Vrede is de enige strijd die de moeite van het voeren waard is

De oorlog in Oekraïne heeft ons er op brute wijze aan herinnerd waarom de EU ooit is opgericht: om blijvende vrede in Europa tot stand te brengen. Dat was helaas in de vergetelheid geraakt. Op een gegeven ogenblik was het Europese ‘vredesverhaal’ niet langer aantrekkelijk, vooral niet voor de jongere generatie. Nu leren we opnieuw dat, zoals Albert Camus zei, “vrede de enige strijd is die de moeite van het voeren waard is” en dat we ons moeten blijven inzetten om verandering teweeg te brengen waar dat nodig is.

Met de Russische invasie van Oekraïne is de grootste nachtmerrie van de twintigste eeuw — oorlog in Europa — terug van weggeweest. Opnieuw wordt de territoriale integriteit van een land ter discussie gesteld. Opnieuw dreigen hongersnood en genocide. De Russische agressie staat haaks op alles wat “Europees” en “democratisch” is. Europa mag en zal dat niet tolereren. Vrede vormt het fundament van de Europese Unie. De Unie is gegrondvest op de macht van de wet, niet op de wet van de macht.

Tien jaar geleden nam de Europese Unie de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst als erkenning van het feit dat er al meer dan 60 jaar sprake is van vrede, verzoening en democratie in Europa. De EU moet zich krachtiger dan ooit blijven opwerpen als hoedster van vrede en democratie binnen en buiten Europa.

De grootste uitdaging waarmee Europa nu wordt geconfronteerd is oorlog en de gevolgen daarvan — migratie, verdere inflatie, stijgende energieprijzen en de noodzaak van militarisering. Opgaven die tot voor kort de actualiteit beheersten, zoals COVID-19, de bestrijding van de klimaatverandering of de opbouw van de strategische autonomie van Europa, zijn echter niet verdwenen. We moeten al deze uitdagingen aangaan en onze buren — het Oekraïense volk — blijven helpen. In dit verband ben ik verheugd over de conclusies van de informele EU-top in Versailles; het EESC herkent daarin zijn aanbevelingen om het militaire optreden op Oekraïense bodem onmiddellijk een halt toe te roepen, de Oekraïnse bevolking en vluchtelingen bescherming te bieden en de autonomie van Europa te versterken, met name in de energiesector.

Dit zijn geen gemakkelijke tijden, vooral omdat we nog altijd vermoeid zijn na COVID-19 en de recente lockdowns. We moeten de huidige eendracht echter zien vast te houden. Wat mij betreft staat één ding vast: een veerkrachtige democratie ontleent haar kracht en vitaliteit aan wat de Grieken “demos” noemden: het volk — of het nu werkgevers, werknemers of burgers in het algemeen zijn. Alleen als we verenigd zijn, kunnen we onze Europese toekomst opbouwen.

Nu weten we weer wat ons bindt en wat de reden is om het Europese project te omarmen — VREDE.

Christa Schweng,
voorzitter van het EESC