European Economic
and Social Committee
Uitbreiding: het krachtigste en succesvolste beleidsinstrument van de EU
Door Pat Cox
Onze speciale gast Pat Cox, voormalig voorzitter van het Europees Parlement, kijkt terug op de grootschalige uitbreiding van 20 jaar geleden als een tijdperk van ongekende hoop, toen Europa eindelijk weer kon ademen met beide longen: Oost en West. Terwijl Poetin zijn mythe van een Slavisch broederschap verkondigt — een geluid dat wordt overstemd door het inslaan van ballistische raketten — blijft de EU een vrijwillige unie van vrije en soevereine volkeren, gebaseerd op eerbiediging van de mensenrechten, gelijkheid en de rechtsstaat als kernwaarden.
Het evenement dat op 1 mei 2004 in Dublin door het Ierse voorzitterschap van de Raad van de EU werd georganiseerd en de welkomstceremonie die op 3 mei 2004 in het Europees Parlement in Straatsburg plaatsvond, waren voor mij politieke, maar ook emotionele hoogtepunten: het waren dagen van ongekende positiviteit en hoop, dagen die in het teken stonden van thuiskomst en hereniging, dagen waarin Europa vierde dat het weer met beide longen kon ademen: Oost en West. In Dublin las Seamus Heaney zijn gedicht Beacons in Bealtaine voor, waarin hij uiting gaf aan het onderliggende optimisme over deze historische uitbreiding: “Move lips, move minds and make new meanings flare”. In Straatsburg werden de tien nationale vlaggen van de nieuwe lidstaten gehesen op enorme vlaggenstokken die als geschenk van Polen gemaakt waren in de scheepswerven van Gdańsk. De reis van de vlaggenstokken naar Straatsburg vormde een symbolische herinnering aan de reis van communisme naar vrijheid, verpersoonlijkt door de aanwezigheid van Lech Wałęsa.
Uiteraard vormde het evenement voor iedereen het hoogtepunt van een complex proces waaraan door beide zijden jarenlang was gewerkt. Nu de finish van deze voor alle betrokkenen politieke en procedurele marathon was bereikt, was er niet alleen sprake van vreugde, maar ook van opluchting.
Ik ben van mening dat uitbreiding de afgelopen vijftig jaar misschien wel het meest krachtige, transformerende en succesvolle beleidsinstrument van de EU is geweest. Mijn eigen land, Ierland, trad toe bij de eerste uitbreiding op 1 januari 1973, als armste staat/regio van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap. De toegang tot een grote markt, samen met de Europese solidariteit via regionale en latere cohesiesteun in de eerste decennia van het Ierse lidmaatschap, hogere normen op het gebied van gendergelijkheid en milieubeleid, ondersteuning van het vredesproces in Noord-Ierland en erkenning van de unieke uitdagingen als gevolg van de brexit voor Ierland, de enige EU-lidstaat die een landgrens met het VK deelt: dit alles heeft bijzonder positieve ervaringen en resultaten opgeleverd. Het liep niet allemaal van een leien dakje, vooral niet tijdens de crisis in de eurozone, maar onder de streep valt de balans overduidelijk positief uit.
Hoewel ik het besluit van het VK om de Unie te verlaten zowel respecteer als betreur, is één ding wel duidelijk aangetoond: de EU is een vrijwillige Unie van vrije en soevereine volkeren — vrij om toe te treden, vrij om te verlaten. Hoe groot is niet het contrast met de neo-imperiale oorlog tegen Oekraïne waarvoor Poetin heeft gekozen, een oorlog waarin zijn mythe van het Slavische broederschap dagelijks wordt verkondigd door geweerschoten en inslaande ballistische raketten en dodelijke drones.
De toetreding van Griekenland, Portugal en Spanje heeft niet alleen tot een hogere levensstandaard en levenskwaliteit in deze landen geleid, maar heeft deze voormalige dictaturen ook geholpen als succesvolle democratieën te verrijzen.
De grootschalige uitbreiding van 20 jaar geleden leverde een spectaculaire groei op in de nieuwe lidstaten, met name in Midden- en Oost-Europa, door een krachtige toename van investeringen, handel en Europese solidariteit. Gemiddeld steeg hun bbp per hoofd van de bevolking, gecorrigeerd voor inflatie en valuta, in die afgelopen 20 jaar van nog niet de helft van het EU-gemiddelde tot driekwart van een — steeds hoger — EU-gemiddelde. Zo is het bbp per hoofd van de bevolking in Litouwen verdrievoudigd. De gezondheid is verbeterd, net als het onderwijs, waardoor zowel de levenskwaliteit als de levensstandaard erop vooruit zijn gegaan. De landbouwproductie in de regio is verdubbeld. De uitbreiding heeft dus, net als alle vorige uitbreidingen, gunstig uitgepakt voor zowel de toetredende landen als de EU. Ik sta dan ook optimistisch tegenover uitbreiding, maar ik ben daarbij niet naïef.
We hebben het de afgelopen jaren in Polen gezien en kunnen het nog steeds zien in Hongarije: met het loslaten van de EU-normen op het gebied van de rechtsstaat, mediavrijheid of eerbiediging van de rechten van minderheden blijkt dat men de EU aanhangt als vehikel voor welvaart, maar afwijst als gemeenschap van gedeelde waarden. De premier van Hongarije heeft trots verklaard dat zijn land een illiberale democratie is. Artikel 2 VEU mag dan wellicht enige ruimte voor interpretatie bieden, het is uiteraard geen handvest voor een illiberale democratie. (“De waarden die ten grondslag liggen aan de Europese Unie zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen.”)
Dit maakte deel uit van het akkoord over het EU-lidmaatschap, is vastgelegd in alle toetredingsverdragen en werd door alle toetredende staten goedgekeurd. De formule “jullie waarden hoeven we niet, maar jullie geld wel” is geen duurzame basis voor wederzijds respect. Dat kunnen de huidige kandidaat-lidstaten op hun weg naar het EU-lidmaatschap maar beter meekrijgen. Ik verwacht dat de criteria van Kopenhagen bij toekomstige onderhandelingen een meer fundamentele rol zullen spelen, mogelijk met clausules in de toetredingsverdragen om de EU in staat te stellen rechten en waarden robuuster te verdedigen wanneer ervan wordt afgestapt. De EU is méér dan alleen een markt en materiële vooruitgang is weliswaar wenselijk, maar is niet de enige of zelfs essentiële reden waarom de EU bestaat.
Dit alles neemt niet weg dat het uitbreidingsproces tot nu toe voor alle betrokkenen in wezen positief is geweest en we er ook positief tegenover moeten staan. De kandidaat-lidstaten zullen ingrijpende transformaties moeten ondergaan, elk in hun eigen tempo. Ook de EU heeft huiswerk te doen wat betreft haar besluitvormingsproces, haar begrotingscapaciteit om nieuwe lidstaten op te nemen, en de pretoetredingssteun. Nadat de status van kandidaat-lidstaat is toegekend en de screening is doorlopen is eenparigheid van stemmen van de Raad vereist voor de onderhandelingskaders, voor het openen en afsluiten van de onderhandelingen over ieder afzonderlijk hoofdstuk en voor de eventuele toetredingsverdragen. Niets van dit alles is eenvoudig of gemakkelijk. Hopelijk zullen alle lidstaten laten zien dat zij de plicht tot “loyale samenwerking” respecteren en elkaar steunen bij de vervulling van de taken die uit de Verdragen voortvloeien (artikel 4, lid 3, VEU).
Oekraïne is qua complexiteit een geval apart vanwege zijn omvang, het relatieve aandeel van de landbouw in het bbp vergeleken met het EU-gemiddelde en zijn relatieve armoede in termen van bbp per hoofd van de bevolking, en natuurlijk vanwege de oorlog en de verwoestende gevolgen daarvan. De onderhandelingen kunnen van start gaan. Oekraïne is al op weg naar integratie door middel van zijn associatieovereenkomst en diepe en brede vrijhandelsovereenkomst met de EU. Deze zouden mettertijd geleidelijk kunnen worden uitgebouwd, maar uiteindelijk zullen een definitieve territoriale oplossing en stabiele vrede — waarbij het EU-lidmaatschap een rol kan spelen — een essentiële voorwaarde zijn voor toetreding. Er moet stabiliteit in plaats van chaos aan de oostzijde van de EU komen en het is uiteindelijk zowel in collectief belang als in het belang van Oekraïne dat Oekraïne omarmd wordt.
Pat Cox, voorzitter van het Europees Parlement van 2002 tot 2004
Pat Cox is een Ierse politicus en journalist. Van 2002 tot 2004 was hij voorzitter van het Europees Parlement en voorzitter van de European Movement International (2005-2011). Hij staat sinds 2015 aan het roer van de Jean Monnet Foundation for Europe. Hij is ook Europees coördinator voor de kernnetwerkcorridor Scandinavië-Middellandse Zee (TEN-T) en leider van de missie van het Europees Parlement ter beoordeling en uitvoering van de behoeften aan parlementaire hervorming van de Verkchovna Rada in Oekraïne. In het begin van zijn carrière presenteerde hij een actualiteitenprogramma voor RTE in Dublin. In 2004 won Cox de Internationale Karelsprijs van Aken voor zijn parlementaire inzet voor de uitbreiding van de Europese Unie.