Bestrijding van armoede en sociale uitsluiting door de kracht van de sociale economie en sociaal-economische innovaties te benutten

Document Type
AC

Strategie voor economische veiligheid van de EU

Document Type
AS

Bestrijding online seksueel misbruik van kinderen

Document Type
AC

Vaststelling van een belastingstelsel voor kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor (HOT)

Document Type
AC

Europese innovatie-stresstest

Document Type
AC

Het maatschappelijk middenveld wordt kort gezegd gevormd door groepen in de samenleving die in staat zijn zichzelf te organiseren en zelf gekozen doelstellingen te definiëren en te realiseren. In democratieën komen die groepen in groten getale voor en zijn ze heel divers zodat ze zo goed mogelijk de verscheidenheid aan meningen en opvattingen van hun leden kunnen vertegenwoordigen. In niet-democratische regimes staan niet-gouvernementele organisaties meestal tegenover de machthebbers. Dat het maatschappelijk middenveld van zich kan laten horen, is te danken aan actief burgerschap, ofwel de wil om samen te werken in het algemeen belang, onafhankelijk van overheidsinstanties.

Het maatschappelijk middenveld wordt kort gezegd gevormd door groepen in de samenleving die in staat zijn zichzelf te organiseren en zelf gekozen doelstellingen te definiëren en te realiseren. In democratieën komen die groepen in groten getale voor en zijn ze heel divers zodat ze zo goed mogelijk de verscheidenheid aan meningen en opvattingen van hun leden kunnen vertegenwoordigen. In niet-democratische regimes staan niet-gouvernementele organisaties meestal tegenover de machthebbers. Dat het maatschappelijk middenveld van zich kan laten horen, is te danken aan actief burgerschap, ofwel de wil om samen te werken in het algemeen belang, onafhankelijk van overheidsinstanties.

Ten tijde van de PiS-regering zijn organisaties van het maatschappelijk middenveld in actie gekomen tegen veranderingen die een bedreiging vormden voor het bestuurssysteem en de mensenrechten. Het rapport “Onderdrukking en mobilisatie: het maatschappelijk middenveld en de crisis van de rechtsstaat” van de Helsinki Foundation for Human Rights laat zien dat niet-gouvernementele organisaties in de jaren 2016-2022 veel massaprotesten hebben georganiseerd ter verdediging van de rechtsstaat en tegen de schending van constitutionele waarden. Ook boden zij juridische hulp aan groepen die het slachtoffer waren van discriminatie en repressie. De niet-gouvernementele sector was voortdurend op zoek naar nieuwe kanalen om deel te nemen aan besluitvormingsprocessen en organiseerde onder meer succesvolle coalities voor de verkiezing van de mensenrechtencommissaris en de kinderombudsman alsmede burgerpanels.

De kracht van het Poolse maatschappelijk middenveld blijkt uit de uitkomst bij de parlementsverkiezingen van 15 oktober 2023. De historisch hoge opkomst van 74,38 % en het door de oppositie behaalde electorale overwicht zijn het bewijs van de doeltreffende mobilisatie van burgers, die tot een regeringswissel leidde. De kandidaten van Recht en Rechtvaardigheid (Prawo i Sprawiedliwość, PiS) behaalden 35,38 % van de stemmen. Daarmee was die partij sinds 1989 de eerste die voor de derde keer op rij de parlementsverkiezingen won, maar in tegenstelling tot de verkiezingen van 2015 en 2019 kreeg ze niet de meerderheid van de zetels die nodig is om een regering te vormen. Andere partijen die in de Sejm (het Poolse Parlement) kwamen, waren de Burgercoalitie (KO; met 30,7 % van de stemmen), de Derde Weg PSL-PL (14,4 %), Nieuw Links (8,61 %) en de Confederatie Vrijheid en Onafhankelijkheid (7,16 %). Een coalitie van drie partijen (KO, de Derde Weg PSL-PL en Nieuw Links) behaalde in totaal 51,72 % van de stemmen en daarmee de voor de vorming van een regering vereiste meerderheid. Na een mislukte formatiepoging van PiS trad een regering met als premier Donald Tusk aan.

In geen enkele opiniepeiling was zo’n hoge opkomst voorspeld. Bij de parlementsverkiezingen van 2019 was de opkomst 61,74 % en bij de historische verkiezingen van 1989 lag die op 62,7 %. Uit enquêtes (van o.a. het CBOS en de Batory-stichting) bleek dat een sterke behoefte aan veranderingen, die werd ingegeven door langdurige maatschappelijke frustratie, burgers ertoe had aangezet naar de stembus te gaan. Ook vóór de verkiezingen kwam de samenleving al op grote schaal in actie. Zo was er een recordaantal kiezers dat zich registreerde om buiten hun woonplaats te kunnen stemmen (op 12 oktober hadden om 15 uur 960 000 mensen hun stembureau gewijzigd en hadden ongeveer 1,2 miljoen een aanvraag daartoe ingediend). Ook had bijna het dubbele aantal Polen in het buitenland zich ingeschreven als kiezer (circa 600 000 tegenover 350 000 bij de verkiezingen van 2019).

Een andere factor die wellicht meer burgers stimuleerde om zich te mobiliseren en aan de parlementsverkiezingen deel te nemen, was het aangekondigde nationale referendum. De opkomst bij dit referendum bedroeg 40,91 % en dat was daarom niet bindend. Verder was het van groot belang dat niet-gouvernementele organisaties talrijke acties op touw zetten om burgers aan te moedigen te gaan stemmen. Ik noem hier met name de op vrouwen en jongeren gerichte campagnes, die zeker hebben bijgedragen aan de hogere opkomst (zoals “Aan jou de keuze” van het Vrouwensteminitiatief, “We zijn lang genoeg stil geweest” van het Westinitiatief en “Jij besluit!” van SexEd). Bij de parlementsverkiezingen van 2019 ging 61,5 % van de vrouwen en 60,8 % van de mannen stemmen. Onder jongeren van 18 tot 29 jaar lag dat percentage op 46,4 %. In 2023 gingen meer vrouwen (73,7 %) dan mannen (72,0 %) en beduidend meer jongeren van 18 tot 29 jaar (68,8 %) naar de stembus. In aanloop naar de verkiezingen van vorig jaar waren er minstens 20 campagnes van maatschappelijke organisaties om een hoge opkomst te stimuleren.

Dat waren voornamelijk internetcampagnes, maar soms waren er ook acties op televisie, radio en zelfs in de bioscoop. Doordat er beroemdheden, influencers, acteurs en publieke figuren aan de campagnes deelnamen, konden de verschillende doelgroepen beter worden bereikt. Volgens de CBOS-enquête “Electorale motieven en keuzes” uit oktober 2023 hadden de meeste kiezers (ongeveer 70 %) al enkele weken vóór de verkiezingen hun keuze gemaakt. De rest deed dat later, in de laatste week vóór de verkiezingen (circa 28 %) of pas de dag ervoor (4 %) of op de verkiezingsdag zelf (9 %). Voor KO-kiezers was vooral de houding van die partij ten opzichte van de Europese Unie belangrijk (80 %). Een bijna even belangrijke reden die werd genoemd om voor de KO te kiezen, was de behoefte aan een wisseling van de macht (77 %). Voor een groot deel van de mensen die op de KO stemde (64 %), staat die partij voor waarden en beginselen waarmee zij zich vereenzelvigen. PiS-kiezers vonden dat hun partij opkomt voor hun belangen (“ze zorgt voor mensen zoals wij”; 66 %) en de door hen aangehangen waarden en beginselen verdedigt (62 %). Ook gaven zij aan positief te staan tegenover de vorige regeerperiodes van hun partij (64 %) en haar economische programma (59 %).

Al in juni 2024 gaan de Polen weer naar de stembus, dan om hun vertegenwoordigers in het Europees Parlement te kiezen. Deze Europese verkiezingen kunnen worden beschouwd als de volgende stap in een verkiezingscyclus die met de parlementsverkiezingen van 2023 is begonnen, want in april 2024 zijn er in Polen eerst nog lokale verkiezingen. Dan zal het ook gaan over Europa maar zal dit thema niet zo’n grote rol spelen als tijdens de parlementsverkiezingen. In 2024 is het twintig jaar geleden dat Polen tot de EU toetrad, wat de opkomst bij de Europese verkiezingen positief kan beïnvloeden. Tijdens de vorige verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019 bedroeg de opkomst in Polen 45,68 %.

Heel veel Polen vinden het een goede zaak dat hun land lid is van de Europese Unie. In april 2023 bleek uit een CBOS-enquête dat 85 % van de Poolse bevolking achter het EU-lidmaatschap staat. Dit percentage is lager dan vroeger, maar nog altijd zeer hoog. 10 % van de Polen is tegen het EU-lidmaatschap en 5 % heeft daar geen mening over.

Voor de eerste keer zullen de Europese verkiezingen plaatsvinden tegen de achtergrond van verschillende crises, waaronder de oorlog in Oekraïne, de klimaatcrisis, een economische crisis en het groeiende rechts populisme. In dit verband is de verwachting dat er meer sprake zal zijn van desinformatie, en daarom is adequate en coherente communicatie die op verschillende groepen kiezers is afgestemd, des te belangrijker in de verkiezingscampagnes. Door de internationale spanningen gaan de voorstanders van Europa ook steeds meer hun hoop vestigen op de Europese Unie om onze veiligheid te garanderen.

Małgorzata Molęda-Zdziech

Hogeschool voor Economie van Warschau – Team Europe Direct Polen

Sinds december vragen we gastschrijvers hoe zij tegen de Europese verkiezingen aankijken. Hun mening kunt u lezen in de rubriek “Ik ga stemmen. U ook?” Deze keer laten we Malgorzata Molęda-Zdziech aan het woord, een Poolse sociologe en politiek wetenschapper die de gebeurtenissen in Polen becommentarieert.

Sinds december vragen we gastschrijvers hoe zij tegen de Europese verkiezingen aankijken. Hun mening kunt u lezen in de rubriek “Ik ga stemmen. U ook?” Deze keer laten we Malgorzata Molęda-Zdziech aan het woord, een Poolse sociologe en politiek wetenschapper die de gebeurtenissen in Polen becommentarieert.

Zij is hoofd van het departement Politieke Wetenschappen van de Hogeschool voor Economie van Warschau en is namens de rector van deze instelling bevoegd voor samenwerking met de Europese Unie. In haar artikel bespreekt ze de belangrijke invloed die het Poolse maatschappelijk middenveld heeft gehad op de uitkomst van de Poolse parlementsverkiezingen in oktober 2023. Daarmee loopt ze ook vooruit op een van de prioriteiten van het toekomstige Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, die betrekking heeft op de rol van het maatschappelijk middenveld bij de bescherming van de rechtsstaat. (ehp)

Jacques Delors is gestorven na zich een leven lang onvermoeibaar te hebben ingezet voor de Europese zaak, iets waarvan wij nog steeds de vruchten plukken. De interne markt, het Schengengebied, Erasmus, de euro, het Cohesiefonds: grote delen van de Europese constructie zoals wij die kennen zijn mede tot stand gebracht dankzij Jacques Delors. Aan die verwezenlijkingen ligt een ethiek van actie ten grondslag.

Jacques Delors is gestorven na zich een leven lang onvermoeibaar te hebben ingezet voor de Europese zaak, iets waarvan wij nog steeds de vruchten plukken. De interne markt, het Schengengebied, Erasmus, de euro, het Cohesiefonds: grote delen van de Europese constructie zoals wij die kennen zijn mede tot stand gebracht dankzij Jacques Delors. Aan die verwezenlijkingen ligt een ethiek van actie ten grondslag.

Jacques Delors heeft het begrip publiek engagement aanzien gegeven. Bij zijn verenigings- en vakbondsactiviteiten en later ook in zijn politieke optreden putte deze activist, zoals hij zichzelf graag nederig omschreef, vooral uit het personalistische gedachtegoed van Emmanuel Mounier. Als overtuigd maar ingetogen christen beschouwde hij elke persoon als een uniek wezen, ingebed in een netwerk van maatschappelijke relaties, die, zo wist hij, de grondslag vormen voor elke actie van enige reikwijdte.

Bezorgd over de opkomst van het individualisme was deze sociaaldemocraat pleitbezorger van betrokkenheid bij de samenleving, waar iedereen zijn steentje moet bijdragen aan het algemeen welzijn. Zijn naam blijft onlosmakelijk verbonden met overleg, medezeggenschap, collegialiteit en andere vormen van collectieve actie, die hij promootte en verdedigde. Vandaar ook zijn toewijding aan het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, die hij mee heeft helpen oprichten. Hij had respect voor intermediaire organisaties en geloofde in een oprechte sociale dialoog en een geest van compromis.

Hiervan gaf hij ook blijk op Europees niveau en in het kader van de dialoog met religies. Delors was geen reddende figuur. Hij was een autodidact die zichzelf niet beschouwde als een selfmade man, maar als iemand die dankzij en met anderen – en door actie te ondernemen – bestaat. Het denken van Delors was steeds in beweging en voedde zich met feedback om zo steeds hoger te reiken. Delors was een man van principes en overtuigingen, geworteld in zijn geloof, maar viel nooit ten prooi aan blinde ideologie. Hij had een heldere kijk op de realiteit, doorzag situaties in een oogopslag en legde respect aan de dag voor nationale tradities, en slaagde er zo in langzaam maar zeker vooruitgang te boeken.

Bij hem ging de realiteit boven het idee: hij wist dat men het ijzer moet smeden als het heet is. Zo slaagde hij erin het idee van een eenheidsmunt weer nieuw leven in te blazen en verklaarde hij zich van meet af aan voorstander van de Duitse hereniging, die onvermijdelijk was geworden na de val van de Muur. De wereld van nu en de huidige onrust hebben maar weinig meer te maken met het Europa van Delors. Zijn verworvenheden, zoals de interne markt, moeten worden herzien en vervolledigd in het licht van de krachten die onze wereld bedreigen, maar zij blijven de grondslag voor ons handelen. De Europese leiders zouden er goed aan doen inspiratie te putten uit zijn inclusieve, heldere benadering van de realiteit, en zijn beginselvastheid in combinatie met zijn bereidheid tot compromissen, om zo samen vooruitgang te boeken.

Sébastien Maillard, speciaal adviseur en van 2017 tot 2023 directeur van het Institut Jacques Delors

Jacques Delors overleed op 27 december 2023. Hij zal worden herinnerd als de grootste, meest doeltreffende, meest visionaire en meest vooruitziende voorzitter van de Europese Commissie en een grondlegger van een verenigd Europa, zoals Jean Monnet en Robert Schuman dat lang voor hem waren.

Jacques Delors overleed op 27 december 2023. Hij zal worden herinnerd als de grootste, meest doeltreffende, meest visionaire en meest vooruitziende voorzitter van de Europese Commissie en een grondlegger van een verenigd Europa, zoals Jean Monnet en Robert Schuman dat lang voor hem waren.

Vóór hem was de voorzitter van de Commissie weinig meer dan een Europese bureaucraat. Hij gaf deze functie de status van een staatshoofd of regeringsleider – een status die later algemeen werd erkend. Tijdens zijn tienjarige ambtstermijn – van 1985 tot 1995 – stuwde hij het Europese integratieproces met grote vastberadenheid, mede dankzij de steun van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl en de Franse president François Mitterrand. Onmiddellijk na zijn aantreden gaf hij dat proces een nieuwe impuls met als doel de gemeenschappelijke markt, gebaseerd op de douane-unie, tegen 1992 om te vormen tot een echte interne markt. Toen de interne markt nog in de kinderschoenen stond, lanceerde hij reeds zijn volgende grote project, dat van de monetaire unie, terwijl hij tegelijkertijd ijverde voor een uitbreiding van de communautaire bevoegdheden door de oprichting van de Europese Unie via het Verdrag van Maastricht.

Hij was ook de eerste die het zogenaamde “democratisch tekort” van de Europese Gemeenschap aanpakte, door meer bevoegdheden voor het Europees Parlement te bepleiten en te verkrijgen, eerst via de samenwerkingsprocedure (waarin de Europese Akte voorzag) en daarna (vanaf de hervorming van Maastricht) via de medebeslissingsprocedure, waardoor het Europees Parlement eindelijk een echte rol als medewetgever kreeg voor kwesties waarover in de Raad met gekwalificeerde meerderheid wordt besloten.

Het traject naar het strategische doel van de interne markt werd ingezet met twee documenten: het verslag over de kosten van een niet-verenigd Europa (non-Europe), waarin de economische voordelen van het wegnemen van de resterende interne regelgevingbelemmeringen werden benadrukt, en het eerste “witboek”, waarin alle wetgevende maatregelen werden opgesomd (zo’n 200) die daarvoor nodig waren.

Jacques Delors stelde van meet af aan dat het belangrijkste instrument om het project tot een goed einde te brengen de versterking van de besluitvormingsprocessen en de Europese instellingen zou zijn. Daarom stelde hij met de Europese Akte de eerste grondige hervorming van de Verdragen van Rome uit 1957 voor (waarbij de Europese Gemeenschappen – de Gemeenschappelijke Markt en Euratom – waren opgericht), waarna hij de lidstaten overtuigde om de Akte goed te keuren (1987).

Jacques Delors speelde vervolgens een leidende rol bij de hervorming van het communautaire financiële kader, met een aanzienlijke verhoging van de begroting (tot 1,20 % van het totale bbp van de lidstaten in het Delors I-pakket, 1988-1992, en 1,27 % in het Delors II-pakket, 1993-1999), en een sterke toename van de middelen voor economische en sociale samenhang, om door middel van regionaal en structureel beleid het nodige tegengewicht te bieden aan de eenmaking van de markt. Nog belangrijker was de hervorming van het communautaire begrotingskader, dat vanaf de twee Delors-pakketten een middellange termijn (zeven jaar) kreeg.

Dit voorkwam dat uitputtende onderhandelingen over de begroting tussen de lidstaten ieder jaar weer het werk van de Europese instellingen maandenlang vertraagden. Een ander essentieel element dat Delors in het Europese beleid introduceerde, is aandacht voor de sociale dimensie ervan (hij lanceerde onder meer de “sociale dialoog” tussen bedrijven, vakbonden en Europese instellingen). Zijn sociale agenda – die voorzag in de harmonisatie van instrumenten ter bescherming van werknemers in geval van crises, en waarmee werd getracht om tegengewicht te bieden aan de verplaatsing van productieactiviteiten – bleef echter onvoltooid.

Zijn bitterste tegenslag kwam er echter met het tweede witboek (over groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid), dat in 1993 als laatste grote project van zijn ambtstermijn in grootse stijl werd aangekondigd. Dit programma voor herstel en stimulering van de economie, bedoeld om de aanleg van vervoers- en telecommunicatie-infrastructuur en een reeks andere economische en sociale initiatieven te ondersteunen, moest gefinancierd worden met 20 miljard EUR per jaar, gedurende 20 jaar, dankzij een uitgifte van gemeenschappelijke schuld (8 miljard EUR per jaar), bijdragen uit de EU-begroting en leningen van de Europese Investeringsbank. In die zin ging het in wezen om een voorloper van het NextGenerationEU-herstelinstrument, dat meer dan 20 jaar later in het leven werd geroepen als reactie op de COVID-19-pandemie.

Na een aanvankelijk positieve beoordeling door de Europese Raad kreeg het voorstel later kritiek en werd het verworpen door de ministers van Financiën. Tegen het einde van het decennium van Jacques Delors vervaagde zijn glans en werd hij beschuldigd van buitensporige ambities, een jacobinistische neiging tot centralisatie en regelzucht. Toch vonden sommige van zijn ideeën alsnog hun weg naar de Europese tekentafel, bijvoorbeeld met de oprichting van trans-Europese netwerken en het SURE-programma waarmee tijdens de COVID-19-crisis regelingen inzake tijdelijke werkloosheid werden ondersteund.