De EU moet klimaatdiplomatie als vlaggenschipbeleid in haar externe optreden bevorderen, aldus het Europees Economisch en Sociaal Comité in zijn advies dat tijdens de decemberzitting werd goedgekeurd. Er is een robuust en geloofwaardig strategisch plan nodig om haar klimaatdiplomatie aan te passen aan het huidige geopolitieke landschap en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN.

Volgens het EESC wordt er vooruitgang geboekt zodra de klimaatdiplomatie wordt opgewaardeerd tot speerpunt van de buitenlandse betrekkingen van de EU.

Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC en rapporteur voor het advies, benadrukte: “Er is geen tijd te verliezen als we onherstelbare schade willen voorkomen. Klimaatdiplomatie is preventieve diplomatie. Daarom moeten we dringend meer werk maken van klimaatdiplomatie en ervoor zorgen dat dit een speerpunt wordt van het externe beleid van de EU.”

Het EESC moedigt de EU aan om een alomvattende strategie voor klimaatdiplomatie met prioriteiten voor de korte en lange termijn vast te stellen die klimaatacties integreren in alle gebieden van externe betrekkingen, waaronder veiligheid en defensie, handel, investeringen, vervoer, migratie, ontwikkelingssamenwerking, financiële en technische bijstand, cultuur en gezondheid.

Door de Europese Green Deal intern effectief uit te voeren, krijgt de EU de geloofwaardigheid om anderen te beïnvloeden en te inspireren om een vergelijkbare stap naar duurzaamheid te zetten. Daarom dringt het EESC er bij de lidstaten en de instellingen op aan te zorgen voor een betere coördinatie tussen de EU-actoren om hun respectieve beleid af te stemmen op de klimaatdoelstellingen en de binnenlandse maatregelen voor de uitvoering van de Green Deal te versnellen.

De rapporteur voor het advies, Stefano Mallia, zei het als volgt: “We moeten binnen de EU nagaan of we de doelstellingen die we in het kader van de Green Deal hebben vastgesteld, waar kunnen maken. Zodra de zaken hier op orde zijn, moeten we samenwerken met buurlanden, hun economische diversificatie bevorderen, plannen voor een rechtvaardige transitie opstellen en aanpassings- en risicobeheerprojecten ondersteunen om risico’s van kwetsbaarheid te voorkomen en te verminderen.” (mt)