Door Antoine Fobe

De Europese verkiezingen staan voor de deur. Wij van de Europese blindenvereniging zeggen tegen onze leden: ga stemmen, hoe moeilijk dat ook nog altijd mag zijn. En laat je leiden door de aandacht die de kandidaten en partijen besteden aan inclusie en aan de uitvoering van het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap. Mensen met een visuele beperking moeten hun verwachtingen kenbaar maken.

Door Antoine Fobe

De Europese verkiezingen staan voor de deur. Wij van de Europese blindenvereniging zeggen tegen onze leden: ga stemmen, hoe moeilijk dat ook nog altijd mag zijn. En laat je leiden door de aandacht die de kandidaten en partijen besteden aan inclusie en aan de uitvoering van het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap. Mensen met een visuele beperking moeten hun verwachtingen kenbaar maken.

De Europese blindenvereniging is de spreekbuis van blinden en slechtzienden in Europa. Wij zetten ons in voor een toegankelijke en inclusieve samenleving die mensen met een visuele beperking gelijke kansen biedt, zodat zij volledig kunnen deelnemen aan alle aspecten van het leven. Politieke participatie is uiteraard van cruciaal belang, omdat burgers met een visuele beperking via hun stem en politieke activiteiten beleid en wetgeving kunnen bevorderen waarin rekening wordt gehouden met handicaps.

Nu de Europese verkiezingen van 2024 steeds dichterbij komen, is de deelname van mensen met een handicap, als kiezers en als kandidaten, een belangrijk en actueel thema.

Volgens een rapport uit 2019 van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) konden bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) ongeveer 400 000 mensen met een handicap hun stemrecht niet uitoefenen. Minder dan 5 % van de EP-leden heeft een handicap.

In onze verklaring over de aanstaande verkiezingen voor het Europees Parlement herhalen we onze oproep om normen vast te stellen voor toegankelijk stemmen (stemprocedures), verkiezingsinformatie (campagnefaciliteiten en -materiaal, verkiezingsdebatten, partijprogramma’s en websites), procedures na de verkiezingen (bijv. klachtenmechanismen) en voor gelijke rechten om zich verkiesbaar te stellen.

We richten ons op de verkiezingen voor het Europees Parlement, omdat de Europese Unie bevoegd is voor de Europese verkiezingen als onderdeel van het Europees burgerschap. Op de gebieden waar de EU bevoegdheid heeft, kan zij gelijke rechten voor mensen met een handicap garanderen. Aangezien de organisatie van verkiezingen de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijft, zouden goede praktijken op EU-niveau automatisch een “overloopeffect” hebben op alle andere verkiezingen.

Helaas is het nu te laat om de verkiezingen voor het Europees Parlement tot voorbeeld te maken. Dat is niet te wijten aan een gebrek aan belangstelling van het EP zelf, integendeel. In mei 2022 stelde het EP een hervorming van de EU-kieswet voor met als doel mensen met een handicap het recht te geven om onafhankelijk en anoniem te stemmen en om vrij hun begeleiders te kiezen. Dit voorstel had ook betrekking op stemmen per brief en de toegankelijkheid van verkiezingscampagnes. Jammer genoeg heeft de Raad van de EU nog niet daarop gereageerd. 

De Europese blindenvereniging roept het volgende nieuw gekozen EP op om de komende vijf jaar druk te blijven uitoefenen op de Raad om de voorgestelde hervorming goed te keuren en tastbare vooruitgang te boeken voor de verkiezingen van 2029. We kunnen rekenen op de steun van het EESC, dat al in 2020 heeft opgeroepen tot een formeel wetgevingsinitiatief van het EP om ervoor te zorgen dat mensen met een handicap echt stemrecht krijgen bij de Europese verkiezingen. Ook de Europese Commissie staat achter ons. Afgelopen december heeft de Commissie een “Gids voor goede verkiezingspraktijken” gepubliceerd en momenteel werkt zij aan een compendium over elektronische stemprocedures en het gebruik van ICT bij verkiezingen. In beide documenten wordt ingegaan op toegankelijkheid.

 

Door Alena Mastantuono

Elk jaar hebben ruim tien miljoen patiënten in Europa baat bij nucleaire geneeskunde, die onder meer bij kanker, hart- en vaatziekten en neurovasculaire aandoeningen wordt ingezet om diagnoses te stellen en behandelingen uit te voeren.

Door Alena Mastantuono

Elk jaar hebben ruim tien miljoen patiënten in Europa baat bij nucleaire geneeskunde, die onder meer bij kanker, hart- en vaatziekten en neurovasculaire aandoeningen wordt ingezet om diagnoses te stellen en behandelingen uit te voeren.

Radiologische en nucleaire technologieën waarbij gebruik wordt gemaakt van radio-isotopen zijn essentieel in de strijd tegen kanker in alle stadia van de zorg: bij vroegtijdige opsporing, diagnose, behandeling en palliatieve zorg.

Steeds meer patiënten hebben baat heeft bij nucleaire geneeskunde, vooral dankzij wetenschappelijke doorbraken. Een aantal van de nieuwste radioligandtherapieën, zoals geneesmiddelen tegen endocriene en prostaatkankertumoren en uitzaaiingen hiervan, zijn door Europese onderzoekers en bedrijven ontwikkeld. Zo is lutetium-177 een veelbelovende radio-isotoop voor de behandeling van prostaatkanker, waaraan in Europa jaarlijks 90 000 mannen overlijden. In vergelijking met traditionele behandelingen worden kankercellen bij moderne radionuclidetherapie gerichter bestraald, met minder schadelijke gevolgen voor het lichaam. Tienduizenden patiënten zijn afhankelijk van gerichte radionuclidetherapie, vaak voor kanker, zonder dat een alternatieve behandeling voorhanden is.

De toeleveringsketen voor nucleaire geneeskunde, waarvan zij het eindpunt vormen, is echter zeer complex en omvat de winning, opslag, bestraling, verwerking, logistiek en toepassing van grondstoffen. Zodra de radio-isotopen zijn geproduceerd, moeten zij binnen relatief korte tijd worden verwerkt, verzonden en gebruikt. Sommige radio-isotopen moeten binnen een dag worden gebruikt, andere binnen enkele dagen, afhankelijk van hun halfwaardetijd. Ze zijn sterk aan verval onderhevig.

Vreemd genoeg wordt hier bij grensoverschrijdend vervoer en douaneprocedures geen rekening mee gehouden. Grensoverschrijdend vervoer stuit bijvoorbeeld op allerlei soorten oponthoud, waarbij garnalen soms voorrang krijgen boven radio-isotopen, terwijl die het leven van een patiënt moeten redden.

Daarom dringt het EESC in zijn advies over de levering van medische radio-isotopen aan op betere samenwerking tussen de lidstaten, zodat deze regelgevingsbelemmeringen worden weggenomen. In het advies wordt aandacht besteed aan alle segmenten van de toeleveringsketen van radio-isotopen in Europa en worden de belemmeringen voor grensoverschrijdende leveringen en de afhankelijkheden van derde landen in kaart gebracht. Ook worden oplossingen aangedragen voor ontbrekende infrastructuur in Europa en voor de behoefte aan gecoördineerde O&O-projecten.

In de aanbevelingen van het advies schaart het EESC zich achter de conclusies van de EU-top van april, waarin werd benadrukt dat de strategische afhankelijkheid van Europa in gevoelige sectoren zoals gezondheid en kritieke technologieën moet worden verminderd. Er stond ook in, net als in het verslag van Enrico Letta, dat moet worden ingezet op grensoverschrijdende dienstverlening en grensoverschrijdend verkeer van goederen, waaronder essentiële goederen zoals geneesmiddelen.

Europa moet zorgen voor productieprikkels om tot een grotere strategische autonomie bij de levering van radio-isotopen te komen. Hoewel Europa wereldleider is wat de levering van medische radio-isotopen betreft, leunt het in kritieke mate op de VS en Rusland voor de levering van metallisch hoogactief laagverrijkt uranium (HALEU) en van bepaalde verrijkte isotopen voor de productie van radio-isotopen.

De EU blijft sterk afhankelijk van Rusland voor de levering van stabiele isotopen voor de productie van bepaalde radio-isotopen van moderne of zich ontwikkelende moleculaire radiotherapieën, zoals yterbium-176 voor de productie van lutetium-177.

Dat is een enorme uitdaging voor de toeleveringsketen voor deze specifieke radio-isotoop, waarnaar de wereldwijde vraag de komende jaren naar verwachting zal verdrievoudigen.

De toeleveringsketen is ook afhankelijk van productiesystemen waarbij reactoren of versnellers worden gebruikt, en van de verwerking en levering aan ziekenhuizen Om gelijke toegang tot de zorg te garanderen zouden de lidstaten, en met name de onderzoekscentra en de ziekenhuizen, nauwer moeten gaan samenwerken. De toegang tot radiotherapie is niet in alle lidstaten gelijk, vooral wat betreft de ontwikkelings- en de proeffase. Het doel is om sneller toegang te verkrijgen tot geneesmiddelen in de onderzoeksfase of voor schrijnende gevallen, en ook om de toegang te verbeteren voor kleine ziekenhuizen die mogelijk niet over de vereiste expertise en infrastructuur beschikken. Voor sommige patiënten kan dit van vitaal belang zijn.

De Europese financiering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie op het gebied van nucleaire geneeskunde, met name via de programma’s Horizon en Euratom, is van cruciaal belang om patiënten te bieden wat zij nodig hebben. In het komende meerjarig financieel kader (MFK) van de EU zou Europa hiervoor strategische projecten van gemeenschappelijk belang moeten financieren. De Samira-strategie, het Europees initiatief voor een radio-isotopencentrum (ERVI) en het Europees kankerbestrijdingsplan zijn waardevolle projecten. Maar in aanvulling daarop zou de Europese Commissie nucleaire geneeskunde een prominentere plaats moeten geven in het Europees kankerbestrijdingsplan en in de Horizon Europa-missie inzake kanker.

De lidstaten moeten ook volksgezondheidsbeleid voor medisch-radiologische en nucleaire technologieën financieren. Dat zou een goed signaal afgeven aan de industrie en de ontwikkeling en groei van onderzoek, innovatie en industriële infrastructuur in Europa mogelijk maken. Het zal ook meer mensen warm maken voor de sector.

Kortom, we kunnen de leveringszekerheid van radio-isotopen in Europa alleen verbeteren en alleen aan de toenemende vraag van patiënten voldoen als we ferme politieke beslissingen nemen. 

Europa is wereldleider als het op de levering van medische radio-isotopen aankomt, maar leunt daarbij wel sterk op derde landen voor belangrijke grondstoffen en de verwerking hiervan. Dit kan tot knelpunten in toeleveringsketens leiden, met als risico dat vele Europeanen levensreddende diagnoses en behandelingen mislopen. Om deze trend om te buigen en tegemoet te komen aan de toenemende vraag van patiënten moeten de overheid en het bedrijfsleven investeren in onderzoek en ontwikkeling en in nieuwe productie-infrastructuur en zijn goede regelgeving en doortastende politieke beslissingen nodig, aldus Alena Mastantuono, rapporteur van het EESC-advies over de voorzieningszekerheid van medische radio-isotopen. 

Europa is wereldleider als het op de levering van medische radio-isotopen aankomt, maar leunt daarbij wel sterk op derde landen voor belangrijke grondstoffen en de verwerking hiervan. Dit kan tot knelpunten in toeleveringsketens leiden, met als risico dat vele Europeanen levensreddende diagnoses en behandelingen mislopen. Om deze trend om te buigen en tegemoet te komen aan de toenemende vraag van patiënten moeten de overheid en het bedrijfsleven investeren in onderzoek en ontwikkeling en in nieuwe productie-infrastructuur en zijn goede regelgeving en doortastende politieke beslissingen nodig, aldus Alena Mastantuono, rapporteur van het EESC-advies over de voorzieningszekerheid van medische radio-isotopen. 

In de laatste aflevering van onze rubriek “Ik ga stemmen, jij ook?” is Antoine Fobe aan het woord, hoofd Belangenbehartiging en Campagnes bij de Europese blindenvereniging. Zijn organisatie roept op om de verkiezingen toegankelijker te maken. Ondanks de inspanningen van gehandicaptenorganisaties, het EESC en het Europees Parlement is het voor de Europese verkiezingen opnieuw te laat om het goede voorbeeld te geven.

In de laatste aflevering van onze rubriek “Ik ga stemmen, jij ook?” is Antoine Fobe aan het woord, hoofd Belangenbehartiging en Campagnes bij de Europese blindenvereniging. Zijn organisatie roept op om de verkiezingen toegankelijker te maken. Ondanks de inspanningen van gehandicaptenorganisaties, het EESC en het Europees Parlement is het voor de Europese verkiezingen opnieuw te laat om het goede voorbeeld te geven.

door Biljana Spasovska

Balkan Civil Society Development Network

Tot nu toe verliep de weg naar toetreding tot de EU voor Noord-Macedonië niet zonder slag of stoot. Als gevolg van onopgeloste bilaterale geschillen en afnemende publieke steun waren er veel tegenslagen en vertragingen. Het land is nu op een kritiek punt aanbeland. Ondanks alle obstakels blijft de belofte van economische welvaart en regionale stabiliteit de drijvende kracht achter de wens van dit land om lid te worden van de EU.

door Biljana Spasovska,

Balkan Civil Society Development Network

Tot nu toe verliep de weg naar toetreding tot de EU voor Noord-Macedonië niet zonder slag of stoot. Als gevolg van onopgeloste bilaterale geschillen en afnemende publieke steun waren er veel tegenslagen en vertragingen. Het land is nu op een kritiek punt aanbeland. Ondanks alle obstakels blijft de belofte van economische welvaart en regionale stabiliteit de drijvende kracht achter de wens van dit land om lid te worden van de EU.

De opiniepeilingen hebben een zorgwekkende trend aan het licht gebracht: de steun voor het EU-lidmaatschap is de afgelopen jaren afgenomen. Deze daling weerspiegelt de algemene teleurstelling over de trage vooruitgang en het vermeende gebrek aan inzet van de EU-lidstaten.

De weg naar toetreding tot de EU was bezaaid met complexe problemen die verder reiken dan de landsgrenzen. De crisis in de democratie en de politieke instabiliteit binnen de regio en tussen de EU-lidstaten vormen, samen met de opkomst van rechts nationalisme, een groot probleem voor het integratieproces. Ondanks deze uitdagingen is er nog ruimte voor optimisme en hernieuwde hoop, aangezien veel mensen de integratie in de EU zien als een manier om in de toekomst meer welvaart en een hogere levensstandaard te creëren. Bovendien is de wetgeving van het land al vrij goed afgestemd op de EU-wetgeving, wat ook veelbelovend is.

Noord-Macedonië moet nu prioriteit geven aan vooruitgang op het gebied van hervormingen en onderhandelingshoofdstukken op kritieke gebieden als de rechtsstaat, justitie, democratie en verbetering van het openbaar bestuur. Het toetredingsproces kan concrete vooruitgang op deze gebieden aansturen, wat ook de publieke steun voor de EU zou versterken. Inzet voor democratische waarden, regionale samenwerking en het streven naar een gemeenschappelijke Europese toekomst zullen van cruciaal belang zijn bij het bewandelen van het hobbelige pad naar toetreding.

Terwijl Noord-Macedonië politieke volwassenheid aan de dag moet leggen en de nodige hervormingen moet doorvoeren, moet de EU van haar kant de burgers van dit land laten zien dat het toetredingsproces eerlijk verloopt, op verdiensten gebaseerd is en dat er vooruitgang wordt geboekt. Net als bij Oekraïne moet de EU ook nu haar politieke wil tonen om verder te gaan met de toetreding. Ze moet vooruitgang belonen en maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat beide partijen voldoende capaciteit hebben om dit proces voort te zetten.

Tot slot moet duidelijk zijn dat er voor alle partijen geen beter alternatief is dan dat Noord-Macedonië en de regio als geheel tot de EU toetreden. Noord-Macedonië mag dan klein zijn, maar zijn rijke culturele erfgoed, strategische ligging en inzet voor democratische waarden zouden stabiliteit brengen in de regio en uitzicht bieden op economische groei, en daarmee de diversiteit en cohesie van de EU bevorderen.

Welkom bij Hoe kijkt de burger ertegenaan, de podcast van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC). In deze aflevering gaan we dieper in op de complexiteit van economische governance en de uitdagingen die het Europese economische landschap kenmerken. U komt meer te weten over de mate waarin Europese landen het eens zijn over economisch bestuur en de lastige keuzes die Europa moet maken om zijn economie aan de eisen van de 21e eeuw aan te passen.

Welkom bij Hoe kijkt de burger ertegenaan, de podcast van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC). In deze aflevering gaan we dieper in op de complexiteit van economische governance en de uitdagingen die het Europese economische landschap kenmerken. U komt meer te weten over de mate waarin Europese landen het eens zijn over economisch bestuur en de lastige keuzes die Europa moet maken om zijn economie aan de eisen van de 21e eeuw aan te passen.

Onze gasten zijn Luca Jahier, voormalig EESC-voorzitter en huidig voorzitter van de EESC-groep Europees Semester, Margarida Marques, lid van het Europees Parlement voor de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten, Maria Demertzis, senior fellow bij Bruegel, en Maria Tadeo, correspondent in Brussel. (tk)

Op zaterdag 4 mei 2024 zwaaide het Comité zijn deuren open voor het publiek tijdens de traditionele Open Dag. De burgers kregen informatie over de rol van het EESC ten opzichte van de andere instellingen van de EU en werden warm gemaakt voor de komende Europese verkiezingen.

Op zaterdag 4 mei 2024 zwaaide het Comité zijn deuren open voor het publiek tijdens de traditionele Open Dag. De burgers kregen informatie over de rol van het EESC ten opzichte van de andere instellingen van de EU en werden warm gemaakt voor de komende Europese verkiezingen.

In de loop van de dag organiseerde het EESC een aantal activiteiten in het Jacques Delors-gebouw in Brussel. De bezoekers konden het gebouw bezoeken en te weten komen wat het EESC voor de mensen kan betekenen, wat de precieze rol van het Comité in het besluitvormingsproces van de EU is en ze konden de EESC-leden vertellen wat hen bezighoudt.

Ze konden ook vernemen wat EESC-leden in hun eigen land doen en deelnemen aan allerlei activiteiten zoals interactieve spelletjes of een EU-quiz. De kinderen konden zich laten schminken.

‘s Ochtends verwelkomde het Comité een groep EESC-leden en -medewerkers die honderden kilometers door Frankrijk en België hadden gefietst om aandacht te vragen voor het belang van de Europese verkiezingen.

Aangevoerd door EESC-lid Bruno Choix van de groep Werkgevers fietste het team in 4 dagen van Caen (Frankrijk) naar Brussel, een tocht van in totaal ongeveer 500 km. Voor het laatste stuk van de tocht, van Waterloo naar het EESC-gebouw in Brussel, kregen ze gezelschap van andere EESC-leden en -medewerkers. (mp)

De afdeling Externe Betrekkingen (REX) van het EESC heeft een tweede campagne en conferentie over de bestrijding van desinformatie georganiseerd. Dat deed zij in het kader van haar project over desinformatie, dat met de hulp van het maatschappelijk middenveld moet worden uitgevoerd. 

De afdeling Externe Betrekkingen (REX) van het EESC heeft een tweede campagne en conferentie over de bestrijding van desinformatie georganiseerd. Dat deed zij in het kader van haar project over desinformatie, dat met de hulp van het maatschappelijk middenveld moet worden uitgevoerd.

Na een succesvolle campagne in Bulgarije werd het evenement dit keer op 18 april in Moldavië gehouden. Moldavië heeft zijn capaciteit op het gebied van strategische communicatie en dialoog onlangs uitgebreid met de oprichting van twee specifieke organen: het Centrum voor strategische communicatie en de bestrijding van desinformatie en het Centrum voor burgerinitiatieven voor nationale minderheden.

De conferentie werd georganiseerd in samenwerking met de Moldavische staatsuniversiteit in Chișinău.

EESC-voorzitter Oliver Röpke benadrukte in zijn toespraak op de conferentie dat het belangrijk is om de dialoog te bevorderen en burgers van alle achtergronden en uit alle bevolkingsgroepen bij de bestrijding van buitenlandse inmenging en desinformatie te betrekken.

Desinformatie is een fenomeen dat zich meestal onder de bevolking verspreidt, vaak op horizontale wijze. Het is dan ook het beste om dit probleem niet van bovenaf aan te pakken, maar om burgers erover te laten nadenken en er rechtstreeks bij te betrekken. In dit opzicht kan het maatschappelijk middenveld een cruciale rol vervullen. Desinformatie leidt immers tot scheuren in onze samenleving.

Ana Revenco, directeur van het Centrum voor strategische communicatie en bestrijding van desinformatie en een van de belangrijkste sprekers op de conferentie, wees erop dat burgers desinformatie niet in hun eentje tegen kunnen gaan en dat het Centrum hun vaardigheden kan verbeteren om giftige desinformatie op lange termijn te bestrijden:

“Desinformatie helemaal uitbannen is geen realistisch streven. We zullen ons gezamenlijk inzetten om nepnieuws te ontkrachten en te voorkomen en om de kwaadaardige impact ervan op onze samenlevingen te beperken.”

Mihai Peicov, leider van het Centrum voor burgerinitiatieven voor nationale minderheden, zei dat met de oprichting van dit centrum door de regering een belangrijke stap is gezet om iedereen een plaats te geven in de samenleving. Hij voegde eraan toe dat er nieuwe onderwijsmaatregelen moeten komen voor minderheden.

Tijdens de conferentie werd de rol van onderwijs belicht en namen jongeren een centrale plaats in, aangezien veel inzichten afkomstig waren van jongeren, studenten en jonge journalisten.

Klik hiervoor het videoverslag over de conferentie.

#EUvsDisinfo (at)

Na 20 jaar in de wachtkamer van de EU heeft Noord-Macedonië de publieke steun voor het EU-lidmaatschap zien verslappen. Noord-Macedonië kreeg in december 2005 de status van kandidaat-lidstaat en daarna duurde het nog 15 jaar voordat de toetredingsonderhandelingen konden beginnen, een record in de geschiedenis van de EU. Maar ondanks de trage vooruitgang, de tegenslagen en vertragingen blijft de belofte van economische welvaart en regionale stabiliteit de drijvende kracht achter de wens van dit land om lid te worden van de EU. De EU moet echter ook laten zien dat ze bereid is om het toetredingsproces vooruit te helpen en vooruitgang te belonen. Dat is de mening van onze speciale gast Biljana Spasovska, directeur van het Balkan Civil Society Development Network en “lid uit een kandidaat-lidstaat” in het EESC voor Noord-Macedonië.

Na 20 jaar in de wachtkamer van de EU heeft Noord-Macedonië de publieke steun voor het EU-lidmaatschap zien verslappen. Noord-Macedonië kreeg in december 2005 de status van kandidaat-lidstaat en daarna duurde het nog 15 jaar voordat de toetredingsonderhandelingen konden beginnen, een record in de geschiedenis van de EU. Maar ondanks de trage vooruitgang, de tegenslagen en vertragingen blijft de belofte van economische welvaart en regionale stabiliteit de drijvende kracht achter de wens van dit land om lid te worden van de EU. De EU moet echter ook laten zien dat ze bereid is om het toetredingsproces vooruit te helpen en vooruitgang te belonen. Dat is de mening van onze speciale gast Biljana Spasovska, directeur van het Balkan Civil Society Development Network en “lid uit een kandidaat-lidstaat” in het EESC voor Noord-Macedonië.

Biljana Spasovska is directeur van het Balkan Civil Society Development Network, een regionaal netwerk van maatschappelijke organisaties die samenwerken om het maatschappelijk middenveld in de Balkan mondiger te maken en de ontwikkeling ervan te versterken. Zij is momenteel ook medevoorzitter van het platform “CSO Partnership for Development Effectiveness”, lid van de “Global Standard for CSO Accountability partnership”, en maakt deel uit van de "leden uit kandidaat-lidstaten" van het EESC.

Biljana is al tien jaar actief in de politiek en al die tijd heeft ze zich ingezet om de rol van het maatschappelijk middenveld in de Balkan te versterken en om het een krachtiger stem te geven in de nationale en Europese beleidsprocessen. Ze heeft leiding gegeven en bijgedragen aan verschillende regionale, Europese en mondiale samenwerkingsprojecten, gericht op het bevorderen van een gunstiger klimaat voor het maatschappelijk middenveld, een geloofwaardiger uitbreidingsbeleid van de EU, een grotere verantwoordingsplicht van het maatschappelijk middenveld en effectievere ontwikkelingssamenwerking.

Ze heeft een master in interdisciplinaire studies van de universiteit van Bologna en promoveert momenteel in globalisering en democratie.

Het Europees stakeholdersplatform voor de circulaire economie (ECESP), dat mede door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werd opgericht, heeft zijn vlaggenschipconferentie dit jaar op 15 en 16 april gehouden in samenwerking met het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU en het in Finland gevestigde Wereldforum circulaire economie.

Het Europees stakeholdersplatform voor de circulaire economie (ECESP), dat mede door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werd opgericht, heeft zijn vlaggenschipconferentie dit jaar op 15 en 16 april gehouden in samenwerking met het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU en het in Finland gevestigde Wereldforum circulaire economie.

Tijdens deze conferentie, die plaatsvond in het Brusselse congrescentrum Square en waarop meer dan 1000 deelnemers en 150 sprekers aanwezig waren, werd de schijnwerper gericht op een aantal effectieve circulaire oplossingen op basis van de nieuwste wetenschappelijke bevindingen. EESC-afgevaardigden maakten de aanwezigen deelgenoot van het succesverhaal van het ECESP.

Cillian Lohan, EESC-lid en medeoprichter van het ECESP, stak de loftrompet over het stakeholdersplatform, dat hij beschreef als een “netwerk van netwerken” dat een brug slaat tussen beleidsmakers en het maatschappelijk middenveld om zo de circulaire economie in een stroomversnelling te brengen. Anders Ladefoged, lid van de stuurgroep van het ECESP, wees erop dat het platform ruimte biedt voor samenwerking en leren en daarmee een bijdrage levert aan de discussies over de sterke en zwakke punten van Europa op het gebied van de circulaire economie. EESC-lid Maria Nikolopoulou benadrukte dat het ECESP steeds sterker gericht is op interactiviteit en de dialoog bevordert via initiatieven als #EUCircularTalks.

Tijdens de slotzitting van de conferentie maakte Jutta Urpilainen, commissaris voor Internationale Partnerschappen, bekend dat de Commissie met twee nieuwe initiatieven wil bijdragen aan de wereldwijde transitie naar een circulaire omslag: het EU Circular Economy Resource Centre, met een budget van 15 miljoen euro, en het programma “SWITCH to Circular Economy in East and Southern Africa”, waaraan de Commissie over een periode van vijf jaar 40 miljoen euro zal bijdragen. Het ECESP heeft toegezegd beide initiatieven te zullen ondersteunen.

Het ECESP, dat in 2017 door het EESC en de Europese Commissie werd opgericht, is bedoeld om de dialoog aan te zwengelen, goede praktijken te verspreiden en informatie te verstrekken over de circulaire economie, zodat het niet bij mooie woorden blijft. Het EESC, sinds jaar en dag een voorvechter van circulariteit, heeft al in 2015 zijn steun toegezegd aan het EU-actieplan voor de circulaire economie. Het platform staat in dienst van het gezamenlijke streven om alle belanghebbenden te betrekken bij het verwezenlijken van een circulaire visie, om zo de transitie in een stroomversnelling te brengen via samenwerking en dialoog.(ks)