European Economic
and Social Committee
Gendergelijkheid: Europa heeft al veel gedaan, maar nog niet genoeg
Door Maria Nikolopoulou
In de aanloop naar de Internationale Vrouwendag en de 69e zitting van de Commissie voor de Status van de Vrouw (UNCSW69) in New York, is het een goed moment om na te denken over wat er is bereikt op het gebied van gendergelijkheid en om deze vorderingen te evalueren. De blik moet ook op de toekomst worden gericht, zodat we verder kunnen gaan op de ingeslagen weg.
Wat het wettelijke kader betreft, zijn er verbeteringen merkbaar. Er zijn meer vrouwen actief op de arbeidsmarkt, ze verdienen meer, ze behalen een hoger opleidingsniveau, zijn beter vertegenwoordigd in de politiek en bekleden meer leidinggevende posities. Maar er zijn grote verschillen tussen de lidstaten. In sommige landen gaat het allemaal wat langzamer.
Zolang structurele ongelijkheden en genderstereotypen blijven bestaan en vrouwenrechten worden beknot, zullen vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in het publieke domein, in de politiek en in het STEM-onderwijs, zullen ze kwetsbaar zijn voor online en offline geweld en zullen ze geen toegang hebben tot middelen en kapitaal om ondernemer te kunnen worden. Ze zullen ook kwetsbaarder zijn voor (tijd)armoede en het zal te lang duren voor de loon- en pensioenkloof gedicht is.
Voor verdere vooruitgang draait alles om opleiding, financiering en inzet. We hebben middelen nodig om vrouwen met de juiste vaardigheden uit te rusten voor de rechtvaardige digitale en groene transitie, om nationale actieplannen te financieren die geweld tegen vrouwen bestrijden en training aan te bieden aan al het personeel dat met overlevenden van geweld werkt.
We moeten ondernemerschapsprojecten financieren en betaalbare, toegankelijke en hoogwaardige kinderopvang en ouderenzorg organiseren om de last van onbetaalde zorgtaken van de schouders van vrouwen te halen. Daarnaast moeten we ons sterk inzetten voor het creëren van veilige ruimten, meer vrouwen betrekken bij gemeenteraden, nationale parlementen en het Europees Parlement, en ervoor zorgen dat zij actief deelnemen aan geweldloze conflictoplossing en vredesopbouw. Bij al deze inspanningen moet genderinclusiviteit worden bevorderd.
Bovendien zou een brede Europese strategie voor de Agenda 2030 helpen om gendergelijkheid veel sneller centraal te stellen in het beleid. De duurzameontwikkelingsdoelstellingen moeten als een geheel worden benaderd, niet afzonderlijk.
De EU doet het “goed”. Maar “goed” is niet goed genoeg voor de mannen, vrouwen en meisjes in de EU die de komende jaren strijd moeten leveren om echte gendergelijkheid te bereiken. Het is de taak van het maatschappelijk middenveld om de druk op beleidsmakers op te voeren, zodat er snel vooruitgang wordt geboekt.