Aanvragen voor partnerevenementen kunnen worden ingediend van 4 tot en met 17 maart, voor evenementen die plaatsvinden tussen 29 mei en 1 september.

Aanvragen voor partnerevenementen kunnen worden ingediend van 4 tot en met 17 maart, voor evenementen die plaatsvinden tussen 29 mei en 1 september.

Elk jaar vinden in de marge van de Groene Week van de EU honderden partnerevenementen plaats, zowel binnen als buiten Europa, die worden georganiseerd door verschillende instellingen, ngo’s, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de academische wereld, scholen en lokale, regionale en nationale overheden.  

Het thema van de partnerevenementen in 2024 is waterweerbaarheid. Het doel is een EU-breed debat over de huidige en toekomstige watersituatie in de EU op gang te brengen, waarbij de nadruk ligt op het bevorderen van het bewustzijn en het promoten van positieve, op samenwerking gebaseerde oplossingen.  

Allerlei evenementen zijn welkom, van workshops en openbare discussies tot tentoonstellingen en bewustmakingsevenementen voor gezinnen. De activiteiten kunnen plaatsvinden op lokaal, regionaal, nationaal of Europees niveau. Meer informatie en een tijdschema zijn hier te vinden. 

Aangezien de Europese Blue Deal een van de vlaggenschipinitiatieven van het EESC is, is de keuze van het thema waterweerbaarheid voor de partnerevenementen een goede gelegenheid om de voorstellen bekend te maken die zijn gepresenteerd in de verklaring over de Europese Blue Deal van oktober 2023, waarin een pleidooi wordt gehouden voor een nieuwe en ambitieuze waterstrategie voor Europa, naar het voorbeeld van de Green Deal van de EU.  (gb)

Alternatieve geschillenbeslechting

Document Type
AS

Europa kampt met een tanend concurrentievermogen en moet dringend de tekortkomingen van zijn interne markt aanpakken, op een manier die zowel het bedrijfsleven als de burgers ten goede komt.

Europa kampt met een tanend concurrentievermogen en moet dringend de tekortkomingen van zijn interne markt aanpakken, op een manier die zowel het bedrijfsleven als de burgers ten goede komt.

Tijdens de januarizitting van het EESC is een debat gehouden over het Europese concurrentievermogen en de toekomst van de interne markt. Centraal in het debat stond een EESC-advies over dit onderwerp dat werd opgesteld op verzoek van het Belgische voorzitterschap van de EU, dat concurrentievermogen en interne markt als prioritair thema heeft aangemerkt. Het advies zal ook als input dienen voor het verslag op hoog niveau over de toekomst van de interne markt van Enrico Letta, dat in maart aan de Europese Raad zal worden gepresenteerd.

In dit advies benadrukt het EESC dat de interne markt de uitdagingen moet aangaan van de huidige context, die sterk verschilt van die waarin hij in de jaren ‘90 werd opgericht. De EU staat daarom van verschillende kanten onder druk: zij moet gelijke concurrentievoorwaarden handhaven en tegelijkertijd de industrie ondersteunen om de groene transitie te helpen financieren; zij moet banen in Europa houden en er tegelijkertijd voor zorgen dat EU-bedrijven concurrerend blijven; en zij moet de toegang tot grondstoffen veiligstellen en er tegelijkertijd voor zorgen dat arbeids- en milieunormen worden geëerbiedigd.

Rapporteur Sandra Parthie: “De interne markt heeft de EU geholpen om uit de groeien tot een van de sterkste handelsblokken ter wereld, maar deze positie staat onder druk. Waar het EESC voor pleit, is om in te zetten op de ontwikkeling van een Europees industriebeleid dat niet zomaar de som is van 27 manieren om het industriebeleid vorm te geven, maar veeleer de uiting van een werkelijk Europese visie op ons industriële potentieel.”

Tijdens het debat zei Markus Beyrer, directeur-generaal van BusinessEurope: “Het Europese concurrentievermogen staat onder druk. We raken achterop bij onze mondiale concurrenten, en de interne markt is een van de instrumenten waarover wij beschikken om dit te verhelpen. Het doel moet zijn de nodige marge te creëren om het Europese model zoals we dat kennen te bestendigen, inclusief de sociale aspecten.”

Volgens Ludovic Voet, confederaal secretaris van het Europees Vakverbond (EVV), is het Europees sociaal contract het fundament van de interne markt en moet dit contract worden versterkt: “In ons aan concurrentie onderhevige systeem moeten bedrijven eerlijke lonen betalen, goede banen bieden en geen schade toebrengen aan het milieu. Europa moet het momentum voor een rechtvaardige groene transitie vasthouden”.

In het EESC-advies wordt voorgesteld om in de volgende Commissie een commissaris voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB) te benoemen, die wordt belast met een vijfjarenplan voor de ontwikkeling van veilige, kwalitatief hoogwaardige en duurzame DAEB’s. Deze diensten zijn goed voor 25 % van het bbp van de EU en 20 % van de totale werkgelegenheid, en bestrijken belangrijke sectoren zoals vervoer, energie, communicatie, toegang tot water en sanitaire voorzieningen. Zij zijn echter ook van groot belang in de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening. (dm)

door de groep Werknemers van het EESC

De zorgen en het welzijn van burgers en werknemers moeten altijd centraal staan in de politieke besluitvorming.

door de groep Werknemers van het EESC

De zorgen en het welzijn van burgers en werknemers moeten altijd centraal staan in de politieke besluitvorming. Het gaat immers om belangrijke humane factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Dit is de enige manier om fatsoenlijke levensomstandigheden te waarborgen. Door middel van beleid dat deze fatsoenlijke omstandigheden voor iedereen garandeert, vergroten we het vertrouwen in en draagvlak voor huidige en toekomstige politieke maatregelen en voorkomen we dat mensen ontgoocheld raken en rechts populisme en extremisme daardoor een vruchtbare voedingsbodem vinden.

Dit zijn de uitgangspunten voor de prioriteiten van de groep Werknemers voor de periode 2023-2025, waarin de toekomstige EU-leiders aan de hand van duidelijke eisen worden opgeroepen om een progressieve agenda op te stellen die meer om een sociale en humane dimensie draait. Na decennia van crises, waarvan de kosten overduidelijk op de schouders van de Europese burgers en werknemers terecht zijn gekomen, hopen we dat de focus in het EU-debat weer kan komen te liggen op wat echt van belang is: sociale vooruitgang.

Onze prioriteiten weerspiegelen de visie van de groep Werknemers: een Europa dat niet alleen sociaal en duurzaam is, maar ook de rechtsstaat, de mensenrechten, gendergelijkheid, solidariteit en diversiteit eerbiedigt. We hebben een Europa nodig dat voorrang geeft aan het aanpakken van ongelijkheid, armoede en de klimaatnoodtoestand, dat zorgt voor een rechtvaardige groene en digitale transitie en waarin iedereen fatsoenlijk werk heeft. Dit is de beste manier om onze democratie en samenleving en iedere mens daarin sterker te maken. Wij hopen dat deze visie wordt overgenomen.

Herziening van Richtlijn 92/106/EEG inzake gecombineerd vervoer

Document Type
AS

Alomvattende strategie voor de houtindustrie in de EU

Document Type
AS

Tijdens zijn januarizitting heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zich gebogen over de gevolgen van de klimaatverandering en de aantasting van het milieu voor vrede, veiligheid en defensie. Volgens het EESC moeten er dringend veerkrachtige antwoorden worden bedacht op deze mondiale uitdagingen.

Tijdens zijn januarizitting heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zich gebogen over de gevolgen van de klimaatverandering en de aantasting van het milieu voor vrede, veiligheid en defensie. Volgens het EESC moeten er dringend veerkrachtige antwoorden worden bedacht op deze mondiale uitdagingen.

De fundamentele opdracht van het EU-project bestaat erin vrede te bevorderen en te handhaven. Europa moet dus zijn inspanningen op het gebied van vredesopbouw opvoeren.

In zijn advies benadrukt het EESC dat het bevorderen van vrede onlosmakelijk verbonden is met het behoud en de bevordering van de grondrechten en de democratie. Volgens het EESC is het dan ook absoluut noodzakelijk om de verwevenheid van klimaat en veiligheid verder te integreren in het externe beleid van de EU, door proactieve interfaces op te zetten tussen de instellingen die verantwoordelijk zijn voor de externe betrekkingen, de interne samenhang van de EU en de veiligheids- en defensiediensten van de lidstaten. Met “verwevenheid van klimaat en veiligheid” wordt verwezen naar de gevolgen van de klimaatverandering en de aantasting van het milieu voor vrede, veiligheid en defensie.

Özlem Yildirim, lid van het EESC en rapporteur van het advies, zei hierover: “Het EESC stelt ook concrete maatregelen voor om doeltreffend te kunnen anticiperen op gebeurtenissen, met name door te investeren in veerkrachtige reacties, de besluitvormingsprocessen voor te bereiden op toekomstige spanningen en vooral door een echte EU-strategie op dit gebied uit te stippelen. Als alle partijen de klimaatafspraken snel en effectief nakomen, is dat ook een belangrijk preventiemiddel!”

In het voorstel van de Europese Commissie wordt rekening gehouden met het verband tussen klimaat en veiligheid. Het EESC is echter van mening dat in het document de geografische, politieke en militaire reikwijdte van het vraagstuk niet duidelijk wordt afgebakend. Er wordt immers geen rekening gehouden met de veranderende aard van het verband tussen klimaat en veiligheid, net nu de situatie aan het verslechteren is en er ernstige spanningen tussen de lidstaten dreigen te ontstaan. De verwevenheid van klimaat en veiligheid moet het onderwerp zijn van een specifieke en permanente dialoog tussen de Commissie en de lidstaten. (at)

Om de groei van kleine ondernemingen in de EU te bevorderen, steunt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) het voorstel van de Commissie voor belastingheffing volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor (Head Office Tax, HOT). In zijn advies pleit het EESC voor aanvullende maatregelen en benadrukt het dat de Commissie, de lidstaten en de vertegenwoordigers van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (mkmo’s) nauwer moeten samenwerken om dit voorstel doeltreffend in praktijk te brengen en meer bekendheid te geven.

Om de groei van kleine ondernemingen in de EU te bevorderen, steunt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) het voorstel van de Commissie voor belastingheffing volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor (Head Office Tax, HOT). In zijn advies pleit het EESC voor aanvullende maatregelen en benadrukt het dat de Commissie, de lidstaten en de vertegenwoordigers van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (mkmo’s) nauwer moeten samenwerken om dit voorstel doeltreffend in praktijk te brengen en meer bekendheid te geven.

Kmo’s maken maar liefst 99,8 % uit van de niet-financiële ondernemingen in de EU en leveren dus een aanzienlijke bijdrage aan de werkgelegenheid (66,6 %) en de toegevoegde waarde (56,8 %). Het HOT-voorstel van de Commissie, dat deel uitmaakt van het bredere steunpakket voor kmo’s, is bedoeld om de regeldruk te verminderen en de belastingprocedures voor deze bedrijven te vereenvoudigen. Het EESC benadrukt dat het HOT-voorstel onverwijld moet worden goedgekeurd om de groei van mkmo’s te stimuleren, in het bijzonder op zichzelf staande kmo’s met grensoverschrijdende activiteiten. De voorgestelde vereenvoudiging sluit aan bij de doelstelling van het EESC om een gunstig klimaat te scheppen dat op lange termijn de groei van het bbp en de werkgelegenheid bevordert.

Het EESC vindt het een goede zaak dat de focus in eerste instantie ligt bij op zichzelf staande mkmo’s, maar stelt voor om bij een evaluatie na vijf jaar na te gaan of deze belastingregeling kan worden uitgebreid tot dochterondernemingen, wat de inclusiviteit ten goede zou komen. Het EESC erkent dat het HOT-voorstel en het Befit-voorstel complementair zijn, maar wijst erop dat verschillen in het rechtskader moeten worden voorkomen. Het HOT-voorstel kan alleen tot succes leiden als de belastingdiensten in de lidstaten samenwerken. Het EESC roept daarom op tot samenwerking, zodat HOT effectief wordt toegepast. Het dringt er bij de lidstaten op aan om hun IT-systemen zo snel mogelijk aan te passen en om ervoor te zorgen dat de mkmo’s goed ingelicht zijn. (tk)

Concurrentievermogen, kleine en middelgrote ondernemingen en sociale inclusie staan centraal in het programma van het Belgische voorzitterschap. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) doet beleidsaanbevelingen over het verband tussen economisch bestuur, inclusieve langetermijngroei en duurzame veiligheid, en over de kracht van de sociale economie om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden.

Concurrentievermogen, kleine en middelgrote ondernemingen en sociale inclusie staan centraal in het programma van het Belgische voorzitterschap. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) doet beleidsaanbevelingen over het verband tussen economisch bestuur, inclusieve langetermijngroei en duurzame veiligheid, en over de kracht van de sociale economie om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden.

In de eerste helft van 2024 is België voor de dertiende keer voorzitter van de Raad van de Europese Unie. De prioriteiten van dat voorzitterschap werden besproken tijdens twee debatten die het EESC tijdens zijn zitting in januari heeft gehouden.

EESC-voorzitter Oliver Röpke prees het voorzitterschap voor het feit dat het de sociale partners bij zijn werkzaamheden betrekt. Aan het eind van de huidige institutionele cyclus van de EU heeft het Belgische voorzitterschap de taak om een reeks wetgevingscompromissen af te handelen en de Raad van de EU door de verkiezingscampagne en de verkiezingen voor het Europees Parlement te loodsen.

De Belgische vicepremier David Clarinval schetste de standpunten van het voorzitterschap over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de bescherming van zelfstandigen en het industriebeleid van de EU. Met zijn verzoek om 13 adviezen van het EESC wil het voorzitterschap bijdragen aan de discussies over de strategische agenda voor 2024-29. Verder zal in april een interinstitutionele verklaring over de toekomstige sociale agenda van de EU worden aangenomen. De prioriteiten van het voorzitterschap zijn onder meer een groene en sociale transitie en het aanpakken van de klimaat- en biodiversiteitcrisis. Eerlijke arbeidsmobiliteit en duurzame sociale bescherming, waarop het voorzitterschap ook zal focussen,staan centraal in de sociale dialoog binnen het EESC. Andere belangrijke aandachtsgebieden zijn het versterken van het Europese concurrentievermogen, het ondersteunen van kleine en middelgrote ondernemingen en het bevorderen van een evenwichtig handelsbeleid voor Europa als wereldspeler. (tk)

Grensoverschrijdende energiestromen zijn cruciaal voor de levering van elektriciteit en gas aan de verschillende EU-lidstaten. De energie-infrastructuur moet worden gemoderniseerd door de aanleg van interconnectoren tussen buurlanden om de capaciteit van de Unie op het gebied van duurzame energie te vergroten.

Grensoverschrijdende energiestromen zijn cruciaal voor de levering van elektriciteit en gas aan de verschillende EU-lidstaten. De energie-infrastructuur moet worden gemoderniseerd door de aanleg van interconnectoren tussen buurlanden om de capaciteit van de Unie op het gebied van duurzame energie te vergroten.

In een advies dat het EESC op verzoek van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU heeft uitgebracht en dat tijdens de zitting van 18 januari 2024 is goedgekeurd, neemt het EESC hierover een duidelijk standpunt in.

De EU moet bijzondere aandacht besteden aan de uitbreiding van de netten en er moeten aanzienlijke investeringen worden gedaan om de Europese economie te stimuleren en hoogwaardige groene banen te creëren.

“Wij bij het EESC zijn van mening dat het voor de verwezenlijking van de groene transitie en strategische autonomie op energiegebied van fundamenteel belang is om ons energiesysteem structureel te veranderen”, zo sprak EESC-voorzitter Oliver Röpke tijdens het debat in het kader van de goedkeuring van het advies.

De minister van Energie in de Belgische federale regering, Tinne Van der Straeten, benadrukte dat de transitie naar schone energie, die noodzakelijk is met het oog op het klimaat, nu ook een absolute must is voor de economie en de veiligheid, en dat interconnectie een flexibeler systeem oplevert dat geografische variaties in wind- en zonne-energie in evenwicht kan brengen.

“De ambities van Europa op het gebied van hernieuwbare energie houden geen gelijke tred met de infrastructuurplannen, dus er moet snel werk worden gemaakt van de trans-Europese infrastructuur. Deze moet kostenefficiënt, veilig, duurzaam en flexibel zijn”, zo voegde ze eraan toe. (mp)