The EESC issues between 160 and 190 opinions, evaluation and information reports a year.
It also organises several annual initiatives and events with a focus on civil society and citizens’ participation such as the Civil Society Prize, the Civil Society Days, the Your Europe, Your Say youth plenary and the ECI Day.
Here you can find news and information about the EESC'swork, including its social media accounts, the EESC Info newsletter, photo galleries and videos.
The EESC brings together representatives from all areas of organised civil society, who give their independent advice on EU policies and legislation. The EESC's326 Members are organised into three groups: Employers, Workers and Various Interests.
The EESC has six sections, specialising in concrete topics of relevance to the citizens of the European Union, ranging from social to economic affairs, energy, environment, external relations or the internal market.
Het versterken van het concurrentievermogen van de EU is cruciaal om de groei van de economie te stimuleren en het welzijn van de samenleving te vergroten. Dat stelden Maive Rute, adjunct-directeur-generaal Interne Markt van de Europese Commissie, en EESC-voorzitter Oliver Röpke unisono tijdens de aprilzitting van het EESC.
Het versterken van het concurrentievermogen van de EU is cruciaal om de groei van de economie te stimuleren en het welzijn van de samenleving te vergroten. Dat stelden Maive Rute, adjunct-directeur-generaal Interne Markt van de Europese Commissie, en EESC-voorzitter Oliver Röpke unisono tijdens de aprilzitting van het EESC.
Er is geen tijd te verliezen, zei mevrouw Rute. De Europese Unie moet dringend handelen als ze haar achterstand wil inhalen en wil standhouden in het licht van de overmacht van ’s werelds grootste economieën.
Over het concurrentievermogen van de EU zei ze: “Wat we nodig hebben is een radicale verandering. We mogen voor de uitvoering van de interne markt niet op goodwill vertrouwen — er is echte handhaving nodig. We moeten onze goederen en technologieën exporteren, maar niet onze banen. Onze industrieën moeten concurrerend zijn en investeringen moeten hier in Europa plaatsvinden.”
Als aanjager van groei, innovatie en welvaart, maar ook van mondiale invloed en veerkracht, is het concurrentievermogen steeds een hoeksteen van het economische succes van de EU geweest, benadrukte de heer Röpke, die hieraan toevoegde: “Wanneer we het over het Europese concurrentievermogen hebben, moeten we mensen centraal stellen en ervoor zorgen dat niemand achterblijft. Uiteindelijk gaat het erom hoe het concurrentievermogen van invloed is op het welzijn, de kansen en de welvaart van individuen en gemeenschappen. Daarom moeten bij elk debat over het concurrentievermogen de behoeften, rechten en aspiraties van mensen vooropstaan.”
Een op de tien vrouwen leeft in bittere armoede en een op de drie krijgt te maken met geweld. De situatie op het gebied van vrouwenrechten gaat overal ter wereld achteruit, ook in de EU. Aan de vooravond van de Europese verkiezingen en het aantreden van een nieuwe Europese Commissie is voortdurende steun van de instellingen en het maatschappelijk middenveld cruciaal met het oog op de emancipatie van vrouwen en meisjes.
Een op de tien vrouwen leeft in bittere armoede en een op de drie krijgt te maken met geweld. De situatie op het gebied van vrouwenrechten gaat overal ter wereld achteruit, ook in de EU. Aan de vooravond van de Europese verkiezingen en het aantreden van een nieuwe Europese Commissie is voortdurende steun van de instellingen en het maatschappelijk middenveld cruciaal met het oog op de emancipatie van vrouwen en meisjes.
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft tijdens zijn zitting van 25 april een debat gehouden met enkele van de belangrijkste EU-organisaties die opkomen voor gendergelijkheid, om zo duidelijk te maken dat het absoluut noodzakelijk is om de strijd voor meer vrouwenrechten ook tijdens de volgende zittingsperiode van de EU voor te zetten.
Het debat vond plaats een dag nadat het Europees Parlement groen licht had gegeven voor de eerste EU-richtlijn inzake de bestrijding van gendergerelateerd geweld, en stond in het teken van de conclusies van de 68e zitting van de VN-Commissie inzake de positie van de vrouw (UNCSW68). Deze VN-Commissie is het belangrijkste internationale forum dat de vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid onder de loep neemt, en heeft zich dit jaar met name bezig gehouden met armoede onder vrouwen.
Ook het EESC heeft een bijdrage geleverd aan de 68e zitting van de UNCSW68, die in maart in New York werd gehouden, met een verklaring getiteld A gender lens on poverty (armoede vanuit een genderperspectief). Hierin zijn 10 actiepunten opgenomen voor de economische emancipatie en sociale bescherming van vrouwen.
“Armoede is niet genderneutraal, dus kan ook onze reactie daarop niet genderneutraal zijn. Geweld tegen vrouwen vergroot hun risico op armoede en heeft gevolgen voor hun vermogen om op voet van gelijkheid deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Ik kan de eindstemming in het Europees Parlement over de allereerste richtlijn inzake de bescherming van vrouwen tegen gendergerelateerd en huiselijk geweld op Europees niveau dan ook alleen maar toejuichen,” aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke.
Dankzij gecoördineerde actie op alle niveaus zijn er tijdens de ambtstermijn van deze Commissie een aantal mijlpalen bereikt, zoals de EU-richtlijn beloningstransparantie en de zorgstrategie, zo zei Lanfranco Fanti, lid van het kabinet van de commissaris voor Gelijkheid, Helena Dalli.
Deelnemers aan het debat pleitten voor de instelling van een Raadsformatie inzake gendergelijkheid, de benoeming van een EU-coördinator voor geweld tegen vrouwen, en verlenging van het mandaat van de commissaris voor gelijkheid.
“We hebben politieke steun van de EU nodig”, aldus Florence Raes, directeur van UN Women Brussel. De reële vooruitgang op het gebied van gelijkheid ten spijt worden vrouwenrechten in een nooit geziene mate ondermijnd en groeit het gevaar dat gendergelijkheid van de prioriteitenlijst wordt geschrapt.
“Als vrouw en lid van een minderheidsgroep weet je dat je het moeilijk krijgt. We mogen niet vergeten dat gelijkheid alleen niet meer volstaat: zonder intersectionaliteit geen gelijkheid,” zo verklaarde Ilaria Todde, directeur belangenbehartiging van de Eurocentralasian Lesbian Community.
“Geweld tegen vrouwen is diep geworteld in patriarchale systemen over de hele wereld. Vandaag verwelkomen we de goedkeuring van de allereerste EU-richtlijn inzake geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld”, aldus Mary Collins, directeur van de Europese Vrouwenlobby. (ll)
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft tijdens zijn zitting van april het pakket talentmobiliteit besproken. Dit initiatief behelst een reeks nieuwe maatregelen om de Unie aantrekkelijker te maken voor talent van buiten de EU en om mobiliteit binnen de EU te vergemakkelijken.
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft tijdens zijn zitting van april het pakket talentmobiliteit besproken. Dit initiatief behelst een reeks nieuwe maatregelen om de Unie aantrekkelijker te maken voor talent van buiten de EU en om mobiliteit binnen de EU te vergemakkelijken.
Gastspreker Ylva Johansson, commissaris voor Binnenlandse Zaken, vroeg het EESC om steun zodat de lidstaten en maatschappelijke organisaties de handen ineenslaan om deze innovatie te omarmen en een doeltreffend arbeidsmigratiebeleid op poten te zetten.
Een van de belangrijkste voorstellen van het pakket talentmobiliteit betreft de oprichting van een EU-talentenpool, het eerste vrijwillige matchinginstrument op EU-niveau waarmee geïnteresseerde lidstaten ervoor kunnen zorgen dat werkgevers uit de EU en werkzoekenden uit derde landen met elkaar in contact worden gebracht.
EESC-voorzitter Oliver Röpke benadrukte dat “de EU te maken heeft met ernstige tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden als gevolg van de transitie naar een groene en digitale economie en demografische uitdagingen. Het pakket talentmobiliteit kan een middel zijn om deze uitdagingen het hoofd te helpen bieden.”
Ylva Johansson, Europees commissaris voor Binnenlandse Zaken, pleitte voor een Team Europa-aanpak van arbeidsmigratie met een bredere Europese dimensie. “Arbeidsmigratie is in hoofdzaak een nationale bevoegdheid en zal dat ook blijven. Maar we moeten een Team Europa-aanpak ontwikkelen waarbij EU-instellingen, lidstaten en maatschappelijke organisaties samenwerken om nieuwe initiatieven te ontplooien en de uitvoering van arbeidsmobiliteitsmaatregelen te faciliteren.”
EESC-lid Tatjana Babrauskienė, rapporteur voor het tijdens deze zitting goedgekeurde advies over het pakket talentmobiliteit, beklemtoonde dat de EU-talentenpool een praktisch, gebruiksvriendelijk en betrouwbaar instrument moet zijn dat aantrekkelijk is voor werknemers en werkgevers. Tegelijkertijd moet dit instrument helpen om eerlijke en ethische legale arbeidsmigratie te ondersteunen.” (at)
De afdeling Externe Betrekkingen (REX) van het EESC heeft twee vergaderingen gehouden met zijn Servische en Montenegrijnse gesprekspartners in het kader van de desbetreffende gemengde raadgevende comités (GRC’s). Deze gezamenlijke organen stellen maatschappelijke organisaties aan beide zijden in staat om toe te zien op de toetredingsonderhandelingen van het land, kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken en punten van zorg aan te kaarten die op weg naar de Europese Unie moeten worden aangepakt.
De afdeling Externe Betrekkingen (REX) van het EESC heeft twee vergaderingen gehouden met zijn Servische en Montenegrijnse gesprekspartners in het kader van de desbetreffende gemengde raadgevende comités (GRC’s). Deze gezamenlijke organen stellen maatschappelijke organisaties aan beide zijden in staat om toe te zien op de toetredingsonderhandelingen van het land, kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken en punten van zorg aan te kaarten die op weg naar de Europese Unie moeten worden aangepakt.
Op 5 april 2024 ontving het EESC de Servische leden van het gemengd raadgevend comité in Brussel om de betrekkingen tussen de EU en Servië en het toetredingsproces te bespreken. Andere onderwerpen die ter sprake kwamen, waren de kansen die het nieuwe groeiplan en de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan bieden voor Servië, de situatie na de verkiezingen in het land en een overzicht van de stand van de democratie en de rechtsstaat.
Aan het evenement werd deelgenomen door het onlangs benoemde hoofd van de missie van de Republiek Servië bij de EU, Danijel Apostolović, die stilstond bij het gemeenschappelijk standpunt van de EU en Servië als het gaat om nauwere samenwerking met betrekking tot alle kwesties die relevant zijn voor de toetredingsonderhandelingen met Servië.
Laurentiu Plosceanu, vicevoorzitter van het EESC en belast met communicatie, benadrukte het belang van deze vergaderingen, aangezien zij de aanwezigheid van vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld waarborgen en ervoor zorgen dat de toetreding van Servië tot de EU meer aandacht krijgt in het land zelf.
De vergadering werd afgesloten met de goedkeuring van een gezamenlijke verklaring, die zal worden toegezonden aan de EU-instellingen en aan lokale autoriteiten en de regering in Servië.
U kunt hier een videoverslag van de vergadering bekijken.
Op 13 mei werd Nataša Vučković, lid van het GRC EU-Servië, verkozen tot nieuwe voorzitter van de Europese vereniging voor lokale democratie (ALDA). Het EESC werd tijdens de Algemene Vergadering van de ALDA in Barcelona vertegenwoordigd door de heer Plosceanu, die mevrouw Vučković feliciteerde met haar benoeming.
******
De 18e vergadering van het gemengd raadgevend comité (GRC) EU-Montenegro vond op 16 april plaats in Podgorica en gaf een duidelijke boodschap af aan de EU-instellingen, namelijk dat Montenegro goed op weg is om tegen 2028 de 28e lidstaat te worden.
De leden van het GRC moedigden hun organisaties, de nationale autoriteiten en de EU-instellingen aan alles in het werk te stellen om de tussentijdse ijkpunten voor de rechtsstaat te halen. Het tussentijds ijkpuntbeoordelingsverslag (Interim Benchmark Assessment Report, IBAR) voor de rechtsstaat, dat tegen juni wordt verwacht, zal een keerpunt zijn in het toetredingsproces tot de EU, waarna andere hoofdstukken voorlopig kunnen worden afgesloten.
Covoorzitter en EESC-lid Decebal-Ștefăniță Padure zei: “De Montenegrijnse autoriteiten moeten hun ambitieuze doelstellingen verwezenlijken en de organisaties van het maatschappelijk middenveld moeten bij elke stap van de toetredingsonderhandelingen worden betrokken”. De covoorzitter namens Montenegro, Gordana Đurović, riep alle belanghebbenden op steun te verlenen aan de inspanningen om uiterlijk in juni een positieve beoordeling van de Commissie te verkrijgen.
De hoofdonderhandelaar, dr. Predrag Zenović, wees op de belangrijke rol en concrete hulp van het maatschappelijk middenveld bij het onderhandelingsproces en benadrukte dat de publieke steun voor het EU-lidmaatschap van Montenegro 80 % bedraagt.
De EU-ambassadeur in Montenegro, Oana Cristina Popa, merkte op dat Montenegro eindelijk de nodige stabiliteit lijkt te hebben gevonden om zich te focussen op de toetreding tot de EU en hier de belangrijkste strategische prioriteit van te maken. “Wij zullen alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat deze kans niet wordt gemist”, zo voegde zij hieraan toe.
Aan het einde van de vergadering is een gezamenlijke verklaring aangenomen, die zal worden voorgelegd aan het Stabilisatie- en Associatiecomité, het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité, de Europese Dienst voor extern optreden, de Europese Commissie en de regering van Montenegro. (at)
Nieuw groeiplan en faciliteit voor de Westelijke Balkan