Het EESC roept de EU op het voortouw te nemen met een model voor een duurzame bio-economie dat is afgestemd op de Europese Green Deal en de klimaatdoelstellingen. 

Het EESC roept de EU op het voortouw te nemen met een model voor een duurzame bio-economie dat is afgestemd op de Europese Green Deal en de klimaatdoelstellingen.

In zijn advies “Onderlinge afstemming van de circulaire economie en de bio-economie” zet het EESC uiteen hoe een robuuste bio-economie de economische en ecologische voordelen van Europa kan vergroten, de veerkracht kan versterken en een eerlijke transitie kan ondersteunen. Strategische investeringen in sectoroverschrijdende samenwerking en betrokkenheid van gemeenschappen kunnen de bio-economie van de EU op de kaart zetten als mondiaal model voor duurzame groei.

Een duurzame bio-economie moet worden afgestemd op het EU-beleid inzake de Green Deal, de circulaire economie en de biodiversiteitsdoelstellingen. Dit zorgt ervoor dat de activiteiten op het gebied van de bio-economie bijdragen tot de klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen en tegelijkertijd binnen de grenzen van onze planeet blijven.

“Een alomvattende, ambitieuze strategie voor de bio-economie is van het grootste belang. Wanneer de bio-economie wordt afgestemd op de doelstellingen inzake de circulaire economie en duurzame ontwikkeling kan ze een concurrentievoordeel voor de EU opleveren door duurzame, goedbetaalde banen te creëren en te zorgen voor groei die de ecologische grenzen respecteert", aldus Cillian Lohan, rapporteur voor het advies.

De bio-economie kan voortbouwen op de beginselen van de circulaire economie, waarbij afval wordt verminderd en de efficiëntie wordt verbeterd dankzij cascadering van hulpbronnen en hercirculatie van biologisch materiaal. Ze biedt ook sociale voordelen, met name in plattelandsgebieden, door banen te scheppen en mogelijkheden te bieden voor het verwerven van vaardigheden. Ondersteuning voor plattelandsgemeenschappen en betrokkenheid van jongeren zijn hierbij van cruciaal belang.

Onderwijs op het gebied van de bio-economie kan helpen om werknemers de nodige vaardigheden bij te brengen en het bewustzijn over duurzaamheid te vergroten. De bio-economie draagt ook bij tot een verbetering van de volksgezondheid en besparingen op de gezondheidszorg. Cruciaal in dit verband is de vooruitgang op het gebied van technologie en duurzaam landgebruik, zoals regeneratieve land- en bosbouw die de koolstofopslag en biodiversiteit stimuleren.

Stadslandbouw en circulaire voedselhubs kunnen voedselverspilling tegengaan en lokale voedselsystemen versterken. De EU moet strenge normen handhaven voor bedrijven en innovatie, en een snelle toepassing van biogebaseerde technologieën aanmoedigen. Bij de financiering moet voorrang worden gegeven aan innovatieleiders en kleine en middelgrote ondernemingen.

Om de bio-economie in het EU-beleid te integreren, moet het begrip eerst duidelijk worden gedefinieerd. De actualisering van de strategie voor de bio-economie in 2025 moet in overeenstemming zijn met de Green Deal en de Overeenkomst van Parijs, en zou een routekaart voor een duurzame, veerkrachtige biogebaseerde economie moeten omvatten. (ks) 

door Séamus Boland, voorzitter van de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

Hoewel de EU rijker is dan het grootste deel van de wereld, zijn miljoenen Europese kinderen voor hun dagelijkse voeding van schoolmaaltijden afhankelijk. In steeds meer lidstaten wordt ook tijdens de schoolvakanties eten aan kinderen uitgedeeld. Dit is op zich al een teken dat armoede in zijn meest elementaire vorm bestaat en nog toeneemt. De nieuwe Europese Commissie moet dit resoluut en krachtdadig aanpakken. 

door Séamus Boland, voorzitter van de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

Hoewel de EU rijker is dan het grootste deel van de wereld, zijn miljoenen Europese kinderen voor hun dagelijkse voeding van schoolmaaltijden afhankelijk. In steeds meer lidstaten wordt ook tijdens de schoolvakanties eten aan kinderen uitgedeeld. Dit is op zich al een teken dat armoede in zijn meest elementaire vorm bestaat en nog toeneemt. De nieuwe Europese Commissie moet dit resoluut en krachtdadig aanpakken.

De Europese armoedestatistieken stemmen niet vrolijk. Ongeveer 21 % van de bevolking in de EU loopt het risico op armoede en sociale uitsluiting (Eurostat-gegevens voor 2023) en bijna 25 % van de kinderen dreigt in de armoedeval terecht te komen (Eurostat-gegevens voor 2023). Als de EU geen initiatieven zou nemen om armoede te bestrijden, zou het probleem wellicht nog groter zijn. Maar er is veel meer nodig. Daarom zijn het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en zijn groep van maatschappelijke organisaties verheugd over de aankondiging van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen dat de Commissie in de mandaatsperiode 2024-2029 aan een EU-strategie voor armoedebestrijding zal werken om de onderliggende oorzaken van armoede aan te pakken. Het EESC, en mijn groep in het bijzonder, dringt al lang aan op een dergelijke strategie.

Helaas is armoede niet alleen een ‘gebrek’ aan de basismiddelen die gezinnen dagelijks nodig hebben. Het is het resultaat van een reeks hardnekkige omstandigheden die gepaard gaan met langdurige ontberingen. Deze ontberingen worden veroorzaakt door politieke systemen die in het beste geval bepaalde bevolkingsgroepen negeren en in het slechtste geval discrimineren.

Bij het zoeken naar een oplossing moeten we kijken naar de diepgewortelde historische oorzaken van armoede, wat inhoudt dat alle fasen van het leven onder de loep moeten worden genomen, van de geboorte tot de dood. Ook voor huisvesting is zo’n onderzoek nodig, want dit wordt een van de ernstigste problemen in de Europese samenlevingen. Daarom heeft het EESC op verzoek van mijn groep een studie laten uitvoeren naar duurzame en betaalbare huisvesting in de EU. Deze werd gepresenteerd tijdens onze conferentie op 21 november over de bescherming van de meest kwetsbare burgers in Europa door middel van duurzame en betaalbare huisvesting. Met deze conferentie hebben we aangetoond dat betaalbare huisvesting doorslaggevend is om armoede te bestrijden.

Het is een goede zaak dat de nieuwe Europese Commissie een commissaris voor energie en huisvesting zal hebben en zo zal bijdragen tot de uitbanning van armoede. Het is echter zorgwekkend dat de meeste politici het uitroeien van armoede blijven zien als een probleem dat moet worden opgelost aan de hand van grote, bureaucratisch beheerde budgetten. Alleen als deze mentaliteit verandert, zullen de middelen bij de juiste mensen terechtkomen. Armoede is een transversaal probleem en de nieuwe Europese commissarissen voor Energie en Wonen, voor Gelijkheid, voor Cohesie en Hervormingen en voor Rechtvaardige Transitie moeten dringend de verantwoordelijkheid nemen om deze verandering op gang te brengen.

Het EESC pleit voor een Europees vlaggenschipinitiatief op het gebied van gezondheid, stelt voor om een Europese gezondheidsunie te creëren en verzoekt de Europese Commissie een actieplan inzake zeldzame ziekten te publiceren met duidelijk haalbare doelstellingen.

Het EESC pleit voor een Europees vlaggenschipinitiatief op het gebied van gezondheid, stelt voor om een Europese gezondheidsunie te creëren en verzoekt de Europese Commissie een actieplan inzake zeldzame ziekten te publiceren met duidelijk haalbare doelstellingen.

Tijdens zijn oktoberzitting heeft het EESC gedebatteerd over “Een Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied”, waarbij het de EU heeft gevraagd een ambitieus initiatief te ontplooien om binnen de EU tot een transversale opzet van de gezondheidszorg te komen. Ook werd gesproken over het opstellen van een Europees actieplan inzake zeldzame ziekten.

Bij opening van het debat verklaarde EESC-voorzitter Oliver Röpke: “Het is van cruciaal belang dat iedereen die in de EU woont toegang heeft tot betaalbare gezondheidszorg van goede kwaliteit. We moeten in innovatieve en duurzame gezondheidsstelsels investeren en kordaat optreden om ongelijkheid op gezondheidsgebied zowel binnen de EU als wereldwijd te bestrijden. In het geval van zeldzame ziekten is de kwetsbaarheid en hardnekkige ongelijkheid nog zichtbaarder. Daarom zijn er op het vlak van zeldzame ziekten uitgebreide Europese maatregelen nodig.”

Alain Coheur, rapporteur voor het advies over het Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied, zei: “Vandaag proberen we voor de toekomstige EU-commissarissen een routekaart tot stand te brengen die gezondheidszorg voor iedereen bevordert en de burgers tegen toekomstige crises beschermt.” Ágnes Cser, rapporteur voor het advies over zeldzame ziekten, voegde daaraan toe: “Het is tijd dat we een actieplan inzake zeldzame ziekten opstellen. Daarnaast moeten we ons echter ook op gezondheid richten, want gezondheid is de sleutel tot concurrentievermogen. Het komt erop aan om onze gezondheidsunie concreet invulling te geven.”

In het advies over het Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied wordt een reeks strategische pijlers genoemd om de solidariteit en samenwerking tussen de lidstaten op het vlak van gezondheid te versterken. Daartoe behoort de invoering van een Europese gezondheids- en zorggarantie met meerjarendoelstellingen inzake gezondheid op EU-niveau. Deze zou kunnen leiden tot het opstellen van een juridisch bindende tekst (zoals een richtlijn).

Een andere pijler is de toepassing van de “één gezondheid”-benadering, die de gezondheid van mensen, dieren, planten en het milieu met elkaar verbindt. In het advies over de bestrijding van zeldzame ziekten wordt de Commissie verzocht een mededeling te publiceren met een alomvattend Europees actieplan inzake zeldzame ziekten, waarin Smart-doelstellingen worden geformuleerd die tegen 2030 kunnen worden bereikt. (lm) 

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) organiseert Krachtige ontmoetingen: Het einde van energiearmoede in beeld, een confronterende fototentoonstelling met het werk van fotografe Miriam Strong. De tentoonstelling, georganiseerd in samenwerking met Friends of the Earth Europe, belicht het activisme, het collectivisme en de empowerment van gemeenschappen in heel Europa die met energiearmoede kampen. Georganiseerd op initiatief van de groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC is de tentoonstelling van 4 tot en met 16 december toegankelijk in het JDE-gebouw van het EESC in Brussel, Belliardstraat 99-101

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) organiseert Krachtige ontmoetingen: Het einde van energiearmoede in beeld, een confronterende fototentoonstelling met het werk van fotografe Miriam Strong. De tentoonstelling, georganiseerd in samenwerking met Friends of the Earth Europe, belicht het activisme, het collectivisme en de empowerment van gemeenschappen in heel Europa die met energiearmoede kampen. Georganiseerd op initiatief van de groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC is de tentoonstelling van 4 tot en met 16 december toegankelijk in het JDE-gebouw van het EESC in Brussel, Belliardstraat 99-101.

Tijdens het openingsevenement benadrukten de vicevoorzitter van het EESC voor Communicatie, Aurel Laurentiu Plosceanu, en de voorzitter van de groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC, Séamus Boland, de inzet van het EESC om armoede uit te bannen, betaalbare energie te bevorderen, systemische verandering te stimuleren en werk te maken van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s). 

In zijn toespraak ging de heer Boland in op de stijgende kosten van levensonderhoud en de toenemende armoede in Europa. Daarbij pleitte hij voor een krachtige politieke reactie van de nieuwe Europese Commissie en het Europees Parlement. “De allereerste EU-strategie voor armoedebestrijding en de Green Industrial Deal, aangekondigd door Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in haar politieke beleidslijnen voor de nieuwe Europese Commissie, moeten duurzame oplossingen bieden voor de realiteit ter plaatse”, aldus de heer Boland.

Laia Segura, campagnevoerder Energy Justice, en Yvonne Lemmen, communicatiemedewerker bij Friends of the Earth, benadrukten dat dit fotoproject laat zien hoe mensen energiearmoede bestrijden en vechten voor hun recht op fatsoenlijke, klimaatbestendige huizen met betaalbare, schone energie. Klik hier voor meer informatie.

door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers

Donald Trump heeft de Amerikaanse verkiezingen gewonnen en wordt voor de tweede keer president. De verkiezingsuitslag is glashelder en moet geëerbiedigd worden. Maar hoe nu verder? 

door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers

Donald Trump heeft de Amerikaanse verkiezingen gewonnen en wordt voor de tweede keer president. De verkiezingsuitslag is glashelder en moet geëerbiedigd worden. Maar hoe nu verder?

De EU en de VS blijven belangrijke geopolitieke en handelspartners: onze relatie is immers gebaseerd op het beginsel van wederkerigheid. In de wereld van vandaag, waarin alles met elkaar verbonden is, is er geen plaats voor isolationisme of protectionisme, aangezien dergelijke visies de samenwerking en economische welvaart aan beide zijden én wereldwijd ondermijnen.

De EU en de VS zijn elkaars grootste handelspartners. De bilaterale handel tussen de EU en de VS bedroeg meer dan 1,6 biljoen EUR in 2023 en heeft daarmee een historisch hoogtepunt bereikt, terwijl de bilaterale investeringen opliepen tot 5 biljoen EUR. De VS zijn een belangrijke bron van buitenlandse directe investeringen (BDI) in de EU: naar schatting bedragen de BDI van de VS in Europa ongeveer 3,6 biljoen USD, terwijl de EU circa 3 biljoen USD in de VS investeert. Deze wederzijdse investeringen versterken de onderlinge economische afhankelijkheid en creëren miljoenen banen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.

Het is dan ook belangrijk dat we onze banden blijven koesteren. Het opleggen van invoerheffingen op goederen uit de EU, zoals Trump in het verleden al heeft aangekondigd, door heffingen van 10 % tot 20 % toe te passen op de invoer uit alle landen, met inbegrip van de EU, is een heilloze weg. Wij pleiten daarom voor een opener dialoog en een toekomstgerichte agenda voor samenwerking.

De Handels- en Technologieraad EU-VS heeft de dialoog over kritieke kwesties zoals artificiële intelligentie en halfgeleiders vergemakkelijkt. Niet alleen is er behoefte aan een meer diepgaande dialoog, de EU moet ook vaart zetten achter haar beleidshervormingen, orde op zaken stellen en nagaan hoe de samenwerking met de VS in goede banen kan worden geleid.

Daarnaast moeten we voorbereid zijn op de mogelijkheid dat we met betrekking tot belangrijke kwesties zoals de klimaatverandering en Oekraïne, zelf de touwtjes in handen zullen moeten nemen. Dit is een zeer reële mogelijkheid, en we kunnen er dan ook maar beter vanuit gaan dat dit de nieuwe realiteit wordt.

Besluit inzake de uitlegging en toepassing van het Verdrag inzake het Energiehandvest

Document Type
AS

Democratie in Afrika: stand van zaken en toekomstperspectieven

Document Type
AS

De volgende Commissie moet de “Commissie van de uitbreiding” zijn. De vraag is niet óf de EU moet worden uitgebreid, maar hoe de uitbreiding in goede banen kan worden geleid, zo luidde de conclusie van het bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) gehouden Forum op hoog niveau over de uitbreiding. Aan het forum werd o.a. deelgenomen door EESC-voorzitter Oliver Röpke, de Europees commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten Nicolas Schmit en ministers van zowel EU-lidstaten als kandidaat-lidstaten.

De volgende Commissie moet de “Commissie van de uitbreiding” zijn. De vraag is niet óf de EU moet worden uitgebreid, maar hoe de uitbreiding in goede banen kan worden geleid, zo luidde de conclusie van het bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) gehouden Forum op hoog niveau over de uitbreiding. Aan het forum werd o.a. deelgenomen door EESC-voorzitter Oliver Röpke, de Europees commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten Nicolas Schmit en ministers van zowel EU-lidstaten als kandidaat-lidstaten.

Samen met de Europese Commissie heeft het EESC een forum op hoog niveau over de uitbreiding georganiseerd, dat in de marge van zijn oktoberzitting plaatsvond. Meer dan 140 vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit kandidaat-lidstaten kwamen voor het eerst bijeen. De deelnemers lieten er geen twijfel over bestaan: het maatschappelijk middenveld en de sociale partners, die bij het toetredingsproces vaak over het hoofd worden gezien, moeten een centrale rol krijgen in het uitbreidingsproces van de EU.

“Het is niet zomaar een kwestie van uitbreiding van de EU; het gaat erom toekomstige lidstaten voor te bereiden om actief deel te nemen aan de vormgeving van de EU en ervoor te zorgen dat zij volledig toegerust zijn om de toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden”, aldus Oliver Röpke. “Door samen te werken met het maatschappelijk middenveld, werkgeversorganisaties en vakbonden leggen we de noodzakelijke basis voor een inclusiever en sterker Europa.”

In het debat werd benadrukt dat het recente momentum rond de uitbreiding moet worden vastgehouden, aangezien de huidige Commissie (2024-2029) een cruciale rol zal spelen bij het afronden van het uitbreidingsproces.

Een andere cruciale boodschap die werd afgegeven was dat we moeten zorgen voor een geleidelijke, voorspelbare en op verdiensten gebaseerde integratie, waarbij vorderingen worden erkend en worden beloond met reële vooruitzichten op toetreding.

Nicolas Schmit benadrukte de belangrijke rol die het maatschappelijk middenveld speelt: “Een goed functionerende bipartiete en tripartiete sociale dialoog en betrokkenheid van de sociale partners zijn cruciale elementen in de context van de toetreding tot de EU, aangezien ze deel uitmaken van onze sociale markteconomie”.

De Duitse staatssecretaris Rolf Schmachtenberg: “Arbeids- en sociale aspecten zijn essentieel voor een succesvolle toetreding tot de EU. Wie het leven van alle burgers wil verbeteren, kansen wil creëren en sociale ongelijkheden wil bestrijden, kan niet zonder een doeltreffend werkgelegenheidsbeleid, goede arbeidsvoorwaarden en goed functionerende socialezekerheidsstelsels, met sterke sociale partners.”

Tijdens het debat onderstreepte Naida Nišić, minister van Arbeid, Werkgelegenheid en Sociale Dialoog van Montenegro, het belang van het forum op hoog niveau als overlegplatform dat Montenegro in staat stelt de vorderingen te beoordelen.

Niki Kerameus, Grieks minister van Arbeid en Sociale Zekerheid: “Het was een groot voorrecht om deel te nemen aan deze belangrijke discussie over de uitbreiding van de EU en de cruciale rol die de sociale partners spelen bij het vormgeven van de toekomst van het Europese landschap op het gebied van sociale en arbeidsrechten.”

Olta Manjani, Albanees viceminister van Economie, Cultuur en Innovatie: “Albanië werkt actief aan zijn grotere aanwezigheid binnen de instellingen, comités en werkgroepen van de EU, en de oprichting van het gemengd raadgevend comité met het Europees Economisch en Sociaal Comité maakt daar deel van uit.”

Het EESC heeft zich voortdurend sterk gemaakt voor uitbreiding van de EU. In 2024 lanceerde het een proefproject, het initiatief “leden uit kandidaat-lidstaten” (ECM’s), dat het maatschappelijk middenveld in de kandidaat-lidstaten in staat stelt bij te dragen aan de werkzaamheden van het EESC. Het initiatief laat zien hoe de actieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld uit de kandidaat-lidstaten het uitbreidingsproces kracht bijzet.  (mt)

Herziening van de Territoriale Agenda van de EU 2030

Document Type
AS

Eengemaakte markt/toekomstige uitbreiding van de Unie

Document Type
AS