Ontwikkeling van een Europese strategie voor het noordpoolgebied

Document Type
AC

Entiteiten van de sociale economie / staatssteunregels

Document Type
AC

Oplaadapparatuur voor elektrische voertuigen

Document Type
PAC
Photo from 'The Jungle' project: Trench foot, a fungal infection that affects the feet, is one of the most common health problems among refugees attempting to cross the Białowieża Forest (October 2022). Copyright: Hanna Jarzabek

Hanna Jarzabek is een Spaans-Poolse documentaire fotograaf, die genomineerd werd voor de Investigative Journalism for Europe (IJ4EU) Impact Award 2024. Ze schetst een grimmig beeld van de situatie langs de grens tussen Polen en Belarus, waar duizenden vluchtelingen het bos van Białowieża proberen te doorkruisen, dat de bijnaam “de jungle” kreeg.

Hanna Jarzabek is een Spaans-Poolse documentaire fotograaf, die genomineerd werd voor de Investigative Journalism for Europe (IJ4EU) Impact Award 2024. Ze schetst een grimmig beeld van de situatie langs de grens tussen Polen en Belarus, waar duizenden vluchtelingen het bos van Białowieża proberen te doorkruisen, dat de bijnaam “de jungle” kreeg.

Door Hanna Jarzabek

Duizenden vluchtelingen, voornamelijk uit het Midden-Oosten en Afrika, proberen sinds november 2021 hun weg te vinden door het bos van Białowieża, het laatste oerbos in Europa langs de grens tussen Polen en Belarus. Het bos, dat door sommige vluchtelingen “de jungle” wordt genoemd, is gevaarlijk en moeilijk begaanbaar terrein, zeker voor wie niet bekend is met het barre klimaat van Noordoost-Europa. Veel vluchtelingen zitten lange tijd in het bos vast, waar ze worden blootgesteld aan extreme omstandigheden, zoals gebrek aan voedsel en water en, in de winter, een hoog risico op onderkoeling en de dood. Als ze worden opgepakt door de grenswachters, worden deze vluchtelingen meestal gedwongen om terug te keren. Vaak worden ze ‘s nachts achtergelaten in het bos aan de Belarussische kant, zonder getuigen en zonder telefoon. Hun telefoons worden vernietigd om te voorkomen dat ze contact opnemen met de buitenwereld. Dit zijn de zogenaamde pushbacks. Zelfs in extreme omstandigheden worden vluchtelingen gedwongen terug te keren. Er worden geen uitzonderingen gemaakt. Zelfs zwangere vrouwen of mensen die bijna onderkoeld zijn, worden teruggestuurd naar Belarussisch grondgebied. Sommige vluchtelingen beweren meerdere keren te zijn teruggestuurd, tot wel zeventien keer toe.

De vorige Poolse regering bouwde een grenshek dat aan de basis is verstevigd en waarop prikkeldraad is bevestigd. Net als op andere plaatsen houdt ook hier dit hek de mensen niet tegen om te proberen Europa binnen te komen. Het veroorzaakt alleen ernstige verwondingen. De grenspolitie heeft ook camera’s in het bos geplaatst die de bewegingen van vluchtelingen en hulpverleners detecteren. Omdat er geen vluchtelingenkampen zijn, verstoppen de vluchtelingen zich in het bos om te voorkomen dat ze worden teruggedreven naar Belarus. De steeds grotere militaire aanwezigheid belemmert de toegang tot humanitaire hulp.

Vanaf het begin zijn er grote problemen geweest met de humanitaire hulpverlening langs deze grens. Toen de extreemrechtse regering in oktober 2023 werd weggestemd, groeide de hoop op een ander migratiebeleid, maar het geweld en de uitzettingen gaan onverminderd door. Ook is de toegang tot medische zorg nog steeds beperkt. Langs de 400 kilometer lange grens moet alle medische hulp van drie parttime medewerkers van Artsen zonder Grenzen komen. De organisatie heeft hier geen permanente basis, wat in andere grensregio’s met vergelijkbare migratiestromen wel het geval is. De hulpverleners moeten in moeilijke omstandigheden werken, vaak in het donker, en beschikken niet over de juiste apparatuur voor nauwkeurige diagnoses. Behandelingen worden aangepast aan de omstandigheden in het bos: zo worden bijvoorbeeld 's nachts infusen toegediend en wordt dringende medische zorg verleend in ernstige gevallen zoals miskramen.

Sinds het grenshek er staat, komen er naast gezondheidsproblemen ook verschillende soorten breuken voor. Mensen die over het hek proberen te klimmen, vallen soms van wel vijf meter hoog. Sommige van deze breuken vragen om een ingewikkelde operatie en een maandenlange revalidatie. Wanneer dit gebeurt, of wanneer er onderkoeling optreedt, zit er niks anders op dan een ambulance te bellen, wetende dat de vluchteling zal worden gearresteerd en tijdens het ziekenhuisverblijf door grenswachters zal worden bewaakt. Na het ontslag uit het ziekenhuis beslissen de grenswachters, op basis van hun eigen criteria, of vluchtelingen naar een gesloten of naar een open vreemdelingencentrum worden gestuurd. Volgens verschillende mensen die ik heb geïnterviewd, gebeurt het soms dat grenswachters de vluchtelingen na hun ziekenhuisopname opnieuw naar het bos brengen en hen naar de Belarussische kant drijven, waar alles weer van voren af aan kan beginnen.

De afgelopen maanden zijn er steeds meer soldaten langs de Pools-Belarussische grens gestationeerd, wat wijst op toenemende spanningen in de regio. In juni 2024 stak een migrant een Poolse soldaat neer met een mes. De soldaat overleed later aan zijn verwondingen. Als reactie daarop heeft de nieuwe regering haar campagne tegen migratie verscherpt en nam zij een wet aan die soldaten toestaat om wapens te gebruiken wanneer zij dat nodig achten, zonder dat ze zich hoeven te verantwoorden. Dit leidt tot ernstige bezorgdheid, vooral omdat er eerder al enkele verontrustende incidenten zijn geweest waarbij geweld werd gebruikt. Zo werd in oktober 2023 een Syrische vluchteling op klaarlichte dag in de rug beschoten en ernstig gewond. Ook hebben vrijwilligers in november 2023 gemeld dat grenswachters zonder waarschuwing in hun richting hadden geschoten toen ze probeerden hulp te bieden. De nieuwe wet dreigt niet alleen zulke gevaarlijke praktijken te normaliseren, maar creëert ook een klimaat van straffeloosheid en brengt zowel vluchtelingen als humanitaire hulpverleners in gevaar. Door soldaten de vrije hand te laten, worden de fundamentele mensenrechten met voeten getreden. Dat kan leiden tot een escalatie van het geweld in een toch al onstabiele grensregio.

Donald Tusk probeert Polen voor te stellen als een open land dat meer oog heeft voor mensenrechten, maar net als tijdens de vorige regering worden migranten die de grens willen oversteken ook nu weer afgeschilderd als een bedreiging voor de Poolse samenleving. Ze worden ontmenselijkt en als terroristen of criminelen bestempeld. De vorige regering probeerde ook hulpverleners te beschuldigen van medeplichtigheid aan mensenhandel, een misdaad waar tot acht jaar gevangenisstraf op staat. Het ziet ernaar uit dat dit beleid onder Donald Tusk wordt voortgezet. Op 28 januari 2025 zullen vijf vrijwilligers die in 2022 een gezin uit Irak en een persoon uit Egypte hielpen, terechtstaan. Het risico bestaat dat zij die zware straf krijgen.

Het nieuw aangekondigde migratiebeleid (van oktober 2024) stemt niet optimistisch. De bufferzone die afgelopen juli werd ingevoerd, blijft van kracht. Zij maakt het voor humanitaire organisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen, een stuk moeilijker om vluchtelingen te bereiken en te helpen. De bufferzone belemmert ook journalisten om mensenrechtenschendingen te documenteren die door de Poolse autoriteiten worden gepleegd.

Het meest omstreden punt van dit beleid is echter het plan om het recht op asiel lang de grens van Polen met Belarus op te schorten, een maatregel die indruist tegen de fundamentele mensenrechten die in heel Europa worden erkend. Hoewel dit beleid verstrekkende gevolgen heeft voor de lokale bewoners van de grensregio, is het opgesteld zonder met hen of met humanitaire organisaties te overleggen. Deze organisaties, die onvermoeibaar vluchtelingen te hulp schieten, hebben waardevolle kennis opgedaan over de situatie, de behoeften van de vluchtelingen die de grens proberen over te steken en de uitdagingen waarmee ze te maken krijgen. Als aan deze kennis wordt voorbijgegaan, ondermijnt dat niet alleen de humanitaire inspanningen. De op zich al rampzalige situatie dreigt daardoor helemaal te ontsporen.

Deze onderzoeksreportage is mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het fonds Investigative Journalism for Europe (IJ4EU).

Hanna Jarzabek is een Spaans-Poolse documentaire fotograaf en woont in Madrid. Ze heeft politieke wetenschappen gestudeerd en werkte als beleidsanalist voor VN-organisaties. Zij behandelt thema’s als discriminatie, genderidentiteit, seksuele diversiteit en migratiestromen langs de oostelijke grenzen van de EU met gevoeligheid en respect. Haar foto’s zijn gepubliceerd in toonaangevende publicaties als El País en Newsweek Japan. Ze zijn te zien op internationale tentoonstellingen en werden bekroond met tal van prijzen, waaronder een nominatie voor de IJ4EU Impact Award 2024 en de Leica Oskar Barnack Award 2023.

Foto van het project “De jungle”:

Loopgraafvoet, een schimmelinfectie aan de voeten, is een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen bij vluchtelingen die het bos van Białowieża proberen te doorkruisen (oktober 2022). 

door Giuseppe Guerini

Zoals de titel van het Letta-verslag al aangeeft, zijn de Europese Unie en haar economie en bedrijfsleven veel meer dan een markt. De EU heeft zich immers van meet af aan opgeworpen als sociale markteconomie, waar economische welvaart niet alleen betekent dat rijkdom wordt vergaard, maar ook dat handels- en marktwinsten iedereen ten goede komen. 

door Giuseppe Guerini

Zoals de titel van het Letta-verslag al aangeeft, zijn de Europese Unie en haar economie en bedrijfsleven veel meer dan een markt. De EU heeft zich immers van meet af aan opgeworpen als sociale markteconomie, waar economische welvaart niet alleen betekent dat rijkdom wordt vergaard, maar ook dat handels- en marktwinsten iedereen ten goede komen.

Ondernemingen van de sociale economie vormen zo een ecosysteem dat zorgt voor solidariteit via ondernemerschap, een nuttig model voor organisaties die weliswaar particulier zijn maar niettemin handelen in het algemeen belang.

Dit aspect, waarvan ook al sprake was in het actieplan en de aanbeveling over de sociale economie, komt in het Letta-verslag duidelijk naar voren. Letta roept de Europese instellingen op om de specifieke kenmerken van ondernemingen van de sociale economie te erkennen, de regels voor de interne markt en mededinging aan te passen en het rechtskader voor staatssteun te verbeteren, zodat ondernemingen van de sociale economie vlotter toegang krijgen tot leningen en financiering.

Het EESC heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de Europese en internationale instellingen het doel en de rol van ondernemingen van de sociale economie erkennen. Het heeft deelgenomen aan tal van initiatieven en diverse adviezen uitgebracht die uiteindelijk hebben geleid tot de goedkeuring van het actieplan voor de sociale economie (2021) en de aanbeveling aan de lidstaten (2023). Voorts hebben onze adviezen over mededingingsbeleid en staatssteun voor diensten van algemeen economisch belang de aandacht gevestigd op de noodzaak om de drempels voor het verlenen van de-minimisstaatssteun te verhogen, en bijgedragen aan de wijziging van de verordening eind 2023. De in het Letta-verslag geformuleerde verzoeken om de algemene groepsvrijstellingsverordening aan te passen en de financiering te verbeteren stroken met de oproepen die het EESC in verschillende adviezen uit 2022 en 2023 heeft gedaan. We blijven ons dan ook inzetten voor de verspreiding van dit advies, om er zo voor te zorgen dat de sociale economie meer erkenning krijgt. Bedoeling is dat mensen meer oog krijgen voor de voordelen van doeltreffende regelgeving op het gebied van mededinging en staatssteun voor zowel ondernemingen van de sociale economie als het hele systeem van diensten van algemeen belang.

Copyright: Camille Le Coz

Het nieuwe migratie- en asielpact van de EU werd bij de goedkeuring ervan in mei 2024 geprezen als een historische mijlpaal. Wat het zal opleveren moet echter nog blijken. De weg naar implementatie ligt immers bezaaid met potentiële struikelblokken: de uitzonderlijk onzekere geopolitieke context, de inherente complexiteit ervan en de krappe deadline voor uitvoering. Een voorzichtige en evenwichtige aanpak is geboden. Een analyse door Camille Le Coz van het Migration Policy Institute Europe (MPI Europe)

Het nieuwe migratie- en asielpact van de EU werd bij de goedkeuring ervan in mei 2024 geprezen als een historische mijlpaal. Wat het zal opleveren moet echter nog blijken. De weg naar implementatie ligt immers bezaaid met potentiële struikelblokken: de uitzonderlijk onzekere geopolitieke context, de inherente complexiteit ervan en de krappe deadline voor uitvoering. Een voorzichtige en evenwichtige aanpak is geboden. Een analyse door Camille Le Coz van het Migration Policy Institute Europe (MPI Europe)

2025 vliegt nog maar net uit de startblokken, en nu al rijzen er prangende vragen over het migratiebeleid van de Europese Unie. Met haar uitvoeringsplan voor het nieuwe migratie- en asielpact heeft de nieuwe Europese Commissie weliswaar een duidelijke koers uitgestippeld, maar veranderende omstandigheden dreigen te leiden tot een verandering van de politieke focus en een verschuiving van middelen. Na de val van het Assad-regime en het onvoorspelbare verloop van de oorlog in Oekraïne voegen de komende federale verkiezingen in Duitsland nog een laag van onzekerheid toe. Externaliseringsmodellen worden niet besproken als onderdeel van een coherente Europese strategie, maar zijn in plaats daarvan het voorwerp van geïsoleerde politieke manoeuvres. Tegelijkertijd wordt migratie aan de Poolse grens met Wit-Rusland nog steeds als wapen ingezet, en leidt dit in toenemende mate tot afwijkingen van de EU-wetgeving. Dit jaar zal van cruciaal belang zijn om uit te maken of de Europese Unie erin slaagt een koers te vinden die vertrouwen stimuleert en de broodnodige collectieve actie oplevert. Zo niet dan loert verdere fragmentatie om de hoek.

Na jaren van zware onderhandelingen werd de goedkeuring van het migratie- en asielpakket in mei 2024 door veel Europese politici toegejuicht als een historische mijlpaal. Net vóór de Europese verkiezingen bleek met dit akkoord dat de Unie nog in staat is eensgezind op te treden om een van haar grootste uitdagingen het hoofd te bieden. Centraal in het pact stonden het aanpakken van spanningen op het gebied van verantwoordelijkheid en solidariteit, het doorbreken van de perceptie van een eeuwig aanslepende migratiecrisis en het wegwerken van verschillen in de asielprocedures van de lidstaten. Het nieuwe kader bouwt grotendeels voort op het bestaande systeem, maar voert strengere maatregelen in, zoals systematische screening en verbeterde asiel- en terugkeerprocedures aan de grens, en voorziet in uitzonderingen op de gemeenschappelijke regels tijdens crises. Het pact is ook gericht op meer europeanisering, met verplichte solidariteit, een grotere rol voor de EU-instellingen en -agentschappen en meer Europese financiering en monitoring.

Deze nieuwe geloofwaardigheid van de EU op het gebied van een gemeenschappelijk migratiebeheer kan echter van korte duur blijken als de nieuwe regels niet uiterlijk in mei 2026 ten uitvoer zijn gelegd. Deze krappe deadline is met name een uitdaging — en al zeker voor de lidstaten die zich in de frontlinie bevinden — omdat het pact het opzetten van een complex systeem, het mobiliseren van middelen en het werven en opleiden van personeel vereist. De lidstaten hebben nationale actieplannen opgesteld, maar veel van dit werk is achter gesloten deuren verricht, zonder politieke communicatie. Dit brengt een steeds groter risico met zich mee, aangezien politieke sturing van cruciaal belang is om het fragiele evenwicht op EU-niveau in stand te houden.

Bovendien kan het nieuwe systeem alleen worden uitgevoerd indien coalities van belanghebbenden worden gevormd. Nationale asielagentschappen komt een centrale rol toe bij de omzetting van complexe wetgevingsteksten in praktische kaders; EU-agentschappen — met name het Asielagentschap van de Europese Unie — spelen in dit verband reeds een sleutelrol. Tegelijkertijd moeten ook niet-gouvernementele organisaties hierbij worden betrokken, zodat hun expertise kan worden benut, er toegang is tot juridisch advies en er sprake is van toezicht op de nieuwe procedures. Ter ondersteuning hiervan moet er meer worden samengewerkt — via regelmatig overleg, robuuste procedures voor informatie-uitwisseling en operationele taskforces die regelmatig bijeenkomen.

Ondertussen zijn externaliseringsstrategieën meer in de schijnwerpers komen te staan: in steeds meer Europese hoofdsteden worden ze gezien als een oplossing voor de migratieproblemen van de EU. Het akkoord tussen Italië en Albanië heeft tal van debatten op gang gebracht over het potentieel ervan voor het beheren van gemengde migratie. Giorgia Meloni heeft zich op dit gebied opgeworpen als de Europese spilfiguur. Deze deal heeft echter nog geen resultaten opgeleverd en blijft een bilaterale overeenkomst, waarvan andere Europese partners zijn uitgesloten. Ondertussen komen andere regeringen met alternatieve modellen, zoals terugkeerhubs, en manieren om deze te integreren in een EU-brede aanpak.

Met name de terugkeerkwestie zal de komende maanden centraal staan in het politieke debat. Een deel van het pakket is namelijk gericht op snellere terugkeer, vooral van mensen die in een terugkeerprocedure zitten aan de EU-buitengrenzen. De Commissie en de lidstaten proberen deze kwestie met urgentie aan te pakken op een manier die ruimte laat voor proefprojecten met terugkeerhubs; voorstellen tot herziening van de terugkeerrichtlijn worden in maart verwacht. Gezien de korte termijn bestaat het risico dat niet ten volle rekening wordt gehouden met de opgedane praktijkervaring, ondanks de vooruitgang die de afgelopen tien jaar is geboekt op gebieden als voorlichting, juridisch advies, re-integratieondersteuning en wederzijds leren op EU-niveau. Bovendien moet de EU oppassen dat experimenten met externalisatiemodellen haar betrekkingen met de landen van herkomst niet schaden en haar positie in bredere zin niet verzwakken.

De omgeving waarin deze delicate evenwichtsoefening plaatsvindt, is uiterst onzeker. De uitvoering van het pact zal daarom niet alleen een test zijn op het gebied van migratiebeheer, maar ook voor het Europese project in bredere zin. Met name de situatie aan de Poolse grens illustreert de uitdagingen die gepaard gaan met het naleven van bindende regelgeving onder druk van een vijandig buurland. Wat Syrië en Oekraïne betreft, moeten de Europese hoofdsteden voorbereid zijn op onvoorziene ontwikkelingen. In het komende jaar zal het van cruciaal belang zijn sterk leiderschap op EU-niveau te stimuleren zodat de nieuwe regels ten uitvoer worden gelegd en innovatieve benaderingen worden verkend die aansluiten bij een gezamenlijke aanpak en deze versterken. Dit houdt ook in dat er stabiele partnerschappen met prioritaire landen moeten worden opgebouwd en dat moet worden voorkomen dat middelen worden gebruikt voor politieke manoeuvres.

Camille Le Coz is Associate Director bij het Migration Policy Institute Europe, een in Brussel gevestigd onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met kwesties op het gebied van effectiever migratiebeheer, de integratie van immigranten en asielstelsels, en dat werkt aan de verbetering van de situatie van nieuwkomers, gezinnen met een migratieachtergrond en gastgemeenschappen.

In dit nummer:

  • Financiële steun voor ondernemingen van de sociale economie conform de staatssteunregels, door Guiseppe Guerini
  • Vertoning bij het EESC van de Belarussische film “Under the Grey Sky” - interview met regisseur Mara Tamkovich
  • Het nieuwe migratie- en asielpact kan het Europese project op de proef stellen, door Camille le Coz van MPI Europe
  • Anonieme graven aan de buitengrenzen van Europa, door Barbara Matejčić
  • Syrische vluchtelingen:

    - De manier waarop de EU de terugkeer van Syriërs aanpakt, kan een keerpunt betekenen in haar migratiebeleid, door Alberto-Horst Neidhardt van het EPC

    - EU-lidstaten mogen Syrische vluchtelingen niet dwingen terug te keren zolang de situatie in het land niet stabiel is, door Jean-Nicolas Beuze van de UNHCR

In dit nummer:

  • Financiële steun voor ondernemingen van de sociale economie conform de staatssteunregels, door Guiseppe Guerini
  • Vertoning bij het EESC van de Belarussische film “Under the Grey Sky” - interview met regisseur Mara Tamkovich
  • Het nieuwe migratie- en asielpact kan het Europese project op de proef stellen, door Camille le Coz van MPI Europe
  • Anonieme graven aan de buitengrenzen van Europa, door Barbara Matejčić
  • Syrische vluchtelingen:

    - De manier waarop de EU de terugkeer van Syriërs aanpakt, kan een keerpunt betekenen in haar migratiebeleid, door Alberto-Horst Neidhardt van het EPC

    - EU-lidstaten mogen Syrische vluchtelingen niet dwingen terug te keren zolang de situatie in het land niet stabiel is, door Jean-Nicolas Beuze van de UNHCR

Copyright: Almir Hoxhaj

Almir Hoxhaj, een Albanese immigrant in Griekenland, spreekt nu naast zijn moedertaal ook Grieks. Na dertig jaar voelt hij zich thuis in Griekenland, maar de aanpassing aan de Griekse samenleving, waar “Albanees” als een scheldwoord wordt gebruikt, ging niet over rozen. Dit is zijn verhaal.

Almir Hoxhaj, een Albanese immigrant in Griekenland, spreekt nu naast zijn moedertaal ook Grieks. Na dertig jaar voelt hij zich thuis in Griekenland, maar de aanpassing aan de Griekse samenleving, waar “Albanees” als een scheldwoord wordt gebruikt, ging niet over rozen. Dit is zijn verhaal.

Ik ben geboren in een klein dorpje in het district Vlorë, waar ik tot mijn twaalfde heb gewoond. Totdat mijn familie naar Tirana verhuisde en ik in 1997 de moeilijke beslissing nam om een betere toekomst op te zoeken in Griekenland. In die tijd, na de opening van de grenzen, zochten veel Albanezen hun heil in het veilige Griekenland. Je hoefde alleen maar de landgrens over te steken. Dat heb ik achttien keer gedaan, te voet. Ik was bang voor de zee. Ik herinner me nog mijn laatste tocht van vijf dagen naar Veroia. Het hield niet op met regenen en toch had ik verschrikkelijke dorst. Toen ik eindelijk een vol glas water in mijn handen had, was zelfs dat niet genoeg om mijn dorst te lessen. Zo begon mijn leven in Griekenland. Met een vol glas water in mijn hand.

Mijn eerste kennismaking met het land vond plaats toen ik vijftien was. Samen met een groepje vrienden stak ik toen stiekem de grens over. Het kwam niet eens bij ons op dat we iets illegaals deden. Als ik naar Griekenland had kunnen vliegen, had ik dat gedaan. Griekenland, zijn taal, mythologie en geschiedenis spraken me heel erg aan. Tijdens de zomer werkte ik hard en probeerde ik mijn familie te onderhouden. Mijn definitieve verhuizing naar Griekenland liep niet van een leien dakje. Ik kreeg te maken met rechtsonzekerheid, racisme en integratieproblemen. Ik herinner me één voorval in het prille begin als de dag van gisteren. Ik was illegaal, niet verzekerd en ik sprak geen Grieks. En toen brak een van mijn tanden. Er zat niks anders op dan zelf mijn tand te trekken. Voor de spiegel, met een tang die ik op het werk gebruikte. Mijn mond zat vol bloed.

Het viel niet mee om me aan te passen aan de Griekse samenleving. Als immigrant van de eerste generatie voelde ik me een vreemdeling, alsof ik de hele tijd bloed in mijn mond had. Ik was illegaal en durfde niet naar buiten te gaan voor een wandeling of een kopje koffie. Overal waar ik kwam, kreeg ik te maken met racisme, in al zijn vormen. Ik hoorde hoe een vader zijn jonge kind bedreigde dat een Albanees het zou komen opeten als het zich niet gedeisd hield. Ik werd de toegang geweigerd tot cafés, clubs en andere plaatsen. In het begin hingen bij sommige cafés zelfs bordjes met “Geen Albanezen”. Ze zeiden dat we smerig waren omdat we een andere godsdienst hadden. De banden tussen Grieken en Albanezen zijn nu beter, maar er doen nog altijd veel vooroordelen de ronde. “Albanees” is zelfs een scheldwoord in Griekenland. Het racisme is de wereld nog niet uit, maar het is milder geworden. De tijden zijn veranderd. Racisme wordt nu vooral aangewakkerd door economische problemen en gebrek aan onderwijs.

Vooroordelen en discriminatie hebben diepe wortels en leiden vaak tot de vorming en verspreiding van extreme politieke en sociale stromingen, die zelfs tot in het Europees Parlement reiken. Dat is triest! En hoewel de situatie is verbeterd, blijft dit de realiteit. Toch is er hoop voor de jongere generaties. Onze kinderen zullen een betere kans krijgen om volledig te worden aanvaard. Dat geldt ook voor mijn dochtertje van twaalf.

Tegenwoordig werk ik als aannemer. Ik kijk met gemengde gevoelens op mijn leven terug. De problemen die ik ondervond om me aan te passen en het gebrek aan aanvaarding waren dagelijkse kost voor mij. Toch heb ik door deze ervaringen een dieper inzicht in het leven en in het belang van integratie gekregen.

Albanië zal voor altijd een deel van mij blijven. Ik kan me de jaren onder het communistische regime nog goed herinneren. Het was een tijd van paranoia, angst, onzekerheid en extreme armoede. De val van het regime bracht verlichting, maar ook nieuwe problemen zoals werkloosheid en criminaliteit. Deze ervaringen hebben me gevormd. Ze hebben me geleerd om de stabiliteit en vrijheid die ik in Griekenland heb gevonden, te waarderen.

Op persoonlijk vlak voel ik me verbonden met dit land. Ook al ligt mijn hart nog in mijn dorp in Albanië, dit is waar mijn leven zich nu afspeelt. Ik spreek nu even goed Grieks als Albanees. Door alles wat ik heb meegemaakt, wat ik heb moeten doen en wat ik heb bereikt voel ik me een deel van dit land. Ik hoop dat het Griekse volk ons mettertijd volledig zal accepteren en zal inzien dat onze bijdrage aan de samenleving waardevol is.

Migratie is een beproeving, die gepaard gaat met veel uitdagingen, maar ook kansen. Als Albanese migrant in Griekenland kon ik hier niet omheen. Mijn verhaal gaat over uitdagingen, het streven om erbij te horen en hoop.

De komende jaren zie ik mezelf blijven wonen in Griekenland, dat nu mijn thuis is, terwijl Albanië een gelijkwaardig lid van de Europese Unie wordt. De EU is nu het thuisland van ons allemaal.

Almir Hoxhaj is 47 jaar oud. Hij woont en werkt in Tripoli, een kleine stad in de Griekse Peloponnesos. Hij heeft een dochter van twaalf. Zijn lievelingsstad is Berlijn. Hij spreekt en schrijft vloeiend Grieks en heeft het boek “De sage van de sterren van de dageraad” van de Albanese auteur Rudi Erebara in het Grieks vertaald. Het boek won in 2017 de Literatuurprijs van de Europese Unie en beschrijft de tragedie van het Albanese volk in de 20e eeuw. Hoewel het verhaal zich afspeelt in de vorige eeuw, blijven totalitarisme, fascisme en irrationalisme helaas relevant tot op de dag van vandaag, in een meer “moderne” vorm.

In april 2024 publiceerde Enrico Letta zijn langverwachte rapport over de toekomst van de eengemaakte markt van de EU, getiteld Much More than a Market. Naar aanleiding hiervan heeft het EESC tijdens zijn zitting in januari een advies goedgekeurd over Ondersteuning van entiteiten van de sociale economie conform de staatssteunregels — enkele overwegingen naar aanleiding van de ideeën uit het rapport-Letta. Wij hebben de rapporteur van het advies, Giuseppe Guerini, gevraagd in hoeverre en waarom hij zich heeft laten inspireren door Letta’s rapport, waarin de Europese instellingen onder meer worden opgeroepen het rechtskader voor staatssteun te verbeteren en ondernemingen in de sociale economie gemakkelijker leningen en financiering te verschaffen. Hoe denkt het EESC, op basis van de conclusies van dit verslag, deze ondernemingen te kunnen helpen bij de naleving van de staatssteunregels?

In april 2024 publiceerde Enrico Letta zijn langverwachte rapport over de toekomst van de eengemaakte markt van de EU, getiteld Much More than a Market. Naar aanleiding hiervan keurde het EESC tijdens zijn januarizitting een advies goed over Ondersteuning van entiteiten van de sociale economie conform de staatssteunregels — enkele overwegingen naar aanleiding van de ideeën uit het rapport-Letta. Wij hebben de rapporteur van het advies, Giuseppe Guerini, gevraagd in hoeverre en waarom hij zich heeft laten inspireren door Letta’s rapport, waarin de Europese instellingen onder meer worden opgeroepen het rechtskader voor staatssteun te verbeteren en ondernemingen in de sociale economie gemakkelijker leningen en financiering te verschaffen. Hoe denkt het EESC, op basis van de conclusies van dit verslag, deze ondernemingen te kunnen helpen bij de naleving van de staatssteunregels?

Copyright: Schotstek

Afkomst en sociale achtergrond mogen succes nooit in de weg staan, aldus Evgi Sadegie, algemeen directeur van Schotstek, een in Hamburg en Berlijn gevestigde organisatie die gelijke kansen en culturele diversiteit in de arbeidswereld bevordert. De unieke beursprogramma’s van Schotstek zijn bedoeld om intelligente, ambitieuze en gemotiveerde jongeren met een migratieachtergrond te begeleiden naar leidinggevende posities in de onderzoekswereld, het bedrijfsleven en de samenleving. Door hen te helpen sterke netwerken op te bouwen en hun de juiste vaardigheden bij te brengen stelt Schotstek getalenteerde studenten en jonge professionals in staat hun potentieel ten volle te benutten.

Afkomst en sociale achtergrond mogen succes nooit in de weg staan, aldus Evgi Sadegie, algemeen directeur van Schotstek, een in Hamburg en Berlijn gevestigde organisatie die gelijke kansen en culturele diversiteit in de arbeidswereld bevordert. De unieke beursprogramma’s van Schotstek zijn bedoeld om intelligente, ambitieuze en gemotiveerde jongeren met een migratieachtergrond te begeleiden naar leidinggevende posities in de onderzoekswereld, het bedrijfsleven en de samenleving. Door hen te helpen sterke netwerken op te bouwen en hun de juiste vaardigheden bij te brengen stelt Schotstek getalenteerde studenten en jonge professionals in staat hun potentieel ten volle te benutten.

door Evgi Sadegie

Duitsland is een cultureel divers land, maar dat is nog steeds nauwelijks terug te zien in het leiderschap op economisch, wetenschappelijk, cultureel en politiek gebied. Mensen met een migratieachtergrond stuiten vaak op barrières die de sociale ongelijkheid vergroten, innovatiepotentieel onbenut laten en de sociale cohesie ondermijnen. Vooroordelen, ongelijke onderwijskansen en een gebrek aan rolmodellen en netwerken staan de loopbaanontwikkeling van veel getalenteerde mensen in de weg.

Schotstek werd in 2013 door Sigrid Berenberg samen met een aantal vrienden opgericht. Sigrid Berenberg is advocaat en zet zich al jarenlang in voor sociale rechtvaardigheid en diversiteit. Met een aantal gelijkgestemden heeft ze Schotstek opgericht, in het bijzonder om slimme, ambitieuze en gemotiveerde jongeren met een migratieachtergrond te begeleiden naar leidinggevende posities. Ze helpt beursstudenten die het in zich hebben om de leiders en besluitvormers van de toekomst te worden, op weg naar de top. Sigrid Berenberg is jarenlang op volledig vrijwillige basis nauw betrokken geweest bij de uitvoering van het programma.

Schotstek is een non-profitorganisatie die wordt ondersteund door middel van donaties en gezamenlijke initiatieven met andere ondernemingen. Het programma wordt gedragen door een netwerk van partners, adviesorganen en vrienden — stuk voor stuk besluitvormers op topposities uit een breed scala aan sectoren en culturen. Drie van de zeven partners alsook de algemeen directeur hebben zelf ook het Schotstek-programma doorlopen. De verantwoordelijkheid wordt dus geleidelijk doorgegeven aan de talenten die Schotstek ondersteunt, waardoor de organisatie een blijvende impact heeft.

Schotstek biedt studenten en jonge professionals unieke ondersteuning via twee parallelle programma’s. Panels laten jaarlijks maximaal 25 studenten toe in Hamburg en maximaal 20 jonge professionals in Hamburg en Berlijn. Nadat deze studenten en jonge professionals een verplicht tweejarig programma hebben afgerond, blijven ze deel uitmaken van het netwerk en kunnen ze deelnemen aan evenementen.

Schotstek draait om het opbouwen van krachtige netwerken: veel jongeren met een migratieachtergrond hebben geen toegang tot de professionele en sociale contacten die van cruciaal belang zijn voor carrièremogelijkheden. Schotstek brengt hen in contact met oud-studenten, adviesorganen en deskundigen uit bedrijfsleven, wetenschap, politiek, cultuur en samenleving. Regelmatig worden er evenementen zoals thema-avonden en lezingen met vooraanstaande personen georganiseerd, waardoor zij van gedachten kunnen wisselen en hun horizon kunnen verbreden. Deze contacten bieden carrièrekansen en leveren een gemeenschap op waarin mensen elkaar blijven ondersteunen en blijven bijdragen tot elkaars succes. De oud-studenten vervullen een belangrijke rol door hun kennis en netwerken te delen en het werkterrein van Schotstek voortdurend uit te breiden.

Schotstek biedt workshops en coaching aan om deelnemers gericht voor te bereiden op leidinggevende functies. Door middel van trainingen worden sleutelcompetenties zoals communicatieve vaardigheden, zelfvertrouwen en leiderschap bijgebracht. Ook krijgen de deelnemers persoonlijke begeleiding van een mentor. Ze worden in contact gebracht met ervaren professionals en managers die waardevolle inzichten in de arbeidswereld kunnen verschaffen, hen kunnen ondersteunen bij het plannen van hun loopbaan en hen kunnen helpen om te gaan met uitdagingen die zij in hun werk tegenkomen. De mentoren fungeren als rolmodellen en moedigen de deelnemers aan om loopbaandoelstellingen na te streven en obstakels te overwinnen.

Een ander kenmerk van het Schotstek-programma is de focus op cultuur: de deelnemers bezoeken musea, theaters, opera’s, galerieën en andere culturele instellingen. Dit draagt bij tot hun culturele vorming, hun persoonlijke ontwikkeling en hun identificatie met de stad of het dorp waar zij wonen. Deze ervaringen verruimen de blik van beursstudenten en bevorderen een gevoel van verbondenheid.

Schotstek wil de diversiteit op managementniveau een impuls geven. Afkomst en sociale achtergrond mogen succes niet langer in de weg staan. Sinds haar oprichting heeft Schotstek al honderden jongeren gesteund, en meer dan 240 deelnemers en alumni zijn nog altijd actief binnen de organisatie. Velen zijn betrokken bij de adviesraad van oud-studenten, zijn ambassadeurs, ondersteunen de activiteiten op sociale media of delen hun ervaringen als buddy’s of mentoren. Iedereen die ooit een Schotstek-beurs heeft gekregen, blijft deel uitmaken van het netwerk — een model dat garant staat voor blijvend succes. Het Schotstek-concept kan eveneens in andere steden met succes worden toegepast; zo is het programma in 2023 ook in Berlijn opgezet.

Schotstek is meer dan een ondersteuningsprogramma: het is een beweging die op indrukwekkende wijze laat zien hoe diversiteit onder getalenteerden gericht bevorderd en zichtbaar gemaakt kan worden. Schotstek creëert en biedt toegang tot kansen die niet alleen individueel succes opleveren en laat zien hoe Duitsland zijn potentieel als immigratieland ten volle kan benutten. Door uitmuntend talent vooruit te helpen en belemmeringen weg te nemen speelt het programma een cruciale rol bij de totstandbrenging van een eerlijkere en toekomstbestendige samenleving, en dat is in een geglobaliseerde wereld van essentieel belang.

Evgi Sadegie, M.A. Turkish Studies, is de algemeen directeur van Schotstek gGmbH. Ze maakte zelf deel uit van de lichting van 2014. Eerder gaf zij bij de BürgerStiftung Hamburg leiding aan “Yoldaş”, een mentorschapsproject ter ondersteuning van kinderen uit Turks-sprekende sociaal-economisch kansarme gezinnen. Daarmee kwam zij op voor gelijke kansen in een ander belangrijk uiterste van het gelijkheidsspectrum. Met haar ruime ervaring op het gebied van projectmanagement, met name op het gebied van mentorschap en interculturele samenwerking, zet zij zich actief in voor de bevordering van diversiteit en integratie in de samenleving.