Wereldwijd hebben ruim 55 miljoen mensen, onder wie veel jongeren, te kampen met eetstoornissen die hun geestelijke en lichamelijke gezondheid beïnvloeden. Stigmatisering verhindert velen om hulp te zoeken. Het project Telling Stories for Good, uitgevoerd door de Italiaanse organisatie Animenta, wil stereotypen uit de weg ruimen, vroegtijdige erkenning bevorderen en ondersteuning bieden. Sinds 2021 heeft zij in Italië meer dan 10 000 leerlingen bereikt. Wij spraken met de voorzitter en oprichter van Animenta, Aurora Caporossi.

Wereldwijd hebben ruim 55 miljoen mensen, onder wie veel jongeren, te kampen met eetstoornissen die hun geestelijke en lichamelijke gezondheid beïnvloeden. Stigmatisering verhindert velen om hulp te zoeken. Het project Telling Stories for Good, uitgevoerd door de Italiaanse organisatie Animenta, wil stereotypen uit de weg ruimen, vroegtijdige erkenning bevorderen en ondersteuning bieden. Sinds 2021 heeft zij in Italië meer dan 10 000 leerlingen bereikt. Wij spraken met de voorzitter en oprichter van Animenta, Aurora Caporossi.

Wat heeft u ertoe aangezet uw project te starten?

Animenta is voortgekomen uit de noodzaak om een stem te geven aan iedereen met een eetstoornis, maar ook aan degenen in hun directe omgeving. De vereniging wil ervoor zorgen dat mensen goede toegang krijgen tot een behandeling voor eetstoornissen, omdat mensen deze stoornissen kunnen overwinnen als zij de kans krijgen zichzelf te genezen.

Hoe is uw project ontvangen? Hebt u feedback gekregen van de mensen die u heeft geholpen?  Kunt u ons een voorbeeld geven?

“Animenta is de plek waar ik me welkom voelde, ik realiseerde me dat ook ik aan een eetstoornis leed, ook al had ik geen ondergewicht.” Dit is een bericht dat enkele maanden geleden uit onze gemeenschap kwam en dat ons het belang en de impact van ons werk liet inzien. Animenta werd met nieuwsgierigheid ontvangen, maar ook met de hoop dat we verandering teweeg kunnen brengen.

Hoe gaat u het prijzengeld gebruiken om het initiatief te blijven ondersteunen? Staan er al nieuwe projecten op stapel?

Om onze impact te vergroten willen we steeds meer investeren in onze schoolprojecten. Ook zullen middelen worden gebruikt om zelfhulpgroepen op te richten voor mensen met een eetstoornis. Animenta-projecten zijn onder meer Animenta Camps, een zesdaagse natuurervaring waarbij mensen hun relatie met zichzelf, hun lichaam en voedsel opnieuw kunnen ontdekken.

Welk advies zou u andere organisaties geven om resultaten te boeken met dit soort activiteiten en programma's?

Begin met verhalen om meer te weten te komen over wat de gemeenschap die je aanspreekt doormaakt. Vraag om reacties en deel vragenlijsten uit om te begrijpen waaraan behoefte is. Maar laat vooral jezelf zien om het verhaal van je strijd te vertellen en de verandering die je wilt bereiken. Tegelijkertijd is het cruciaal om met anderen te netwerken om een efficiënt en doeltreffend ondersteuningssysteem tot stand te brengen.

Vindt u dat eetstoornissen vandaag de dag serieus worden erkend als een ernstige mentale aandoening? Krijgen de getroffen personen passende steun en wat moet er gebeuren om dit te verbeteren?

Er wordt de laatste tijd meer gesproken over eetstoornissen, dus we kunnen stellen dat er meer informatie is. Het gaat echter om ziekten met een diepe sociale stigmatisering en een zeer stereotiepe voorstelling. Sommigen geloven zelfs nu nog dat eetstoornissen een gebrek aan wilskracht of een gril zijn. In feite zijn eetstoornissen een complexe psychiatrische ziekte die een serieuze behandeling nodig heeft. Deze is momenteel niet altijd beschikbaar omdat er onvoldoende behandelcentra zijn en veel mensen geen toegang tot een behandeltraject hebben.

Via AgeWell, haar netwerk voor sociale betrokkenheid, bestrijdt de Ierse liefdadigheidsorganisatie Third Age Foundation eenzaamheid op oudere leeftijd. De AgeWell-partners, zelf ouder dan 50, zoeken eenmaal per week ouderen thuis op, bieden gezelschap aan, maar houden ook de gezondheid en het welzijn van de cliënt in de gaten met behulp van een app met vragen. Volgens Alison Branigan van de Third Age Foundation hebben tot op heden ruim 500 mensen in het graafschap Meath (Ierland) dergelijke steun ontvangen; zij beschrijven de dienst als “reddingslijn” of zelfs als “licht aan het einde van een donkere, lange tunnel”.

Via AgeWell, haar netwerk voor sociale betrokkenheid, bestrijdt de Ierse liefdadigheidsorganisatie Third Age Foundation eenzaamheid op oudere leeftijd. De AgeWell-partners, zelf ouder dan 50, zoeken eenmaal per week ouderen thuis op, bieden gezelschap aan, maar houden ook de gezondheid en het welzijn van de cliënt in de gaten met behulp van een app metvragen. Volgens Alison Branigan van de Third Age Foundation hebben tot op heden ruim 500 mensen in het graafschap Meath (Ierland) dergelijke steun ontvangen; zij beschrijven de dienst als “reddingslijn” of zelfs als “licht aan het einde van een donkere, lange tunnel”.

Wat heeft u ertoe aangezet uw project te starten?

AgeWell is in het graafschap Meath geïntroduceerd om de groeiende oudere bevolking, die specifieke sociale, emotionele, psychologische en fysieke zorgbehoeften had, te ondersteunen. Onze gezondheidszorg staat onder enorme druk, de bevolking groeit en vergrijst, en er zijn ellenlange wachtlijsten voor diensten, waaronder thuishulp. AgeWell biedt een tijdig en praktisch antwoord dat de bestaande gezondheidszorg aanvult en verbetert door ouderen te ondersteunen die geïsoleerd, eenzaam, kwetsbaar en aan huis gebonden zijn en bepaalde risico’s lopen, om hen te helpen langer te kunnen blijven wonen waar zij dat willen. Dat doen we door hen sociale connecties te bieden en hun gezondheid en welzijn in het oog te houden, en door opkomende problemen in kaart te brengen en erop te reageren voordat uit de hand lopen. AgeWell sluit ook goed aan bij het streven van onze organisatie Third Age, die ouderen rechtstreeks ondersteunt door middel van innovatieve diensten en programma's, en unieke mogelijkheden voor vrijwilligerswerk creëert waarbij ouderen hun leeftijdsgenoten en andere groepen kunnen bijstaan. 

Wat waren de reacties op uw project? Hebt u feedback gekregen van de mensen die u hebt geholpen?  (Kunt u misschien een voorbeeld geven?)

Tot nu toe heeft AgeWell in het graafschap Meath meer dan 500 ouderen ondersteund. Velen waarderen het onderdeel gezelschap van het programma enorm: ze hebben een speciale band opgebouwd met hun AgeWell-partners, waardoor we meer inzicht hebben in hun behoeften en angsten en hen dus beter kunnen ondersteunen.

Enkele reacties van cliënten: “De service is een reddingslijn”, “Ik besefte pas dat ik de steun nodig had toen ik ze kreeg”, “ik ben zo dankbaar voor de service en mijn begeleider, ze maakt mijn hele week goed”, “ik was erg eenzaam, van de ene dag op de andere zag ik niemand meer, ik kijk echt uit naar mijn bezoeken”. Een cliënt die er zeer slecht aan toe was en toegaf dat hij meermaals zelfmoord had overwogen, zei: “AgeWell kwam op het juiste moment; zij hielpen me om licht te zien aan het einde van een lange, donkere tunnel"; hij zei ook "iedereen zou van deze service gebruik moeten kunnen maken".

Onze vrijwillige begeleiders, die ook oudere mensen zijn, zeggen het volgende: “Ik vind het geweldig om vrijwilliger te zijn”, “Het is zo fijn om het gevoel te hebben dat je ertoe doet", en “Ik heb veel geleerd over mensen en mezelf door dit werk te doen”.

Statistisch kunnen we aantonen dat AgeWell het welzijn en de sociale, emotionele en informatieve ondersteuning verbetert, isolement en eenzaamheid vermindert. Ook voelen mensen zich gezonder en bewegen ze meer.

Daarnaast geven familieleden van onze cliënten aan dat zij geruster zijn en wordt ons werk erkend door zorgverleners die cliënten voortdurend rechtstreeks naar ons doorverwijzen.

Welk advies zou u andere organisaties geven om resultaten te boeken met dergelijke activiteiten en programma's?

Ken uw doelgroep, betrek de deelnemers bij het proces en luister naar hun suggesties en hun behoeften. Geloof in wat je weet en wat je kunt bereiken, zet door, wees creatief en doortastend: als je idee goed genoeg is, zul je een manier vinden. Sta open voor samenwerking met anderen, en als je kunt zorgen voor een bijdrage van de overheid of de nationale gezondheidsdienst in de vorm van financiering en/of ondersteuning/promotie, kan dat enorm bijdragen aan de geloofwaardigheid van het programma, de impact en het succes ervan.

Wat is volgens u de belangrijkste oorzaak van de verslechtering van de geestelijke gezondheid op oudere leeftijd, afgezien van fysiologische factoren? Kunnen we als samenleving de geestelijke gezondheid van ouderen verbeteren?

Eenzaamheid en isolement waren altijd al factoren die bijdragen aan een tanende geestelijke gezondheid op latere leeftijd; hoewel dit een probleem kan zijn op het Ierse platteland, komt het net zo vaak voor in bruisende steden. De afgelopen jaren hebben de effecten van de pandemie, gedwongen isolement, cocooning en afscherming, en het verlies van sociaal contact, toegang tot activiteiten en vrijheid, een golf van angst, bezorgdheid, depressie en geestelijke gezondheidsproblemen teweeggebracht. Binnenlandse en mondiale gebeurtenissen, waaronder de stijgende kosten van levensonderhoud, oorlog en conflicten, hebben ook een rol gespeeld. Naarmate mensen ouder worden, kan het gebeuren dat hun sociale kring kleiner wordt, zij zich door ziekte minder gemakkelijk buiten de deur begeven, aan huis gebonden raken of hun oonafhankelijkheid verliezen. Al deze factoren kunnen van invloed zijn op de waardering, de eigenwaarde, de stemming en de vooruitzichten. Het is belangrijk dat ouderen niet worden vergeten alleen omdat ze misschien niet zichtbaar zijn: we moeten het belang beseffen van gemeenschap, gemeenschapsinterventies, de kracht van sociale contacten en initiatieven op het gebied van "sociaal voorschrijven". 

Zonder “sociale deal” geen “Green deal”

door de groep Werknemers van het EESC

Zonder “sociale deal” geen “Green deal”

door de groep Werknemers van het EESC

Op 26 februari hebben protesterende boeren voor de tweede keer in enkele weken tijd de straten van Brussel geblokkeerd met hun tractoren. In schril contrast met de gebruikelijke nette pakken en strakke kapsels werden de straten van de Europese wijk overgenomen door de boeren met hun heftrucks, tractoren, hooi en brandende autobanden. De complexe redenen voor het boerenprotest variëren van het GLB en het milieubeleid tot kwesties die er volledig los van staan.

De waarheid is dat het Europese platteland zich al heel lang in een moeilijke situatie bevindt. De groep Werknemers en het EESC hebben al herhaaldelijk gewaarschuwd dat er zonder een sociale deal geen Green Deal zou zijn. En hoewel het gemakkelijk is om dit af te doen als Brussels jargon, zou dit een ernstige fout zijn. Het platteland kampt namelijk met echte problemen. Zo is er het feit dat tussenpersonen de producenten veel te weinig betalen, maar wel buitensporig hoge consumentenprijzen in rekening brengen. En het feit dat boeren onvoldoende steun krijgen voor het doorvoeren van milieuhervormingen. Andere problemen zijn de (oneerlijke) vrijhandelsovereenkomsten, de zware arbeidsomstandigheden en de klimaatverandering.

De reactie van de Europese Commissie, die halsoverkop de plannen voor een pesticidenverordening heeft ingetrokken, is nog zorgwekkender dan het gebrek aan werkelijk overleg met de sociale partners en het uitblijven van maatregelen van sociaal beleid. Het schrappen van dit voorstel levert onze politici misschien wat extra tijd op, maar zal er ook toe leiden dat het milieu onherstelbare schade wordt toegebracht.

Met de verkiezingen in aantocht probeert extreemrechts nu munt te slaan uit de ontevredenheid en het voortouw te nemen in het protest tegen de SDG’s, de Green Deal en Agenda 2030, iets waar het redelijk goed in slaagt.

Op 23 februari hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en de Europese Commissie een vlaggenschipevenement georganiseerd ter gelegenheid van het Europees Jaar van de Vaardigheden, om aandacht te vragen voor de vaardigheden die nodig zijn voor de banen van vandaag en morgen. Het evenement bracht meer dan 400 jongeren uit alle EU-lidstaten samen.

Op 23 februari hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en de Europese Commissie een vlaggenschipevenement georganiseerd ter gelegenheid van het Europees Jaar van de Vaardigheden, om aandacht te vragen voor de vaardigheden die nodig zijn voor de banen van vandaag en morgen. Het evenement bracht meer dan 400 jongeren uit alle EU-lidstaten samen.

Dit evenement, getiteld Kennismaking met excellentiekampioenen, draaide rond de 35 jonge EU-kampioenen van de afgelopen wedstrijden WorldSkills, EuroSkills en Abylimpics (een Olympische vaardighedenwedstrijd voor mensen met een handicap). Zij hadden het in die wedstrijden tegen elkaar opgenomen in meer dan twintig verschillende disciplines, zoals mobiele robotica, ICT, mechanica, grafisch ontwerp, autotechniek en constructie.

De kampioenen vertelden inspirerende verhalen over hun leer- en loopbaantrajecten. Tijdens praktische demonstraties op gebieden als bloemsierkunst, het lakken van auto’s, robotica en virtual reality kon het jonge publiek van dichtbij kennismaken met traditionele en nieuwe vaardigheden. Er werden ook uiteenzettingen gehouden over de integratie van robotsystemen, een robot voor ontmijningswerk in Oekraïne en het gebruik van computerondersteund ontwerp (CAD) voor werktuigbouwkunde.

Bedoeling was om de voordelen en mogelijkheden van beroepsonderwijs en -opleiding te promoten, vooral met het oog op de groene en de digitale transitie en de toekomstige arbeidswereld. Dit is zeker van belang omdat de EU tegenwoordig kampt met een tekort aan arbeidskrachten en vaardigheden en omdat vraag naar en aanbod van vaardigheden niet op elkaar zijn afgestemd. Meer dan driekwart van de bedrijven geeft aan moeite te hebben om werknemers met de juiste vaardigheden te vinden.

EESC-voorzitter Oliver Röpke: “Vaardigheden zijn van doorslaggevend belang om jongeren in staat te stellen zich te ontplooien, zowel in hun persoonlijke leven als op de arbeidsmarkt. Nu de digitale en de groene transitie in volle gang zijn, kunnen we vaardigheden niet alleen gebruiken om ons aan de banen van morgen aan te passen, maar ook om ze vorm te geven”.

Nicolas Schmit, commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten: “Beroepsopleiding biedt enorm veel mogelijkheden op de huidige arbeidsmarkt. Ik ben ervan overtuigd dat beroepsonderwijs en -opleiding ons kunnen helpen de vaardighedenmismatches en het tekort aan arbeidskrachten aan te pakken die de Europese industrieën momenteel afremmen”.

Tijdens het evenement bleek dat beroepsonderwijs en -opleiding uitstekende keuzes zijn met sterke carrièrevooruitzichten en meer kans om snel werk te vinden. Niet alleen voor jongeren, ook voor volwassenen die van baan willen veranderen of gewoon hun bestaande vaardigheden willen verbeteren. Toch is het vaak nog altijd een tweede keuze voor veel jongeren. In 2021 volgde iets meer dan de helft van alle jongeren in het middelbaar onderwijs in de EU een beroepsgerichte opleiding.

In 2022 slaagde bijna 80 % van de recent afgestudeerden in beroepsonderwijs en -opleiding erin een baan te vinden. De EU wil dat cijfer in 2025 tot 82 % opdrijven. (ll)

Probeert u het onderwijsstelsel te hervormen? Heeft u een voedselvergiftiging opgelopen door bedorven levensmiddelen? Wilt u het vrachtvervoer verplaatsen van de weg naar het spoor? Of heeft u problemen met de registratie van uw bedrijf in een andere lidstaat? EU-burgers hebben veel rechten en staan vaak voor moeilijke keuzes, maar moeten weten waar en hoe zij het verschil kunnen maken en wat hun opties zijn.

Probeert u het onderwijsstelsel te hervormen? Heeft u een probleem met bedorven levensmiddelen? Wilt u het vrachtvervoer verplaatsen van de weg naar het spoor? Of heeft u problemen met de registratie van uw bedrijf in een andere lidstaat? EU-burgers hebben veel rechten en staan vaak voor moeilijke keuzes, maar moeten weten waar en hoe zij het verschil kunnen maken en wat hun opties zijn.

Het antwoord op deze vragen is te vinden in het paspoort voor Europese democratie, dat wij onlangs een update hebben gegeven. Het paspoort bevat feitenmateriaal, achtergrondinformatie en wegwijzers voor alle aspecten van de moderne Europese democratie, waaronder een toolkit met participatiemogelijkheden en een gedetailleerde handleiding over het Europees burgerinitiatief (EBI).

De nieuwe versie is al in verschillende talen beschikbaar en er zullen de komende weken nog meer talen volgen. (cw)

Op 15 februari lanceerde het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) officieel zijn initiatief om vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit kandidaat-lidstaten van de EU bij zijn werkzaamheden te betrekken. 131leden uit kandidaat-lidstaten(enlargement candidate members, ECM’s), deskundigen uit het maatschappelijk middenveld van de desbetreffende landen, werden geselecteerd voor deelname. Het EESC wordt hiermee de eerste instelling die zijn deuren openstelt voor kandidaat-lidstaten van de EU.

Op 15 februari lanceerde het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) officieel zijn initiatief om vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit kandidaat-lidstaten van de EU bij zijn werkzaamheden te betrekken. 131leden uit kandidaat-lidstaten(enlargement candidate members, ECM’s), deskundigen uit het maatschappelijk middenveld van de desbetreffende landen, werden geselecteerd voor deelname. Het EESC wordt hiermee de eerste instelling die zijn deuren openstelt voor kandidaat-lidstaten van de EU.

Met dit initiatief, een politieke prioriteit van EESC-voorzitter Oliver Röpke, wordt een nieuw pad uitgezet voor de deelname van kandidaat-lidstaten aan EU-activiteiten. Hun geleidelijke integratie in de EU wordt er op concrete wijze mee vergemakkelijkt.

Het initiatief werd gelanceerd tijdens de zitting van het EESC, waar het warm werd onthaald door Věra Jourová, vicevoorzitter van de Europese Commissie, Milojko Spajić, premier van Montenegro, en Edi Rama, premier van Albanië. Enkele vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit de negen kandidaat-lidstaten van de EU (Albanië, Bosnië en Herzegovina, Georgië, Moldavië, Montenegro, Noord-Macedonië, Servië, Turkije en Oekraïne) namen fysiek aan de zitting deel, andere ECM’s namen deel per videoconferentie. Zij deden allen voor het eerst mee aan een debat in het kader van een zitting van het EESC.

Bij deze historische gelegenheid zei voorzitter Röpke: “We kunnen kandidaat-lidstaten niet langer in de wachtkamer houden. Daarom heeft het EESC besloten zijn deuren open te stellen voor de kandidaat-lidstaten en hun vertegenwoordigers — zij worden onze leden uit kandidaat-lidstaten.”

De Montenegrijnse premier Spajić zei: “Wij stellen dit initiatief voor een geleidelijke integratie zeer op prijs. Wij beschouwen dit niet als een vervanging voor lidmaatschap, maar als een kans om zowel de landen van de Westelijke Balkan (via een op verdiensten gebaseerde aanpak) als de EU voor te bereiden op verdere integratie.”

Albanees premier Rama zei: “Het is mijn stellige overtuiging dat het goed zou zijn als het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad ook een dergelijk initiatief in het leven zouden roepen. Het is dé manier om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen en op heel concrete wijze een nieuwe dynamiek te creëren.”

Věra Jourová, vicevoorzitter van de Europese Commissie voor Waarden en Transparantie, zei: “Uitbreiding is in ons wederzijds belang en blijft een geostrategische investering voor de Unie. Daarom steunen wij het initiatief dat vandaag van start gaat, net als alle andere initiatieven die onze partnerlanden helpen bij hun hervormingsinspanningen om hun economie en democratie te versterken.”

De volledige lijst van ECM’s is hier te vinden. (at)

door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

De groep Maatschappelijke Organisaties van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zal op 25 maart (14.30-18 uur, Belgische tijd) in Brussel een conferentie houden over de vraag hoe de EU als geheel maar ook de afzonderlijke lidstaten zich kunnen inzetten voor een doeltreffende en duurzame burgerdialoog en participatiedemocratie.

door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

De groep Maatschappelijke Organisaties van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zal op 25 maart (14.30-18 uur, Belgische tijd) in Brussel een conferentie houden over de vraag hoe de EU als geheel maar ook de afzonderlijke lidstaten zich kunnen inzetten voor een doeltreffende en duurzame burgerdialoog en participatiedemocratie.

Gastsprekers zijn onder meer:

  • Pedro Silva Pereira, ondervoorzitter van het Europees Parlement, plaatsvervanger van voorzitter Roberta Metsola voor contacten met maatschappelijke organisaties die burgers vertegenwoordigen, en
  • ambassadeur Willem Van de Voorde, permanent vertegenwoordiger van België bij de Europese Unie.

Tijdens de conferentie zullen de volgende twee recente initiatieven worden gepresenteerd:

  • het EESC-advies over Perspectieven voor de versterking van de burgerdialoog en de participatiedemocratie in de EU (SOC/782), opgesteld op verzoek van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU en goedgekeurd tijdens de EESC-zitting van 15 februari;
  • een open brief van de EESC-groep Maatschappelijke organisaties en Civil Society Europe, die de steun kreeg van 156 ondertekenaars uit 26 lidstaten. Met deze brief verzoeken zij de Europese instellingen concrete maatregelen te nemen om op alle beleidsterreinen een open, transparante en regelmatige dialoog met het maatschappelijk middenveld tot stand te brengen.

De conferentie zal institutionele belanghebbenden en een breder publiek samenbrengen om na te denken over manieren om deze en andere voorstellen uit te voeren.

De conferentie is toegankelijk voor het publiek. Voor actieve deelname ter plaatse of op afstand is voorafgaande registratie vereist. De conferentie wordt gestreamd.

Meer informatie over het ontwerpprogramma, registratie en streaming vindt u op de website van het evenement.

door Antonello Pezzini, afgevaardigde van het adviescomité Industriële Reconversie van het EESC en voormalig lid van de groep Werkgevers van het EESC

door Antonello Pezzini, afgevaardigde van het adviescomité Industriële Reconversie van het EESC en voormalig lid van de groep Werkgevers van het EESC

De Europese commissaris voor Interne Markt, Thierry Breton, heeft in januari jongstleden herhaald dat een interne defensiemarkt moet worden geconsolideerd om onze veiligheid te waarborgen. “We begonnen met munitie voor Oekraïne”, verklaarde hij. “We moeten deze aanpak nu verbreden tot een grootschalig industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie dat de uitbreiding van de Europese industriële basis kan ondersteunen en de vereiste infrastructuur kan ontwikkelen om betwiste gebieden te beschermen.”

Het EESC heeft herhaaldelijk gesteld dat er steun moet worden verleend aan de start van een industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie (EDIDP), dat tot doel heeft een interoperabel en geïntegreerd gemeenschappelijk defensiesysteem tot stand te brengen.

Deze doelstelling is des te dringender gezien de huidige geopolitieke situatie, die ons ertoe aanspoort de strategische autonomie van Europa op het gebied van defensie te versterken en een solide gemeenschappelijke industriële en technologische basis te ontwikkelen.

Het EDIDP moet worden gebaseerd op een gemeenschappelijke strategische visie voor de defensie-industrie die kan evolueren naar een doeltreffende integratie van Europese fabrikanten en gebruikers, waarbij ten minste drie lidstaten betrokken zijn.

Er is een opkomende en groeiende behoefte aan een gestructureerde dialoog op Europees niveau, in synergie en coördinatie met de NAVO, en een Raad van ministers van Defensie, die kan zorgen voor duurzaam politiek leiderschap en een forum voor overleg, alsook de vaststelling van echte Europese besluiten.

De wettelijke bepalingen moeten het volgende waarborgen: een evenwicht tussen grote en kleine landen; 20 % van de deelnemende bedrijven moeten kleinere bedrijven zijn; opleiding van geschoold personeel en nieuwe functieprofielen; en omscholing van werknemers wier vaardigheden overbodig zijn geworden of verouderd zijn.

Het is nu tijd om deze aanpak te verbreden en te versterken met een grootschalig industrieel programma voor de Europese defensie dat de uitbreiding van de Europese industriële basis kan ondersteunen door producten voor tweeërlei gebruik te ontwikkelen. Dit zijn artikelen, waaronder software en technologie, die zowel voor civiele als voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt, met inbegrip van voorwerpen die kunnen worden gebruikt voor het ontwerp, de ontwikkeling, de productie of de inzet van chemische of biologische wapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor.

Lees het volledige artikel van Antonello Pezzini in de nieuwsbrief van de groep Werkgevers van het EESC: https://europa.eu/!yKMPTk

In een debat met vicevoorzitter van de Europese Commissie Dubravka Šuica, commissaris voor Democratie en Demografie, heeft het EESC aangedrongen op een strategie voor de burgerdialoog als aanzet om de rol van het maatschappelijk middenveld te versterken en de burgers meer bij de EU-beleidsvorming te betrekken.

In een debat met vicevoorzitter van de Europese Commissie Dubravka Šuica, commissaris voor Democratie en Demografie, heeft het EESC aangedrongen op een strategie voor de burgerdialoog als aanzet om de rol van het maatschappelijk middenveld te versterken en de burgers meer bij de EU-beleidsvorming te betrekken.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft zijn standpunten ter zake verwoord in het advies Perspectieven voor de versterking van de burgerdialoog en de participatiedemocratie in de EU, dat op 15 februari tijdens de zitting van het EESC na afloop van genoemd debat werd goedgekeurd.

Het benadrukt dat er dringend meer werk moet worden gemaakt van de tenuitvoerlegging van artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), op grond waarvan de instellingen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat het maatschappelijk middenveld actief wordt betrokken bij het opstellen van EU-wetgeving.

Dit moet gebeuren om gevolg te geven aan de Conferentie over de toekomst van Europa (CoFoE), een baanbrekend initiatief en een belangrijke democratische exercitie waarbij een reeks door burgers geleide debatten is gehouden over zaken die hen rechtstreeks aangaan.

“We kunnen het er allemaal over eens zijn dat de stem van de burgers ook buiten het stemlokaal moet worden gehoord. In de EU-instellingen en -organen moeten we de burgers niet alleen informeren en raadplegen, maar moeten we streven naar een betere dialoog zodat ze op zinvolle wijze bij onze werkzaamheden worden betrokken”, aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke.

Om tot een transparantere, inclusievere en democratischere EU te komen is er een grotere maatschappelijke betrokkenheid nodig en een sterk partnerschap tussen de EU-instellingen en de nationale bestuursorganen. “Onze collectieve inspanningen zullen ervoor zorgen dat de EU een baken van hoop en een model van participatiedemocratie voor de wereld blijft”, benadrukte commissaris Šuica.

Pietro Barbieri, rapporteur voor het advies, zei: “Met dit advies verzoekt het EESC de Europese instellingen een concrete stap vooruit te zetten door een strategie voor de burgerdialoog vast te stellen, een actieplan in het leven te roepen en een interinstitutionele overeenkomst te sluiten waarin aandacht is voor alle lagen van de EU. Het EESC zet zich hiervoor in, want het gaat om een dringende zaak die geen uitstel of afstel duldt.”

Miranda Ulens, corapporteur, voegde daaraan toe: “We hebben al goede praktijken voor de sociale dialoog. Met de voorstellen die wij doen zal worden bewerkstelligd dat ook de stem van andere legitieme en representatieve organisaties kan worden gehoord. Laten we een echt, democratisch Europa voor zijn burgers tot stand brengen! #TogetherStrong!” (ll)

Herziening van het kader voor passagiersrechten

Document Type
AS