De Europese Commissie heeft voorgesteld om, op de weg naar klimaatneutraliteit tegen 2050, de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90 % te verminderen. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft ingestemd met deze doelstelling tijdens zijn zitting van mei, aangezien deze streefcijfers stroken met de wetenschappelijke aanbevelingen om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius.

De Europese Commissie heeft voorgesteld om, op de weg naar klimaatneutraliteit tegen 2050, de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90 % te verminderen. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft ingestemd met deze doelstelling tijdens zijn zitting van mei, waarbij het benadrukte dat deze streefcijfers stroken met de wetenschappelijke aanbevelingen om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. 

Het EESC benadrukt dat een billijke bijdrage moet worden geleverd aan de wereldwijde klimaatinspanningen maar dat tegelijkertijd het concurrentievermogen van de Europese industrie tijdens de transitie naar een koolstofarme economie moet worden gewaarborgd. Teppo Säkkinen, rapporteur voor het advies over de Klimaatdoelstelling van de EU voor 2040, benadrukt dat er tegen 2040 een koolstofvrij elektriciteitssysteem moet zijn om industrie, vervoer en gebouwen koolstofvrij te maken, en pleit voor daadwerkelijke emissiereducties door geleidelijk af te stappen van fossiele brandstoffen. 

Gelet op de risico’s van bosbranden en plagen waarschuwt het EESC voor een te grote afhankelijkheid van koolstofverwijdering en pleit het voor een aanpak waarbij emissiereducties en koolstofverwijdering in evenwicht zijn. De volgende fase van het klimaatbeleid van de EU moet gericht zijn op investeringen, het creëren van een robuuste economie, het vergroten van de energiezekerheid en het scheppen van hoogwaardige banen. De verwezenlijking van een emissiereductie van 55 % tegen 2030 en de uitvoering van de “Fit for 55”-wetgeving zijn in dit verband van cruciaal belang. 

Het EESC vindt dat de elektriciteitsproductie tegen 2040 koolstofvrij moet zijn en dat daarna ook verwarming en koeling koolstofvrij moeten worden gemaakt. Schone en betaalbare energie is essentieel voor het koolstofvrij maken van industrie, gebouwen en vervoer. 

Het EESC stelt voor om in dialoog met de landbouwers en andere belanghebbenden een emissiereductiedoelstelling voor de agrovoedingssector vast te stellen, waarbij de Europese voedselzekerheid moet worden gewaarborgd en rekening moet worden gehouden met de uiteenlopende natuurlijke omstandigheden in de EU. 

Publieke steun en betrokkenheid van belanghebbenden zijn van cruciaal belang om de doelstelling voor 2040 te halen. Het EESC dringt er daarom op aan een brede dialoog te voeren, onder meer met de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en de burgers, om hen te betrekken bij de vaststelling van doelstellingen en de beleidsontwikkeling. 

Het EESC dringt erop aan om bij de voorbereiding van het wetgevingsvoorstel inzake de klimaatdoelstelling voor 2040 te voorzien in een uitvoerige concurrentievermogenstest ten aanzien van andere grote economieën, om het mondiale concurrentievermogen en de industriële basis van Europa in stand te houden en tegelijkertijd de hoge milieu- en sociale normen veilig te stellen. (ks)

Het EESC heeft tijdens zijn meizitting twee adviezen goedgekeurd waarin het onderstreept dat het cohesiebeleid – het belangrijkste EU-financieringsinstrument voor regionale ontwikkeling – een cruciale rol speelt bij toekomstige uitbreidingen. Ook pleit het er onder meer voor om in de toetredingsverdragen instrumenten op te nemen om ervoor te zorgen dat ook na de toetreding aan de regels wordt voldaan en dat eventuele problemen, bijvoorbeeld in verband met emigratie of de rechtsstaat, kunnen worden aangepakt.

Het EESC heeft tijdens zijn meizitting twee adviezen goedgekeurd waarin het onderstreept dat het cohesiebeleid – het belangrijkste EU-financieringsinstrument voor regionale ontwikkeling – een cruciale rol speelt bij toekomstige uitbreidingen. Ook pleit het er onder meer voor om in de toetredingsverdragen instrumenten op te nemen om ervoor te zorgen dat ook na de toetreding aan de regels wordt voldaan en dat eventuele problemen, bijvoorbeeld in verband met emigratie of de rechtsstaat, kunnen worden aangepakt. 

In zijn nieuwe reeks aanbevelingen beklemtoont het EESC dat betrokkenheid en empowerment van maatschappelijke organisaties belangrijke voorwaarden zijn voor een doeltreffend gebruik van de cohesiefondsen. Het succes van het cohesiebeleid wordt niet alleen gemeten aan de hand van economische investeringen maar ook van territoriale en sociale resultaten. De versterking van de capaciteit van het openbaar bestuur is cruciaal voor de verwezenlijking van cohesie. 

Tijdens het plenaire debat met Elisa Ferreira, commissaris voor Cohesie en Hervormingen, en Vasco Alves Cordeiro, voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s (CvdR), werd het belang van pretoetredingssteun en de versterking van de positie van maatschappelijke organisaties belicht. 

EESC-voorzitter Oliver Röpke en andere sprekers wezen erop dat een krachtig cohesiebeleid nodig is om de uitdagingen in verband met de uitbreiding van de EU aan te gaan en versnippering te voorkomen. Steun op maat van de kandidaat-regio’s is van essentieel belang met het oog op vrede en welvaart. Voorts werd met name aanbevolen het onderwijs te versterken, de maatschappelijke organisaties een stem te geven en speciale mechanismen in te zetten voor landen als Oekraïne. 

Ook werd erop gewezen dat de uitbreiding in het algemeen gevolgen zal hebben voor de huidige lidstaten en dat voor bepaalde regio’s extra middelen nodig zullen zijn. In het negende cohesieverslag wordt ervoor gepleit om de nieuwe uitdagingen aan te pakken door in kleine en middelgrote ondernemingen te investeren, lokale besturen te versterken en maatregelen te nemen om mensen een eerlijke kans op een baan te geven. Een dynamisch cohesiebeleid is van vitaal belang voor de ontsluiting van het economisch potentieel van de EU en een doeltreffende integratie van de nieuwe lidstaten.

Nucleaire geneeskunde en de levering van radio-isotopen moeten een topprioriteit zijn voor de Europese Unie als we alle patiënten in Europa gelijke toegang tot kankerbehandelingen willen garanderen. 

 

Nucleaire geneeskunde en de levering van radio-isotopen moeten een topprioriteit zijn voor de Europese Unie als we alle patiënten in Europa gelijke toegang tot kankerbehandelingen willen garanderen. 

De EU en de lidstaten moeten ervoor zorgen dat er financiering beschikbaar is voor medisch-radiologische en nucleaire technologieën. Tegelijkertijd moeten zij nauwer samenwerken om belemmeringen in de regelgeving wat betreft de levering van radio-isotopen weg te nemen. Voorts moeten zij hun afhankelijkheid van derde landen voor grondstoffen verminderen. 

Met dit doel voor ogen heeft het EESC in zijn tijdens de zitting van mei goedgekeurde advies Europees kankerbestrijdingsplan: Drijvende krachten achter de voorzieningszekerheid van medische radio-isotopen benadrukt dat alles in het werk moet worden gesteld om kanker te bestrijden. 

De rapporteurs Alena Mastantuono en Philippe Charry waren beiden stellig van mening dat we doortastende politieke besluiten moeten nemen en een degelijke regelgeving moeten hebben. Dat is de enige manier om de levering van radio-isotopen in Europa werkelijk veilig te stellen en aan de toenemende vraag van patiënten te voldoen. 

Elk jaar profiteren bijna tien miljoen Europese patiënten van nucleaire medische beeldvorming voor pathologische diagnoses van vormen van kanker en hartaandoeningen. Radiologische en nucleaire technologieën waarbij gebruik wordt gemaakt van radio-isotopen zijn essentieel in de strijd tegen kanker in alle stadia van de zorg: bij vroegtijdige opsporing, diagnose, behandeling en palliatieve zorg. (mp)

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers in het Europees Economisch en Sociaal Comité 

Nu het stof van de Europese verkiezingen is neergedaald, is het duidelijk dat we een periode van hevige turbulentie tegemoet gaan. De winst van de Conservatieven heeft de extreemrechtse aardverschuiving tegengehouden. Maar hoewel centrumrechts zijn positie heeft behouden, kunnen we niet negeren dat het extreemrechtse kamp krachtiger zal zijn in het nieuwe Europees Parlement, waardoor stemmingen over belangrijke kwesties ingewikkelder worden. We hebben daar al een glimp van kunnen opvangen toen de EVP-fractie er vorig jaar net niet in slaagde een rechtse blokkerende meerderheid te vormen om een natuurherstelwet tegen te houden. Ook moeten we zeer nauwlettend volgen wat er in Frankrijk gebeurt. Een overwinning van de extreemrechtse coalitie bij de nationale verkiezingen zou de EU op haar grondvesten kunnen doen schudden.

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers in het Europees Economisch en Sociaal Comité 

Nu het stof van de Europese verkiezingen is neergedaald, is het duidelijk dat we een periode van hevige turbulentie tegemoet gaan. De winst van de Conservatieven heeft de extreemrechtse aardverschuiving tegengehouden. Maar hoewel centrumrechts zijn positie heeft behouden, kunnen we niet negeren dat het extreemrechtse kamp krachtiger zal zijn in het nieuwe Europees Parlement, waardoor stemmingen over belangrijke kwesties ingewikkelder worden. We hebben daar al een glimp van kunnen opvangen toen de EVP-fractie er vorig jaar net niet in slaagde een rechtse blokkerende meerderheid te vormen om een natuurherstelwet tegen te houden. 

Het bedrijfsleven is vooral bezorgd over de vooruitgang op het gebied van industriebeleid en economische zekerheid, met name wat betreft technologie, kritieke grondstoffen, halfgeleiders, elektrische voertuigen, economische veerkracht en algemeen concurrentievermogen. Het is van cruciaal belang om de eengemaakte markt te versterken en particuliere investeringen te stimuleren door middel van een echte kapitaalmarktenunie. Zal het nieuwe Parlement zijn opgewassen tegen deze taak? 

We hebben geen andere keuze dan te concurreren met wereldmachten als China en de Verenigde Staten. 

In 2008 hadden de eurozone en de VS een gelijkwaardig bruto binnenlands product (bbp) in lopende prijzen van respectievelijk 14,2 biljoen en 14,8 biljoen USD (13,1 biljoen en 13,6 biljoen EUR). Vijftien jaar later bedraagt het bbp van de eurozone iets meer dan 15 biljoen USD, terwijl dat van de VS tot 26,9 biljoen USD is gestegen. Als de vijf grootste Europese economieën — Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje — de Amerikaanse productiviteitsgroei tussen 1997 en 2022 hadden geëvenaard, zou hun bbp per hoofd van de bevolking gemiddeld bijna 13 000 USD (12 000 EUR) hoger zijn in termen van koopkrachtpariteit. Dit zijn veelzeggende cijfers. 

Jarenlang, toen de EU een positieve handelsbalans vertoonde, beseften velen niet dat ons concurrentievermogen gevaar liep. We vertrouwden op het mondiale gelijke speelveld en op de op regels gebaseerde internationale orde, waarbij we ervan uitgingen dat anderen hetzelfde zouden doen. Maar nu verandert de wereld in rap tempo en moet de EU snel reageren op alle wake-upcalls die zij tot dusver heeft genegeerd. Het is te hopen dat dit Parlement zijn taak zal vervullen en zich niet alleen zal bezighouden met partijpolitiek.

Door de groep Maatschappelijke Organisaties

Gezondheidswerkers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties roepen beleidsmakers op een "gezondheidstoets" in te voeren voor al het toekomstige beleid. In de nieuwe zittingsperiode moet het “recht op gezondheid” hoog op de agenda van de EU en de lidstaten blijven staan, zoals de Europese burgers tijdens de Conferentie over de toekomst van Europa hebben gevraagd.

Door de groep Maatschappelijke Organisaties

Gezondheidswerkers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties roepen beleidsmakers op een "gezondheidstoets" in te voeren voor al het toekomstige beleid. In de nieuwe zittingsperiode moet het “recht op gezondheid” hoog op de agenda van de EU en de lidstaten blijven staan, zoals de Europese burgers tijdens de Conferentie over de toekomst van Europa hebben gevraagd. 

Nationale en Europese maatregelen op het gebied van gezondheidszorg moeten beter worden gecoördineerd en geharmoniseerd. Op die manier wordt gebouwd aan een duurzamere en crisisbestendige gezondheidszorgsector die iedereen gelijke toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg garandeert. 

Investeringen, preventie, technologische innovatie en gezondheidseducatie vanaf jonge leeftijd moeten hierin een belangrijke rol spelen, zo klonk het tijdens de conferentie over de toestand van de gezondheidszorg in de EU op 4 juni in Luik. De conferentie werd georganiseerd door de groep Maatschappelijke organisaties van het EESC, samen met de twee ziekenhuizen CHU Liège en Hôpital de la Citadelle, in het kader van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU. 

“In de volgende zittingsperiode (2024-2029) moet gezondheid een belangrijke strategische prioriteit blijven voor de nieuwe Europese Commissie, het nieuwe Europees Parlement en de Raad,” aldus Séamus Boland, voorzitter van de Groep Maatschappelijke organisaties. De Europese instellingen moeten kiezen voor een “één gezondheid”-benadering die de onderlinge verbanden tussen gezondheidsbeleid en demografische, digitale en milieuveranderingen, economische zekerheid en industrieel beleid bevordert. 

Boland benadrukte dat gezondheidsbeleid alleen effectief kan zijn in combinatie met laagdrempelige, adequate en kwalitatief hoogstaande sociale diensten, sociale beleidsmaatregelen en voldoende beschikbaarheid van goed opgeleidegezondheidswerkers. Hij herhaalde dat maatschappelijke organisaties, zoals patiëntenverenigingen, direct betrokken moeten worden bij de zorgverlening en verantwoordelijkheid moeten dragen: “Alleen dankzij een transparante, regelmatige en gestructureerde dialoog met maatschappelijke organisaties vinden Europese gezondheidsinitiatieven en -programma’s ingang en kennen ze succes. Maatschappelijke organisaties hebben duurzame en voorspelbare financiering nodig om hun werk te kunnen doen.” 

Tijdens de conferentie werden fundamentele aspecten van een versterkte Europese gezondheidsunie besproken: 

  • de inzet voor “One Health” (één gezondheid); 
  • digitale innovaties en de gevolgen daarvan voor de gezondheid; 
  • inzetten op houdbare en toekomstbestendige gezondheidszorgstelsels door middel van sociale investeringen, en
  • de wereldwijde strijd tegen ongelijkheden in de gezondheidszorg vanuit het oogpunt van Europese solidariteit: het voorbeeld van zeldzame ziekten. 

De conclusies en aanbevelingen van de conferentie zullen op de webpagina van het evenement worden gepubliceerd. 

Meer over de conferentie in ons perscommuniqué.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft zich tijdens zijn zitting van mei gebogen over de lessen die kunnen worden getrokken uit de uitbreiding van de EU in 2004. Vanwege de huidige geopolitieke en veiligheidssituatie is verdere uitbreiding van de EU meer dan ooit een dringende noodzaak.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft zich tijdens zijn zitting van mei gebogen over de lessen die kunnen worden getrokken uit de uitbreiding van de EU in 2004. Vanwege de huidige geopolitieke en veiligheidssituatie is verdere uitbreiding van de EU meer dan ooit een dringende noodzaak. 

Tijdens een debat over de grote uitbreiding in 2004 verwelkomde het EESC sprekers die destijds een belangrijke rol hebben gespeeld in het onderhandelingsproces, waaronder Jarosław Pietras, voormalig Pools staatssecretaris voor toetreding tot de EU, László Andor, secretaris-generaal van de Stichting voor Europese Progressieve Studies (FEPS), uit Hongarije, en Štefan Füle, voormalig Europees commissaris voor Uitbreiding, uit Tsjechië. 

Volgens de deelnemers aan het debat moet de EU — die pas recent weer belangstelling toont in verdere uitbreiding — een duidelijke routekaart voor de toetreding van de kandidaat-lidstaten opstellen. Als zij te lang in de wachtkamer worden gehouden, kan het uitbreidingsproces zijn geloofwaardigheid verliezen. 

EESC-voorzitter Oliver Röpke: “2004-2024 markeert niet alleen een belangrijke mijlpaal, maar toont ook het succes van het EU-uitbreidingsproces aan, met meer landen die willen toetreden.” 

De heer Pietras zei: “De uitbreiding is een transformatieproces dat in twee richtingen werkt, met niet alleen voordelen voor de kandidaat-lidstaten, maar ook voor de EU-lidstaten”. 

De heer Füle, die nu voorzitter is van de taskforce EU-uitbreiding van het European Policy Centre, benadrukte dat “zowel de kandidaat-lidstaten als de EU-lidstaten op de nieuwe uitbreidingsgolf moeten worden voorbereid”. 

Volgens Dr. Tinatin Akhvlediani, onderzoeksmedewerker bij de eenheid Buitenlands beleid van de EU van het Centrum voor Europese Beleidsstudies, wogen economische aspecten het zwaarst door bij de uitbreiding van 2004, aangezien de kandidaat-lidstaten destijds in een slechte financiële situatie verkeerden. Anno 2024 is veiligheid de belangrijkste reden voor uitbreiding. 

Volgens de heer Andor was de rechtsstaat de achilleshiel van de uitbreiding van 2004, waarbij de EU naliet de juiste instrumenten in het leven te roepen ter waarborging ervan. Dit heeft geleid tot de recente invoering van conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat. 

In september zal het EESC een Uitbreidingstop van het maatschappelijk middenveld houden, waarbij alle kandidaat-leden worden uitgenodigd om voor het eerst aan een plenaire vergadering van het Comité deel te nemen.

Nu het aantal kankergevallen en kankergerelateerde overlijdens in de EU alarmerend toeneemt, pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor de broodnodige preventieve maatregelen, daar ongeveer 40 % van de kankergevallen als vermijdbaar wordt beschouwd.

Nu het aantal kankergevallen en kankergerelateerde overlijdens in de EU alarmerend toeneemt, pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor de broodnodige preventieve maatregelen, daar ongeveer 40 % van de kankergevallen als vermijdbaar wordt beschouwd. 

In een advies dat tijdens zijn plenaire zitting van mei is aangenomen, verwelkomt het EESC het voorstel van de Europese Commissie voor een aanbeveling van de Raad over vormen van kanker die door vaccinatie kunnen worden voorkomen. Dit initiatief volgt op het eerder gepresenteerde kankerbestrijdingsplan van de EU. 

In het advies wordt vooral ingegaan op vaccinatie tegen humaan papillomavirussen (HPV) en hepatitis B (HBV), omdat diverse soorten kanker die door deze virussen worden veroorzaakt, via vaccinatie kunnen worden vermeden. 

Het EESC benadrukt de noodzaak van goede voorlichting, educatie en communicatie om de doelgroepen aan te moedigen zich te laten vaccineren. Ook wijst het op de belangrijke rol die huisartsen, schooldokters en maatschappelijke organisaties hierbij spelen. 

Milena Angelova, rapporteur voor het advies over Vormen van kanker die door vaccinatie kunnen worden voorkomen, zei: “We moeten stigma en misvattingen rond vaccins aanpakken. Zo wordt ten onrechte wel gedacht dat de vaccins in kwestie alleen voor meisjes bedoeld zijn. Dit klopt dus niet. Om de virussen in kwestie (HPV, HBV) uit te roeien, moeten we ook jongens en hun ouders erbij betrekken.” Vaccins moeten voor iedereen toegankelijk zijn. 

Het is uiterst belangrijk om de heersende scepsis tegen te gaan, aldus corapporteur Sára Felszeghi. De bestrijding van misinformatie en desinformatie is essentieel als men mensen wil aanmoedigen zich te laten vaccineren. 

Het EESC roept op tot een brede benadering van kankerbestrijding, met een goed functionerend en geïntegreerd systeem van alle vormen van preventie, waaronder primaire preventie (vaccinatie, gezonde levensstijl), secundaire preventie (screening) en tertiaire preventie (zorg en herstel). 

Mevrouw Angelova wees er nog eens op dat “de lidstaten meer moeten coördineren en beste praktijken moeten uitwisselen” om kanker veel efficiënter te bestrijden en de vaccinatiegraad in de hele EU te verhogen. Het is van het grootste belang dat kankerpreventie als een politieke prioriteit wordt beschouwd. (sg)

Nu haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven in een angstaanjagend tempo toenemen, bundelen maatschappelijke organisaties, burgers en instellingen hun krachten en voeren ze de strijd op tegen alle vormen van haat om duidelijk te maken dat er in de EU geen plaats is voor haat.

Nu haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven in een angstaanjagend tempo toenemen, bundelen maatschappelijke organisaties, burgers en instellingen hun krachten en voeren ze de strijd op tegen alle vormen van haat om duidelijk te maken dat er in de EU geen plaats is voor haat. 

Het EESC sluit zich aan bij de inspanningen van de EU om haat in de EU te beteugelen. Die neemt in alarmerend tempo toe, waarbij groepen en individuen steeds vaker het doelwit zijn vanwege hun geloof, ras of etnische afkomst, geslacht, seksuele geaardheid of politieke overtuiging. 

Het EESC wil samen met burgers en instellingen meer doen om haat zowel on- als offline te bestrijden, aldus het EESC bij een debat op hoog niveau tijdens zijn zitting van mei, waar zijn advies Geen plaats voor haat: een verenigd Europa tegen haat is goedgekeurd. Hierin worden alle vormen van haat aan de kaak gesteld en de Mededeling van de Europese Commissie over hetzelfde onderwerp verwelkomd. 

“Het is de verantwoordelijkheid van ons allemaal om haat te bestrijden”, aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke, waarmee hij het debat tijdens de EESC-zitting inluidde. Om dit doeltreffend aan te pakken, moeten we allemaal samenwerken: politici, het maatschappelijk middenveld en burgers. Alleen samen en in dialoog kunnen we de toenemende vijandigheid in onze samenleving, die een echte bedreiging voor onze democratie vormt, overwinnen en bestrijden.”

Het debat bracht topambtenaren van de Europese Commissie en de Belgische regering en vertegenwoordigers van burgers en maatschappelijke organisaties (waaronder ILGA-Europe en het Europees netwerk tegen racisme (ENAR)) bijeen, die de toename van haat en geweld benadrukten. 

Recente aanvallen op politici hebben diepe verdeeldheid binnen de Europese samenleving aan het licht gebracht. Uit cijfers blijkt dat de anti-moslim- en antisemitische boodschappen in 2023 zijn verdubbeld. Doelwit zijn doorgaans LGBTQIA +, mensen van Afrikaanse afkomst en migranten. Ook vrouwenhaat loopt hoog op. Uit een recente analyse van onlineberichten in de EU blijkt dat de haattoxiciteit sinds begin 2023 met 30 % is toegenomen. 

De Mededeling van de Commissie: Geen plaats voor haat: Een verenigd Europa tegen haat is een oproep om op te staan tegen haat en zich uit te spreken voor tolerantie en respect. 

“De waarden in het EU-Verdrag verbieden duidelijk haatmisdrijven en haatzaaiende uitingen. Helaas moeten we vaststellen dat beide de laatste tijd zijn toegenomen”, aldus Dubravka Šuica, vicevoorzitter van de Commissie voor Democratie en Demografie.

In zijn advies roept het EESC de EU op tot een alomvattende aanpak van de bestrijding van haat op basis van beschermde menselijke kenmerken, en om “de bestrijding van alle soorten haat” op dezelfde manier te benaderen. (ll)

In dit nummer: 

  • Nee tegen de uitbuiting van stagiairs - door Nicoletta Merlo 
  • EU-jongeren in de kijker: de jeugdtest, een baanbrekend EESC-initiatief, komt op stoom 
  • Hoe het Rassemblement National in Frankrijk munt slaat uit de jongerenstem - door Christophe Préault, Touteleurope.eu
  • Hoe blijven we in contact met de TikTok-generatie? - door Rieke Smit, Social News Daily/#UseTheNews 
     

Koolstofarme en hernieuwbare brandstoffen

Document Type
AS