Sociale economie/Bestrijding van armoede en sociale uitsluiting

Document Type
AS

Nieuwe Europese strategie voor de interne markt

Document Type
AS

Herziening van de richtlijn betalingsachterstand

Document Type
AS

Corruptie bij overheidsopdrachten/interne markt

Document Type
AS

Door onderzoekscoördinator Lorenza Campagnolo en de CMCC-werkgroep die bij deze studie was betrokken

Het onderzoek naar de kosten van klimaatverandering voor huishoudens en gezinnen in de EU was een uitgelezen kans om na te gaan in welke mate de kosten van aanpassingsmaatregelen, mitigatiebeleid en de gevolgen van de klimaatverandering de huishoudens in de EU treffen. Daarbij werd rekening gehouden met de regio waar de huishoudens zich bevinden en met sociaaleconomische omstandigheden. Volgens de studie is er een lacune op dit onderzoeksterrein, omdat er geen brede evaluatie heeft plaatsgevonden van de kosten van klimaatverandering die specifiek op Europese huishoudens is gericht.

Door onderzoekscoördinator Lorenza Campagnolo en de CMCC-werkgroep die bij deze studie was betrokken

Het onderzoek naar de kosten van klimaatverandering voor huishoudens en gezinnen in de EU was een uitgelezen kans om na te gaan in welke mate de kosten van aanpassingsmaatregelen, mitigatiebeleid en de gevolgen van de klimaatverandering de huishoudens in de EU treffen. Daarbij werd rekening gehouden met de regio waar de huishoudens zich bevinden en met sociaaleconomische omstandigheden. Volgens de studie is er een lacune op dit onderzoeksterrein, omdat er geen brede evaluatie heeft plaatsgevonden van de kosten van klimaatverandering die specifiek op Europese huishoudens is gericht.

Er worden ook nieuwe methoden en bevindingen voorgesteld op basis van Eurostat-gegevens over de inkomsten en uitgaven van huishoudens, klimaatgerelateerde gevaren en modelleringsinstrumenten. De studie bevat een analyse van zowel de inkomensverliezen van huishoudens als van de klimaatgerelateerde uitgaven, die een rechtstreeks gevolg zijn van de klimaatverandering of de aanpassingsbehoeften.

De verschillende regio’s en sociaal-economische groepen in de EU zullen in 2050 niet in dezelfde mate worden getroffen door de klimaatverandering. Bij een gematigde klimaatverandering zullen de huishoudens in het noorden en het zuiden van de EU waarschijnlijk meer moeten uitgeven voor gezondheidszorg. In de oostelijke, westelijke en zuidelijke regio’s zullen de uitgaven voor voedsel stijgen. In alle regio’s zullen er hogere uitgaven zijn voor elektriciteit en vooral in het noorden zullen de verzekeringskosten zwaarder doorwegen. Deze stijging van de uitgaven zal een zware last leggen op armere huishoudens, die minder goed in staat zullen zijn om hun verbruik te diversifiëren en zich slechts in beperkte mate zullen kunnen aanpassen. Tegelijkertijd wordt in het zuiden van de EU een daling van het inkomen uit arbeid verwacht en een algemeen inkomensverlies in alle regio’s.

Negatieve en regressieve effecten (die arme huishoudens meer treffen dan rijke) zullen worden gevoeld in een brede waaier aan uitgaven voor goederen/diensten en diverse inkomstenbronnen, met name in het zuiden van de EU (uitgaven voor gezondheidszorg, elektriciteit en verzekeringen, en het totale inkomen uit arbeid), maar in mindere mate ook in het oosten (uitgaven voor levensmiddelen) en noorden (uitgaven voor elektriciteit en verzekeringen). Als gevolg van de klimaatverandering dreigen meer mensen in de EU in armoede te vervallen. Scenario’s om de klimaatverandering tegen te gaan zullen dit fenomeen wellicht enigszins beperken, door de lonen voor laaggeschoolde arbeid sneller te laten te stijgen dan die voor hooggeschoolde arbeid.

De belangrijkste aanbevelingen voor beleidsmakers zijn om prioriteit te geven aan regio’s (zoals die in het zuiden van de EU) die zowel negatieve als regressieve gevolgen voor huishoudens ondervinden, en om de inkomensondersteunende maatregelen te versterken en deze af te stemmen op de meest kwetsbare bevolkingsgroepen in deze regio’s. Omdat de kosten van klimaatverandering niet tot één sector beperkt blijven, is een horizontale integratie van de beleidsmaatregelen nodig om ze doeltreffend te maken.

De studie, die is uitgevoerd door het CMCC op verzoek van de EESC-groep maatschappelijke organisaties, en de samenvatting ervan kunnen worden gedownload op de EESC-website.

Nieuwe studie van de groep Werkgevers van het EESC

De EU heeft zich altijd sterk gemaakt voor economische integratie met de rest van de wereld. In een vreedzame wereld met een op regels gebaseerd systeem heeft deze strategie van Europa een van de belangrijkste wereldwijde handelsmachten en een van de welvarendste regio’s gemaakt.

Nieuwe studie van de groep Werkgevers van het EESC

De EU heeft zich altijd sterk gemaakt voor economische integratie met de rest van de wereld. In een vreedzame wereld met een op regels gebaseerd systeem heeft deze strategie van Europa een van de belangrijkste wereldwijde handelsmachten en een van de welvarendste regio’s gemaakt.

De COVID-19-pandemie en de daaropvolgende Russische invasie van Oekraïne hebben deze dynamiek van openheid en economische integratie echter ingrijpend veranderd en voor de EU het begin ingeluid van een lange en moeizame strijd om haar welvaart te behouden. Deze ontwrichtende gebeurtenissen hebben duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is dat de EU weerbaarder wordt en in staat is haar strategische belangen doeltreffend te beschermen.

Nu de EU zich steeds meer voorbereidt op uitdagingen die er mogelijk op wijzen dat het multilaterale, op regels gebaseerde handelssysteem van na de Tweede Wereldoorlog tot het verleden gaat behoren, kan zij zich niet veroorloven om vaag te zijn over wat strategische autonomie betekent.

In de studie van het Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS) worden deze complexe kwesties uitgespit, worden de kwetsbare punten van Europa onderzocht en worden aanbevelingen gedaan over de manier waarop strategische autonomie bereikt kan worden. De studie is door het CEPS opgesteld in opdracht van het EESC, op verzoek van zijn groep Werkgevers.

De studie is te vinden op https://europa.eu/!n98Tdd

In het kader van Een vraag voor... beantwoordt EESC-lid Stoyan Tchoukanov een vraag over zijn advies dat tijdens de januarizitting ter goedkeuring wordt voorgelegd. EESC Info: U bent de rapporteur voor het advies over Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027. Wat stelt het Comité in zijn advies voor, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

In het kader van Een vraag voor... beantwoordt EESC-lid Stoyan Tchoukanov een vraag over zijn advies dat tijdens de januarizitting ter goedkeuring wordt voorgelegd.

EESC-Info: U bent de rapporteur voor het advies over Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027. Wat stelt het Comité in zijn advies voor, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

door de groep Werknemers van het EESC

Het jaarlijks voortgangsverslag 2023 van het Europees Milieuagentschap schetst niet bepaald een rooskleurig beeld: de kans bestaat dat de EU het merendeel van de doelstellingen niet zal halen in 2030. Vooral wat betreft de consumptievoetafdruk, het energieverbruik, de circulaire productie en de biologische landbouw ziet het er somber uit, al gaat het met de andere doelstellingen — van biodiversiteit tot beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering — niet veel beter.

door de groep Werknemers van het EESC

Het jaarlijks voortgangsverslag 2023 van het Europees Milieuagentschap schetst niet bepaald een rooskleurig beeld: de kans bestaat dat de EU het merendeel van de doelstellingen niet zal halen in 2030. Vooral wat betreft de consumptievoetafdruk, het energieverbruik, de circulaire productie en de biologische landbouw ziet het er somber uit, al gaat het met de andere doelstellingen — van biodiversiteit tot beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering — niet veel beter.

De resultaten van de COP28 bieden weinig respijt. In het debat tijdens de decemberzitting van het EESC werd duidelijk dat het maatschappelijk middenveld helemaal niet te spreken is over de conclusies: men heeft het slechts in zwakke bewoordingen over wie moet betalen en hoe dat moet gebeuren en de tekst telt meer woorden dan concrete daden (al worden fossiele brandstoffen voor het eerst als oorzaak van de klimaatverandering genoemd). Het ziet er niet naar uit dat het gaat lukken om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde eind deze eeuw te beperken tot 1,5 ° C. Deze stijging zal hoogstwaarschijnlijk binnen vijf jaar bereikt worden. 2023 was een recordwarm jaar; sinds juni was iedere maand warmer dan ooit.

Deze grimmige vooruitzichten mogen ons echter niet ontmoedigen, maar moeten ons juist motiveren: we moeten in actie komen. De tijd van goede bedoelingen is voorbij (alle goede bedoelingen in het verleden hebben immers niets opgeleverd). Evenmin mogen we teruggrijpen op bezuinigingsmaatregelen. De beginselen van een rechtvaardige transitie, gekenmerkt door economische, sociale en ecologische duurzaamheid, moeten in elke beleidsmaatregel van de EU doorklinken. En dit betekent ook, zoals het EESC onlangs nog in een advies over dit onderwerp heeft gesteld, dat de EU een richtlijn inzake een eerlijke transitie op het werk moet invoeren: alleen als we niemand buiten de boot laten vallen, kunnen we deze gigantische opgave aan. Worden de kosten afgewenteld op de schouders van de kwetsbaarste mensen, zoals al zo vaak het geval is, dan zal het extreem rechtse populisme alleen maar groeien. Tegen de tijd dat zelfs zij de rampzalige gevolgen van de klimaatverandering niet meer kunnen ontkennen, zal het te laat zijn.

Bijna 900 000 mensen in de EU zijn dakloos of brengen de nacht door in een opvangcentrum. De dakloosheid is de afgelopen 15 jaar ruim verdubbeld, en daarom roept het EESC de lidstaten en de EU op om in actie te komen.

Bijna 900 000 mensen in de EU zijn dakloos of brengen de nacht door in een opvangcentrum. De dakloosheid is de afgelopen 15 jaar ruim verdubbeld, en daarom roept het EESC de lidstaten en de EU op om in actie te komen.

Het EESC pleit voor een alomvattende EU-strategie tegen dakloosheid en voor effectief nationaal beleid dat snel uitgevoerd moet worden, zodat dakloosheid, een van de meest extreme vormen van sociale uitsluiting, in 2030 aanzienlijk zal zijn teruggedrongen.

"We dringen aan op een EU-strategie tegen dakloosheid waarbij het Europees Platform voor de bestrijding van dakloosheid (EPOCH) volledig wordt betrokken en die het mogelijk maakt dat nationaal beleid inzake dakloosheid een plaats krijgt in het Europees Semester", aldus María del Carmen Barrera Chamorro, rapporteur voor het EESC-advies over het EU-kader voor nationale strategieën ter bestrijding van dakloosheid.

De strategie moet worden ondersteund door een aanbeveling van de Raad, en het EESC roept het Belgische voorzitterschap van de Raad dan ook op om daarmee aan de slag te gaan. Het vraagt de Commissie ook om snel een voorstel uit te werken voor een nieuw meerjarig werkprogramma dat doorloopt in haar volgende mandaat en dit volledig bestrijkt.

In de aanloop naar de Europese verkiezingen, en ook daarna, zou dakloosheid volgens het EESC een prioriteit van het sociaal beleid van de EU moeten blijven. Uit strategisch oogpunt moet de focus worden verlegd van het aanpakken van dakloosheid naar het daadwerkelijk beëindigen ervan in 2030, aldus Ákos Topolánszky, corapporteur voor het advies.

Het EESC zou graag zien dat het ‘eerst een huis’-beginsel actief wordt uitgedragen als oplossing voor chronische dakloosheid. Volgens dit beginsel is een huis niet alleen een schuilplaats, maar ook een middel voor re-integratie. De aanpak voorziet in langdurige huisvesting voor daklozen, zonder dat zij daarvoor andere vormen van steun moeten accepteren of moeten laten zien dat zij zich als persoon hebben ontwikkeld.

De ‘eerst een huis’-benadering kreeg al steun in de Verklaring van Lissabon, die in 2021 werd ondertekend door alle 27 EU-lidstaten, de Europese instellingen en verschillende Europese ngo's. Deze Verklaring vormt de politieke grondslag voor EPOCH, en de ondertekenaars ervan hebben zich ertoe verbonden om op EU-niveau hun krachten te bundelen ter bestrijding van dakloosheid en ervoor te ijveren dat dit fenomeen in 2030 zal zijn uitgebannen. Het EESC merkt in zijn advies echter wel op dat er ondanks politieke maatregelen niet genoeg wordt gedaan om de dakloosheid op Europees of nationaal niveau aan te pakken.

Alleen Finland is er in de afgelopen twee decennia in geslaagd om de dakloosheid steeds verder terug te dringen. (ll)

Om te zorgen voor vrij verkeer van personen met een handicap in de EU pleit het EESC ervoor om het toepassingsgebied van het Commissievoorstel voor de Europese gehandicaptenkaart uit te breiden zodat deze ook gebruikt kan worden wanneer personen met een handicap voor langere tijd in een andere lidstaat verblijven om te studeren of te werken.

Om te zorgen voor vrij verkeer van personen met een handicap in de EU pleit het EESC ervoor om het toepassingsgebied van het Commissievoorstel voor de Europese gehandicaptenkaart uit te breiden zodat deze ook gebruikt kan worden wanneer personen met een handicap voor langere tijd in een andere lidstaat verblijven om te studeren of te werken.

Het EESC juicht het Commissievoorstel voor een Europese gehandicaptenkaart en een Europese parkeerkaart toe als een eerste stap om in de EU tot vrij verkeer van personen met een handicap te komen.

“Het voorstel voor de twee kaarten is van belang voor meer dan 80 miljoen Europeanen met een handicap”, aldus Ioannis Vardakastanis, algemeen rapporteur voor het EESC-advies De Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap, dat tijdens de plenaire zitting van het EESC op 14 december werd gepresenteerd. “Dit is een zeer belangrijke stap om ernstige belemmeringen weg te nemen en ervoor te zorgen dat personen met een handicap, zowel Europeanen als onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, kunnen genieten van vrij verkeer als kernbeginsel waarop de Unie is gegrondvest. In de toekomst zal verder beleid hierop worden gebaseerd.”

Het EESC wijst er echter op dat het voorstel een aantal van de voornaamste obstakels voor het vrije verkeer van Europeanen met een handicap niet opheft, met name het gebrek aan overdraagbaarheid van invaliditeitsuitkeringen wanneer zij voor werk of studie naar een ander EU-land verhuizen. In zijn initiatiefadvies dringt het EESC erop aan dat het toepassingsgebied van het voorstel wordt uitgebreid zodat personen met een handicap die naar een ander EU-land zijn verhuisd, de kaarten tijdelijk kunnen gebruiken om uitkeringen in het kader van sociaal overheidsbeleid en/of nationale socialezekerheidsstelsels te blijven ontvangen.

Momenteel is dit niet het geval. Personen die naar een andere lidstaat verhuizen, verliezen bij het oversteken van de grens het recht op alle invaliditeitsuitkeringen, totdat hun handicap in de nieuwe lidstaat opnieuw is beoordeeld.

Dit beoordelingsproces kan wel meer dan een jaar duren en in de tussentijd moeten betrokkenen het zonder enige erkenning of steun zien te rooien. “We zouden graag zien dat het toepassingsgebied wordt uitgebreid zodat er in het nieuwe land geen rechtsvacuüm en geen kloof ontstaat tijdens deze overgangsperiode. Hierdoor zullen personen met een handicap van meet af aan een waardig leven kunnen leiden,” aldus de heer Vardakastanis. (ll)