Door Andrey Gnyot

Om in Wit-Rusland te worden gearresteerd, volstaat het om het verkeerde beroep te kiezen. Voor zo’n fatale fout kun je zelfs in het centrum van Europa opgepakt worden, bijvoorbeeld in Servië. En een gerenommeerde internationale organisatie als Interpol maakt dit mogelijk. Het klinkt als bitter sarcasme, maar het is de harde waarheid. Ik overdrijf niet. Mijn naam is Andrey Gnyot. Ik ben een Wit-Russische filmmaker, journalist en gewezen politiek gevangene. Dit is mijn verhaal.

Door Andrey Gnyot

Om in Wit-Rusland te worden gearresteerd, volstaat het om het verkeerde beroep te kiezen. Voor zo’n fatale fout kun je zelfs in het centrum van Europa opgepakt worden, bijvoorbeeld in Servië. En een gerenommeerde internationale organisatie als Interpol maakt dit mogelijk. Het klinkt als bitter sarcasme, maar het is de harde waarheid. Ik overdrijf niet. Mijn naam is Andrey Gnyot. Ik ben een Wit-Russische filmmaker, journalist en gewezen politiek gevangene. Dit is mijn verhaal.

In 1999 besloot ik journalist te worden. Televisie en radio waren mijn passie, mijn droom en mijn hobby. Had een 17-jarige zich ooit kunnen voorstellen dat onafhankelijke journalistiek in zijn land als “extremisme” zou worden bestempeld en dat alle andere media zouden worden gereduceerd tot propaganda-instrumenten? Nee, niemand van ons had dit in het Europa van de 21e eeuw voor mogelijk gehouden. Toch is dit precies de situatie in het dictatoriale Wit-Rusland van vandaag. In het hele land is er geen enkel onafhankelijk mediakanaal. Alle media zijn in staatshanden. De staat oefent strikte controle uit op het redactioneel beleid. Het is heel eenvoudig: Loekasjenko’s zelfverklaarde macht wordt de hemel in geprezen en iedereen die daar kritiek op durft te leveren, hoe opbouwend ook, wordt beschouwd als een “vijand van het volk”, een term uit het communistische verleden.

Halverwege de jaren 2000 probeerde ik als jonge, naïeve, pas afgestudeerde journalist voet aan de grond te krijgen in de mediawereld. Tijdens en na mijn studie deed ik veel praktijkervaring op bij televisie en radio, en ik wist precies wat ik wilde. De mogelijkheden namen echter zienderogen af. Particuliere radiostations werden opgedoekt of overgenomen door de staat, terwijl onafhankelijke tv-stations niet eens een zendfrequentie konden krijgen. De keuze was simpel: of meegaan in de propaganda, of gevoelige onderwerpen vermijden en je beperken tot tandeloos amusement. De journalistiek overleefde in Wit-Rusland alleen dankzij een paar kranten en onafhankelijke internetportalen. Veel journalisten zochten een andere baan, velen werden het slachtoffer van repressie. Media die niet op één lijn zaten met het regime kregen regelmatig waarschuwingen van het Wit-Russische ministerie van Informatie. Na drie waarschuwingen werd hun licentie al ingetrokken. Volgens de Wit-Russische vereniging van journalisten is het aanbod van kranten in de periode 2020-2024 met 21 % gedaald. In de Wit-Russische krantenkiosk zijn alleen nog onschuldige publicaties te vinden, gericht op wie een datsja bezit of amateur is van moppen of kruiswoordpuzzels. Alle onafhankelijke sociaal-politieke redacties werden door de autoriteiten opgedoekt of stopten op eigen initiatief met drukken omdat het onmogelijk was geworden om nog te werken.

Gelukkig vond ik voor mezelf een compromisoplossing. Officieel werd ik regisseur en deed ik creatief werk, waarin ik zeer succesvol was, maar ondertussen bleef ik journalist, als vrijwilliger en anoniem, om mezelf te beschermen. Dit bleek een goede tactiek te zijn. Dankzij al mijn ervaring en professionele contacten kon ik de onafhankelijke media nieuw beeldmateriaal bezorgen van de gebeurtenissen in 2020. Ik was ook maatschappelijk en politiek actief en werd een van de oprichters van de Vrije Vereniging van Wit-Russische Atleten SOS.BY, een burgerbeweging die opkomt voor mensenrechten. Ik denk niet dat ik kan worden beschuldigd van vooringenomenheid of partijdigheid omdat ik de kant van mijn volk heb gekozen. Een dictatuur heeft niets te maken met objectiviteit, net zoals propaganda niets te maken heeft met journalistiek.

In 2021 stond Wit-Rusland op de 158e plaats van de 180 landen op de ranglijst van persvrijheid, vijf plaatsen lager dan in 2020. “Voor mediawerkers is Wit-Rusland het gevaarlijkste land van Europa”, waarschuwt de internationale mensenrechtenorganisatie Verslaggevers zonder grenzen.

In 2020, het jaar van de protestbewegingen, gaven de Wit-Russen de volgende voorkeuren aan: het internet en sociale media waren de belangrijkste nieuwsbronnen voor 60 % van de respondenten. Televisie voor slechts 11 % van de respondenten, gedrukte media voor 7 % en radio voor 5 %. Toen het dictatoriale regime in mijn land deze cijfers zag, begon het hard en compromisloos op te treden. Het bedacht de strijd tegen “extremisme” als voorwendsel voor censuur en vervolging. De autoriteiten blokkeerden de toegang tot de inhoud van mediakanalen die hun activiteiten vanuit het buitenland voortzetten. Elke samenwerking met hen werd beschouwd als een uiting van extremisme.

Eind 2023 zaten 32 journalisten in Wit-Rusland in de gevangenis. In de detentiecentra worden journalisten onder druk gezet en onmenselijk behandeld. Volgens mensenrechtenactivisten ging blogger en journalist Ihar Lossik van Radio Liberty lange tijd in hongerstaking in de gevangeniskolonie, waarna hij probeerde zijn handen en keel door te snijden. Hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis. Elke vorm van samenwerking met onafhankelijke media, die als “extremistische groeperingen” worden bestempeld, wordt steeds meer vervolgd. Recentelijk zijn niet alleen vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties vervolgd, maar ook gewone burgers die voor journalisten commentaar geven op maatschappelijke en politieke gebeurtenissen.

Op 31 oktober 2024 werd mijn persoonlijke Instagram-account door het Wit-Russische regime uitgeroepen tot “extremistisch materiaal”. Dat betekent dat niet alleen ik, maar ook al mijn volgers in Wit-Rusland zullen worden aangeklaagd omdat ze op mijn account zijn geabonneerd. Meer dan 5000 internetbronnen in Wit-Rusland vallen volgens de dictatuur onder de categorie “extremistisch”. Waarschijnlijk kan geen ander Europees land prat gaan op zulke indrukwekkende statistieken! Als je je afvraagt of wij Wit-Russen vinden dat er genoeg aandacht wordt besteed aan de situatie van de journalistiek in ons land, zal ik eerlijk zijn: Nee, dit probleem krijgt te weinig aandacht. Niet alleen het instituut van de journalistiek wordt ontmanteld, ook de journalisten zelf worden fysiek kapotgemaakt.

Zelfs buiten Wit-Rusland worden journalisten en activisten vervolgd. Ik ben daar het beste voorbeeld van. Het regime heeft geleerd hoe het democratische instellingen moet gebruiken om zijn snode doelen te bereiken. Journalisten, activisten, bloggers en politiek actieve burgers worden vervolgd voor fiscale misdrijven, meestal wegens oude onbetaalde belastingen. De perfecte dekmantel voor wat in werkelijkheid politiek gemotiveerde vervolging is. Mensenrechtenactivist en Nobelprijswinnaar Ales Bjaljazki zit in de gevangenis voor belastingontduiking. De hoofdredacteur van de onafhankelijke website “TUT.BY” (die in 2020 door het regime werd geblokkeerd) en haar collega’s zitten ook vast op grond van fiscale misdrijven. Interpol gebruikte dezelfde strafrechtelijke paragraaf om een arrestatiebevel tegen mij uit te vaardigen. Het had bijna acht maanden nodig om in een intern onderzoek te concluderen dat dit arrestatiebevel in strijd was met artikel 2 en 3 van hun statuten. Desondanks werd ik gearresteerd en zat ik zeven maanden en zes dagen vast in de centrale gevangenis in Belgrado. Vijf maanden lang kreeg ik huisarrest onder strikte voorwaarden. Tot twee keer toe besloot het Servische Hooggerechtshof mij uit te leveren aan het dictatoriale Wit-Rusland. Mijn advocaat en ik gingen telkens met succes in beroep tegen dit vonnis. Ik ben beroofd van een jaar van mijn leven en van mijn fysieke en mentale gezondheid. En dat allemaal omdat ik het verkeerde beroep in het verkeerde land heb gekozen. Gewoon omdat ik een eigen mening heb en die als actieve burger wilde uiten.

Gelukkig heb ik uiteindelijk gewonnen. Anders zou je dit nu niet lezen. Dankzij de ongelooflijke solidariteit van journalisten, politici, maatschappelijke organisaties en ngo’s kon ik Servië verlaten en zit ik nu veilig in Berlijn. Maar mijn verhaal is nog niet voorbij. Ik heb nog een lang herstelproces voor de boeg, een lange strijd ook. Ik weet dat ik plichtsgetrouw mijn roeping heb gevolgd, ook al zien sommigen dat als extremisme. Ik weet dat onafhankelijke journalistiek een van de bouwstenen is van een democratische samenleving. Het soort samenleving dat de Wit-Russen willen. En we rekenen erop dat we in deze belangrijke strijd niet aan ons lot worden overgelaten.

Door Peter Schmidt, Diandra Ní Bhuachalla en Arnaud Schwartz

Als vertegenwoordiger van het maatschappelijk middenveld van de EU tijdens de COP29 in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe pleit het EESC voor dringende, tastbare klimaatactie en voorrang voor sociale en milieurechtvaardigheid in klimaatonderhandelingen. 

Door Peter Schmidt, Diandra Ní Bhuachalla en Arnaud Schwartz

Als vertegenwoordiger van het maatschappelijk middenveld van de EU tijdens de COP29 in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe pleit het EESC voor dringende, tastbare klimaatactie en voorrang voor sociale en milieurechtvaardigheid in klimaatonderhandelingen. 

We hebben Peter Schmidt, voorzitter van de ad-hocgroep COP, gevraagd naar de belangrijkste standpunten van het EESC over het hoofdthema van de COP29: klimaatfinanciering.

Peter Schmidt: De wereldwijde toename van extreme klimaat- en weersomstandigheden maakt eens te meer duidelijk dat we onze klimaatambitie moeten opvoeren. Terwijl dit jaar goed op weg is om het warmste jaar ooit worden, komen ook door de mens veroorzaakte klimaatrampen zoals overstromingen, bosbranden en droogtes steeds vaker voor en zijn ze steeds heftiger, waardoor de sociale ongelijkheid nog groter wordt. De kosten van het uitblijven van klimaatmaatregelen zijn veel hoger dan de kosten van klimaatactie.

Er staat veel op het spel tijdens de COP29. Overeenstemming over mondiale oplossingen voor klimaatfinanciering is van cruciaal belang om ook ontwikkelingslanden de middelen te geven voor wereldwijde klimaatactie. Het EESC heeft tijdens de COP29 in Bakoe aanbevelingen gedaan op basis van zijn advies over klimaatfinanciering, dat vooral gaat over de hervorming van de internationale financiële architectuur om doeltreffende en toegankelijke klimaatfinanciering te ontsluiten en te faciliteren.

Het EESC pleit voor de vaststelling van een nieuwe collectieve kwantitatieve doelstelling om de lacunes in de klimaatfinanciering te dichten, waardoor deze geschikter zal zijn voor het beoogde doel, biodiversiteitsvriendelijker zal zijn, meer effect zal sorteren en nauwkeuriger gericht zal zijn op de meest kwetsbare landen en gemeenschappen. De klimaatfinancieringsstromen moeten worden geleid door de beginselen van een rechtvaardige transitie, in overeenstemming zijn met de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen als uitgangspunt hebben. Hierbij zijn langetermijnverbintenissen van zowel publieke als private actoren van doorslaggevend belang, en overheidsfinanciering zal een cruciale rol spelen bij het mobiliseren van particuliere investeringen in klimaatinitiatieven en de risico’s van dit soort investeringen verminderen.

Hoewel lokale initiatieven en burgerbewegingen toegang moeten krijgen tot klimaatfinanciering, pleit het Comité tevens voor een alomvattende aanpak om de cyclus van schuldenlast en onderinvestering in aanpassingsmaatregelen te doorbreken. We roepen op tot een billijke verdeling van klimaatfondsen om ongelijkheden aan te pakken. Daarnaast is betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld van cruciaal belang voor het creëren van een inclusieve, democratische aanpak die ervoor zorgt dat klimaatinvesteringen doeltreffend en duurzaam zijn.

We spraken met Diandra Ní Bhuachalla, de jongerenafgevaardigde van het EESC voor de COP (2023-2025), over haar verwachtingen voor de COP29. We vroegen haar wat in de ogen van jongeren de meest dringende klimaatkwesties zijn die als eerste moeten worden opgelost.

Diandra Ní Bhuachalla: Na de teleurstellende resultaten van de COP28 heb ik mijn verwachtingen voor de COP29 zoveel mogelijk geprobeerd bij te stellen. Aangezien de conferentie dit jaar wordt voorgezeten door een land dat sterk afhankelijk is van de inkomsten uit fossiele brandstoffen, viel het me bijzonder zwaar om hoop te blijven koesteren.

Na overleg met verschillende jongerenorganisaties in heel Europa, via de regelmatige bijeenkomsten van de jongerentaskforce voor het COP-programma waar ik als jongerenafgevaardigde van het EESC aan deelnam, besloot ik me te focussen op klimaatrechtvaardigheid en een rechtvaardige transitie, klimaatfinanciering en een nieuwe collectieve kwantitatieve doelstelling, en op een zinvolle deelname van jongeren aan internationale besluitvormingsprocessen.

Nu ik weet dat er tijdens de eerste week nauwelijks vooruitgang is geboekt als gevolg van een volledig gebrek aan overeenstemming en samenwerking — ook op het gebied van gender, klimaatfinanciering en de rechtvaardige transitie — ben ik mij ervan bewust dat mijn verwachtingen opnieuw te hoog waren en heb ik me vooral gestort op de nevenevenementen en bilaterale bijeenkomsten. Ik hoop alleen dat de eerder gemaakte afspraken, met name op het gebied van de mensenrechten, overeind blijven en dat we toch enige vooruitgang boeken om de zaken perfect klaar te stomen voor de COP30, waar iedereen de hoop op lijkt te hebben gevestigd.

Omdat klimaatverandering en de gevolgen ervan nauw met elkaar verbonden zijn, is het voor mij onmogelijk om de kwesties in volgorde van belangrijkheid of urgentie te rangschikken. Jongeren maken zich zorgen over hun toekomst, hun werkzekerheid en de vraag of ze zich zullen moeten omscholen; over hun huizen en gezinnen, en of ze beschermd zijn tegen stormen, overstromingen en erosie; over de gezondheid en levenskwaliteit van hun toekomstige kinderen of de generatie daarna; en over het feit dat onze generatie, wanneer wij de besluitvormers zullen zijn, voor veel moeilijkere klimaatonderhandelingen zal komen te staan, omdat er vandaag bij lange na niet genoeg actie wordt ondernomen, en de gevolgen hiervan nog tientallen jaren voelbaar zullen zijn.

We hebben nu klimaatrechtvaardigheid nodig. We hebben nu een realistische klimaatfinanciering nodig. We hebben nu een eerlijke, rechtvaardige en billijke werkgelegenheid en energietransitie nodig. We hebben nu ambitie nodig. We hebben nu implementatie nodig.

We hebben jullie nu allemaal nodig.

De COP16 over biodiversiteit, die in oktober plaatsvond in Cali (Colombia), eindigde in totale chaos en zonder overeenstemming over de financiering van natuurherstel. We vroegen Arnaud Schwartz, EESC-vertegenwoordiger tijdens de COP16, of er ondanks deze terugval reden is tot optimisme. Welke maatregelen moeten worden genomen om vooruitgang te boeken bij de bescherming van de biodiversiteit?

Arnaud Schwartz: 200 miljard dollar per jaar. Dat is het bedrag dat volgens de VN nodig zou zijn (alle soorten financiering bij elkaar opgeteld — publiek, particulier, nationaal en internationaal) om onze biodiversiteitsdoelstellingen te halen. Waar het om gaat, is dat we een einde moeten maken aan de vernietiging van de wereld van levende organismen, die momenteel in een steeds sneller tempo verdwijnen, en dat we de natuur herstellen en een kans geven om te overleven in een “leefbare” wereld, in plaats van haar ten onder te laten gaan aan hebzucht en domheid.

Hoe ziet de toekomst eruit na het mislukken van de COP16?

We zouden ons allemaal deze vraag moeten stellen en aan de mensen om ons heen moeten voorleggen, zeker nu bekend is dat alleen al in Frankrijk jaarlijks meer dan een kwart van dit bedrag wordt besteed aan oorlogvoering of de voorbereiding daarop. Wereldwijd gezien was de bijeenkomst in Cali inderdaad een gemiste kans vanwege een gebrek aan politieke wil en een gebrek aan economische solidariteit.

Maar nog niet alles is verloren.

Er schijnt nog een zwak licht aan het einde van de tunnel: na 30 jaar getouwtrek kregen inheemse volkeren, lokale gemeenschappen en mensen van Afrikaanse afkomst eindelijk erkenning voor hun rol als hoeders van de biodiversiteit, en er werd een nieuw VN-fonds opgericht, bekend als het Cali-fonds. Op lange termijn zal dit fonds worden gebruikt voor het innen van vrijwillige bijdragen van particuliere bedrijven, waarvan de helft naar bovengenoemde groepen personen gaat. Wow!

Hiermee zeggen we dus eigenlijk dat, eh...

Jullie zijn een deel van ons, en wij zijn een deel van jullie. En om door te gaan op onze gemeenschappelijke weg, zou het goed zijn om eerst onze economie weer op de rails te zetten, dat is in ons aller belang. We moeten stoppen met het ingooien van onze eigen ruiten. Dus waar wachten we nog op? Wanneer gaan we eindelijk de internationale financiële en handelsregels herzien?

De EESC-afgevaardigden naar de COP29, Peter Schmidt en Diandra Ní Bhuachalla, hebben zich vooral gefocust op klimaatfinanciering, op basis van het recente EESC-advies Klimaatfinanciering: een nieuw stappenplan om de hoge klimaatambities en de SDG’s te realiseren. Een van de belangrijkste evenementen onder leiding van het EESC in Bakoe was “Een mondiaal perspectief voor het bevorderen van een rechtvaardige transitie in de agrovoedingssector” op 18 november. Tijdens het evenement werd gekeken naar de totstandbrenging van duurzame, koolstofarme voedselsystemen die eerlijk zijn voor landbouwers, werknemers in de voedselketen en de toekomstige generaties. Het doel was de samenwerking tussen beleidsmakers en het maatschappelijk middenveld te verbeteren, de stem van het mondiale zuiden te versterken en inclusieve klimaatoplossingen voor iedereen te bevorderen.

Als lid van de EU-delegatie heeft Arnaud Schwartz deelgenomen aan verschillende vergaderingen waarin hij opriep tot meer synergieën tussen de VN-processen inzake biologische diversiteit (CBD) en klimaatverandering (UNFCCC), de geleidelijke afschaffing van subsidies die schadelijk zijn voor het milieu om meer financiële middelen vrij te maken, en een actievere rol voor het maatschappelijk middenveld bij de uitvoering van het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal. Meer informatie over de bijdrage van het EESC aan de COP16 vindt u hier.

De heer Schwartz is rapporteur van het EESC-advies Een alomvattende strategie voor biodiversiteit op de COP16: alle sectoren samenbrengen met een gemeenschappelijk doel.

Op 12 november heeft het EESC in Pärnu, Estland, een conferentie over koolstofarme waterstof gehouden. Bedoeling was om strategische maatregelen voor de ontwikkeling van duurzame infrastructuur voor waterstof en waterstofderivaten te bespreken en in kaart te brengen. Daarbij lag de nadruk op de financiering en toepassing.

Op 12 november heeft het EESC in Pärnu, Estland, een conferentie over koolstofarme waterstof gehouden. Bedoeling was om strategische maatregelen voor de ontwikkeling van duurzame infrastructuur voor waterstof en waterstofderivaten te bespreken en in kaart te brengen. Daarbij lag de nadruk op de financiering en toepassing.

De conferentie over Offshore-energie voor e-brandstoffen en het stimuleren van de nieuwe waterstofeconomie werd georganiseerd door de Nederlandse ambassade in Estland, het Ontwikkelingscentrum van Pärnu, het centrum voor toegepast onderzoek Metrosert, Invest Estonia en de ontwikkelaar van de Power2X e-methanolfabriek.

Groene en koolstofarme waterstof zijn van cruciaal belang voor onze energietransitie. Initiatieven zoals de onlangs opgerichte waterstofbank van de EU hebben aangetoond dat de ontwikkeling van duurzame waterstofmarkten aan momentum wint. De besluitvormers van de EU en de lidstaten moeten de nodige middelen verschaffen om deze ambities te verwezenlijken en de samenwerking tussen de lidstaten vlotter te doen verlopen, zodat doeltreffende strategieën kunnen worden uitgewerkt.

Baiba Miltoviča, voorzitter van de afdeling Vervoer, energie, infrastructuur, informatiemaatschappij van het EESC: “De snelle uitrol van hernieuwbare waterstof is niet alleen essentieel voor de transformatie van het energiesysteem, maar ook voor het sociale en economische welzijn van de Europese Unie. We moeten echter verstandig omgaan met onze middelen. Om onze impact zo groot mogelijk te maken, moeten we prioriteit geven aan sectoren waar de uitstoot moeilijk te verminderen is en doeltreffende ecologische en sociale normen vaststellen die zorgen voor eerlijke en veilige arbeidsomstandigheden.” (mp)

Het EESC steunt het streven naar een meer mensgericht en toekomstbestendig industrieel ecosysteem. Tegelijkertijd dringt het aan op een grondig debat over Industrie 5.0 en de sociale en economische gevolgen daarvan.

Het EESC steunt het streven naar een meer mensgericht en toekomstbestendig industrieel ecosysteem. Tegelijkertijd dringt het aan op een grondig debat over Industrie 5.0 en de sociale en economische gevolgen daarvan.

Industrie 5.0 wil sociale en milieukwesties in bedrijfsprocessen, centraal stellen. Daarbij gaat het verder dan de nadruk van Industrie 4.0 op digitalisering en automatisering. Het EESC heeft onlangs een advies uitgebracht met als titel ‘Industrie 5.0 - Hoe het te realiseren?, waarin wordt gepleit voor een mensgericht industrieel model dat menselijke vaardigheden en creativiteit waardeert.

Industrie 4.0 heeft de gevolgen van automatisering voor de mens grotendeels over het hoofd gezien en beperkte aandacht besteed aan milieuprioriteiten zoals afvalvermindering, circulariteit en groene energie. Het EESC benadrukt dat Industrie 5.0 werk moet maken van deze lacunes en daarbij prioriteit moet geven aan democratische waarden, sociale rechtvaardigheid en duurzaam concurrentievermogen. Giuseppe Guerini, rapporteur voor het advies over Industrie 5.0, stelt dat de digitale transformatie moet bijdragen tot een ‘Nieuwe industriële schone deal’, waarin menselijke factoren en creativiteit een centrale rol vervullen.

Industrie 5.0 plaatst mensen weer in het centrum van de productie en beschouwt hun kennis en vaardigheden als essentieel voor het concurrentievoordeel. Automatisering wordt in evenwicht gebracht met menselijke creativiteit, waarbij gebruik wordt gemaakt van collaboratieve robots voor repetitieve taken, zodat werknemers zich kunnen concentreren op ontwerp, planning en klantenservice. Deze verschuiving legt ook de nadruk op de gezondheid en veiligheid van werknemers en op steun voor mensen die door automatisering hun baan zijn kwijtgeraakt.

Het EESC roept de EU-instellingen op steun te verlenen aan een toekomstbestendig, mensgericht industrieel ecosysteem dat uitgaat van sociale rechtvaardigheid en inclusief concurrentievermogen. Het EESC staat achter Industrie 5.0, maar benadrukt dat de economische, sociale en technologische gevolgen ervan verder moeten worden omschreven. Bestaand Europees beleid, zoals de Green Deal, de AI-verordening en de vaardighedenagenda, vormt de basis voor deze visie, maar moet worden aangepast aan de beginselen van Industrie 5.0

Wil Industrie 5.0 slagen, dan moeten de sociale partners en werknemers op alle niveaus worden betrokken. Deze inclusieve aanpak zal een collaboratieve werkomgeving bevorderen die de sterke punten van mens en machine combineert, waardoor werkplekken innovatiever, actiever en duurzamer worden. (gb)

In een gezamenlijke verklaring, ondertekend op 14 november, verzoeken Baiba Miltoviča, voorzitter van de EESC-afdeling Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij (TEN) en Andres Jaadla, rapporteur voor een advies over huisvesting van het Comité van de Regio’s (CvdR), de Europese instellingen dringend maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de Europese Unie de huidige huisvestingscrisis te boven komt. Tevens zijn zij ingenomen met de benoeming van een Europees commissaris voor Energie en Huisvesting, die tot taak krijgt het allereerste Europees plan voor betaalbare huisvesting op te stellen.

In een gezamenlijke verklaring, ondertekend op 14 november, verzoeken Baiba Miltoviča, voorzitter van de afdeling Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij (TEN) en Andres Jaadla, rapporteur voor een advies over huisvesting van het Comité van de Regio’s (CvdR), de Europese instellingen dringend maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de Europese Unie de huidige huisvestingscrisis te boven komt. Tevens zijn zij ingenomen met de benoeming van een Europees commissaris voor Energie en Huisvesting, die tot taak krijgt het allereerste Europees plan voor betaalbare huisvesting op te stellen.

Verklaring over huisvesting

  • Wij verzoeken de Europese Commissie om samen met het Europees Parlement, het EESC en het CvdR een jaarlijkse EU-top over sociale en betaalbare huisvesting te organiseren. Deze jaarlijkse EU-top moet alle partijen bijeenbrengen die betrokken zijn bij de uitvoering van de maatregelen van de lidstaten voor sociale en betaalbare huisvesting, op basis van een aanpak op meerdere niveaus en de uitwisseling van beste praktijken conform het subsidiariteitsbeginsel;
  • Wij steunen het plan van de kandidaat-commissaris voor huisvesting om, in samenwerking met het EESC en het CvdR, een pan-Europees investeringsplatform voor betaalbare en duurzame huisvesting op te zetten om nationale, regionale en lokale partnerschappen dringend te ondersteunen bij het beëindigen van uitsluiting op het gebied van huisvesting;
  • Wij wijzen erop dat innovatieve manieren om overheidsinvesteringen te stimuleren en bestaande EU-middelen te mobiliseren moeten worden verkend om een langetermijnoplossing voor de huisvestingscrisis te vinden;
  • Wij roepen de EU-instellingen op de grondige renovatie van residentiële gebouwen te ondersteunen op basis van gediversifieerde en innovatieve financiële steun op lange termijn en coherente rechtskaders, gericht op kwetsbare bevolkingsgroepen en belangrijke actoren ter plaatse, met name energiegemeenschappen en lokale overheden;
  • Wij roepen op tot nauwere samenwerking tussen actoren op verschillende bestuursniveaus: lidstaten, EU-instellingen, maatschappelijke organisaties, regionale en lokale overheden.

Wij verbinden ons ertoe bij te dragen tot de uitvoering van de in de Verklaring van Luik uiteengezette maatregelen door de standpunten van maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden uit de hele EU te delen als onderdeel van een gezamenlijk streven van alle EU-instellingen om de huisvestingscrisis op te lossen en de Europese cohesie in elk opzicht te versterken.

Oktober en november werden getekend door het mislukken van twee mondiale milieutoppen: de COP16 (de conferentie van partijen bij het VN-verdrag inzake biologische diversiteit) en de COP29 (de VN-klimaatconferentie), beide gericht op de financiering die dringend nodig is om de natuur in stand te houden en de klimaatverandering te beperken. We hebben de vertegenwoordigers van het EESC tijdens de COP’s van dit jaar — Peter Schmidt, Diandra Ní Bhuachalla en Arnaud Schwartz — gevraagd wat er volgens hen op het spel staat als de wereld er niet in slaagt actie te ondernemen op het gebied van klimaat.

Oktober en november werden getekend door het mislukken van twee mondiale milieutoppen: de COP16 (de conferentie van partijen bij het VN-verdrag inzake biologische diversiteit) en de COP29 (de VN-klimaatconferentie), beide gericht op de financiering die dringend nodig is om de natuur in stand te houden en de klimaatverandering te beperken. We hebben de vertegenwoordigers van het EESC tijdens de COP’s van dit jaar — Peter Schmidt, Diandra Ní Bhuachalla en Arnaud Schwartz — gevraagd wat er volgens hen op het spel staat als de wereld er niet in slaagt actie te ondernemen op het gebied van klimaat.

Onze speciale gast is de Wit-Russische filmmaker en journalist Andrey Gnyot, die onlangs is vrijgelaten uit huisarrest in Servië. Hij zat een jaar in uitleveringsdetentie voor vermeende financiële misdrijven in zijn land. Aan de hand van zijn persoonlijke verhaal beschrijft hij het lot van onafhankelijke journalisten in het Wit-Rusland van vandaag. Wie ook maar een greintje kritiek uit op de machthebbers krijgt het stempel “vijand van het volk” en wordt gevangengezet op grond van valse beschuldigingen over belastingontduiking.

DE SPECIALE GAST

Onze speciale gast is de Wit-Russische filmmaker en journalist Andrey Gnyot, die onlangs is vrijgelaten uit huisarrest in Servië. Hij zat een jaar in uitleveringsdetentie voor vermeende financiële misdrijven in zijn land. Aan de hand van zijn persoonlijke verhaal beschrijft hij het lot van onafhankelijke journalisten in het Wit-Rusland van vandaag. Wie ook maar een greintje kritiek uit op de machthebbers krijgt het stempel “vijand van het volk” en wordt gevangengezet op grond van valse beschuldigingen over belastingontduiking.

Martina Cikojević, redacteur en journalist bij de Kroatische vakbond van postmedewerkers, heeft de fotowedstrijd Connecting EU 2024 gewonnen. Haar foto, De Grote Markt van Brussel bij maanlicht, leverde haar een tweedaags verblijf op in Brussel tijdens de week van het maatschappelijk middenveld van het EESC in maart 2025.

Martina Cikojević, redacteur en journalist bij de Kroatische vakbond van postmedewerkers, heeft de fotowedstrijd Connecting EU 2024 gewonnen.

Haar foto, De Grote Markt van Brussel bij maanlicht, leverde haar een tweedaags verblijf op in Brussel tijdens de week van het maatschappelijk middenveld van het EESC in maart 2025.

Mevrouw Cikojević heeft dit jaar, op 17 en 18 oktober in Brussel, deelgenomen aan het seminar Connecting EU 2024. Het seminar werd bijgewoond door pers- en communicatiemedewerkers van maatschappelijke organisaties uit de EU, alsook door journalisten. Onder de titel: “Een bastion van democratie: journalistiek helpen overleven en floreren”, richtte het seminar zich op de ongekende uitdagingen waarmee journalisten worden geconfronteerd in een wereld van snel evoluerende AI en toenemende politieke druk.

Men nam ook deel aan de netwerksessie: “Het werk van persvoorlichter of communicatiemedewerker in tijden van Instagram, TikTok en AI – hoe breng je je boodschap over?”, die twee workshops omvatte. De fotowedstrijd maakte deel uit van de workshop “Lessons on communication content”, onder leiding van communicatiespecialist Tom Moylan.

Mevrouw Cikojević zei dat haar foto, die de maan door donkere wolken laat prikken en de nacht verlicht, ook symbolisch verband kan leggen met het thema van het seminar. “Niemand kan verhinderen dat de maan licht in de duisternis brengt. Niemand mag journalisten ervan weerhouden de waarheid te zeggen voor een betere, veiligere en eerlijkere samenleving,” zei ze.

Als winnaar van de fotowedstrijd neemt mevrouw Cikojević deel aan de tweede week van het maatschappelijk middenveld van het EESC, die van 17 tot en met 21 maart plaatsvindt in het gebouw van het EESC in Brussel. Dit jaar is het thema “Versterking van de cohesie en de participatie in gepolariseerde samenlevingen”.

De Persdienst van het EESC feliciteert Martina en bedankt iedereen die foto’s heeft ingezonden. (ll)

"Climate Reporters", het nieuwe Litouwse persagentschap rond klimaat, bindt de strijd aan tegen de vermoeidheid in de berichtgeving over klimaatkwesties en wil van de klimaatverandering weer voorpaginanieuws maken. Het is een schoolvoorbeeld van burgerjournalistiek en combineert communicatie en klimaatactivisme om mensen voor te lichten over klimaatverandering en Moeder Aarde een stem te geven in tijden van milieucrisis. 

"Climate Reporters", het nieuwe Litouwse persagentschap rond klimaat, bindt de strijd aan tegen de vermoeidheid in de berichtgeving over klimaatkwesties en wil van de klimaatverandering weer voorpaginanieuws maken. Het is een schoolvoorbeeld van burgerjournalistiek en combineert communicatie en klimaatactivisme om mensen voor te lichten over klimaatverandering en Moeder Aarde een stem te geven in tijden van milieucrisis.

Door Rūta Trainytė

Dit jaar is in Litouwen het persbureau "Climate Reporters" opgericht. Het is een initiatief van niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en is een voorbeeld van burgerjournalistiek. Bedoeling is om journalisten te helpen verslag te doen van de verschillende aspecten van de milieucrisis. Hiertoe bereidt het team van het persbureau teksten voor die vervolgens naar redacties worden gestuurd.

Dat team bestaat uit een community van activisten. De teksten worden geschreven door journalisten, pr-specialisten, vertegenwoordigers van ngo’s, activisten en wetenschappers. Kortom, mensen die geven om wat er gebeurt in de wereld en sociale verandering willen zien. Samen vormen zij ook het bestuur van het persbureau, dat ervoor zorgt dat het nieuwe initiatief geloofwaardig is.

Wij van "Climate Reporters" zijn niet onbekend met de wereld van communicatie, want we hebben al veel ervaring met public relations, redactiewerk en het opzetten en onderhouden van webportalen. Ook klimaatkwesties zijn niet nieuw voor ons. Zo is het idee ontstaan. We doen waar we goed in zijn en combineren dat met klimaatactivisme. We geven Moeder Aarde een stem in deze milieucrisis.

Natuurlijk onderhouden we contacten met journalisten. Op nieuwsredacties heerst vaak de perceptie dat het publiek niet geïnteresseerd is in nieuws over het klimaat en dat het geen clicks oplevert. Krantenkoppen waarin de woorden "klimaatverandering" of "klimaatcrisis" voorkomen, worden vermeden. Waarom wordt de klimaatcrisis ontkend? Om de samenleving te beschermen tegen slecht nieuws en paniekzaaierij?

Misschien schetsen we een te somber beeld. Nieuwsredacties worden elke dag overspoeld met een enorme hoeveelheid nieuws. Op zich is dat al moeilijk te verwerken, zelfs als je het nieuws over het klimaat links laat liggen. Daarnaast moet je ook bekend zijn met het onderwerp. Dit is waar wij om de hoek komen kijken. De "Climate Reporters" zijn van plan om opleidingen voor journalisten te organiseren. Journalisten moeten kennis van zaken hebben zodat ze niet aan greenwashing doen.

Een ander idee is om bepaalde groepen op een leuke manier iets bij te leren over klimaatverandering. We willen in de eerste plaats jongeren bereiken en we hebben gemerkt dat zij positief reageren op humor. We weten nog niet hoe dit er in de toekomst concreet zal uitzien, maar we hebben al een paar ideeën.

Het persbureau bestaat nu zes maanden. Uit ervaring weten we dat we geduld moeten hebben. We blijven hardnekkig en vastberaden bij redacties aankloppen met onze nieuwsberichten. Ondertussen worden onze teksten al gepubliceerd op grote Litouwse nieuwsportalen en worden we uitgenodigd voor radioprogramma’s.

Voor de kwaliteit van ons redactiewerk is het erg belangrijk dat we veel steun krijgen van Litouwse milieuorganisaties, dat onze organisaties lid zijn van internationale ngo-netwerken, dat onze leden deelnemen aan werkgroepen op EU-niveau en dat ze Litouwen vertegenwoordigen in het EESC. Op deze manier kunnen we een ruimer scala aan onderwerpen brengen en de vinger aan de pols houden.

Onze band met het EESC is niet alleen te danken aan het feit dat een van de initiatiefnemers van het project, Kęstutis Kupšys, lid is van het EESC. De EESC-leden uit de verschillende landen kunnen ook interessante ervaringen delen en verrijken zo het klimaatnieuws van de ‘Climate Reporters’. Zo spraken we onlangs met het Franse EESC-lid Arnaud Schwartz in de marge van de COP16 wereldtop over biodiversiteit. De inzichten die hij rechtstreeks vanuit Cali met ons deelde, hebben een artikel opgeleverd. Zijn gedachten vonden al snel weerklank in de Litouwse media. Dit model, waarbij gebruik wordt gemaakt van de expertise van EESC-leden om wereldnieuws tot bij een lokaal publiek te brengen, is waardevol gebleken. Daarom zullen we het ook in de toekomst blijven gebruiken.

Rūta Trainytė is redacteur van "Climate Reporters", het persagentschap over klimaat, een onderdeel van het door de staat gefinancierde ŽALINK-project. Het project wordt geleid door het Consumentenverbond, het Platform voor Ontwikkelingssamenwerking en de ngo Circulaire Economie en wordt gefinancierd door het Programma inzake klimaatverandering van het Agentschap voor Milieuprojectbeheer van het Ministerie van Milieu van de Republiek Litouwen.