberen te halen. Ook blijkt eruit hoe belangrijk de rol is van personen met een handicap in onze samenleving en in het bijzonder in de sportwereld.”

Christophe Lefèvre, voorzitter van de permanente groep Rechten van personen met een handicap van het EESC, pleitte voor een EU-toegankelijkheidsmechanisme met indicatoren voor onder meer duurzame huisvesting, sport, justitie en onderwijs, waaraan Pietro Vittorio Barbieri (lid van de permanente groep) toevoegde dat “het van essentieel belang is dat alle mensen met een handicap die in Europa wonen toegang hebben tot sport en onderwijs, zodat we allemaal dezelfde voorrechten genieten in de samenleving”. (lm)

Op 13 december 2024 hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), het Europees Fonds voor Democratie (EFD) en de Persclub Belarus een gezamenlijk seminar gehouden over de rol van de Belarussische onafhankelijke media bij de bevordering van een veerkrachtige en democratische samenleving. Aangezien de Belarussische onafhankelijke media de enige informatiebron voor de plaatselijke bevolking zijn, moeten zij financieel worden gesteund en moeten er partnerschappen met westerse media worden opgezet om de situatie in Belarus hoog op de internationale nieuwsagenda te houden.

 

Op 13 december 2024 hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), het Europees Fonds voor Democratie (EFD) en de Persclub Belarus een gezamenlijk seminar gehouden over de rol van de Belarussische onafhankelijke media bij de bevordering van een veerkrachtige en democratische samenleving. Aangezien de Belarussische onafhankelijke media de enige informatiebron voor de plaatselijke bevolking zijn, moeten zij financieel worden gesteund en moeten er partnerschappen met westerse media worden opgezet om de situatie in Belarus hoog op de internationale nieuwsagenda te houden.

 

Het EESC heeft met zijn deelname aan de “Belarus Days”, die van 9 t/m 13 december 2024 werden georganiseerd door de Europese Dienst voor extern optreden en het directoraat-generaal Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen van de Europese Commissie, blijk gegeven van zijn onwrikbare inzet voor een democratisch Belarus dat de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting eerbiedigt.

Bij de opening van het evenement zei EESC-voorzitter Oliver Röpke: “Onafhankelijke media vormen de ruggengraat van een vrije en democratische samenleving. Vandaag, ter gelegenheid van de Belarus Days, bevestigen wij onze solidariteit met het Belarussische volk en hun moedige strijd tegen desinformatie en onderdrukking.”

Jerzy Pomianowski, uitvoerend directeur van het EFD, zei: “De uitslag van de verkiezingen van 26 januari ligt nu al vast, en het regime zal proberen de bladzijde om te slaan, zichzelf op het internationale toneel te legitimeren en de onderdrukking van het volk te vergoelijken. De onafhankelijke Belarussische media lijken er echter in geslaagd het publiek te mobiliseren”.

Hanna Liubakova, een freelance journalist in ballingschap die bij verstek tot 10 jaar gevangenisstraf is veroordeeld op basis van vier strafrechtelijke aanklachten, toonde zich verheugd dat de Belarussische bevolking op de hoogte wil blijven via onafhankelijke media, en benadrukte dat 50 % van het verkeer naar Belarussische websites die buiten het land worden beheerd, vanuit het land zelf afkomstig is. Zij bevestigde dat wel 90 % van de gebruikers van sociale media zich in Belarus bevindt. “Onafhankelijke media in Belarus zijn het beste antidotum tegen de propaganda van Loekasjenko en het Kremlin”, voegde ze eraan toe.

Natalia Belikova, die werkzaam is bij de Persclub Belarus, verklaarde dat de nieuwe regeringspropaganda bedoeld is om de publieke perceptie van verkiezingen te veranderen, en zo te proberen mensen te verenigen en aan te moedigen om hun patriottisme te tonen. “Met dit soort tactieken proberen zij de perceptie van de hele bevolking over wat democratie is te veranderen”, aldus Natalia Belikova.

Het seminar werd afgesloten met de vertoning van de speelfilm Under the Grey Sky, geïnspireerd op het waargebeurde verhaal van Katsyaryna Andreeva, een journalist die gevangen zit, in aanwezigheid van de regisseur van de film, Mara Tamkovich. (mt)

Tijdens zijn zitting van december 2024 organiseerde het EESC een debat over democratie in Afrika met vertegenwoordigers van de Economische en Culturele Raad (ECOSOCC) van de Afrikaanse Unie (AU). Beide partijen waren het erover eens dat het maatschappelijk middenveld de drijvende kracht is achter een succesvol partnerschap tussen de EU en Afrika dat gebaseerd is op gelijkheid en de civiele en sociale dialoog bevordert.

Tijdens zijn zitting van december 2024 organiseerde het EESC een debat over democratie in Afrika met vertegenwoordigers van de Economische en Culturele Raad (ECOSOCC) van de Afrikaanse Unie (AU). Beide partijen waren het erover eens dat het maatschappelijk middenveld de drijvende kracht is achter een succesvol partnerschap tussen de EU en Afrika dat gebaseerd is op gelijkheid en de civiele en sociale dialoog bevordert.

Tijdens het plenaire debat, waarin ook het advies “Democratie in Afrika: huidige situatie en toekomstperspectieven – Welke rol kan het EESC spelen?” ter tafel kwam, herhaalde het EESC dat het vastbesloten is om de strategische banden met de Afrikaanse Unie aan te halen en voorstander is van een gezamenlijk initiatief ter bevordering van de democratische waarden, een inclusieve dialoog en duurzame ontwikkeling. Vorig jaar ondertekenden het EESC en de ECOSCOCC van de Afrikaanse Unie hiertoe een memorandum van overeenstemming.

Kyeretwie Osei, hoofd Programma’s bij de ECOSOCC van de Afrikaanse Unie, verklaarde in zijn toespraak namens de voorzitter van de ECOSOCC, Khalid Boudali: “Wij hebben een belangrijke taak op het gebied van institutionele opbouw om democratische instellingen op het hele continent te verankeren, zodat we een goede bestuurscultuur tot stand kunnen brengen door het terugdringen en uitbannen van corruptie en het creëren van ruimte voor burgerinitiatieven, onder andere. Het maatschappelijk middenveld speelt hierin een centrale rol.”

De voorzitter van het EESC, Oliver Röpke, onderstreepte dat samenwerking met de ECOSOCC van de Afrikaanse Unie van groot belang is als het gaat om het bevorderen van de rol van het maatschappelijk middenveld in Afrika. “Het maatschappelijk middenveld moet betrokken worden bij de besluitvorming en bij het aanpakken van andere uitdagingen, zoals klimaatverandering, duurzame ontwikkeling en migratie.”

In zijn advies gaat het EESC in op deze uitdagingen en verklaart het dat het samen met de erkende vertegenwoordigers van het Afrikaanse maatschappelijk middenveld kan bijdragen aan de bevordering van democratische waarden, de verdediging van de mensenrechten en de bescherming van democratische regimes in Afrika. 

Carlos Trindade, EESC-lid en rapporteur voor het advies, wees erop dat de Europese aanpak van de ontwikkeling van de democratie in Afrika gebaseerd moet zijn op een relatie tussen gelijken, waarbij rekening wordt gehouden met de complexiteit van het continent in termen van economische ontwikkeling, diversiteit en geopolitieke belangen.

Sifa Chiyoge Buchekabiri, regionaal directeur en CEO van de International Cooperative Alliance-Africa (ICA-Afrika), sprak over het belang van empowerment van vrouwen in Afrika. “Empowerment van vrouwen is cruciaal, omdat vrouwen vaak de ruggengraat van hun huishouden zijn. Door vrouwen mondiger te maken helpen we dus niet alleen individuen, maar ook hele gemeenschappen.”