Europese strategie voor de defensie-industrie

Document Type
AS

Mededeling over het beheer van industriële koolstof

Document Type
AS

Programma voor de Europese defensie-industrie

Document Type
AS

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers in het Europees Economisch en Sociaal Comité

Met de ervaring van de afgelopen twee decennia en zeven uitbreidingsgolven sinds het begin van het Europese project zou het waarschijnlijk gepast zijn om de "big bang"-uitbreiding van 2004 te vieren met feiten en cijfers om emotionele debatten in de aanloop naar de EU-verkiezingen in juni te verdrijven.

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers in het Europees Economisch en Sociaal Comité

Met de ervaring van de afgelopen twee decennia en zeven uitbreidingsgolven sinds het begin van het Europese project zou het waarschijnlijk gepast zijn om de "big bang"-uitbreiding van 2004 te vieren met feiten en cijfers om emotionele debatten in de aanloop naar de EU-verkiezingen in juni te verdrijven.

Door de ondertussen drie jaar durende oorlog in Oekraïne staat de uitbreiding nu bovenaan de Europese geopolitieke agenda. De status van kandidaat-lidstaat, die snel werd toegekend aan Oekraïne, Moldavië, Bosnië en Herzegovina en Georgië, en de toetredingsonderhandelingen die eindelijk met Noord-Macedonië en Albanië zijn begonnen, zijn positieve doorbraken in een beleid dat al jaren stagneert.

Om ervoor te zorgen dat dit nieuwe momentum op koers blijft, moeten we enkele argumenten op een rijtje zetten.

Uiteraard zijn democratisering en de rechtsstaat onwrikbare beginselen, evenals de op verdienste gebaseerde benadering van het uitbreidingsproces, die geen kortere wegen toestaat. Maar uiteindelijk moeten mensen geloven in de potentiële economische voordelen en welvaart voor de volgende generatie Europeanen.

Als het verleden een indicatie voor de toekomst biedt, kunnen we met zekerheid zeggen dat de argumenten voor een nieuwe uitbreiding buiten kijf staan. De handel tussen de oude en de nieuwe lidstaten is in de periode 1994-2004, tijdens het officiële pretoetredingsproces, bijna verdrievoudigd en tussen de nieuwe lidstaten onderling vervijfvoudigd. De toenmalige EU-15 groeide vanaf het begin van het toetredingsproces tot 2008 met gemiddeld 4 % per jaar, waarbij de toetreding goed was voor de helft van deze groei en tussen 2002 en 2008 drie miljoen nieuwe banen opleverde.

COVID-19 en de oorlog in Oekraïne hebben aangetoond dat de EU haar economische veerkracht moet heroverwegen, met name gezien de groene en de digitale transitie. REPowerEU voorziet in een uitbreiding van de Europese productie van hernieuwbare energie. Volgens de verordening voor een nettonulindustrie en de verordening kritieke grondstoffen moet 40 % van de groene en grondstoffenwaardeketens naar de EU worden verlegd. Kandidaat-lidstaten van de EU, met name Oekraïne, kunnen een belangrijke rol spelen en voor meer economische veiligheid zorgen.

Wat natuurlijke hulpbronnen betreft, heeft Oekraïne, na Noorwegen, de grootste gasreserves in Europa. Het land produceert ook enkele van de grootste hoeveelheden waterkracht in Europa en zou zijn productie kunnen verhogen, samen met andere groene energiebronnen zoals wind, zon en biomassa. Oekraïne is ook een belangrijke exporteur van metalen en beschikt over lithium en zeldzame aardmetalen, die van cruciaal belang zijn voor de groene en digitale industrie.

Tegelijkertijd is de Oekraïense landbouwindustrie een van de grootste ter wereld. De integratie ervan in de eengemaakte markt zou de voedselzekerheid van de EU aanzienlijk vergroten.

De voordelen voor de landen van de Westelijke Balkan van een grotere deelname aan de eengemaakte markt zijn ook glashelder. Ter indicatie: het bbp van Kroatië is sinds zijn toetreding tot de EU in 2013 gestaag gestegen, tot uiting komend in een hoger inkomen voor zijn burgers, met een gemiddelde stijging van het bbp per hoofd van de bevolking van 67 % (van 10 440 EUR in 2013 tot meer dan 17 240 EUR).

De weg naar EU-lidmaatschap voor maximaal negen nieuwe landen zal gecompliceerd zijn, maar er is geen alternatief: als de EU een wereldmacht wil zijn, moet zij eerst een lokale macht zijn. 

Door Pat Cox

Onze speciale gast Pat Cox, voormalig voorzitter van het Europees Parlement, kijkt terug op de grootschalige uitbreiding van 20 jaar geleden als een tijdperk van ongekende hoop, toen Europa eindelijk weer kon ademen met beide longen: Oost en West. Terwijl Poetin zijn mythe van een Slavisch broederschap verkondigt — een geluid dat wordt overstemd door het inslaan van ballistische raketten — blijft de EU een vrijwillige unie van vrije en soevereine volkeren, gebaseerd op eerbiediging van de mensenrechten, gelijkheid en de rechtsstaat als kernwaarden.

Door Pat Cox

Onze speciale gast Pat Cox, voormalig voorzitter van het Europees Parlement, kijkt terug op de grootschalige uitbreiding van 20 jaar geleden als een tijdperk van ongekende hoop, toen Europa eindelijk weer kon ademen met beide longen: Oost en West. Terwijl Poetin zijn mythe van een Slavisch broederschap verkondigt — een geluid dat wordt overstemd door het inslaan van ballistische raketten — blijft de EU een vrijwillige unie van vrije en soevereine volkeren, gebaseerd op eerbiediging van de mensenrechten, gelijkheid en de rechtsstaat als kernwaarden.

Het evenement dat op 1 mei 2004 in Dublin door het Ierse voorzitterschap van de Raad van de EU werd georganiseerd en de welkomstceremonie die op 3 mei 2004 in het Europees Parlement in Straatsburg plaatsvond, waren voor mij politieke, maar ook emotionele hoogtepunten: het waren dagen van ongekende positiviteit en hoop, dagen die in het teken stonden van thuiskomst en hereniging, dagen waarin Europa vierde dat het weer met beide longen kon ademen: Oost en West. In Dublin las Seamus Heaney zijn gedicht Beacons in Bealtaine voor, waarin hij uiting gaf aan het onderliggende optimisme over deze historische uitbreiding: “Move lips, move minds and make new meanings flare”. In Straatsburg werden de tien nationale vlaggen van de nieuwe lidstaten gehesen op enorme vlaggenstokken die als geschenk van Polen gemaakt waren in de scheepswerven van Gdańsk. De reis van de vlaggenstokken naar Straatsburg vormde een symbolische herinnering aan de reis van communisme naar vrijheid, verpersoonlijkt door de aanwezigheid van Lech Wałęsa.

Uiteraard vormde het evenement voor iedereen het hoogtepunt van een complex proces waaraan door beide zijden jarenlang was gewerkt. Nu de finish van deze voor alle betrokkenen politieke en procedurele marathon was bereikt, was er niet alleen sprake van vreugde, maar ook van opluchting.

Ik ben van mening dat uitbreiding de afgelopen vijftig jaar misschien wel het meest krachtige, transformerende en succesvolle beleidsinstrument van de EU is geweest. Mijn eigen land, Ierland, trad toe bij de eerste uitbreiding op 1 januari 1973, als armste staat/regio van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap. De toegang tot een grote markt, samen met de Europese solidariteit via regionale en latere cohesiesteun in de eerste decennia van het Ierse lidmaatschap, hogere normen op het gebied van gendergelijkheid en milieubeleid, ondersteuning van het vredesproces in Noord-Ierland en erkenning van de unieke uitdagingen als gevolg van de brexit voor Ierland, de enige EU-lidstaat die een landgrens met het VK deelt: dit alles heeft bijzonder positieve ervaringen en resultaten opgeleverd. Het liep niet allemaal van een leien dakje, vooral niet tijdens de crisis in de eurozone, maar onder de streep valt de balans overduidelijk positief uit.

Hoewel ik het besluit van het VK om de Unie te verlaten zowel respecteer als betreur, is één ding wel duidelijk aangetoond: de EU is een vrijwillige Unie van vrije en soevereine volkeren — vrij om toe te treden, vrij om te verlaten. Hoe groot is niet het contrast met de neo-imperiale oorlog tegen Oekraïne waarvoor Poetin heeft gekozen, een oorlog waarin zijn mythe van het Slavische broederschap dagelijks wordt verkondigd door geweerschoten en inslaande ballistische raketten en dodelijke drones.

De toetreding van Griekenland, Portugal en Spanje heeft niet alleen tot een hogere levensstandaard en levenskwaliteit in deze landen geleid, maar heeft deze voormalige dictaturen ook geholpen als succesvolle democratieën te verrijzen.

De grootschalige uitbreiding van 20 jaar geleden leverde een spectaculaire groei op in de nieuwe lidstaten, met name in Midden- en Oost-Europa, door een krachtige toename van investeringen, handel en Europese solidariteit. Gemiddeld steeg hun bbp per hoofd van de bevolking, gecorrigeerd voor inflatie en valuta, in die afgelopen 20 jaar van nog niet de helft van het EU-gemiddelde tot driekwart van een — steeds hoger — EU-gemiddelde. Zo is het bbp per hoofd van de bevolking in Litouwen verdrievoudigd. De gezondheid is verbeterd, net als het onderwijs, waardoor zowel de levenskwaliteit als de levensstandaard erop vooruit zijn gegaan. De landbouwproductie in de regio is verdubbeld. De uitbreiding heeft dus, net als alle vorige uitbreidingen, gunstig uitgepakt voor zowel de toetredende landen als de EU. Ik sta dan ook optimistisch tegenover uitbreiding, maar ik ben daarbij niet naïef.

We hebben het de afgelopen jaren in Polen gezien en kunnen het nog steeds zien in Hongarije: met het loslaten van de EU-normen op het gebied van de rechtsstaat, mediavrijheid of eerbiediging van de rechten van minderheden blijkt dat men de EU aanhangt als vehikel voor welvaart, maar afwijst als gemeenschap van gedeelde waarden. De premier van Hongarije heeft trots verklaard dat zijn land een illiberale democratie is. Artikel 2 VEU mag dan wellicht enige ruimte voor interpretatie bieden, het is uiteraard geen handvest voor een illiberale democratie. (“De waarden die ten grondslag liggen aan de Europese Unie zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen.”)

Dit maakte deel uit van het akkoord over het EU-lidmaatschap, is vastgelegd in alle toetredingsverdragen en werd door alle toetredende staten goedgekeurd. De formule “jullie waarden hoeven we niet, maar jullie geld wel” is geen duurzame basis voor wederzijds respect. Dat kunnen de huidige kandidaat-lidstaten op hun weg naar het EU-lidmaatschap maar beter meekrijgen. Ik verwacht dat de criteria van Kopenhagen bij toekomstige onderhandelingen een meer fundamentele rol zullen spelen, mogelijk met clausules in de toetredingsverdragen om de EU in staat te stellen rechten en waarden robuuster te verdedigen wanneer ervan wordt afgestapt. De EU is méér dan alleen een markt en materiële vooruitgang is weliswaar wenselijk, maar is niet de enige of zelfs essentiële reden waarom de EU bestaat.

Dit alles neemt niet weg dat het uitbreidingsproces tot nu toe voor alle betrokkenen in wezen positief is geweest en we er ook positief tegenover moeten staan. De kandidaat-lidstaten zullen ingrijpende transformaties moeten ondergaan, elk in hun eigen tempo. Ook de EU heeft huiswerk te doen wat betreft haar besluitvormingsproces, haar begrotingscapaciteit om nieuwe lidstaten op te nemen, en de pretoetredingssteun. Nadat de status van kandidaat-lidstaat is toegekend en de screening is doorlopen is eenparigheid van stemmen van de Raad vereist voor de onderhandelingskaders, voor het openen en afsluiten van de onderhandelingen over ieder afzonderlijk hoofdstuk en voor de eventuele toetredingsverdragen. Niets van dit alles is eenvoudig of gemakkelijk. Hopelijk zullen alle lidstaten laten zien dat zij de plicht tot “loyale samenwerking” respecteren en elkaar steunen bij de vervulling van de taken die uit de Verdragen voortvloeien (artikel 4, lid 3, VEU).

Oekraïne is qua complexiteit een geval apart vanwege zijn omvang, het relatieve aandeel van de landbouw in het bbp vergeleken met het EU-gemiddelde en zijn relatieve armoede in termen van bbp per hoofd van de bevolking, en natuurlijk vanwege de oorlog en de verwoestende gevolgen daarvan. De onderhandelingen kunnen van start gaan. Oekraïne is al op weg naar integratie door middel van zijn associatieovereenkomst en diepe en brede vrijhandelsovereenkomst met de EU. Deze zouden mettertijd geleidelijk kunnen worden uitgebouwd, maar uiteindelijk zullen een definitieve territoriale oplossing en stabiele vrede — waarbij het EU-lidmaatschap een rol kan spelen — een essentiële voorwaarde zijn voor toetreding. Er moet stabiliteit in plaats van chaos aan de oostzijde van de EU komen en het is uiteindelijk zowel in collectief belang als in het belang van Oekraïne dat Oekraïne omarmd wordt.

Pat Cox, voorzitter van het Europees Parlement van 2002 tot 2004

Pat Cox is een Ierse politicus en journalist. Van 2002 tot 2004 was hij voorzitter van het Europees Parlement en voorzitter van de European Movement International (2005-2011). Hij staat sinds 2015 aan het roer van de Jean Monnet Foundation for Europe.  Hij is ook Europees coördinator voor de kernnetwerkcorridor Scandinavië-Middellandse Zee (TEN-T) en leider van de missie van het Europees Parlement ter beoordeling en uitvoering van de behoeften aan parlementaire hervorming van de Verkchovna Rada in Oekraïne. In het begin van zijn carrière presenteerde hij een actualiteitenprogramma voor RTE in Dublin. In 2004 won Cox de Internationale Karelsprijs van Aken voor zijn parlementaire inzet voor de uitbreiding van de Europese Unie.

Tijdens zijn zitting van 25 april heeft het EESC zijn goedkeuring gehecht aan het akkoord tot oprichting van een interinstitutioneel orgaan voor ethische normen. Het nieuwe akkoord is op 15 mei formeel ondertekend door de vertegenwoordigers van de deelnemende EU-instellingen en -organen. Het moet in werking treden op 6 juni, de eerste dag van de Europese verkiezingen.

Tijdens zijn zitting van 25 april heeft het EESC zijn goedkeuring gehecht aan het akkoord tot oprichting van een interinstitutioneel orgaan voor ethische normen. Het nieuwe akkoord is op 15 mei formeel ondertekend door de vertegenwoordigers van de deelnemende EU-instellingen en -organen. Het moet in werking treden op 6 juni, de eerste dag van de Europese verkiezingen.

Het akkoord is een belangrijke stap op weg naar een gemeenschappelijke cultuur van integriteit en ethiek.

Het nieuwe EU-orgaan zal gemeenschappelijke minimumnormen voor ethisch gedrag ontwikkelen, actualiseren en interpreteren, en verslagen publiceren over de wijze waarop deze normen zijn verwerkt in de interne regels van alle afzonderlijke deelnemende instellingen en organen van de EU.

Naast het EESC zijn de volgende zeven EU-instellingen en -organen partij bij het akkoord: het Europees Parlement, de Raad van de EU, de Europese Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank, de Europese Rekenkamer en het Europees Comité van de Regio’s.

Elke deelnemende instelling wordt vertegenwoordigd door één senior lid, terwijl de functie van voorzitter van het orgaan jaarlijks rouleert tussen de instellingen.

Vijf onafhankelijke deskundigen zullen de werkzaamheden van het orgaan ondersteunen door op verzoek advies uit te brengen. Zij kunnen door elke partij bij het akkoord worden geraadpleegd over individuele schriftelijke standaardverklaringen, met inbegrip van belangenverklaringen. (mp)

Door Antoine Fobe

De Europese verkiezingen staan voor de deur. Wij van de Europese blindenvereniging zeggen tegen onze leden: ga stemmen, hoe moeilijk dat ook nog altijd mag zijn. En laat je leiden door de aandacht die de kandidaten en partijen besteden aan inclusie en aan de uitvoering van het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap. Mensen met een visuele beperking moeten hun verwachtingen kenbaar maken.

Door Antoine Fobe

De Europese verkiezingen staan voor de deur. Wij van de Europese blindenvereniging zeggen tegen onze leden: ga stemmen, hoe moeilijk dat ook nog altijd mag zijn. En laat je leiden door de aandacht die de kandidaten en partijen besteden aan inclusie en aan de uitvoering van het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap. Mensen met een visuele beperking moeten hun verwachtingen kenbaar maken.

De Europese blindenvereniging is de spreekbuis van blinden en slechtzienden in Europa. Wij zetten ons in voor een toegankelijke en inclusieve samenleving die mensen met een visuele beperking gelijke kansen biedt, zodat zij volledig kunnen deelnemen aan alle aspecten van het leven. Politieke participatie is uiteraard van cruciaal belang, omdat burgers met een visuele beperking via hun stem en politieke activiteiten beleid en wetgeving kunnen bevorderen waarin rekening wordt gehouden met handicaps.

Nu de Europese verkiezingen van 2024 steeds dichterbij komen, is de deelname van mensen met een handicap, als kiezers en als kandidaten, een belangrijk en actueel thema.

Volgens een rapport uit 2019 van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) konden bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) ongeveer 400 000 mensen met een handicap hun stemrecht niet uitoefenen. Minder dan 5 % van de EP-leden heeft een handicap.

In onze verklaring over de aanstaande verkiezingen voor het Europees Parlement herhalen we onze oproep om normen vast te stellen voor toegankelijk stemmen (stemprocedures), verkiezingsinformatie (campagnefaciliteiten en -materiaal, verkiezingsdebatten, partijprogramma’s en websites), procedures na de verkiezingen (bijv. klachtenmechanismen) en voor gelijke rechten om zich verkiesbaar te stellen.

We richten ons op de verkiezingen voor het Europees Parlement, omdat de Europese Unie bevoegd is voor de Europese verkiezingen als onderdeel van het Europees burgerschap. Op de gebieden waar de EU bevoegdheid heeft, kan zij gelijke rechten voor mensen met een handicap garanderen. Aangezien de organisatie van verkiezingen de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijft, zouden goede praktijken op EU-niveau automatisch een “overloopeffect” hebben op alle andere verkiezingen.

Helaas is het nu te laat om de verkiezingen voor het Europees Parlement tot voorbeeld te maken. Dat is niet te wijten aan een gebrek aan belangstelling van het EP zelf, integendeel. In mei 2022 stelde het EP een hervorming van de EU-kieswet voor met als doel mensen met een handicap het recht te geven om onafhankelijk en anoniem te stemmen en om vrij hun begeleiders te kiezen. Dit voorstel had ook betrekking op stemmen per brief en de toegankelijkheid van verkiezingscampagnes. Jammer genoeg heeft de Raad van de EU nog niet daarop gereageerd. 

De Europese blindenvereniging roept het volgende nieuw gekozen EP op om de komende vijf jaar druk te blijven uitoefenen op de Raad om de voorgestelde hervorming goed te keuren en tastbare vooruitgang te boeken voor de verkiezingen van 2029. We kunnen rekenen op de steun van het EESC, dat al in 2020 heeft opgeroepen tot een formeel wetgevingsinitiatief van het EP om ervoor te zorgen dat mensen met een handicap echt stemrecht krijgen bij de Europese verkiezingen. Ook de Europese Commissie staat achter ons. Afgelopen december heeft de Commissie een “Gids voor goede verkiezingspraktijken” gepubliceerd en momenteel werkt zij aan een compendium over elektronische stemprocedures en het gebruik van ICT bij verkiezingen. In beide documenten wordt ingegaan op toegankelijkheid.

 

Door Alena Mastantuono

Elk jaar hebben ruim tien miljoen patiënten in Europa baat bij nucleaire geneeskunde, die onder meer bij kanker, hart- en vaatziekten en neurovasculaire aandoeningen wordt ingezet om diagnoses te stellen en behandelingen uit te voeren.

Door Alena Mastantuono

Elk jaar hebben ruim tien miljoen patiënten in Europa baat bij nucleaire geneeskunde, die onder meer bij kanker, hart- en vaatziekten en neurovasculaire aandoeningen wordt ingezet om diagnoses te stellen en behandelingen uit te voeren.

Radiologische en nucleaire technologieën waarbij gebruik wordt gemaakt van radio-isotopen zijn essentieel in de strijd tegen kanker in alle stadia van de zorg: bij vroegtijdige opsporing, diagnose, behandeling en palliatieve zorg.

Steeds meer patiënten hebben baat heeft bij nucleaire geneeskunde, vooral dankzij wetenschappelijke doorbraken. Een aantal van de nieuwste radioligandtherapieën, zoals geneesmiddelen tegen endocriene en prostaatkankertumoren en uitzaaiingen hiervan, zijn door Europese onderzoekers en bedrijven ontwikkeld. Zo is lutetium-177 een veelbelovende radio-isotoop voor de behandeling van prostaatkanker, waaraan in Europa jaarlijks 90 000 mannen overlijden. In vergelijking met traditionele behandelingen worden kankercellen bij moderne radionuclidetherapie gerichter bestraald, met minder schadelijke gevolgen voor het lichaam. Tienduizenden patiënten zijn afhankelijk van gerichte radionuclidetherapie, vaak voor kanker, zonder dat een alternatieve behandeling voorhanden is.

De toeleveringsketen voor nucleaire geneeskunde, waarvan zij het eindpunt vormen, is echter zeer complex en omvat de winning, opslag, bestraling, verwerking, logistiek en toepassing van grondstoffen. Zodra de radio-isotopen zijn geproduceerd, moeten zij binnen relatief korte tijd worden verwerkt, verzonden en gebruikt. Sommige radio-isotopen moeten binnen een dag worden gebruikt, andere binnen enkele dagen, afhankelijk van hun halfwaardetijd. Ze zijn sterk aan verval onderhevig.

Vreemd genoeg wordt hier bij grensoverschrijdend vervoer en douaneprocedures geen rekening mee gehouden. Grensoverschrijdend vervoer stuit bijvoorbeeld op allerlei soorten oponthoud, waarbij garnalen soms voorrang krijgen boven radio-isotopen, terwijl die het leven van een patiënt moeten redden.

Daarom dringt het EESC in zijn advies over de levering van medische radio-isotopen aan op betere samenwerking tussen de lidstaten, zodat deze regelgevingsbelemmeringen worden weggenomen. In het advies wordt aandacht besteed aan alle segmenten van de toeleveringsketen van radio-isotopen in Europa en worden de belemmeringen voor grensoverschrijdende leveringen en de afhankelijkheden van derde landen in kaart gebracht. Ook worden oplossingen aangedragen voor ontbrekende infrastructuur in Europa en voor de behoefte aan gecoördineerde O&O-projecten.

In de aanbevelingen van het advies schaart het EESC zich achter de conclusies van de EU-top van april, waarin werd benadrukt dat de strategische afhankelijkheid van Europa in gevoelige sectoren zoals gezondheid en kritieke technologieën moet worden verminderd. Er stond ook in, net als in het verslag van Enrico Letta, dat moet worden ingezet op grensoverschrijdende dienstverlening en grensoverschrijdend verkeer van goederen, waaronder essentiële goederen zoals geneesmiddelen.

Europa moet zorgen voor productieprikkels om tot een grotere strategische autonomie bij de levering van radio-isotopen te komen. Hoewel Europa wereldleider is wat de levering van medische radio-isotopen betreft, leunt het in kritieke mate op de VS en Rusland voor de levering van metallisch hoogactief laagverrijkt uranium (HALEU) en van bepaalde verrijkte isotopen voor de productie van radio-isotopen.

De EU blijft sterk afhankelijk van Rusland voor de levering van stabiele isotopen voor de productie van bepaalde radio-isotopen van moderne of zich ontwikkelende moleculaire radiotherapieën, zoals yterbium-176 voor de productie van lutetium-177.

Dat is een enorme uitdaging voor de toeleveringsketen voor deze specifieke radio-isotoop, waarnaar de wereldwijde vraag de komende jaren naar verwachting zal verdrievoudigen.

De toeleveringsketen is ook afhankelijk van productiesystemen waarbij reactoren of versnellers worden gebruikt, en van de verwerking en levering aan ziekenhuizen Om gelijke toegang tot de zorg te garanderen zouden de lidstaten, en met name de onderzoekscentra en de ziekenhuizen, nauwer moeten gaan samenwerken. De toegang tot radiotherapie is niet in alle lidstaten gelijk, vooral wat betreft de ontwikkelings- en de proeffase. Het doel is om sneller toegang te verkrijgen tot geneesmiddelen in de onderzoeksfase of voor schrijnende gevallen, en ook om de toegang te verbeteren voor kleine ziekenhuizen die mogelijk niet over de vereiste expertise en infrastructuur beschikken. Voor sommige patiënten kan dit van vitaal belang zijn.

De Europese financiering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie op het gebied van nucleaire geneeskunde, met name via de programma’s Horizon en Euratom, is van cruciaal belang om patiënten te bieden wat zij nodig hebben. In het komende meerjarig financieel kader (MFK) van de EU zou Europa hiervoor strategische projecten van gemeenschappelijk belang moeten financieren. De Samira-strategie, het Europees initiatief voor een radio-isotopencentrum (ERVI) en het Europees kankerbestrijdingsplan zijn waardevolle projecten. Maar in aanvulling daarop zou de Europese Commissie nucleaire geneeskunde een prominentere plaats moeten geven in het Europees kankerbestrijdingsplan en in de Horizon Europa-missie inzake kanker.

De lidstaten moeten ook volksgezondheidsbeleid voor medisch-radiologische en nucleaire technologieën financieren. Dat zou een goed signaal afgeven aan de industrie en de ontwikkeling en groei van onderzoek, innovatie en industriële infrastructuur in Europa mogelijk maken. Het zal ook meer mensen warm maken voor de sector.

Kortom, we kunnen de leveringszekerheid van radio-isotopen in Europa alleen verbeteren en alleen aan de toenemende vraag van patiënten voldoen als we ferme politieke beslissingen nemen. 

Europa is wereldleider als het op de levering van medische radio-isotopen aankomt, maar leunt daarbij wel sterk op derde landen voor belangrijke grondstoffen en de verwerking hiervan. Dit kan tot knelpunten in toeleveringsketens leiden, met als risico dat vele Europeanen levensreddende diagnoses en behandelingen mislopen. Om deze trend om te buigen en tegemoet te komen aan de toenemende vraag van patiënten moeten de overheid en het bedrijfsleven investeren in onderzoek en ontwikkeling en in nieuwe productie-infrastructuur en zijn goede regelgeving en doortastende politieke beslissingen nodig, aldus Alena Mastantuono, rapporteur van het EESC-advies over de voorzieningszekerheid van medische radio-isotopen. 

Europa is wereldleider als het op de levering van medische radio-isotopen aankomt, maar leunt daarbij wel sterk op derde landen voor belangrijke grondstoffen en de verwerking hiervan. Dit kan tot knelpunten in toeleveringsketens leiden, met als risico dat vele Europeanen levensreddende diagnoses en behandelingen mislopen. Om deze trend om te buigen en tegemoet te komen aan de toenemende vraag van patiënten moeten de overheid en het bedrijfsleven investeren in onderzoek en ontwikkeling en in nieuwe productie-infrastructuur en zijn goede regelgeving en doortastende politieke beslissingen nodig, aldus Alena Mastantuono, rapporteur van het EESC-advies over de voorzieningszekerheid van medische radio-isotopen.