European Economic
and Social Committee
Het EESC is ingenomen met de historische stemming in het Europees Parlement over de bestrijding van gendergerelateerd geweld en herhaalt dat het zich zal blijven inzetten voor vrouwenrechten
Een op de tien vrouwen leeft in bittere armoede en een op de drie krijgt te maken met geweld. De situatie op het gebied van vrouwenrechten gaat overal ter wereld achteruit, ook in de EU. Aan de vooravond van de Europese verkiezingen en het aantreden van een nieuwe Europese Commissie is voortdurende steun van de instellingen en het maatschappelijk middenveld cruciaal met het oog op de emancipatie van vrouwen en meisjes.
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft tijdens zijn zitting van 25 april een debat gehouden met enkele van de belangrijkste EU-organisaties die opkomen voor gendergelijkheid, om zo duidelijk te maken dat het absoluut noodzakelijk is om de strijd voor meer vrouwenrechten ook tijdens de volgende zittingsperiode van de EU voor te zetten.
Het debat vond plaats een dag nadat het Europees Parlement groen licht had gegeven voor de eerste EU-richtlijn inzake de bestrijding van gendergerelateerd geweld, en stond in het teken van de conclusies van de 68e zitting van de VN-Commissie inzake de positie van de vrouw (UNCSW68). Deze VN-Commissie is het belangrijkste internationale forum dat de vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid onder de loep neemt, en heeft zich dit jaar met name bezig gehouden met armoede onder vrouwen.
Ook het EESC heeft een bijdrage geleverd aan de 68e zitting van de UNCSW68, die in maart in New York werd gehouden, met een verklaring getiteld A gender lens on poverty (armoede vanuit een genderperspectief). Hierin zijn 10 actiepunten opgenomen voor de economische emancipatie en sociale bescherming van vrouwen.
“Armoede is niet genderneutraal, dus kan ook onze reactie daarop niet genderneutraal zijn. Geweld tegen vrouwen vergroot hun risico op armoede en heeft gevolgen voor hun vermogen om op voet van gelijkheid deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Ik kan de eindstemming in het Europees Parlement over de allereerste richtlijn inzake de bescherming van vrouwen tegen gendergerelateerd en huiselijk geweld op Europees niveau dan ook alleen maar toejuichen,” aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke.
Dankzij gecoördineerde actie op alle niveaus zijn er tijdens de ambtstermijn van deze Commissie een aantal mijlpalen bereikt, zoals de EU-richtlijn beloningstransparantie en de zorgstrategie, zo zei Lanfranco Fanti, lid van het kabinet van de commissaris voor Gelijkheid, Helena Dalli.
Deelnemers aan het debat pleitten voor de instelling van een Raadsformatie inzake gendergelijkheid, de benoeming van een EU-coördinator voor geweld tegen vrouwen, en verlenging van het mandaat van de commissaris voor gelijkheid.
“We hebben politieke steun van de EU nodig”, aldus Florence Raes, directeur van UN Women Brussel. De reële vooruitgang op het gebied van gelijkheid ten spijt worden vrouwenrechten in een nooit geziene mate ondermijnd en groeit het gevaar dat gendergelijkheid van de prioriteitenlijst wordt geschrapt.
“Als vrouw en lid van een minderheidsgroep weet je dat je het moeilijk krijgt. We mogen niet vergeten dat gelijkheid alleen niet meer volstaat: zonder intersectionaliteit geen gelijkheid,” zo verklaarde Ilaria Todde, directeur belangenbehartiging van de Eurocentralasian Lesbian Community.
“Geweld tegen vrouwen is diep geworteld in patriarchale systemen over de hele wereld. Vandaag verwelkomen we de goedkeuring van de allereerste EU-richtlijn inzake geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld”, aldus Mary Collins, directeur van de Europese Vrouwenlobby. (ll)