We vroegen Tetyana Ogarkova, een Oekraïense journaliste uit Kyiv, om een beeld voor ons vast te leggen dat symbool staat voor het Oekraïne van vandaag, twee jaar na de Russische invasie op 24 februari 2022. Ze stuurde ons een foto die ze heeft genomen toen ze door het land reisde om de Oekraïense troepen te steunen. Hier is de foto die Ogarkova met onze lezers wil delen, en het verhaal erachter.

We vroegen Tetyana Ogarkova, een Oekraïense journaliste uit Kyiv, om een beeld voor ons vast te leggen dat symbool staat voor het Oekraïne van vandaag, twee jaar na de Russische invasie op 24 februari 2022. Ze stuurde ons een foto die ze heeft genomen toen ze door het land reisde om de Oekraïense troepen te steunen. Hier is de foto die Ogarkova met onze lezers wil delen, en het verhaal erachter.

Tetyana Ogarkova heeft een doctoraat in de letteren behaald aan de Université Paris-XII Val-de-Marne, is docente aan de Mohyla-universiteit in Kyiv, journaliste en hoofd International Outreach in het Ukraine Crisis Media Center. Zij woont in Kyiv.

© Tetyana Ogarkova

Een kapotgeschoten huis in het dorp Vremivka, bij Nova Novosilka, het epicentrum van het Oekraïense tegenoffensief in de zomer van 2023.

Een kapotgeschoten huis in het dorp Vremivka, bij Nova Novosilka, het epicentrum van het Oekraïense tegenoffensief in de zomer van 2023.

Deze dorpen in de Oekraïense steppe, op het kruispunt van drie regio’s (Donetsk, Dnipro en Zaporizja) en ver weg van de grote steden, worden sinds de 18e eeuw bewoond door Grieken die uit de Krim zijn verdreven. Zij hebben in 2022 verzet geboden tegen het Russische offensief, ten koste van volledige verwoesting door vijandelijke artillerie. Op deze strategische locatie, die de sleutel kan zijn tot de bevrijding van de kust van de Zee van Azov, houdt Oekraïne vandaag stand, twee jaar na de Russische invasie.

Aanmeldingen voor de derde editie van de EU-prijzen voor de biologische sector kunnen worden ingediend vanaf 4 maart 2024.

Aanmeldingen voor de derde editie van de EU-prijzen voor de biologische sector kunnen worden ingediend vanaf 4 maart 2024.

De EU-prijzen voor de biologische sector worden elk jaar toegekend voor excellentie in de biologische waardeketen. De uitreikingsceremonie vindt dit jaar plaats op 23 september 2024, de Biodag van de EU.

In totaal worden acht prijzen uitgereikt in zeven categorieën. Daarmee worden spelers in de biologische waardeketen beloond voor uitmuntende, innovatieve, duurzame en inspirerende projecten die een daadwerkelijke meerwaarde bieden voor de biologische productie en consumptie. De eerste EU-prijzen voor de biologische sector zijn in 2022 uitgereikt. (ks)

Jaarlijkse duurzamegroeiananalyse 2024

Document Type
AS

Beste lezers,

De komende Europese verkiezingen zijn van cruciaal belang voor de EU in haar strijd tegen eurosceptische en extreemrechtse paniekzaaierij. De verkiezingen zullen het politieke landschap van de EU vormgeven en een actieve en inclusieve rol wegleggen voor burgers en maatschappelijke organisaties.

De komende Europese verkiezingen zijn van cruciaal belang voor de EU in haar strijd tegen eurosceptische en extreemrechtse paniekzaaierij. De verkiezingen zullen het politieke landschap van de EU vormgeven en een actieve en inclusieve rol wegleggen voor burgers en maatschappelijke organisaties.

Tegen deze achtergrond organiseert het EESC, de thuisbasis van het maatschappelijk middenveld, van 4 t/m 7 maart 2024 zijn eerste Week van het maatschappelijk middenveld: Kom op voor Democratie!

Dit evenement zal mensen van alle leeftijden en achtergronden bijeenbrengen, onder wie jongeren, journalisten uit alle EU-lidstaten, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, belanghebbenden en EU-instellingen. Zij zullen deelnemen aan levendige debatten waarin de nadruk zal worden gelegd op de bijdragen van het maatschappelijk middenveld aan het aanpakken van sociale, politieke en economische kwesties waar we in ons dagelijks leven mee te maken krijgen.

Democratie begint met participatie. Dit nieuwe prominente evenement van het EESC draait dan ook om vijf belangrijke initiatieven:

  • de Dagen van het maatschappelijk middenveld, waarop mensen hun verwachtingen uitspreken over zaken die van cruciaal belang zijn voor onze democratieën;
  • het Europees burgerinitiatief (EBI), het jaarlijkse “rendez-vous” op hoog niveau waarop toekomstige EBI-organisatoren hun volgende wetgevingsdoelstelling bepalen;
  • “Jouw Europa, jouw mening!” (YEYS!), een uniek jongerenevenement dat de EU dichter bij jongeren uit landen binnen en buiten de EU brengt, onder wie jonge vertegenwoordigers uit de kandidaat-lidstaten van de EU en uit het VK;
  • de prijs voor het maatschappelijk middenveld, waarmee dit jaar creatieve en innovatieve non-profitprojecten ter ondersteuning van mensen met geestelijke gezondheidsproblemen in het zonnetje worden gezet;
  • en tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, het seminar voor journalisten, waarop journalisten uit alle EU-lidstaten zelf kunnen ervaren wat het Comité allemaal doet en daarvan verslag kunnen uitbrengen in eigen land.

Onze Week van het maatschappelijk middenveld zal, gezien de timing ervan, kunnen fungeren als platform waarop maatschappelijke organisaties en burgers hun mening kunnen geven over zaken die een belangrijke rol zullen spelen in de nieuwe wetgevingscyclus van de EU. Het belangrijkste is dat de Week bevorderlijk zal zijn voor de opkomst bij de verkiezingen en een pro-Europese houding.

De input die de Week van het maatschappelijk middenveld en de deelnemers daaraan zullen opleveren, zal worden verwerkt in een resolutie waarin, met het oog op de Europese verkiezingen, de belangrijkste boodschappen van het maatschappelijk middenveld ten behoeve van een democratischer Europa uiteengezet zullen worden. 

Ik zou graag zien dat u ons helpt de krachten te bundelen bij dit belangrijke streven door aan onze discussies bij te dragen en burgers en verenigingen aan te sporen om deel te nemen aan de Europese verkiezingen. Laat deze kans niet voorbijgaan! De EU heeft burgers nodig die zich laten zien en van zich laten horen.

Laurenţiu Plosceanu

Vicevoorzitter voor Communicatie

In onze nieuwe kolom Ik ga stemmen, jij ook?, die tot juni 2024 zal verschijnen, vertellen onze gastsprekers hoe en waarom je aan de Europese verkiezingen kunt en moet deelnemen. Deze keer is het woord aan Andrej Matišák, adjunct-hoofd van de afdeling buitenlandse zaken van het grootste dagblad van Slowakije, Pravda.

In onze nieuwe kolom Ik ga stemmen, jij ook?, die tot juni 2024 zal verschijnen, vertellen onze gastsprekers hoe en waarom je aan de Europese verkiezingen kunt en moet deelnemen. Deze keer is het woord aan Andrej Matišák, adjunct-hoofd van de afdeling buitenlandse zaken van het grootste dagblad van Slowakije, Pravda.

door Andrej Matišák

Welkom in Slowakije! Welkom in het land dat Europese records in handen heeft.

En dan heb ik het niet over een uitzonderlijk aantal kastelen, exclusieve kuuroorden of prachtige bergen, maar over records op politiek vlak. In die zin dat we helaas de slechtste leerling van de klas zijn.

Slowakije heeft in 2004 voor het eerst meegedaan aan de verkiezingen voor het Europees Parlement. Sindsdien heeft mijn land altijd de laagste opkomst gehad. Altijd.

door Andrej Matišák

Welkom in Slowakije! Welkom in het land dat Europese records in handen heeft.

En dan heb ik het niet over een uitzonderlijk aantal kastelen, exclusieve kuuroorden of prachtige bergen, maar over records op politiek vlak. In die zin dat we helaas de slechtste leerling van de klas zijn.

Slowakije heeft in 2004 voor het eerst meegedaan aan de verkiezingen voor het Europees Parlement. Sindsdien heeft mijn land altijd de laagste opkomst gehad. Altijd.

In 2014 was de opkomst slechts 13,05 %. Destijds was ik er zo van overtuigd dat de opkomst lager dan 15 % zou zijn dat ik bijna overwoog een lening af te sluiten en een partij op te richten. Zelfs nu nog denk ik dat ik toen een kans had om lid van het Europees Parlement te worden.

Maar alle gekheid op een stokje: hoe zien Slowaken de Europese Unie tegenwoordig? Simpelweg als melkkoe? Ongetwijfeld, maar daarbij komt dan weer dat Slowakije er niet eens in slaagt om EU-geld efficiënt te gebruiken. Ook op dit gebied behoren we tot de slechtst presterende lidstaten.

Het narratief dat Brussel alles dicteert, is wijdverbreid. Het is weliswaar overal te horen, maar Slowaakse politici spannen de kroon. Als er iets lukt, is het aan hen te danken. Als er iets mislukt, dan heeft “Brussel” weer gefaald. Er zijn maar heel weinig politici die tegen dit verhaal ingaan.

Het zit hem ook in de media. Hun berichtgeving over de EU is vaak erg oppervlakkig. Journalisten gaan EU-aangelegenheden uit de weg omdat deze in hun ogen saai zijn. En als ze al aandacht besteden aan Europa, berichten ze veelal over problematische kwesties, al dan niet waarheidsgetrouw.

Graag zou ik ook wat zeggen over het bedrijfsleven. Het gebeurt maar zelden dat ondernemers zich publiekelijk lovend uitlaten over de voordelen van de EU. Liever klagen ze over bevelen en regelgeving uit Brussel.

Door al deze factoren samen worden de Slowaken steeds eurosceptischer, zo blijkt uit enquêtes. Voeg hieraan toe nog een flinke lading (mede uit Rusland afkomstige) desinformatie, die het huidige bewind graag voor politieke doeleinden gebruikt, en je krijgt een explosieve cocktail van desinteresse en boosheid.

Een uittreding van Slowakije is nog niet aan de orde, maar zal wellicht ter sprake komen wanneer Slowakije in de toekomst geen recht meer zal hebben op EU-middelen.

Om een doemscenario te vermijden is het hoog tijd dat politieke leiders in Slowakije de EU gaan zien een entiteit die essentieel is voor het functioneren van het land, en dat ze zich hiernaar gaan gedragen. Helaas is nu al duidelijk dat een flink deel van de huidige Slowaakse politieke vertegenwoordiging liever de strijd met de EU aangaat om koste wat het kost de eigen belangen te beschermen.

Daarom zouden alle pro-EU-stemmers aan hun familieleden, vrienden en zelfs onbekenden moeten uitleggen hoe belangrijk de EU is. Dit is wellicht een hele opgave, en het is onduidelijk wat het zal opleveren, maar elk alternatief is slechter.

Concurrentievermogen is het voorbije jaar boven aan de Europese beleidsagenda komen te staan. Niemand kan het belang ervan voor de toekomst van de EU negeren.

Concurrentievermogen is het voorbije jaar boven aan de Europese beleidsagenda komen te staan. Niemand kan het belang ervan voor de toekomst van de EU negeren.

Concurrentievermogen stond centraal in de jaarlijkse toespraak over de Staat van de Unie die Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in september vorig jaar voor het Europees Parlement hield. Von der Leyen beloofde het nodige te zullen doen om het concurrentievoordeel van Europa te verdedigen.

Europese bedrijven hebben moeite om geschoolde arbeidskrachten te vinden, de regelgeving voor belangrijke sectoren is strenger dan in concurrerende landen als de Verenigde Staten en China, er wordt minder geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling en de fysieke en digitale infrastructuur vormt een belemmering voor handel en economische groei. Deze problemen zijn bekend en zijn in meerdere studies gedocumenteerd.

Von der Leyen heeft Mario Draghi, voormalig hoofd van de Europese Centrale Bank, opgedragen concrete voorstellen te doen over hoe het concurrentievermogen van de EU kan worden verbeterd. Dat is een goede zaak. Goede ideeën zullen echter niet volstaan. Er is ook politieke wil nodig en het politieke vermogen om de voorstellen uit te voeren.

De EU streeft ernaar haar veerkracht en invloed in de wereld te vergroten, maar verliest het concurrentievermogen dat nodig is om dit doel te bereiken. Het aandeel van de EU in de wereldeconomie zal naar verwachting gestaag dalen van bijna 15 % tot slechts 9 % in 2050.

Derhalve is het absoluut noodzakelijk de productiviteit en het concurrentievermogen van de EU te verbeteren. Daartoe heeft de EU een toekomstgerichte, duidelijk omschreven en gecoördineerde agenda voor het concurrentievermogen nodig, in overeenstemming met de beginselen van de eengemaakte markt en de sociale markteconomie, die de welvaart van bedrijven en werknemers bevordert. Dit zal hun vermogen om te innoveren, te investeren, handel te drijven en te concurreren op de wereldmarkt vergroten, ten behoeve van het algemeen welzijn, en het zal de transitie naar klimaatneutraliteit bevorderen. Dit is niet alleen van essentieel belang om toekomstige welvaart, innovatie, investeringen, handel en groei te waarborgen, maar ook om hoogwaardige banen te scheppen en de levensstandaard te verhogen.

Deze nieuwe impuls wekt dan ook hoge verwachtingen bij het Europese bedrijfsleven, dat erop aandringt het concurrentievermogen in een breder economisch en maatschappelijk langetermijnkader te plaatsen.

Het EESC heeft geprobeerd om de factoren en actoren in kaart te brengen die het concurrentievermogen en de productiviteit op lange termijn beïnvloeden en waarmee in een geïntegreerde visie rekening moet worden gehouden.  Het heeft gekeken naar ecosystemen van concurrentievermogen om de Commissie aan te geven welke indicatoren zij verder moet verbeteren of aanvullen.

Bij het beoordelen en oplossen van de problemen lijkt een landgebonden aanpak ten zeerste aangewezen. De Commissie heeft hier in haar twee mededelingen over het concurrentievermogen op lange termijn onvoldoende aandacht aan besteed.

De Commissie heeft een lijst van 17 prestatie-indicatoren opgesteld die jaarlijks moeten worden getoetst aan de 9 concurrentiefactoren die zij heeft vastgesteld. De lidstaten moeten deze echter ook volledig naleven en de Commissie moet over de juiste handhavingsmiddelen beschikken om hen daartoe te verplichten. Dat is waar het EESC om vraagt.

De belangrijkste indicatoren zijn:

  1. Toegang tot financiering tegen redelijke kosten, maar zonder dat toekomstige generaties daaronder lijden.
  2. Er moet meer geïnvesteerd worden in openbare diensten en kritieke infrastructuur en deze investeringen moeten beter worden gemeten. In dit verband worden zes evaluatieparameters voorgesteld.
  3. Op het gebied van onderzoek en innovatie is meer samenwerking cruciaal, zowel publiek/privaat, regionaal als wereldwijd.
  4. Wat datanetwerken en energie betreft, staan veiligheid, betaalbaarheid en klimaatneutraliteit voorop.
  5. Op het gebied van de circulaire economie hoeft de rol van de EU niet langer te worden aangetoond, maar moet worden gezorgd voor eerlijke concurrentie tussen de marktdeelnemers.
  6. Het EU-wetgevingskader inzake digitalisering is baanbrekend op het gebied van connectiviteit, AI, data enz. We moeten de uitdaging aangaan om de menselijke aspecten te verzoenen met de veelbelovende mogelijkheden van de digitale technologie.
  7. Onderwijs en opleiding moeten kunnen inspelen op demografische en sociologische uitdagingen.
  8. En tot slot is onze afhankelijkheid op het vlak van strategische autonomie en handel onze zwakte. Bedrijven moeten zich reorganiseren en de EU moet hen een gunstige omgeving bieden die hen in staat stelt deze uitdaging tegemoet te treden. 

Met betrekking tot de interne markt herhaalt het EESC met klem dat de lidstaten zich moeten houden aan de regels van het acquis communautaire en de beginselen van de Verdragen. Wegnemen van belemmeringen en echte controle. De lidstaten moeten de politieke wil hebben om uit te voeren wat ze in Brussel hebben onderhandeld en de Commissie moet in staat zijn om over de departementen heen te werken en buiten de hokjes te denken, wat bijdraagt tot meer coherentie. Dat is wat we nodig hebben.

Het kan niet vaak genoeg herhaald worden.

En laten wij in dit verband vertrouwen op Brussel voor de resultaten van de concurrentietoetsen en gebruik maken van regionale industriële clusters op nationaal niveau. We hebben de instrumenten. Laten we ze dan ook gebruiken.

Verbetering van benchmarks en verslaggevingsverplichtingen op het gebied van financiële diensten en investeringsondersteuning

Document Type
AS