Op 12 december 2023 heeft het bureau van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) Isabelle Le Galo Flores benoemd tot nieuwe secretaris-generaal van het EESC.

Op 12 december 2023 heeft het bureau van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) Isabelle Le Galo Flores benoemd tot nieuwe secretaris-generaal van het EESC.

Mevrouw Le Galo Flores heeft een master in technische wiskunde en in communicatie, mediastudies en internationale betrekkingen. In de loop van haar carrière heeft ze verschillende managementfuncties bekleed. Zo was zij tot voor kort plaatsvervangend algemeen directeur voor Spanje bij de Daniel and Nina Carasso Foundation, waar ze zich onder andere bezighield met duurzame voedselsystemen en burgerschap door middel van kunst.

De secretaris-generaal van het EESC heeft een uitvoerende functie, verleent steun en advies aan de statutaire organen van het EESC en geeft leiding aan een secretariaat van ongeveer 700 personeelsleden. Mevrouw Le Galo Flores is op 16 januari 2024 aangetreden voor een periode van vijf jaar, als opvolger van Gianluca Brunetti, die zijn functie op 31 december 2023 heeft neergelegd. (ehp)

België zal tijdens het cruciale eerste halfjaar van 2024 het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden en staat daarmee sinds 1 januari aan het roer van de EU. Hoogtepunt van deze periode worden ongetwijfeld de Europese verkiezingen in juni, waarbij de Europese burgers de kans krijgen de toekomstige koers van de Unie te bepalen. Ook voor het Comité is hier een rol weggelegd: wij zullen informatie verspreiden over de verkiezingen en mensen aanmoedigen om hun stem uit te brengen.

België zal tijdens het cruciale eerste halfjaar van 2024 het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden en staat daarmee sinds 1 januari aan het roer van de EU. Hoogtepunt van deze periode worden ongetwijfeld de Europese verkiezingen in juni, waarbij de Europese burgers de kans krijgen de toekomstige koers van de Unie te bepalen. Ook voor het Comité is hier een rol weggelegd: wij zullen informatie verspreiden over de verkiezingen en mensen aanmoedigen om hun stem uit te brengen. “Als thuishaven van het maatschappelijk middenveld zal het EESC nauw samenwerken met het Belgische voorzitterschap om een sterker, veerkrachtiger en democratischer Europa tot stand te brengen”, aldus voorzitter Oliver Röpke.

In deze nieuwe brochure vindt u een overzicht van onze activiteiten tijdens de eerste helft van het jaar, de belangrijkste dossiers waar onze afdelingen zich mee bezig houden, en de door het Belgische voorzitterschap aangevraagde verkennende adviezen.
Benieuwd wie onze Belgische leden zijn?

Kijk hier om te kijken om wie het gaat en welke segmenten van het maatschappelijk middenveld deze leden vertegenwoordigen. De brochure is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans, Duits en Engels (cw).

De financiële sector, en met name het bankwezen, speelt een grote rol bij de verstrekking van financiële middelen en de cruciale overgang naar duurzaamheid en is daarmee van essentieel belang om de economie van de EU concurrerender te maken. Het Europees Economisch en Sociaal Comite (EESC) heeft tijdens zijn plenaire zitting een advies goedgekeurd waarin belangrijke voorstellen worden gedaan om de financiële sector te versterken zodat deze beter kan bijdragen aan het nastreven van strategische autonomie van de EU en de doelstellingen die daarbij helpen.

De financiële sector, en met name het bankwezen, speelt een grote rol bij de verstrekking van financiële middelen en de cruciale overgang naar duurzaamheid en is daarmee van essentieel belang om de economie van de EU concurrerender te maken. Het Europees Economisch en Sociaal Comite (EESC) heeft tijdens zijn plenaire zitting een advies goedgekeurd waarin belangrijke voorstellen worden gedaan om de financiële sector te versterken zodat deze beter kan bijdragen aan het nastreven van strategische autonomie van de EU en de doelstellingen die daarbij helpen.

 

Een weerbaar financieel systeem is een prioriteit voor de economische transformatie van de EU, maar ondanks de inspanningen om concurrentievermogenstoetsen in te bouwen en de regelgeving te verfijnen via Refit, zijn er nog steeds een aantal uitdagingen. Het feit dat de bankenunie en de kapitaalmarktenunie nog steeds onvolledig zijn, vormt volgens EESC-rapporteur Antonio García del Riego een belemmering voor de eengemaakte markt. Hierdoor lopen EU-banken achter bij de concurrentie in de wereld. Wil men zorgen voor een concurrerende en veerkrachtige financiële sector, dan zal deze kwestie zal via grondige evaluaties moeten worden aangepakt. Eerlijke concurrentie is van cruciaal belang voor stabiliteit en groei, maar vereist sterkere regelgevingskaders. Hierbij is het wel zaak de diversiteit van de banksector te waarborgen. Het EESC benadrukt dat eerlijke concurrentie belangrijk is voor de stabiliteit en voor het aantrekken van investeringen, en dringt erop aan om het toezicht op de sector evenwichtig aan te pakken, waarbij digitalisering en marktduurzaamheid worden bevorderd. Het EESC juicht het toe dat toekomstig EU-beleid een concurrentievermogenstoets zal bevatten, maar wijst erop dat er bij het opvoeren van het concurrentievermogen niet mag worden afgeweken van mondiale normen zoals Bazel III. Het is absoluut zaak dat deze toets wordt afgestemd op de specifieke kenmerken van de financiële sector. De voltooiing van de kapitaalmarktenunie zal versnippering van de markt tegengaan, de financiële stabiliteit vergroten en de integratie bevorderen. Het EESC beklemtoont dat doeltreffende evaluatiemethoden, deelname van stakeholders aan effectbeoordelingen en degelijke gegevens voor gefundeerde besluitvorming van cruciaal belang zijn om de sector vooruit te helpen. (tk)

Het Global Gateway-initiatief is bedoeld om de open strategische autonomie van de EU te waarborgen, maar moet gebaseerd zijn op effectbeoordelingen, benadrukt het Europees Economisch en Sociaal Comité in een tijdens de decemberzitting goedgekeurd advies. Het EESC stelt voor om een actievere rol te spelen in de cruciale fasen van de besluitvorming voorontwikkelingsprojecten in verband met de Global Gateway.

Het Global Gateway-initiatief is bedoeld om de open strategische autonomie van de EU te waarborgen, maar moet gebaseerd zijn op effectbeoordelingen, benadrukt het Europees Economisch en Sociaal Comité in een tijdens de decemberzitting goedgekeurd advies. Het EESC stelt voor om een actievere rol te spelen in de cruciale fasen van de besluitvorming voor ontwikkelingsprojecten in verband met de Global Gateway.

Met de Global Gateway-strategie wordt beoogd om tussen 2021 en 2027 tot 300 miljard EUR aan investeringen te mobiliseren om klimaatverandering tegen te gaan, de digitale, energie- en vervoersconnectiviteit te stimuleren en gezondheids-, onderwijs- en onderzoeksinfrastructuur in de hele wereld te versterken.

Het EESC benadrukt echter dat investeringsprogramma's in het kader van het Global Gateway-initiatief gebaseerd moeten zijn op effectbeoordelingen, zodat democratisch eigenaarschap van ontwikkelingsinitiatieven in partnerlanden wordt gewaarborgd, evenals de economische, sociale en ecologische duurzaamheid van de projecten. Tegelijkertijd maakt het EESC een voorbehoud ten aanzien van projecten die door andere EU-fondsen worden gefinancierd en die zouden kunnen afwijken van het standaard monitoringproces omdat de procedures voor het beoordelen van de impact van elk project niet duidelijk genoeg zijn.

Stefano Palmieri, lid van het EESC en rapporteur voor het advies, benadrukt dat Global Gateway-projecten een aantal beginselen en doelstellingen in acht moeten nemen, en stelt dat naleving van de EU-waarden en de indiening van gedetailleerde effectbeoordelingen belangrijk zijn om de duurzaamheid van deze projecten te waarborgen.

Tegelijkertijd betreurt het Comité dat de lokale Europese belanghebbenden niet op een zinvolle manier bij het hele ontwikkelingsproces worden betrokken. Het EESC zou een actievere rol willen spelen in de belangrijkste fasen van de besluitvorming voor ontwikkelingsprojecten in verband met de Global Gateway, te beginnen met de organisatie van regelmatige bijeenkomsten tussen de raad van de Global Gateway, maatschappelijke organisaties en sociale partners. (mt)

Het EESC is een succesverhaal, maar de Europese Unie moet zich nog meer inspannen voor de naleving van haar sociale contract en het behoud van solidariteit, een rechtvaardige economie en inclusiviteit. Dat is essentieel voor de instandhouding van de Europese waarden.

Het EESC is een succesverhaal, maar de Europese Unie moet zich nog meer inspannen voor de naleving van haar sociale contract en het behoud van solidariteit, een rechtvaardige economie en inclusiviteit. Dat is essentieel voor de instandhouding van de Europese waarden.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is opgericht bij het Verdrag van Rome (ondertekend in maart 1957) en heeft in mei 1958 zijn eerste plenaire vergadering gehouden. De ervaring die het in al die jaren heeft opgedaan en de lessen die daaruit kunnen worden getrokken voor de toekomst stonden centraal tijdens de “Viering van het 65-jarig bestaan van het Europees Economisch en Sociaal Comité: Versterking van maatschappelijke organisaties, verdediging van de democratie” op 13 december 2023 in Brussel. “In 65 jaar tijd is het Comité een belangrijk platform geworden waar het maatschappelijk middenveld vrijelijk zijn standpunten over het voetlicht kan brengen en op deze manier de EU-wetgeving kan helpen verbeteren. In de veranderende geopolitieke context is de stem van een sterk en onafhankelijk maatschappelijk middenveld belangrijker dan ooit. Het is het maatschappelijk middenveld, in zijn rol als waakhond, dat ervoor zorgt dat niemand de controlemechanismen, de rechtsstaat of de fundamentele rechten en waarden aan zijn laars kan lappen — en dat dus niemand de stekker uit de democratie kan trekken”, aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke.

De leden van het EESC vertegenwoordigen een grote verscheidenheid aan maatschappelijke organisaties in heel Europa, waaronder werkgevers- en werknemersorganisaties en andere belangengroepen. Het EESC is een raadgevend orgaan van de EU dat advies geeft aan de Europese Commissie, de Raad van de EU en het Europees Parlement en fungeert als brug tussen de besluitvormende EU-instellingen en de burgers. “Het EESC is 65 geworden en u dacht misschien dat het tijd was om met pensioen te gaan. Maar niets is minder waar. Het EESC is nu meer dan ooit nodig, zeker nu zoveel Europeanen het moeilijk hebben. De neiging om de georganiseerde sociale dialoog links te laten liggen moet worden onderdrukt. Andere EU-instellingen zouden juist meer en meer naar ons moeten luisteren”, aldus George Dassis, voormalig voorzitter van het EESC en voorzitter van de Vereniging van oud-leden van het EESC.

Tijdens de viering op 13 december werd onderstreept dat het EESC de afgelopen jaren een leidende rol heeft gespeeld in het debat over de Europese pijler van sociale rechten. Het EESC heeft ook actief deelgenomen aan de Conferentie over de toekomst van Europa. In de slotaanbevelingen hiervan werd expliciet verwezen naar het EESC als instrument voor het vergroten van de burgerbetrokkenheid en de transparantie van de democratie in de EU. Ook op andere terreinen heeft het EESC recentelijk een voortrekkersrol gespeeld door bijvoorbeeld als eerste te pleiten voor een echte Europese gezondheidsunie en het voortouw te nemen bij de voorstellen voor een “recht op reparatie”. Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers, onderstreepte het belang van de impact van het werk van het EESC en wees op de verbeteringen die sinds 1958 zijn aangebracht in de wetgeving: “In de afgelopen maanden hebben we verschillende mijlpalen bereikt, waaronder de concurrentievermogenstoets en een Europese Blue Deal. En we zullen ons blijven inzetten om de standpunten van de mensen die we vertegenwoordigen onder de aandacht te brengen.”

De energietransitie, de strijd tegen de klimaatcrisis en de reactie op de geopolitieke dreiging die uitgaat van Rusland zijn slechts enkele van de uitdagingen die de behoefte aan een EESC dat bijdraagt aan het bereiken van consensus over het algemeen belang, het beschermen van de waarden van Europese integratie en het verdedigen van de participatiedemocratie en van maatschappelijk organisaties, alleen maar sterker maken. “Al 65 jaar lang biedt het EESC een platform aan vakbondsvertegenwoordigers om zinvolle discussies aan te gaan met werkgevers, maatschappelijke organisaties en andere instellingen van de Europese Unie. Samenwerking is de sleutel tot het succes van het EESC. Door vertegenwoordigers van allerlei verschillende groepen in de samenleving bijeen te brengen zijn we erin geslaagd om adviezen op te stellen waarin allerlei verschillende perspectieven aan bod komen. Deze inclusiviteit zorgt ervoor dat wat wij doen steeds in overeenstemming is met de democratische beginselen", aldus Lucie Studničná, voorzitster van de groep Werknemers.

Séamus Boland, voorzitter van de groep Maatschappelijke Organisaties, vindt dat het EESC zich ten volle moet inzetten voor de Europese verkiezingen. “De EU moet een collectieve oplossing bieden voor gemeenschappelijke Europese uitdagingen. Of we daarin slagen, zal grotendeels afhangen van de resultaten van de verkiezingen voor het Europees Parlement. Het EESC en zijn leden hebben de taak en de verantwoordelijkheid om via hun netwerken van maatschappelijke organisaties het gesprek aan te gaan met de burger om desinformatie, angst en gebrek aan vertrouwen de kop in te drukken. We moeten ook opnieuw pleiten voor concrete maatregelen om de dialoog met het maatschappelijk middenveld op EU-niveau op alle beleidsterreinen aan te zwengelen.”

Meer informatie over de geschiedenis van het EESC vindt u op onze website. (ab)

Maatschappelijke organisaties zijn teleurgesteld over de resultaten van de COP28, maar beschouwen deze wel als een mogelijke aanzet tot meer Europese actie op het wereldtoneel. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) blijft zich inzetten voor klimaatactie en benadrukt dat de lat hoger moet en dat jongeren nauwer bij de strijd tegen klimaatverandering moeten worden betrokken.

Hoewel zij teleurgesteld zijn over de resultaten van de COP28 beschouwen de maatschappelijke organisaties deze wel als een mogelijke aanzet tot meer Europese actie op het wereldtoneel. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) blijft zich inzetten voor klimaatactie en benadrukt dat de lat hoger moet en dat jongeren nauwer bij de strijd tegen klimaatverandering moeten worden betrokken.

Met de COP28 is een historische stap gezet: voor het eerst in dertig jaar hebben landen zich ertoe verbonden om het gebruik van fossiele brandstoffen in energiesystemen af te bouwen. EESC-voorzitter Oliver Röpke erkent dat vooruitgang is geboekt, maar dringt aan op een volledige uitfasering van fossiele brandstoffen en beklemtoont dat het belangrijk is om jongeren bij deze inspanningen te betrekken.

Het feit dat de doelstelling van de Overeenkomst van Parijs om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken overeind is gebleven, is volgens de EU-onderhandelaars een succes. Tijdens de COP28 werd met name de energiesector in het vizier genomen, en werd bepaald dat moet worden gestreefd naar een emissiereductie van 43 % tegen 2030 en een nettonuluitstoot tegen 2050. Critici wijzen echter op de tekortkomingen van de overeenkomst. Zo is het zeer de vraag of de 1,5°C-doelstelling zal worden gehaald, kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij de invloed van de oliestaten en zijn de financiële bepalingen in verband met de transitie niet afdoende.

Sandrine Dixson-Declève, covoorzitter van de Club van Rome, waarschuwt voor een toenemende welvaartskloof en voor sociale spanningen als gevolg van de oneerlijke lastenverdeling. Diandra Ni Bhuachalla, jongerenafgevaardigde van het EESC, geeft aan diep teleurgesteld te zijn over het resultaat van de COP28. Zij vindt het belangrijk om rekening te houden met de ervaringen die gewone mensen hebben opgedaan in de strijd tegen de lobbyisten van de sector fossiele brandstoffen.

De punten van zorg ten spijt erkennen de EESC-leden de positieve aspecten van de overeenkomst van Dubai. Zij beloven zich te zullen inzetten om de mazen in de wet te dichten en verzoeken de andere EU-instellingen met klem hetzelfde te doen. De boodschap waar de EESC-leden het tijdens het debat over eens zijn geworden klinkt luid en duidelijk: “Er is dringend actie geboden om het klimaat te redden, en wij zullen ons daarvoor blijven inzetten via optreden op EU- en VN-niveau”. (ks)

Sinds het ontstaan van het idee van een interne Europese markt in de jaren tachtig, de concipiëring en de lancering ervan begin jaren negentig hebben zich op het Europese continent en daarbuiten tal van historische veranderingen voltrokken. Zo is de Europese Unie qua omvang en aantal lidstaten meer dan verdubbeld en heeft zij te maken gekregen met crises, conflicten en natuurlijke, economische, sociale en technologische uitdagingen.

Sinds het ontstaan van het idee van een interne Europese markt in de jaren tachtig, de concipiëring en de lancering ervan begin jaren negentig hebben zich op het Europese continent en daarbuiten tal van historische veranderingen voltrokken. Zo is de Europese Unie qua omvang en aantal lidstaten meer dan verdubbeld en heeft zij te maken gekregen met crises, conflicten en natuurlijke, economische, sociale en technologische uitdagingen.

Ook de geopolitieke situatie is sindsdien drastisch veranderd, met de opkomst van een nieuwe supermacht in Azië, die op verschillende niveaus een systemische rivaal van de EU is geworden. In de loop der jaren zijn de beginselen van de interne markt, d.w.z. het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en arbeid, een troef gebleken voor de economische prestaties van de EU. Toch is de interne markt nog verre van perfect.

Er zijn soms hiaten in de uitvoering van de gezamenlijk overeengekomen regels, de administratieve vereisten hebben zich vermenigvuldigd en de capaciteit voor markttoezicht is helaas beperkt. Bovendien is de interne markt onderhevig aan tegenstrijdige doelstellingen. Subsidieverzoeken van de industrie en van andere spelers op nationaal niveau botsen met pleidooien om staatssteun te beperken en een gelijk speelveld in alle lidstaten te handhaven. De vereiste van lokaal produceren om waardecreatie en werkgelegenheid in Europa te houden, staat op gespannen voet met de roep om toegang tot open markten teneinde kostenconcurrerend te blijven ten opzichte van mondiale concurrenten en teneinde consumenten te kunnen voorzien van betaalbare producten. En dan is er nog het spanningsveld tussen het waarborgen van de toegang tot onmisbare grondstoffen voor de productie van goederen (variërend van voertuigen, windturbines en zonnepanelen tot keuken- en tuinapparatuur) en de manier waarop deze grondstoffen worden betrokken (zoals naleving van arbeids- en milieunormen en de omgang met concurrenten voor deze grondstoffen).

Aan de openstelling van de EU-markten en -grenzen, cruciaal in het oorspronkelijke idee van de interne markt, blijkt iets te schorten in een wereld waarin multilateraal overeengekomen internationale handelsregels niet langer worden nageleefd. Het risico bestaat zelfs dat het een zwakte van de EU wordt als er niet wordt voorzien in bepaalde waarborgen, zoals streng toezicht op de kwaliteit en veiligheid van producten die de EU-markt binnenkomen of screening van investeringen en de doelstellingen daarvan. In een wereld die zich afkeert van multilaterale, op regels gebaseerde systemen ten gunste van landen die de toegang tot grondstoffen beperken voor hun nationale belangen, werkt een economie van globalisering en wereldwijd geïntegreerde toeleveringsketens niet langer.

De interne markt, die tot nu toe op deze regels was gebaseerd, heeft daarom een nieuwe strategie nodig, gericht op verschillende aspecten: een Europees industriebeleid, een gunstig kader voor ondernemingen (waaronder kleine en middelgrote), ondernemingen van de sociale economie, overheidssteun voor het Europese project, goed georganiseerde en efficiënte diensten van algemeen belang en maatregelen om het Europees sociaal model te behouden en verder te ontwikkelen.

De voltooiing van de kapitaalmarkt van de EU is volgens het EESC van cruciaal belang voor de verdieping van de interne markt. De kapitaalmarkt moet worden gericht op het financieren van de productie, aankoop en stroom van goederen en diensten, met name door onderzoek, ontwikkeling en innovatie in het bedrijfsleven en diensten van algemeen belang te ondersteunen en door ondernemerschap aan te moedigen.

Voorts moet voorrang worden gegeven aan beleid dat een kader biedt voor innovatie door particuliere ondernemingen, dat innovatie bevordert via de toegang tot durfkapitaal, en dat het smeden van banden tussen de industrie en de wetenschappelijke sector stimuleert. Ook handhaving van het acquis moet een prioriteit zijn bij het versterken van de interne markt. Veel van de regels ervan worden helaas op nationaal niveau niet omgezet, of op zeer uiteenlopende wijze of in zeer verschillende mate toegepast. Dit vormt een ernstige en significante belemmering voor de goede werking van de interne markt.

De EU moet klimaatdiplomatie als vlaggenschipbeleid in haar externe optreden bevorderen, aldus het Europees Economisch en Sociaal Comité in zijn advies dat tijdens de decemberzitting werd goedgekeurd. Er is een robuust en geloofwaardig strategisch plan nodig om haar klimaatdiplomatie aan te passen aan het huidige geopolitieke landschap en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN.

De EU moet klimaatdiplomatie als vlaggenschipbeleid in haar externe optreden bevorderen, aldus het Europees Economisch en Sociaal Comité in zijn advies dat tijdens de decemberzitting werd goedgekeurd. Er is een robuust en geloofwaardig strategisch plan nodig om haar klimaatdiplomatie aan te passen aan het huidige geopolitieke landschap en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN.

Volgens het EESC wordt er vooruitgang geboekt zodra de klimaatdiplomatie wordt opgewaardeerd tot speerpunt van de buitenlandse betrekkingen van de EU.

Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC en rapporteur voor het advies, benadrukte: “Er is geen tijd te verliezen als we onherstelbare schade willen voorkomen. Klimaatdiplomatie is preventieve diplomatie. Daarom moeten we dringend meer werk maken van klimaatdiplomatie en ervoor zorgen dat dit een speerpunt wordt van het externe beleid van de EU.”

Het EESC moedigt de EU aan om een alomvattende strategie voor klimaatdiplomatie met prioriteiten voor de korte en lange termijn vast te stellen die klimaatacties integreren in alle gebieden van externe betrekkingen, waaronder veiligheid en defensie, handel, investeringen, vervoer, migratie, ontwikkelingssamenwerking, financiële en technische bijstand, cultuur en gezondheid.

Door de Europese Green Deal intern effectief uit te voeren, krijgt de EU de geloofwaardigheid om anderen te beïnvloeden en te inspireren om een vergelijkbare stap naar duurzaamheid te zetten. Daarom dringt het EESC er bij de lidstaten en de instellingen op aan te zorgen voor een betere coördinatie tussen de EU-actoren om hun respectieve beleid af te stemmen op de klimaatdoelstellingen en de binnenlandse maatregelen voor de uitvoering van de Green Deal te versnellen.

De rapporteur voor het advies, Stefano Mallia, zei het als volgt: “We moeten binnen de EU nagaan of we de doelstellingen die we in het kader van de Green Deal hebben vastgesteld, waar kunnen maken. Zodra de zaken hier op orde zijn, moeten we samenwerken met buurlanden, hun economische diversificatie bevorderen, plannen voor een rechtvaardige transitie opstellen en aanpassings- en risicobeheerprojecten ondersteunen om risico’s van kwetsbaarheid te voorkomen en te verminderen.” (mt)

In een onlangs goedgekeurd advies waarschuwt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dat de EU te afhankelijk is van de invoer van actieve farmaceutische ingrediënten en afgewerkte geneesmiddelen uit Azië en dat dit een risico vormt voor de gezondheid en het welzijn van de Europese burgers. Het EESC stelt daarom een wet inzake kritieke geneesmiddelen voor.

In een onlangs goedgekeurd advies waarschuwt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dat de EU te afhankelijk is van de invoer van actieve farmaceutische ingrediënten en afgewerkte geneesmiddelen uit Azië en dat dit een risico vormt voor de gezondheid en het welzijn van de Europese burgers. Het EESC stelt daarom een wet inzake kritieke geneesmiddelen voor.

Het wordt steeds moeilijker om de bevoorrading van de Europese Unie met essentiële geneesmiddelen veilig te stellen, aangezien de meeste actieve farmaceutische ingrediënten (API’s) en afgewerkte geneesmiddelen momenteel uit Azië worden ingevoerd. Het feit dat de EU zo afhankelijk is van leveranciers uit derde landen wekt ongerustheid: Is de EU wel bestand tegen verstoringen van de toeleveringsketen, tegen prijsvolatiliteit en mogelijke geopolitieke gevaren?

“Doordat we voor essentiële geneesmiddelen afhankelijk zijn van externe leveranciers, brengen we de gezondheid van onze burgers in gevaar. We moeten nu handelen om ervoor te zorgen dat de Europese burgers de medicijnen kunnen krijgen die ze nodig hebben”, aldus Lech Pilawski, EESC-rapporteur voor het advies.

Met het oog hierop pleit het EESC voor de invoering van een nieuw EU-mechanisme dat de productie van API’s en afgewerkte geneesmiddelen in Europa ondersteunt. De voorgestelde wet inzake kritieke geneesmiddelen, die de vorm heeft van een verordening, is bedoeld als een alomvattend EU-mechanisme om de productie van API’s en afgewerkte geneesmiddelen in de Europese Unie actief te ondersteunen. Dit mechanisme zou financiering bieden voor onderzoek en ontwikkeling, de uitbouw van infrastructuur en operationele kosten.

Om deze aanbevelingen te kunnen uitvoeren, zijn aanzienlijke investeringen nodig en moeten de EU-lidstaten samenwerken. Het EESC roept de Europese Commissie op om het voortouw te nemen bij de coördinatie van deze inspanningen en een alomvattende strategie te ontwikkelen die de volksgezondheid in Europa veiligstelt, de economische welvaart bevordert en ervoor zorgt dat geneesmiddelen betaalbaar blijven voor EU-burgers. (gb)

Economie en financiën, digitalisering, concurrentievermogen en bedrijfsleven, en handel. Dat zijn de vier terreinen waarop het Spaanse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie vooruitgang heeft geboekt tussen juli en december 2023.

Economie en financiën, digitalisering, concurrentievermogen en bedrijfsleven, en handel. Dat zijn de vier terreinen waarop het Spaanse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie vooruitgang heeft geboekt tussen juli en december 2023.

Nadia Calviño, eerste vicepremier en minister van Economie en Digitalisering van Spanje, vatte tijdens de zitting van december de conclusies van het roulerende EU-voorzitterschap samen. Ze haalde daarbij onder meer de verdieping van de economische en monetaire unie, de overeenkomst over instantbetalingen in het bankwezen, de hervorming van de elektriciteitsmarkt en de ondertekening van een geavanceerdehandelsovereenkomst met Chili aan.

Mevrouw Calviño, die naar verwachting op 1 januari 2024 het roer overneemt als voorzitter van de Europese Investeringsbank (EIB), benadrukte ook de punten die de Europese Unie binnenkort op de agenda moet zetten, vooral met het oog op de komende Europese verkiezingen. “De wereld ondergaat ingrijpende veranderingen en de tektonische platen die na de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan, zijn aan het verschuiven,” zei ze. “We moeten ervoor zorgen dat de EU een vooraanstaande rol blijft spelen in de belangrijkste internationale debatten, de uitdagingen aangaat die er echt toe doen en de Europese waarden in deze nieuwe wereldorde beschermt.”

Verwijzend naar de intense zes maanden die bijna ten einde liepen, voegde ze eraan toe dat “de samenwerking met andere Europese instellingen, en in het bijzonder met het EESC, van groot belang was voor het succes. Mijn aanwezigheid hier vandaag is een teken van de sterke betrokkenheid van de Spaanse regering bij de sociale partners, de sociale dialoog en het maatschappelijk middenveld. We proberen goed te luisteren en in ons werk rekening te houden met de standpunten van het maatschappelijk middenveld.” (mp)