Van 2 t/m 4 oktober vond bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het Comité van de Regio’s (CvdR) in Brussel een evenement plaats in het kader van de Europese maand van de cyberbeveiliging (ECSM). Prominente vertegenwoordigers van EU-instellingen, regionale overheden en maatschappelijke organisaties bespraken er de uitdagingen waarmee we in het snel veranderende cyberlandschap van vandaag te maken hebben. ​

Van 2 t/m 4 oktober vond bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het Comité van de Regio’s (CvdR) in Brussel een evenement plaats in het kader van de Europese maand van de cyberbeveiliging (ECSM). Prominente vertegenwoordigers van EU-instellingen, regionale overheden en maatschappelijke organisaties bespraken er de uitdagingen waarmee we in het snel veranderende cyberlandschap van vandaag te maken hebben. ​

De 12e editie van de ECSM stond in het teken van social engineering, een verschijnsel dat een groeiende dreiging vormt en waarbij wordt geprobeerd het gedrag van mensen zodanig te beïnvloeden dat de beveiliging wordt doorbroken en er op ongeoorloofde wijze toegang wordt gekregen tot informatie en diensten.

Van het evenement moet vooral het volgende worden onthouden:

  1. Met de nieuwe cyberbeveiligingsverordening wordt voor de EU-instellingen en de lidstaten een gemeenschappelijke basis vastgesteld.
  2. Om zwakke plekken in kaart te brengen en werk te maken van risicobeperkende strategieën, moeten er regelmatig risicobeoordelingen worden uitgevoerd.
  3. Nieuwe dreigingen, zoals door AI aangedreven aanvallen en kwantumcomputing, vergen innovatieve tegenmaatregelen.
  4. Regionale overheden kunnen lokale entiteiten in belangrijke mate helpen door middel van kennisdeling, technische bijstand en opleidingsprogramma’s op maat.
  5. Social-engineeringaanvallen die door AI worden gestuurd, komen steeds vaker voor. Het bestrijden ervan vereist een op samenwerking gebaseerde aanpak waarbij met factoren op allerlei terreinen rekening wordt gehouden.

Meer informatie over het evenement vindt u hier. (lp)

Een van de programma’s dat werd voorgesteld tijdens het EESC-seminar Connecting EU van 2024 over journalistiek is het Hannah Arendt-initiatief. Dit is een netwerk van maatschappelijke organisaties dat journalisten ondersteunt en beschermt die onder extreme druk werken en het slachtoffer zijn van censuur, intimidatie en vervolging. Het beschermingsprogramma wordt gefinancierd door de Duitse federale overheid en biedt journalisten overal in de wereld — van Afghanistan en Soedan tot Rusland en Oekraïne — op allerlei manieren broodnodige hulp, zowel in hun land van herkomst als in ballingschap.

Een van de programma’s dat werd voorgesteld tijdens het EESC-seminar Connecting EU van 2024 over journalistiek is het Hannah Arendt-initiatief. Dit is een netwerk van maatschappelijke organisaties dat journalisten ondersteunt en beschermt die onder extreme druk werken en het slachtoffer zijn van censuur, intimidatie en vervolging. Het beschermingsprogramma wordt gefinancierd door de Duitse federale overheid en biedt journalisten overal in de wereld — van Afghanistan en Soedan tot Rusland en Oekraïne — op allerlei manieren broodnodige hulp, zowel in hun land van herkomst als in ballingschap.

Wanneer kritische stemmen het zwijgen wordt opgelegd, journalisten gevangen worden gezet en mediakanalen volledig worden opgedoekt, heeft het publiek geen toegang meer tot onafhankelijke informatie. Toch is zulke informatie essentieel voor de vrije meningsuiting en de goede werking van de democratie.

Het Hannah Arendt-initiatief, dat werd opgestart door de Duitse federale regering, bestaat nu twee jaar. En intussen is er nog meer reden tot bezorgdheid. Uit de meest recente wereldindex voor persvrijheid, opgesteld door Verslaggevers zonder Grenzen, blijkt dat de omstandigheden waarin mediaprofessionals moeten werken nog verslechterd zijn. Op dit moment wordt in 36 landen de situatie als “zeer ernstig” bestempeld (de laagste categorie van de index).In de voorbije tien jaar waren er dat nog nooit zoveel. Journalisten uit een aantal van deze landen, waaronder Rusland, Afghanistan en Soedan, worden ondersteund door verschillende projecten van partnerorganisaties van het Hannah Arendt-initiatief.

Dankzij het Hannah Arendt-initiatief — een beschermingsprogramma dat wordt gefinancierd door het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken en de regeringscommissaris voor Cultuur en Media — kunnen mensen die voor de media werken allerlei vormen van hulp krijgen, of ze nu in hun eigen land of in ballingschap leven. Soms is er zelfs hulp mogelijk wanneer dat op het eerste gezicht onmogelijk lijkt. Zo is er een project binnen het initiatief dat vrouwelijke journalisten in Afghanistan steunt. Zij krijgen veiligheidstraining, studiebeurzen en begeleiding in hun moedertaal. Na de machtsovername van de Taliban in 2021 zijn heel veel vrouwen die in de media werkten hun baan kwijtgeraakt. Nu zijn er amper nog vrouwen bij de radio of televisie. De sector als geheel is sindsdien ook sterk gekrompen.

Russische of Soedanese mediaprofessionals kunnen een beroep doen op het Hannah Arendt-initiatief in de buurlanden. Er zijn speciale centra opgezet die dienen als contactpunt voor mediawerkers in ballingschap. Ze worden geleid of ondersteund door partners van het initiatief. De “Exile Media Hubs” en het “Casa para el Periodismo Libre” (een huis voor journalisten in ballingschap) in Midden-Amerika zijn ook veilige plekken die psychologische en juridische begeleiding bieden. Deze hubs zijn ook een plek waar bijscholing wordt aangeboden en waar genetwerkt kan worden tussen mediaprofessionals die om verschillende redenen in hun land van herkomst worden vervolgd.

Het Hannah Arendt-initiatief ondersteunt ook het weer opbouwen van duurzame redactionele structuren in ballingschap. Bedoeling hiervan is ervoor te zorgen dat de burgers in het totalitaire thuisland van de journalist onafhankelijke informatie blijven ontvangen.

Niet alleen in Afghanistan, Rusland en Soedan krijgen journalisten steun. Het initiatief is in principe wereldwijd en kan flexibel reageren wanneer in een bepaald land de veiligheidsomstandigheden achteruitgaan. Op dit moment krijgen voornamelijk mediaprofessionals uit Wit-Rusland, Centraal-Amerika, Myanmar, Noord-Afrika en Oekraïne steun. Oekraïne is in dit opzicht een speciaal geval, omdat het project ter plaatse erover moet waken dat de berichtgeving tijdens de aanhoudende oorlog niet stilvalt. Hiervoor is materiële en technische bijstand nodig, maar ook specifieke training en verzekering voor operaties in de frontlinie.

De volgende vier maatschappelijke organisaties zijn partners van het Hannah Arendt-initiatief: DW Akademie, het Europees Fonds voor Journalistiek in Ballingschap (JX-Fonds), Media in Samenwerking en Overgang (MiCT) en het Europees Centrum voor pers- en mediavrijheid (ECPMF). Onafhankelijkheid van overheidscontrole en neutraliteit van de staat zijn belangrijk voor een goede werking van het programma. De financiering wordt uitsluitend toegekend op basis van objectieve criteria, door onafhankelijke jury’s die vrij zijn van staatsinmenging.

Ga voor meer informatie naar http:// hannah-arendt-initiative.de/hannah-arendt-initiative-english/ of mail naar info@hannah-arendt-initiative.de.

Het Hannah Arendt-initiatief is een netwerk dat wereldwijd journalisten en de media beschermt. Het werd in 2022 opgericht op initiatief van en met financiering van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken en de commissaris voor Cultuur en Media van de federale regering. 

Op 23 september 2024 heeft de Europese Commissie de winnaars bekendgemaakt van de derde editie van de EU-prijzen voor de biologische sector. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) koos en bekroonde de winnaars in drie hoofdcategorieën: beste biologische levensmiddelen verwerkende kmo, beste detailhandelaar in biologische voedingsmiddelen en beste biologische restaurant.

Op 23 september 2024 heeft de Europese Commissie de winnaars bekendgemaakt van de derde editie van de EU-prijzen voor de biologische sector. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) koos en bekroonde de winnaars in drie hoofdcategorieën: beste biologische levensmiddelen verwerkende kmo, beste detailhandelaar in biologische voedingsmiddelen en beste biologische restaurant.

De winnaars zijn:

  • Beste biologische levensmiddelen verwerkende kmo: Gino Girolomoni Cooperativa Agricola (Italië), een coöperatie die in de regio de Marken biologische pasta maakt met behulp van hernieuwbare energie en daarmee meer dan 300 lokale boeren ondersteunt.
  • Beste detailhandelaar in biologische voedingsmiddelen: Saifresc (Spanje), een initiatief van boeren die 70 soorten biologische groenten en fruit produceren op 30 hectare biologische landbouwgrond, een circulaire economie promoten en educatieve workshops aanbieden.
  • Beste biologische restaurant / maaltijdproducent: Kalf & Hansen (Zweden), een restaurantketen gespecialiseerd in 100% biologische Scandinavische seizoensgerechten, bekend om zijn duurzame inkoop en zijn hechte banden met lokale producenten.

Peter Schmidt, voorzitter van de afdeling Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu (NAT) van het EESC, prees de winnaars en merkte op dat met de prijzen innovatie en uitmuntendheid in de biologische sector van de EU worden erkend. Hij wees erop dat een betere toegankelijkheid en betaalbaarheid van biologische producten van essentieel belang is om de sector verder te laten groeien en de EU te helpen haar doelstelling – 25 % biologische landbouw in 2030 – te halen. “Met landbouwbeleid sociale problemen oplossen is echter de verkeerde aanpak. Sociaal beleid moet ervoor zorgen dat Europese burgers zich biologische producten kunnen veroorloven”, voegde hij daaraan toe.

De EU-prijzen voor de biologische sector maken deel uit van het initiatief Biodag van de EU, dat in 2021 is gelanceerd om de schijnwerper te richten op de voordelen van de biologische landbouw. De biologische landbouw, die ondersteund wordt door het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU, heeft een sterke groei doorgemaakt: van 5,9 % van de landbouwgrond in de EU in 2012 tot 10,5 % in 2022 en met een detailhandelverkoop die in 2022 was gestegen tot 45 miljard EUR. Ondanks economische problemen blijft de EU na de VS de grootste biologische markt ter wereld. (ks) 

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC

In het verslag van Mario Draghi wordt eens te meer de aandacht gevestigd op de dringende noodzaak om de economische uitdagingen van Europa aan te pakken. Net als in het verslag van Letta luidt Draghi de noodklok: Europa staat voor een beslissend moment en we kunnen het ons niet veroorloven zelfgenoegzaam te zijn.

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC

In het verslag van Mario Draghi wordt eens te meer de aandacht gevestigd op de dringende noodzaak om de economische uitdagingen van Europa aan te pakken. Net als in het verslag van Letta luidt Draghi de noodklok: Europa staat voor een beslissend moment en we kunnen het ons niet veroorloven zelfgenoegzaam te zijn.

Er staat meer op het spel dan ooit tevoren: de afgelopen twee decennia was de economische groei in de EU beduidend lager dan in de Verenigde Staten, terwijl China de achterstand snel heeft ingelopen. Tussen 2002 en 2023 is het verschil tussen het bbp van de EU en dat van de VS (tegen prijzen van 2015) toegenomen van iets meer dan 15 % tot een zorgwekkende 30 %. De kloof is zelfs nog dieper wanneer wordt gekeken naar de koopkrachtpariteit (kkp): het verschil is toegenomen van 12 % tot maar liefst 34 %.

Een van de grootste uitdagingen wordt gevormd door het Europese regelgevingskader. De cijfers spreken voor zich: van 2019 tot 2024 heeft de EU ongeveer 13 000 wetgevingshandelingen vastgesteld, de VS circa 3 500.

Deze overdaad aan regelgeving heeft aanzienlijke nalevingskosten voor bedrijven met zich meegebracht, waardoor er minder middelen overblijven voor innovatie en het verbeteren van de prestaties. Bovendien heeft dit geleid tot de verontrustende trend dat bedrijven naar landen buiten de EU verhuizen: 30 % van de Europese unicorns is tussen 2008 en 2021 weggetrokken uit de Unie.

Zoals Draghi benadrukt, zullen alleen investeringen Europa niet vooruithelpen. Er moet tevens voor worden gezorgd dat hervormingen tot betekenisvolle vooruitgang leiden. De eengemaakte markt moet worden voltooid, belemmeringen moeten worden weggenomen en er moet prioriteit worden gegeven aan een samenhangende aanpak om de lasten te verminderen en regelgeving te stroomlijnen. Dit zijn belangrijke stappen die onmiddellijk en zonder politiek getouwtrek kunnen worden genomen en die tastbare voordelen zouden opleveren voor bedrijven, met name voor kmo’s, die de ruggengraat van onze economieën vormen.

Bovendien mogen we niet voorbijgaan aan de verwevenheid van onze sectoren en economieën. Verbeteringen op een bepaald gebied kunnen een positief domino-effect hebben op andere gebieden. Zo kan de integratie van AI en datagestuurde technologieën ten goede komen aan een slimmer energiebeheer in verschillende bedrijfstakken, van geavanceerde productieprocessen tot precisielandbouw, waardoor de kosten en uitstoot aanzienlijk worden verlaagd. Dat zijn de synergieën die we moeten nastreven.

De weg vooruit is duidelijk. Europa beschikt over het vermogen, het talent en het innovatiepotentieel om zijn concurrentievoordeel terug te winnen. Maar dit vraagt om een sterke politieke wil, samenwerking en een focus op strategische langetermijndoelstellingen. Het is nu aan ons — EU-instellingen en lidstaten — om deze kansen om te zetten in maatregelen die echte veranderingen teweegbrengen.

Ontwikkeling van een Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied

Document Type
AS

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zal ook in 2024 weer deelnemen aan de COP, de jaarlijkse klimaatconferentie van de VN. De COP29 wordt gehouden in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zal ook in 2024 weer deelnemen aan de COP, de jaarlijkse klimaatconferentie van de VN. De COP29 wordt gehouden in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe.

Het EESC zal worden vertegenwoordigd door Peter Schmidt, voorzitter van de ad-hocgroep COP, en de jongerenafgevaardigde van het EESC bij de COP, Diandra Ní Bhuachalla. Tijdens de conferentie zal het EESC de boodschappen uit zijn onlangs goedgekeurde advies over klimaatfinanciering herhalen en opnieuw oproepen tot een inclusieve en rechtvaardige transitie, om ervoor te zorgen dat klimaatactie de sociale ongelijkheid niet vergroot. Ook zal het EESC pleiten voor duurzame agrovoedingssystemen, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, groene technologieën en de onderlinge afstemming van de biodiversiteits- en klimaatdoelstellingen. Door deel te nemen aan de COP29 wil het EESC ervoor zorgen dat de stem van het Europees maatschappelijk middenveld wordt gehoord en dat de conferentie evenwichtige, sociaal rechtvaardige oplossingen voor de klimaatcrisis oplevert. (ks) 

Journalisten met een handicap kunnen hun werk net zo goed doen als wie dan ook en bovendien kunnen ze andere en frisse perspectieven bieden — waarom zie je ze dan zo weinig in de media? Lars Bosselmann van de Europese blindenvereniging schrijft over de ondervertegenwoordiging van mensen met een handicap in de mediasector en over de noodzaak om een einde te maken aan de stereotiepe manier waarop er in het nieuws over ze wordt geschreven.

Journalisten met een handicap kunnen hun werk net zo goed doen als wie dan ook en bovendien kunnen ze andere en frisse perspectieven bieden — waarom zie je ze dan zo weinig in de media? Lars Bosselmann van de Europese blindenvereniging schrijft over de ondervertegenwoordiging van mensen met een handicap in de mediasector en over de noodzaak om een einde te maken aan de stereotiepe manier waarop er in het nieuws over ze wordt geschreven.

Aan alle democratieën liggen kernbeginselen ten grondslag, en de persvrijheid is een van de belangrijkste. Mede dankzij deze vrijheid is het doen en laten van politieke leiders transparant voor het publiek en hebben wij zonder inmenging van buitenaf toegang tot informatie.

Maar er zijn nog altijd aspecten van de mediapraktijk die beter kunnen, met name wat diversiteit betreft. Als het aankomt op vertegenwoordiging in de media of berichtgeving over onderwerpen die verband houden met verschillende sociale groepen, zijn we nog lang niet gelijk.

Uit de huidige cijfers blijkt dat mensen met een handicap onvoldoende vertegenwoordigd zijn onder het personeel van kranten, radiozenders en televisieomroepen. Dat is zeer zorgwekkend, want maar liefst 16 % van de wereldbevolking heeft een of andere vorm van een handicap. Volgens een Unesco-verslag hebben personen met een handicap bovendien vaak te maken met vooroordelen door de stereotiepe manier waarop er voor een wereldwijd lezerspubliek over ons in de media wordt geschreven.

Om de publieke perceptie van personen met een handicap te veranderen is het belangrijk dat zij deel gaan uitmaken van nieuwsredacties en bij het creëren van inhoud worden betrokken.

De samenleving moet begrijpen dat de mediasector pas werkelijk inclusief kan zijn als personen met een handicap onderdeel zijn van de werkprocessen. Bovendien moeten onderwerpen die verband houden met handicaps anders worden behandeld: media dienen in te zien dat personen met een handicap individuen zijn die net als anderen van hun rechten gebruik moeten kunnen maken. Omdat inhoudsformats voortdurend veranderen, hebben we ook deskundigen nodig om ze toegankelijk en inclusief te maken. 

Hoewel personen met een handicap ondervertegenwoordigd zijn in de mediasector, zijn er zeer inspirerende voorbeelden waaruit blijkt dat zij excellente inhoud kunnen maken.

Onlangs heeft de Europese blindenvereniging in haar podcastserie een speciale aflevering gewijd aan de Paralympische Spelen van Parijs van 2024. In die aflevering spraken we met Laetitia Bernard, een blinde Franse journaliste die werkt voor Radio France. Vóór de Paralympics van dit jaar had zij al verslag gedaan van de Spelen van 2012 in Londen en 2016 in Rio. Ook coverde ze de Paralympische Winterspelen van Sotsji in 2014 en van Pyeongchang in 2018.

“Evenementen zoals de Paralympische Spelen helpen om belemmeringen weg te nemen en de strijd aan te binden met stereotypen”, zei mevrouw Bernard tijdens het interview. “Ook met een handicap kan een journalist efficiënt werken en zelfs een ander perspectief bieden”, voegde zij daaraan toe. Haar loopbaan en haar gedachten over dit onderwerp maken ons duidelijk dat ook deze dimensie aandacht behoeft om een meer inclusieve samenleving op te bouwen: gelijke behandeling moet centraal staan in de media-industrie.

Lars Bosselmann is directeur van de Europese blindenvereniging (EBU).

Door de groep Werknemers van het EESC

Bij de voorstelling van de nieuwe leden van de Europese Commissie valt meteen op dat de functie van commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten is geschrapt en dat er in de plaats daarvan een commissaris voor “Mensen, Vaardigheden en Paraatheid” is gekomen. Het gebruik van het woord “mensen” roept heel wat vragen op. 

Door de groep Werknemers van het EESC

Bij de voorstelling van de nieuwe leden van de Europese Commissie valt meteen op dat de functie van commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten is geschrapt en dat er in de plaats daarvan een commissaris voor “Mensen, Vaardigheden en Paraatheid” is gekomen. Het gebruik van het woord “mensen” roept heel wat vragen op. Zouden immers niet bijna alle portefeuilles betrekking moeten hebben op mensen? Ook bij jargon als “paraatheid” - een term die ook in de titel van een andere portefeuille voorkomt - vallen de nodige kanttekeningen te maken.

De kern van de zaak echter is wat hier ontbreekt en wat is weggevallen. Sociaal beleid en werkgelegenheid zijn op de achtergrond geraakt en hebben het veld moeten ruimen voor concurrentievermogen. De cryptische en soms bloemrijke benamingen van sommige andere functies spreken boekdelen. Een greep uit de titels: “Uitvoering en Vereenvoudiging”, “Welvaart”, en “Waterweerbaarheid”.

De portefeuille voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid bestaat al sinds de jaren 1970, maar werd in 2019 omgedoopt tot Werkgelegenheid en Sociale Rechten. De desbetreffende commissaris was bevoegd voor een aantal belangrijke beleidsgebieden, zoals de Europese pijler van sociale rechten en de daarmee samenhangende verstrekkende initiatieven. Kwaliteitsbanen, gelijkheid, de sociale dialoog en fatsoenlijke arbeids- en levensomstandigheden blijven van fundamenteel belang voor het voortbestaan van onze democratieën.

Tegenwoordig echter is het al vaardigheden wat de klok slaat en hebben we het niet meer over werkgelegenheid. Het idee dat veel van onze huidige problemen voortkomen uit een tekort aan vaardigheden lijkt in sommige kringen gemeengoed te zijn geworden. Bedrijven hebben moeite om voldoende geschoolde arbeidskrachten te vinden. Dat behoeft geen verwondering te wekken. Voor instapbanen zijn meerdere jaren werkervaring vereist en het is niet ongebruikelijk dat eisen worden gesteld als een doctorsgraad, uitgebreide talenkennis en een waslijst aan getuigschriften voor vaardigheden die in slechts een paar maanden op de werkvloer zouden kunnen worden aangeleerd. Bovendien dekken de geboden salarissen maar al te vaak nauwelijks de kosten van levensonderhoud. En dan hebben we het alleen nog maar over functies voor hoogopgeleiden, die toch al aan het langste eind trekken.

Dit lukraak strooien met jargon, in combinatie met een narratief dat voornamelijk om het concurrentievermogen draait, is bijzonder zorgwekkend, om een geliefde uitdrukking van de Commissie te gebruiken. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat welzijn, kwaliteitsbanen en fatsoenlijke lonen al lang en breed verworven zijn en dat het nu alleen nog zaak is het tekort aan vaardigheden aan te pakken. Het ziet er echter naar uit dat het met name de nieuwe commissarissen zijn die bepaalde vaardigheden ontberen: zij zien niet wat er echt speelt en zijn niet in staat een en ander in perspectief te plaatsen en realistische oplossingen aan te dragen. Laten we hopen dat de nieuwe commissarissen in weerwil van de gecreëerde perceptie toch met sterke voorstellen zullen komen om de sociale en arbeidsrechten, de democratie en de strijd tegen klimaatverandering kracht bij te zetten.

Door Sandra Parthie

De AI-verordening is het eerste alomvattende rechtskader voor de wereldwijde regulering van artificiële intelligentie. 

Door Sandra Parthie

De AI-verordening is het eerste alomvattende rechtskader voor de wereldwijde regulering van artificiële intelligentie.

AI wordt steeds vaker ingezet en dat heeft gevolgen voor allerlei aspecten van ons dagelijkse leven. Zo wordt de informatie die mensen online te zien krijgen, beïnvloed via gerichte advertenties. Belangrijker is echter dat AI nu in de gezondheidssector wordt gebruikt om ziekten zoals kanker te diagnosticeren en te behandelen. AI-toepassingen zijn daartoe gebaseerd op AI-modellen voor algemene doeleinden, die getraind moeten worden. Er moeten vele beelden van bijvoorbeeld kankercellen worden ingevoerd, willen deze modellen ze uiteindelijk zelfstandig kunnen herkennen.

Die training lukt alleen met behulp van gegevens – enorme hoeveelheden gegevens. De manier waarop de training wordt uitgevoerd, is van invloed op de kwaliteit van de resultaten van het model of de AI-toepassing. Als de verkeerde gegevens of afbeeldingen worden ingevoerd, worden gezonde cellen ten onrechte geïdentificeerd als kankercellen.

Dit voorbeeld – verbetering van de medische en de gezondheidszorg – laat duidelijk zien waarom het noodzakelijk is dat we in de EU over de capaciteit en infrastructuur beschikken om de onderliggende AI-modellen voor algemene doeleinden te ontwikkelen. Dat zal eenvoudigweg mensenlevens helpen redden.

Daarnaast is AI voor algemene doeleinden een gamechanger voor productieprocessen en bedrijven. Wil de Europese economie concurrerend blijven, dan moeten we ruimte voor innovatie in de EU bieden en ondernemers en start-ups aansporen om hun ideeën tot ontwikkeling te brengen.

Uiteraard zijn er risico’s aan AI en AI voor algemene doeleinden verbonden, variërend van tekortkomingen in de modellen en bugs in de toepassingen tot concreet misbruik van de technologie voor criminele doeleinden. Daarom moet de EU ook over de expertise beschikken om kwaadwillige aanvallen en cyberdreigingen af te slaan. We moeten kunnen vertrouwen op in de EU gebaseerde infrastructuur, om ervoor te zorgen dat, simpel gezegd, “het licht blijft branden”.

Dit alles laat zien hoe belangrijk het is om over de juiste regelgeving te beschikken, waarin de nadruk op de kwaliteit van de trainingsgegevens, de trainingsmethoden en uiteindelijk ook het eindproduct wordt gelegd. Die regelgeving moet gebaseerd zijn op Europese waarden, zoals transparantie, duurzaamheid, gegevensbescherming en eerbiediging van de rechtsstaat. Helaas worden veel van de belangrijke ontwikkelingen op het vlak van AI voor algemene doeleinden aangejaagd door spelers die buiten de jurisdictie van de EU vallen. De EU moet daarom de capaciteit ontwikkelen om de naleving van haar regelgeving en de Europese waarden af te dwingen bij spelers van binnen en buiten de EU die actief zijn op onze markt.

De EU moet de marktdominantie van grote, vaak niet-Europese, digitale bedrijven indammen, onder meer met behulp van de instrumenten van het mededingingsbeleid. De mededingingsautoriteiten in de EU moeten hun capaciteit inzetten en erop toezien dat “hyperscalers” hun b2b- of b2g-marktpositie niet misbruiken.

Overheidsinstanties kunnen Europese aanbieders van AI voor algemene doeleinden en van AI-toepassingen ondersteunen door hun producten aan te kopen en andere gebruikers en klanten te laten zien dat deze producten betrouwbaar zijn. De EU beschikt wel over het talent, de technologische knowhow en de ondernemingsgeest voor AI “made in Europe”. Maar een gebrek aan investeringen, het ontbreken van relevante IT-infrastructuur en de nog steeds versnipperde interne markt, waardoor opschaling wordt belemmerd, staan het concurrentievermogen van Europese spelers op AI-gebied in de weg.

Met de 16e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit (COP16) in het vooruitzicht pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een geïntegreerde mondiale aanpak van de huidige biodiversiteitscrisis.

Met de 16e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit (COP16) in het vooruitzicht pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een geïntegreerde mondiale aanpak van de huidige biodiversiteitscrisis.

Naarmate de wereldwijde spanningen toenemen, wil het EESC regeringen ertoe aansporen om zich te richten op biodiversiteit als centrale oplossing voor de drieledige crisis van de planeet (klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en woestijnvorming). COP16 zal een cruciaal moment zijn om vaart te zetten achter de wereldwijde inspanningen om de ecosystemen van onze planeet te beschermen, aldus het EESC in zijn in september goedgekeurde advies.

”Zonder biodiversiteit zullen ecosystemen en economieën instorten, aangezien meer dan de helft van het mondiale bbp en 40 % van de banen rechtstreeks afhankelijk zijn van de natuur”, aldus Arnaud Schwartz, rapporteur voor het advies.

Het EESC merkt op dat biodiversiteit, de basis van ecosystemen, menselijk welzijn en economieën, moet worden geïntegreerd in meerdere beleidssectoren, zoals klimaat, landbouw en handel, en niet afzonderlijk mag worden behandeld. Zo moeten handelsovereenkomsten duurzaamheid bevorderen door ervoor te zorgen dat goederen en technologieën de ontbossing en vernietiging van habitats niet verergeren.

Ook moet dringend financiële steun worden verleend voor het behoud van de biodiversiteit. Overheidsfinanciering alleen is ontoereikend, dus een combinatie van publieke, particuliere en innovatieve financiële mechanismen is geboden.

Het EESC dringt er bij de EU op aan om landen in het Mondiale Zuiden te ondersteunen bij de bescherming van de biodiversiteit, en pleit voor de geleidelijke afschaffing van subsidies die schadelijk zijn voor de biodiversiteit, met name subsidies die fossiele brandstoffen bevorderen. Door deze subsidies te herbestemmen voor het herstel van ecosystemen kan iets worden gedaan voor zowel de klimaatverandering als het verlies aan biodiversiteit door middel van op de natuur gebaseerde oplossingen zoals herbebossing, duurzame landbouw en herstel van wetlands.

Voorts wijst het EESC op het belang van de “één gezondheid”-benadering, die de gezondheid van mens, dier en milieu met elkaar verbindt. Gezonde ecosystemen leveren kritieke diensten, zoals bestuiving, koolstofvastlegging en waterfiltratie, die alle bijdragen tot het welzijn van de mens. De achteruitgang van de biodiversiteit ondermijnt de veerkracht van ecosystemen, waardoor het risico op zoönotische ziekten zoals COVID-19 toeneemt.

Het EESC heeft er ook op aangedrongen jongeren meer bij de besluitvorming te betrekken. Voorgesteld wordt de functie van uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie voor toekomstige generaties in het leven te roepen en ervoor te zorgen dat duurzaamheid en welzijn op lange termijn voorrang krijgen boven voordelen op korte termijn. (ks)