Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zal ook in 2024 weer deelnemen aan de COP, de jaarlijkse klimaatconferentie van de VN. De COP29 wordt gehouden in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zal ook in 2024 weer deelnemen aan de COP, de jaarlijkse klimaatconferentie van de VN. De COP29 wordt gehouden in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe.

Het EESC zal worden vertegenwoordigd door Peter Schmidt, voorzitter van de ad-hocgroep COP, en de jongerenafgevaardigde van het EESC bij de COP, Diandra Ní Bhuachalla. Tijdens de conferentie zal het EESC de boodschappen uit zijn onlangs goedgekeurde advies over klimaatfinanciering herhalen en opnieuw oproepen tot een inclusieve en rechtvaardige transitie, om ervoor te zorgen dat klimaatactie de sociale ongelijkheid niet vergroot. Ook zal het EESC pleiten voor duurzame agrovoedingssystemen, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, groene technologieën en de onderlinge afstemming van de biodiversiteits- en klimaatdoelstellingen. Door deel te nemen aan de COP29 wil het EESC ervoor zorgen dat de stem van het Europees maatschappelijk middenveld wordt gehoord en dat de conferentie evenwichtige, sociaal rechtvaardige oplossingen voor de klimaatcrisis oplevert. (ks) 

Journalisten met een handicap kunnen hun werk net zo goed doen als wie dan ook en bovendien kunnen ze andere en frisse perspectieven bieden — waarom zie je ze dan zo weinig in de media? Lars Bosselmann van de Europese blindenvereniging schrijft over de ondervertegenwoordiging van mensen met een handicap in de mediasector en over de noodzaak om een einde te maken aan de stereotiepe manier waarop er in het nieuws over ze wordt geschreven.

Journalisten met een handicap kunnen hun werk net zo goed doen als wie dan ook en bovendien kunnen ze andere en frisse perspectieven bieden — waarom zie je ze dan zo weinig in de media? Lars Bosselmann van de Europese blindenvereniging schrijft over de ondervertegenwoordiging van mensen met een handicap in de mediasector en over de noodzaak om een einde te maken aan de stereotiepe manier waarop er in het nieuws over ze wordt geschreven.

Aan alle democratieën liggen kernbeginselen ten grondslag, en de persvrijheid is een van de belangrijkste. Mede dankzij deze vrijheid is het doen en laten van politieke leiders transparant voor het publiek en hebben wij zonder inmenging van buitenaf toegang tot informatie.

Maar er zijn nog altijd aspecten van de mediapraktijk die beter kunnen, met name wat diversiteit betreft. Als het aankomt op vertegenwoordiging in de media of berichtgeving over onderwerpen die verband houden met verschillende sociale groepen, zijn we nog lang niet gelijk.

Uit de huidige cijfers blijkt dat mensen met een handicap onvoldoende vertegenwoordigd zijn onder het personeel van kranten, radiozenders en televisieomroepen. Dat is zeer zorgwekkend, want maar liefst 16 % van de wereldbevolking heeft een of andere vorm van een handicap. Volgens een Unesco-verslag hebben personen met een handicap bovendien vaak te maken met vooroordelen door de stereotiepe manier waarop er voor een wereldwijd lezerspubliek over ons in de media wordt geschreven.

Om de publieke perceptie van personen met een handicap te veranderen is het belangrijk dat zij deel gaan uitmaken van nieuwsredacties en bij het creëren van inhoud worden betrokken.

De samenleving moet begrijpen dat de mediasector pas werkelijk inclusief kan zijn als personen met een handicap onderdeel zijn van de werkprocessen. Bovendien moeten onderwerpen die verband houden met handicaps anders worden behandeld: media dienen in te zien dat personen met een handicap individuen zijn die net als anderen van hun rechten gebruik moeten kunnen maken. Omdat inhoudsformats voortdurend veranderen, hebben we ook deskundigen nodig om ze toegankelijk en inclusief te maken. 

Hoewel personen met een handicap ondervertegenwoordigd zijn in de mediasector, zijn er zeer inspirerende voorbeelden waaruit blijkt dat zij excellente inhoud kunnen maken.

Onlangs heeft de Europese blindenvereniging in haar podcastserie een speciale aflevering gewijd aan de Paralympische Spelen van Parijs van 2024. In die aflevering spraken we met Laetitia Bernard, een blinde Franse journaliste die werkt voor Radio France. Vóór de Paralympics van dit jaar had zij al verslag gedaan van de Spelen van 2012 in Londen en 2016 in Rio. Ook coverde ze de Paralympische Winterspelen van Sotsji in 2014 en van Pyeongchang in 2018.

“Evenementen zoals de Paralympische Spelen helpen om belemmeringen weg te nemen en de strijd aan te binden met stereotypen”, zei mevrouw Bernard tijdens het interview. “Ook met een handicap kan een journalist efficiënt werken en zelfs een ander perspectief bieden”, voegde zij daaraan toe. Haar loopbaan en haar gedachten over dit onderwerp maken ons duidelijk dat ook deze dimensie aandacht behoeft om een meer inclusieve samenleving op te bouwen: gelijke behandeling moet centraal staan in de media-industrie.

Lars Bosselmann is directeur van de Europese blindenvereniging (EBU).

Door de groep Werknemers van het EESC

Bij de voorstelling van de nieuwe leden van de Europese Commissie valt meteen op dat de functie van commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten is geschrapt en dat er in de plaats daarvan een commissaris voor “Mensen, Vaardigheden en Paraatheid” is gekomen. Het gebruik van het woord “mensen” roept heel wat vragen op. 

Door de groep Werknemers van het EESC

Bij de voorstelling van de nieuwe leden van de Europese Commissie valt meteen op dat de functie van commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten is geschrapt en dat er in de plaats daarvan een commissaris voor “Mensen, Vaardigheden en Paraatheid” is gekomen. Het gebruik van het woord “mensen” roept heel wat vragen op. Zouden immers niet bijna alle portefeuilles betrekking moeten hebben op mensen? Ook bij jargon als “paraatheid” - een term die ook in de titel van een andere portefeuille voorkomt - vallen de nodige kanttekeningen te maken.

De kern van de zaak echter is wat hier ontbreekt en wat is weggevallen. Sociaal beleid en werkgelegenheid zijn op de achtergrond geraakt en hebben het veld moeten ruimen voor concurrentievermogen. De cryptische en soms bloemrijke benamingen van sommige andere functies spreken boekdelen. Een greep uit de titels: “Uitvoering en Vereenvoudiging”, “Welvaart”, en “Waterweerbaarheid”.

De portefeuille voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid bestaat al sinds de jaren 1970, maar werd in 2019 omgedoopt tot Werkgelegenheid en Sociale Rechten. De desbetreffende commissaris was bevoegd voor een aantal belangrijke beleidsgebieden, zoals de Europese pijler van sociale rechten en de daarmee samenhangende verstrekkende initiatieven. Kwaliteitsbanen, gelijkheid, de sociale dialoog en fatsoenlijke arbeids- en levensomstandigheden blijven van fundamenteel belang voor het voortbestaan van onze democratieën.

Tegenwoordig echter is het al vaardigheden wat de klok slaat en hebben we het niet meer over werkgelegenheid. Het idee dat veel van onze huidige problemen voortkomen uit een tekort aan vaardigheden lijkt in sommige kringen gemeengoed te zijn geworden. Bedrijven hebben moeite om voldoende geschoolde arbeidskrachten te vinden. Dat behoeft geen verwondering te wekken. Voor instapbanen zijn meerdere jaren werkervaring vereist en het is niet ongebruikelijk dat eisen worden gesteld als een doctorsgraad, uitgebreide talenkennis en een waslijst aan getuigschriften voor vaardigheden die in slechts een paar maanden op de werkvloer zouden kunnen worden aangeleerd. Bovendien dekken de geboden salarissen maar al te vaak nauwelijks de kosten van levensonderhoud. En dan hebben we het alleen nog maar over functies voor hoogopgeleiden, die toch al aan het langste eind trekken.

Dit lukraak strooien met jargon, in combinatie met een narratief dat voornamelijk om het concurrentievermogen draait, is bijzonder zorgwekkend, om een geliefde uitdrukking van de Commissie te gebruiken. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat welzijn, kwaliteitsbanen en fatsoenlijke lonen al lang en breed verworven zijn en dat het nu alleen nog zaak is het tekort aan vaardigheden aan te pakken. Het ziet er echter naar uit dat het met name de nieuwe commissarissen zijn die bepaalde vaardigheden ontberen: zij zien niet wat er echt speelt en zijn niet in staat een en ander in perspectief te plaatsen en realistische oplossingen aan te dragen. Laten we hopen dat de nieuwe commissarissen in weerwil van de gecreëerde perceptie toch met sterke voorstellen zullen komen om de sociale en arbeidsrechten, de democratie en de strijd tegen klimaatverandering kracht bij te zetten.

Door Sandra Parthie

De AI-verordening is het eerste alomvattende rechtskader voor de wereldwijde regulering van artificiële intelligentie. 

Door Sandra Parthie

De AI-verordening is het eerste alomvattende rechtskader voor de wereldwijde regulering van artificiële intelligentie.

AI wordt steeds vaker ingezet en dat heeft gevolgen voor allerlei aspecten van ons dagelijkse leven. Zo wordt de informatie die mensen online te zien krijgen, beïnvloed via gerichte advertenties. Belangrijker is echter dat AI nu in de gezondheidssector wordt gebruikt om ziekten zoals kanker te diagnosticeren en te behandelen. AI-toepassingen zijn daartoe gebaseerd op AI-modellen voor algemene doeleinden, die getraind moeten worden. Er moeten vele beelden van bijvoorbeeld kankercellen worden ingevoerd, willen deze modellen ze uiteindelijk zelfstandig kunnen herkennen.

Die training lukt alleen met behulp van gegevens – enorme hoeveelheden gegevens. De manier waarop de training wordt uitgevoerd, is van invloed op de kwaliteit van de resultaten van het model of de AI-toepassing. Als de verkeerde gegevens of afbeeldingen worden ingevoerd, worden gezonde cellen ten onrechte geïdentificeerd als kankercellen.

Dit voorbeeld – verbetering van de medische en de gezondheidszorg – laat duidelijk zien waarom het noodzakelijk is dat we in de EU over de capaciteit en infrastructuur beschikken om de onderliggende AI-modellen voor algemene doeleinden te ontwikkelen. Dat zal eenvoudigweg mensenlevens helpen redden.

Daarnaast is AI voor algemene doeleinden een gamechanger voor productieprocessen en bedrijven. Wil de Europese economie concurrerend blijven, dan moeten we ruimte voor innovatie in de EU bieden en ondernemers en start-ups aansporen om hun ideeën tot ontwikkeling te brengen.

Uiteraard zijn er risico’s aan AI en AI voor algemene doeleinden verbonden, variërend van tekortkomingen in de modellen en bugs in de toepassingen tot concreet misbruik van de technologie voor criminele doeleinden. Daarom moet de EU ook over de expertise beschikken om kwaadwillige aanvallen en cyberdreigingen af te slaan. We moeten kunnen vertrouwen op in de EU gebaseerde infrastructuur, om ervoor te zorgen dat, simpel gezegd, “het licht blijft branden”.

Dit alles laat zien hoe belangrijk het is om over de juiste regelgeving te beschikken, waarin de nadruk op de kwaliteit van de trainingsgegevens, de trainingsmethoden en uiteindelijk ook het eindproduct wordt gelegd. Die regelgeving moet gebaseerd zijn op Europese waarden, zoals transparantie, duurzaamheid, gegevensbescherming en eerbiediging van de rechtsstaat. Helaas worden veel van de belangrijke ontwikkelingen op het vlak van AI voor algemene doeleinden aangejaagd door spelers die buiten de jurisdictie van de EU vallen. De EU moet daarom de capaciteit ontwikkelen om de naleving van haar regelgeving en de Europese waarden af te dwingen bij spelers van binnen en buiten de EU die actief zijn op onze markt.

De EU moet de marktdominantie van grote, vaak niet-Europese, digitale bedrijven indammen, onder meer met behulp van de instrumenten van het mededingingsbeleid. De mededingingsautoriteiten in de EU moeten hun capaciteit inzetten en erop toezien dat “hyperscalers” hun b2b- of b2g-marktpositie niet misbruiken.

Overheidsinstanties kunnen Europese aanbieders van AI voor algemene doeleinden en van AI-toepassingen ondersteunen door hun producten aan te kopen en andere gebruikers en klanten te laten zien dat deze producten betrouwbaar zijn. De EU beschikt wel over het talent, de technologische knowhow en de ondernemingsgeest voor AI “made in Europe”. Maar een gebrek aan investeringen, het ontbreken van relevante IT-infrastructuur en de nog steeds versnipperde interne markt, waardoor opschaling wordt belemmerd, staan het concurrentievermogen van Europese spelers op AI-gebied in de weg.

Met de 16e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit (COP16) in het vooruitzicht pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een geïntegreerde mondiale aanpak van de huidige biodiversiteitscrisis.

Met de 16e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit (COP16) in het vooruitzicht pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een geïntegreerde mondiale aanpak van de huidige biodiversiteitscrisis.

Naarmate de wereldwijde spanningen toenemen, wil het EESC regeringen ertoe aansporen om zich te richten op biodiversiteit als centrale oplossing voor de drieledige crisis van de planeet (klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en woestijnvorming). COP16 zal een cruciaal moment zijn om vaart te zetten achter de wereldwijde inspanningen om de ecosystemen van onze planeet te beschermen, aldus het EESC in zijn in september goedgekeurde advies.

”Zonder biodiversiteit zullen ecosystemen en economieën instorten, aangezien meer dan de helft van het mondiale bbp en 40 % van de banen rechtstreeks afhankelijk zijn van de natuur”, aldus Arnaud Schwartz, rapporteur voor het advies.

Het EESC merkt op dat biodiversiteit, de basis van ecosystemen, menselijk welzijn en economieën, moet worden geïntegreerd in meerdere beleidssectoren, zoals klimaat, landbouw en handel, en niet afzonderlijk mag worden behandeld. Zo moeten handelsovereenkomsten duurzaamheid bevorderen door ervoor te zorgen dat goederen en technologieën de ontbossing en vernietiging van habitats niet verergeren.

Ook moet dringend financiële steun worden verleend voor het behoud van de biodiversiteit. Overheidsfinanciering alleen is ontoereikend, dus een combinatie van publieke, particuliere en innovatieve financiële mechanismen is geboden.

Het EESC dringt er bij de EU op aan om landen in het Mondiale Zuiden te ondersteunen bij de bescherming van de biodiversiteit, en pleit voor de geleidelijke afschaffing van subsidies die schadelijk zijn voor de biodiversiteit, met name subsidies die fossiele brandstoffen bevorderen. Door deze subsidies te herbestemmen voor het herstel van ecosystemen kan iets worden gedaan voor zowel de klimaatverandering als het verlies aan biodiversiteit door middel van op de natuur gebaseerde oplossingen zoals herbebossing, duurzame landbouw en herstel van wetlands.

Voorts wijst het EESC op het belang van de “één gezondheid”-benadering, die de gezondheid van mens, dier en milieu met elkaar verbindt. Gezonde ecosystemen leveren kritieke diensten, zoals bestuiving, koolstofvastlegging en waterfiltratie, die alle bijdragen tot het welzijn van de mens. De achteruitgang van de biodiversiteit ondermijnt de veerkracht van ecosystemen, waardoor het risico op zoönotische ziekten zoals COVID-19 toeneemt.

Het EESC heeft er ook op aangedrongen jongeren meer bij de besluitvorming te betrekken. Voorgesteld wordt de functie van uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie voor toekomstige generaties in het leven te roepen en ervoor te zorgen dat duurzaamheid en welzijn op lange termijn voorrang krijgen boven voordelen op korte termijn. (ks) 

Sandra Parthie, rapporteur voor het advies over AI voor algemene doeleinden: de te volgen weg na de goedkeuring van de AI-verordening, beantwoordt vragen over de AI-verordening. Waarom is het zo belangrijk dat deze wetgeving naar behoren ten uitvoer wordt gelegd ten aanzien van AI-modellen voor algemene doeleinden en de manier waarop deze worden beheerd? Hoe kunnen we concurrerende AI in de EU produceren en waarom doet dat ertoe?

Sandra Parthie, rapporteur voor het advies over AI voor algemene doeleinden: de te volgen weg na de goedkeuring van de AI-verordening, beantwoordt vragen over de AI-verordening. Waarom is het zo belangrijk ervoor te zorgen dat deze wetgeving naar behoren ten uitvoer wordt gelegd met betrekking tot AI-modellen voor algemene doeleinden en hoe deze worden beheerd? Hoe kunnen we concurrerende AI in de EU produceren en waarom doet dat ertoe?

Door Krzysztof Balon, rapporteur voor het EESC-advies “Een horizontale EU-aanpak ter bevordering van Europese solidariteit tussen de generaties”.

In het Verdrag betreffende de Europese Unie staat onder meer: “De Unie (...) bevordert (...) de solidariteit tussen generaties”.

Door Krzysztof Balon, rapporteur voor het EESC-advies “Een horizontale EU-aanpak ter bevordering van Europese solidariteit tussen de generaties”.

In het Verdrag betreffende de Europese Unie staat onder meer: “De Unie (...) bevordert (...) de solidariteit tussen generaties”.

Europese samenlevingen worden echter verdeeld door leeftijdsdiscriminatie, een negatieve houding ten opzichte van bepaalde leeftijdsgroepen en demografische trends in combinatie met meerdere crises; allemaal factoren die echte inclusie en participatie in de weg staan. Deze problemen treffen niet alleen oudere generaties, maar zullen ook een weerslag hebben op de jongere generaties van nu.

Maar als er een intergenerationele dialoog wordt gevoerd en de economische ontwikkeling positief wordt beïnvloed, kan er op duurzame wijze in de behoeften van de verschillende generaties worden voorzien, wat de democratie en de sociale samenhang ten goede komt. De intergenerationele dialoog zou moeten werken als een vorm van burgerdialoog.

Het is in dit verband hoog tijd dat er een nieuwe politieke aanpak van solidariteit tussen de generaties komt.

Het EESC roept de Europese Commissie dan ook op om een groenboek over intergenerationele solidariteit te publiceren, dat voorstellen zou moeten bevatten uit het EESC-advies Bevordering van Europese solidariteit tussen de generaties, onder meer over de arbeidsmarkt, pensioenstelsels en gezondheids- en zorgdiensten. De lidstaten dienen goede praktijken op deze gebieden uit te wisselen. Om deze inspanningen te schragen zou solidariteit tussen de generaties een van de doelstellingen van de verordeningen betreffende het Europees Sociaal Fonds 2027-2034 moeten worden.

Bij de planning en uitvoering van specifiek beleid spelen maatschappelijke organisaties en sociale partners een essentiële rol. Het EESC zou een forum voor intergenerationele solidariteit kunnen opzetten om informatie en ervaringen uit te wisselen en in nauwe samenwerking met maatschappelijke organisaties en andere relevante stakeholders nieuwe ideeën te ontwikkelen. Met medewerking van de Europese Commissie zou het forum ook in de gaten kunnen houden hoe de benadering van intergenerationele solidariteit in de EU ontwikkeld en toegepast wordt.

Maatschappelijke organisaties, individuen en particuliere ondernemingen kunnen nu met hun non-profitprojecten meedingen naar de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld, die deze keer de bestrijding van schadelijke polarisatie in de Europese samenleving als thema heeft.

Maatschappelijke organisaties, individuen en particuliere ondernemingen kunnen nu met hun non-profitprojecten meedingen naar de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld, die deze keer de bestrijding van schadelijke polarisatie in de Europese samenleving als thema heeft.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft het startschot gegeven voor zijn vijftiende prijs voor het maatschappelijk middenveld. Dit jaar is het doel van de prijs om doeltreffende, innovatieve en creatieve non-profitinitiatieven/-activiteiten in de Europese Unie te belonen die de strijd aangaan met schadelijke polarisatie in de Europese samenleving.

De maximaal vijf winnaars zullen samen een bedrag van 50 000 EUR mogen verdelen. Projecten moeten vóór 7 november 2024 om 10 uur (Belgische tijd) zijn aangemeld. De bedoeling is dat de prijsuitreiking in maart 2025 plaatsvindt, tijdens de Week van het maatschappelijk middenveld van het EESC.

Elke maatschappelijke organisatie die officieel geregistreerd is in de EU en actief is op lokaal, regionaal, nationaal of Europees niveau mag meedoen. Dat geldt eveneens voor iedere persoon die woonachtig is in de EU en voor ondernemingen die er geregistreerd of actief zijn, op voorwaarde dat hun projecten een strikt non-profitkarakter hebben.

Alleen projecten die in de EU worden uitgevoerd komen in aanmerking. Ze moeten al uitgevoerd of nog lopende zijn. Een volledig overzicht van de criteria en het onlineaanmeldingsformulier zijn te vinden op de webpagina van de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld.

Allerlei soorten activiteiten en/of initiatieven kunnen meedingen naar de prijs, zoals: individuele en collectieve determinanten van schadelijke polarisatie in kaart brengen, zorgen voor meer transparantie over de financieringskanalen van organisaties, het tij van de afnemende mediapluriformiteit keren, opkomen voor vrije, diverse en onafhankelijke media, en desinformatie en nepnieuws tegengaan.

De EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld is bedoeld om meer bekendheid te geven aan de buitengewone manier waarop het maatschappelijk middenveld bijdraagt aan de totstandbrenging van een Europese identiteit en van Europees burgerschap, en aan de bevordering van de gemeenschappelijke waarden die de Europese integratie schragen. De prijs staat elk jaar in het teken van een wisselend thema dat van groot belang is voor de EU. (lm) 

Na de benoeming van een nieuwe Europese commissaris voor Democratie, Justitie en de Rechtsstaat roept het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) op tot een krachtiger optreden van de EU op het gebied van de rechtsstaat en de grondrechten. 

Na de benoeming van een nieuwe Europese commissaris voor Democratie, Justitie en de Rechtsstaat roept het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) op tot een krachtiger optreden van de EU op het gebied van de rechtsstaat en de grondrechten.

Tijdens zijn septemberzitting heeft het EESC een debat over democratie gehouden. Daar werd ingegaan op de vraag hoe de EU krachtiger kan optreden tegen schendingen van de rechtsstaat en de uitholling van de democratie. In die context werd ook gesproken over het langverwachte platform voor het maatschappelijk middenveld dat de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, heeft aangekondigd.

Het EESC ijvert al sinds 2016 voor de oprichting van dit platform, dat het maatschappelijk middenveld meer inspraak moet geven in de beleidsvorming van de EU. Het zou maatschappelijke organisaties de hoognodige ruimte bieden waarbinnen ze de EU-instellingen kunnen aanspreken en mee kunnen beslissen over belangrijke kwesties als de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en democratische vrijheden.

Joachim Herrmann van het Directoraat-generaal Justitie van de Europese Commissie presenteerde het meest recente verslag over de rechtsstaat en wees erop dat nu ook de situatie in de kandidaat-lidstaten en de impact op de interne markt in kaart worden gebracht.

Kevin Casas-Zamora van het Internationaal Instituut voor democratie en verkiezingsondersteuning (IDEA) prees de inzet van de EU op dit gebied, maar waarschuwde voor de aantasting van de democratie. Hij riep op tot een grotere betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en meer gedetailleerde rapportage over de rechtsstaat. Alexandrina Najmowicz van het Europees Burgerforum drong aan op duidelijkere aanbevelingen en een systeem voor vroegtijdige waarschuwing om verdere uitholling van de democratie te voorkomen.

De deelnemers aan het debat waarschuwden voor elke vorm van zelfgenoegzaamheid. Ze benadrukten dat de toenemende problematiek van autoritaire regimes, de bedreiging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld moet worden aangepakt. Jerzy Pomianowski, hoofd van het Europees Fonds voor Democratie, waarschuwde dat het verwaarlozen van democratie vanwege meer actuele thema’s als migratie en veiligheid averechts kan werken en riep op om 5 % van de ontwikkelingshulp aan democratische programma’s te besteden.

Tijdens het debat van het EESC werd duidelijk dat het maatschappelijk middenveld onmisbaar is bij de verdediging van de rechtsstaat. Er werd opgeroepen tot een grotere betrokkenheid ervan bij de beleidsvorming van de EU. De oprichting van het platform voor het maatschappelijk middenveld, gekoppeld aan een hernieuwde inzet voor de grondrechten, is van cruciaal belang voor de toekomst van de democratie in de EU. (gb)

Het EESC heeft tijdens zijn oktoberzitting zijn goedkeuring gehecht aan een resolutie van de hand van Christa Schweng, Cinzia Del Rio en Ioannis Vardakastanis, getiteld De koers voor democratische vooruitgang in de EU: een resolutie voor het volgende wetgevingsmandaat.

Het EESC heeft tijdens zijn oktoberzitting zijn goedkeuring gehecht aan een resolutie van de hand van Christa Schweng, Cinzia Del Rio en Ioannis Vardakastanis, getiteld De koers voor democratische vooruitgang in de EU: een resolutie voor het volgende wetgevingsmandaat.

In deze periode van meerdere crises verzoekt het EESC het nieuwe Europees Parlement en de nieuwe Europese Commissie om gebruik te maken van de door het EESC vertegenwoordigde diversiteit om de Europese Unie te versterken.

De nieuwe zittingsperiode zou erop gericht moeten zijn om de internationale positie van de EU te versterken, de problemen in verband met haar institutionele bestel aan te pakken, de gemeenschappelijke waarden van Europa stevig te verankeren en het pad te effenen voor een duurzame economie die stoelt op een geavanceerd, inclusief sociaal model – een onontbeerlijke voorwaarde voor vooruitgang, eenheid en concurrentievermogen.

Het EESC verzoekt de EU-instellingen in deze resolutie om een zesdelig veiligheidsconcept te ontwikkelen, waarbij wordt uitgegaan van een Unie die

  • haar burgers beschermt tegen bedreigingen van buitenaf;
  • mensen beschermt tegen interne risico’s, vooral in verband met gezondheid, demografische veranderingen en armoede, en in heel Europa toegankelijke, universele sociale bescherming en het welzijn bevordert;
  • zorgt voor een concurrerende sociale markteconomie, gebaseerd op ecosystemen die productiviteit, innovatie, kwaliteitsbanen en volledige werkgelegenheid garanderen;
  • een veerkrachtige economie voor iedereen tot stand brengt;
  • zorgt voor dialoog en participatie van de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en het publiek, om zo het hoofd te bieden aan de uitdagingen en ingrijpende veranderingen die ons ook in de nabije toekomst wachten;
  • beschermt tegen de huidige en toekomstige risico’s in verband met klimaatverandering, verontreiniging en biodiversiteitsverlies.

De resolutie is het resultaat van de allereerste Week van het maatschappelijk middenveld, die in maart 2024 door het EESC werd gehouden om de mening van Europeanen van alle leeftijden, de sociale partners en de maatschappelijke organisaties te peilen. (mp)