Door Stefano Palmieri
EESC-groep Werknemers

De verslagen van Letta en Draghi komen op veel punten overeen, maar hun analyses en voorgestelde strategieën verschillen aanzienlijk.

Door Stefano Palmieri
EESC-groep Werknemers

De verslagen van Letta en Draghi komen op veel punten overeen, maar hun analyses en voorgestelde strategieën verschillen aanzienlijk.

Dit is bijvoorbeeld het geval met het cohesiebeleid. In het Lettta-verslag wordt gesteld dat dit een cruciale rol speelt omdat het ervoor zorgt dat alle burgers en regio’s in de Unie profiteren van de voordelen van de interne markt. Ook het verband tussen het cohesiebeleid en de diensten van algemeen belang wordt erin benadrukt. Deze zorgen ervoor dat Europeanen kunnen leven en werken waar ze willen. Draghi daarentegen hecht in zijn verslag niet al te veel belang aan het cohesiebeleid en de sociale en territoriale dimensie van het concurrentievermogen. Hij gaat in op het Europese concurrentievermogen zonder rekening te houden met territoriale verschillen, waarmee hij eigenlijk zegt dat regionale problemen kunnen worden opgelost door simpelweg het algehele concurrentievermogen van de EU te versterken. Dit gaat voorbij aan het feit dat in veel regio’s een laag concurrentievermogen en een territoriale achterstand twee kanten van dezelfde medaille zijn.

In beide verslagen wordt erkend dat “business as usual” niet langer een optie is. Het acute en complexe karakter van de huidige crises maakt een grondige verschuiving in de Europese beleidsvorming noodzakelijk, mogelijk zelfs door middel van verdragswijzigingen. Kunnen we echt over uitbreiding praten zonder het te hebben over de noodzaak van verdergaande politieke integratie? Bij zo'n verschuiving is ook een schaalwijziging nodig. Het huidige meerjarig financieel kader (MFK), dat iets meer dan 1% van het bni van de EU bedraagt, is ontoereikend en wordt beperkt door de achterhaalde logica van evenredige compensatie (“juste retour”). Er is een nieuwe aanpak nodig, geïnspireerd op het Next Generation EU-model. Uitzonderlijke uitdagingen vragen om gedurfde oplossingen, waaronder de uitgifte van “gemeenschappelijke veilige activa”, zoals tijdens de pandemie.

Het volgende MFK 2028-2034 zal uitwijzen wat de werkelijke bedoelingen van de EU zijn, aangezien daarin de prioriteiten voor de komende zeven jaar worden vastgesteld. Met alle crises die aan de gang zijn, is het logisch dat er een open debat moet worden gevoerd over de uitdagingen waarmee de EU te maken heeft, maar ook over haar belangrijkste doelstellingen en de gemeenschappelijke Europese goederen die zij haar burgers wil bieden.

Wat betreft de hervorming van de regelgeving die in beide verslagen wordt aanbevolen, mag niet worden vergeten dat de EU ‘s werelds meest geavanceerde “sociale markteconomie” is. Haar hoge economische, sociale en milieunormen zijn doorslaggevend voor het succes van dit model en staan het dus niet in de weg. Daarom is de EU-regelgeving niet te vergelijken met die van de VS of China. Bij elke poging om de EU-regels te vereenvoudigen moeten arbeidsomstandigheden, veiligheid van werknemers, consumentenrechten, sociale en economische cohesie en duurzame groei nog wel steeds worden gewaarborgd.

Europa heeft (zij het wat laat) ingezien dat het niet langer voldoende is om één grote markt te zijn. Om vooruit te komen moet de EU streven naar meer eenheid, met diepere politieke integratie en een echt consistent economisch, industrieel, handels-, buitenlands en defensiebeleid. De komende maanden zullen bepalend zijn voor de toekomst van Europa.

Door Giuseppe Guerini
, groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC

Vorig jaar vroegen de Europese Commissie en de Europese Raad Mario Draghi en Enrico Letta verslagen op te stellen over respectievelijk het concurrentievermogen van de EU en de verbetering van de eengemaakte markt. Deze verslagen bevatten een ambitieuze politieke agenda voor de Europese Unie, die dient als routekaart en als ijkpunt ter beoordeling van de inzet en het vermogen van instellingen en beleidsmakers om de toekomst van de EU vorm te geven.

Door Giuseppe Guerini
, groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC

Vorig jaar vroegen de Europese Commissie en de Europese Raad Mario Draghi en Enrico Letta verslagen op te stellen over respectievelijk het concurrentievermogen van de EU en de verbetering van de eengemaakte markt. Deze verslagen bevatten een ambitieuze politieke agenda voor de Europese Unie, die dient als routekaart en als ijkpunt ter beoordeling van de inzet en het vermogen van instellingen en beleidsmakers om de toekomst van de EU vorm te geven.

De verslagen Draghi en Letta bieden een graadmeter voor de mate waarin instellingen en leiders doeltreffend reageren op de complexe uitdagingen van vandaag.

Het advies dat het EESC over deze verslagen heeft opgesteld is een waardevol instrument om de eerste stappen in de nieuwe beleidscyclus te evalueren. De eerste stap is het op 29 januari door de Europese Commissie uitgebrachte Kompas voor het concurrentievermogen. Daarin staan verschillende hoogprioritaire voorstellen die ook in ons advies aan bod komen, teneinde de concurrentiekloof te dichten, de eengemaakte markt te voltooien, de regelgeving te vereenvoudigen zonder deregulering en te erkennen dat het concurrentievermogen afhangt van mensen en vaardigheden.

Los van de vaststelling dat de EU met een concurrentiekloof kampt, is er echter nog een ander euvel: het gebrek aan concrete maatregelen. Tot dusver heeft de Commissie strategische documenten, mededelingen en toezeggingen gepresenteerd, maar tastbare maatregelen laten nog maanden op zich wachten. Zoals wij in ons advies hebben opgemerkt, moeten de EU-instellingen en de lidstaten daarom ook een debat op gang brengen over de fundamentele regels van de EU en de relevantie van de huidige Verdragen voor het aangaan van de uitdagingen van vandaag, die urgente actie vereisen.

Snel handelen mag niet betekenen dat wordt ingeboet aan kwaliteit. Dat dit mogelijk is, heeft de Europese Commissie in 2020 laten zien toen zij NextGenerationEU op korte tijd optuigde. Vandaag zou de Commissie dezelfde voortvarendheid aan de dag moeten leggen,

op basis van een veelzijdige aanpak: een snelle voltooiing van de eengemaakte markt is cruciaal, maar moet hand in hand gaan met een sterke inzet voor ecologische duurzaamheid, economische welvaart en sociale en territoriale cohesie. Dit zijn immers belangrijke aanjagers van het concurrentievermogen.

Een dergelijke visie vraagt ook om een samenhangend industriebeleid, ondersteund door strategische fiscale en douanestimulansen, dat gefragmenteerde nationale benaderingen overstijgt. Tegelijkertijd is het van essentieel belang de bureaucratische lasten en nalevingskosten te verminderen door middel van slimmere regelgeving en gestroomlijnde administratieve procedures, ten behoeve van een dynamischer ondernemingsklimaat.

In de energiesector is het cruciaal dat de prijsverschillen tussen de lidstaten en in vergelijking met andere wereldeconomieën worden verkleind. Dit vereist meer investeringen in hernieuwbare energie, om te zorgen voor een meer concurrerende en duurzame energiemarkt.

Om deze ambities te ondersteunen, moet de EU ook een gemeenschappelijk beleid inzake Europese collectieve goederen ontwikkelen waarin haar strategische prioriteiten duidelijk worden omschreven en waarmee haar rol op het wereldtoneel wordt versterkt.

Het EESC zal de uitvoering van dit beleid blijven volgen en ervoor zorgen dat de stem van het Europese maatschappelijk middenveld wordt gehoord en in aanmerking wordt genomen.

Door Matteo Carlo Borsani
EESC-groep Werkgevers

De eerste en belangrijkste aanbeveling uit het advies van het EESC is om de aanbevelingen uit de rapporten van Letta en Draghi met spoed ten uitvoer te leggen. Ik ben van mening dat dit op een alomvattende manier moet gebeuren: we mogen niet slechts de krenten uit de pap halen. De rapporten moeten in hun geheel worden geïmplementeerd, zonder er alleen de voorstellen uit te pikken die in ons straatje passen, en zonder de meest kritieke en netelige kwesties, zoals investeringen, uit de weg te gaan. 

Door Matteo Carlo Borsani
EESC-groep Werkgevers

De eerste en belangrijkste aanbeveling uit het advies van het EESC is om de aanbevelingen uit de rapporten van Letta en Draghi met spoed ten uitvoer te leggen. Ik ben van mening dat dit op een alomvattende manier moet gebeuren: we mogen niet slechts de krenten uit de pap halen. De rapporten moeten in hun geheel worden geïmplementeerd, zonder er alleen de voorstellen uit te pikken die in ons straatje passen, en zonder de meest kritieke en netelige kwesties, zoals investeringen, uit de weg te gaan. 

Het rapport-Draghi legt duidelijk de nadruk op het concurrentievermogen van de EU als geheel, en ik acht zijn aanbevelingen over het industriebeleid van de EU dan ook van cruciaal belang. Draghi pleit met name voor een industriebeleid waarmee de huidige gefragmenteerde aanpak kan worden overwonnen. Vandaag de dag hebben de 27 lidstaten ieder hun eigen industriebeleid en zitten zij niet altijd op één lijn. Een gezamenlijke Europese inspanning zou de enige manier zijn om de eengemaakte markt te laten profiteren van een dynamisch geheel van fiscale, regelgevende, handels- en douanemaatregelen en financiële prikkels die kenmerkend zijn voor het meest recente industriebeleid van de VS en China.

Dit moet echter hand in hand gaan met een drastische vermindering van de bureaucratische lasten voor bedrijven, zoals Letta terecht aanbeveelt in zijn pleidooi voor “een snelle en vergaande interne markt”. Letta pleit onder meer voor het stroomlijnen van de bureaucratische lasten, het vereenvoudigen van administratieve procedures en andere maatregelen om de administratieve rompslomp te verminderen, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). In dit verband toont het EESC zich in zijn advies ingenomen met het voorstel van de Commissie om de rapportagelast voor alle bedrijven met 25 % te verminderen en voor kmo’s met ten minste 50 %. Daarnaast is het EESC, voortbordurend op de aanbeveling van Letta om na te denken over een mechanisme dat de medewetgevers zal helpen bij een dynamische effectbeoordeling (DIA), een groot voorstander van het idee om tijdens de wetgevingsprocedure een concurrentievermogenstoets uit te voeren.

Nu de werkplek door artificiële intelligentie verandert, is het van cruciaal belang om op mensgerichte AI te blijven inzetten en te blijven pleiten voor beleid waarbij een sterke ontwikkeling van AI in Europa hand in hand gaat met sociale rechtvaardigheid en werknemersrechten, zo werd tijdens een debat op hoog niveau in het EESC betoogd.

Nu de werkplek door artificiële intelligentie verandert, is het van cruciaal belang om op mensgerichte AI te blijven inzetten en te blijven pleiten voor beleid waarbij een sterke ontwikkeling van AI in Europa hand in hand gaat met sociale rechtvaardigheid en werknemersrechten, zo werd tijdens een debat op hoog niveau in het EESC betoogd.

Tijdens zijn zitting van januari hield het EESC een debat over het gebruik van artificiële intelligentie op de werkplek, met onder meer verklaringen van EESC-voorzitter Oliver Röpke, Roxana Mînzatu, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie, en Katarzyna Nowakowska, viceminister van Gezinszaken, Arbeid en Sociaal Beleid van Polen.

Bij de opening van het debat zei de heer Röpke: “Artificiële intelligentie is een van de meest transformerende ontwikkelingen van onze tijd, die enorme mogelijkheden biedt, maar ook kritieke uitdagingen met zich meebrengt." En later: "In het debat van vandaag is er opnieuw op gewezen hoe belangrijk het is dat het AI-beleid stevig verankerd wordt in de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten.

Mevrouw Mînzatu: “Wanneer we nadenken over AI, met name op de werkplek, moeten we kijken hoe we onze investeringen in onderzoek en innovatie een impuls kunnen geven en hoe Europese bedrijven zich gemakkelijker zouden kunnen ontwikkelen op dit gebied, zodat we straks onze eigen technologieën hebben en die kunnen trainen met Europese gegevens en op basis van Europese waarden. Trouw aan onze waarden op het gebied van sociale rechten en gelijkheid zorgen we ervoor dat Europese werknemers dezelfde rechten hebben in een wereld met of zonder AI — dat zij worden beschermd en dat door mensen controles worden uitgevoerd.”

Mevrouw Nowakowska verklaarde dat artificiële intelligentie in de arbeidswereld enorme kansen biedt om de productiviteit en het concurrentievermogen van bedrijven te verhogen, maar plaatste ook een aantal kanttekeningen bij de mogelijke gevolgen ervan voor banen en werkgelegenheid, de gezondheid en veiligheid van werknemers, arbeidsomstandigheden, de algehele kwaliteit van banen en de rol van de sociale dialoog.

Goedkeuring van het advies over artificiële intelligentie ten dienste van werknemers en het bijgevoegde tegenadvies

Na het plenaire debat hechtte het EESC zijn goedkeuring aan het initiatiefadvies Artificiële intelligentie ten dienste van werknemers: hefbomen voor het benutten van het potentieel en het beperken van de risico’s van AI in verband met het werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid, opgesteld door rapporteur Franca Salis-Madinier. Het advies werd goedgekeurd met 142 stemmen voor en 103 stemmen tegen, bij 14 onthoudingen. De groep Werkgevers van het EESC, die een tegenadvies had ingediend, onthield haar steun voor het advies.

In het advies benadrukt het EESC dat de sociale dialoog en de inbreng van werknemers een cruciale rol spelen bij het behoud van de grondrechten van werknemers en het bevorderen van “betrouwbare” AI in de arbeidswereld. Het wijst er daarnaast op dat de lacunes in de bescherming van de rechten van werknemers (op de werkplek) met de huidige regelgeving moeten worden aangepakt en dat ervoor gezorgd moet worden dat de mens de baas blijft in alle wisselwerkingen tussen mens en machine.

Het tegenadvies van de groep Werkgevers is als bijlage bij het advies gevoegd. De leden van de groep voeren daarin aan dat de EU nu al over de instrumenten beschikt om de AI-revolutie te omarmen en dat met het bestaande rechtskader een vlotte uitrol van AI gewaarborgd is. (lm)

Artificiële intelligentie verandert de arbeidswereld in een ongekend tempo en brengt voor werknemers, bedrijven en beleidsmakers zowel kansen als uitdagingen met zich mee. Op 3 februari hielden het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) een gezamenlijke conferentie op hoog niveau onder de titel ‘Sociale rechtvaardigheid in het digitale tijdperk – de impact van AI op werk en samenleving'.

Artificiële intelligentie verandert de arbeidswereld in een ongekend tempo en brengt voor werknemers, bedrijven en beleidsmakers zowel kansen als uitdagingen met zich mee. Op 3 februari hielden het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) een gezamenlijke conferentie op hoog niveau onder de titel ‘Sociale rechtvaardigheid in het digitale tijdperk – de impact van AI op werk en samenleving'.

Op de conferentie op hoog niveau beraadslaagden prominente leiders — onder wie verschillende EU-ministers van werkgelegenheid — over strategieën om de mogelijkheden van AI te benutten en tegelijkertijd de risico’s voor de rechten van werknemers en de arbeidsmarkten aan te pakken. Dit evenement vormde een belangrijke bijdrage aan de wereldwijde coalitie voor sociale rechtvaardigheid: er werd benadrukt dat op zowel Europees als mondiaal niveau een gecoördineerde AI-governance nodig is. Deze conferentie op hoog niveau was gezamenlijk georganiseerd door de EESC-afdeling Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap (SOC) en de IAO.

Oproep tot een ethische en inclusieve ontwikkeling van AI

Bij de opening van de conferentie onderstreepte EESC-voorzitter Oliver Röpke de dringende noodzaak van een mensgerichte benadering van AI: Artificiële intelligentie verandert onze samenlevingen en arbeidsmarkten nu al en brengt zowel kansen als uitdagingen met zich mee. Het EESC en zijn partnerorganisaties zijn vastbesloten om ervoor te zorgen dat AI een impuls geeft aan sociale rechtvaardigheid door de rechten van werknemers te versterken, inclusie te bevorderen en nieuwe ongelijkheden te voorkomen. Wil AI in de toekomst eerlijk en mensgericht zijn, dan zijn er collectieve maatregelen — van beleidsmakers, desociale partners en het maatschappelijk middenveld — nodig om ervoor te zorgen dat de technologie in hun voordeel en niet in hun nadeel werkt.

Gilbert F. Houngbo, directeur-generaal van de IAO, benadrukte het belang van proactief beleid om het ontwrichtende effect van AI op banen en werkplekken te beperken: We moeten AI zo vormgeven dat zij meer sociale rechtvaardigheid oplevert. Daarvoor zijn verschillende maatregelen nodig: werknemers ondersteunen, onder meer met opleidingen en sociale bescherming; bedrijven ongeacht hun omvang en overal ter wereld gemakkelijker toegang bieden tot AI-technologie om productiviteitsvoordelen te benutten; en ervoor zorgen dat bij de integratie van AI op de werkplek de rechten van werknemers beschermd worden en de sociale dialoog ruim baan krijgt in de digitale transitie.

Tijdens twee panels vertelden sprekers op hoog niveau over de uitdagingen en kansen die ze ervaren wanneer ze met behulp van AI proberen fatsoenlijk werk en inclusieve arbeidsmarkten te bevorderen en bij te dragen tot gendergelijkheid in de komende jaren. Tot de panelleden behoorden onder anderen de EU-ministers van Arbeid Agnieszka Dziemianowicz-Bąk (Polen), Yolanda Díaz (Spanje),Níki Keraméos (Griekenland) en Maria do Rosário Palma Ramalho (Portugal), alsook Anousheh Karvar, de afgevaardigde van de Franse regering bij de IAO en de G7-G20.

Tijdens de besprekingen werd benadrukt dat er weliswaar een risico kleeft aan de uitrol van AI, maar dat er geen reden is om ons daarom als 19e-eeuwse Engelse textielarbeiders tegen deze nieuwe technologie te verzetten. Wel moet goed worden gekeken naar de sociale dialoog en dienen werknemers te worden betrokken bij de uitrol van AI, met extra aandacht voor om- en bijscholing. Een correcte, gecontroleerde uitrol en regulering van AI zal grote schokken helpen voorkomen en ervoor zorgen dat deze technologie repetitieve taken kan verminderen, zonder dat dit per se gepaard hoeft te gaan met grootschalige ontslagrondes. (lm)

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) houdt op 13 en 14 maart 2025 zijn jaarlijkse jongerenevenement Jouw Europa, jouw mening (YEYS), waaraan meer dan 130 deelnemers uit heel Europa en daarbuiten deelnemen. Dit unieke evenement brengt middelbare scholieren, vertegenwoordigers van jongerenorganisaties en afgevaardigden van nationale jeugdraden, in de leeftijd van 16 tot 25 jaar, uit alle 27 EU-lidstaten, 9 kandidaat-lidstaten en het VK samen.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) houdt op 13 en 14 maart 2025 zijn jaarlijkse jongerenevenement Jouw Europa, jouw mening (YEYS), waaraan meer dan 130 deelnemers uit heel Europa en daarbuiten deelnemen. Dit unieke evenement brengt middelbare scholieren, vertegenwoordigers van jongerenorganisaties en afgevaardigden van nationale jeugdraden, in de leeftijd van 16 tot 25 jaar, uit alle 27 EU-lidstaten, 9 kandidaat-lidstaten en het VK samen.

Het evenement, dat bestaat uit een reeks workshops, panels en debatten, zal jongeren een platform bieden om actief bij te dragen aan het vormgeven van de toekomst van Europa. Tijdens het evenement, dat dit jaar de titel “Jongeren een stem geven” draagt, zullen de deelnemers zich buigen over cruciale thema’s als duurzaamheid, sociale inclusie, digitale transformatie en nog veel meer.

De resultaten van de debatten en de verzamelde inzichten zullen worden meegenomen in de tweede Week van het maatschappelijk middenveld van het EESC en zullen ook worden gepromoot tijdens het Europees Jongerenevenement (EYE) dat in juni 2025 door het Europees Parlement in Straatsburg wordt georganiseerd.

Met het evenement wordt benadrukt hoe belangrijk het is de betrokkenheid van jongeren om te zetten in maatschappelijke actie, participatieve democratie en de totstandkoming van Europees beleid.

Blijf ons volgen om informatie te krijgen over de resultaten en initiatieven die deze belangrijke bijeenkomst zal opleveren. (kc)

Door Maria Nikolopoulou

In de aanloop naar de Internationale Vrouwendag en de 69e zitting van de Commissie voor de Status van de Vrouw (UNCSW69) in New York, is het een goed moment om na te denken over wat er is bereikt op het gebied van gendergelijkheid en om deze vorderingen te evalueren. De blik moet ook op de toekomst worden gericht, zodat we verder kunnen gaan op de ingeslagen weg.

Door Maria Nikolopoulou

In de aanloop naar de Internationale Vrouwendag en de 69e zitting van de Commissie voor de Status van de Vrouw (UNCSW69) in New York, is het een goed moment om na te denken over wat er is bereikt op het gebied van gendergelijkheid en om deze vorderingen te evalueren. De blik moet ook op de toekomst worden gericht, zodat we verder kunnen gaan op de ingeslagen weg.

Wat het wettelijke kader betreft, zijn er verbeteringen merkbaar. Er zijn meer vrouwen actief op de arbeidsmarkt, ze verdienen meer, ze behalen een hoger opleidingsniveau, zijn beter vertegenwoordigd in de politiek en bekleden meer leidinggevende posities. Maar er zijn grote verschillen tussen de lidstaten. In sommige landen gaat het allemaal wat langzamer.

Zolang structurele ongelijkheden en genderstereotypen blijven bestaan en vrouwenrechten worden beknot, zullen vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in het publieke domein, in de politiek en in het STEM-onderwijs, zullen ze kwetsbaar zijn voor online en offline geweld en zullen ze geen toegang hebben tot middelen en kapitaal om ondernemer te kunnen worden. Ze zullen ook kwetsbaarder zijn voor (tijd)armoede en het zal te lang duren voor de loon- en pensioenkloof gedicht is.

Voor verdere vooruitgang draait alles om opleiding, financiering en inzet. We hebben middelen nodig om vrouwen met de juiste vaardigheden uit te rusten voor de rechtvaardige digitale en groene transitie, om nationale actieplannen te financieren die geweld tegen vrouwen bestrijden en training aan te bieden aan al het personeel dat met overlevenden van geweld werkt.

We moeten ondernemerschapsprojecten financieren en betaalbare, toegankelijke en hoogwaardige kinderopvang en ouderenzorg organiseren om de last van onbetaalde zorgtaken van de schouders van vrouwen te halen. Daarnaast moeten we ons sterk inzetten voor het creëren van veilige ruimten, meer vrouwen betrekken bij gemeenteraden, nationale parlementen en het Europees Parlement, en ervoor zorgen dat zij actief deelnemen aan geweldloze conflictoplossing en vredesopbouw. Bij al deze inspanningen moet genderinclusiviteit worden bevorderd.

Bovendien zou een brede Europese strategie voor de Agenda 2030 helpen om gendergelijkheid veel sneller centraal te stellen in het beleid. De duurzameontwikkelingsdoelstellingen moeten als een geheel worden benaderd, niet afzonderlijk.

De EU doet het “goed”. Maar “goed” is niet goed genoeg voor de mannen, vrouwen en meisjes in de EU die de komende jaren strijd moeten leveren om echte gendergelijkheid te bereiken. Het is de taak van het maatschappelijk middenveld om de druk op beleidsmakers op te voeren, zodat er snel vooruitgang wordt geboekt.

In de aanloop naar de Internationale Vrouwendag op 8 maart en de 69e zitting van de Commissie voor de Status van de vrouw (UNCSW69) - het belangrijkste mondiale orgaan voor de bevordering van vrouwenrechten - schrijft Maria Nikolopoulou, lid van het EESC en rapporteur van het advies EESC-bijdrage aan de EU-prioriteiten voor de UNCSW69 over de vooruitgang van de Europese Unie op het gebied van gendergelijkheid. Hoewel niet te ontkennen valt dat er al veel vorderingen zijn gemaakt, hebben vrouwen nog steeds niet dezelfde rechten als mannen. Er is nog een grote afstand te overbruggen. De strijd is nog niet gestreden.

In de aanloop naar de Internationale Vrouwendag op 8 maart en de 69e zitting van de Commissie voor de Status van de vrouw (UNCSW69) - het belangrijkste mondiale orgaan voor de bevordering van vrouwenrechten - schrijft Maria Nikolopoulou, lid van het EESC en rapporteur van het advies EESC-bijdrage aan de EU-prioriteiten voor de UNCSW69 over de vooruitgang van de Europese Unie op het gebied van gendergelijkheid. Hoewel niet te ontkennen valt dat er al veel vorderingen zijn gemaakt, hebben vrouwen nog steeds niet dezelfde rechten als mannen. Er is nog een grote afstand te overbruggen. De strijd is nog niet gestreden.

In vergelijking met andere delen van de wereld, zoals de Verenigde Staten, staat de eurozone voor urgente uitdagingen: lage arbeidsproductiviteit, verzwakking van het concurrentievermogen en vertraging van de economische dynamiek. Om deze trend te keren pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) ervoor dringend een gecoördineerde strategie op te stellen. 

In vergelijking met andere delen van de wereld, zoals de Verenigde Staten, staat de eurozone voor urgente uitdagingen: lage arbeidsproductiviteit, verzwakking van het concurrentievermogen en vertraging van de economische dynamiek. Om deze trend te keren pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) ervoor dringend een gecoördineerde strategie op te stellen.

In zijn advies over het economisch beleid in de eurozone (2025) schetst het EESC een plan om de groei te stimuleren door de interne markt te verdiepen, de administratieve rompslomp te verminderen en de houdbaarheid van de begroting te waarborgen. Tegelijkertijd moeten beleidsmaatregelen gericht zijn op transformatieve trends zoals artificiële intelligentie (AI) en de druk als gevolg van een vergrijzende bevolking.

Na externe schokken zoals de COVID-19-pandemie en de energiecrisis staat de eurozone nu voor enorme economische uitdagingen. Er zijn weliswaar al inspanningen geleverd om de situatie te stabiliseren, maar gezien o.m. de onzekerheid binnen de eurozone, de demografische verschuivingen en de toenemende begrotingsdruk zijn doortastende hervormingen geboden.

De aanpak die het EESC voorlegt om de productiviteit en het concurrentievermogen te verbeteren bestaat uit drie stappen: verdieping van de interne markt, coördinatie van het industriebeleid en vermindering van de administratieve rompslomp. Houdbaarheid van de begroting is van cruciaal belang en vereist een evenwichtig kader, nauwere samenwerking binnen de EU en inspanningen om onbenutte inkomsten aan te boren. Aangezien investeringen een zwak punt blijven, moet er meer durfkapitaal worden aangetrokken en een innovatievriendelijk beleid worden ingevoerd.

De veerkracht van de arbeidsmarkt is ook van essentieel belang en vereist flexibiliteit, eerlijke lonen, hervormingen van de sociale zekerheid en ontwikkeling van vaardigheden op basis van AI. Het EESC wijst erop dat er sprake moet zijn van een gedeelde verantwoordingsplicht van de EU en haar lidstaten en pleit voor een betere beleidscoördinatie. Met doortastende maatregelen en strategische investeringen kan de eurozone een veerkrachtige, concurrerende en duurzame economie voor de toekomst opbouwen (tk). 

Nu de winter schoorvoetend plaats maakt voor de lente, heet het EESC de maand maart welkom met een reeks dynamische evenementen waarbij de stem van jongeren en het maatschappelijk middenveld de volle aandacht krijgt.

Nu de winter schoorvoetend plaats maakt voor de lente, heet het EESC de maand maart welkom met een reeks dynamische evenementen waarbij de stem van jongeren en het maatschappelijk middenveld de volle aandacht krijgt.

De 16e editie van het evenement ‘Jouw Europa, jouw mening’ bijt hierbij het spits af. Op 13 en 14 maart 2025 zullen bijna 100 leden van jongerenorganisaties, nationale jeugdraden en middelbare scholen en 37 leerkrachten uit EU-lidstaten, kandidaat-lidstaten en het VK deelnemen aan het YEYS-evenement, zoals het algemeen bekend staat. Zij zullen allemaal een unieke ervaring delen en hun stemmen bundelen om vorm geven aan het Europa waarin zij willen leven.

Hun aanbevelingen zouden een paar dagen later, tijdens de tweede editie van de Week van het maatschappelijk middenveld van het EESC, als input kunnen dienen voor op jongeren gerichte discussies en gedeeld kunnen worden met hooggeplaatste vertegenwoordigers van de Europese instellingen.

Na haar veelbelovende start in 2024 vindt de Week van het maatschappelijk middenveld dit jaar plaats van 17 tot 21 maart. Het thema is Versterking van de cohesie en de participatie in gepolariseerde samenlevingen. Door sociale instabiliteit, economische neergang en wijdverbreide ontevredenheid, met name onder degenen die zich niet gehoord voelen en geen aansluiting vinden, is de verdeeldheid in de samenleving verder toegenomen.

Om deze dringende problemen te bespreken zal tijdens de Week van het maatschappelijk middenveld 2025 een breed scala aan belanghebbenden van het maatschappelijk middenveld uit Europa en daarbuiten bijeenkomen. De Week biedt een uniek platform om deel te nemen aan kritische debatten, goede praktijken uit te wisselen en samen oplossingen te ontwikkelen die de sociale cohesie bevorderen en de democratische betrokkenheid versterken.

Dit jaar staan er drie belangrijke initiatieven op de agenda: de organisaties en netwerken van het Europees maatschappelijk middenveld (panels van de EESC-verbindingsgroep), die bespreken hoe een Europese strategie voor het maatschappelijk middenveld voor meer cohesie zou kunnen zorgen; de Dag van het Europees burgerinitiatief (EBI) en de rol hiervan bij het bestrijden van polarisatie; en de ceremoniële uitreiking van de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld. Het thema van de 15e prijs voor het maatschappelijk middenveld, ter bekroning van uitmuntende initiatieven vanuit het maatschappelijk middenveld, is de bestrijding van schadelijke polarisatie in de Europese samenleving. De winnaars komen uit België, met de maatschappelijke organisatie 'Diversité'; uit Frankrijk, met 'Reporters d’espoirs'; en uit Slowakije, met de 'Slovak Debate Association'. Wie de eerste, tweede en derde prijs heeft gewonnen zal tijdens de ceremonie bekend worden gemaakt!

Onze Week van het maatschappelijk middenveld doet dienst als een platform waarop het maatschappelijk middenveld en burgers zich kunnen uitspreken over belangrijke kwesties – van de steeds grotere uitdagingen van de klimaatverandering, de stijgende kosten van levensonderhoud en de toenemende inkomensverschillen tot de uitslagen van verkiezingen over de hele wereld in 2024 – die stuk voor stuk een vruchtbare bodem bieden voor wijdverbreide polarisatie.

Neem deel aan deze zinvolle gedachtewisseling en grijp de kans om woorden om te zetten in daden. Onze stemmen doen ertoe en zijn hoorbaar zolang we samen optrekken, met een proactieve houding en de bereidheid bij te dragen tot een samenhangender en participatiever Europa. De inschrijving is geopend! Grijp deze kans!

Laurentiu Plosceanu

Vicevoorzitter voor Communicatie