Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft belangrijke aanbevelingen gedaan voor het najaarspakket van het Europees Semester 2025 en dringt aan op strategische investeringen en nauwere samenwerking om de veerkracht en het concurrentievermogen van de EU te vergroten. 

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft belangrijke aanbevelingen gedaan voor het najaarspakket van het Europees Semester 2025 en dringt aan op strategische investeringen en nauwere samenwerking om de veerkracht en het concurrentievermogen van de EU te vergroten.

Het EESC heeft zijn aanbevelingen geformuleerd in een advies dat het tijdens zijn zitting van februari heeft goedgekeurd. Het legt daarin de nadruk op duurzaamheid, arbeidsmarkthervormingen en een betere afstemming tussen nationaal beleid en EU-beleid, en pleit tegelijkertijd voor een grotere betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld.

Het EESC betreurt het dat de jaarlijkse duurzamegroeianalyse – een cruciaal beleidsdocument – dit jaar niet is gepubliceerd. Het benadrukt dat de EU-instellingen zich moeten voorbereiden op geopolitieke risico’s die van invloed zijn op handel, inflatie en groei.

Het EESC steunt het initiatief om een kompas voor het concurrentievermogen te lanceren en roept op tot investeringen in de energie- en digitale sector, onder meer via een nog op te richten Europees Fonds voor strategische investeringen. Daarnaast pleit het voor een sterkere participatie van het maatschappelijk middenveld, een pragmatische beoordeling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF) en meer samenwerking tussen de lidstaten om het economisch beleid en de productiviteit te verbeteren. (tk)

Copyright: NATO

Met het oog op de toenemende veiligheidsdreigingen heeft Europa dringend behoefte aan een uniforme strategie voor defensiefinanciering. Op verzoek van het Poolse EU-voorzitterschap heeft het EESC een advies goedgekeurd waarin het oproept tot doortastende maatregelen: meer investeringen in moderne systemen, intensievere NAVO-samenwerking en meer financiering binnen het financieel kader van de EU.

Met het oog op de toenemende veiligheidsdreigingen heeft Europa dringend behoefte aan een uniforme strategie voor defensiefinanciering. Op verzoek van het Poolse EU-voorzitterschap heeft het EESC een advies goedgekeurd waarin het oproept tot doortastende maatregelen: meer investeringen in moderne systemen, intensievere NAVO-samenwerking en meer financiering binnen het financieel kader van de EU.

De risico’s voor de veiligheid van Europa nemen alsmaar toe en brengen de afhankelijkheid van externe defensieleveranciers aan het licht: 78 % van de 75 miljard EUR die de EU-landen in een jaar tijd hebben uitgegeven aan defensieopdrachten, ging naar leveranciers van buiten de EU. Het versterken van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) is van cruciaal belang om deze afhankelijkheid te verminderen.

Marcin Nowacki, rapporteur van het EESC-advies over Defensiefinanciering in de EU, licht toe: "De financieringsmechanismen van de EU op defensiegebied moeten worden herzien om de uitdagingen van deze tijd het hoofd te kunnen bieden. De bestaande begrotingsregels beperken de militaire uitgaven, en hoewel initiatieven zoals het Europees Defensiefonds (EDF) en de Europese Vredesfaciliteit (EPF) een stap vooruit betekenen, blijven ze ontoereikend om de huidige bedreigingen in volle omvang aan te pakken.

Samenwerking binnen de NAVO is essentieel voor interoperabiliteit en een uniforme strategie. Gezamenlijke aanbestedingen, cyber- en ruimtebeveiligingspartnerschappen en het IRIS2-satellietproject zullen de veerkracht vergroten. De defensiefinanciering moet in overeenstemming zijn met de bredere EU-prioriteiten en mag de sociale en milieudoelstellingen niet in gevaar brengen. Strategische investeringen, innovatie en langetermijnplanning zijn essentieel om de veiligheid en autonomie van Europa te waarborgen. (tk)

Het cohesiebeleid is van oudsher een pijler van de Europese integratie en bevordert de economische, sociale en geografische eenheid in de hele EU. Nu het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode na 2027 vorm krijgt, is het van essentieel belang het cohesiebeleid te moderniseren om de efficiëntie, duurzaamheid en het reactievermogen op nieuwe uitdagingen te vergroten.

Het cohesiebeleid is van oudsher een pijler van de Europese integratie en bevordert de economische, sociale en geografische eenheid in de hele EU. Nu het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode na 2027 vorm krijgt, is het van essentieel belang het cohesiebeleid te moderniseren om de efficiëntie, duurzaamheid en het reactievermogen op nieuwe uitdagingen te vergroten.

In zijn onlangs goedgekeurde advies Versterking van de resultaatgerichtheid van het cohesiebeleid na 2027 – uitdagingen, risico’s en kansen benadrukt het EESC de noodzaak van een resultaatgerichte aanpak om ervoor te zorgen dat het cohesiebeleid tastbare voordelen blijft opleveren en tegelijkertijd ongelijkheden vermindert en een duurzaam concurrentievermogen bevordert.

"Het cohesiebeleid moet het belangrijkste EU-instrument voor regionale ontwikkeling blijven. Bij een resultaatgerichte aanpak gaat het erom dat elke euro die wordt uitgegeven bijdraagt tot economisch en sociaal welzijn", aldus de rapporteur voor het advies, David Sventek.

Het MFK 2028+ moet grondig worden herzien om de regionale ontwikkeling, de groene en de digitale transitie en het economische concurrentievermogen te ondersteunen. Met een investeringsbehoefte van meer dan 750-800 miljard EUR per jaar is een sterke EU-financiering essentieel.

Het EESC zou graag zien dat de begrotingscapaciteit op 1,8 % van het bbp van de EU wordt gehandhaafd en dat de middelen voor het cohesiebeleid worden verhoogd. Tot de belangrijkste prioriteiten behoren gedeelde governance, regionaal beleid op maat, resultaatgerichte financiering en vereenvoudigde processen.

Een resultaatgerichte aanpak verhoogt de efficiëntie, maar vereist een betere uitvoering en monitoring. Door concurrentievermogen en sociale investeringen met elkaar in evenwicht te brengen, de technische ondersteuning te versterken en te zorgen voor transparantie zal het cohesiebeleid meer effect sorteren, de economische veerkracht bevorderen en de ongelijkheden in Europa verkleinen. (tk)

Toerisme is een motor voor de economie van de EU en heeft de potentie om het Europese concurrentievermogen te versterken. Het is tijd om de toeristische sector tegen het licht te houden en naast duurzaam toerisme ook regeneratief toerisme te stimuleren - zodat toeristische bestemmingen niet alleen levensvatbaar blijven maar ook floreren. 

Toerisme is een motor voor de economie van de EU en heeft de potentie om het Europese concurrentievermogen te versterken. Het is tijd om de toeristische sector tegen het licht te houden en naast duurzaam toerisme ook regeneratief toerisme te stimuleren - zodat toeristische bestemmingen niet alleen levensvatbaar blijven maar ook floreren.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dringt er bij de Europese Unie op aan de toeristische sector om te vormen met een nadruk op duurzaamheid en regeneratie en zodoende te zorgen voor langdurige economische en ecologische voordelen.

Toerisme blijft van cruciaal belang voor de EU-economie, met name in regio’s die sterk afhankelijk zijn van deze sector. Het EESC pleit in dit verband voor een versnelde transitie naar duurzaam toerisme en een verschuiving naar strategieën voor regeneratief toerisme, zoals uiteengezet in zijn advies Toerisme in de EU: duurzaamheid als motor voor het concurrentievermogen op lange termijn.

“We moeten ervoor zorgen dat toerisme een rol speelt bij het herstel van het Europese concurrentievermogen. Dit is van essentieel belang; in tal van lidstaten en regio’s draagt toerisme immers in belangrijke mate bij tot hun bbp en waardeketens” aldus de rapporteur voor het advies, Isabel Yglesias.

Mevrouw Yglesias zei dat het advies voortbouwt op de (tijdens het Spaanse voorzitterschap van de Raad in de tweede helft van 2023 aangenomen) Verklaring van Palma, die een brede consensus opleverde over de manier waarop ervoor kan worden gezorgd dat duurzaamheid centraal komt te staan in het toerisme van de toekomst.

Hiertoe moeten de Europese instellingen en de nationale, regionale en lokale overheden de sector actief ondersteunen bij de beoogde veranderingen, zorgen voor een voortdurende dialoog met alle relevante stakeholders en de sociale dialoog versterken.

Pogingen om toerisme duurzaam te maken waren er ook in het verleden al, maar de stijging in het reizen na de COVID-19-pandemie heeft veel populaire bestemmingen onder druk gezet. Hierdoor wordt het voor de regio’s moeilijker om economische groei en duurzame ontwikkeling in evenwicht te brengen, terwijl ze tegelijkertijd ook worstelen met personeelstekorten en een mismatch tussen beschikbare banen en de vaardigheden van werknemers.

Daarom pleit het EESC er ook voor om meer aandacht te besteden aan regeneratief toerisme en om dit soort toerisme op te nemen in de Europese strategie voor duurzaam toerisme die de Europese Commissie in de komende maanden zal presenteren.

In tegenstelling tot traditioneel duurzaam toerisme, dat zich richt op het verminderen van milieuschade, is regeneratief toerisme gericht op het herstellen en versterken van het natuurlijke, sociale en economische kapitaal. Deze vooruitstrevende aanpak huldigt de principes van de circulaire economie en beoogt een blijvende positieve impact op bestemmingen en lokale gemeenschappen. (ll)

Europese boeren worden geconfronteerd met steeds ernstigere crises, van extreme weersomstandigheden tot instabiele markten en oneerlijke concurrentie. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) waarschuwt dat het huidige EU-beleid boeren niet beschermt en pleit dan ook voor dringende hervormingen om de inkomens van landbouwers veilig te stellen, hun onderhandelingspositie te versterken en een duurzame landbouw te garanderen.

Europese boeren worden geconfronteerd met steeds ernstigere crises, van extreme weersomstandigheden tot instabiele markten en oneerlijke concurrentie. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) waarschuwt dat het huidige EU-beleid boeren niet beschermt en pleit dan ook voor dringende hervormingen om de inkomens van landbouwers veilig te stellen, hun onderhandelingspositie te versterken en een duurzame landbouw te garanderen.

In een op verzoek van het Poolse EU-voorzitterschap opgesteld advies pleit het EESC voor een veerkrachtiger landbouwsysteem waarin de boeren centraal staan.

“Het beroep van landbouwer is een nobel beroep met twee hoofddoelen: veilig voedsel van topkwaliteit produceren om de mensen te voeden en het milieu in stand te houden en te verbeteren. Het enige wat we ervoor terugvragen is een eerlijk loon voor een dag hard werken, respect en een eerlijke prijs voor het voedsel dat we leveren,” aldus Joe Healy, een van de drie rapporteurs voor het advies.

Volgens het EESC is het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) niet opgewassen tegen de huidige uitdagingen. Het beveelt dan ook aan boeren te ondersteunen met financiële instrumenten zoals publieke verzekeringen tegen natuurrampen, anticyclische steun en rechtstreekse betalingen. Onderlinge fondsen, die in sommige EU-lidstaten al worden gebruikt, zouden een extra vangnet kunnen bieden dat collectief wordt gefinancierd door boeren, de industrie, regionale overheden en de EU.

Met het oog op de herziening van het GLB na 2027 pleit het EESC ervoor om de GLB-begroting weer op een niveau van ten minste 0,5% van het bbp van de EU te brengen. Er zijn strengere handelsregels nodig om ervoor te zorgen dat geïmporteerde producten voldoen aan de milieu- en arbeidsnormen van de EU.

Een ander belangrijk punt van zorg is verkoop onder de kostprijs, een praktijk die boeren onder extreme financiële druk zet. Het EESC dringt er bij de EU-beleidsmakers op aan serieus na te denken over een verbod op aankopen onder de kostprijs om te voorkomen dat grote detailhandelaren boeren failliet laten gaan, en daarbij de Spaanse wetgeving inzake de voedselvoorzieningsketen als voorbeeld te nemen.

Om de transparantie en de marktmacht van boeren te verbeteren, stelt het EESC voor een digitaal EU-centrum op te richten om prijzen, kosten en winsten te monitoren. Ook pleit het voor collectieve prijsonderhandelingen en meer steun voor coöperaties en producentenorganisaties. De EU-landbouw heeft behoefte aan meer economische onafhankelijkheid en concurrentiekracht.

Hoewel klimaatdoelstellingen van essentieel belang zijn, kunnen boeren de kosten daarvan niet alleen dragen. Een duurzaamheidsfonds zou hen kunnen helpen om over te stappen op groenere praktijken. In het advies wordt ook gewaarschuwd voor het risico van koolstoflekkage, die kan optreden wanneer de strenge EU-regels lokale boeren benadelen ten opzichte van concurrenten buiten de EU.

Het EESC benadrukt het belang van investeringen in plattelandsontwikkeling, innovatie en eenvoudigere GLB-regels. Nu boeren steeds meer onder druk komen te staan, is de urgentie des te duidelijker: de EU-leiders moeten nu actie ondernemen om te voorkomen dat er nog meer landbouwbedrijven verdwijnen. (ks)

Door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

Het EESC moet van meet af aan worden betrokken bij de initiatieven van de Europese Commissie om het maatschappelijk middenveld een grotere rol te geven. Volgens de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties kan de aangekondigde studie van het EESC getiteld “In kaart brengen van de praktijken van de civiele dialoog in de EU-instellingen” een waardevolle bijdrage leveren.

Door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

Het EESC moet van meet af aan worden betrokken bij de initiatieven van de Europese Commissie om het maatschappelijk middenveld een grotere rol te geven. Volgens de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties kan de aangekondigde studie van het EESC getiteld “In kaart brengen van de praktijken van de civiele dialoog in de EU-instellingen” een waardevolle bijdrage leveren.

Naar aanleiding van de nieuwe beleidscyclus van de EU en de aankondiging in het werkprogramma van de Commissie van een EU-strategie om het maatschappelijk middenveld te ondersteunen, te beschermen en mondiger te maken (derde kwartaal 2025), heeft de groep Maatschappelijke Organisaties een conferentie gehouden om de belangrijkste acties voor de mandaatsperiode 2024-2029 onder de aandacht te brengen. Het evenement, dat op 3 maart plaatsvond, werd bijgewoond door zo’n 100 vertegenwoordigers van nationale en Europese maatschappelijke organisaties en burgers.

Séamus Boland, voorzitter van de groep Maatschappelijke Organisaties, zei dat het de rol van deze organisaties moet zijn ervoor te zorgen dat de beleidsvorming inspeelt op de behoeften van mensen. Hij herhaalde de oproep om het EESC te betrekken bij het door de Commissie geplande platform van het maatschappelijk middenveld.

“Het EESC, dat over veel ervaring beschikt en een interessant platform biedt, moet van meet af aan worden betrokken bij de initiatieven van de Europese Commissie om het maatschappelijk middenveld een grotere rol te geven. Het EESC moet deelnemen aan de governance en een essentiële rol spelen bij de oprichting van het platform voor het maatschappelijk middenveld”, aldus de heer Boland.

Hij stelde dat een gestructureerde, regelmatige, transparante en inclusieve civiele dialoog moet voortbouwen op bestaande structuren en alle relevante belanghebbenden moet samenbrengen. De Europese instellingen zouden dan ook een door het EESC gefaciliteerde werkgroep voor de civiele dialoog moeten oprichten.

“Een werkgroep voor de civiele dialoog zou een blauwdruk kunnen maken om een gunstiger klimaat te scheppen voor maatschappelijke organisaties in het beleidsvormingsproces”, zei de heer Boland.  Dit zou een eerste stap kunnen zijn in de richting van een meer gestructureerde civiele dialoog en de volgende vragen aan de orde kunnen stellen: wie wordt er geraadpleegd, over welke onderwerpen, volgens welke tijdschema's en met welke resultaten?

De voorgestelde werkgroep zou zich ook kunnen baseren op de komende studie van het EESC over reeds bestaande dialogen, getiteld "In kaart brengen van de praktijken van de civiele dialoog in de EU-instellingen".

Deze studie wordt in opdracht van het EESC uitgevoerd op verzoek van de groep Maatschappelijke Organisaties. De resultaten worden verwacht tegen juli 2025. In deze studie zullen de praktijken van de civiele dialoog binnen de EU-instellingen uitgebreid in kaart worden gebracht: welke procedures zijn er zoal om maatschappelijke organisaties te betrekken, en welke methodologie wordt daarbij gebruikt? Kennis over bestaande praktijken moet de werkzaamheden voor een meer gestructureerde civiele dialoog in de nieuwe wetgevingscyclus ondersteunen. Tijdens de conferentie werden de voorlopige bevindingen van de studie alvast gepresenteerd door Berta Mizsei van het Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS).

Ook werd tijdens de conferentie benadrukt dat de financiële gezondheid van maatschappelijke organisaties een voorwaarde is voor de dialoog en om beleidsmakers in contact te brengen met de behoeften van mensen. Hun financiële stabiliteit en onafhankelijkheid moeten gewaarborgd zijn.

De conclusies en aanbevelingen van de conferentie zijn beschikbaar op de website van het EESC.

door de groep Werknemers van het EESC

Defensie en sociale uitgaven moeten hand in hand gaan. Het verhogen van de defensie-uitgaven mag niet ten koste gaan van de welvaartsstaat. Een sterke welvaartsstaat blijft een belangrijk middel om te voorkomen dat extreemrechtse partijen autocratieën naar Russisch model in de EU oprichten.

door de groep Werknemers van het EESC

Defensie en sociale uitgaven moeten hand in hand gaan. Het verhogen van de defensie-uitgaven mag niet ten koste gaan van de welvaartsstaat. Een sterke welvaartsstaat blijft een belangrijk middel om te voorkomen dat extreemrechtse partijen autocratieën naar Russisch model in de EU oprichten.

Nu de oorlog in Oekraïne zijn vierde jaar ingaat, gaan er veel stemmen op om de defensie-uitgaven te verhogen, vooral na de politieke koerswijziging van de VS. De Europese landen kunnen niet langer rekenen op bescherming. Er zijn al veel taboes gesneuveld, niet alleen als het gaat om discussies over militaire kwesties op EU-niveau, maar ook als het gaat om hogere schulden.

Sommigen hebben het echter ook voorgesteld als een nulsomspel voor de welvaartsstaat, alsof de kracht van het Amerikaanse leger te wijten is aan het feit dat het land geen fatsoenlijk socialezekerheidsstelsel heeft, of alsof onze verzwakte legers het gevolg zijn van de kosten van onze pensioenen en sociale zekerheid.

Wij van de groep Werknemers willen twee zaken benadrukken:

  • Als het op defensie-uitgaven aankomt, is de EU als geheel de op één na grootste speler in de wereld. Hoewel in sommige gevallen gezamenlijke of extra uitgaven nodig kunnen zijn, is er echt behoefte aan coördinatie en gezamenlijke projecten om strategische autonomie te waarborgen. We moeten onszelf verdedigen en niet wereldwijd concurreren met de VS.
  • Een goed functionerende welvaartsstaat, naast maatregelen om armoede en ongelijkheid te bestrijden, is de beste manier om te voorkomen dat extreemrechts in veel lidstaten aan de macht komt. Deze extreemrechtse partijen, die in opmars zijn, hebben weinig op met democratie en staan openlijk vijandig tegenover de meeste van onze waarden. Ze willen de autocratie van het Kremlin in onze lidstaten nabootsen en als ze aan de macht komen, zullen ze een gecoördineerd defensiebeleid in de weg staan.

De lidstaten van de EU moeten inzien dat defensie en sociale investeringen elkaar versterken, waarbij het een het ander mogelijk maakt.

De EU staat op een cruciale tweesprong bij de ontwikkeling van AI. De markt voor generatieve AI wordt gedomineerd door Amerikaanse bedrijven, die 80 % van de wereldwijde private investeringen binnenhalen, en China is bezig aan een snelle opmars. Om in kaart te brengen wat Europa moet doen om concurrerend te blijven heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) in samenwerking met het Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS) een nieuwe studie gepubliceerd.

De EU staat op een cruciale tweesprong bij de ontwikkeling van AI. De markt voor generatieve AI wordt gedomineerd door Amerikaanse bedrijven, die 80 % van de wereldwijde private investeringen binnenhalen, en China is bezig aan een snelle opmars. Om in kaart te brengen wat Europa moet doen om concurrerend te blijven heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) in samenwerking met het Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS) een nieuwe studie gepubliceerd.

In de studie, die is opgesteld onder auspiciën van de afdeling Interne Markt, Productie en Consumptie (INT) van het EESC en regelmatig is besproken binnen de EESC-waarnemingspost Digitale Transitie en Eengemaakte Markt, wordt gekeken naar de belangrijkste kansen en uitdagingen en naar de beleidsmaatregelen die nodig zijn om het AI-landschap in Europa te verbeteren.

Belangrijkste aanbevelingen voor de EU:

  • Meer investeringen in AI en rekenkracht - Europa moet meer investeren in AI-infrastructuur om innovatie te stimuleren.
  • Focus op drie sectoren met veel potentie - AI kan de groei aandrijven in de auto-industrie, schone energie en het onderwijs.
  • Bevordering van opensource-AI - Door een impuls te geven aan opensourcemodellen zal AI toegankelijker worden en zal er meer concurrentie ontstaan.
  • Betere integratie van O&O-inspanningen in de hele EU.

Empowerment van het maatschappelijk middenveld bij de governance van AI
- In de studie wordt gewezen op het belang van maatschappelijke organisaties bij de vormgeving van het beleid en de governance op AI-gebied. Ter bevordering van de inclusiviteit en de invoering van ethische AI worden de volgende aanbevelingen gedaan in het rapport:

  • Programma’s ten behoeve van de geletterdheid op AI-gebied - Initiatieven op het gebied van scholing en sociale dialoog om werknemers en het publiek in brede zin mondiger te maken.
  • "Social by Design"-benadering - Ervoor zorgen dat de ontwikkeling van AI aansluit bij de behoeften van de samenleving en dat de mens centraal staat.
  • Meer financiering voor maatschappelijke organisaties - Ondersteuning van non-profitorganisaties die de kloof tussen AI-technologie en het inzicht in AI bij de bevolking overbruggen.
  • Ethische AI - Voorrang geven aan betrouwbare AI-systemen die aansluiten bij Europese waarden.

Het potentieel van het EESC op het gebied van AI-beleid benutten
- Het EESC bevindt zich in een goede positie om maatschappelijke organisaties op gestructureerde wijze bij het AI-beleid te betrekken. In de studie wordt aanbevolen om opensource-AI te promoten en ethische innovatie te bevorderen via openbare aanbestedingen en financieringsregelingen, waarbij het EESC als centraal punt voor de samenwerking met maatschappelijke organisaties en opensourcegemeenschappen fungeert en het bewustzijn over de impact van AI op de samenleving vergroot.

De studie introduceert ook een gemeenschappelijk glossarium op AI-gebied opdat beleidsmakers, ontwikkelaars en gebruikers dankzij een gemeenschappelijk taalgebruik goed met elkaar kunnen communiceren. Dit is van cruciaal belang voor een verantwoorde ontwikkeling, governance en toepassing van AI in alle sectoren.

De studie zal worden toegezonden aan belangrijke EU-instellingen en naar verwachting worden meegenomen in toekomstig AI-beleid. Het volledige rapport is hier te lezen. (vk)

Tijdens het EESC-forum op hoog niveau over vrouwenrechten bespraken de prominente deelnemers dringende kwesties rond vrouwenrechten. Ook werden de belangrijkste prioriteiten geformuleerd in de aanloop naar de komende zitting van de VN-commissie inzake de status van de vrouw

Tijdens het EESC-forum op hoog niveau over vrouwenrechten bespraken de prominente deelnemers dringende kwesties rond vrouwenrechten. Ook werden de belangrijkste prioriteiten geformuleerd in de aanloop naar de komende zitting van de VN-commissie inzake de status van de vrouw

De boodschap van het EESC-forum op hoog niveau over vrouwenrechten was duidelijk: er is vooruitgang geboekt, maar niet genoeg. Hoewel de EU stappen heeft ondernomen om vrouwen en meisjes te beschermen, worden de hard bevochten verworvenheden in Europa nog steeds bedreigd door structurele vormen van ongelijkheid, genderstereotypen en doordat vrouwenrechten op veel plaatsen worden teruggeschroefd. Zolang er structurele barrières blijven bestaan, kunnen vrouwen niet volledig deelnemen aan de samenleving.

Het forum op hoog niveau, dat op 26 februari plaatsvond als onderdeel van de EESC-zitting, werd bijgewoond door Sif Holst, voorzitter van de ad-hocgroep Gelijkheid van het EESC, EESC-voorzitter Oliver Röpke, Hadja Lahbib, Europees commissaris voor Gelijkheid, Paraatheid en Crisisbeheer, Carlien Scheele, directeur Europees Instituut voor gendergelijkheid, Florence Raes, directeur van het Brusselse kantoor van UN Women, Ayşe Yürekli, vertegenwoordiger EU bij Kagider, Turkse vereniging voor vrouwelijke ondernemers, Mary Collins, secretaris-generaal Europese Vrouwenlobby en Cianán Russell, senior beleidsmedewerker bij ILGA Europe.

In twee dynamische discussierondes werden urgente kwesties op het gebied van gendergelijkheid besproken, waarover het EESC tijdens de zitting adviezen heeft uitgebracht. Deskundigen, belanghebbenden en beleidsmakers konden van gedachten wisselen, oplossingen aandragen en hun inzet voor de bevordering van vrouwenrechten in Europa en daarbuiten kracht bijzetten.

De eerste paneldiscussie was gewijd aan de komende 69e zitting van de VN-commissie inzake de positie van de vrouw (UNCSW69), de tweede aan geweld tegen vrouwen en meisjes als mensenrechtenkwestie. Na afloop van het forum werden tijdens de zitting twee adviezen over deze kwesties goedgekeurd: EESC-bijdrage aan de EU-prioriteiten voor de UNCSW69 en Geweld tegen vrouwen als mensenrechtenkwestie. (lm)

Op tal van plaatsen in Europa en Amerika zijn maatschappelijke organisaties onder vuur komen te liggen. De EU moet nu actie ondernemen om hen te verdedigen en de democratie te vrijwaren. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft in een plenair debat op de Internationale Dag van ngo’s duidelijk gesteld dat maatschappelijke organisaties onmisbaar zijn voor het verdedigen van de democratie. Nu de geldkraan steeds verder wordt dichtgedraaid en hun voortbestaan op het spel staat, moet de EU onmiddellijk actie ondernemen om hen te beschermen en te steunen.

Op tal van plaatsen in Europa en Amerika zijn maatschappelijke organisaties onder vuur komen te liggen. De EU moet nu actie ondernemen om hen te verdedigen en de democratie te vrijwaren. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft in een plenair debat op de Internationale Dag van ngo’s duidelijk gesteld dat maatschappelijke organisaties onmisbaar zijn voor het verdedigen van de democratie. Nu de geldkraan steeds verder wordt dichtgedraaid en hun voortbestaan op het spel staat, moet de EU onmiddellijk actie ondernemen om hen te beschermen en te steunen.

Op 27 februari jl. heeft het EESC een debat gehouden over het thema “De EU en het maatschappelijk middenveld: versterking van democratie en participatie”. Dit bood vertegenwoordigers en deskundigen van maatschappelijke organisaties en leden van het Europees Parlement de kans om de rol van de maatschappelijke organisaties op dit cruciale gebied te bespreken en te evalueren.

Europarlementariër Raquel García Hermida-van der Walle (Renew Europe) wees erop dat maatschappelijke organisaties vaak bijdragen aan de nodige checks-and-balances. Maatschappelijke organisaties zorgen ook voor verschillende methoden van sociale interactie en kunnen daarmee diensten verlenen die door de overheid niet altijd worden geleverd. Als gevolg hiervan kunnen maatschappelijke organisaties soms politiek lastig zijn voor overheden en komen ze dikwijls als eerste onder vuur te liggen.

Nicholas Aiossa, directeur van Transparency International Europe, zei: “Er is een bewuste politieke campagne in het Europees Parlement gaande om maatschappelijke organisaties in diskrediet te brengen, de financiering ervan te beperken en hun rol en functie te verstoren. En dat terwijl er geen bewijs van financiële onregelmatigheden is gevonden.”

In januari werden ngo’s die actief zijn op het gebied van milieu en klimaat er door de centrumrechtse Europese Volkspartij (EVP) in het Europees Parlement (EP) van beschuldigd dat ze door de Europese Commissie worden gefinancierd om te lobbyen bij het EP, andere EU-instellingen en Europarlementariërs. Dit heeft tot grote verontwaardiging onder Europese maatschappelijke organisaties geleid.

Kritiek op maatschappelijke organisaties is van alle tijden, maar de recente aanvallen worden in de hand gewerkt door nepnieuws en misinformatie. Brikena Xhomaqi, covoorzitter van de Verbindingsgroep van het EESC, betoogde dat de huidige situatie een wake-upcall voor alle maatschappelijke organisaties is om de handen ineen te slaan en verandering teweeg te brengen. “Mensen moeten beseffen dat de meeste maatschappelijke organisaties afhankelijk zijn van vrijwilligerswerk, zodat we geen belastinggeld verspillen.”

De deelnemers riepen de Europese Commissie ook op om zich krachtiger over dit onderwerp uit te spreken en opperden een aantal manieren om de rol van maatschappelijke organisaties te versterken.

Mevrouw García Hermida-Van Der Walle zei dat ze erop zal aandringen dat de rol van maatschappelijke organisaties in het verslag over de rechtsstaat meer erkend en versterkt wordt en dat het conditionaliteitsmechanisme als een randvoorwaarde wordt gesteld.

EP-lid Michał Wawrykiewicz (EVP) zei het als zijn taak te zien om het bewustzijn over deze fundamentele onderwerpen binnen zijn fractie te vergroten. Ook bracht hij naar voren dat besluitvormers erop moet worden gewezen dat maatschappelijke organisaties en ngo’s actief zijn in het veld en cruciale diensten verlenen die het leven van mensen direct beïnvloeden.

EESC-voorzitter Oliver Röpke onderschreef de standpunten van de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties: “We moeten ons verzetten tegen pogingen om deze organisaties te delegitimeren of om hun toegang tot middelen die essentieel zijn voor democratische participatie te beperken. Gezien het inperken van de financiering en de toenemende politieke druk moet ervoor gezorgd worden dat maatschappelijke organisaties kunnen rekenen op krachtigere steun, zodat ze hun belangrijke werk kunnen voortzetten.” (at)