De volgende Commissie moet de “Commissie van de uitbreiding” zijn. De vraag is niet óf de EU moet worden uitgebreid, maar hoe de uitbreiding in goede banen kan worden geleid, zo luidde de conclusie van het bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) gehouden Forum op hoog niveau over de uitbreiding. Aan het forum werd o.a. deelgenomen door EESC-voorzitter Oliver Röpke, de Europees commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten Nicolas Schmit en ministers van zowel EU-lidstaten als kandidaat-lidstaten.

De volgende Commissie moet de “Commissie van de uitbreiding” zijn. De vraag is niet óf de EU moet worden uitgebreid, maar hoe de uitbreiding in goede banen kan worden geleid, zo luidde de conclusie van het bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) gehouden Forum op hoog niveau over de uitbreiding. Aan het forum werd o.a. deelgenomen door EESC-voorzitter Oliver Röpke, de Europees commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten Nicolas Schmit en ministers van zowel EU-lidstaten als kandidaat-lidstaten.

Samen met de Europese Commissie heeft het EESC een forum op hoog niveau over de uitbreiding georganiseerd, dat in de marge van zijn oktoberzitting plaatsvond. Meer dan 140 vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit kandidaat-lidstaten kwamen voor het eerst bijeen. De deelnemers lieten er geen twijfel over bestaan: het maatschappelijk middenveld en de sociale partners, die bij het toetredingsproces vaak over het hoofd worden gezien, moeten een centrale rol krijgen in het uitbreidingsproces van de EU.

“Het is niet zomaar een kwestie van uitbreiding van de EU; het gaat erom toekomstige lidstaten voor te bereiden om actief deel te nemen aan de vormgeving van de EU en ervoor te zorgen dat zij volledig toegerust zijn om de toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden”, aldus Oliver Röpke. “Door samen te werken met het maatschappelijk middenveld, werkgeversorganisaties en vakbonden leggen we de noodzakelijke basis voor een inclusiever en sterker Europa.”

In het debat werd benadrukt dat het recente momentum rond de uitbreiding moet worden vastgehouden, aangezien de huidige Commissie (2024-2029) een cruciale rol zal spelen bij het afronden van het uitbreidingsproces.

Een andere cruciale boodschap die werd afgegeven was dat we moeten zorgen voor een geleidelijke, voorspelbare en op verdiensten gebaseerde integratie, waarbij vorderingen worden erkend en worden beloond met reële vooruitzichten op toetreding.

Nicolas Schmit benadrukte de belangrijke rol die het maatschappelijk middenveld speelt: “Een goed functionerende bipartiete en tripartiete sociale dialoog en betrokkenheid van de sociale partners zijn cruciale elementen in de context van de toetreding tot de EU, aangezien ze deel uitmaken van onze sociale markteconomie”.

De Duitse staatssecretaris Rolf Schmachtenberg: “Arbeids- en sociale aspecten zijn essentieel voor een succesvolle toetreding tot de EU. Wie het leven van alle burgers wil verbeteren, kansen wil creëren en sociale ongelijkheden wil bestrijden, kan niet zonder een doeltreffend werkgelegenheidsbeleid, goede arbeidsvoorwaarden en goed functionerende socialezekerheidsstelsels, met sterke sociale partners.”

Tijdens het debat onderstreepte Naida Nišić, minister van Arbeid, Werkgelegenheid en Sociale Dialoog van Montenegro, het belang van het forum op hoog niveau als overlegplatform dat Montenegro in staat stelt de vorderingen te beoordelen.

Niki Kerameus, Grieks minister van Arbeid en Sociale Zekerheid: “Het was een groot voorrecht om deel te nemen aan deze belangrijke discussie over de uitbreiding van de EU en de cruciale rol die de sociale partners spelen bij het vormgeven van de toekomst van het Europese landschap op het gebied van sociale en arbeidsrechten.”

Olta Manjani, Albanees viceminister van Economie, Cultuur en Innovatie: “Albanië werkt actief aan zijn grotere aanwezigheid binnen de instellingen, comités en werkgroepen van de EU, en de oprichting van het gemengd raadgevend comité met het Europees Economisch en Sociaal Comité maakt daar deel van uit.”

Het EESC heeft zich voortdurend sterk gemaakt voor uitbreiding van de EU. In 2024 lanceerde het een proefproject, het initiatief “leden uit kandidaat-lidstaten” (ECM’s), dat het maatschappelijk middenveld in de kandidaat-lidstaten in staat stelt bij te dragen aan de werkzaamheden van het EESC. Het initiatief laat zien hoe de actieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld uit de kandidaat-lidstaten het uitbreidingsproces kracht bijzet.  (mt)

Herziening van de Territoriale Agenda van de EU 2030

Document Type
AS

Eengemaakte markt/toekomstige uitbreiding van de Unie

Document Type
AS

Industriebeleid / grotere strategische autonomie

Document Type
AS

Professionele diensten binnen de groene transitie

Document Type
AS

De kosten van het niet deel uitmaken van het Schengengebied voor de interne markt / Bulgarije en Roemenië

Document Type
AS

De EU-lidstaten moeten bij alle aspecten van het beheer van radioactief afval zorg dragen voor een grotere inclusieve participatie, openheid en transparantie ten aanzien van het maatschappelijk middenveld. Dit beginsel moet gelden voor zowel bestaande als potentiële locaties waar radioactief afval wordt opgeslagen, temeer daar er in de komende tien jaar en daarna steeds meer radioactief afval zal worden geproduceerd.

De EU-lidstaten moeten bij alle aspecten van het beheer van radioactief afval zorg dragen voor een grotere inclusieve participatie, openheid en transparantie ten aanzien van het maatschappelijk middenveld. Dit beginsel moet gelden voor zowel bestaande als potentiële locaties waar radioactief afval wordt opgeslagen, temeer daar er in de komende tien jaar en daarna steeds meer radioactief afval zal worden geproduceerd.

In een tijdens de oktoberzitting goedgekeurd advies neemt het EESC hierover een duidelijk standpunt in. De beschikbare fondsen moeten worden gebruikt om groepen uit het maatschappelijk middenveld, en in het bijzonder lokale gemeenschappen in de omgeving van nucleaire installaties, beter in staat te stellen onafhankelijk deel te nemen aan projecten en studies ter beoordeling van de inspraak in en transparantie van het beheer van radioactief afval.

Het EESC beveelt de lidstaten aan verslag uit te brengen over de praktijk van inspraak van het publiek bij de besluitvorming over het beheer van radioactief afval en over de manier waarop transparantie wordt gewaarborgd. “Het Comité roept de lidstaten op om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de toestand van het milieu en de volksgezondheid, evenals de toestand van de sociaaleconomische ontwikkeling, met betrekking tot het beheer van radioactief afval wordt gemonitord, en om die gegevens regelmatig openbaar te maken”, legt rapporteur Alena Mastantuono uit.

De lidstaten moeten hun volle verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgen dat de verwerking van kernafval — ongeacht het type, de halveringstijd of het risiconiveau ervan — geen last vormt voor toekomstige generaties.

Aangezien een groot deel van de verbruikte splijtstof kan worden opgewerkt, moet splijtbaar materiaal worden gerecycled, waardoor er minder natuurlijk uranium nodig is om kernreactoren te laten draaien. Door strategieën voor een circulaire economie toe te passen, kunnen de lidstaten de hoeveelheid te verwerken afval tot een minimum beperken.

“De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij de kostenramingen voor de ontmanteling van nucleaire installaties en het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval rekening wordt gehouden met kostenstijgingen in de loop van de tijd en dat het budget toereikend is om de werkelijke kosten te dekken,” aldus corapporteur Christophe Quarez. (mp)

Het potentieel van geothermische energie wordt lang niet genoeg aangeboord in Europa. Een EU-strategie om de voordelen van geothermische energie te benutten is dan ook dringend geboden.

Het potentieel van geothermische energie wordt lang niet genoeg aangeboord in Europa. Een EU-strategie om de voordelen van geothermische energie te benutten is dan ook dringend geboden.

Tijdens zijn oktoberzitting heeft het EESC een glashelder standpunt ten aanzien van energie ingenomen. In een advies van Zsolt Kükedi en Thomas Kattnig benadrukt het EESC dat de productie van geothermische energie gepaard gaat met een extreem lage uitstoot van broeikasgassen en een sleutelrol kan spelen in de groene transitie van de EU door haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en haar decarbonisatieproces soepeler te laten verlopen.

De heer Kükedi: “Geothermische energie kan een nuttige bijdrage leveren aan het streven van de EU om in 2050 klimaatneutraal te zijn”. De heer Kattnig: “Het potentieel ervan wordt niet aangeboord en de Europese Commissie moet onmiddellijk werk maken van een alomvattende strategie om de deze energiebron te exploiteren.”

Het EESC wijst erop dat investeringen in geothermische energiecentrales niet zonder financiële hulp op nationaal niveau kunnen. Zo zullen overheden financiering en stimulansen moeten bieden om initiële investeringen aan te trekken en de bijbehorende risico’s te verminderen.

Bovendien kunnen veranderingen in het energiebeleid of in de financiering van invloed zijn op de economische aantrekkelijkheid van geothermische projecten.

De bouw van geothermische energiecentrales brengt risico’s met zich mee en deze risico’s moeten nauwkeurig in kaart worden gebracht, met name wat de milieueffecten betreft. Het is daarom van essentieel belang dat de lokale gemeenschappen bij dit proces worden betrokken, om het maatschappelijk draagvlak te vergroten.

De milieu- en klimaatvoordelen van geothermische energie wegen echter zwaarder dan de risico’s; uit oogpunt van landgebruik, gebruik van hulpbronnen en vermindering van de afhankelijkheid van invoer is geothermische energie immers een van de beste hernieuwbare energiebronnen. (mp)

Het EESC dringt er bij de Europese Unie op aan meer te investeren in veilige connectiviteit, veerkrachtige infrastructuur en toeleveringsketens zodat zij de concurrentie op het gebied van AI voor algemene doeleinden, dat volop in beweging is, kan blijven bijbenen. Dit is van essentieel belang om maximaal profijt te trekken van generatieve AI zonder voorbij te gaan aan de Europese waarden, behoeften en grondrechten.

Het EESC dringt er bij de Europese Unie op aan meer te investeren in veilige connectiviteit, veerkrachtige infrastructuur en toeleveringsketens zodat zij de concurrentie op het gebied van AI voor algemene doeleinden, dat volop in beweging is, kan blijven bijbenen. Dit is van essentieel belang om maximaal profijt te trekken van generatieve AI zonder voorbij te gaan aan de Europese waarden, behoeften en grondrechten.

In zijn verkennend advies getiteld Artificiële intelligentie: de weg vooruit, waarin het zich toespitst op de belangrijkste aspecten van AI voor algemene doeleinden, benadrukt het EESC dat AI een dusdanig dynamische en complexe materie is dat de Europese AI-verordening voortdurend geactualiseerd moet worden. Hoewel AI-modellen voor algemene doeleinden grotendeels technisch van aard zijn en voornamelijk gebruikt worden in de business-to-business-sector (B2B), hebben zij wel indirecte gevolgen voor werknemers en consumenten, die niet genegeerd mogen worden.

“Wij vinden het van groot belang dat alle AI die we hier in Europa gebruiken, ook gebaseerd is op Europese waarden. Daarbij moeten we natuurlijk denken aan de rechtsstaat en de mensenrechten, maar ook aan transparantie, geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Dat zijn de belangrijkste factoren om ervoor te zorgen dat elk AI-systeem in dienst staat van de mens”, aldus Sandra Parthie, rapporteur voor het advies, dat door de Europese Commissie en het Hongaarse voorzitterschap van de Raad van de EU was aangevraagd.

Het EESC is voorstander van de AI-verordening, maar wijst er wel op dat deze nauwlettend in het oog gehouden moet worden en zo nodig moet worden aangepast indien het innovatievermogen van EU-bedrijven die zich op AI richten erdoor wordt aangetast. Dat kan gebeuren als bedrijven niet zeker weten hoe de verordening moet worden toegepast of als de verordening te complex blijkt te zijn, met als gevolg dat investeerders en innovatoren zich afkeren van de Europese markt.

Om de overheersing van grote, niet-Europese digitale ondernemingen op de EU-markt tegen te gaan dringt het EESC erop aan dat de instrumenten van het EU-mededingingsbeleid worden ingezet om kritieke gedragingen en gevallen waarin de EU-normen niet worden nageleefd, aan te pakken.

De EU en haar lidstaten moeten investeren in innovatie om sterke netwerken voor het creëren en verbeteren van AI-producten op te bouwen en om de baten van AI voor mens en economie te vergroten. Mocht AI voor algemene doeleinden niet van de grond komen in Europa, dan zou dat kunnen leiden tot een afname van het concurrentievermogen van Europese bedrijven alsook tot dalende verkopen, banenverlies, economische stagnatie en armoede.

“We hebben zeer goede bedrijven en onderzoekers; we beschikken over de meest toonaangevende onderzoeksfaciliteiten ter wereld. We moeten deze veel meer promoten dan we nu doen. We moeten Europa aantrekkelijk maken voor talentvolle arbeidskrachten. We moeten meer AI in Europa ontwikkelen”, zo concludeerde Sandra Parthie. (ll)

In dit nummer:

  • Andrey Gnyot: Vijand van de staat - vervolging van journalisten in Belarus
  • EESC-delegatie voor COP16 en COP29: We zijn onze eigen ruiten aan het ingooien
  • Adélaïde Charlier: Voor miljarden bedrogen: geen klimaatrechtvaardigheid op COP29
  • Luz Haro Guanga: De strijd voor een gezonde planeet is een kwestie van leven of dood
  • Mariya Mincheva: De kosten van het niet deel uitmaken van het Schengengebied zijn hoog voor Bulgarije en Roemenië maar ook voor de interne markt van de EU