Meer begrotingstransparantie via participatieve budgettering in de EU

Document Type
AS

Een van de sprekers tijdens het panel over onderzoeksjournalistiek van Connecting EU 2024 was Lukáš Diko, directeur van het Ján Kuciak Investigative Centre. Hij sprak met ons over het werk van onderzoeksjournalisten in het huidige Slowakije, waar de aanvankelijke steun voor een vrije pers en de strijd tegen corruptie na de moord op Ján Kuciak plaatsmaakten voor een gebrek aan vertrouwen in onafhankelijke media en een vijandige sfeer jegens journalisten.

Een van de sprekers tijdens het panel over onderzoeksjournalistiek van Connecting EU 2024 was Lukáš Diko, directeur van het Ján Kuciak Investigative Centre. Hij sprak met ons over het werk van onderzoeksjournalisten in het huidige Slowakije, waar de aanvankelijke steun voor een vrije pers en de strijd tegen corruptie na de moord op Ján Kuciak plaatsmaakten voor een gebrek aan vertrouwen in onafhankelijke media en een vijandige sfeer jegens journalisten.

1.  De moord op uw collega Ján Kuciak, de eerste moord op een journalist in Slowakije sinds de onafhankelijkheid, heeft niet alleen in uw land, maar ook in de EU een schokgolf teweeggebracht. Wat is het laatste nieuws over de rechtszaak tegen de daders?

Het is zesenhalf jaar geleden dat Ján Kuciak en zijn verloofde Martina Kušnírová werden vermoord vanwege Jáns onderzoekswerk. Desondanks loopt het onderzoek nog en kan het nog langer duren. Op dit moment zijn de moordenaar, zijn chauffeur en de tussenpersoon veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. In de processen tegen het vermeende meesterbrein, zakenman Marian Kočner, en zijn naaste medewerkster Alena Zsuzsová, die volgens het onderzoek opdracht gaf tot de moord, wordt echter nog gewacht op beslissingen in hoger beroep van het Hooggerechtshof. Zsuzsová werd door de rechter in eerste aanleg veroordeeld, terwijl Kočner werd vrijgesproken. Een nieuw proces is ook mogelijk, afhankelijk van het komende besluit. Kočner en Zsuzsová hadden beiden al lange tijd in de gevangenis gezeten voor andere misdaden. In het Ján Kuciak Investigative Center (ICJK) hebben we het proces op de voet gevolgd, omdat een van onze belangrijkste doelen is om de nalatenschap van Jan te behouden door zijn onderzoekswerk voort te zetten.

2. Wat is er, na de eerste schok en protesten tegen de moorden die hebben geleid tot het aftreden van de toenmalige premier Robert Fico, volgens u veranderd in de publieke opinie zodat de heer Fico weer aan de macht kon komen?

Na de moord op Ján en Martina in 2018 was de hele samenleving geschokt. Slowakije maakte de grootste volksprotesten mee sinds de Fluwelen Revolutie van 1989, die tot de val van het communisme had geleid. De protesten leidden tot het aftreden van premier Robert Fico en minister van Binnenlandse Zaken Robert Kaliňák. De mensen steunden journalisten, iedereen wilde een onderzoeksjournalist zijn en mensen maakten zich druk om corruptie. Profiterend van deze stemming won de oppositie de verkiezingen in 2020 met een anticorruptieagenda. Maar kort daarna kwam de COVID-19-pandemie met al haar problemen, wanbeheer en politieke onrust. Als ervaren politicus heeft Robert Fico munt geslagen uit de antivaccinatieprotesten, die hem de wind in de zeilen gaven. Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, heeft hij ook zijn pro-Russische discours opgevoerd, waardoor zijn partij, Smer, opnieuw steun kon verzamelen. Slowakije is bijzonder kwetsbaar voor propaganda en hoaxes, en deze factoren hebben ertoe bijgedragen dat Robert Fico en zijn partij de verkiezingen van 2023 hebben gewonnen.

3. Hoe gevaarlijk is het om nu een onderzoeksjournalist in Slowakije te zijn? Met welke nieuwe bedreigingen wordt u geconfronteerd bij uw werk?

De afgelopen jaren zijn in de EU-lidstaten vier onderzoeksjournalisten vermoord: Daphne Caruana Galizia in Malta in 2017, Ján Kuciak in Slowakije in 2018, Giorgos Karaivaz in Griekenland in 2021 en Peter R. de Vries in Nederland in 2021. Onderzoeksjournalist zijn in Europa is gevaarlijk geworden. Maar we kunnen ook stellen dat de moord op een journalist de waarheid niet het zwijgen zal opleggen en dat de waarheid aan het licht zal komen. Dat hebben we in al die landen gezien.

Ondanks deze afschuwelijke moorden stijgt het aantal verbale of onlineaanvallen tegen journalisten in Slowakije nog steeds, vaak opgehitst door politici, onder wie de premier, en vaak aanzettend tot pesterijen en lastercampagnes tegen journalisten. Deze vijandige sfeer tegen journalisten en onafhankelijke media leidt tot andere acties tegen hen. De laatste tijd is het aantal SLAPP’s gestegen, waarbij premier Fico bijvoorbeeld de hoofdredacteur van Aktuality.sk heeft aangeklaagd voor het gebruik van zijn foto op de omslag van een boek. De meest recente zaak betrof het misbruik van rechtshandhaving om journalisten te intimideren, wat een van onze collega’s bij ICJK overkwam. Al deze aanvallen leiden ertoe dat het vertrouwen van het publiek in de onafhankelijke media wordt ondermijnd en dat er een algehele vijandige sfeer jegens journalisten ontstaat. Als gevolg daarvan neemt het aantal onderzoeksjournalisten in het land af, en weinig jongeren ambiëren het om onderzoeksjournalist te worden. Positief is dat we bij ICJK het project Safe.journalism.sk hebben opgestart, dat training in persoonlijke en digitale veiligheid voor journalisten biedt, evenals juridische en psychosociale hulp aan journalisten die worden bedreigd en aangevallen.

Lukáš Diko is hoofdredacteur en voorzitter van het Ján Kuciak-onderzoekscentrum (ICJK). Lukáš is onderzoeksjournalist en een prominent figuur in de media, waarin hij al ruim 20 jaar werkzaam is. Hij was directeur nieuws, sport en publieke zaken van de Slowaakse publieke omroep RTVS. Lukáš is ook medeauteur van de in 2011 goedgekeurde gedragscode van Slowaakse journalisten.

Sinds de geopolitieke spanningen zijn toegenomen, is de economische macht van de Europese Unie in de wereld afgenomen en is haar strategische positie ernstig verzwakt. Het was dan ook de hoogste tijd om het concurrentievermogen en de eengemaakte markt van de EU eens kritisch tegen het licht te houden. Dat heeft tot twee belangwekkende rapporten geleid, opgesteld door de voormalige Italiaanse premiers Enrico Letta en Mario Draghi, die allebei krachtig pleiten voor consolidatie in de Europese banksector. Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers in het Europees Economisch en Sociaal Comité

Alain Coheur

door Alain Coheur

Gezondheid is een fundamentele pijler van de weerbaarheid en welvaart van de EU. Het is geen onderwerp in de marge, maar een belangrijk thema voor elke Europese burger, aangezien we allemaal wel eens een beroep doen op onze zorgstelsels. Tijdens de COVID-pandemie stond gezondheid in het middelpunt van de belangstelling. Ursula von der Leyen had als Commissievoorzitter de mogelijkheid om van gezondheid een essentieel onderdeel van alle andere beleidsterreinen te maken door transversale integratie van gezondheidsbeleid te bevorderen, maar helaas heeft zij deze unieke kans aan zich voorbij laten gaan. 

door Alain Coheur

Gezondheid is een fundamentele pijler van de weerbaarheid en welvaart van de EU. Het is geen onderwerp in de marge, maar een belangrijk thema voor elke Europese burger, aangezien we allemaal wel eens een beroep doen op onze zorgstelsels. Tijdens de COVID-pandemie stond gezondheid in het middelpunt van de belangstelling. Ursula von der Leyen had als Commissievoorzitter de mogelijkheid om van gezondheid een essentieel onderdeel van alle andere beleidsterreinen te maken door transversale integratie van gezondheidsbeleid te bevorderen, maar helaas heeft zij deze unieke kans aan zich voorbij laten gaan.

Het is zaak om sectoraal hokjesdenken achter ons te laten en een coherenter, samenhangender en inclusiever Europees model te ontwikkelen ter ondersteuning van een rechtvaardige transitie waarbij mensen niet aan hun lot worden overgelaten. We moeten alle belanghebbenden samenbrengen, de sociale dialoog versterken en het maatschappelijk middenveld inspraak geven in de verschillende fases, van beleidsontwikkeling tot -uitvoering en -evaluatie.

Het EESC pleit voor een Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied: een krachtenbundelend initiatief dat stoelt op Europese solidariteit om onze gezondheidszorgstelsels te versterken, ongelijkheid op gezondheidsgebied te bestrijden en de burgers tegen toekomstige crises te beschermen. Centraal bij dit alomvattende initiatief staan onder meer de volgende aspecten:

  • De Europese gezondheids- en zorggarantie: een belofte aan elke Europese burger om rechtvaardige en universele toegang tot kwaliteitsvolle zorg te garanderen.
  • De One Health-benadering: de gezondheid van de mens is onlosmakelijk verbonden met die van dieren, planten en het milieu. Klimaatverandering, pandemieën en biodiversiteitsverlies zijn allemaal bedreigingen die ons dwingen tot een holistische aanpak.
  • Modernisering van onze zorgstelsels door gebruik te maken van digitale instrumenten en artificiële intelligentie, waarbij absoluut moet worden gezorgd voor cyberbeveiliging en het verbeteren van de digitale vaardigheden van zowel burgers als gezondheidswerkers.
  • Strategische sociale en gezondheidsinvesteringen. Investeren in gezondheid heeft een positief effect op het welzijn van de burgers en op het concurrentievermogen van Europa.
  • Het waarborgen van de toegang tot geneesmiddelen en het opbouwen van een innovatieve en concurrerende EU-industrie; bij de ontwikkeling daarvan moeten de gezondheid en het algemeen belang vooropstaan en moeten we minder afhankelijk worden van mondiale toeleveringsketens. Produceren op Europese bodem is essentieel om onze soevereiniteit op gezondheidsgebied te waarborgen.
  • Er moet worden gegarandeerd dat goed opgeleide en goed betaalde gezondheidswerkers in voldoende getale aanwezig zijn, door aantrekkelijke werkomstandigheden te creëren, te investeren in opleiding, verrijkende carrières mogelijk te maken en gezondheidswerkers voortdurend te ondersteunen.
  • Versterking van het beleid voor gezondheid en veiligheid op het werk, met name door middel van arbeidsgeneeskunde, programma’s voor medische checks in de werkomgeving en bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende en mutagene stoffen.
  • In het kader van de bestrijding van ongelijkheid op gezondheidsgebied, waarvoor meerdere oorzaken zijn aan te wijzen, moet de aanpak van niet-overdraagbare ziekten en van zeldzame ziekten prioriteit krijgen.

Door Alexandra Borchardt

Je zou provocerend kunnen zeggen dat journalistiek en generatieve AI tegenstrijdig zijn. Journalistiek gaat over feiten, terwijl AI waarschijnlijkheden berekent. Of is het misschien helemaal prima als journalisten de gaten in een verhaal opvullen met iets dat gewoon plausibel klinkt? Want dat is precies hoe generatieve AI werkt.

Door Alexandra Borchardt

Je zou provocerend kunnen zeggen dat journalistiek en generatieve AI tegenstrijdig zijn. Journalistiek gaat over feiten, terwijl AI waarschijnlijkheden berekent. Of is het misschien helemaal prima als journalisten de gaten in een verhaal opvullen met iets dat gewoon plausibel klinkt? Want dat is precies hoe generatieve AI werkt. Toch biedt AI enorm veel mogelijkheden om de journalistiek te verrijken. AI kan worden gebruikt bij het brainstormen, het bedenken van interviewvragen of krantenkoppen en kan worden ingezet in de datajournalistiek en snelle documentanalyse. AI is ook niet gebonden aan specifieke formaten en talen. Het kan teksten omzetten in video’s, podcasts en visuals, content transcriberen, vertalen, visualiseren en toegankelijk maken in chatformaten. Dit alles kan helpen om mensen te bereiken die er voorheen bekaaid afkwamen, zoals hyperlokale doelgroepen, mensen met lees- of begripsproblemen of andere handicaps, of mensen die gewoonweg niet geïnteresseerd zijn in traditionele vormen van berichtgeving. Zoals Ezra Eeman, directeur Strategie en Innovatie bij de Nederlandse publieke omroep (NPO), het verwoordt: “Dankzij generatieve AI kunnen we onze publieke opdracht beter vervullen. AI maakt ons werk interactiever, toegankelijker en creatiever. Met AI kunnen we ons publiek bereiken met meer content.”

Hoewel sommigen in de mediasector euforisch zijn over de veelbelovende mogelijkheden van generatieve AI, brengt deze technologie wel aanzienlijke risico’s met zich mee. De twee belangrijkste zijn het algemene verlies aan vertrouwen in de berichtgeving en de verdere erosie of zelfs het wegvallen van journalistieke bedrijfsmodellen. Zoals eerder gezegd, zijn “hallucinaties” – de neiging van generatieve AI om antwoorden te verzinnen die het met heel echt lijkende feiten en bronnen onderbouwt – inherent aan deze technologie en geen bug. Het probleem gaat zelfs nog dieper. Omdat iedereen met generatieve AI binnen enkele minuten allerlei soorten content kan maken, inclusief deepfakes, bestaat het gevaar dat het publiek helemaal geen content meer vertrouwt. Bij trainingen in mediageletterdheid wordt nu al aangeraden om voorzichtig om te gaan met content op het internet. Deze gezonde scepsis zou kunnen omslaan in compleet wantrouwen als nepcontent welig tiert. Het is nog onduidelijk of traditionele media van hun rol als wegwijzers in deze wirwar van informatie zullen kunnen profiteren, of dat alle media als onbetrouwbaar zullen worden ervaren.

De vloedgolf aan met generatieve AI verwerkte zoekopdrachten maakt de ramp nog groter omdat de journalistiek hierdoor steeds onzichtbaarder dreigt te worden. Terwijl een Google-zoekopdracht in het verleden resulteerde in een aantal links naar overwegend betrouwbare mediakanalen, worden de zoekresultaten nu steeds vaker gegenereerd door AI. Gebruikers krijgen onmiddellijk een antwoord in tekstvorm en hoeven niet meer verder op onderzoek te gaan. Het is geen wonder dat er paniek uitbreekt bij de mediabonzen. Velen van hen zetten nu in op het gebruik van AI om de efficiëntie te verhogen, wat het probleem natuurlijk niet oplost. Juist nu moet er meer geïnvesteerd worden in kwaliteitsjournalistiek om het publiek het verschil te laten zien tussen willekeurige content enerzijds en goed onderzochte, waarheidsgetrouwe en betrouwbare journalistiek anderzijds.

Er is behoefte aan een ethische benadering van het gebruik van AI in de media. Allereerst hebben mediaorganisaties een AI-strategie nodig: welke toegevoegde waarde kan de technologie hebben voor de publieke dienstverlening? Middelen moeten worden besteed aan datgene wat echt wenselijk is – zonder uit het oog te verliezen dat AI aanzienlijke milieu- en maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Het zou ook altijd een optie moeten zijn om het zonder AI te doen. Mediabedrijven moeten ook hun macht en invloed aanwenden bij de aankoop van producten, bij het lobbyen voor regelgeving en bij hun deelname aan debatten over auteursrecht en gegevensbescherming. Er staat veel op het spel. Het is absoluut noodzakelijk dat elk bedrijf de producten die het gebruikt regelmatig controleert op vooroordelen en stereotypen om verdere schade te voorkomen. Tot slot is het gevaarlijk om op eigen houtje te werk te gaan in deze snel veranderende omgeving waar elke dag nieuwe producten worden uitgebracht. Deelnemen aan en stimuleren van samenwerking binnen de sector en tussen de sector en de technologiebedrijven is essentieel om een verantwoorde koers te kunnen varen.

Het lijdt echter geen twijfel dat generatieve AI de media sterker afhankelijk zal maken van de bigtechs. Hoe meer techbedrijven AI-tools integreren in toepassingen die mensen dagelijks gebruiken, hoe minder controle mediabedrijven zullen hebben over praktijken, processen en producten. Hun ethische richtlijnen zouden dan slechts een kleine voetnoot kunnen zijn bij beslissingen die elders al lang zijn genomen.

Tegen deze achtergrond komt de volgende hypothese misschien als een verrassing: De journalistiek van morgen kan sterk lijken op die van gisteren – en hopelijk zal ze beter zijn. Maar een deel van de journalistiek van vandaag zal verdwijnen. Zoals altijd zal het gaan over feiten, verrassingen, het vertellen van verhalen en het ter verantwoording roepen van de machtigen. Over het opbouwen van stabiele, loyale en op vertrouwen gebaseerde relaties met het publiek door begeleiding te bieden, gesprekken op gang te brengen en gemeenschappen te ondersteunen. In een wereld die beheerst wordt door kunstmatige inhoud zal wat echte mensen zeggen, denken en voelen bijzonder waardevol zijn. En dit is precies wat journalisten heel goed kunnen overbrengen. AI kan de journalistiek echter helpen om veel dingen beter te doen: individuen en groepen voorzien van informatie die inspeelt op hun behoeften en levenssituatie, door inclusiever en lokaler te worden, verrijkt met gegevens op manieren die voorheen onbetaalbaar waren. Anne Lagercrantz, adjunct-directeur van de Zweedse televisie, zei hierover: “Artificiële intelligentie zal de journalistiek fundamenteel veranderen, maar hopelijk niet onze rol in de maatschappij. We moeten werken aan de geloofwaardigheid van de media-industrie. We moeten veilige ruimtes creëren waar informatie betrouwbaar is.” Tot slot kunnen we concluderen dat het AI-tijdperk niet de journalistiek op zich bedreigt, maar eerder de bedrijfsmodellen van de sector.

Deze tekst is gebaseerd op het gratis te downloaden rapport Trusted Journalism in the Age of Generative AI dat in 2024 door de European Broadcasting Union is gepubliceerd. Tekst en research door dr. Alexandra Borchardt, Kati Bremme, dr. Felix Simon en Olle Zachrison.

De uitbreiding omarmen: inzetten op de toekomst van Europa

De toetreding en integratie van kandidaat-lidstaten in de Europese Unie is niet zomaar een uitbreiding, maar een geostrategische investering in vrede, stabiliteit, veiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling die het democratische bestel van ons continent versterkt. Daarmee is de uitbreiding van de EU een krachtig instrument om Europese kernwaarden te verspreiden en hoog in het vaandel te houden. 

De uitbreiding omarmen: inzetten op de toekomst van Europa

De toetreding en integratie van kandidaat-lidstaten in de Europese Unie is niet zomaar een uitbreiding, maar een geostrategische investering in vrede, stabiliteit, veiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling die het democratische bestel van ons continent versterkt. Daarmee is de uitbreiding van de EU een krachtig instrument om Europese kernwaarden te verspreiden en hoog in het vaandel te houden. Hoeveel belang het EESC hecht aan de verdieping en uitbreiding van de Unie valt op te maken uit onze hecht verankerde bilaterale organen met maatschappelijke organisaties uit kandidaat-lidstaten — gemengde raadgevende comités (GRC) en platforms voor het maatschappelijk middenveld — ons initiatief inzake leden uit kandidaat-lidstaten (ECM) en de uitbreiding van onze in het teken van grondrechten en de rechtsstaat staande bezoeken aan kandidaat-lidstaten. Uit ons werk blijkt dat de integratie van kandidaat-lidstaten parallel kan en moet lopen aan de geleidelijke doorvoering van de nodige interne hervormingen. Weliswaar moet er in verschillende kandidaat-lidstaten nog altijd het een en ander gebeuren, maar in plaats van ons tegen te houden zouden deze belemmeringen juist een impuls moeten geven aan de samenwerking met onze partners aldaar.

Met zijn deelname aan de ministeriële bijeenkomst van de Westelijke Balkan in Skopje en zijn nauwe samenwerking met leiders van verschillende kandidaat-lidstaten heeft het EESC een bijdrage geleverd aan de uitbreiding van de EU. Met onze werkzaamheden proberen wij in te schatten in hoeverre kandidaat-lidstaten aan de criteria van Kopenhagen voldoen, en we herhalen eens te meer hoeveel belang wij hechten aan een inclusieve en billijke dialoog met alle EESC-leden, waarmee we zeker ook leden uit kandidaat-lidstaten bedoelen. Ik ben er dan ook trots op dat het ECM-initiatief, dat in februari in aanwezigheid van de Albanese premier Edi Rama en de Montenegrijnse premier Milojko Spajić is gelanceerd, een belangrijk onderdeel vormt van het manifest van mijn voorzitterschap.

Door actief leden uit kandidaat-lidstaten bij zijn werkzaamheden te betrekken positioneert het EESC zich als een toonaangevende EU-instelling als het aankomt op de geleidelijke integratie van deze landen. De impact van dit initiatief is tastbaar en wordt steeds meer erkend in de kandidaat-lidstaten en in de EU. Zo hebben Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en commissaris voor Uitbreiding Oliver Várhelyi duidelijk hun bijval voor het project uitgesproken. Het initiatief moet niet alleen directe voordelen opleveren, maar ook een solide basis creëren voor wat de kandidaat-lidstaten, hun burgers en hun levendige maatschappelijke organisaties op de langere termijn hopen te bereiken. Het biedt het maatschappelijk middenveld uit deze landen de mogelijkheid om rechtstreeks deel te nemen aan het besluitvormingsproces van de EU en de dynamiek voor de nodige hervormingen op peil te houden. In totaal hebben 146 leden uit kandidaat-lidstaten meegewerkt aan adviezen over onderwerpen die verband houden met de uitbreiding, zoals het cohesiebeleid van de EU, de eengemaakte markt, de economische duurzaamheid van de agrovoedingsindustrie en het tekort aan vaardigheden.

De gemengde raadgevende comités en de platforms voor het maatschappelijk middenveld zijn van cruciaal belang voor het overleg tussen verschillende belanghebbenden en zorgen ervoor dat alle stemmen tijdens het besluitvormingsproces worden gehoord. Momenteel zijn er gemengde raadgevende comités met Montenegro, Servië en Turkije. Van de platforms voor het maatschappelijk middenveld verdienen vooral die met Oekraïne en Moldavië vermelding. Het gemengd raadgevend comité met Noord-Macedonië zal naar verwachting zijn werkzaamheden hervatten zodra de eerste onderhandelingsronde begint, en een nieuw comité voor Albanië staat al stevig in de steigers. Het aanstaande forum van het maatschappelijk middenveld op hoog niveau, dat op 24 oktober parallel aan de voltallige vergadering van het EESC wordt gehouden, zal een extra impuls voor deze inzet betekenen. Tijdens dit samen met de Commissie georganiseerde forum zullen EESC-leden, ongeveer honderd leden uit kandidaat-lidstaten en vooraanstaande politici uit de lidstaten en kandidaat-lidstaten van gedachten wisselen over het belang van de civiele en sociale dialoog voor een succesvolle uitbreiding van de EU. Duidelijk zal worden hoe belangrijk de sociale dialoog is om het pad naar EU-toetreding te effenen, de groene en de digitale transitie zo goed mogelijk te laten verlopen en de kernwaarden van de EU in ere te houden.

Als toegangspoort voor het maatschappelijk middenveld wil het EESC allen die zich inzetten voor vrijheid, democratie en sociaal-economische welvaart steunen en in hun kracht zetten, met uiteindelijk als doel een hechtere integratie in de kandidaat-lidstaten en de EU. Samen bouwen we aan een betere toekomst voor Europa, dat wil zeggen een inclusieve toekomst die zich kenmerkt door welvaart en eendracht. Het EESC blijft zich onvermoeibaar inzetten voor uitbreiding, en onze activiteiten getuigen van ons geloof in een Europa dat over de hele linie beter geïntegreerd en veerkrachtiger is.

Oliver Röpke

Voorzitter van het EESC

Onze speciale gast is dr. Alexandra Borchardt. Zij was dit jaar de centrale spreker tijdens het seminar Connecting EU van het EESC. Borchardt is hoofdauteur van het EBU News Report 2024 over de impact van AI op de journalistiek. Nu generatieve AI aan een forse opmars bezig is, onderzoekt zij hoe er verantwoord aan journalistiek kan worden gedaan. Hoewel sommigen in de mediasector euforisch zijn over de veelbelovende mogelijkheden van generatieve AI, brengt deze technologie wel aanzienlijke risico’s met zich mee. De kansen die AI biedt, zijn echter minstens zo groot.

Onze speciale gast is dr. Alexandra Borchardt. Zij was dit jaar de centrale spreker tijdens het seminar Connecting EU van het EESC. Borchardt is hoofdauteur van het EBU News Report 2024 over de impact van AI op de journalistiek. Nu generatieve AI aan een forse opmars bezig is, onderzoekt zij hoe er verantwoord aan journalistiek kan worden gedaan. Hoewel sommigen in de mediasector euforisch zijn over de veelbelovende mogelijkheden van generatieve AI, brengt deze technologie wel aanzienlijke risico’s met zich mee. De kansen die AI biedt, zijn echter minstens zo groot.

Borchardt is senior journalist, onafhankelijk adviseur, universitair docent en mediaonderzoeker met meer dan 25 jaar journalistieke ervaring, waarvan 15 jaar als leidinggevende. Als coach van het programma Table Stakes Europe van de World Association of News Publishers (WAN-IFRA) heeft zij de afgelopen vijf jaar 26 Europese uitgevers ondersteund bij hun digitale transformatie. Lees hier meer over haar werk.

In onze column Ter zake beveelt Alain Coheur, rapporteur voor het EESC-advies Ontwikkeling van een Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied de nieuwe Europese Commissie aan om gezondheidskwesties te behandelen als een prioritair thema. Hij benadrukt het samenbrengende karakter van het Europese vlaggenschipinitiatief voor gezondheid, dat moet laten zien dat Europa zich er op solidaire wijze voor inzet om gezondheidszorgstelsels te versterken en de EU tegen toekomstige crises te beschermen.

In onze column Ter zake beveelt Alain Coheur, rapporteur voor het EESC-advies Ontwikkeling van een Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied de nieuwe Europese Commissie aan om gezondheidskwesties te behandelen als een prioritair thema. Hij benadrukt het samenbrengende karakter van het Europese vlaggenschipinitiatief voor gezondheid, dat moet laten zien dat Europa zich er op solidaire wijze voor inzet om gezondheidszorgstelsels te versterken en de EU tegen toekomstige crises te beschermen.

Op 4 oktober heeft de ad-hocgroep Europees burgerinitiatief (EBI) van het EESC in Zagreb een debat gehouden met als thema Het Europees burgerinitiatief — stand van zaken in Kroatië. In het kader van het debat praatten de leden van de ad-hocgroep met lokale belanghebbenden over hun ervaringen, standpunten en ideeën. Het ging daarbij vooral over de zichtbaarheid en bekendheid van het Europees burgerinitiatief (EBI) in Kroatië en over lessen die zijn geleerd en goede praktijken die tot dusver in kaart zijn gebracht. Het EBI is een instrument waarmee burgers van de Europese Unie rechtstreeks invloed kunnen uitoefenen op het EU-beleid door nieuwe wetgeving voor te stellen.

Op 4 oktober heeft de ad-hocgroep Europees burgerinitiatief (EBI) van het EESC in Zagreb een debat gehouden met als thema Het Europees burgerinitiatief — stand van zaken in Kroatië. In het kader van het debat praatten de leden van de ad-hocgroep met lokale belanghebbenden over hun ervaringen, standpunten en ideeën. Het ging daarbij vooral over de zichtbaarheid en bekendheid van het Europees burgerinitiatief (EBI) in Kroatië en over lessen die zijn geleerd en goede praktijken die tot dusver in kaart zijn gebracht. Het EBI is een instrument waarmee burgers van de Europese Unie rechtstreeks invloed kunnen uitoefenen op het EU-beleid door nieuwe wetgeving voor te stellen.

Het in Zagreb gehouden debat met als thema Het Europees burgerinitiatief — stand van zaken in Kroatië was het eerste evenement van dit soort dat de ad-hocgroep buiten Brussel hield. In het gebouw van de Kroatische handels- en ambachtskamer (Hrvatska Obrtnička Komora) verwelkomden de leden van de ad-hocgroep van het EESC Margareta Mađerić, staatssecretaris bij het Kroatische ministerie van Arbeid, Dino Zorić van het ministerie van Justitie, vertegenwoordigers van de Europese Commissie en het EBI-forum, en tal van deelnemers die Europe Direct-centra, universiteiten, lokale overheden en nationale sociaaleconomische raden vertegenwoordigden, evenals Kroatische EBI-ambassadeurs, EBI-organisatoren, universiteitsstudenten en andere EBI-stakeholders.

Het debat werd in de namiddag gevolgd door een reguliere EBI-vergadering van de ad-hocgroep en een wandeling door het centrum van Zagreb, waarbij de leden van de ad-hocgroep het Europees paspoort voor de democratie uitreikten aan Kroaten.

Met haar werkprogramma 2023-2025 wil de ad-hocgroep de actieve deelname van het EESC aan het Europees burgerinitiatief verder opvoeren. Zij is van plan vergaderingen buiten Brussel te blijven organiseren, omdat die een goede gelegenheid bieden om met lokale EBI-stakeholders van gedachten te wisselen en het EBI op nationaal en lokaal niveau onder de aandacht te brengen.

De ad-hocgroep Europees burgerinitiatief, die momenteel wordt voorgezeten door EESC-lid Violeta Jelić, werd in 2013 opgericht om politieke sturing te geven aan het EBI en de ontwikkelingen op dit gebied te volgen.

Het Europees burgerinitiatief, waarvoor het Verdrag van Lissabon de voorwaarden schiep, kwam in 2012 tot stand en is het allereerste instrument voor participerende democratie op transnationaal niveau. Het komt erop neer dat een groep van ten minste één miljoen EU-burgers uit ten minste zeven lidstaten de Europese Commissie kan verzoeken wetgeving voor te stellen. Daarmee komt het initiatief het dichtst bij een wetgevingsinitiatief van de burger. 

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft zich van meet af aan zeer actief ingezet om het Europees burgerinitiatief handen en voeten te geven en onder de aandacht te brengen. (ep)

6 november 2024

Jaarlijkse conferentie over de grondrechten en de rechtsstaat

27 november 2024

Burgers kunnen desinformatie tegengaan (Athene, Griekenland)

28-29 november 2024

9e Europees Migratieforum

4-5 december 2024

EESC-zitting

6 november 2024

Jaarlijkse conferentie over de grondrechten en de rechtsstaat

27 november 2024

Burgers kunnen desinformatie tegengaan (Athene, Griekenland)

28-29 november 2024

9e Europees Migratieforum

4-5 december 2024

EESC-zitting