Besluit inzake de uitlegging en toepassing van het Verdrag inzake het Energiehandvest

Document Type
AC

Democratie in Afrika: stand van zaken en toekomstperspectieven

Document Type
AC

Wijziging van het Elfpo om aanvullende bijstand te verlenen aan lidstaten die getroffen zijn door natuurrampen

Document Type
AC

De kosten van het niet deel uitmaken van het Schengengebied voor de interne markt / Bulgarije en Roemenië

Document Type
AC
Goedgekeurd on 04/12/2024 - Bureau decision date: 15/02/2024
Referentie
TEN/841-EESC-2024
Workers - GR II
Austria
Civil Society Organisations - GR III
Austria
Plenary session number
592
-
  • TEN/841 _Record of proceedings

In dit nummer:

  • Andrey Gnyot: Vijand van de staat - vervolging van journalisten in Belarus
  • EESC-delegatie voor COP16 en COP29: We zijn onze eigen ruiten aan het ingooien
  • Adélaïde Charlier: Voor miljarden bedrogen: geen klimaatrechtvaardigheid op COP29
  • Luz Haro Guanga: De strijd voor een gezonde planeet is een kwestie van leven of dood
  • Mariya Mincheva: De kosten van het niet deel uitmaken van het Schengengebied zijn hoog voor Bulgarije en Roemenië maar ook voor de interne markt van de EU
     

 

In dit nummer:

  • Andrey Gnyot: Vijand van de staat - vervolging van journalisten in Belarus
  • EESC-delegatie voor COP16 en COP29: We zijn onze eigen ruiten aan het ingooien
  • Adélaïde Charlier: Voor miljarden bedrogen: geen klimaatrechtvaardigheid op COP29
  • Luz Haro Guanga: De strijd voor een gezonde planeet is een kwestie van leven of dood
  • Mariya Mincheva: De kosten van het niet deel uitmaken van het Schengengebied zijn hoog voor Bulgarije en Roemenië maar ook voor de interne markt van de EU
     

Kunnen we de wereld helpen redden door duurzaam te investeren? De financiële sector ondergaat een opmerkelijke transformatie als gevolg van ecologische en sociale uitdagingen. Dr. Brigitte Bernard-Rau van de Universiteit van Hamburg neemt impactinvesteren onder de loep, de nieuwe krachtige investeringsstrategie. Deze strategie verandert onze manier van denken over de rol van kapitaal en financiën in de samenleving fundamenteel. Er wordt korte metten gemaakt met het traditionele idee dat investeerders moeten kiezen tussen geld verdienen of de wereld verbeteren. 

Kunnen we de wereld helpen redden door duurzaam te investeren? De financiële sector ondergaat een opmerkelijke transformatie als gevolg van ecologische en sociale uitdagingen. Dr. Brigitte Bernard-Rau van de Universiteit van Hamburg neemt impactinvesteren onder de loep, de nieuwe krachtige investeringsstrategie. Deze strategie verandert onze manier van denken over de rol van kapitaal en financiën in de samenleving fundamenteel. Er wordt korte metten gemaakt met het traditionele idee dat investeerders moeten kiezen tussen geld verdienen of de wereld verbeteren.

Door Brigitte Bernard-Rau

In een wereld die te maken krijgt met nooit geziene ecologische en sociale uitdagingen, gaande van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies tot voedselzekerheid, ongelijkheid, welzijn en gezondheidszorg, ondergaat de financiële sector een opmerkelijke transformatie. Impactinvesteren is een nieuwe, impactvolle beleggingsaanpak die het traditionele idee op de helling zet dat beleggers moeten kiezen tussen geld verdienen of de wereld verbeteren. Maar wat is impactinvesteren precies? En wat is het verschil met andere vormen van duurzaam beleggen?

Wat is impactinvesteren?

In essentie staat impactinvesteren voor een fundamentele verschuiving in de manier waarop we denken over de rol van kapitaal en financiën in de samenleving. Volgens de definitie van het Global Impact Investing Network (GIIN), is impactinvesteren “een investeringsstrategie die bedoeld is om een positieve, meetbare sociale en ecologische impact te hebben, naast een financieel rendement”. Deze ogenschijnlijk eenvoudige definitie verzwijgt echter hoe complex het transformatieve potentieel van impactinvesteren is.

Om de bijzondere rol van deze vorm van beleggen in de moderne financiële wereld, met zijn materialistische benadering, volledig te begrijpen, moeten we kijken waar impactinvesteren past binnen het bredere spectrum van beleggingsstrategieën. Aan de ene kant van het spectrum hebben we de traditionele beleggingen, waar financieel rendement en winstmaximalisatie vooropstaan en sociale of milieuoverwegingen geen rol spelen bij het nemen van beslissingen. Maar naarmate we meer de andere kant op bewegen, komen we steeds geavanceerdere beleggingsvormen tegen waarin sociale en milieuprestatiefactoren een rol spelen, wat resulteert in een verscheidenheid aan duurzame financiële beleggingen. Een daarvan is impactinvesteren, de ultieme beleggingsstrategie die positieve en transformatieve verandering voorstaat door financieel rendement te combineren met sociale en milieudoelstellingen.

Beleggingsstrategieën in een notendop:

  • traditionele investeringen richten zich uitsluitend op financieel rendement en laten sociale en milieufactoren buiten beschouwing. Dit was lange tijd de hoeksteen van de kapitaalmarkten;
  • investeringen die ESG-criteria (ecologische, sociale en governancecriteria) als risico-indicatoren in een beleggingsbeslissing opnemen, maar deze vormen niet de belangrijkste factor bij die beslissing;
  • duurzame financiering integreert ESG-criteria in de besluitvorming over investeringen en ziet duurzaamheid als een meerwaarde. De voorkeur gaat uit naar investeringen die duurzaamheidsuitdagingen aanpakken en positieve verandering teweegbrengen op sociaal en milieugebied. Hier vallen ook investeringen in de transitie onder, zowel het financieren van wat nu al milieuvriendelijk is (groene financiering) als van de overgang naar milieuvriendelijke prestatieniveaus na verloop van tijd (transitiefinanciering);
  • impactinvesteringen willen een significante verandering op de financiële markten teweegbrengen, een “substantiële koerswijziging richting meer impact”, en gaan in op de vraag Draagt investeren in duurzaamheid bij aan een betere wereld?. Daarom komt impactinvesteren naar voren als de meest bewuste benadering, waarbij actief en in gelijke mate wordt gestreefd naar zowel financieel rendement als meetbare positieve impact op sociaal of milieugebied.

Impactgericht versus impactcreërend investeren

Binnen impactinvesteren kunnen we een cruciaal onderscheid maken tussen impactgericht en impactcreërend investeren. Dit onderscheid helpt beleggers niet alleen te begrijpen waar hun geld naartoe gaat, maar ook hoe het bijdraagt aan positieve verandering.

  • Impactgericht investeren ondersteunt bedrijven die al hebben laten zien dat ze positieve milieu- of sociale praktijken hanteren en die hun inzet voor positieve impact hebben bewezen via hun activiteiten en resultaten.
  • Impactcreërend investeren zoekt actief naar nieuwe oplossingen voor sociale of ecologische uitdagingen, vaak gericht op transformatie en systemische verandering.

Dit theoretische onderscheid krijgt concreet vorm via praktische toepassingen in verschillende sectoren.

Schone energie

In de transitie naar schone energie kan impactgericht investeren bestaan in het kopen van aandelen in gevestigde bedrijven in duurzame energie of fabrikanten van elektrische voertuigen. Deze bedrijven dragen al bij aan milieuduurzaamheid via hun basisbedrijfsmodellen. Impactcreërend investeren in dezelfde sector kan bestaan in het financieren van startups in batterijtechnologie of innovatieve zonne-energieprojecten in achtergestelde gebieden, waarbij totaal nieuwe oplossingen voor energie-uitdagingen worden ontwikkeld.

Duurzame landbouw

Duurzame landbouw is een ander treffend voorbeeld. Impactgerichte investeerders steunen bijvoorbeeld gevestigde producenten van biologische voeding of duurzame boerderijen, terwijl impactcreërende investeerders op zoek gaan naar regeneratieve landbouwtechnieken of revolutionaire oplossingen voor stadslandbouw die de manier waarop we voedsel produceren ingrijpend veranderen.

Sociale impact

Op sociaal gebied ondersteunen impactgerichte investeringen vaak bedrijven die zich actief inzetten voor diversiteit en eerlijke arbeidsomstandigheden. Impactcreërende investeringen daarentegen kunnen bijvoorbeeld nieuwe betaalbare huisvestingsprojecten of baanbrekende onderwijstechnologie voor achtergestelde groepen financieren en zo actief nieuwe wegen banen naar sociale rechtvaardigheid.

Het investeringsproces: van intentie tot impact

Bij succesvol impactinvesteren wordt een strikte procedure gevolgd. Positieve sociale en ecologische verandering teweegbrengen begint met het bepalen van duidelijke impactdoelstellingen. Investeerders moeten omschrijven welke specifieke milieu- of sociale resultaten ze willen bereiken, meetbare streefdoelen vaststellen en deze vaak afstemmen op bestaande kaders zoals de wereldwijde indicator van de Verenigde Naties voor 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen en de 169 doelstellingen van de Agenda 2030.

Deze opzet onderscheidt impactinvesteren van andere vormen van duurzame financiering. Er moet een zorgvuldig onderzoek worden ingesteld om zowel de financiële prestaties als het vermogen om zinvolle sociale of milieuresultaten te genereren en te meten, te beoordelen.

De financiële beoordeling van een investering is een vastomlijnde praktijk waarvoor gestandaardiseerde criteria en degelijke meetmethodes beschikbaar zijn. De niet-financiële beoordeling daarentegen, zoals die van de sociale en milieueffecten, is nog steeds relatief onderontwikkeld. Er ontbreekt een universeel kader. Traditionele financiële analyses volstaan niet om na te gaan in welke mate een bedrijf zich inzet voor verandering. Er moet ook worden beoordeeld in welke mate het management zich inspant om de impactdoelstellingen te verwezenlijken, of het in staat is de impact doeltreffend te meten en of het de resultaten op een transparante manier bekend kan maken en erover kan rapporteren. Vaak moeten ook specifieke impactparameters worden beoordeeld die zijn afgestemd op de doelstellingen van de investering, om ervoor te zorgen dat ze in overeenstemming zijn met erkende kaders zoals de impacttoolkit IRIS+ of het Impact Management Platform (IMP, 2024).

Omwille van de zorgvuldigheid is het cruciaal om een onderscheid te maken tussen ‘bedrijfsimpact’ en ‘investeerdersimpact’. Onder bedrijfsimpact worden de directe sociale of milieueffecten verstaan die het gevolg zijn van de activiteiten en producten van een bedrijf. De investeerdersimpact daarentegen is de invloed die investeerders uitoefenen op het beleid en de resultaten van een bedrijf via hun investeringskeuzes en hun engagementstrategieën. Inzicht in dit onderscheid is cruciaal om de totale impact van investeringen nauwkeurig te kunnen beoordelen en om effectieve methodes te ontwikkelen die de impact meten.

Uitdagingen, complexiteit en overwegingen

Hoewel impactinvesteren veelbelovend is, zijn er nog een aantal obstakels te overwinnen:

  1. impactmeting: bij gebrek aan standaardmeetmethoden is het moeilijk om sociale en milieuresultaten te kwantificeren of te vergelijken. Transparantie en zorgvuldige tracering en rapportering van impactparameters zijn van cruciaal belang voor de consistentie en verantwoording. Ze kunnen worden gebruikt om beweringen over de impact met bewijzen te staven;
  2. traceerproblemen: het is moeilijk om de effecten van een specifieke investering te isoleren tegen de achtergrond van bredere systemische veranderingen en ze aan die investering toe te schrijven. Een van de grootste uitdagingen bij impactinvesteren blijft: hoe bepaal je in welke mate de waargenomen verandering rechtstreeks aan een specifieke investering kan worden toegeschreven? Verbeteringen in SDG 3 (goede gezondheid en welzijn) kunnen bijvoorbeeld het resultaat zijn van een combinatie van investeringen in gezondheidszorgvoorzieningen, onderwijs en infrastructuur, en niet van één gerichte investering. Methoden zoals contrafeitelijke analyse en vergelijking met een controlegroep moeten worden ontwikkeld, maar daar zijn veel middelen voor nodig. Zulke analyses zijn ook niet altijd haalbaar, zeker in het geval van kleinere projecten of ontwikkelingsmarkten;
  3. impactwashing: overdreven of valse beweringen van bedrijven of fondsen over hun sociale of milieu-impact ondermijnen het vertrouwen in de sector. Om het vertrouwen en de integriteit op het gebied van impactinvesteren te behouden, zijn transparante verslaglegging en geverifieerde impactclaims van het grootste belang (ITF). Duidelijke normen voor impactmeting en betrouwbare verificatiemethoden, naast audits door derden en onafhankelijke certificering, zijn van vitaal belang voor het behoud van de geloofwaardigheid.

Het transformatieve potentieel van impactinvesteren

Impactinvesteren speelt een voortrekkersrol in een ingrijpende verschuiving in de financiële wereld en is veel meer dan de zoveelste beleggingsstrategie. De rol van financiën in de samenleving krijgt een totaal nieuwe invulling, die ingaat tegen de traditionele opvatting dat financieel rendement en positieve sociale en ecologische impact niet met elkaar te verzoenen zijn.

De ontwikkeling van impactinvesteren heeft aangetoond dat investeerders een winstgevend rendement kunnen nastreven en tegelijkertijd kunnen bijdragen tot betekenisvolle sociale en ecologische verandering. Door doel en winst aan elkaar te koppelen, overtuigt impactinvesteren als een financiële strategie waar zowel de mens als de planeet wel bij varen.

Brigitte Bernard-Rau is postdoctoraal onderzoeker en fellow aan de School of Business, Economics and Social Sciences van de Universiteit van Hamburg. Haar onderzoek richt zich op ESG-ratings en ratingbureaus, duurzame financiering, maatschappelijk verantwoord investeren, impactinvesteren en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Onlangs publiceerde ze Sustainability Stories: The Power of Narratives to Understand Global Challenges (Springer Nature, 2024). Het boek bevat meer dan 30 inspirerende verhalen van verschillende auteurs uit de hele wereld. Zij vertellen over verschillende manieren om zich in te zetten voor het algemeen belang en iets te betekenen voor de gemeenschap, de professionele omgeving en het leven van andere mensen.

 

In 2021 won de Belgische vereniging Grootouders voor het Klimaat de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld op het gebied van klimaatactie met hun campagne "Onze spaarcenten voor hun toekomst". De campagne was gericht op het aanmoedigen van ongeveer 2,4 miljoen Belgische grootouders om hun spaargeld – destijds geschat op zo'n 910 miljard euro aan activa – te herinvesteren in duurzamere projecten. EESC-Info sprak met co-voorzitter van Grootouders voor Klimaat Hugo Van Dienderen over klimaat en duurzame financiën nu, en de verwachtingen en plannen voor de toekomst.

In 2021 won de Belgische vereniging Grootouders voor het Klimaat de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld op het gebied van klimaatactie met hun campagne "Onze spaarcenten voor hun toekomst". De campagne was gericht op het aanmoedigen van ongeveer 2,4 miljoen Belgische grootouders om hun spaargeld – destijds geschat op zo'n 910 miljard euro aan activa – te herinvesteren in duurzamere projecten. EESC-Info sprak met co-voorzitter van Grootouders voor Klimaat Hugo Van Dienderen over klimaat en duurzame financiën nu, en de verwachtingen en plannen voor de toekomst.

Ziet u na drie jaar tastbare resultaten van uw campagne? Hoe zou u de stand van de klimaat- en duurzame financiering in België over het algemeen beoordelen – is er sprake van vooruitgang en neemt het bewustzijn onder mensen toe over het belang hiervan?

De prijs van het EESC was voor ons een belangrijke erkenning en steun. We hebben er vaak naar verwezen in contacten met de overheid, andere steunende organisaties en onze medeburgers. Het heeft ons geholpen om verdere contacten te leggen en onze campagne verder te ontwikkelen, zowel voor onze medegrootouders als voor jongere generaties, met de ontwikkeling van presentaties, workshops en een lessenreeks over duurzame financiën.

We merkten dat het nog steeds geen evident onderwerp is, maar dat tegelijk vanuit Europa belangrijke wetgevende inspanningen werden geleverd (taxonomie, green deal, CSRD, CSDDD enz.) waardoor nu ook bedrijven en sectoren meer en meer initiatieven nemen waarnaar we kunnen verwijzen. Dat is hoopvol en nodig, zoals uit de (ontbrekende) resultaten van de COP in Bakoe helaas nogmaals is gebleken.

Uit een recente studie leerden we dat ons werk voor bewustwording nog steeds zeer nodig is. Slechts 5-15 % van de beleggers maken gebruik van hun recht om aan hun financiële instellingen te vragen om rekening te houden met hun duurzame voorkeuren. We moeten daar dus op blijven inzetten.

Wat verwacht u van de COP29? Neemt u deel aan de conferentie, zoniet rechtstreeks dan door de 12-jarige jongen Ferre en zijn grootouders te steunen? Denkt u dat klimaatfinanciering een cruciaal onderwerp is voor een rechtvaardige transitie?

Wanneer we dit schrijven is de COP29 net voorbij. We hebben daarvoor vanaf het begin onze volle ondersteuning, financieel en communicatief, gegeven aan de 12-jarige Ferre, die met zijn grootouders, lid van Grootouders voor het Klimaat, de reis naar Bakoe ondernam om de stem van kinderen te blijven laten horen. We willen hierbij ook alle medegrootouders en instanties bedanken die dit mogelijk hebben gemaakt.

De COP29 moest de COP van de klimaatfinanciering worden omdat financiering inderdaad cruciaal is voor de rechtvaardige transitie. In Bakoe zagen we dat helaas nog zeer onvoldoende. Onze boodschap blijft, het geld is voorhanden en we vragen aan wie het heeft om verantwoordelijkheid te nemen en het duurzaam in te zetten voor de toekomst van onze kleinkinderen.

Wat zijn de nieuwste projecten van Grootouders voor het Klimaat die u graag zou willen noemen? Zijn er al nieuwe projecten in de maak?

We blijven hoopvol naar de toekomst kijken. 2025, tien jaar na de Overeenkomst van Parijs, wordt voor Grootouders voor het Klimaat het jaar waarin we in groten getale naar onze medegrootouders zullen toegaan, die lid zijn van de grote seniorenorganisaties in Vlaanderen. We zitten midden in de voorbereidingen waarbij enkele tientallen Grootouders voor het Klimaat zich aan het scholen zijn om vol vertrouwen, met een uitgestoken hand en met een luisterend oor het gesprek te kunnen aangaan over het klimaat.

We ontwikkelden meerdere workshops, waaronder één over duurzaam sparen en beleggen, die we gratis aanbieden aan alle lokale afdelingen van de seniorenorganisaties. We merken alvast veel enthousiasme. Eind november 2025 organiseren we een groots slotevenement, dat – zo hopen we – geen slot zal zijn maar een begin van een groeiend engagement voor de toekomst.

Hugo Van Dienderen is medeoprichter en covoorzitter van Grootouders voor het Klimaat. Opgericht in 2019, Grootouders voor het Klimaat is een onafhankelijke beweging van senioren, voornamelijk opa's en oma's, die een leefbare wereld willen doorgeven aan toekomstige generaties. Het is lid van de Europese vereniging Grootouders voor Klimaat. 

Op de foto: Ferre met zijn Grootouders voor het Klimaat op COP 29 in Bakoe. Ferre heeft er tegenover veel belangrijke mensen zijn ongerustheid over de klimaatcrisis kunnen uitspreken.

Photo by Lucie Morauw

De jonge klimaat- en mensenrechtenactiviste Adélaïde Charlier, medeoprichter van Youth for Climate Belgium, licht toe wat er allemaal mis is met het COP29-klimaatakkoord dat onlangs in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe is gesloten. COP29 wordt door velen als een symbool van geschonden vertrouwen en klimaatongelijkheid beschouwd en is voor burgerorganisaties en kwetsbare landen uitgedraaid op een bittere teleurstelling.

De jonge klimaat- en mensenrechtenactiviste Adélaïde Charlier, medeoprichter van Youth for Climate Belgium, licht toe wat er allemaal mis is met het COP29-klimaatakkoord dat onlangs in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe is gesloten. COP29 wordt door velen als een symbool van geschonden vertrouwen en klimaatongelijkheid beschouwd en is voor burgerorganisaties en kwetsbare landen uitgedraaid op een bittere teleurstelling.

De recente COP29-klimaatconferentie in Bakoe heeft de wereld verdeeld achtergelaten. Burgerorganisaties en kwetsbare landen vinden dat hun vertrouwen is geschonden en geven uiting aan hun diepe gevoel van frustratie. Er is weliswaar een akkoord gesloten waarin wordt toegezegd dat er vanaf 2035 een bedrag van 300 miljard USD per jaar beschikbaar zal worden gesteld om ontwikkelingslanden te helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering, maar dit is bij lange na niet genoeg om te voldoen aan de dringende behoeften van de landen die het sterkst door de klimaatcrisis worden getroffen.

“Liever geen akkoord dan een slecht akkoord”

Een etmaal voordat er toch nog een overeenkomst uit de bus kwam, zei Harjeet Singh, directeur Global Engagement bij het initiatief voor een verdrag inzake non-proliferatie van fossiele brandstoffen: “Liever geen akkoord dan een slecht akkoord.” Uit zijn woorden bleek al dat de spanning tussen kwetsbare landen, ngo’s en rijkere staten hoog was opgelopen. Op zondag werd dan het ontluisterende resultaat van de conferentie bekendgemaakt, waarbij slechts één financieringsdoel werd vastgelegd: een belofte om vanaf 2035 jaarlijks 300 miljard USD ter beschikking te stellen. Dit bedrag is een lachertje, want het ligt ver beneden wat de kwetsbare landen gezamenlijk hadden gevraagd (1,3 biljoen USD om hun behoeften op het gebied van aanpassing, mitigatie, en verlies en schade te dekken).

Deze overeenkomst is gekoppeld aan de nieuwe collectieve gekwantificeerde doelstelling inzake klimaatfinanciering (NCQG), die bedoeld is om de klimaattransitie in ontwikkelingslanden te financieren. Het thans afgesproken bedrag van 300 miljard USD is drie keer zo hoog is als het in 2009 vastgestelde streefdoel, dat pas in 2022 werd gehaald (twee jaar later dan was overeengekomen), maar is het nog steeds verre van voldoende. Wanneer men de inflatie in aanmerking neemt, komt de toezegging van 100 miljard USD uit 2009 neer op een bedrag van 258 miljard USD vanaf 2035. Zo bezien is er sprake van een reële toename van slechts 42 miljard USD. Dit maakt duidelijk waarom kwetsbare landen opriepen tot “biljoenen in plaats van miljarden”.

De opzet van het voorgestelde klimaatfinancieringsdoel is net zo teleurstellend als het bedrag zelf. Er ontbreekt een specifieke toezegging voor publieke financieringsmechanismen, zoals subsidies, die landen in het Zuiden hard nodig hebben.

Daarnaast zijn er geen subdoelen om mitigatie, aanpassing en het aanpakken van verlies en schade adequaat te financieren. Er ligt een disproportionele nadruk op mitigatie (voornamelijk gefinancierd door multilaterale ontwikkelingsbanken en de particuliere sector), terwijl een duidelijke focus op aanpassing ontbreekt. Hieruit blijkt dat er nog steeds niets is geleerd van 2009: aanpassing wordt nog altijd aanzienlijk ondergefinancierd, en het probleem wordt nog verergerd doordat er geen verantwoording wordt afgelegd en er geen specifieke financiering is voor verlies en schade.

Verlies en schade worden weliswaar genoemd, maar wordt er slechts vaag en oppervlakkig naar verwezen, in plaats van dat ze op betekenisvolle wijze in de overeenkomst zijn opgenomen. Het raamwerk is ook van zodanige aard dat er zwaar wordt geleund op particuliere financiering, waarbij gedacht moet worden aan publiek-private partnerschappen, door overheidsfondsen ondersteunde particuliere investeringen waarbij de risico’s beperkt zijn, en volledig particuliere investeringen, die actief worden aangemoedigd.

Ontkenning van historische verantwoordelijkheid

Afgezien van de ontoereikende financiering heeft het akkoord diepe barsten in de klimaatdiplomatie blootgelegd. Rijkere landen zijn eraan voorbijgegaan dat ze in uiteenlopende mate verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering en hebben een deel van de financiële last doorgeschoven naar kwetsbare landen, die nu al de grootste gevolgen van de klimaatverandering ondervinden. Landen als India, Cuba, Bolivia en Nigeria hebben hun woede geuit en de rijke landen verweten niet te betalen voor hun historische uitstoot van broeikasgassen.

Hierdoor is het vertrouwen naar het nulpunt gedaald en zijn de spanningen opgelopen naar een niveau dat in de geschiedenis van de COP-besprekingen nooit eerder is gezien. De nu toegezegde 300 miljard USD verbleekt bij de 1 biljoen dollar die volgens VN-deskundigen nodig is als minimumbedrag voor investeringen van ontwikkelingslanden (met uitzondering van China) vanaf 2035.

Een slechte deal die onder druk is gesloten

De armste en kwetsbaarste landen ter wereld, waaronder de 45 minst ontwikkelde landen (MOL’s) en 40 kleine eilandstaten, hebben het akkoord uiteindelijk onder enorme politieke druk geaccepteerd. De angst dat er geen enkele deal tot stand zou komen, in combinatie met de vrees dat een toekomstige regering-Trump wellicht weinig goeds zal brengen voor het klimaat, dwong hen tot handelen. Voor velen was het een bitter compromis: er werd akkoord gegaan met onvoldoende financiering, teneinde onmiddellijke hulp veilig te stellen.

De prijs van uitstel

Deze slechte overeenkomst vormt niet alleen een klap voor de diplomatieke betrekkingen, maar zal ook desastreuze gevolgen hebben voor de levens van miljoenen mensen. Kwetsbare landen staan al onder gigantische druk door extreem weer, een stijgende zeespiegel en schaarste aan middelen. Regeringen van rijkere landen moeten beseffen dat het veel goedkoper is om nu te investeren in klimaatbeleid dan te wachten met het betalen van de torenhoge rekening die de natuur voor ons in petto heeft en die alsmaar verder oploopt.

De uitkomst van COP29 wijst ons er eens te meer op dat de klimaatcrisis dringend om krachtdadig optreden en gerechtigheid voor de zwaarst getroffenen vraagt. Zonder ingrijpende toezeggingen zal de kloof tussen het mondiale Noorden en Zuiden jaar na jaar dieper worden, waardoor wereldwijde samenwerking op klimaatgebied fundamenteel wordt ondermijnd.

Met COP30 in het verschiet is het duidelijk dat de strijd voor klimaatrechtvaardigheid nog lang niet gestreden is.

Adélaïde Charlier is een 23-jarige Europese activiste voor klimaatrechtvaardigheid. Ze is vooral bekend als medeoprichtster van Youth for Climate Belgium en meer recent als oprichtster van The Bridge, een organisatie die bruggen slaat tussen jongeren en klimaatpolitiek. Daarnaast staat ze op de Forbes-lijst “30 under 30” voor 2024.

Door Mariya Mincheva

Bulgarije en Roemenië voldeden in 2011 al aan de voorwaarden voor toetreding tot het Schengengebied, maar 13 jaar later kunnen ze nog steeds niet ten volle profiteren van de voordelen van vrij verkeer. Dit heeft een politieke prijs en werkt euroscepsis in de hand.

Door Mariya Mincheva

Bulgarije en Roemenië voldeden in 2011 al aan de voorwaarden voor toetreding tot het Schengengebied, maar 13 jaar later kunnen ze nog steeds niet ten volle profiteren van de voordelen van vrij verkeer. Dit heeft een politieke prijs en werkt euroscepsis in de hand.

Tijdens een zitting van de Raad op 22 november in Boedapest kwamen de ministers van Binnenlandse Zaken van Hongarije, Oostenrijk, Bulgarije en Roemenië overeen “de nodige stappen te ondernemen” om een datum vast te stellen voor het opheffen van de controles aan de landsgrenzen. Voorwaarde was wel dat er meer inspanningen zouden worden geleverd om irreguliere migranten die via de Westelijke Balkanroute reizen, tegen te houden.

Het Akkoord van Schengen is van essentieel belang voor het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal binnen de EU en is medebepalend voor het economische succes van de EU. Beperkingen daarvan ondermijnen het concurrentievermogen en de economische groei van de EU en belemmeren de totstandbrenging van een sociale markteconomie, zoals afgesproken in de Verdragen.

Het komt al jaren voor dat lidstaten tijdelijk weer grenscontroles invoeren, maar er is nog nooit gekeken naar de economische en sociale gevolgen hiervan voor de eengemaakte markt. De Europese Commissie buigt zich wel over fysieke handelsbelemmeringen, maar daaronder vallen alleen zaken als grensblokkades, demonstraties en agressie tegen truckers. De gevolgen van controles aan de landsgrenzen, zoals de tijdelijke herinvoering van grenscontroles door de Schengenlanden, worden hierbij buiten beschouwing gelaten.

In 2023 heeft de Raad besloten de controles aan de interne lucht- en zeegrenzen met Bulgarije en Roemenië met ingang van 31 maart 2024 op te heffen. De controles aan de binnengrenzen worden echter gehandhaafd en het is niet bekend wanneer deze zullen verdwijnen. Dit brengt aanzienlijke kosten met zich mee en heeft tot gevolg dat bedrijven de voordelen van de eengemaakte markt niet ten volle kunnen benutten.

Door stappen te zetten in de richting van de volledige integratie van Bulgarije en Roemenië in het Schengengebied kan de EU haar interne cohesie versterken, haar concurrentievermogen vergroten en de grondbeginselen van vrij verkeer en solidariteit die aan het Europese project ten grondslag liggen, handhaven.

Volgens het Europees Parlement zou het feit dat deze landen geen deel uitmaken van het Schengengebied, de marktverwachtingen omtrent de positie van deze landen in de EU kunnen beïnvloeden. Hiermee wordt een politiek signaal afgegeven dat van invloed kan zijn op het rendement van staatsobligaties, de prijs van financiële activa en de rentetarieven voor burgers en bedrijven, en schadelijke consequenties kan hebben voor de reële economie.

Beide landen geven jaarlijks miljarden euro’s uit als gevolg van hogere logistieke kosten, vertragingen bij de levering van goederen en apparatuur, en hogere brandstofprijzen en chauffeurskosten. Deze directe kosten worden onvermijdelijk doorberekend aan de consument in de vorm van hogere prijzen en hebben gevolgen voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van werknemers.

Het toerisme lijdt hieronder. Ook het vrije verkeer van werknemers wordt erdoor belemmerd, met als gevolg dat werknemers uit Bulgarije en Roemenië minder mogelijkheden hebben om werk te zoeken in aangrenzende EU-lidstaten. Dit heeft zijn weerslag op de bouw, de landbouw en de dienstensector, die sterk leunen op seizoenarbeiders en tijdelijke arbeiders.

In zijn verslag over de toekomst van de eengemaakte markt roept Enrico Letta op tot krachtig verzet tegen iedere poging om het vrije verkeer tussen de lidstaten te beperken, met inbegrip van technische belemmeringen voor routes en wegvervoer, en tegen iedere opschorting van het Akkoord van Schengen.

Het is hoog tijd dat de Raad een datum vaststelt voor het opheffen van de grenscontroles tussen Bulgarije, Roemenië en de andere EU-landen die lid zijn van het Schengengebied. Een definitief besluit hierover wordt verwacht tijdens de zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van de EU op 12 december.