Nieuwe studie van de groep Werkgevers van het EESC

De EU heeft zich altijd sterk gemaakt voor economische integratie met de rest van de wereld. In een vreedzame wereld met een op regels gebaseerd systeem heeft deze strategie van Europa een van de belangrijkste wereldwijde handelsmachten en een van de welvarendste regio’s gemaakt.

Nieuwe studie van de groep Werkgevers van het EESC

De EU heeft zich altijd sterk gemaakt voor economische integratie met de rest van de wereld. In een vreedzame wereld met een op regels gebaseerd systeem heeft deze strategie van Europa een van de belangrijkste wereldwijde handelsmachten en een van de welvarendste regio’s gemaakt.

De COVID-19-pandemie en de daaropvolgende Russische invasie van Oekraïne hebben deze dynamiek van openheid en economische integratie echter ingrijpend veranderd en voor de EU het begin ingeluid van een lange en moeizame strijd om haar welvaart te behouden. Deze ontwrichtende gebeurtenissen hebben duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is dat de EU weerbaarder wordt en in staat is haar strategische belangen doeltreffend te beschermen.

Nu de EU zich steeds meer voorbereidt op uitdagingen die er mogelijk op wijzen dat het multilaterale, op regels gebaseerde handelssysteem van na de Tweede Wereldoorlog tot het verleden gaat behoren, kan zij zich niet veroorloven om vaag te zijn over wat strategische autonomie betekent.

In de studie van het Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS) worden deze complexe kwesties uitgespit, worden de kwetsbare punten van Europa onderzocht en worden aanbevelingen gedaan over de manier waarop strategische autonomie bereikt kan worden. De studie is door het CEPS opgesteld in opdracht van het EESC, op verzoek van zijn groep Werkgevers.

De studie is te vinden op https://europa.eu/!n98Tdd

In het kader van Een vraag voor... beantwoordt EESC-lid Stoyan Tchoukanov een vraag over zijn advies dat tijdens de januarizitting ter goedkeuring wordt voorgelegd. EESC Info: U bent de rapporteur voor het advies over Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027. Wat stelt het Comité in zijn advies voor, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

In het kader van Een vraag voor... beantwoordt EESC-lid Stoyan Tchoukanov een vraag over zijn advies dat tijdens de januarizitting ter goedkeuring wordt voorgelegd.

EESC-Info: U bent de rapporteur voor het advies over Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027. Wat stelt het Comité in zijn advies voor, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

door de groep Werknemers van het EESC

Het jaarlijks voortgangsverslag 2023 van het Europees Milieuagentschap schetst niet bepaald een rooskleurig beeld: de kans bestaat dat de EU het merendeel van de doelstellingen niet zal halen in 2030. Vooral wat betreft de consumptievoetafdruk, het energieverbruik, de circulaire productie en de biologische landbouw ziet het er somber uit, al gaat het met de andere doelstellingen — van biodiversiteit tot beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering — niet veel beter.

door de groep Werknemers van het EESC

Het jaarlijks voortgangsverslag 2023 van het Europees Milieuagentschap schetst niet bepaald een rooskleurig beeld: de kans bestaat dat de EU het merendeel van de doelstellingen niet zal halen in 2030. Vooral wat betreft de consumptievoetafdruk, het energieverbruik, de circulaire productie en de biologische landbouw ziet het er somber uit, al gaat het met de andere doelstellingen — van biodiversiteit tot beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering — niet veel beter.

De resultaten van de COP28 bieden weinig respijt. In het debat tijdens de decemberzitting van het EESC werd duidelijk dat het maatschappelijk middenveld helemaal niet te spreken is over de conclusies: men heeft het slechts in zwakke bewoordingen over wie moet betalen en hoe dat moet gebeuren en de tekst telt meer woorden dan concrete daden (al worden fossiele brandstoffen voor het eerst als oorzaak van de klimaatverandering genoemd). Het ziet er niet naar uit dat het gaat lukken om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde eind deze eeuw te beperken tot 1,5 ° C. Deze stijging zal hoogstwaarschijnlijk binnen vijf jaar bereikt worden. 2023 was een recordwarm jaar; sinds juni was iedere maand warmer dan ooit.

Deze grimmige vooruitzichten mogen ons echter niet ontmoedigen, maar moeten ons juist motiveren: we moeten in actie komen. De tijd van goede bedoelingen is voorbij (alle goede bedoelingen in het verleden hebben immers niets opgeleverd). Evenmin mogen we teruggrijpen op bezuinigingsmaatregelen. De beginselen van een rechtvaardige transitie, gekenmerkt door economische, sociale en ecologische duurzaamheid, moeten in elke beleidsmaatregel van de EU doorklinken. En dit betekent ook, zoals het EESC onlangs nog in een advies over dit onderwerp heeft gesteld, dat de EU een richtlijn inzake een eerlijke transitie op het werk moet invoeren: alleen als we niemand buiten de boot laten vallen, kunnen we deze gigantische opgave aan. Worden de kosten afgewenteld op de schouders van de kwetsbaarste mensen, zoals al zo vaak het geval is, dan zal het extreem rechtse populisme alleen maar groeien. Tegen de tijd dat zelfs zij de rampzalige gevolgen van de klimaatverandering niet meer kunnen ontkennen, zal het te laat zijn.

Bijna 900 000 mensen in de EU zijn dakloos of brengen de nacht door in een opvangcentrum. De dakloosheid is de afgelopen 15 jaar ruim verdubbeld, en daarom roept het EESC de lidstaten en de EU op om in actie te komen.

Bijna 900 000 mensen in de EU zijn dakloos of brengen de nacht door in een opvangcentrum. De dakloosheid is de afgelopen 15 jaar ruim verdubbeld, en daarom roept het EESC de lidstaten en de EU op om in actie te komen.

Het EESC pleit voor een alomvattende EU-strategie tegen dakloosheid en voor effectief nationaal beleid dat snel uitgevoerd moet worden, zodat dakloosheid, een van de meest extreme vormen van sociale uitsluiting, in 2030 aanzienlijk zal zijn teruggedrongen.

"We dringen aan op een EU-strategie tegen dakloosheid waarbij het Europees Platform voor de bestrijding van dakloosheid (EPOCH) volledig wordt betrokken en die het mogelijk maakt dat nationaal beleid inzake dakloosheid een plaats krijgt in het Europees Semester", aldus María del Carmen Barrera Chamorro, rapporteur voor het EESC-advies over het EU-kader voor nationale strategieën ter bestrijding van dakloosheid.

De strategie moet worden ondersteund door een aanbeveling van de Raad, en het EESC roept het Belgische voorzitterschap van de Raad dan ook op om daarmee aan de slag te gaan. Het vraagt de Commissie ook om snel een voorstel uit te werken voor een nieuw meerjarig werkprogramma dat doorloopt in haar volgende mandaat en dit volledig bestrijkt.

In de aanloop naar de Europese verkiezingen, en ook daarna, zou dakloosheid volgens het EESC een prioriteit van het sociaal beleid van de EU moeten blijven. Uit strategisch oogpunt moet de focus worden verlegd van het aanpakken van dakloosheid naar het daadwerkelijk beëindigen ervan in 2030, aldus Ákos Topolánszky, corapporteur voor het advies.

Het EESC zou graag zien dat het ‘eerst een huis’-beginsel actief wordt uitgedragen als oplossing voor chronische dakloosheid. Volgens dit beginsel is een huis niet alleen een schuilplaats, maar ook een middel voor re-integratie. De aanpak voorziet in langdurige huisvesting voor daklozen, zonder dat zij daarvoor andere vormen van steun moeten accepteren of moeten laten zien dat zij zich als persoon hebben ontwikkeld.

De ‘eerst een huis’-benadering kreeg al steun in de Verklaring van Lissabon, die in 2021 werd ondertekend door alle 27 EU-lidstaten, de Europese instellingen en verschillende Europese ngo's. Deze Verklaring vormt de politieke grondslag voor EPOCH, en de ondertekenaars ervan hebben zich ertoe verbonden om op EU-niveau hun krachten te bundelen ter bestrijding van dakloosheid en ervoor te ijveren dat dit fenomeen in 2030 zal zijn uitgebannen. Het EESC merkt in zijn advies echter wel op dat er ondanks politieke maatregelen niet genoeg wordt gedaan om de dakloosheid op Europees of nationaal niveau aan te pakken.

Alleen Finland is er in de afgelopen twee decennia in geslaagd om de dakloosheid steeds verder terug te dringen. (ll)

Om te zorgen voor vrij verkeer van personen met een handicap in de EU pleit het EESC ervoor om het toepassingsgebied van het Commissievoorstel voor de Europese gehandicaptenkaart uit te breiden zodat deze ook gebruikt kan worden wanneer personen met een handicap voor langere tijd in een andere lidstaat verblijven om te studeren of te werken.

Om te zorgen voor vrij verkeer van personen met een handicap in de EU pleit het EESC ervoor om het toepassingsgebied van het Commissievoorstel voor de Europese gehandicaptenkaart uit te breiden zodat deze ook gebruikt kan worden wanneer personen met een handicap voor langere tijd in een andere lidstaat verblijven om te studeren of te werken.

Het EESC juicht het Commissievoorstel voor een Europese gehandicaptenkaart en een Europese parkeerkaart toe als een eerste stap om in de EU tot vrij verkeer van personen met een handicap te komen.

“Het voorstel voor de twee kaarten is van belang voor meer dan 80 miljoen Europeanen met een handicap”, aldus Ioannis Vardakastanis, algemeen rapporteur voor het EESC-advies De Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap, dat tijdens de plenaire zitting van het EESC op 14 december werd gepresenteerd. “Dit is een zeer belangrijke stap om ernstige belemmeringen weg te nemen en ervoor te zorgen dat personen met een handicap, zowel Europeanen als onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, kunnen genieten van vrij verkeer als kernbeginsel waarop de Unie is gegrondvest. In de toekomst zal verder beleid hierop worden gebaseerd.”

Het EESC wijst er echter op dat het voorstel een aantal van de voornaamste obstakels voor het vrije verkeer van Europeanen met een handicap niet opheft, met name het gebrek aan overdraagbaarheid van invaliditeitsuitkeringen wanneer zij voor werk of studie naar een ander EU-land verhuizen. In zijn initiatiefadvies dringt het EESC erop aan dat het toepassingsgebied van het voorstel wordt uitgebreid zodat personen met een handicap die naar een ander EU-land zijn verhuisd, de kaarten tijdelijk kunnen gebruiken om uitkeringen in het kader van sociaal overheidsbeleid en/of nationale socialezekerheidsstelsels te blijven ontvangen.

Momenteel is dit niet het geval. Personen die naar een andere lidstaat verhuizen, verliezen bij het oversteken van de grens het recht op alle invaliditeitsuitkeringen, totdat hun handicap in de nieuwe lidstaat opnieuw is beoordeeld.

Dit beoordelingsproces kan wel meer dan een jaar duren en in de tussentijd moeten betrokkenen het zonder enige erkenning of steun zien te rooien. “We zouden graag zien dat het toepassingsgebied wordt uitgebreid zodat er in het nieuwe land geen rechtsvacuüm en geen kloof ontstaat tijdens deze overgangsperiode. Hierdoor zullen personen met een handicap van meet af aan een waardig leven kunnen leiden,” aldus de heer Vardakastanis. (ll)

U bent de rapporteur voor het advies over “Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027”. Wat zijn de voorstellen van het EESC in zijn advies, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

U bent de rapporteur voor het advies over “Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027”. Wat zijn de voorstellen van het EESC in zijn advies, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

Stoyan Tchoukanov: Het GLB heeft de Europese Unie in staat gesteld om een stabiele voedselvoorziening van hoge en steeds toenemende kwaliteit voor haar groeiende bevolking te waarborgen en tegelijkertijd een model van familiebedrijven in stand te houden. In de afgelopen 65 jaar is het GLB geëvolueerd, maar er is nog steeds veel kritiek op de drie dimensies van duurzaamheid in het nieuwe GLB, dat in 2021 van kracht werd.

Nu we voor nieuwe uitdagingen staan, hebben we meer dan ooit behoefte aan een stabiel beleidskader voor de lange termijn dat gericht is op duurzame voedselproductie en open strategische autonomie voor de Europese Unie. Tegelijkertijd moet dit kader de diversiteit van landbouwvormen in de EU beschermen, tegemoetkomen aan maatschappelijke en ecologische behoeften (“overheidsgeld voor collectieve goederen”), en de plattelandsontwikkeling waarborgen.

Het milieu- en klimaatbeleid moet niet worden gezien als een last bij het te boven komen van de huidige crisis, maar als onderdeel van langetermijnoplossingen en van richtsnoeren voor besluitvorming in de toekomst. Bij de meest recente hervorming van het GLB is het beginsel aangescherpt dat elke gesteunde hectare in ruil daarvoor milieudiensten moet leveren aan de samenleving.

Uniforme financiering per hectare doet echter geen recht aan de ecologische realiteit of eerlijke steun vanuit sociaal oogpunt. Volgens ons moet dit beginsel in het volgende GLB worden versterkt en moeten er nog hogere sociale en milieueisen worden gesteld, die adequaat moeten worden beloond en tegen oneerlijke concurrentie moeten worden beschermd.

Daarom moeten oppervlaktegebonden betalingen worden herbestemd voor stimulansen, in plaats van compensaties voor begunstigde diensten, met een redelijke overgangsperiode die verder kan gaan dan het toepassingsgebied van één meerjarig financieel kader (MFK).

Kleine familiebedrijven moeten kunnen kiezen voor het behoud van inkomenssteun op basis van oppervlaktebetalingen en arbeidseenheden op het landbouwbedrijf, waarbij de lidstaten de criteria in de strategische plannen moeten vaststellen. Om de verdere daling van het aantal landbouwbedrijven in de EU als gevolg van te weinig generatievernieuwing tot staan te brengen, moeten maatregelen worden genomen inzake verhoging van de gemiddelde verdiensten uit de landbouw, de toegang tot land (via investeringssubsidies, preferentiële kredieten, nationale wetgeving inzake de overdracht van grond), gunstige investeringsvoorwaarden in het kader van de tweede pijler (extra particulier geld), bijscholing (van landbouwers, werknemers in de landbouw en adviseurs), empowerment van vrouwen, goede arbeidsomstandigheden, verbetering van de langetermijnvooruitzichten voor landbouwers (pensioenen enz.) en de algemene aantrekkelijkheid van plattelandsgebieden.

Het GLB moet ertoe bijdragen de vraag van consumenten in de EU naar gezondere en duurzamere voeding (biologisch, seizoensgebonden, lokale producten) te bevorderen, voedselverspilling tegen te gaan en de voedselmarkten te reguleren om de financialisering van de voedselsector aan te pakken die tot ernstige speculatie leidt, aangezien er enorme winsten worden gemaakt terwijl de Europeanen worstelen met de stijgende voedselprijzen. Stijgingen van energieprijzen en risico’s op verstoring van de levering van energie en meststoffen maken deel uit van de nieuwe realiteit, en er moet worden overwogen om anticyclische componenten in het GLB op te nemen en te voorzien in investeringssteunregelingen die gericht zijn op het verbeteren van de productie en distributie van hernieuwbare energie op landbouwbedrijfs- en lokaal niveau in plattelandsgebieden.

In het advies wordt voorgesteld dat de Commissie overweegt om in de GLB-instrumenten na 2027 sterker in te zetten op (in de afzonderlijke lidstaten vrijwillige) publiek-private verzekeringsregelingen, om de gevolgen van extreme klimaatomstandigheden op te vangen. Met het oog op de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2024 en de toekomstige uitbreiding van de EU ziet het EESC dit advies als een kans om een aantal overwegingen/richtsnoeren/voorstellen vanuit het maatschappelijk middenveld te formuleren over de toekomstige vorm en koers van het GLB na 2027, met het oog op het bereiken van een autonome en duurzame voedselproductie binnen een holistischer en alomvattender voedselbeleid. Het doel is om bij te dragen aan het voorstel van de Commissie voor het volgende GLB door de behoeften van maatschappelijke organisaties en de verwachtingen van de samenleving onder de aandacht te brengen.

De Europese verkiezingen in juni 2024 zullen de koers uitzetten die Europa zal gaan varen. Daarom geeft het EESC als institutionele partner van het maatschappelijk middenveld het startsein voor zijn eerste “week van het maatschappelijk middenveld”.

Noteer de datum in uw agenda!

De Europese verkiezingen in juni 2024 zullen de koers uitzetten die Europa zal gaan varen. Daarom geeft het EESC als institutionele partner van het maatschappelijk middenveld het startsein voor zijn eerste “week van het maatschappelijk middenveld”.

Noteer de datum in uw agenda!

Dit vooraanstaande evenement zal mensen van alle leeftijden en achtergronden, onder wie jongeren, journalisten en vertegenwoordigers van EU-instellingen, bijeenbrengen voor een levendig debat over zaken die ons dagelijkse leven aangaan en die van belang zijn voor de toekomst van Europa.

Onder het motto “Kom op voor de democratie!” zullen we bespreken op welke bedreigingen en uitdagingen we stuiten bij het verdedigen van de democratische waarden en zullen we in kaart brengen wat het maatschappelijk middenveld van Europa’s toekomstige leiders verwacht. Onze aanbevelingen zullen worden meegenomen in de resolutie van het EESC over de Europese verkiezingen.

De week van het maatschappelijk middenveld zal vijf belangrijke initiatieven van het EESC omvatten:

Doe mee en laat u inspireren door onze workshops onder leiding van deskundigen en onze debatten op hoog niveau. Laat horen hoe u denkt over belangrijke zaken voor de nieuwe wetgevingscyclus van Europa. Kom in contact met maatschappelijke organisaties en mensen die veranderingen in gang zetten uit heel Europa.

De inschrijving wordt in januari 2024 geopend.

Meer informatie is binnenkort te vinden op #CivSocWeek webpage  (mt)

In een tijdens de plenaire zitting goedgekeurd advies pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een strategie om de sociaal-economische problemen aan te pakken waarmee eilanden, berggebieden en dunbevolkte gebieden in de EU te kampen hebben. Het EESC dringt aan op EU-maatregelen via het cohesiebeleid en benadrukt dat op maat gesneden strategieën, betrouwbare gegevens en specifieke mechanismen voor duurzame groei nodig zijn.

In een tijdens de plenaire zitting goedgekeurd advies pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een strategie om de sociaal-economische problemen aan te pakken waarmee eilanden, berggebieden en dunbevolkte gebieden in de EU te kampen hebben. Het EESC dringt aan op EU-maatregelen via het cohesiebeleid en benadrukt dat op maat gesneden strategieën, betrouwbare gegevens en specifieke mechanismen voor duurzame groei nodig zijn.

 

De afgelegen regio's van de EU, van eilanden tot bergachtige en dunbevolkte gebieden, worstelen met economische, sociale en milieuproblemen die hun vooruitgang belemmeren. Geïsoleerde eilanden worden op kosten gejaagd door hun isolement, terwijl de klimaatverandering risico’s oplevert voor berggebieden. Gezien de afnemende bevolking in dunbevolkte gebieden moeten er innovatieve groeistrategieën komen. Volgens EESC-rapporteur Ioannis Vardakastanis is voor elke regio een aanpak nodig die precies is afgestemd op haar specifieke kenmerken. In zijn advies pleit het Comité voor een samenhangend optreden van de EU en benadrukt het dat regionale solidariteit belangrijk is om marginalisering te voorkomen. Het EESC stelt voor om gebruik te maken van de sterke rechtsgrond van het cohesiebeleid van de EU, waarbij het – naar het voorbeeld van succesvolle strategieën in stedelijke en plattelandsgebieden – pleit voor specifieke fondsen en pacten, zoals een “eilandenpact” of een “pact voor berggebieden”, om speciale uitdagingen aan te pakken. De oplossingen omvatten economische, sociale en milieuaspecten waarvoor uiteenlopende maatregelen nodig zijn, van het verlagen van de operationele kosten tot het scheppen van banen en het behoud van lokale cultuur. Goed gefundeerde besluitvorming staat of valt met nauwkeurige gegevens en capaciteitsopbouw, waarbij een actieve dialoog tussen EU-, nationale en lokale belanghebbenden moet worden bevorderd om beleid vorm te geven dat recht doet aan de unieke situatie van deze regio’s in de EU. (tk)

Op 12 december 2023 heeft het bureau van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) Isabelle Le Galo Flores benoemd tot nieuwe secretaris-generaal van het EESC.

Op 12 december 2023 heeft het bureau van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) Isabelle Le Galo Flores benoemd tot nieuwe secretaris-generaal van het EESC.

Mevrouw Le Galo Flores heeft een master in technische wiskunde en in communicatie, mediastudies en internationale betrekkingen. In de loop van haar carrière heeft ze verschillende managementfuncties bekleed. Zo was zij tot voor kort plaatsvervangend algemeen directeur voor Spanje bij de Daniel and Nina Carasso Foundation, waar ze zich onder andere bezighield met duurzame voedselsystemen en burgerschap door middel van kunst.

De secretaris-generaal van het EESC heeft een uitvoerende functie, verleent steun en advies aan de statutaire organen van het EESC en geeft leiding aan een secretariaat van ongeveer 700 personeelsleden. Mevrouw Le Galo Flores is op 16 januari 2024 aangetreden voor een periode van vijf jaar, als opvolger van Gianluca Brunetti, die zijn functie op 31 december 2023 heeft neergelegd. (ehp)

België zal tijdens het cruciale eerste halfjaar van 2024 het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden en staat daarmee sinds 1 januari aan het roer van de EU. Hoogtepunt van deze periode worden ongetwijfeld de Europese verkiezingen in juni, waarbij de Europese burgers de kans krijgen de toekomstige koers van de Unie te bepalen. Ook voor het Comité is hier een rol weggelegd: wij zullen informatie verspreiden over de verkiezingen en mensen aanmoedigen om hun stem uit te brengen.

België zal tijdens het cruciale eerste halfjaar van 2024 het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden en staat daarmee sinds 1 januari aan het roer van de EU. Hoogtepunt van deze periode worden ongetwijfeld de Europese verkiezingen in juni, waarbij de Europese burgers de kans krijgen de toekomstige koers van de Unie te bepalen. Ook voor het Comité is hier een rol weggelegd: wij zullen informatie verspreiden over de verkiezingen en mensen aanmoedigen om hun stem uit te brengen. “Als thuishaven van het maatschappelijk middenveld zal het EESC nauw samenwerken met het Belgische voorzitterschap om een sterker, veerkrachtiger en democratischer Europa tot stand te brengen”, aldus voorzitter Oliver Röpke.

In deze nieuwe brochure vindt u een overzicht van onze activiteiten tijdens de eerste helft van het jaar, de belangrijkste dossiers waar onze afdelingen zich mee bezig houden, en de door het Belgische voorzitterschap aangevraagde verkennende adviezen.
Benieuwd wie onze Belgische leden zijn?

Kijk hier om te kijken om wie het gaat en welke segmenten van het maatschappelijk middenveld deze leden vertegenwoordigen. De brochure is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans, Duits en Engels (cw).