De groep Europees Semester (ESG) telt 39 leden, onder wie de voorzitter en de twee vicevoorzitters Luca Jahier (groep III) en Gonçalo Lobo (groep I). Het secretariaat, dat onder leiding staat van Jakob Andersen, telt drie personeelsleden en wordt ondersteund door een stagiaire. De structuur ervan wordt aangevuld met 27 tripartiete nationale delegaties, bestaande uit nog eens 39 leden.
De naam van de Groep geeft duidelijk aan wat haar opdracht is: het analyseren van en uitbrengen van advies over de economische governance van de EU en de procedures en inhoud daarvan, met inbegrip van de fasen die op nationaal niveau plaatsvinden. Van de verschillende documenten die deel uitmaken van het najaars- en het voorjaarspakket van het Europees Semester, legt de ESG zich met name toe op de jaarlijkse strategie voor duurzame ontwikkeling en op de twee adviezen (het eerste en het vervolgadvies) die het Comité ieder jaar over de strategie uitbrengt. De ESG belegt vijf vergaderingen per jaar, waarvan er één (meestal in mei of juni) toegankelijk is voor het publiek.
De huidige mandaatsperiode van de Groep is midden in de COVID 19-pandemie ingegaan, tegen de achtergrond van een forse paradigmaverschuiving in het economisch beleid van de EU ten opzichte van het tijdens de crisis van 2008-2012 gevoerde beleid: een combinatie van expansief monetair en begrotingsbeleid en een herstelplan van 750 miljard euro dat wordt gefinancierd met Europese obligaties. Sindsdien heeft de Groep zich vooral beziggehouden met de analyse van het NextGenerationEU-instrument en de daarmee verband houdende nationale plannen voor herstel en veerkracht. Dit heeft geleid tot een sterkere rol voor de nationale delegaties van de Groep, die een sleutelrol spelen bij de opstelling van de twee resoluties van het EESC over de herstelplannen. De eerste resolutie, die in februari 2021 door de voltallige vergadering van het EESC is goedgekeurd, was gericht op de evaluatie van de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de opstelling van de nationale plannen voor herstel en veerkracht, op basis van de standpunten van de nationale delegaties die via een enquête met vijf vragen en diverse debatten op nationaal niveau waren verzameld. In de resolutie werd kritiek geuit op de — ondanks hetgeen bepaald is in de verordening betreffende de herstel- en veerkrachtfaciliteit — over het algemeen geringe en povere participatie van de maatschappelijke organisaties.
De ESG en haar nationale delegaties werken momenteel aan een nieuwe, tijdens de meizitting te bespreken resolutie waarin de inhoud van de plannen, de economische en maatschappelijke gevolgen ervan en de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de uitvoering ervan zullen worden beoordeeld. Deze keer bevat de enquête 21 vragen. Er zal ook rekening worden gehouden met de conclusies van discussierondes, zoals de twee conferenties op nationaal niveau die samen met de nationale sociaal-economische raden zijn gehouden in de twee landen die de meeste middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit zullen ontvangen: Spanje en Italië. Het referentiekader wordt gevormd door de belangrijkste beoordelingen van de nationale herstel- en veerkrachtplannen door Europese denktanks en de gegevens die door de taskforce Herstel en veerkracht worden verstrekt.
Zodra het voorbereidende werk voor de tweede resolutie is afgerond, zal de Groep zich toeleggen op de hervorming van het Europees Semester en op een beoordeling van de investeringen die nodig zijn om de doelstellingen van de Europese Green Deal te verwezenlijken, met name met het oog op een rechtvaardige transitie naar een groene economie met klimaatneutraliteit in 2050. De hervorming van de procedures van het Europees Semester, gekoppeld aan de hervorming van het stabiliteits- en groeipact, zal het gespreksonderwerp zijn van de komende conferentie van de Groep op 3 juni. De Groep zal, met het oog op een analyse van de investeringsbehoeften uit hoofde van de Green Deal, voorstellen dat de afdelingen ECO en NAT in het laatste kwartaal van dit jaar een gezamenlijke vergadering houden.
Tot slot zal de Groep zich in de komende maanden hoe dan ook moeten buigen over de economische gevolgen van de Russische invasie in Oekraïne en van de sancties die de EU als reactie daarop en met het oog op het herstel van de soevereiniteit van ons buur- en broederland heeft afgekondigd.
Javier Doz
Voorzitter van de groep Europees Semester