Door Peter Schmidt, Diandra Ní Bhuachalla en Arnaud Schwartz
Als vertegenwoordiger van het maatschappelijk middenveld van de EU tijdens de COP29 in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe pleit het EESC voor dringende, tastbare klimaatactie en voorrang voor sociale en milieurechtvaardigheid in klimaatonderhandelingen.
We hebben Peter Schmidt, voorzitter van de ad-hocgroep COP, gevraagd naar de belangrijkste standpunten van het EESC over het hoofdthema van de COP29: klimaatfinanciering.
Peter Schmidt: De wereldwijde toename van extreme klimaat- en weersomstandigheden maakt eens te meer duidelijk dat we onze klimaatambitie moeten opvoeren. Terwijl dit jaar goed op weg is om het warmste jaar ooit worden, komen ook door de mens veroorzaakte klimaatrampen zoals overstromingen, bosbranden en droogtes steeds vaker voor en zijn ze steeds heftiger, waardoor de sociale ongelijkheid nog groter wordt. De kosten van het uitblijven van klimaatmaatregelen zijn veel hoger dan de kosten van klimaatactie.
Er staat veel op het spel tijdens de COP29. Overeenstemming over mondiale oplossingen voor klimaatfinanciering is van cruciaal belang om ook ontwikkelingslanden de middelen te geven voor wereldwijde klimaatactie. Het EESC heeft tijdens de COP29 in Bakoe aanbevelingen gedaan op basis van zijn advies over klimaatfinanciering, dat vooral gaat over de hervorming van de internationale financiële architectuur om doeltreffende en toegankelijke klimaatfinanciering te ontsluiten en te faciliteren.
Het EESC pleit voor de vaststelling van een nieuwe collectieve kwantitatieve doelstelling om de lacunes in de klimaatfinanciering te dichten, waardoor deze geschikter zal zijn voor het beoogde doel, biodiversiteitsvriendelijker zal zijn, meer effect zal sorteren en nauwkeuriger gericht zal zijn op de meest kwetsbare landen en gemeenschappen. De klimaatfinancieringsstromen moeten worden geleid door de beginselen van een rechtvaardige transitie, in overeenstemming zijn met de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen als uitgangspunt hebben. Hierbij zijn langetermijnverbintenissen van zowel publieke als private actoren van doorslaggevend belang, en overheidsfinanciering zal een cruciale rol spelen bij het mobiliseren van particuliere investeringen in klimaatinitiatieven en de risico’s van dit soort investeringen verminderen.
Hoewel lokale initiatieven en burgerbewegingen toegang moeten krijgen tot klimaatfinanciering, pleit het Comité tevens voor een alomvattende aanpak om de cyclus van schuldenlast en onderinvestering in aanpassingsmaatregelen te doorbreken. We roepen op tot een billijke verdeling van klimaatfondsen om ongelijkheden aan te pakken. Daarnaast is betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld van cruciaal belang voor het creëren van een inclusieve, democratische aanpak die ervoor zorgt dat klimaatinvesteringen doeltreffend en duurzaam zijn.
We spraken met Diandra Ní Bhuachalla, de jongerenafgevaardigde van het EESC voor de COP (2023-2025), over haar verwachtingen voor de COP29. We vroegen haar wat in de ogen van jongeren de meest dringende klimaatkwesties zijn die als eerste moeten worden opgelost.
Diandra Ní Bhuachalla: Na de teleurstellende resultaten van de COP28 heb ik mijn verwachtingen voor de COP29 zoveel mogelijk geprobeerd bij te stellen. Aangezien de conferentie dit jaar wordt voorgezeten door een land dat sterk afhankelijk is van de inkomsten uit fossiele brandstoffen, viel het me bijzonder zwaar om hoop te blijven koesteren.
Na overleg met verschillende jongerenorganisaties in heel Europa, via de regelmatige bijeenkomsten van de jongerentaskforce voor het COP-programma waar ik als jongerenafgevaardigde van het EESC aan deelnam, besloot ik me te focussen op klimaatrechtvaardigheid en een rechtvaardige transitie, klimaatfinanciering en een nieuwe collectieve kwantitatieve doelstelling, en op een zinvolle deelname van jongeren aan internationale besluitvormingsprocessen.
Nu ik weet dat er tijdens de eerste week nauwelijks vooruitgang is geboekt als gevolg van een volledig gebrek aan overeenstemming en samenwerking — ook op het gebied van gender, klimaatfinanciering en de rechtvaardige transitie — ben ik mij ervan bewust dat mijn verwachtingen opnieuw te hoog waren en heb ik me vooral gestort op de nevenevenementen en bilaterale bijeenkomsten. Ik hoop alleen dat de eerder gemaakte afspraken, met name op het gebied van de mensenrechten, overeind blijven en dat we toch enige vooruitgang boeken om de zaken perfect klaar te stomen voor de COP30, waar iedereen de hoop op lijkt te hebben gevestigd.
Omdat klimaatverandering en de gevolgen ervan nauw met elkaar verbonden zijn, is het voor mij onmogelijk om de kwesties in volgorde van belangrijkheid of urgentie te rangschikken. Jongeren maken zich zorgen over hun toekomst, hun werkzekerheid en de vraag of ze zich zullen moeten omscholen; over hun huizen en gezinnen, en of ze beschermd zijn tegen stormen, overstromingen en erosie; over de gezondheid en levenskwaliteit van hun toekomstige kinderen of de generatie daarna; en over het feit dat onze generatie, wanneer wij de besluitvormers zullen zijn, voor veel moeilijkere klimaatonderhandelingen zal komen te staan, omdat er vandaag bij lange na niet genoeg actie wordt ondernomen, en de gevolgen hiervan nog tientallen jaren voelbaar zullen zijn.
We hebben nu klimaatrechtvaardigheid nodig. We hebben nu een realistische klimaatfinanciering nodig. We hebben nu een eerlijke, rechtvaardige en billijke werkgelegenheid en energietransitie nodig. We hebben nu ambitie nodig. We hebben nu implementatie nodig.
We hebben jullie nu allemaal nodig.
De COP16 over biodiversiteit, die in oktober plaatsvond in Cali (Colombia), eindigde in totale chaos en zonder overeenstemming over de financiering van natuurherstel. We vroegen Arnaud Schwartz, EESC-vertegenwoordiger tijdens de COP16, of er ondanks deze terugval reden is tot optimisme. Welke maatregelen moeten worden genomen om vooruitgang te boeken bij de bescherming van de biodiversiteit?
Arnaud Schwartz: 200 miljard dollar per jaar. Dat is het bedrag dat volgens de VN nodig zou zijn (alle soorten financiering bij elkaar opgeteld — publiek, particulier, nationaal en internationaal) om onze biodiversiteitsdoelstellingen te halen. Waar het om gaat, is dat we een einde moeten maken aan de vernietiging van de wereld van levende organismen, die momenteel in een steeds sneller tempo verdwijnen, en dat we de natuur herstellen en een kans geven om te overleven in een “leefbare” wereld, in plaats van haar ten onder te laten gaan aan hebzucht en domheid.
Hoe ziet de toekomst eruit na het mislukken van de COP16?
We zouden ons allemaal deze vraag moeten stellen en aan de mensen om ons heen moeten voorleggen, zeker nu bekend is dat alleen al in Frankrijk jaarlijks meer dan een kwart van dit bedrag wordt besteed aan oorlogvoering of de voorbereiding daarop. Wereldwijd gezien was de bijeenkomst in Cali inderdaad een gemiste kans vanwege een gebrek aan politieke wil en een gebrek aan economische solidariteit.
Maar nog niet alles is verloren.
Er schijnt nog een zwak licht aan het einde van de tunnel: na 30 jaar getouwtrek kregen inheemse volkeren, lokale gemeenschappen en mensen van Afrikaanse afkomst eindelijk erkenning voor hun rol als hoeders van de biodiversiteit, en er werd een nieuw VN-fonds opgericht, bekend als het Cali-fonds. Op lange termijn zal dit fonds worden gebruikt voor het innen van vrijwillige bijdragen van particuliere bedrijven, waarvan de helft naar bovengenoemde groepen personen gaat. Wow!
Hiermee zeggen we dus eigenlijk dat, eh...
Jullie zijn een deel van ons, en wij zijn een deel van jullie. En om door te gaan op onze gemeenschappelijke weg, zou het goed zijn om eerst onze economie weer op de rails te zetten, dat is in ons aller belang. We moeten stoppen met het ingooien van onze eigen ruiten. Dus waar wachten we nog op? Wanneer gaan we eindelijk de internationale financiële en handelsregels herzien?
De EESC-afgevaardigden naar de COP29, Peter Schmidt en Diandra Ní Bhuachalla, hebben zich vooral gefocust op klimaatfinanciering, op basis van het recente EESC-advies Klimaatfinanciering: een nieuw stappenplan om de hoge klimaatambities en de SDG’s te realiseren. Een van de belangrijkste evenementen onder leiding van het EESC in Bakoe was “Een mondiaal perspectief voor het bevorderen van een rechtvaardige transitie in de agrovoedingssector” op 18 november. Tijdens het evenement werd gekeken naar de totstandbrenging van duurzame, koolstofarme voedselsystemen die eerlijk zijn voor landbouwers, werknemers in de voedselketen en de toekomstige generaties. Het doel was de samenwerking tussen beleidsmakers en het maatschappelijk middenveld te verbeteren, de stem van het mondiale zuiden te versterken en inclusieve klimaatoplossingen voor iedereen te bevorderen.
Als lid van de EU-delegatie heeft Arnaud Schwartz deelgenomen aan verschillende vergaderingen waarin hij opriep tot meer synergieën tussen de VN-processen inzake biologische diversiteit (CBD) en klimaatverandering (UNFCCC), de geleidelijke afschaffing van subsidies die schadelijk zijn voor het milieu om meer financiële middelen vrij te maken, en een actievere rol voor het maatschappelijk middenveld bij de uitvoering van het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal. Meer informatie over de bijdrage van het EESC aan de COP16 vindt u hier.
De heer Schwartz is rapporteur van het EESC-advies Een alomvattende strategie voor biodiversiteit op de COP16: alle sectoren samenbrengen met een gemeenschappelijk doel.