The EESC issues between 160 and 190 opinions, evaluation and information reports a year.
It also organises several annual initiatives and events with a focus on civil society and citizens’ participation such as the Civil Society Prize, the Civil Society Days, the Your Europe, Your Say youth plenary and the ECI Day.
Here you can find news and information about the EESC'swork, including its social media accounts, the EESC Info newsletter, photo galleries and videos.
The EESC brings together representatives from all areas of organised civil society, who give their independent advice on EU policies and legislation. The EESC's326 Members are organised into three groups: Employers, Workers and Various Interests.
The EESC has six sections, specialising in concrete topics of relevance to the citizens of the European Union, ranging from social to economic affairs, energy, environment, external relations or the internal market.
Door onderzoekscoördinator Lorenza Campagnolo en de CMCC-werkgroep die bij deze studie was betrokken
Het onderzoek naar de kosten van klimaatverandering voor huishoudens en gezinnen in de EU was een uitgelezen kans om na te gaan in welke mate de kosten van aanpassingsmaatregelen, mitigatiebeleid en de gevolgen van de klimaatverandering de huishoudens in de EU treffen. Daarbij werd rekening gehouden met de regio waar de huishoudens zich bevinden en met sociaaleconomische omstandigheden. Volgens de studie is er een lacune op dit onderzoeksterrein, omdat er geen brede evaluatie heeft plaatsgevonden van de kosten van klimaatverandering die specifiek op Europese huishoudens is gericht.
Door onderzoekscoördinator Lorenza Campagnolo en de CMCC-werkgroep die bij deze studie was betrokken
Het onderzoek naar de kosten van klimaatverandering voor huishoudens en gezinnen in de EU was een uitgelezen kans om na te gaan in welke mate de kosten van aanpassingsmaatregelen, mitigatiebeleid en de gevolgen van de klimaatverandering de huishoudens in de EU treffen. Daarbij werd rekening gehouden met de regio waar de huishoudens zich bevinden en met sociaaleconomische omstandigheden. Volgens de studie is er een lacune op dit onderzoeksterrein, omdat er geen brede evaluatie heeft plaatsgevonden van de kosten van klimaatverandering die specifiek op Europese huishoudens is gericht.
Er worden ook nieuwe methoden en bevindingen voorgesteld op basis van Eurostat-gegevens over de inkomsten en uitgaven van huishoudens, klimaatgerelateerde gevaren en modelleringsinstrumenten. De studie bevat een analyse van zowel de inkomensverliezen van huishoudens als van de klimaatgerelateerde uitgaven, die een rechtstreeks gevolg zijn van de klimaatverandering of de aanpassingsbehoeften.
De verschillende regio’s en sociaal-economische groepen in de EU zullen in 2050 niet in dezelfde mate worden getroffen door de klimaatverandering. Bij een gematigde klimaatverandering zullen de huishoudens in het noorden en het zuiden van de EU waarschijnlijk meer moeten uitgeven voor gezondheidszorg. In de oostelijke, westelijke en zuidelijke regio’s zullen de uitgaven voor voedsel stijgen. In alle regio’s zullen er hogere uitgaven zijn voor elektriciteit en vooral in het noorden zullen de verzekeringskosten zwaarder doorwegen. Deze stijging van de uitgaven zal een zware last leggen op armere huishoudens, die minder goed in staat zullen zijn om hun verbruik te diversifiëren en zich slechts in beperkte mate zullen kunnen aanpassen. Tegelijkertijd wordt in het zuiden van de EU een daling van het inkomen uit arbeid verwacht en een algemeen inkomensverlies in alle regio’s.
Negatieve en regressieve effecten (die arme huishoudens meer treffen dan rijke) zullen worden gevoeld in een brede waaier aan uitgaven voor goederen/diensten en diverse inkomstenbronnen, met name in het zuiden van de EU (uitgaven voor gezondheidszorg, elektriciteit en verzekeringen, en het totale inkomen uit arbeid), maar in mindere mate ook in het oosten (uitgaven voor levensmiddelen) en noorden (uitgaven voor elektriciteit en verzekeringen). Als gevolg van de klimaatverandering dreigen meer mensen in de EU in armoede te vervallen. Scenario’s om de klimaatverandering tegen te gaan zullen dit fenomeen wellicht enigszins beperken, door de lonen voor laaggeschoolde arbeid sneller te laten te stijgen dan die voor hooggeschoolde arbeid.
De belangrijkste aanbevelingen voor beleidsmakers zijn om prioriteit te geven aan regio’s (zoals die in het zuiden van de EU) die zowel negatieve als regressieve gevolgen voor huishoudens ondervinden, en om de inkomensondersteunende maatregelen te versterken en deze af te stemmen op de meest kwetsbare bevolkingsgroepen in deze regio’s. Omdat de kosten van klimaatverandering niet tot één sector beperkt blijven, is een horizontale integratie van de beleidsmaatregelen nodig om ze doeltreffend te maken.
De studie, die is uitgevoerd door het CMCC op verzoek van de EESC-groep maatschappelijke organisaties, en de samenvatting ervan kunnen worden gedownload op de EESC-website.
Nieuwe studie van de groep Werkgevers van het EESC
De EU heeft zich altijd sterk gemaakt voor economische integratie met de rest van de wereld. In een vreedzame wereld met een op regels gebaseerd systeem heeft deze strategie van Europa een van de belangrijkste wereldwijde handelsmachten en een van de welvarendste regio’s gemaakt.
Nieuwe studie van de groep Werkgevers van het EESC
De EU heeft zich altijd sterk gemaakt voor economische integratie met de rest van de wereld. In een vreedzame wereld met een op regels gebaseerd systeem heeft deze strategie van Europa een van de belangrijkste wereldwijde handelsmachten en een van de welvarendste regio’s gemaakt.
De COVID-19-pandemie en de daaropvolgende Russische invasie van Oekraïne hebben deze dynamiek van openheid en economische integratie echter ingrijpend veranderd en voor de EU het begin ingeluid van een lange en moeizame strijd om haar welvaart te behouden. Deze ontwrichtende gebeurtenissen hebben duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is dat de EU weerbaarder wordt en in staat is haar strategische belangen doeltreffend te beschermen.
Nu de EU zich steeds meer voorbereidt op uitdagingen die er mogelijk op wijzen dat het multilaterale, op regels gebaseerde handelssysteem van na de Tweede Wereldoorlog tot het verleden gaat behoren, kan zij zich niet veroorloven om vaag te zijn over wat strategische autonomie betekent.
In de studie van het Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS) worden deze complexe kwesties uitgespit, worden de kwetsbare punten van Europa onderzocht en worden aanbevelingen gedaan over de manier waarop strategische autonomie bereikt kan worden. De studie is door het CEPS opgesteld in opdracht van het EESC, op verzoek van zijn groep Werkgevers.
In het kader van Een vraag voor... beantwoordt EESC-lid Stoyan Tchoukanov een vraag over zijn advies dat tijdens de januarizitting ter goedkeuring wordt voorgelegd. EESC Info: U bent de rapporteur voor het advies over Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027. Wat stelt het Comité in zijn advies voor, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?
In het kader van Een vraag voor... beantwoordt EESC-lid Stoyan Tchoukanov een vraag over zijn advies dat tijdens de januarizitting ter goedkeuring wordt voorgelegd.
EESC-Info: U bent de rapporteur voor het advies over Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027. Wat stelt het Comité in zijn advies voor, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?
Hetjaarlijks voortgangsverslag 2023van het Europees Milieuagentschap schetst niet bepaald een rooskleurig beeld: de kans bestaat dat de EU het merendeel van de doelstellingen niet zal halen in 2030. Vooral wat betreft de consumptievoetafdruk, het energieverbruik, de circulaire productie en de biologische landbouw ziet het er somber uit, al gaat het met de andere doelstellingen — van biodiversiteit tot beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering — niet veel beter.
Hetjaarlijks voortgangsverslag 2023van het Europees Milieuagentschap schetst niet bepaald een rooskleurig beeld: de kans bestaat dat de EU het merendeel van de doelstellingen niet zal halen in 2030. Vooral wat betreft de consumptievoetafdruk, het energieverbruik, de circulaire productie en de biologische landbouw ziet het er somber uit, al gaat het met de andere doelstellingen — van biodiversiteit tot beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering — niet veel beter.
Deze grimmige vooruitzichten mogen ons echter niet ontmoedigen, maar moeten ons juist motiveren: we moeten in actie komen. De tijd van goede bedoelingen is voorbij (alle goede bedoelingen in het verleden hebben immers niets opgeleverd). Evenmin mogen we teruggrijpen op bezuinigingsmaatregelen. De beginselen van een rechtvaardige transitie, gekenmerkt door economische, sociale en ecologische duurzaamheid, moeten in elke beleidsmaatregel van de EU doorklinken. En dit betekent ook, zoals het EESC onlangs nog in een advies over dit onderwerp heeft gesteld, dat de EU een richtlijn inzake een eerlijke transitie op het werk moet invoeren: alleen als we niemand buiten de boot laten vallen, kunnen we deze gigantische opgave aan. Worden de kosten afgewenteld op de schouders van de kwetsbaarste mensen, zoals al zo vaak het geval is, dan zal het extreem rechtse populisme alleen maar groeien. Tegen de tijd dat zelfs zij de rampzalige gevolgen van de klimaatverandering niet meer kunnen ontkennen, zal het te laat zijn.