Het EESC heeft tijdens zijn plenaire zitting van juli het advies Digitalisering op energiegebied: op zoek naar een evenwicht tussen kansen en risico’s voor Europese consumenten goedgekeurd.

Het EESC heeft tijdens zijn plenaire zitting van juli het advies Digitalisering op energiegebied: op zoek naar een evenwicht tussen kansen en risico’s voor Europese consumenten goedgekeurd. 

In dit advies, opgesteld door EESC-lid Kęstutis Kupšys, wordt erop gewezen dat energie betaalbaar, regelbaar en gebruiksvriendelijk moet blijven voor de consument. Digitalisering van energie mag niet betekenen dat er voortaan alleen nog maar van “digitale energie” sprake is. 

De prioriteit moet blijven uitgaan naar de consument en het moet mogelijk blijven om op de traditionele manieren zaken te doen. De EU moet zich inzetten voor gebruikersvriendelijke digitale instrumenten die aan uiteenlopende behoeften tegemoetkomen en gelijke toegang tot digitale energiediensten bevorderen. 

Prijzen, contracten en klantendienstverlening moeten door de gebruikers echter nog steeds op “pre-digitale” manier kunnen worden gekozen. “Digitalisering op energiegebied gaat met kansen en uitdagingen gepaard. We moeten er samen voor ijveren dat de digitale energietransitie inclusief en veilig is en echt alle Europese consumenten ten goede komt, waarbij sterke punten worden omgezet in kansen”, aldus Kupšys

De recente IT-storing heeft de vervoerssector en bedrijven over de hele wereld in een chaos gestort, waarmee weer eens is gebleken hoe belangrijk het is om niet al te afhankelijk te zijn van technologie. 

De voordelen van de transitie naar digitale energie mogen niet verbloemen dat er ook een keerzijde aan de medaille zit in de vorm van risico’s en uitdagingen. Consumentenbescherming en ondersteuning van werknemers dienen dan ook hoog op de agenda te blijven staan. 

Het is belangrijk om dynamische regels voor consumentenbescherming te ontwikkelen die aan nieuwe omstandigheden en spelers in de sector kunnen worden aangepast, maar ook om te zorgen voor opleiding, omscholing en financiële bijstand voor werknemers. (mp)

Tijdens de julizitting van het EESC vond een debat plaats met János Bóka, minister van Europese Zaken van Hongarije, die de belangrijkste prioriteiten van het Hongaarse voorzitterschap van de Raad van de EU uiteenzette.

Tijdens de julizitting van het EESC vond een debat plaats met János Bóka, minister van Europese Zaken van Hongarije, die de belangrijkste prioriteiten van het Hongaarse voorzitterschap van de Raad van de EU uiteenzette. 

Hongarije neemt het roulerende voorzitterschap over op een gevoelig moment voor Europa, een tijd van politieke veranderingen binnen de instellingen en buitengewone uitdagingen voor de Unie. Het Hongaarse voorzitterschap van de Raad van 2024 komt op een moment van diverse crises”, aldus de heer Bóka. “We zijn getuige van oorlog in onze buurlanden, een tanend Europees concurrentievermogen, toenemende spanningen in de handelsrelaties van de EU, demografische uitdagingen, onbeheersbare migratie en verslechterende vooruitzichten voor Europese boeren.” 

EESC-voorzitter Oliver Röpke wees erop dat het Comité van oudsher goed samenwerkt met de voorzitterschappen van de Raad en sprak over de rol van de instelling als hoedster van de Europese waarden: “Ons Comité is vastbesloten om nauw samen te werken met het Hongaarse voorzitterschap om ervoor te zorgen dat de EU actie onderneemt ten aanzien van wat de Europeanen als de dringendste prioriteiten beschouwen. We zullen waardevolle partners zijn, maar ook uitgesproken en constructieve critici. Het maatschappelijk middenveld heeft een duidelijke stem en we zullen ervoor zorgen dat hij wordt gehoord.” 

Sommige EESC-leden uitten hun bezorgdheid over het standpunt van Hongarije over de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, de eerbiediging van de rechtsstaat in de EU en het feit dat het maatschappelijk middenveld in Hongarije minder ruimte krijgt. De heer Bóka zegt dat het Hongaarse voorzitterschap zich ten volle bewust is van zijn verantwoordelijkheden en onderschrijft zowel het gemeenschappelijk standpunt van de EU over Oekraïne als de rechtsstaat en de Europese waarden. Het Hongaarse voorzitterschap heeft al contact opgenomen met het EESC en om tien verkennende adviezen gevraagd. Meer informatie over de activiteiten van het EESC tijdens het Hongaarse voorzitterschap kunt u vinden op de website van het EESC. (mp)

De finalisten voor de EU-prijzen voor de biologische sector 2024 zijn bekend: 24 projecten uit 12 EU-landen strijden om prijzen in 8 categorieën. De winnaars worden op 23 september a.s. bekendgemaakt op de prijsuitreiking in Brussel, die samenvalt met de jaarlijkse viering van de Biodag van de EU.

De finalisten voor de EU-prijzen voor de biologische sector 2024 zijn bekend: 24 projecten uit 12 EU-landen strijden om prijzen in 8 categorieën. De winnaars worden op 23 september a.s. bekendgemaakt op de prijsuitreiking in Brussel, die samenvalt met de jaarlijkse viering van de Biodag van de EU. 

De prijzen, die dit jaar voor de derde keer worden toegekend, zijn bedoeld om innovatieve en duurzame projecten met een aanzienlijke meerwaarde voor de biologische productie en consumptie te belonen. De winnaars krijgen op die manier een platform om een breder publiek kennis te laten maken met hun biologische praktijken. 

De organisatie van de prijzen is in handen van de Europese Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Europees Comité van de Regio’s, COPA-COGECA en IFOAM Organics Europe, het Europees Parlement en de Raad van de EU. De jury bestaat uit zeven leden die door deze organen worden benoemd. 

De finalisten zijn: 

  • Beste vrouwelijke biologische landbouwer: Blagovesta Vasilieva (Bulgarije), Caroline Devillers (België), Reinhild Frech-Emmelmann (Oostenrijk) 
  • Beste mannelijke biologische landbouwer: Gianpaolo Mancini (Italië), Tommi Hasu (Finland), Benny Schöpf (Duitsland) 
  • Beste biologische regio: Comunidade Intermunicipal do Alto Tâmega e Barroso (Portugal), Castilla - La Mancha (Spanje), South Savo (Finland) 
  • Beste biologische stad: BioStadt Bremen (Duitsland), Cascais (Portugal), Las Rozas (Spanje) 
  • Beste biologisch “biodistrict”: Distretto del Cibo Monregalese (Italië), Bioregião de S. Pedro do Sul (Portugal), Sörmland Bio-district (Zweden) 
  • Beste voedselverwerkende kleine of middelgrote bio-onderneming: Biologon GmbH (Oostenrijk), Gino Girolomoni Cooperativa Agricola (Italië), Organic veggie food GmbH (Duitsland) 
  • Beste detailhandelaar in biologische voedingsmiddelen: BIOGAST GmbH (Oostenrijk), Coolanowle Organic Meats (Ierland), SAiFRESC (Spanje) 
  • Beste biologisch restaurant/biologische foodservice: B2 Bio pur GmbH (Duitsland), Biohotel St. Daniel (Slovenië), Kalf & Hansen (Zweden) 

De biologische productie in de EU beslaat 17 miljoen hectare (10,5 % van de landbouwgrond in de EU in 2022). Doel is dit percentage op te trekken tot 25 % in 2030, zoals vastgelegd in de Europese Green Deal. Het is van cruciaal belang dat de bekendheid met en de consumentenvraag naar biologische producten groter wordt. De EU-prijzen voor de biologische sector zijn in 2022 in het leven geroepen als onderdeel van het actieplan voor de ontwikkeling van de biologische productie. Door excellente prestaties in de hele biologische waardeketen, van landbouw tot foodservice, in het zonnetje te zetten, worden biologische praktijken bekender en zichtbaarder. (ks)

Het EESC verzoekt de Commissie om het thema mantelzorgers hoog op de politieke agenda te plaatsen en een platform op te richten voor de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten.

Het EESC verzoekt de Commissie om het thema mantelzorgers hoog op de politieke agenda te plaatsen en een platform op te richten voor de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten.

In juli heeft het EESC een advies goedgekeurd waarin het aandringt op aanvullende maatregelen, zowel op EU- als op nationaal niveau, om mantelzorgers beter te beschermen en hun essentiële bijdrage aan de samenleving te erkennen.

Hierbij valt te denken aan: de oprichting van een platform voor de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten, het aanbieden van hoogwaardige, toegankelijke gemeenschapsgebaseerde diensten om de lasten voor mantelzorgers te verlichten, en het aanbieden van respijtzorg. Het is ook van cruciaal belang dat mantelzorgers toegang hebben tot flexibele arbeidsomstandigheden, zodat zij niet gedwongen worden hun baan op te zeggen om voor hun gezinsleden te zorgen.

Pietro Barbieri, rapporteur van het advies, zei: “Het EESC wil een stem geven aan een groep mensen in onze samenleving die grotendeels onzichtbaar zijn, namelijk de mantelzorgers. Deze mensen worden vaak gedwongen hun baan op te zeggen en verliezen daardoor hun inkomen en veel van hun rechten. Mantelzorgers werken meestal in de schaduw. Het is tijd dat we hun inspanningen in de schijnwerpers zetten”.

Het EESC verzoekt de lidstaten passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat een besluit om mantelzorg op zich te nemen een vrijwillige keuze is, dat genderongelijkheden worden aangepakt, dat mantelzorgers hun baan en loon kunnen behouden dankzij meer flexibele werkregelingen en gemakkelijk weer tot de arbeidsmarkt kunnen toetreden als zij gedwongen werden deze te verlaten. Het is belangrijk om te zorgen voor een goed evenwicht tussen werk en privéleven.

Mantelzorg heeft niet dezelfde gevolgen voor mannen als voor vrouwen. Een groot percentage mantelzorgers zijn vrouwen, van wie ongeveer 70 % voor hun kinderen, echtgenoten of broers en zussen zorgt. Deze vrouwen lopen niet alleen een groter risico op burn-out en mentale of lichamelijke klachten, maar ook op armoede. “We hebben een van de beste socialezekerheidsstelsels ter wereld, maar in veel gevallen steunt het op de lichamen, armen en wilskracht van vrouwen”, aldus de heer Barbieri.

Om toezicht te houden op de impact van de voorschriften en regelgeving, is het van groot belang dat er kwalitatieve en kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn over de feitelijke levensomstandigheden van mantelzorgers. Het EESC dringt erop aan verdere onderzoeksstrategieën vast te stellen, in samenwerking met Eurofound en met de betrokkenheid van belanghebbenden.

Bijna de helft van de meer dan drie miljoen stagiairs in de EU wordt niet betaald en bijna een derde heeft geen toegang tot sociale bescherming.

Bijna de helft van de meer dan drie miljoen stagiairs in de EU wordt niet betaald en bijna een derde heeft geen toegang tot sociale bescherming.

In juli heeft het EESC een debat op hoog niveau gehouden over hoe de EU-wetgeving inzake stages kan worden verbeterd. Eerder hadden maatschappelijke organisaties en jongerenverenigingen opgeroepen om een einde te maken aan de wijdverbreide praktijk van stagiairs die gratis werken en geen toegang hebben tot sociale bescherming of andere sociale en arbeidsrechten.

Tijdens de zitting met Nicolas Schmit, commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten, prees het EESC de recente voorstellen van de Commissie ter verbetering van stages in Europa ‑ de Richtlijn inzake stages en het Versterkt kwaliteitskader voor stages.

Het EESC dringt er echter bij de medewetgevers op aan om de voorstellen aan te scherpen en te voorkomen dat stages worden misbruikt als bron van goedkope arbeidskrachten of ter vervanging van startersbanen. Stagiairs moeten ook een eerlijke vergoeding krijgen en de kosten van levensonderhoud die zij maken om stage te kunnen lopen, moeten worden terugbetaald.

EESC-voorzitter Oliver Röpke: “Stages zijn een belangrijk instrument voor jongeren om een eerste werkervaring op te doen. We moeten ervoor zorgen dat geen enkele jongere deze kans misloopt vanwege financiële beperkingen. Daarom moeten stages eerlijk worden vergoed. We moeten de uitbuiting van stagiairs in Europa aanpakken en ik dank de Commissie voor haar voorstellen om dit doel te bereiken.”

Commissaris Schmit merkte op: “Stages kunnen een uitstekende manier zijn voor jongeren om een eerste werkervaring op te doen, nieuwe vaardigheden te leren en hun netwerk op te bouwen. Die stages moeten echter wel van goede kwaliteit zijn. Er moet een duidelijk leerdoel zijn, de stagiairs moeten betaald krijgen en ze moeten begeleid worden om de overstap naar het beroepsleven vlot te laten verlopen.”

In zijn advies over de Richtlijn inzake stages en een Versterkt kwaliteitskader voor stages benadrukt het EESC dat de bevoegde overheden een belangrijke rol spelen bij de bestrijding van reguliere arbeidsverhoudingen die als stage worden verhuld. De sociale partners kunnen hiertoe bijdragen, overeenkomstig de bestaande nationale praktijken.

“Het is van cruciaal belang dat het kwaliteitskader voor stages in heel Europa wordt verbeterd, met name om de leer- en opleidingsinhoud te versterken en het misbruik en oneigenlijke gebruik van stages te bestrijden. Daarom vragen we de Commissie om de voorstellen aan te scherpen en ervoor te zorgen dat deze doelstellingen worden bereikt”, aldus Nicoletta Merlo, rapporteur voor het advies. (ll)

 

Het EESC waarschuwt voor de gevolgen die de komende uitbreiding van de EU voor de landbouw zou kunnen hebben. De aanloop naar deze uitbreiding wordt gekenmerkt door grote mondiale uitdagingen, waaronder geopolitieke verschuivingen, klimaatverandering en transities in het energie- en milieubeleid. Bij de toetreding van nieuwe lidstaten zijn een gedegen voorbereiding en naleving van de waarden van de EU van groot belang.

Het EESC waarschuwt voor de gevolgen die de komende uitbreiding van de EU voor de landbouw zou kunnen hebben. De aanloop naar deze uitbreiding wordt gekenmerkt door grote mondiale uitdagingen, waaronder geopolitieke verschuivingen, klimaatverandering en transities in het energie- en milieubeleid. Bij de toetreding van nieuwe lidstaten zijn een gedegen voorbereiding en naleving van de waarden van de EU van groot belang. 

Tijdens de zitting van juli heeft het EESC een advies goedgekeurd waarin het benadrukt hoe complex het uitbreidingsproces is en hamert op het belang van een goede voorbereiding, duurzaamheid en evenwichtige steun voor de landbouwsector van zowel de huidige als de kandidaat-lidstaten. Deze uitbreiding moet de strategische autonomie van de EU vergroten en de milieueffecten van de landbouw verminderen. Eerdere uitbreidingen hebben echter niet voor iedereen dezelfde resultaten opgeleverd: vaak konden grote landbouwbedrijven er wel van profiteren en kleinere landbouwbedrijven niet. 

De rapporteur van het advies, Stoyan Tchoukanov, wees erop dat eerdere uitbreidingen weliswaar in het algemeen een succes waren, maar geen voordeel opleverden voor plattelandsgebieden en kleinschalige landbouwers. Hij benadrukte dat voorzichtig moet worden omgegaan met het landbouwsysteem om verstoringen te voorkomen. 

Om mogelijk onjuiste informatie aan te pakken en een soepele integratie te waarborgen pleit het EESC voor uitgebreide gegevensverzameling en monitoring van landbouwhervormingen. De kandidaat-lidstaten zullen zich moeten aanpassen aan het zich ontwikkelende gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), waarin de nadruk nu eerder ligt op ecosysteemdiensten dan op traditionele steun. Naar verwachting zal het landbouwareaal van de EU fors toenemen door de uitbreiding. Alleen al door de toetreding van Oekraïne wordt dat areaal een kwart groter. 

Het EESC pleit voor een geleidelijke integratie, met specifieke budgetten ter ondersteuning van de zwaarst getroffen subsectoren van de landbouw, met name kleine en middelgrote landbouwbedrijven. Toekomstige GLB-hervormingen moeten gericht zijn op duurzaamheid; op hectaren gebaseerde subsidies dienen daarom te worden vervangen door financiële stimulansen voor diensten die het milieu en de samenleving ten goede komen. 

Al met al bepleit het EESC een zorgvuldig en goed ondersteund uitbreidingsproces, zodat alle lidstaten er wel bij zullen varen en de landbouwpraktijken van de EU ondanks de toenemende geopolitieke spanningen duurzaam en rechtvaardig blijven.

Het EESC heeft kritiek op het plan van de Europese Commissie voor geavanceerde materialen, omdat het onvoldoende financiering, meetbare doelstellingen en duurzaamheidsindicatoren bevat. In zijn advies over de desbetreffende mededeling van de Commissie pleit het EESC voor een alomvattende strategie om van de EU een wereldleider in deze uiterst belangrijke sector te maken.

Het EESC heeft kritiek op het plan van de Europese Commissie voor geavanceerde materialen, omdat het onvoldoende financiering, meetbare doelstellingen en duurzaamheidsindicatoren bevat. In zijn advies over de desbetreffende mededeling van de Commissie pleit het EESC voor een alomvattende strategie om van de EU een wereldleider in deze uiterst belangrijke sector te maken. 

“Geavanceerde materialen zijn van cruciaal belang voor de industrie, de economische groei en de duurzaamheid in de EU. We hebben duurzaamheidsindicatoren nodig in alle productieprocessen en moeten ervoor zorgen dat de juiste vaardigheden en geschoolde arbeidskrachten beschikbaar zijn”, aldus Anastasis Yiapanis, rapporteur voor het advies. 

Volgens het EESC mist het plan van de Commissie de ambitie en de specifieke doelstellingen die nodig zijn om het industriële leiderschap van de EU te waarborgen. Corapporteur Gerardo Luis Arroyo Herranz wijst erop dat het plan geen meetbare doelstellingen, termijnen of kernprestatie-indicatoren bevat. Het EESC dringt aan op een doortastende, strategische aanpak om de capaciteit van de EU op het gebied van geavanceerde materialen te versterken en stelt voor om gezondheidszorg op te nemen als strategische sector vanwege het grote economische belang ervan. 

Een van de belangrijkste aanbevelingen is de overgang naar een circulaire economie om de afhankelijkheid van grondstoffen te verminderen. Dit vraagt om nauwere samenwerking tussen het bedrijfsleven, de academische wereld en beleidsmakers, aanzienlijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling en het stimuleren van vaardigheden. “Zonder voldoende geschoold personeel dreigt elke maatregel te mislukken. De EU moet bij- en omscholingsprogramma’s opzetten, naast initiatieven voor beroepsonderwijs”, aldus Arroyo Herranz. 

Het EESC vindt de 250 miljoen euro die in Horizon Europa wordt voorgesteld voor geavanceerde materialen onvoldoende. Het dringt aan op meer financiering, fiscale stimulansen en vereenvoudigde bureaucratische procedures om investeringen en innovatie te bevorderen. Ook het veiligstellen van een stabiele aanvoer van kritieke grondstoffen is een belangrijk aandachtspunt. 

Het EESC beveelt aan om de interne capaciteit van de EU te versterken en de bronnen te diversifiëren, onder meer door partnerschappen aan te gaan met Zuid-Korea en de Verenigde Staten en langetermijncontracten te sluiten met kleinere landen om mogelijke onderbrekingen in de aanvoer op te vangen. (gb)

Uit de resultaten van de Europese verkiezingen blijkt dat er nog steeds een meerderheid bestaat die vóór Europa is, maar ook dat kiezers overal in de EU aandringen op beleid en wetgeving waarmee een antwoord wordt geboden op de vragen die in de verkiezingscampagne aan de orde zijn gesteld. Anders zou de pro-Europese meerderheid haar steun weleens kunnen verliezen, want steeds meer burgers dreigen zich van de traditionele politieke partijen af te keren.

Uit de resultaten van de Europese verkiezingen blijkt dat er nog steeds een meerderheid bestaat die vóór Europa is, maar ook dat kiezers overal in de EU aandringen op beleid en wetgeving waarmee een antwoord wordt geboden op de vragen die in de verkiezingscampagne aan de orde zijn gesteld. Anders zou de pro-Europese meerderheid haar steun weleens kunnen verliezen, want steeds meer burgers dreigen zich van de traditionele politieke partijen af te keren. 

Bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is er tijdens zijn plenaire zitting van juli een debat over de stand van de democratie in Europa gehouden met Roberta Metsola, voorzitter van het Europees Parlement (EP), en vertegenwoordigers van de fracties van het nieuw verkozen EP. 

Volgens EESC-voorzitter Oliver Röpke waren de Europese verkiezingen van juni een wake-upcallen is het onze plicht om in het licht van deze uitslag na te denken over de vraag hoe het met de democratie gesteld is. “Wij zijn er eensgezind van overtuigd dat de Europese Unie in dit verband het enige antwoord is en een democratievorm biedt die het leven van mensen in heel Europa zichtbaar verbetert”, aldus Röpke. 

Om ervoor te zorgen dat de burgers de democratie in Europa een warm hart blijven toedragen, moet de EU laten zien dat positieve veranderingen in samenlevingen en gemeenschappen nog steeds het best door de politiek kunnen worden bewerkstelligd, vindt ook Roberta Metsola. “Werkgevers, werknemers en het maatschappelijk middenveld zijn cruciaal voor de opbouw van Europa, in al onze steden, dorpen en regio’s, want dat zijn de plekken waar Europa gestalte krijgt en waar de democratie in praktijk wordt gebracht.”

In het debat met de vertegenwoordigers van de fracties sprak Željana Zovko, vicevoorzitter van de Europese Volkspartij (EVP), de grootste fractie in het Europees Parlement, de verwachting van haar fractie uit dat het beleid waarmee tijdens de vorige mandaatsperiode is begonnen, zal worden voortgezet. Ana Catarina Mendes, vicevoorzitter van de fractie van Socialisten en Democraten (S&D), zei dat het van essentieel belang is om werk te maken van de Europese pijler van sociale rechten en om armoede te bestrijden. Dan Barna, vicevoorzitter van de Renew-fractie, drong er bij de nieuwe Europese Commissie op aan om met behulp van de bestaande instrumenten de rechtstaat doeltreffender te verdedigen. Kira-Marie Peter-Hansen, vicevoorzitter van de fractie Groenen/EVA, wees erop hoe belangrijk het is om vast te houden aan de Green Deal als cruciaal beleidsonderdeel van de EU. Martin Schirdewan, covoorzitter van de Linkse Fractie, maakte duidelijk dat zijn fractie de nieuwe Commissie zal verzoeken de nodige aandacht te schenken aan de kosten van de crisis op het gebied van huisvesting. (mt)

In dit nummer:

  • Niet langer onzichtbaar: hoe de Olympische Spelen van Seoul en Londen een kentering teweegbrachten, door Pietro Barbieri
  • Wat ik zie op de Olympische Spelen, door Pyrros Dimas
  • Uit de dood herrezen – het allereerste digitale Olympische team van Oekraïne
  • Kinderen met een beperking: we kunnen alles, maar doen bepaalde dingen soms een beetje anders

De weg effenen voor de toetreding tot de EU van de landen van de Westelijke Balkan

Document Type
AS