Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werkt aan een visie voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2027 om de veerkracht en duurzaamheid van de Europese landbouw te waarborgen. In opdracht van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU heeft het EESC een in januari goedgekeurd advies  opgesteld waarin het benadrukt dat er behoefte is aan een stabiel beleidskader voor de lange termijn dat duurzame voedselproductie, open strategische autonomie en plattelandsontwikkeling ondersteunt.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werkt aan een visie voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2027 om de veerkracht en duurzaamheid van de Europese landbouw te waarborgen. In opdracht van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU heeft het EESC een in januari goedgekeurd advies  opgesteld waarin het benadrukt dat er behoefte is aan een stabiel beleidskader voor de lange termijn dat duurzame voedselproductie, open strategische autonomie en plattelandsontwikkeling ondersteunt.

De sector, die in de EU voor 94,8 % uit familiebedrijven bestaat, wordt met problemen geconfronteerd zoals lagere inkomens, een steeds kleiner aantal landbouwbedrijven, problemen met generatievernieuwing en een forse uitstroom van arbeidskrachten. Ondanks de dalende begrotingstoewijzingen voor het GLB (minder dan 25 % in 2021) pleit het EESC voor GLB-financiering die is afgestemd op zijn duurzaamheidsdoelstellingen. Aanbevolen wordt de basisinkomenssteun te vervangen door financiële stimulansen voor milieu- en sociale diensten, zodat kleine familiebedrijven tijdens een overgangsperiode flexibel kunnen zijn.

Zorgen over een billijke levensstandaard voor landbouwers in de EU, die nog worden verergerd door de inflatie, de volatiele energiemarkt en de klimaatverandering, onderstrepen de noodzaak van GLB-hervormingen. Het EESC zou graag zien dat van deze kwesties werk wordt gemaakt in het GLB na 2027, dat gericht moet zijn op fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, gezondere voedingspatronen moet bevorderen, voedselverspilling moet verminderen en de voedselmarkten moet reguleren. Te denken valt aan anticyclische componenten en steun voor de productie van hernieuwbare energie om de gevolgen van de gestegen energieprijzen op te vangen en verstoringen van de voorziening te verzachten. Andere voorstellen zijn publiek-private partnerschapsverzekeringsregelingen en investeringen in innovatie en digitale technologieën om extreme klimaatomstandigheden te bestrijden en de positie van landbouwers te verbeteren.

In de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2024 benadrukt het EESC dat het GLB zo moet worden vormgegeven dat recht wordt gedaan aan de veranderende maatschappelijke en landbouwbehoeften.  Van belang zijn de betrokkenheid van belanghebbenden, flexibiliteit voor de lidstaten en gestroomlijnde administratieve processen bij het ontwerpen en aanpassen van de strategische plannen. Uiteindelijk streeft het EESC naar een GLB dat een evenwicht vindt tussen het waarborgen van voedselzekerheid, het beschermen van het milieu en het bevorderen van het welzijn van de Europese boeren in het licht van de mondiale uitdagingen. (ks)

Door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

Europese maatschappelijke organisaties hebben op 24 januari een open brief gestuurd aan de voorzitters van de Europese Commissie en het Europees Parlement en aan het Belgische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. De ondertekenaars van de brief verzoeken de drie belangrijkste instellingen van de Europese Unie (EU) die betrokken zijn bij de Europese besluitvorming met klem concrete maatregelen te nemen om op alle beleidsterreinen een open, transparante en regelmatige dialoog met het maatschappelijk middenveld op gang te brengen, conform artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

 

Europese maatschappelijke organisaties hebben op 24 januari een open brief gestuurd aan de voorzitters van de Europese Commissie en het Europees Parlement en aan het Belgische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. De ondertekenaars van de brief verzoeken de drie belangrijkste instellingen van de Europese Unie (EU) die betrokken zijn bij de Europese besluitvorming met klem concrete maatregelen te nemen om op alle beleidsterreinen een open, transparante en regelmatige dialoog met het maatschappelijk middenveld op gang te brengen, conform artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

De open brief was een initiatief van de groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC en Civil Society Europe, en bevat een aantal concrete voorstellen. In totaal sloten 156 ondertekenaars uit 26 lidstaten zich aan bij de brief, namelijk 39 Europese netwerken, 85 nationale organisaties en 60 leden van de groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC.

De wettelijke bepalingen ten spijt blijft de burgerdialoog in de EU-instellingen fragmentarisch en ongestructureerd. De ondertekenaars van de open brief #EUCivilDialogueNow roepen de EU-instellingen dan ook op om:

  • het initiatief te nemen tot een interinstitutionele overeenkomst over de burgerdialoog;
  • binnen elke instelling posten te creëren voor leidinggevenden die belast worden met de betrekkingen met het maatschappelijk middenveld;
  • de samenwerking tussen civiele en sociale actoren aan te moedigen en te bevorderen.

Deze inspanningen moeten voortbouwen op de aanbevelingen van de Conferentie over de toekomst van Europa. Als eerste stap stellen de ondertekenaars voor dat de Europese Commissie een mededeling uitbrengt over de versterking van de burgerdialoog op EU-niveau.

De open brief is in 24 talen beschikbaar op: https://www.eesc.europa.eu/nl/agenda/our-events/events/eu-civil-dialogue-now/open-letter.

Meer informatie is te vinden in het persbericht waarin de open brief wordt aangekondigd, dat in 24 talen beschikbaar is op: https://www.eesc.europa.eu/nl/agenda/our-events/events/eu-civil-dialogue-now.

De pleidooi van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor een Europese Blue Deal krijgt steeds meer steun van beleidsmakers en het maatschappelijk middenveld. Deze dynamiek wordt aangewakkerd door de toenemende erkenning van de urgentie om waterschaarste aan te pakken, en van het potentieel van de Blue Deal om een alomvattende oplossing te bieden.

De pleidooi van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor een Europese Blue Deal krijgt steeds meer steun van beleidsmakers en het maatschappelijk middenveld. Deze dynamiek wordt aangewakkerd door de toenemende erkenning van de urgentie om waterschaarste aan te pakken, en van het potentieel van de Blue Deal om een alomvattende oplossing te bieden.

Tijdens een recent evenement dat was georganiseerd door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) hebben belangrijke belanghebbenden gediscussieerd over de Blue Deal en het potentieel ervan om de waterbeheerpraktijken op het hele continent te transformeren, met bijzondere aandacht voor stroomgebieden.

“We staan voor een watercrisis van ongekende omvang”, aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke. Verwijzend naar de komende Europese verkiezingen in juni merkte hij op dat water een onderwerp is dat elke burger aangaat. “Hoe zullen de EU-besluitvormers het watervraagstuk en de daarmee verband houdende uitdagingen aanpakken? Het is tijd om deze vragen te stellen”.

EP-lid Pernille Weiss sloot zich aan bij de roep om een alomvattende oplossing en pleitte voor een speciaal watertransitiefonds om bedrijven en gemeenschappen te ondersteunen bij hun overgang naar duurzame waterpraktijken. Speciaal VN-rapporteur Pedro Arrojo-Agudo benadrukte dat waterschaarste en klimaatverandering geen grenzen kennen, en riep de EU op het voortouw te nemen bij de ontwikkeling van een mondiale oplossing voor de watercrisis.

Het pleidooi van het EESC voor een Europese Blue Deal vond weerklank bij een breed scala aan belanghebbenden, waaronder de Compagnie Nationale du Rhône (CNR), een Frans bedrijf van openbaar nut dat de Rhône-rivier beheert. De directeur Watervoorraden van CNR, Eric Divet, sprak over de succesvolle staat van dienst van CNR op het gebied van duurzaam waterbeheer, met inbegrip van inspanningen om wetlands te herstellen, de biodiversiteit van rivieren te verbeteren en zich aan de klimaatverandering aan te passen.

Naar verwachting zal de Europese Commissie de komende maanden haar initiatief voor waterweerbaarheid bekendmaken. Het EESC staat klaar om samen te werken met de EU-instellingen en belanghebbenden om ervoor te zorgen dat zijn voorstellen voor een Europese Blue Deal deel gaan uitmaken van de prioriteiten van de volgende Europese Commissie. (gb)

Aanvragen voor partnerevenementen kunnen worden ingediend van 4 tot en met 17 maart, voor evenementen die plaatsvinden tussen 29 mei en 1 september.

Aanvragen voor partnerevenementen kunnen worden ingediend van 4 tot en met 17 maart, voor evenementen die plaatsvinden tussen 29 mei en 1 september.

Elk jaar vinden in de marge van de Groene Week van de EU honderden partnerevenementen plaats, zowel binnen als buiten Europa, die worden georganiseerd door verschillende instellingen, ngo’s, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de academische wereld, scholen en lokale, regionale en nationale overheden.  

Het thema van de partnerevenementen in 2024 is waterweerbaarheid. Het doel is een EU-breed debat over de huidige en toekomstige watersituatie in de EU op gang te brengen, waarbij de nadruk ligt op het bevorderen van het bewustzijn en het promoten van positieve, op samenwerking gebaseerde oplossingen.  

Allerlei evenementen zijn welkom, van workshops en openbare discussies tot tentoonstellingen en bewustmakingsevenementen voor gezinnen. De activiteiten kunnen plaatsvinden op lokaal, regionaal, nationaal of Europees niveau. Meer informatie en een tijdschema zijn hier te vinden. 

Aangezien de Europese Blue Deal een van de vlaggenschipinitiatieven van het EESC is, is de keuze van het thema waterweerbaarheid voor de partnerevenementen een goede gelegenheid om de voorstellen bekend te maken die zijn gepresenteerd in de verklaring over de Europese Blue Deal van oktober 2023, waarin een pleidooi wordt gehouden voor een nieuwe en ambitieuze waterstrategie voor Europa, naar het voorbeeld van de Green Deal van de EU.  (gb)

Alternatieve geschillenbeslechting

Document Type
AS

Europa kampt met een tanend concurrentievermogen en moet dringend de tekortkomingen van zijn interne markt aanpakken, op een manier die zowel het bedrijfsleven als de burgers ten goede komt.

Europa kampt met een tanend concurrentievermogen en moet dringend de tekortkomingen van zijn interne markt aanpakken, op een manier die zowel het bedrijfsleven als de burgers ten goede komt.

Tijdens de januarizitting van het EESC is een debat gehouden over het Europese concurrentievermogen en de toekomst van de interne markt. Centraal in het debat stond een EESC-advies over dit onderwerp dat werd opgesteld op verzoek van het Belgische voorzitterschap van de EU, dat concurrentievermogen en interne markt als prioritair thema heeft aangemerkt. Het advies zal ook als input dienen voor het verslag op hoog niveau over de toekomst van de interne markt van Enrico Letta, dat in maart aan de Europese Raad zal worden gepresenteerd.

In dit advies benadrukt het EESC dat de interne markt de uitdagingen moet aangaan van de huidige context, die sterk verschilt van die waarin hij in de jaren ‘90 werd opgericht. De EU staat daarom van verschillende kanten onder druk: zij moet gelijke concurrentievoorwaarden handhaven en tegelijkertijd de industrie ondersteunen om de groene transitie te helpen financieren; zij moet banen in Europa houden en er tegelijkertijd voor zorgen dat EU-bedrijven concurrerend blijven; en zij moet de toegang tot grondstoffen veiligstellen en er tegelijkertijd voor zorgen dat arbeids- en milieunormen worden geëerbiedigd.

Rapporteur Sandra Parthie: “De interne markt heeft de EU geholpen om uit de groeien tot een van de sterkste handelsblokken ter wereld, maar deze positie staat onder druk. Waar het EESC voor pleit, is om in te zetten op de ontwikkeling van een Europees industriebeleid dat niet zomaar de som is van 27 manieren om het industriebeleid vorm te geven, maar veeleer de uiting van een werkelijk Europese visie op ons industriële potentieel.”

Tijdens het debat zei Markus Beyrer, directeur-generaal van BusinessEurope: “Het Europese concurrentievermogen staat onder druk. We raken achterop bij onze mondiale concurrenten, en de interne markt is een van de instrumenten waarover wij beschikken om dit te verhelpen. Het doel moet zijn de nodige marge te creëren om het Europese model zoals we dat kennen te bestendigen, inclusief de sociale aspecten.”

Volgens Ludovic Voet, confederaal secretaris van het Europees Vakverbond (EVV), is het Europees sociaal contract het fundament van de interne markt en moet dit contract worden versterkt: “In ons aan concurrentie onderhevige systeem moeten bedrijven eerlijke lonen betalen, goede banen bieden en geen schade toebrengen aan het milieu. Europa moet het momentum voor een rechtvaardige groene transitie vasthouden”.

In het EESC-advies wordt voorgesteld om in de volgende Commissie een commissaris voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB) te benoemen, die wordt belast met een vijfjarenplan voor de ontwikkeling van veilige, kwalitatief hoogwaardige en duurzame DAEB’s. Deze diensten zijn goed voor 25 % van het bbp van de EU en 20 % van de totale werkgelegenheid, en bestrijken belangrijke sectoren zoals vervoer, energie, communicatie, toegang tot water en sanitaire voorzieningen. Zij zijn echter ook van groot belang in de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening. (dm)

door de groep Werknemers van het EESC

De zorgen en het welzijn van burgers en werknemers moeten altijd centraal staan in de politieke besluitvorming.

door de groep Werknemers van het EESC

De zorgen en het welzijn van burgers en werknemers moeten altijd centraal staan in de politieke besluitvorming. Het gaat immers om belangrijke humane factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Dit is de enige manier om fatsoenlijke levensomstandigheden te waarborgen. Door middel van beleid dat deze fatsoenlijke omstandigheden voor iedereen garandeert, vergroten we het vertrouwen in en draagvlak voor huidige en toekomstige politieke maatregelen en voorkomen we dat mensen ontgoocheld raken en rechts populisme en extremisme daardoor een vruchtbare voedingsbodem vinden.

Dit zijn de uitgangspunten voor de prioriteiten van de groep Werknemers voor de periode 2023-2025, waarin de toekomstige EU-leiders aan de hand van duidelijke eisen worden opgeroepen om een progressieve agenda op te stellen die meer om een sociale en humane dimensie draait. Na decennia van crises, waarvan de kosten overduidelijk op de schouders van de Europese burgers en werknemers terecht zijn gekomen, hopen we dat de focus in het EU-debat weer kan komen te liggen op wat echt van belang is: sociale vooruitgang.

Onze prioriteiten weerspiegelen de visie van de groep Werknemers: een Europa dat niet alleen sociaal en duurzaam is, maar ook de rechtsstaat, de mensenrechten, gendergelijkheid, solidariteit en diversiteit eerbiedigt. We hebben een Europa nodig dat voorrang geeft aan het aanpakken van ongelijkheid, armoede en de klimaatnoodtoestand, dat zorgt voor een rechtvaardige groene en digitale transitie en waarin iedereen fatsoenlijk werk heeft. Dit is de beste manier om onze democratie en samenleving en iedere mens daarin sterker te maken. Wij hopen dat deze visie wordt overgenomen.

Herziening van Richtlijn 92/106/EEG inzake gecombineerd vervoer

Document Type
AS

Alomvattende strategie voor de houtindustrie in de EU

Document Type
AS

Tijdens zijn januarizitting heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zich gebogen over de gevolgen van de klimaatverandering en de aantasting van het milieu voor vrede, veiligheid en defensie. Volgens het EESC moeten er dringend veerkrachtige antwoorden worden bedacht op deze mondiale uitdagingen.

Tijdens zijn januarizitting heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zich gebogen over de gevolgen van de klimaatverandering en de aantasting van het milieu voor vrede, veiligheid en defensie. Volgens het EESC moeten er dringend veerkrachtige antwoorden worden bedacht op deze mondiale uitdagingen.

De fundamentele opdracht van het EU-project bestaat erin vrede te bevorderen en te handhaven. Europa moet dus zijn inspanningen op het gebied van vredesopbouw opvoeren.

In zijn advies benadrukt het EESC dat het bevorderen van vrede onlosmakelijk verbonden is met het behoud en de bevordering van de grondrechten en de democratie. Volgens het EESC is het dan ook absoluut noodzakelijk om de verwevenheid van klimaat en veiligheid verder te integreren in het externe beleid van de EU, door proactieve interfaces op te zetten tussen de instellingen die verantwoordelijk zijn voor de externe betrekkingen, de interne samenhang van de EU en de veiligheids- en defensiediensten van de lidstaten. Met “verwevenheid van klimaat en veiligheid” wordt verwezen naar de gevolgen van de klimaatverandering en de aantasting van het milieu voor vrede, veiligheid en defensie.

Özlem Yildirim, lid van het EESC en rapporteur van het advies, zei hierover: “Het EESC stelt ook concrete maatregelen voor om doeltreffend te kunnen anticiperen op gebeurtenissen, met name door te investeren in veerkrachtige reacties, de besluitvormingsprocessen voor te bereiden op toekomstige spanningen en vooral door een echte EU-strategie op dit gebied uit te stippelen. Als alle partijen de klimaatafspraken snel en effectief nakomen, is dat ook een belangrijk preventiemiddel!”

In het voorstel van de Europese Commissie wordt rekening gehouden met het verband tussen klimaat en veiligheid. Het EESC is echter van mening dat in het document de geografische, politieke en militaire reikwijdte van het vraagstuk niet duidelijk wordt afgebakend. Er wordt immers geen rekening gehouden met de veranderende aard van het verband tussen klimaat en veiligheid, net nu de situatie aan het verslechteren is en er ernstige spanningen tussen de lidstaten dreigen te ontstaan. De verwevenheid van klimaat en veiligheid moet het onderwerp zijn van een specifieke en permanente dialoog tussen de Commissie en de lidstaten. (at)