Concurrentievermogen van kmo’s/ administratieve lasten

Document Type
AS

De dienstensector in de Europese Unie

Document Type
AS

Door de groep Werknemers van het EESC

De groep Werknemers van het EESC waarschuwt dat de zwaarbevochten sociale en werknemersrechten niet terzijde mogen worden geschoven in het streven van de EU om concurrerend te blijven in de wereldeconomie. Bij alle oproepen tot meer deregulering mag de EU niet gaan morrelen aan belangrijke wetgeving, zoals de Europese pijler van sociale rechten.

Door de groep Werknemers van het EESC

De groep Werknemers van het EESC waarschuwt dat de zwaarbevochten sociale en werknemersrechten niet terzijde mogen worden geschoven in het streven van de EU om concurrerend te blijven in de wereldeconomie. Bij alle oproepen tot meer deregulering mag de EU niet gaan morrelen aan belangrijke wetgeving, zoals de Europese pijler van sociale rechten.

Naar aanleiding van de aanbevelingen in de rapporten van Draghi en Letta heeft de Commissie een mededeling over het kompas voor concurrentievermogen uitgebracht die, aangevuld met de horizontale initiatieven die zij heeft voorgesteld, de activiteiten van bedrijven moet stimuleren. Doel is het concurrentievoordeel van Europa te versterken.

De groep Werknemers maakt zich ernstig zorgen dat de sociale en arbeidsrechten gaandeweg uit het oog worden verloren, aangezien de EU er blijkbaar voor heeft gekozen om tegen elke prijs gelijke tred te houden met andere concurrerende economieën.

Daarom heeft de groep Werknemers een reeks initiatiefadviezen voorgesteld waarin het concurrentievermogen wordt behandeld vanuit het oogpunt van de toegevoegde waarde van menselijk kapitaal.  Een daarvan is het aangekondigde voorstel voor een advies over “De rol van vakbonden bij het verbeteren van de productiviteit”. Het advies wil aantonen dat de drijvende krachten achter de productiviteit in de EU (die van invloed is op het concurrentievermogen) voornamelijk investeringen in menselijk kapitaal (werknemers), technologie en innovatie zijn.

De sleutelrol van vakbonden wordt in dit verband benadrukt, aangezien zij individuele werknemers door middel van collectieve onderhandelingen en maatregelen verenigen. Dat geeft de arbeidsmarkt een zodanige dynamiek dat zij de belofte van een concurrerende economie kan helpen waarmaken.

Verder zal een studie van de groep Werknemers binnenkort de stand van zaken met betrekking tot de EU-wetgeving inzake de Europese pijler van sociale rechten inventariseren en evalueren. De studie zal een belangrijk instrument zijn om het sociaal beleid te volgen, aangezien Europa in zijn zoektocht naar de gulden weg naar concurrentievermogen waarschijnlijk van zijn eigen economie zal uitgaan.   

Tot slot zal de groep Werknemers tijdens haar vergadering in april van de categorie Stem van de werknemers voor meer democratische participatie zich buigen over de voorgestelde inspanningen om de regeldruk voor bedrijven te verminderen (gezien als een factor die het concurrentievermogen van Europa vertraagt) en de gevolgen ervan voor de EU-wetgeving ter bescherming van werknemers en het milieu, met name als het gaat om passende zorgvuldigheid op het gebied van duurzaamheid en duurzaamheidsrapportage door ondernemingen.

De tweede editie van de Week van het maatschappelijk middenveld van het EESC, van 17 t/m 20 maart 2025, staat in het teken van meer cohesie en participatie als remedie voor polarisatie in de samenleving. Registreer je deelname hier.

De tweede editie van de Week van het maatschappelijk middenveld van het EESC, van 17 t/m 20 maart 2025, staat in het teken van meer cohesie en participatie als remedie voor polarisatie in de samenleving. Registreer je deelname hier.

Er is nog tijd om in te schrijven voor de tweede editie van de Week van het maatschappelijk middenveld van het EESC, waar maatschappelijke organisaties uit de EU, EU-beleidsmakers, deskundigen en journalisten zich zullen buigen over een uiterst prangende kwestie: hoe polarisatie in de hedendaagse samenlevingen tegengaan?

Aangevuurd door meervoudige crises — van de COVID-19-pandemie en de klimaatverandering tot stijgende kosten van levensonderhoud en toenemende inkomensverschillen — heeft polarisatie zich verspreid in de EU en elders in de wereld, met als gevolg meer sociale verdeeldheid, een aangetast vertrouwen in democratische instellingen en een gemeenschapsgevoel dat onder druk staat.

In dit verband is de Week van het maatschappelijk middenveld 2025 bedoeld als een krachtige oproep tot actie om de sociale cohesie en de democratische participatie te versterken. Met levendige debatten en collaboratieve workshops biedt dit vierdaagse evenement alle deelnemers een uniek forum om deel te nemen aan kritische discussies, best practices uit te wisselen en samen te werken praktische oplossingen uit te werken. 

Wat kunt u verwachten?

De Week van het maatschappelijk middenveld 2025 omvat onder meer paneldiscussies onder leiding van de EESC-verbindingsgroep, de Dag van het Europees burgerinitiatief (ECI) en de prijsuitreiking van de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld.

Het startschot wordt gegeven met een inspirerende toespraak van academicus, schrijver en politiek commentator Albena Azmanova, waarmee meteen de toon wordt gezet voor de volgende debatten.

De daaropvolgende paneldiscussie op hoog niveau staat in het teken van de vraag of we nog “In verscheidenheid verenigd” zijn. Tot de panelleden behoren onder meer Younous Omarjee, ondervoorzitter van het Europees Parlement, Adriana Porowska, minister voor het maatschappelijk middenveld namens het Poolse voorzitterschap, Oliver Röpke, EESC-voorzitter, Brikena Xhomaqi, covoorzitter van de EESC-verbindingsgroep, Petros Fassoulas, secretaris-generaal van European Movement International, en Mădălina-Mihaela Antoci van de nationale jeugdraad van Moldavië.

Discussiethema’s tijdens de Week van het maatschappelijk middenveld zijn onder meer: hoe burgerschapsvorming kan helpen om kloven te overbruggen, hoe Europa een voortrekkersrol kan spelen op het gebied van innovatie zonder afbreuk te doen aan zijn waarden, en hoe we huisvesting betaalbaarder en duurzamer kunnen maken en tegelijkertijd energiearmoede kunnen aanpakken en multigenerationeel wonen kunnen ondersteunen. Ook zal worden nagedacht over manieren om het maatschappelijk middenveld te versterken door middel van overheids- en filantropische steun, ervoor te zorgen dat in het EU-beleid in het kader van de groene en blauwe transitie rekening wordt gehouden met lokale behoeften, en ervoor te zorgen dat het maatschappelijk middenveld in heel Europa kan rekenen op doeltreffende erkenning, bescherming en participatie.

Een speciale sessie, die samen met het Europees Parlement wordt georganiseerd, zal specifiek betrekking hebben op het meerjarig financieel kader (MFK) en de gevolgen daarvan voor het maatschappelijk middenveld.

EBI-dag 2025

De EBI-dag op 18 maart is gewijd aan het krachtige instrument van participerende democratie dat het Europees burgerinitiatief is. Het Europees burgerinitiatief is ingevoerd bij het Verdrag van Lissabon en biedt burgers de mogelijkheid de Europese Commissie te verzoeken nieuwe EU-wetgeving over een bepaald onderwerp voor te stellen. Een initiatief moet door 1 miljoen mensen zijn ondertekend om in aanmerking te worden genomen door de Commissie.

Via discussies op hoog niveau en interactieve workshops zullen de deelnemers zich buigen over belangrijke topics, zoals de rol van het EBI bij het tegengaan van polarisatie en manieren om meer steun in de lidstaten op te bouwen. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar de vraag hoe maatschappelijke organisaties actief aan het EBI-proces kunnen deelnemen om de stem van de burgers te laten horen in de Europese beleidsvorming.

Deelnemers aan de EBI-dag krijgen ook een unieke kans om rechtstreeks contact te leggen met vroegere, huidige en toekomstige initiatiefnemers van EBI’s, om beste praktijken en ervaringen ten behoeve van hun eigen campagnes uit te wisselen.

Verder zal tijdens het evenement worden ingezoomd op het belang van impactstrategieën om EBI’s en burgerpanels doeltreffender te maken, met name ter vergroting van de kans dat de EU-instellingen wetgevend met EBI-initiatieven aan de slag gaan.

EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld 2025

Op de laatste dag van de Week van het maatschappelijk middenveld 2025 zal onder meer de 15e EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld worden uitgereikt.

Deze prijs is bedoeld om meer bekendheid te geven aan de buitengewone manier waarop het maatschappelijk middenveld bijdraagt aan de totstandbrenging van een Europese identiteit en van Europees burgerschap, en aan de bevordering van de gemeenschappelijke waarden die de Europese integratie schragen. Met deze erkenning, die jaarlijks wordt toegekend, worden particulieren en maatschappelijke organisaties beloond voor hun innovatieve en creatieve projecten zonder winstoogmerk die verband houden met verschillende voor de EU relevante thema’s.

Dit jaar gaat de prijs naar drie projecten die hun pijlen richten op schadelijke polarisatie in de Europese samenleving.

De Week van het maatschappelijk middenveld wordt afgesloten met een dynamische slotsessie met deelname van de uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie (o.v), Katarina Barley, ondervoorzitter van het Europees Parlement, Oliver Röpke, EESC-voorzitter, en Nataša Vučković, secretaris-generaal van Centre for Democracy Foundation in Servië.

Neem deel aan de discussies!

De Week van het maatschappelijk middenveld 2025 heeft vier dagen lang heel wat in petto met inzichtelijke discussies, inspirerende sprekers op hoog niveau en tal van netwerkmogelijkheden. Kortom, een evenement dat u niet wilt missen. Registreer uw deelname vandaag nog en draag mee bij tot een samenhangender en participatiever Europa!

Het volledige programma vindt u hier.

Schrijf u hier in vóór 12 maart. (ma)

Op 11 februari kondigde het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) aan dat de inschrijvingen voor de vierde editie van de EU-prijzen voor de biologische sector geopend werden, en dat kandidaten tot en met 27 april 2025 de tijd hebben om hun aanvraag in te dienen.

Op 11 februari kondigde het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) aan dat de inschrijvingen voor de vierde editie van de EU-prijzen voor de biologische sector geopend werden, en dat kandidaten tot en met 27 april 2025 de tijd hebben om hun aanvraag in te dienen.

Deze prijzen zetten uitmuntende prestaties in de biologische waardeketen in het zonnetje en worden uitgereikt in de categorieën beste biologische landbouwer, beste biologische stad, beste biologische regio, beste biologische levensmiddelen verwerkende kmo, beste detailhandelaar in biologische voedingsmiddelen en beste biologisch restaurant/biologische grootkeuken. Het EESC is specifiek verantwoordelijk voor drie categorieën:

  • Beste biologische levensmiddelen verwerkende kmo
  • Beste detailhandelaar in biologische voedingsmiddelen
  • Beste biologisch restaurant / biologische grootkeuken

De winnaars worden bekendgemaakt op de Biodag van de EU, die dit jaar op 23 september valt. Belanghebbenden op het gebied van biologische productie — met inbegrip van landbouwers, verwerkende bedrijven, detailhandelaren en overheidsinstanties — worden aangemoedigd om een aanvraag in te dienen.

Meer informatie over de ontvankelijkheid van kandidaten en het indienen van aanvragen is te vinden op de website van de Europese Commissie. Vragen over door het EESC beheerde categorieën kunnen worden gestuurd naar EUorganicawardsEESC@eesc.europa.eu.

Dit initiatief ondersteunt het EU-actieplan voor de biologische landbouw en bevordert de biologische productie en het bewustzijn van de consument. (ks) 

door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

Tussen 2010 en 2022 zijn de huizenprijzen in de EU met 47 % gestegen en de huurprijzen met 18 %. Eurostat heeft berekend dat in 2023 meer dan 10 % van de huishoudens in steden en 7 % van de huishoudens in plattelandsgebieden meer dan 40 % van hun beschikbare inkomen aan huisvesting heeft besteed. Het EESC wilde nagaan hoe we huisvesting voor alle Europeanen betaalbaarder en duurzamer kunnen maken en heeft daarom een studie besteld waarin wordt onderzocht wat het beleid hieraan kan doen. In dit interview bespreken de coauteurs van de studie, econoom Agnieszka Maj en Karolina Zubel, directeur Milieu, Energie en Klimaatverandering van het Centrum voor Sociaal en Economisch Onderzoek (CASE), de belangrijkste bevindingen.

 

door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

Tussen 2010 en 2022 zijn de huizenprijzen in de EU met 47 % gestegen en de huurprijzen met 18 %. Eurostat heeft berekend dat in 2023 meer dan 10 % van de huishoudens in steden en 7 % van de huishoudens in plattelandsgebieden meer dan 40 % van hun beschikbare inkomen aan huisvesting heeft besteed. Het EESC wilde nagaan hoe we huisvesting voor alle Europeanen betaalbaarder en duurzamer kunnen maken en heeft daarom een studie besteld waarin wordt onderzocht wat het beleid hieraan kan doen. In dit interview bespreken de coauteurs van de studie, econoom Agnieszka Maj en Karolina Zubel, directeur Milieu, Energie en Klimaatverandering van het Centrum voor Sociaal en Economisch Onderzoek (CASE), de belangrijkste bevindingen.

Waar gaat deze EESC-studie precies over en waarom is dit van belang?

Deze studie over betaalbare en duurzame huisvesting in de EU onderzoekt de behoefte aan betaalbare en duurzame huisvesting in de EU en licht de rol toe van digitalisering (AI, digitale bouwvergunningen, relevante databases) en structuren van de sociale economie. Aan de hand van casestudies worden vernieuwende initiatieven besproken om de betaalbaarheid, toegankelijkheid en duurzaamheid van huisvesting te verbeteren. De studie geeft aanbevelingen voor maatregelen tot 2030 en 2050 die aansluiten bij de EU-doelstellingen van klimaatbestendigheid, sociale gelijkheid en economische groei. Ze biedt strategische inzichten om het huisvestingsbeleid aan te passen aan de veranderende uitdagingen en tegelijkertijd het welzijn van de bevolking te bevorderen.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen van de studie?

Dankzij de digitalisering kunnen de planning, de bouw en het beheer van woningen efficiënter, goedkoper en duurzamer worden. Vooralsnog zijn die kostenbesparingen beperkt gebleven. Als digitale vernieuwingen niet worden opgepikt, is dat vooral te wijten aan de traditionele manier van denken van belanghebbenden, het vermeende lage rendement op investeringen, de hoge implementatiekosten en het gebrek aan stimulansen, opleiding en regelgeving. Om het potentieel van digitalisering volledig te benutten, zijn meer investeringen in digitale infrastructuur erg belangrijk, bijvoorbeeld door digitale platforms interoperabel te maken.

Het inschakelen van organisaties uit de sociale economie (woningcorporaties met een beperkt winstoogmerk, organisaties van algemeen nut, coöperaties) is een veelbelovende beleidsinnovatie waarmee de huidige uitdagingen in de huisvestingssector kunnen worden aangepakt. Deze organisaties bieden kosteneffectieve, goed ontworpen huisvestingsoplossingen die de cohesie binnen de gemeenschap en de stabiliteit van de huisvesting op lange termijn bevorderen. Bouwverenigingen zonder winstoogmerk of met beperkt winstoogmerk in Wenen bijvoorbeeld, goed voor 30 % van alle woningbouw in Wenen, hebben een stabiliserende invloed op de woningmarkt door de prijzen laag te houden. Zo blijven de huurprijzen betaalbaar en worden marktverstoringen voorkomen.

Wat zijn in het licht van deze bevindingen uw belangrijkste aanbevelingen voor actie en verder onderzoek?

Op middellange termijn moet het huisvestingsbeleid van de EU resulteren in een “New European Deal voor betaalbare duurzame sociale huisvesting” en een “huisvestingsrichtlijn” om een uniforme aanpak in alle lidstaten te garanderen. Landen moeten innovatieve modellen zoals coöperaties en huisvesting met beperkt winstoogmerk bevorderen, flexibele financiële steun bieden voor huisvestingsprojecten en digitale hulpmiddelen gebruiken voor betere huisvestingsoplossingen.

Op lange termijn moet het huisvestingsbeleid een strategische en duurzame aanpak volgen, waarbij prioriteit wordt gegeven aan lokale oplossingen en voortdurende monitoring. Digitalisering moet worden gestandaardiseerd via wetgeving, met praktijken op het gebied van de circulaire economie zoals bankleningen gekoppeld aan de eis om te bouwen volgens het kringloopprincipe, huurstimulansen op basis van energie-efficiëntie en bottom-up financieringsinitiatieven. Daarnaast moet het concept van sociale huisvesting worden uitgebreid naar gezinnen met een middeninkomen, vergelijkbaar met het Weense model, dat een sociale mix bevordert en gentrificatie voorkomt. Om daadwerkelijk te voldoen aan de huisvestingsbehoeften is het ook van cruciaal belang om de aandacht te richten op zowel nieuwbouw als het renoveren en herbestemmen van ongebruikte gebouwen.

Toekomstig onderzoek moet zich toespitsen op inclusieve benaderingen in stadsplanning, bouw en huisvesting om de toegankelijkheid voor alle burgers te verbeteren. Er moet ook onderzoek worden gedaan naar de impact van opkomende technologieën, zoals AI en automatisering, op kostenbesparingen en efficiëntie bij de ontwikkeling en het beheer van huisvesting. Ook is er onderzoek nodig naar innovatieve huisvestingsmodellen in alle EU-lidstaten, waarbij op zoek wordt gegaan naar strategieën die zowel de betaalbaarheid als de duurzaamheid kunnen verbeteren.

De studie is in opdracht van het EESC uitgevoerd op verzoek van de groep Maatschappelijke Organisaties.

Europa’s vooruitgang bij de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) is aanzienlijk vertraagd, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over de verwezenlijking van de doelstellingen voor 2030. Uit het Europe Sustainable Development Report 2025 (ESDR), gepubliceerd door het Sustainable Development Solutions Network (SDSN) van de VN, blijkt dat de vooruitgang op het gebied van de SDG’s tussen 2020 en 2023 met ruim de helft is teruggevallen ten opzichte van de periode ervoor.

Europa’s vooruitgang bij de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) is aanzienlijk vertraagd, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over de verwezenlijking van de doelstellingen voor 2030. Uit het Europe Sustainable Development Report 2025 (ESDR), gepubliceerd door het Sustainable Development Solutions Network (SDSN) van de VN, blijkt dat de vooruitgang op het gebied van de SDG’s tussen 2020 en 2023 met ruim de helft is teruggevallen ten opzichte van de periode ervoor.

Tussen 2016 en 2019 steeg de vooruitgang met 1,9 punten, maar in de daaropvolgende jaren daalde dit tot slechts 0,8 punten. De vertraging doet zich voor te midden van toenemende ecologische, sociale en geopolitieke uitdagingen. SDG 2 (uitbanning van honger) blijft een belangrijk punt van zorg, aangezien er in heel Europa nog steeds problemen op het gebied van voedselzekerheid en -duurzaamheid bestaan.

In een studie in opdracht van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) wordt benadrukt dat veranderingen in voedingspatronen nodig zijn om duurzame landbouw en volksgezondheid te ondersteunen.

Nu er een nieuw leiderschap van de EU is aangetreden, dringen deskundigen aan op krachtiger beleid en meer investeringen om vooruitgang met betrekking tot de SDG’s te ondersteunen. Wereldwijde samenwerking en financiering worden als cruciaal beschouwd: zo zal de 4e Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering (Spanje, juni 2025) naar verwachting in het teken staan van het opvoeren van de financiële steun voor duurzaamheid.

Guillaume Lafortune, vicevoorzitter van SDSN en hoofdauteur van de bovenvermelde studie, waarschuwt dat toenemende geopolitieke spanningen de duurzaamheidsinspanningen bemoeilijken, maar blijft optimistisch.

“De wereld wordt steeds gevaarlijker, instabieler en onzekerder. Tegelijkertijd willen mensen, met name jongeren, duurzame ontwikkeling. Met de omvang van de wereldeconomie en de beschikbare technologieën heeft de wereld het potentieel om over de hele lijn over te stappen op duurzame ontwikkeling.”

“Duurzame voedselsystemen zijn een cruciale motor om de SDG’s sneller dichterbij te brengen. In dit verband is er behoefte aan ambitieuzere mechanismen om de bestaansmiddelen van boeren, kleinschalige voedselproducenten en andere belanghebbenden in de hele voedselvoorzieningsketen veilig te stellen. Tegelijkertijd moeten we iets doen aan oneerlijke verdeling en zorgen voor een rechtvaardige overgang”, aldus Peter Schmidt, voorzitter van de EESC-afdeling Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu (NAT), die ook opriep tot een grotere rol voor het maatschappelijk middenveld.

Met nog maar vijf jaar te gaan tot 2030 staat de EU voor een cruciale beslissing: doortastend optreden of het risico lopen dat zij haar beloften voor een duurzame en rechtvaardige toekomst niet nakomt. (ks)

De elektriciteitsmarkt moet zó worden hervormd dat er meer wordt bereikt dan alleen de doelstellingen inzake klimaatneutraliteit voor 2050. Het is van essentieel belang om de voorzieningszekerheid, stabiele en betaalbare prijzen en het recht op energie te garanderen om kwetsbare groepen te beschermen, aldus het Europees Economisch en Sociaal Comité.

De elektriciteitsmarkt moet zó worden hervormd dat er meer wordt bereikt dan alleen de doelstellingen inzake klimaatneutraliteit voor 2050. Het is van essentieel belang om de voorzieningszekerheid, stabiele en betaalbare prijzen en het recht op energie te garanderen om kwetsbare groepen te beschermen, aldus het Europees Economisch en Sociaal Comité.

In het advies Toekomst van de levering en prijzen van elektriciteit in de EU, uitgebracht in januari en opgesteld door Jan Dirx en Thomas Kattnig, bepleit het EESC een model van overheidsregulering waar nodig en particulier ondernemerschap waar mogelijk, en beveelt het een e-faciliteit aan.

Dit zou een van overheidswege opgericht bedrijf kunnen zijn dat op de elektriciteitsmarkt als marktmaker fungeert en aldus de doelstellingen klimaatneutraliteit, voorzieningszekerheid en stabiele en betaalbare prijzen gestalte geeft.

Volgens het Comité moeten de noodzakelijke veranderingen op de elektriciteitsmarkt in drie fasen uitgevoerd worden:

  • Fase 1: van nu tot 2030

    De e-faciliteit zal haar portefeuille uitbreiden met een mix van (CO2-vrije) elektriciteitsopwekking. Gedurende deze periode zal de handel in elektriciteit plaatsvinden op basis van day-aheadprijzen, maar zal de invloed van de e-faciliteit op de markt toenemen.

  • Fase 2: van 2030 tot 2040

    De e-faciliteit zal haar positie als marktmaker bereiken en een passend deel van de aanbodzijde van de markt door middel van leveringscontracten controleren. De day-aheadhandel zal zich gedurende deze periode dienovereenkomstig aanpassen.

  • Fase 3: van 2040 tot 2050

    De e-faciliteit zal de aanbodzijde van elektriciteit optimaliseren om vanaf 2050 een duurzame langetermijnlevering van elektriciteit met een nettonuluitstoot van broeikasgassen op een stabiel en voorspelbaar prijsniveau te waarborgen. (mp)

Om de legitieme belangen van de EU in het Europese noordpoolgebied zo goed mogelijk te verdedigen is een gemeenschappelijke strategie nodig waarmee het maatschappelijk middenveld nauwer bij alle relevante besluiten wordt betrokken. Ook nauwe samenwerking met Groenland is van vitaal belang om duurzame investeringen in het noordpoolgebied mogelijk te maken en zo de welvaart en veerkracht van de regio te waarborgen.

Om de legitieme belangen van de EU in het Europese noordpoolgebied zo goed mogelijk te verdedigen is een gemeenschappelijke strategie voor het noordpoolgebied nodig waarmee het maatschappelijk middenveld nauwer bij alle relevante besluiten wordt betrokken. Ook nauwe samenwerking met Groenland is van vitaal belang om duurzame investeringen in het noordpoolgebied mogelijk te maken en zo de welvaart en veerkracht van de regio te waarborgen.

Het EESC heeft tijdens zijn januarizitting een initiatiefadvies over de Ontwikkeling van een Europese strategie voor het noordpoolgebied, in overleg met het maatschappelijk middenveld goedgekeurd, waarin het belang van de rol van het noordpoolgebied voor de strategische autonomie, de veerkracht en het concurrentievermogen van Europa wordt belicht.

EESC-rapporteur Anders Ladefoged zei: “Met ons nieuwe advies over het EU-beleid voor het noordpoolgebied willen we de visie van het maatschappelijk middenveld op het EU-beleid voor deze regio uiteenzetten; zo dient de Unie haar eigen belangen voor ogen te houden, maar moet zij er ook voor zorgen dat het noordpoolgebied uitgroeit tot een veerkrachtige en welvarende regio, in het belang van de inwoners.

Voorts zou het EESC graag zien dat de inheemse bevolking ten volle bij een en ander wordt betrokken en dat met hen wordt samengewerkt. Corapporteur Christian Moos verklaarde: “Om hun belangen zo goed mogelijk te verdedigen moeten de landen van het Europese noordpoolgebied gezamenlijk optreden: niet alleen moeten de noordelijke EU-lidstaten samenwerken, er is ook een Europese strategie voor het noordpoolgebied nodig, die de participatie van het maatschappelijk middenveld moet garanderen en de rechten van de lokale en inheemse bevolking moet eerbiedigen.”

Groenland — dat ook ter sprake komt in het advies — bevindt zich in een situatie die vergelijkbaar is met die van het Europese noordpoolgebied, zowel wat betreft de uitdagingen als de kansen in verband met de snelle transformatie van de regio.

Christian Moos zei het volgende over Groenland: “Nauwere Europese samenwerking, ook in Groenland, is van vitaal belang om duurzame investeringen in het Europese Noordpoolgebied mogelijk te maken en zo de welvaart en veerkracht van de regio te waarborgen.

Voor de Groenlanders staat het versterken van hun zelfbeschikking als natie centraal, volgens het beginsel “niets over ons zonder ons”. Wel wordt de EU beschouwd als een trouwe bondgenoot, aangezien er sprake is van gedeelde waarden zoals mensenrechten en sociale dialoog. (at)

De EU moet meer aandacht besteden aan het concurrentiebeleid om zo haar mondiale concurrentievermogen te versterken, de productiviteit te verhogen en ervoor te zorgen dat de interne markt een economische steunpilaar blijft.

De EU moet meer aandacht besteden aan het concurrentiebeleid om zo haar mondiale concurrentievermogen te versterken, de productiviteit te verhogen en ervoor te zorgen dat de interne markt een economische steunpilaar blijft.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft tijdens zijn januarizitting een advies aangenomen over Een mededingingsbeleid dat de motor achter het concurrentievermogen van de EU is, waarin het pleit voor een sterkere integratie van de nationale economieën en slimmere strategieën voor staatssteun om het economisch potentieel van Europa te ontsluiten en de grootste mondiale uitdagingen — waaronder de digitalisering, klimaatverandering en veerkracht — aan te pakken.

Het EESC onderstreept dat het mededingingsbeleid van cruciaal belang is om innovatie, duurzaamheid en economische groei in een stroomversnelling te brengen. “Mededinging en concurrentievermogen hoeven elkaar niet in de weg te staan”, aldus rapporteur Isabel Yglesias. “Met gestroomlijnde procedures, flexibele instrumenten en voldoende middelen kan het mededingingsbeleid zorgen voor meer welvaart voor bedrijven en burgers in de EU.”

De nieuwe mededingingsregels van de EU, zoals de digitalemarktenverordening en de verordening buitenlandse subsidies, zijn al gericht op het aanpakken van marktverstoringen en versterken de positie van de EU op het internationale toneel. Het EESC dringt echter aan op verdere maatregelen om de beoordeling van concentraties te moderniseren en ervoor te zorgen dat innovatiegedreven concentraties daadwerkelijk worden gecontroleerd, zelfs als ze onder de huidige EU-drempels blijven.

In het advies wordt gewezen op de cruciale rol van staatssteun bij de ondersteuning van de groene en de digitale transitie. Slecht gecoördineerde subsidies dreigen echter de productiviteit en de groei te ondermijnen. Studies tonen aan dat een betere coördinatie binnen de EU de productiviteit met meer dan 30 % zou kunnen verhogen. Het EESC pleit ervoor om de subsidies in alle lidstaten op elkaar af te stemmen om zo de Europese waardeketens te versterken en inefficiëntie te voorkomen.

De belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI's) en het voorgestelde Europees fonds voor concurrentievermogen moeten worden opgezet vanuit een pan-Europees perspectief om grootschalige industriële innovatie te stimuleren. Deze instrumenten moeten ervoor zorgen dat de voordelen eerlijk worden verdeeld over de hele Unie en dat duurzaamheid en veerkracht worden bevorderd.

Willen we dat de EU uitgroeit tot wereldleider, dan is er volgens het EESC behoefte aan:

  • meer integratie, zodat minder subsidies op de verkeerde plaats terechtkomen en de productiviteit wordt verhoogd;
  • strengere regels ter bescherming van Europese innovatie bij buitenlandse overnames;
  • vereenvoudigde en snellere mededingings- en staatssteunprocedures om de efficiëntie te vergroten, en
  • een evenwichtig beleid inzake concentraties dat innovatie, duurzaamheid en investeringen in infrastructuur bevordert. (ll)