In een gezamenlijke verklaring, ondertekend op 14 november, verzoeken Baiba Miltoviča, voorzitter van de EESC-afdeling Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij (TEN) en Andres Jaadla, rapporteur voor een advies over huisvesting van het Comité van de Regio’s (CvdR), de Europese instellingen dringend maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de Europese Unie de huidige huisvestingscrisis te boven komt. Tevens zijn zij ingenomen met de benoeming van een Europees commissaris voor Energie en Huisvesting, die tot taak krijgt het allereerste Europees plan voor betaalbare huisvesting op te stellen.

In een gezamenlijke verklaring, ondertekend op 14 november, verzoeken Baiba Miltoviča, voorzitter van de afdeling Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij (TEN) en Andres Jaadla, rapporteur voor een advies over huisvesting van het Comité van de Regio’s (CvdR), de Europese instellingen dringend maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de Europese Unie de huidige huisvestingscrisis te boven komt. Tevens zijn zij ingenomen met de benoeming van een Europees commissaris voor Energie en Huisvesting, die tot taak krijgt het allereerste Europees plan voor betaalbare huisvesting op te stellen.

Verklaring over huisvesting

  • Wij verzoeken de Europese Commissie om samen met het Europees Parlement, het EESC en het CvdR een jaarlijkse EU-top over sociale en betaalbare huisvesting te organiseren. Deze jaarlijkse EU-top moet alle partijen bijeenbrengen die betrokken zijn bij de uitvoering van de maatregelen van de lidstaten voor sociale en betaalbare huisvesting, op basis van een aanpak op meerdere niveaus en de uitwisseling van beste praktijken conform het subsidiariteitsbeginsel;
  • Wij steunen het plan van de kandidaat-commissaris voor huisvesting om, in samenwerking met het EESC en het CvdR, een pan-Europees investeringsplatform voor betaalbare en duurzame huisvesting op te zetten om nationale, regionale en lokale partnerschappen dringend te ondersteunen bij het beëindigen van uitsluiting op het gebied van huisvesting;
  • Wij wijzen erop dat innovatieve manieren om overheidsinvesteringen te stimuleren en bestaande EU-middelen te mobiliseren moeten worden verkend om een langetermijnoplossing voor de huisvestingscrisis te vinden;
  • Wij roepen de EU-instellingen op de grondige renovatie van residentiële gebouwen te ondersteunen op basis van gediversifieerde en innovatieve financiële steun op lange termijn en coherente rechtskaders, gericht op kwetsbare bevolkingsgroepen en belangrijke actoren ter plaatse, met name energiegemeenschappen en lokale overheden;
  • Wij roepen op tot nauwere samenwerking tussen actoren op verschillende bestuursniveaus: lidstaten, EU-instellingen, maatschappelijke organisaties, regionale en lokale overheden.

Wij verbinden ons ertoe bij te dragen tot de uitvoering van de in de Verklaring van Luik uiteengezette maatregelen door de standpunten van maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden uit de hele EU te delen als onderdeel van een gezamenlijk streven van alle EU-instellingen om de huisvestingscrisis op te lossen en de Europese cohesie in elk opzicht te versterken.

Oktober en november werden getekend door het mislukken van twee mondiale milieutoppen: de COP16 (de conferentie van partijen bij het VN-verdrag inzake biologische diversiteit) en de COP29 (de VN-klimaatconferentie), beide gericht op de financiering die dringend nodig is om de natuur in stand te houden en de klimaatverandering te beperken. We hebben de vertegenwoordigers van het EESC tijdens de COP’s van dit jaar — Peter Schmidt, Diandra Ní Bhuachalla en Arnaud Schwartz — gevraagd wat er volgens hen op het spel staat als de wereld er niet in slaagt actie te ondernemen op het gebied van klimaat.

Oktober en november werden getekend door het mislukken van twee mondiale milieutoppen: de COP16 (de conferentie van partijen bij het VN-verdrag inzake biologische diversiteit) en de COP29 (de VN-klimaatconferentie), beide gericht op de financiering die dringend nodig is om de natuur in stand te houden en de klimaatverandering te beperken. We hebben de vertegenwoordigers van het EESC tijdens de COP’s van dit jaar — Peter Schmidt, Diandra Ní Bhuachalla en Arnaud Schwartz — gevraagd wat er volgens hen op het spel staat als de wereld er niet in slaagt actie te ondernemen op het gebied van klimaat.

Onze speciale gast is de Wit-Russische filmmaker en journalist Andrey Gnyot, die onlangs is vrijgelaten uit huisarrest in Servië. Hij zat een jaar in uitleveringsdetentie voor vermeende financiële misdrijven in zijn land. Aan de hand van zijn persoonlijke verhaal beschrijft hij het lot van onafhankelijke journalisten in het Wit-Rusland van vandaag. Wie ook maar een greintje kritiek uit op de machthebbers krijgt het stempel “vijand van het volk” en wordt gevangengezet op grond van valse beschuldigingen over belastingontduiking.

DE SPECIALE GAST

Onze speciale gast is de Wit-Russische filmmaker en journalist Andrey Gnyot, die onlangs is vrijgelaten uit huisarrest in Servië. Hij zat een jaar in uitleveringsdetentie voor vermeende financiële misdrijven in zijn land. Aan de hand van zijn persoonlijke verhaal beschrijft hij het lot van onafhankelijke journalisten in het Wit-Rusland van vandaag. Wie ook maar een greintje kritiek uit op de machthebbers krijgt het stempel “vijand van het volk” en wordt gevangengezet op grond van valse beschuldigingen over belastingontduiking.

Martina Cikojević, redacteur en journalist bij de Kroatische vakbond van postmedewerkers, heeft de fotowedstrijd Connecting EU 2024 gewonnen. Haar foto, De Grote Markt van Brussel bij maanlicht, leverde haar een tweedaags verblijf op in Brussel tijdens de week van het maatschappelijk middenveld van het EESC in maart 2025.

Martina Cikojević, redacteur en journalist bij de Kroatische vakbond van postmedewerkers, heeft de fotowedstrijd Connecting EU 2024 gewonnen.

Haar foto, De Grote Markt van Brussel bij maanlicht, leverde haar een tweedaags verblijf op in Brussel tijdens de week van het maatschappelijk middenveld van het EESC in maart 2025.

Mevrouw Cikojević heeft dit jaar, op 17 en 18 oktober in Brussel, deelgenomen aan het seminar Connecting EU 2024. Het seminar werd bijgewoond door pers- en communicatiemedewerkers van maatschappelijke organisaties uit de EU, alsook door journalisten. Onder de titel: “Een bastion van democratie: journalistiek helpen overleven en floreren”, richtte het seminar zich op de ongekende uitdagingen waarmee journalisten worden geconfronteerd in een wereld van snel evoluerende AI en toenemende politieke druk.

Men nam ook deel aan de netwerksessie: “Het werk van persvoorlichter of communicatiemedewerker in tijden van Instagram, TikTok en AI – hoe breng je je boodschap over?”, die twee workshops omvatte. De fotowedstrijd maakte deel uit van de workshop “Lessons on communication content”, onder leiding van communicatiespecialist Tom Moylan.

Mevrouw Cikojević zei dat haar foto, die de maan door donkere wolken laat prikken en de nacht verlicht, ook symbolisch verband kan leggen met het thema van het seminar. “Niemand kan verhinderen dat de maan licht in de duisternis brengt. Niemand mag journalisten ervan weerhouden de waarheid te zeggen voor een betere, veiligere en eerlijkere samenleving,” zei ze.

Als winnaar van de fotowedstrijd neemt mevrouw Cikojević deel aan de tweede week van het maatschappelijk middenveld van het EESC, die van 17 tot en met 21 maart plaatsvindt in het gebouw van het EESC in Brussel. Dit jaar is het thema “Versterking van de cohesie en de participatie in gepolariseerde samenlevingen”.

De Persdienst van het EESC feliciteert Martina en bedankt iedereen die foto’s heeft ingezonden. (ll)

"Climate Reporters", het nieuwe Litouwse persagentschap rond klimaat, bindt de strijd aan tegen de vermoeidheid in de berichtgeving over klimaatkwesties en wil van de klimaatverandering weer voorpaginanieuws maken. Het is een schoolvoorbeeld van burgerjournalistiek en combineert communicatie en klimaatactivisme om mensen voor te lichten over klimaatverandering en Moeder Aarde een stem te geven in tijden van milieucrisis. 

"Climate Reporters", het nieuwe Litouwse persagentschap rond klimaat, bindt de strijd aan tegen de vermoeidheid in de berichtgeving over klimaatkwesties en wil van de klimaatverandering weer voorpaginanieuws maken. Het is een schoolvoorbeeld van burgerjournalistiek en combineert communicatie en klimaatactivisme om mensen voor te lichten over klimaatverandering en Moeder Aarde een stem te geven in tijden van milieucrisis.

Door Rūta Trainytė

Dit jaar is in Litouwen het persbureau "Climate Reporters" opgericht. Het is een initiatief van niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en is een voorbeeld van burgerjournalistiek. Bedoeling is om journalisten te helpen verslag te doen van de verschillende aspecten van de milieucrisis. Hiertoe bereidt het team van het persbureau teksten voor die vervolgens naar redacties worden gestuurd.

Dat team bestaat uit een community van activisten. De teksten worden geschreven door journalisten, pr-specialisten, vertegenwoordigers van ngo’s, activisten en wetenschappers. Kortom, mensen die geven om wat er gebeurt in de wereld en sociale verandering willen zien. Samen vormen zij ook het bestuur van het persbureau, dat ervoor zorgt dat het nieuwe initiatief geloofwaardig is.

Wij van "Climate Reporters" zijn niet onbekend met de wereld van communicatie, want we hebben al veel ervaring met public relations, redactiewerk en het opzetten en onderhouden van webportalen. Ook klimaatkwesties zijn niet nieuw voor ons. Zo is het idee ontstaan. We doen waar we goed in zijn en combineren dat met klimaatactivisme. We geven Moeder Aarde een stem in deze milieucrisis.

Natuurlijk onderhouden we contacten met journalisten. Op nieuwsredacties heerst vaak de perceptie dat het publiek niet geïnteresseerd is in nieuws over het klimaat en dat het geen clicks oplevert. Krantenkoppen waarin de woorden "klimaatverandering" of "klimaatcrisis" voorkomen, worden vermeden. Waarom wordt de klimaatcrisis ontkend? Om de samenleving te beschermen tegen slecht nieuws en paniekzaaierij?

Misschien schetsen we een te somber beeld. Nieuwsredacties worden elke dag overspoeld met een enorme hoeveelheid nieuws. Op zich is dat al moeilijk te verwerken, zelfs als je het nieuws over het klimaat links laat liggen. Daarnaast moet je ook bekend zijn met het onderwerp. Dit is waar wij om de hoek komen kijken. De "Climate Reporters" zijn van plan om opleidingen voor journalisten te organiseren. Journalisten moeten kennis van zaken hebben zodat ze niet aan greenwashing doen.

Een ander idee is om bepaalde groepen op een leuke manier iets bij te leren over klimaatverandering. We willen in de eerste plaats jongeren bereiken en we hebben gemerkt dat zij positief reageren op humor. We weten nog niet hoe dit er in de toekomst concreet zal uitzien, maar we hebben al een paar ideeën.

Het persbureau bestaat nu zes maanden. Uit ervaring weten we dat we geduld moeten hebben. We blijven hardnekkig en vastberaden bij redacties aankloppen met onze nieuwsberichten. Ondertussen worden onze teksten al gepubliceerd op grote Litouwse nieuwsportalen en worden we uitgenodigd voor radioprogramma’s.

Voor de kwaliteit van ons redactiewerk is het erg belangrijk dat we veel steun krijgen van Litouwse milieuorganisaties, dat onze organisaties lid zijn van internationale ngo-netwerken, dat onze leden deelnemen aan werkgroepen op EU-niveau en dat ze Litouwen vertegenwoordigen in het EESC. Op deze manier kunnen we een ruimer scala aan onderwerpen brengen en de vinger aan de pols houden.

Onze band met het EESC is niet alleen te danken aan het feit dat een van de initiatiefnemers van het project, Kęstutis Kupšys, lid is van het EESC. De EESC-leden uit de verschillende landen kunnen ook interessante ervaringen delen en verrijken zo het klimaatnieuws van de ‘Climate Reporters’. Zo spraken we onlangs met het Franse EESC-lid Arnaud Schwartz in de marge van de COP16 wereldtop over biodiversiteit. De inzichten die hij rechtstreeks vanuit Cali met ons deelde, hebben een artikel opgeleverd. Zijn gedachten vonden al snel weerklank in de Litouwse media. Dit model, waarbij gebruik wordt gemaakt van de expertise van EESC-leden om wereldnieuws tot bij een lokaal publiek te brengen, is waardevol gebleken. Daarom zullen we het ook in de toekomst blijven gebruiken.

Rūta Trainytė is redacteur van "Climate Reporters", het persagentschap over klimaat, een onderdeel van het door de staat gefinancierde ŽALINK-project. Het project wordt geleid door het Consumentenverbond, het Platform voor Ontwikkelingssamenwerking en de ngo Circulaire Economie en wordt gefinancierd door het Programma inzake klimaatverandering van het Agentschap voor Milieuprojectbeheer van het Ministerie van Milieu van de Republiek Litouwen.

 

In oktober heeft het EESC een advies uitgebracht waarin wordt voorgesteld om de werking van de EU-financiën grondig te herzien. In het advies wordt gepleit voor meer transparantie en burgerparticipatie in de hele EU. Dit zou de democratie en het publieke vertrouwen ten goede komen. 

In oktober heeft het EESC een advies uitgebracht waarin wordt voorgesteld om de werking van de EU-financiën grondig te herzien. In het advies wordt gepleit voor meer transparantie en burgerparticipatie in de hele EU. Dit zou de democratie en het publieke vertrouwen ten goede komen. 

Hiertoe raadt het EESC aan om een gemeenschappelijk kader voor begrotingstransparantie tot stand te brengen, burgers bij begrotingsprocedures te betrekken en digitale instrumenten voor duidelijkere begrotingsinformatie te ontwikkelen.

“Stelt u zich eens voor dat u elke euro aan EU-financiering zou kunnen volgen, van Brussel via de nationale overheden tot aan uw lokale gemeenschap”, zei Elena Calistru, rapporteur voor het advies.

Met een gemeenschappelijk kader voor begrotingstransparantie moet het volgens het EESC mogelijk worden om duidelijke en consistente normen voor alle door de EU gefinancierde programma’s vast te stellen en uniforme verslaglegging en gemakkelijke toegang tot financiële gegevens in alle lidstaten te waarborgen. De nadruk zou moeten liggen op het bevorderen van goede praktijken in plaats van het invoeren van nieuwe regelgeving.

Participatieve budgettering zou het mogelijk maken om burgers rechtstreeks inspraak te geven in besluiten over overheidsuitgaven, met name op lokaal niveau, en tegelijkertijd om participatieve elementen op te nemen in begrotingsprocedures op EU-niveau.

Het EESC pleit voor een uniform, gebruikersvriendelijk digitaal platform dat realtime-begrotingsgegevens verstrekt, duidelijke visuele presentaties mogelijk maakt en inzicht biedt in de mate waarin EU-fondsen effect sorteren. Bedoeling hiervan is dat het publiek financiële informatie beter begrijpt en er meer bij betrokken wordt.

Het EESC benadrukt ook dat het belangrijk is om het bewustzijn van het publiek te vergroten, het toezicht te verscherpen en financiële praktijken af te stemmen op EU-doelstellingen zoals cohesie en duurzaamheid. Een en ander moet de samenwerking en verantwoording ten goede komen.

“Bij de financiën van de EU gaat het niet alleen om cijfers. Het gaat om vertrouwen en democratie, en het komt erop aan dat Europa doet wat het moet doen voor zijn burgers”, aldus mevrouw Calistru. (tk)

door de groep Werknemers

Deze variant op de slogan die Bill Clinton tijdens zijn campagne in 1992 voerde – “Het is de economie, stommeling!” – en die Amerikaanse kiezers tijdens de toenmalige recessie enorm aansprak, lijkt vandaag de dag meer dan toepasselijk. Daarvoor hoef je alleen maar te kijken de bevindingen van de meest recente Eurobarometer-enquête na de Europese verkiezingen: de inflatie en de economie waren de belangrijkste redenen om naar de stembus te gaan.  

door de groep Werknemers

Deze variant op de slogan die Bill Clinton tijdens zijn campagne in 1992 voerde – “Het is de economie, stommeling!” – en die Amerikaanse kiezers tijdens de toenmalige recessie enorm aansprak, lijkt vandaag de dag meer dan toepasselijk. Daarvoor hoef je alleen maar te kijken de bevindingen van de meest recente Eurobarometer-enquête na de Europese verkiezingen: de inflatie en de economie waren de belangrijkste redenen om naar de stembus te gaan. 

Maar dé oplossing bestaat niet en economische problemen zijn niet de enige verklaring voor alle verkiezingsonrust. We kunnen echter gerust stellen dat de stijgende prijzen, de kosten van levensonderhoud en de economische situatie afgelopen voorjaar voor kiezers in de EU en enkele weken geleden voor kiezers aan de andere kant van de Atlantische Oceaan de belangrijkste redenen waren om hun stem uit te brengen. Niet dat er geen teken aan de wand was: al begin 2023 maakten kiezers zich hierover de grootste zorgen (gevolgd door armoede en sociale uitsluiting). Weliswaar lijken beleidsmakers het goed te doen als je kijkt naar de macro-economische indicatoren, maar de inflatie blijft krachtig doorwerken in essentiële goederen zoals voedsel en energie. Degenen die een relatief groot deel van hun inkomen aan deze basisbehoeften uitgeven, worden daar onevenredig hard door geraakt. En dit terwijl we de pandemie en de rampzalige beleidsrespons daarop nog niet te boven zijn en veel landen ook nog steeds de naweeën van de crisis van 2008 aan den lijve voelen.

Al tientallen jaren houden de lonen geen gelijke tred met de groei van de productiviteit, waardoor de vooruitzichten op een betere toekomst voor een groot deel van de werkende en de middenklasse in Europa verdampen. Politiek extremisme en verkiezingsonrust zullen niet meer verdwijnen.

Het is van cruciaal belang voor de toekomst van Europa dat de crisis rond de kosten van levensonderhoud wordt aangepakt. Deze crisis legt immers de structurele problemen in onze samenlevingen en economieën bloot terwijl tegelijkertijd de beginselen die het sociale weefsel van onze democratieën in stand houden, in twijfel worden getrokken.

Op 26 november heeft de groep Werknemers een ontmoeting gehad met verschillende belanghebbenden om deze problematiek te bespreken. Wij nodigen u uit om deze discussie terug te kijken en u aan te sluiten bij onze oproep aan de beleidsmakers om zich niet langer te buiten te gaan aan modewoorden, hun eigen vaardigheidskloof te dichten en zich te concentreren op datgene wat belangrijk is. 

Het EESC zet uiteen hoe de landbouw-, visserij- en voedselsystemen van de EU getransformeerd moeten worden om in tijden van crisis veerkracht en duurzaamheid te waarborgen. 

Het EESC zet uiteen hoe de landbouw-, visserij- en voedselsystemen van de EU getransformeerd moeten worden om in tijden van crisis veerkracht en duurzaamheid te waarborgen. 

In een in oktober goedgekeurd advies pleit het EESC voor een concurrerend en crisisbestendig voedselsysteem dat overeenstemt met de milieu- en sociale doelstellingen van de EU. De nadruk in het advies ligt op voedselzekerheid, een eerlijk inkomen voor producenten, ecologische veerkracht en ondersteuning van de volgende generatie voedselproducenten.

“Het is van essentieel belang te zorgen voor stabiele, duurzame inkomens voor producenten en in te zetten op een op kennis gebaseerd voedselbeleid dat goed is voor innovaties”, aldus Arnold Puech d’Alissac, voorzitter van de Wereldboerenorganisatie en een van de drie rapporteurs van het advies.

In dit verband stelt het EESC voor om de positie van de landbouwsector bij prijsonderhandelingen te versterken en de EU-financiering voor landbouw en visserij te verhogen. Het dringt er ook op aan dat de Green Deal- en de “van boer tot bord” -normen een volwaardige plaats krijgen in toekomstige handelsovereenkomsten, zodat eerlijke concurrentie en een hoge voedselkwaliteit gewaarborgd zijn.

“Er moet absoluut voor gezorgd worden dat primaire producenten een billijk inkomen hebben”, aldus Piroska Kállay, een van de andere rapporteurs van het advies.

Daarom dringt het EESC aan op strengere handhaving van eerlijke handelspraktijken en een verbod op het verkopen onder de kostprijs, zodat het evenwicht in de voedselketen hersteld wordt. Ook op jongeren en vrouwen gerichte beleidsmaatregelen voor generatievernieuwing, die mede onderwijs, opleiding en steun voor coöperaties omvatten, zijn van het grootste belang.

Ter ondersteuning van duurzaamheid beveelt het EESC aan om inspanningen voor koolstofvastlegging, zoals duurzaam bodembeheer, te belonen en koolstoflekkage te voorkomen. “Deze maatregelen zouden meehelpen om de voedselproductie in de pas te laten lopen met de klimaatdoelstellingen van de EU en de mondiale milieutoezeggingen”, aldus Joe Healy, de derde rapporteur.

Een ander voorstel is een systeem van publieke verzekeringen om producenten te beschermen tegen klimaatgerelateerde rampen en zo de continuïteit van de voedselvoorziening te waarborgen.

Het EESC pleit voor beleid om de bodem en watervoorraden weer gezond te maken, watergebruik efficiënter te maken en terug te dringen, de bureaucratie in te dammen en met gedigitaliseerde prijs- en kostentracering de transparantie te vergroten.

Tot slot raadt het EESC aan een Europese Raad voor voedselbeleid op te richten om de dialoog over voedselgerelateerde kwesties een impuls te geven en het voedselbeleid af te stemmen op bredere sociale en milieudoelstellingen. Deze voorstellen vormen samen een routekaart om de voedselsystemen van de EU veerkrachtiger, duurzamer en rechtvaardiger te maken in het licht van mondiale uitdagingen.(ks)

Het EESC roept de EU op het voortouw te nemen met een model voor een duurzame bio-economie dat is afgestemd op de Europese Green Deal en de klimaatdoelstellingen. 

Het EESC roept de EU op het voortouw te nemen met een model voor een duurzame bio-economie dat is afgestemd op de Europese Green Deal en de klimaatdoelstellingen.

In zijn advies “Onderlinge afstemming van de circulaire economie en de bio-economie” zet het EESC uiteen hoe een robuuste bio-economie de economische en ecologische voordelen van Europa kan vergroten, de veerkracht kan versterken en een eerlijke transitie kan ondersteunen. Strategische investeringen in sectoroverschrijdende samenwerking en betrokkenheid van gemeenschappen kunnen de bio-economie van de EU op de kaart zetten als mondiaal model voor duurzame groei.

Een duurzame bio-economie moet worden afgestemd op het EU-beleid inzake de Green Deal, de circulaire economie en de biodiversiteitsdoelstellingen. Dit zorgt ervoor dat de activiteiten op het gebied van de bio-economie bijdragen tot de klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen en tegelijkertijd binnen de grenzen van onze planeet blijven.

“Een alomvattende, ambitieuze strategie voor de bio-economie is van het grootste belang. Wanneer de bio-economie wordt afgestemd op de doelstellingen inzake de circulaire economie en duurzame ontwikkeling kan ze een concurrentievoordeel voor de EU opleveren door duurzame, goedbetaalde banen te creëren en te zorgen voor groei die de ecologische grenzen respecteert", aldus Cillian Lohan, rapporteur voor het advies.

De bio-economie kan voortbouwen op de beginselen van de circulaire economie, waarbij afval wordt verminderd en de efficiëntie wordt verbeterd dankzij cascadering van hulpbronnen en hercirculatie van biologisch materiaal. Ze biedt ook sociale voordelen, met name in plattelandsgebieden, door banen te scheppen en mogelijkheden te bieden voor het verwerven van vaardigheden. Ondersteuning voor plattelandsgemeenschappen en betrokkenheid van jongeren zijn hierbij van cruciaal belang.

Onderwijs op het gebied van de bio-economie kan helpen om werknemers de nodige vaardigheden bij te brengen en het bewustzijn over duurzaamheid te vergroten. De bio-economie draagt ook bij tot een verbetering van de volksgezondheid en besparingen op de gezondheidszorg. Cruciaal in dit verband is de vooruitgang op het gebied van technologie en duurzaam landgebruik, zoals regeneratieve land- en bosbouw die de koolstofopslag en biodiversiteit stimuleren.

Stadslandbouw en circulaire voedselhubs kunnen voedselverspilling tegengaan en lokale voedselsystemen versterken. De EU moet strenge normen handhaven voor bedrijven en innovatie, en een snelle toepassing van biogebaseerde technologieën aanmoedigen. Bij de financiering moet voorrang worden gegeven aan innovatieleiders en kleine en middelgrote ondernemingen.

Om de bio-economie in het EU-beleid te integreren, moet het begrip eerst duidelijk worden gedefinieerd. De actualisering van de strategie voor de bio-economie in 2025 moet in overeenstemming zijn met de Green Deal en de Overeenkomst van Parijs, en zou een routekaart voor een duurzame, veerkrachtige biogebaseerde economie moeten omvatten. (ks)