Nieuwe regels voor grensoverschrijdende handhaving tegen oneerlijke handelspraktijken

Document Type
AS

Concurrentievermogen en economische veiligheid hoe moet het handelsbeleid van de EU de doelstellingen van het verslag-Draghi helpen verwezenlijken?

Document Type
AS

In this issue:

  • European defence: it's about spending wisely and efficiently by EESC member Marcin Nowacki
  • The ReArm Europe plan by Nicolas Gros-Verheyde
  • Focus on YEYS:

    - Engaging youth should go beyond just ticking a box by Bruno António

    - Encourage to empower by Kristýna Bulvasová

    - Moldova's youth at YEYS:  Building a generation that sees beyond limitations – interview with Mădălina-Mihaela Antoci

Een resultaatgericht cohesiebeleid

Document Type
AC

De toekomst van de EU-industrie

Document Type
AC
Goedgekeurd on 26/02/2025 - Bureau decision date: 24/10/2024
Referentie
TEN/845-EESC-2024
Employers - GR I
Finland
Plenary session number
594
-
  • Record of proceedings TEN/845
  • Follow-up from the Commission TEN/845
Download — advies EESC: The physical completion of EU’s internal market in the new geopolitical situation

In dit nummer:

  • EESC spreekt zich uit over de verslagen van Letta en Draghi, door Matteo Carlo Borsani, Giuseppe Guerini en Stefano Palmieri
  • De obsessie met concurrentievermogen, door Karel Lannoo van het CEPS
  • Kompas voor het concurrentievermogen biedt geen evenwicht tussen de behoeften van bedrijven en de rechten van werknemers, door Esther Lynch van het EVV
  • Future 500: Europese bedrijven klaarstomen voor wereldwijd succes, door Stjepan Orešković van de Atlantic Council
  • ECCJ zegt nee tegen omnibuspakket: bedrijfsbelangen mogen EU-beleid niet dicteren, door Andriana Loredan van de ECCJ

In dit nummer:

  • EESC spreekt zich uit over de verslagen van Letta en Draghi, door Matteo Carlo Borsani, Giuseppe Guerini en Stefano Palmieri
  • De obsessie met concurrentievermogen, door Karel Lannoo van het CEPS
  • Kompas voor het concurrentievermogen biedt geen evenwicht tussen de behoeften van bedrijven en de rechten van werknemers, door Esther Lynch van het EVV
  • Future 500: Europese bedrijven klaarstomen voor wereldwijd succes, door Stjepan Orešković van de Atlantic Council
  • ECCJ zegt nee tegen omnibuspakket: bedrijfsbelangen mogen EU-beleid niet dicteren, door Andriana Loredan van de ECCJ

“Het is tijd om een concrete stap vooruit te zetten uit het rapport-Draghi voordat het in een bureaulade verdwijnt. We hebben goede strategieën en beleidsmakers nodig die op dit rapport kunnen voortborduren en strategieën voor het industriebeleid van de EU kunnen ontwikkelen”, aldus Kroatisch ondernemer en wetenschapper Stjepan Orešković.  Samen met Jörn Fleck, senior directeur van de trans-Atlantische denktank Atlantic Council, presenteerde hij het ambitieuze initiatief “Future 500” tijdens de openbare internationale conferentie Conclave II in Brussel. Als onderdeel van het bredere platform van de Atlantic Council SEEUS Futures, wil “Future 500” 500 Europese bedrijven selecteren en ondersteunen die gereed zijn voor flinke groei en wereldwijde impact. Het is de bedoeling nieuwe ondernemers in Europa te ondersteunen om wereldwijd te concurreren en zo de aanwezigheid van Europa op het internationale economische toneel te versterken. Stjepan Orešković vertelde ons meer over het project.

“Het is tijd om een concrete stap vooruit te zetten uit het rapport-Draghi voordat het in een bureaula verdwijnt. We hebben goede strategieën en beleidsmakers nodig die dit rapport achter zich kunnen laten en strategieën voor het industriebeleid van de EU kunnen ontwikkelen”, aldus Kroatisch ondernemer en wetenschapper Stjepan Orešković.  Samen met Jörn Fleck, senior directeur van de trans-Atlantische denktank Atlantic Council, presenteerde hij het ambitieuze initiatief “Future 500” tijdens de openbare internationale conferentie Conclave II in Brussel. Als onderdeel van het bredere platform van de Atlantic Council SEEUS Futures, wil “Future 500” 500 Europese bedrijven selecteren en ondersteunen die gereed zijn voor flinke groei en wereldwijde impact. Het is de bedoeling nieuwe ondernemers in Europa te ondersteunen om wereldwijd te concurreren en zo de aanwezigheid van Europa op het internationale economische toneel te versterken. Stjepan Orešković vertelde ons meer over het project.

Kunt u kort het uitgangspunt van het project “Future 500” toelichten?

Op basis van inzichten uit belangrijke rapporten over de toekomst van Europa (met name die van Draghi, Letta en Heitor) en bekeken vanuit de dubbele optiek van wetenschappers en ondernemers roert het initiatief een aantal kritieke vraagstukken aan: Wie zal deze plannen voor concurrentievermogen en het onlangs gepubliceerde Kompas voor concurrentievermogen uitvoeren? Welke mechanismen zullen worden gebruikt? Welke kosten gaan hiermee gepaard? En welke rendementen kunnen er worden verwacht in vergelijking met die van recente snelgroeiende Amerikaanse bedrijven? Het project “Future 500” is een hoeksteen van het SEEUS-platform, dat de VS, de EU en Zuidoost-Europa vertegenwoordigt, en streeft ernaar de zichtbaarheid en samenwerking tussen deze regio’s te vergroten. Het is strategisch ontworpen om tegemoet te komen aan de dringende behoefte van Europa om een dynamisch klimaat te bevorderen dat lokale bedrijven ertoe aanzet wereldleider te worden. Het initiatief is gericht op het verstrekken van durfkapitaal, strategische begeleiding en internationale netwerkmogelijkheden, waarbij we leren van deskundigen zoals Dani Rodrik van de Harvard University en Beata Jaworcik van de EBWO om een industriebeleid van de 21e eeuw te ontwikkelen dat onze concurrentiepositie aanzienlijk versterkt.

Heeft u al potentiële kandidaten voor de 500 bedrijven die u van plan bent te selecteren? Aan welke basiseisen moet een bedrijf voldoen om in aanmerking te komen?

Er zijn nog geen specifieke ondernemingen gekozen, maar “Future 500” zal zich richten op entiteiten met potentiële schaalbaarheid en snelle groei. Het proces zal open en continu zijn en voorrang geven aan economische belofte, innovatie en strategisch belang binnen de desbetreffende sector. Wij zullen ook proberen partnerschappen aan te gaan met multilaterale ontwikkelingsbanken en investeerders die al bedrijven ondersteunen om een concurrerende kracht te worden. De nadruk ligt op bedrijven die al een robuuste groei te zien geven, alsook innovatieve capaciteiten en de ambitie om een mondiale schaal te bereiken. Dit garandeert dat de ondernemingen niet alleen marktleiders zijn, maar ook koplopers op het gebied van technologie en bedrijfsmodellen. We zullen voortbouwen op de ervaringen van grote projecten zoals Scale-Up Europe, die oprichters, investeerders, leidinggevenden en wetenschappers bijeenbrengen om van Europa een thuishaven voor technologiekampioenen te maken. Voor de kandidaat-lidstaten van de EU zijn deze potentieel geselecteerde ondernemingen van cruciaal belang: zij zullen de beginselen van de nieuwe economie belichamen en fungeren als rolmodellen voor ambitieuze, internationaal concurrerende ondernemingen die niet in de eerste plaats afhankelijk zijn van financiering door nationale belastingbetalers.

Hoe optimistisch bent u over het mondiale concurrentiepotentieel van Europa?

Er is veel optimisme over het vermogen van Europa om zijn mondiale concurrentiepositie te versterken en de huidige houding van zelfmedelijden van ons af te schudden. Het totale rendement van de benchmarkaandelen van de eurozone, sinds het begin van deze stierenmarkt eind 2022, was beter dan het rendement van de S&P 500, als we Nvidia buiten beschouwing laten. Dankzij de Europese sociale en gezondheidsstelsels blijven mensen gedurende langere perioden gezond en actief tegen veel lagere kosten. Ook hebben zij een positief effect op de productiviteit en het concurrentievermogen van onze economie op wereldschaal.

We proberen het begrip “oprecht enthousiasme” van Immanuel Kant gestalte te geven, dat hij in verband met de Franse revolutie noemde. Die mentaliteit kan problemen omzetten in een motiverende kracht, wat leidt tot ogenschijnlijk onoverwinnelijke vastberadenheid. We hebben minder rijke industriëlen en jonge honden nodig (rijke, zelfgenoegzame elites en kruiperige, weinig ambitieuze volgers) die de afgelopen twee decennia zijn bevoordeeld. In plaats daarvan hebben we meer “hungry young men” nodig, enthousiaste, ambitieuze personen die klaar zijn om uitdagingen aan te gaan.

Het initiatief “Future 500” heeft tot doel de in de rapporten over het concurrentievermogen gesignaleerde chronische kwesties proactief aan te pakken, zoals de behoefte aan gedurfde innovatie en de uitbreiding van ondernemingen. Europa’s positie in de wereld zal in hoge mate afhangen van zijn vermogen om geavanceerde technologieën te integreren, ondernemerstalent te stimuleren en het industriebeleid te verfijnen om inclusieve groei te ondersteunen. Door gebruik te maken van goed opgeleide arbeidskrachten, rijk innovatief erfgoed en traditionele en nieuwe industriële sectoren (en door werk te maken van zaken als versnipperde regelgeving en marktonevenwichtigheden) streeft het initiatief naar een vruchtbaar klimaat voor leiders uit het bedrijfsleven en innovatoren.

Kort samengevat is het initiatief “Future 500” een belangrijke stap voor het testen van het economische landschap van Europa, het positioneren van het continent als mondiale concurrent door het bevorderen van ondernemingen met een groot potentieel en het versterken van het ecosysteem voor ondernemerschap. Als we niet weten wie onze concurrenten zijn, kunnen we ze ook niet verslaan.

Dr. Stjepan Orešković is wetenschapper en ondernemer. Hij is lid van de European Academy of Sciences and Arts en een oprichter van Bosqar Invest. Onder leiding van de familie Orešković breidde Bosqar Invest zijn personeelsbestand binnen vijf jaar uit van 300 tot meer dan 16 000 werknemers. Hiermee getuigt hij van een formidabele opschalingsstrategie waarin wetenschap, technologie, investeringen van pensioen- en andere fondsen en ondernemingsmoed samengaan, een essentiële aanpak die in het rapport-Draghi wordt bepleit. Deze strategische nadruk was waarschijnlijk van invloed op de start van het project Future 500 door de Atlantic Council.

Binnenkort zal de Europese Commissie een pakket wetgevingshervormingen op het gebied van bedrijfsrapportageverplichtingen bekendmaken, bekend als het “omnibuspakket”.  Dit pakket heeft tot doel de duurzaamheidsregelgeving te vereenvoudigen en te stroomlijnen en de rapportageverplichtingen voor bedrijven eenvoudiger te maken. Sinds de aankondiging ervan in november heeft het omnibuspakket veel stof doen opwaaien in de EU, en geleid tot discussies en tegenkanting van verschillende groepen. Maatschappelijke organisatiesvakbondenbedrijven, beleggersjuristen en wetenschappers hebben allemaal hun bezorgdheid geuit over het gevaar dat het omnibuspakket tot deregulering kan leiden, en er bij de Commissie op aangedrongen de huidige instrumenten te beschermen en niet af te zwakken.  Andriana Loredan van de European Coalition for Corporate Justice (ECCJ) legt uit wat er op het spel staat en waarom maatschappelijke organisaties zoals het ECCJ zich tegen het omnibuspakket verzetten. 

Binnenkort zal de Europese Commissie een pakket wetgevingshervormingen op het gebied van bedrijfsrapportageverplichtingen bekendmaken, bekend als het “omnibuspakket”.  Dit pakket heeft tot doel de duurzaamheidsregelgeving te vereenvoudigen en te stroomlijnen en de rapportageverplichtingen voor bedrijven eenvoudiger te maken. Sinds de aankondiging ervan in november heeft het omnibuspakket veel stof doen opwaaien in de EU, en geleid tot discussies en tegenkanting van verschillende groepen. Maatschappelijke organisatiesvakbondenbedrijven, beleggersjuristen en wetenschappers hebben allemaal hun bezorgdheid geuit over het gevaar dat het omnibuspakket tot deregulering kan leiden, en er bij de Commissie op aangedrongen de huidige instrumenten te beschermen en niet af te zwakken.  Andriana Loredan van de European Coalition for Corporate Justice (ECCJ) legt uit wat er op het spel staat en waarom maatschappelijke organisaties zoals het ECCJ zich tegen het omnibuspakket verzetten.

Concurrentievermogen als excuus om de broodnodige duurzaamheidsregels minder streng te maken

Het omnibuspakket heeft betrekking op drie belangrijke duurzaamheidsinstrumenten die centraal staan in de Europese Green Deal, namelijk de richtlijn duurzaamheidsrapportage door bedrijven (CSRD), de richtlijn passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (CSDDD) en de taxonomieverordening. Het pakket is een rechtstreeks resultaat van de koerswijziging van de nieuwe Commissie, die is ingezet met het rapport van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen van september 2024. In het rapport-Draghi wordt de stagnatie van de EU-markten deels toegeschreven aan de buitensporige regeldruk voor bedrijven, terwijl gemakshalve wordt voorbijgegaan aan andere belangrijke factoren, zoals de inflatie van de olie-, gas- en voedselprijzen als gevolg van speculatie door multinationals. Volgens het rapport-Draghi is het EU-kader voor duurzaamheidsrapportage en passende zorgvuldigheid een belangrijke bron van regeldruk. Hoewel er geen bewijs is dat de duurzaamheidswetgeving verantwoordelijk is voor het vermeende gebrek aan concurrentievermogen van de EU, is deze enge visie een voorwendsel geworden om de duurzaamheidswetgeving mogelijk helemaal te ontmantelen.

Met dit specifieke omnibuspakket wil de Commissie een aantal van de meest kritieke instrumenten die recentelijk zijn ingevoerd om de gevolgen van grote bedrijven voor mens en milieu aan te pakken, vereenvoudigen. Dit omvat de CSDDD, die pas vorig jaar is goedgekeurd en nog moet worden geïmplementeerd.

Hoe de inhoud van het omnibuspakket eruit zal zien blijft tot nu toe voer voor speculatie. Een van de belangrijkste risico’s die kleven aan het nieuwe pakket is echter dat de duurzaamheidsinstrumenten juridisch op losse schroeven worden gezet, wat zou kunnen leiden tot nieuwe onderhandelingen over belangrijke bepalingen (zoals de wettelijke aansprakelijkheid of klimaattransitieplannen in het kader van de CSDDD). Het ECCJ is sterk gekant tegen een herziening van de eerder overeengekomen duurzaamheidswetgeving. Dit zou de onzekerheid over de regelgeving vergroten, het respect van bedrijven voor mensenrechten en het milieu in gevaar brengen en pioniers een hak zetten.

Onevenredig grote invloed van bedrijven temidden van een afgezwakt raadplegingsproces

De aankondiging van het omnibuspakket en de ontwikkeling van het voorstel door de Commissie zijn uitgevoerd met een totaal gebrek aan transparantie en zonder rekening te houden met het EU-recht of de eigen procedureregels van de Commissie.

De Commissie is voornemens haar omnibusinitiatief binnen een zeer korte termijn te presenteren, waardoor er geen tijd is voor een behoorlijke effectbeoordeling en openbare raadpleging. Deze benadering is onverenigbaar met het recht om deel te nemen aan de besluitvormingsprocessen van de EU, een democratisch beginsel dat door het EU-recht wordt beschermd. Ze is ook in strijd met de eigen richtsnoeren van de Commissie voor een betere regelgeving, die een brede en transparante raadpleging van belanghebbenden tijdens het beleidsvormingsproces van de Commissie vereisen.

In plaats daarvan heeft de Commissie in februari 2025 een schijnraadpleging gehouden, een zogenaamde “reality check”, met een klein, selectief groepje belanghebbenden, voornamelijk grote ondernemingen en ondernemersverenigingen. Veel van deze bedrijven zijn momenteel verwikkeld in rechtszaken wegens schendingen van mensenrechten of het milieu in hun eigen activiteiten of waardeketen. Ze hebben er dus belang bij dat de duurzaamheidswetgeving wordt afgezwakt, ten koste van werknemers, lokale gemeenschappen en het klimaat. Bovendien staat de onevenredige vertegenwoordiging van grote ondernemingen in schril contrast met de ondervertegenwoordiging van het maatschappelijk middenveld. Maatschappelijke organisaties, vakbonden en kleine bedrijven waren alleen symbolisch vertegenwoordigd, terwijl slachtoffers van misbruik door ondernemingen, en bedrijven die de duurzaamheidsregelgeving wel ondersteunen, volledig werden uitgesloten van het gesprek.

Het omnibuspakket: een potentiële bedreiging voor een ambitieus klimaatbeleid

Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en commissaris Valdis Dombrovskis, die toezicht houdt op de hele “vereenvoudigingsoefening”, lijken zich te voegen naar de agenda van de grootste, machtigste ondernemingen. De belangrijkste partners van de Commissie tijdens de zogenaamde “reality check” waren ondernemingen waarvan de bedrijfsactiviteiten aanzienlijk bijdragen aan de klimaatverandering en die belang hebben bij het verminderen van klimaatverplichtingen, zoals bedrijven in de olie-, gas-, petrochemische, automobiel- en financiële sector. Gezien de huidige klimaatcrisis en de negatieve gevolgen ervan voor mens en milieu rijst de vraag of het omnibuspakket geen stap achteruit zal betekenen voor het klimaatbeleid.

De Commissie moet prioriteit geven aan implementatie in plaats van deregulering

Als de Commissie zich werkelijk bekommert om het concurrentievermogen en een vermindering van de regeldruk, maar ook om mensenrechten en klimaatrechtvaardigheid, dan zou ze moeten nadenken over de vraag hoe de duurzaamheidsinstrumenten effectief kunnen worden geïmplementeerd. Dit kan gemakkelijk worden gedaan door richtsnoeren te ontwikkelen om bedrijven en autoriteiten van de lidstaten bij te staan, zoals vastgelegd in de CSDDD, en door te zorgen voor financiering en capaciteitsopbouw. Deze aanpak zou tegemoetkomen aan de kritiek in het rapport-Draghi dat richtsnoeren ontbreken om de toepassing van de duurzaamheidswetgeving van de EU te vergemakkelijken.

Ten slotte is het stiekem herschrijven van cruciale duurzaamheidsregels achter gesloten deuren, samen met enkele van ’s werelds grootste ondernemingen, niet bepaald de manier om echt concurrerend te worden. 

Andriana Loredan is beleidsmedewerker bij de European Coalition for Corporate Justice (ECCJ). Sinds 2022, het jaar waarin het voorstel voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid werd gepubliceerd, zet zij zich in voor de verdediging van deze richtlijn. Daarvoor werkte ze bij Anti-Slavery International aan het thema bedrijfsleven en mensenrechten vanuit het oogpunt van dwangarbeid.