Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dringt erop aan de staatssteunregels van de Europese Unie te wijzigen om beter tegemoet te komen aan de behoeften van entiteiten van de sociale economie, die een cruciale rol spelen bij het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. 

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dringt erop aan de staatssteunregels van de Europese Unie te wijzigen om beter tegemoet te komen aan de behoeften van entiteiten van de sociale economie, die een cruciale rol spelen bij het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen.

In zijn advies over Ondersteuning van entiteiten van de sociale economie conform de staatssteunregels — enkele overwegingen naar aanleiding van de ideeën uit het rapport-Letta dat tijdens de zitting van januari werd goedgekeurd, waarschuwt het EESC dat de bestaande regelgeving onvoldoende steun biedt aan deze ondernemingen, die hun winsten vaak herinvesteren in sociale doelstellingen in plaats van ze onder de beleggers te verdelen.

“Bedoeling is dat mensen meer oog krijgen voor de voordelen van doeltreffende regelgeving op het gebied van mededinging en staatssteun voor zowel ondernemingen van de sociale economie als het hele systeem van diensten van algemeen belang”, aldus Giuseppe Guerini, de rapporteur van het advies.

Entiteiten van de sociale economie — zoals coöperaties, onderlinge maatschappijen en stichtingen — bieden werk aan meer dan 11 miljoen mensen in de hele EU, d.w.z. 6,3 % van de beroepsbevolking. Ze zijn actief op gebieden als sociale en gezondheidsdiensten, hernieuwbare energie en armoedebestrijding. Ondanks hun bijdragen hebben veel entiteiten van de sociale economie te maken met systemische belemmeringen bij het verkrijgen van langetermijninvesteringskapitaal en het doorlopen van openbare aanbestedingsprocedures, omdat in het huidige regelgevingskader vaak geen rekening wordt gehouden met hun non-profit- of solidaire karakter.

Het EESC wijst er in zijn advies onder meer op dat overheidsinstanties onvoldoende gebruikmaken van bestaande instrumenten zoals de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en het kader voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB’s).

Daarom dringt het Comité aan op een vereenvoudiging en actualisering van de veel te ingewikkelde en verouderde regels van de AGVV ten behoeve van de indienstneming van kwetsbare en gehandicapte werknemers, in overeenstemming met een aantal aanbevelingen uit het rapport-Letta over de eengemaakte markt.

Hoewel het EESC ingenomen is met de recente verhoging van het de-minimisplafond — 300 000 EUR voor gewone ondernemingen en 750 000 EUR voor DAEB-entiteiten — stelt het ook dat meer op maat gesneden instrumenten, zoals de AGVV of specifieke DAEB-bepalingen, beter zouden kunnen inspelen op de behoeften van entiteiten van de sociale economie op gebieden als gezondheidszorg en sociale diensten. (ll)

Jongeren in het Middellandse Zeegebied moeten in alle stadia van de beleidsvorming en -uitvoering worden gehoord. Tijdens het debat in het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werd betoogd dat jongeren niet alleen hun stempel op het beleid drukken, maar ook op het leven.

Jongeren in het Middellandse Zeegebied moeten in alle stadia van de beleidsvorming en -uitvoering worden gehoord. Tijdens het debat in het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werd betoogd dat jongeren niet alleen hun stempel op het beleid drukken, maar ook op het leven.

Het debat vond plaats naar aanleiding van de goedkeuring van het advies over Betrokkenheid van jongeren bij de sociale en civiele dialoog in het Middellandse Zeegebied en werd gehouden tijdens de januarizitting van het EESC. Het is het eerste EESC-advies waarin rekening wordt gehouden met de inbreng van jongerenvertegenwoordigers uit de regio. Acht jonge vertegenwoordigers hebben bijgedragen aan de ontwerptekst.

Tijdens het debat benadrukte Dubravka Šuica, commissaris voor het Middellandse Zeegebied, hoe belangrijk jongeren zijn voor de welvaart, stabiliteit en veerkracht van de regio: “De toekomst van het Middellandse Zeegebied ligt in handen van de jongeren. Als we samen een duurzame toekomst willen uitbouwen, moeten we rechtstreeks samenwerken met jonge generaties en ervoor zorgen dat hun stem richting geeft aan ons beleid en aan onze prioriteiten. Door te investeren in onderwijs, banen en groei zullen we samen een nieuw pact voor het Middellandse Zeegebied sluiten.”

EESC-voorzitter Oliver Röpke steunt het nieuwe pact van commissaris Šuica, waarin investeringen, duurzaamheid en migratie centraal staan. Hij voegde eraan toe dat het maatschappelijk middenveld er actief aan moet meewerken. “De betrokkenheid van jongeren is van essentieel belang voor de toekomst van de regio. Het EESC zal ervoor zorgen dat zij het beleid en de besluitvorming mee bepalen. Samen met de Unie voor het Middellandse Zeegebied en de Anna Lindh-stichting streven we naar een vreedzaam en welvarend Middellandse Zeegebied.”

Prinses Rym Ali, voorzitter van de Anna Lindh-stichting, benadrukte het belang van de bijdrage van de jonge vertegenwoordigers aan het advies en zei dat het werken met jongeren niet alleen belangrijk, maar ook dringend nodig en inspirerend is. “Er staat zoveel op het spel. Zonder de betrokkenheid van jongeren, zonder hen instrumenten aan te bieden om op gelijke voet deel te nemen, kunnen we niet tot oplossingen voor de toekomst komen. Zij moeten een plek aan de tafel krijgen”, zei ze.

Eliane El Haber, jongerenvertegenwoordiger voor het advies en adviseur van het jongerennetwerk Unesco SDG 4, was ingenomen met het initiatief van het EESC om jongeren met uiteenlopende regionale, gender-, educatieve en culturele achtergronden actief te betrekken.

door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC

Op 29 januari heeft de Europese Commissie het EU-kompas voor het concurrentievermogen goedgekeurd — een cruciale en opportune stap die de economische motor van Europa weer moet aanzwengelen en de koers van de EU voor de komende vijf jaar zal bepalen.

door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC

Op 29 januari heeft de Europese Commissie het EU-kompas voor het concurrentievermogen goedgekeurd — een cruciale en opportune stap die de economische motor van Europa weer moet aanzwengelen en de koers van de EU voor de komende vijf jaar zal bepalen.

Werkgevers in de EU pleiten al geruime tijd voor een overkoepelende agenda voor het concurrentievermogen en wij zijn zeer te spreken over de drie pijlers van het kompas: het dichten van de innovatie- en productiviteitskloof, het combineren van decarbonisatie en concurrentievermogen en het verminderen van afhankelijkheden om toeleveringsketens veilig te stellen. Deze zijn van essentieel belang om ervoor te zorgen dat Europa wereldwijd kan concurreren, talent kan aantrekken en behouden en innovatie kan bevorderen.

Wel is het zo dat het kompas uiteindelijk alleen een succes kan worden indien er concrete maatregelen worden uitgewerkt en deze tijdig worden uitgevoerd. Belangrijke initiatieven zoals het omnibuspakket voor vereenvoudiging, de Clean Industrial Deal en de horizontale strategie ter verdieping van de interne markt zullen een doorslaggevende rol spelen. Maar opgesmukte strategieën en pakkende benamingen volstaan niet om ons de uitdagingen die op ons afkomen van het lijf te houden.

Zo is vereenvoudiging van het regelgevingskader de eerste en meest dringende stap. Het is van essentieel belang dat de bureaucratische rompslomp wordt verminderd en dat er sneller en flexibeler te werk wordt gegaan. Al te lang hebben bedrijven in de EU te kampen met een besluitvorming die veel te ingewikkeld en traag is. Ook moet de concurrentievermogenstoets op een zinvolle wijze geïmplementeerd worden, zodat nieuwe wet- en regelgeving de groei van het bedrijfsleven niet in de weg staat maar juist ondersteunt.

Het kompas is terecht gericht op het bevorderen van innovatie door middel van een robuuste kapitaalmarktenunie en het aanpakken van structurele belemmeringen om het potentieel van Europa op het gebied van deep tech, schone energie en geavanceerde productie te ontsluiten, terwijl er tegelijkertijd een vruchtbaar ecosysteem voor start-ups en scale-ups tot stand moet worden gebracht.

Dat de kapitaalmarktenunie nog altijd in de steigers staat, herinnert er ook maar al te goed aan dat we ons geen enkele vertraging kunnen veroorloven. Het kompas voorziet weliswaar in een betere coördinatie van nationale overheidsinvesteringen, maar bevat geen duidelijk plan voor andere gemeenschappelijke financieringsbronnen. De wereld zal echter niet op ons wachten.

De race is begonnen en we moeten nú schakelen naar de hoogste versnelling. Het ontsluiten van het concurrentievermogen is niet alleen een economische noodzaak, maar ook de sleutel tot welvaart waar iedereen van profiteert. Europese bedrijven zijn en blijven een deel van de oplossing. 

Europees Semester 2025 Najaarspakket

Document Type
AS

In dit nummer:

  • EESC spreekt zich uit over de verslagen van Letta en Draghi, door Matteo Carlo Borsani, Giuseppe Guerini en Stefano Palmieri
  • De obsessie met concurrentievermogen, door Karel Lannoo van het CEPS
  • Kompas voor het concurrentievermogen biedt geen evenwicht tussen de behoeften van bedrijven en de rechten van werknemers, door Esther Lynch van het EVV
  • Future 500: Europese bedrijven klaarstomen voor wereldwijd succes, door Stjepan Orešković van de Atlantic Council
  • ECCJ zegt nee tegen omnibuspakket: bedrijfsbelangen mogen EU-beleid niet dicteren, door Andriana Loredan van de ECCJ

Ontwikkeling van een Europese strategie voor het noordpoolgebied

Document Type
AC

Entiteiten van de sociale economie / staatssteunregels

Document Type
AC

Oplaadapparatuur voor elektrische voertuigen

Document Type
PAC
Photo from 'The Jungle' project: Trench foot, a fungal infection that affects the feet, is one of the most common health problems among refugees attempting to cross the Białowieża Forest (October 2022). Copyright: Hanna Jarzabek

Hanna Jarzabek is een Spaans-Poolse documentaire fotograaf, die genomineerd werd voor de Investigative Journalism for Europe (IJ4EU) Impact Award 2024. Ze schetst een grimmig beeld van de situatie langs de grens tussen Polen en Belarus, waar duizenden vluchtelingen het bos van Białowieża proberen te doorkruisen, dat de bijnaam “de jungle” kreeg.

Hanna Jarzabek is een Spaans-Poolse documentaire fotograaf, die genomineerd werd voor de Investigative Journalism for Europe (IJ4EU) Impact Award 2024. Ze schetst een grimmig beeld van de situatie langs de grens tussen Polen en Belarus, waar duizenden vluchtelingen het bos van Białowieża proberen te doorkruisen, dat de bijnaam “de jungle” kreeg.

Door Hanna Jarzabek

Duizenden vluchtelingen, voornamelijk uit het Midden-Oosten en Afrika, proberen sinds november 2021 hun weg te vinden door het bos van Białowieża, het laatste oerbos in Europa langs de grens tussen Polen en Belarus. Het bos, dat door sommige vluchtelingen “de jungle” wordt genoemd, is gevaarlijk en moeilijk begaanbaar terrein, zeker voor wie niet bekend is met het barre klimaat van Noordoost-Europa. Veel vluchtelingen zitten lange tijd in het bos vast, waar ze worden blootgesteld aan extreme omstandigheden, zoals gebrek aan voedsel en water en, in de winter, een hoog risico op onderkoeling en de dood. Als ze worden opgepakt door de grenswachters, worden deze vluchtelingen meestal gedwongen om terug te keren. Vaak worden ze ‘s nachts achtergelaten in het bos aan de Belarussische kant, zonder getuigen en zonder telefoon. Hun telefoons worden vernietigd om te voorkomen dat ze contact opnemen met de buitenwereld. Dit zijn de zogenaamde pushbacks. Zelfs in extreme omstandigheden worden vluchtelingen gedwongen terug te keren. Er worden geen uitzonderingen gemaakt. Zelfs zwangere vrouwen of mensen die bijna onderkoeld zijn, worden teruggestuurd naar Belarussisch grondgebied. Sommige vluchtelingen beweren meerdere keren te zijn teruggestuurd, tot wel zeventien keer toe.

De vorige Poolse regering bouwde een grenshek dat aan de basis is verstevigd en waarop prikkeldraad is bevestigd. Net als op andere plaatsen houdt ook hier dit hek de mensen niet tegen om te proberen Europa binnen te komen. Het veroorzaakt alleen ernstige verwondingen. De grenspolitie heeft ook camera’s in het bos geplaatst die de bewegingen van vluchtelingen en hulpverleners detecteren. Omdat er geen vluchtelingenkampen zijn, verstoppen de vluchtelingen zich in het bos om te voorkomen dat ze worden teruggedreven naar Belarus. De steeds grotere militaire aanwezigheid belemmert de toegang tot humanitaire hulp.

Vanaf het begin zijn er grote problemen geweest met de humanitaire hulpverlening langs deze grens. Toen de extreemrechtse regering in oktober 2023 werd weggestemd, groeide de hoop op een ander migratiebeleid, maar het geweld en de uitzettingen gaan onverminderd door. Ook is de toegang tot medische zorg nog steeds beperkt. Langs de 400 kilometer lange grens moet alle medische hulp van drie parttime medewerkers van Artsen zonder Grenzen komen. De organisatie heeft hier geen permanente basis, wat in andere grensregio’s met vergelijkbare migratiestromen wel het geval is. De hulpverleners moeten in moeilijke omstandigheden werken, vaak in het donker, en beschikken niet over de juiste apparatuur voor nauwkeurige diagnoses. Behandelingen worden aangepast aan de omstandigheden in het bos: zo worden bijvoorbeeld 's nachts infusen toegediend en wordt dringende medische zorg verleend in ernstige gevallen zoals miskramen.

Sinds het grenshek er staat, komen er naast gezondheidsproblemen ook verschillende soorten breuken voor. Mensen die over het hek proberen te klimmen, vallen soms van wel vijf meter hoog. Sommige van deze breuken vragen om een ingewikkelde operatie en een maandenlange revalidatie. Wanneer dit gebeurt, of wanneer er onderkoeling optreedt, zit er niks anders op dan een ambulance te bellen, wetende dat de vluchteling zal worden gearresteerd en tijdens het ziekenhuisverblijf door grenswachters zal worden bewaakt. Na het ontslag uit het ziekenhuis beslissen de grenswachters, op basis van hun eigen criteria, of vluchtelingen naar een gesloten of naar een open vreemdelingencentrum worden gestuurd. Volgens verschillende mensen die ik heb geïnterviewd, gebeurt het soms dat grenswachters de vluchtelingen na hun ziekenhuisopname opnieuw naar het bos brengen en hen naar de Belarussische kant drijven, waar alles weer van voren af aan kan beginnen.

De afgelopen maanden zijn er steeds meer soldaten langs de Pools-Belarussische grens gestationeerd, wat wijst op toenemende spanningen in de regio. In juni 2024 stak een migrant een Poolse soldaat neer met een mes. De soldaat overleed later aan zijn verwondingen. Als reactie daarop heeft de nieuwe regering haar campagne tegen migratie verscherpt en nam zij een wet aan die soldaten toestaat om wapens te gebruiken wanneer zij dat nodig achten, zonder dat ze zich hoeven te verantwoorden. Dit leidt tot ernstige bezorgdheid, vooral omdat er eerder al enkele verontrustende incidenten zijn geweest waarbij geweld werd gebruikt. Zo werd in oktober 2023 een Syrische vluchteling op klaarlichte dag in de rug beschoten en ernstig gewond. Ook hebben vrijwilligers in november 2023 gemeld dat grenswachters zonder waarschuwing in hun richting hadden geschoten toen ze probeerden hulp te bieden. De nieuwe wet dreigt niet alleen zulke gevaarlijke praktijken te normaliseren, maar creëert ook een klimaat van straffeloosheid en brengt zowel vluchtelingen als humanitaire hulpverleners in gevaar. Door soldaten de vrije hand te laten, worden de fundamentele mensenrechten met voeten getreden. Dat kan leiden tot een escalatie van het geweld in een toch al onstabiele grensregio.

Donald Tusk probeert Polen voor te stellen als een open land dat meer oog heeft voor mensenrechten, maar net als tijdens de vorige regering worden migranten die de grens willen oversteken ook nu weer afgeschilderd als een bedreiging voor de Poolse samenleving. Ze worden ontmenselijkt en als terroristen of criminelen bestempeld. De vorige regering probeerde ook hulpverleners te beschuldigen van medeplichtigheid aan mensenhandel, een misdaad waar tot acht jaar gevangenisstraf op staat. Het ziet ernaar uit dat dit beleid onder Donald Tusk wordt voortgezet. Op 28 januari 2025 zullen vijf vrijwilligers die in 2022 een gezin uit Irak en een persoon uit Egypte hielpen, terechtstaan. Het risico bestaat dat zij die zware straf krijgen.

Het nieuw aangekondigde migratiebeleid (van oktober 2024) stemt niet optimistisch. De bufferzone die afgelopen juli werd ingevoerd, blijft van kracht. Zij maakt het voor humanitaire organisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen, een stuk moeilijker om vluchtelingen te bereiken en te helpen. De bufferzone belemmert ook journalisten om mensenrechtenschendingen te documenteren die door de Poolse autoriteiten worden gepleegd.

Het meest omstreden punt van dit beleid is echter het plan om het recht op asiel lang de grens van Polen met Belarus op te schorten, een maatregel die indruist tegen de fundamentele mensenrechten die in heel Europa worden erkend. Hoewel dit beleid verstrekkende gevolgen heeft voor de lokale bewoners van de grensregio, is het opgesteld zonder met hen of met humanitaire organisaties te overleggen. Deze organisaties, die onvermoeibaar vluchtelingen te hulp schieten, hebben waardevolle kennis opgedaan over de situatie, de behoeften van de vluchtelingen die de grens proberen over te steken en de uitdagingen waarmee ze te maken krijgen. Als aan deze kennis wordt voorbijgegaan, ondermijnt dat niet alleen de humanitaire inspanningen. De op zich al rampzalige situatie dreigt daardoor helemaal te ontsporen.

Deze onderzoeksreportage is mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het fonds Investigative Journalism for Europe (IJ4EU).

Hanna Jarzabek is een Spaans-Poolse documentaire fotograaf en woont in Madrid. Ze heeft politieke wetenschappen gestudeerd en werkte als beleidsanalist voor VN-organisaties. Zij behandelt thema’s als discriminatie, genderidentiteit, seksuele diversiteit en migratiestromen langs de oostelijke grenzen van de EU met gevoeligheid en respect. Haar foto’s zijn gepubliceerd in toonaangevende publicaties als El País en Newsweek Japan. Ze zijn te zien op internationale tentoonstellingen en werden bekroond met tal van prijzen, waaronder een nominatie voor de IJ4EU Impact Award 2024 en de Leica Oskar Barnack Award 2023.

Foto van het project “De jungle”:

Loopgraafvoet, een schimmelinfectie aan de voeten, is een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen bij vluchtelingen die het bos van Białowieża proberen te doorkruisen (oktober 2022). 

door Giuseppe Guerini

Zoals de titel van het Letta-verslag al aangeeft, zijn de Europese Unie en haar economie en bedrijfsleven veel meer dan een markt. De EU heeft zich immers van meet af aan opgeworpen als sociale markteconomie, waar economische welvaart niet alleen betekent dat rijkdom wordt vergaard, maar ook dat handels- en marktwinsten iedereen ten goede komen. 

door Giuseppe Guerini

Zoals de titel van het Letta-verslag al aangeeft, zijn de Europese Unie en haar economie en bedrijfsleven veel meer dan een markt. De EU heeft zich immers van meet af aan opgeworpen als sociale markteconomie, waar economische welvaart niet alleen betekent dat rijkdom wordt vergaard, maar ook dat handels- en marktwinsten iedereen ten goede komen.

Ondernemingen van de sociale economie vormen zo een ecosysteem dat zorgt voor solidariteit via ondernemerschap, een nuttig model voor organisaties die weliswaar particulier zijn maar niettemin handelen in het algemeen belang.

Dit aspect, waarvan ook al sprake was in het actieplan en de aanbeveling over de sociale economie, komt in het Letta-verslag duidelijk naar voren. Letta roept de Europese instellingen op om de specifieke kenmerken van ondernemingen van de sociale economie te erkennen, de regels voor de interne markt en mededinging aan te passen en het rechtskader voor staatssteun te verbeteren, zodat ondernemingen van de sociale economie vlotter toegang krijgen tot leningen en financiering.

Het EESC heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de Europese en internationale instellingen het doel en de rol van ondernemingen van de sociale economie erkennen. Het heeft deelgenomen aan tal van initiatieven en diverse adviezen uitgebracht die uiteindelijk hebben geleid tot de goedkeuring van het actieplan voor de sociale economie (2021) en de aanbeveling aan de lidstaten (2023). Voorts hebben onze adviezen over mededingingsbeleid en staatssteun voor diensten van algemeen economisch belang de aandacht gevestigd op de noodzaak om de drempels voor het verlenen van de-minimisstaatssteun te verhogen, en bijgedragen aan de wijziging van de verordening eind 2023. De in het Letta-verslag geformuleerde verzoeken om de algemene groepsvrijstellingsverordening aan te passen en de financiering te verbeteren stroken met de oproepen die het EESC in verschillende adviezen uit 2022 en 2023 heeft gedaan. We blijven ons dan ook inzetten voor de verspreiding van dit advies, om er zo voor te zorgen dat de sociale economie meer erkenning krijgt. Bedoeling is dat mensen meer oog krijgen voor de voordelen van doeltreffende regelgeving op het gebied van mededinging en staatssteun voor zowel ondernemingen van de sociale economie als het hele systeem van diensten van algemeen belang.