door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers

Donald Trump heeft de Amerikaanse verkiezingen gewonnen en wordt voor de tweede keer president. De verkiezingsuitslag is glashelder en moet geëerbiedigd worden. Maar hoe nu verder? 

door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers

Donald Trump heeft de Amerikaanse verkiezingen gewonnen en wordt voor de tweede keer president. De verkiezingsuitslag is glashelder en moet geëerbiedigd worden. Maar hoe nu verder?

De EU en de VS blijven belangrijke geopolitieke en handelspartners: onze relatie is immers gebaseerd op het beginsel van wederkerigheid. In de wereld van vandaag, waarin alles met elkaar verbonden is, is er geen plaats voor isolationisme of protectionisme, aangezien dergelijke visies de samenwerking en economische welvaart aan beide zijden én wereldwijd ondermijnen.

De EU en de VS zijn elkaars grootste handelspartners. De bilaterale handel tussen de EU en de VS bedroeg meer dan 1,6 biljoen EUR in 2023 en heeft daarmee een historisch hoogtepunt bereikt, terwijl de bilaterale investeringen opliepen tot 5 biljoen EUR. De VS zijn een belangrijke bron van buitenlandse directe investeringen (BDI) in de EU: naar schatting bedragen de BDI van de VS in Europa ongeveer 3,6 biljoen USD, terwijl de EU circa 3 biljoen USD in de VS investeert. Deze wederzijdse investeringen versterken de onderlinge economische afhankelijkheid en creëren miljoenen banen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.

Het is dan ook belangrijk dat we onze banden blijven koesteren. Het opleggen van invoerheffingen op goederen uit de EU, zoals Trump in het verleden al heeft aangekondigd, door heffingen van 10 % tot 20 % toe te passen op de invoer uit alle landen, met inbegrip van de EU, is een heilloze weg. Wij pleiten daarom voor een opener dialoog en een toekomstgerichte agenda voor samenwerking.

De Handels- en Technologieraad EU-VS heeft de dialoog over kritieke kwesties zoals artificiële intelligentie en halfgeleiders vergemakkelijkt. Niet alleen is er behoefte aan een meer diepgaande dialoog, de EU moet ook vaart zetten achter haar beleidshervormingen, orde op zaken stellen en nagaan hoe de samenwerking met de VS in goede banen kan worden geleid.

Daarnaast moeten we voorbereid zijn op de mogelijkheid dat we met betrekking tot belangrijke kwesties zoals de klimaatverandering en Oekraïne, zelf de touwtjes in handen zullen moeten nemen. Dit is een zeer reële mogelijkheid, en we kunnen er dan ook maar beter vanuit gaan dat dit de nieuwe realiteit wordt.

Besluit inzake de uitlegging en toepassing van het Verdrag inzake het Energiehandvest

Document Type
AS

Democratie in Afrika: stand van zaken en toekomstperspectieven

Document Type
AS

De volgende Commissie moet de “Commissie van de uitbreiding” zijn. De vraag is niet óf de EU moet worden uitgebreid, maar hoe de uitbreiding in goede banen kan worden geleid, zo luidde de conclusie van het bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) gehouden Forum op hoog niveau over de uitbreiding. Aan het forum werd o.a. deelgenomen door EESC-voorzitter Oliver Röpke, de Europees commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten Nicolas Schmit en ministers van zowel EU-lidstaten als kandidaat-lidstaten.

De volgende Commissie moet de “Commissie van de uitbreiding” zijn. De vraag is niet óf de EU moet worden uitgebreid, maar hoe de uitbreiding in goede banen kan worden geleid, zo luidde de conclusie van het bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) gehouden Forum op hoog niveau over de uitbreiding. Aan het forum werd o.a. deelgenomen door EESC-voorzitter Oliver Röpke, de Europees commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten Nicolas Schmit en ministers van zowel EU-lidstaten als kandidaat-lidstaten.

Samen met de Europese Commissie heeft het EESC een forum op hoog niveau over de uitbreiding georganiseerd, dat in de marge van zijn oktoberzitting plaatsvond. Meer dan 140 vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit kandidaat-lidstaten kwamen voor het eerst bijeen. De deelnemers lieten er geen twijfel over bestaan: het maatschappelijk middenveld en de sociale partners, die bij het toetredingsproces vaak over het hoofd worden gezien, moeten een centrale rol krijgen in het uitbreidingsproces van de EU.

“Het is niet zomaar een kwestie van uitbreiding van de EU; het gaat erom toekomstige lidstaten voor te bereiden om actief deel te nemen aan de vormgeving van de EU en ervoor te zorgen dat zij volledig toegerust zijn om de toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden”, aldus Oliver Röpke. “Door samen te werken met het maatschappelijk middenveld, werkgeversorganisaties en vakbonden leggen we de noodzakelijke basis voor een inclusiever en sterker Europa.”

In het debat werd benadrukt dat het recente momentum rond de uitbreiding moet worden vastgehouden, aangezien de huidige Commissie (2024-2029) een cruciale rol zal spelen bij het afronden van het uitbreidingsproces.

Een andere cruciale boodschap die werd afgegeven was dat we moeten zorgen voor een geleidelijke, voorspelbare en op verdiensten gebaseerde integratie, waarbij vorderingen worden erkend en worden beloond met reële vooruitzichten op toetreding.

Nicolas Schmit benadrukte de belangrijke rol die het maatschappelijk middenveld speelt: “Een goed functionerende bipartiete en tripartiete sociale dialoog en betrokkenheid van de sociale partners zijn cruciale elementen in de context van de toetreding tot de EU, aangezien ze deel uitmaken van onze sociale markteconomie”.

De Duitse staatssecretaris Rolf Schmachtenberg: “Arbeids- en sociale aspecten zijn essentieel voor een succesvolle toetreding tot de EU. Wie het leven van alle burgers wil verbeteren, kansen wil creëren en sociale ongelijkheden wil bestrijden, kan niet zonder een doeltreffend werkgelegenheidsbeleid, goede arbeidsvoorwaarden en goed functionerende socialezekerheidsstelsels, met sterke sociale partners.”

Tijdens het debat onderstreepte Naida Nišić, minister van Arbeid, Werkgelegenheid en Sociale Dialoog van Montenegro, het belang van het forum op hoog niveau als overlegplatform dat Montenegro in staat stelt de vorderingen te beoordelen.

Niki Kerameus, Grieks minister van Arbeid en Sociale Zekerheid: “Het was een groot voorrecht om deel te nemen aan deze belangrijke discussie over de uitbreiding van de EU en de cruciale rol die de sociale partners spelen bij het vormgeven van de toekomst van het Europese landschap op het gebied van sociale en arbeidsrechten.”

Olta Manjani, Albanees viceminister van Economie, Cultuur en Innovatie: “Albanië werkt actief aan zijn grotere aanwezigheid binnen de instellingen, comités en werkgroepen van de EU, en de oprichting van het gemengd raadgevend comité met het Europees Economisch en Sociaal Comité maakt daar deel van uit.”

Het EESC heeft zich voortdurend sterk gemaakt voor uitbreiding van de EU. In 2024 lanceerde het een proefproject, het initiatief “leden uit kandidaat-lidstaten” (ECM’s), dat het maatschappelijk middenveld in de kandidaat-lidstaten in staat stelt bij te dragen aan de werkzaamheden van het EESC. Het initiatief laat zien hoe de actieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld uit de kandidaat-lidstaten het uitbreidingsproces kracht bijzet.  (mt)

Herziening van de Territoriale Agenda van de EU 2030

Document Type
AS

Eengemaakte markt/toekomstige uitbreiding van de Unie

Document Type
AS

Industriebeleid / grotere strategische autonomie

Document Type
AS

Professionele diensten binnen de groene transitie

Document Type
AS

De kosten van het niet deel uitmaken van het Schengengebied voor de interne markt / Bulgarije en Roemenië

Document Type
AS

De EU-lidstaten moeten bij alle aspecten van het beheer van radioactief afval zorg dragen voor een grotere inclusieve participatie, openheid en transparantie ten aanzien van het maatschappelijk middenveld. Dit beginsel moet gelden voor zowel bestaande als potentiële locaties waar radioactief afval wordt opgeslagen, temeer daar er in de komende tien jaar en daarna steeds meer radioactief afval zal worden geproduceerd.

De EU-lidstaten moeten bij alle aspecten van het beheer van radioactief afval zorg dragen voor een grotere inclusieve participatie, openheid en transparantie ten aanzien van het maatschappelijk middenveld. Dit beginsel moet gelden voor zowel bestaande als potentiële locaties waar radioactief afval wordt opgeslagen, temeer daar er in de komende tien jaar en daarna steeds meer radioactief afval zal worden geproduceerd.

In een tijdens de oktoberzitting goedgekeurd advies neemt het EESC hierover een duidelijk standpunt in. De beschikbare fondsen moeten worden gebruikt om groepen uit het maatschappelijk middenveld, en in het bijzonder lokale gemeenschappen in de omgeving van nucleaire installaties, beter in staat te stellen onafhankelijk deel te nemen aan projecten en studies ter beoordeling van de inspraak in en transparantie van het beheer van radioactief afval.

Het EESC beveelt de lidstaten aan verslag uit te brengen over de praktijk van inspraak van het publiek bij de besluitvorming over het beheer van radioactief afval en over de manier waarop transparantie wordt gewaarborgd. “Het Comité roept de lidstaten op om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de toestand van het milieu en de volksgezondheid, evenals de toestand van de sociaaleconomische ontwikkeling, met betrekking tot het beheer van radioactief afval wordt gemonitord, en om die gegevens regelmatig openbaar te maken”, legt rapporteur Alena Mastantuono uit.

De lidstaten moeten hun volle verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgen dat de verwerking van kernafval — ongeacht het type, de halveringstijd of het risiconiveau ervan — geen last vormt voor toekomstige generaties.

Aangezien een groot deel van de verbruikte splijtstof kan worden opgewerkt, moet splijtbaar materiaal worden gerecycled, waardoor er minder natuurlijk uranium nodig is om kernreactoren te laten draaien. Door strategieën voor een circulaire economie toe te passen, kunnen de lidstaten de hoeveelheid te verwerken afval tot een minimum beperken.

“De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij de kostenramingen voor de ontmanteling van nucleaire installaties en het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval rekening wordt gehouden met kostenstijgingen in de loop van de tijd en dat het budget toereikend is om de werkelijke kosten te dekken,” aldus corapporteur Christophe Quarez. (mp)