Jacques Delors is gestorven na zich een leven lang onvermoeibaar te hebben ingezet voor de Europese zaak, iets waarvan wij nog steeds de vruchten plukken. De interne markt, het Schengengebied, Erasmus, de euro, het Cohesiefonds: grote delen van de Europese constructie zoals wij die kennen zijn mede tot stand gebracht dankzij Jacques Delors. Aan die verwezenlijkingen ligt een ethiek van actie ten grondslag.

Jacques Delors is gestorven na zich een leven lang onvermoeibaar te hebben ingezet voor de Europese zaak, iets waarvan wij nog steeds de vruchten plukken. De interne markt, het Schengengebied, Erasmus, de euro, het Cohesiefonds: grote delen van de Europese constructie zoals wij die kennen zijn mede tot stand gebracht dankzij Jacques Delors. Aan die verwezenlijkingen ligt een ethiek van actie ten grondslag.

Jacques Delors heeft het begrip publiek engagement aanzien gegeven. Bij zijn verenigings- en vakbondsactiviteiten en later ook in zijn politieke optreden putte deze activist, zoals hij zichzelf graag nederig omschreef, vooral uit het personalistische gedachtegoed van Emmanuel Mounier. Als overtuigd maar ingetogen christen beschouwde hij elke persoon als een uniek wezen, ingebed in een netwerk van maatschappelijke relaties, die, zo wist hij, de grondslag vormen voor elke actie van enige reikwijdte.

Bezorgd over de opkomst van het individualisme was deze sociaaldemocraat pleitbezorger van betrokkenheid bij de samenleving, waar iedereen zijn steentje moet bijdragen aan het algemeen welzijn. Zijn naam blijft onlosmakelijk verbonden met overleg, medezeggenschap, collegialiteit en andere vormen van collectieve actie, die hij promootte en verdedigde. Vandaar ook zijn toewijding aan het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, die hij mee heeft helpen oprichten. Hij had respect voor intermediaire organisaties en geloofde in een oprechte sociale dialoog en een geest van compromis.

Hiervan gaf hij ook blijk op Europees niveau en in het kader van de dialoog met religies. Delors was geen reddende figuur. Hij was een autodidact die zichzelf niet beschouwde als een selfmade man, maar als iemand die dankzij en met anderen – en door actie te ondernemen – bestaat. Het denken van Delors was steeds in beweging en voedde zich met feedback om zo steeds hoger te reiken. Delors was een man van principes en overtuigingen, geworteld in zijn geloof, maar viel nooit ten prooi aan blinde ideologie. Hij had een heldere kijk op de realiteit, doorzag situaties in een oogopslag en legde respect aan de dag voor nationale tradities, en slaagde er zo in langzaam maar zeker vooruitgang te boeken.

Bij hem ging de realiteit boven het idee: hij wist dat men het ijzer moet smeden als het heet is. Zo slaagde hij erin het idee van een eenheidsmunt weer nieuw leven in te blazen en verklaarde hij zich van meet af aan voorstander van de Duitse hereniging, die onvermijdelijk was geworden na de val van de Muur. De wereld van nu en de huidige onrust hebben maar weinig meer te maken met het Europa van Delors. Zijn verworvenheden, zoals de interne markt, moeten worden herzien en vervolledigd in het licht van de krachten die onze wereld bedreigen, maar zij blijven de grondslag voor ons handelen. De Europese leiders zouden er goed aan doen inspiratie te putten uit zijn inclusieve, heldere benadering van de realiteit, en zijn beginselvastheid in combinatie met zijn bereidheid tot compromissen, om zo samen vooruitgang te boeken.

Sébastien Maillard, speciaal adviseur en van 2017 tot 2023 directeur van het Institut Jacques Delors

Jacques Delors overleed op 27 december 2023. Hij zal worden herinnerd als de grootste, meest doeltreffende, meest visionaire en meest vooruitziende voorzitter van de Europese Commissie en een grondlegger van een verenigd Europa, zoals Jean Monnet en Robert Schuman dat lang voor hem waren.

Jacques Delors overleed op 27 december 2023. Hij zal worden herinnerd als de grootste, meest doeltreffende, meest visionaire en meest vooruitziende voorzitter van de Europese Commissie en een grondlegger van een verenigd Europa, zoals Jean Monnet en Robert Schuman dat lang voor hem waren.

Vóór hem was de voorzitter van de Commissie weinig meer dan een Europese bureaucraat. Hij gaf deze functie de status van een staatshoofd of regeringsleider – een status die later algemeen werd erkend. Tijdens zijn tienjarige ambtstermijn – van 1985 tot 1995 – stuwde hij het Europese integratieproces met grote vastberadenheid, mede dankzij de steun van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl en de Franse president François Mitterrand. Onmiddellijk na zijn aantreden gaf hij dat proces een nieuwe impuls met als doel de gemeenschappelijke markt, gebaseerd op de douane-unie, tegen 1992 om te vormen tot een echte interne markt. Toen de interne markt nog in de kinderschoenen stond, lanceerde hij reeds zijn volgende grote project, dat van de monetaire unie, terwijl hij tegelijkertijd ijverde voor een uitbreiding van de communautaire bevoegdheden door de oprichting van de Europese Unie via het Verdrag van Maastricht.

Hij was ook de eerste die het zogenaamde “democratisch tekort” van de Europese Gemeenschap aanpakte, door meer bevoegdheden voor het Europees Parlement te bepleiten en te verkrijgen, eerst via de samenwerkingsprocedure (waarin de Europese Akte voorzag) en daarna (vanaf de hervorming van Maastricht) via de medebeslissingsprocedure, waardoor het Europees Parlement eindelijk een echte rol als medewetgever kreeg voor kwesties waarover in de Raad met gekwalificeerde meerderheid wordt besloten.

Het traject naar het strategische doel van de interne markt werd ingezet met twee documenten: het verslag over de kosten van een niet-verenigd Europa (non-Europe), waarin de economische voordelen van het wegnemen van de resterende interne regelgevingbelemmeringen werden benadrukt, en het eerste “witboek”, waarin alle wetgevende maatregelen werden opgesomd (zo’n 200) die daarvoor nodig waren.

Jacques Delors stelde van meet af aan dat het belangrijkste instrument om het project tot een goed einde te brengen de versterking van de besluitvormingsprocessen en de Europese instellingen zou zijn. Daarom stelde hij met de Europese Akte de eerste grondige hervorming van de Verdragen van Rome uit 1957 voor (waarbij de Europese Gemeenschappen – de Gemeenschappelijke Markt en Euratom – waren opgericht), waarna hij de lidstaten overtuigde om de Akte goed te keuren (1987).

Jacques Delors speelde vervolgens een leidende rol bij de hervorming van het communautaire financiële kader, met een aanzienlijke verhoging van de begroting (tot 1,20 % van het totale bbp van de lidstaten in het Delors I-pakket, 1988-1992, en 1,27 % in het Delors II-pakket, 1993-1999), en een sterke toename van de middelen voor economische en sociale samenhang, om door middel van regionaal en structureel beleid het nodige tegengewicht te bieden aan de eenmaking van de markt. Nog belangrijker was de hervorming van het communautaire begrotingskader, dat vanaf de twee Delors-pakketten een middellange termijn (zeven jaar) kreeg.

Dit voorkwam dat uitputtende onderhandelingen over de begroting tussen de lidstaten ieder jaar weer het werk van de Europese instellingen maandenlang vertraagden. Een ander essentieel element dat Delors in het Europese beleid introduceerde, is aandacht voor de sociale dimensie ervan (hij lanceerde onder meer de “sociale dialoog” tussen bedrijven, vakbonden en Europese instellingen). Zijn sociale agenda – die voorzag in de harmonisatie van instrumenten ter bescherming van werknemers in geval van crises, en waarmee werd getracht om tegengewicht te bieden aan de verplaatsing van productieactiviteiten – bleef echter onvoltooid.

Zijn bitterste tegenslag kwam er echter met het tweede witboek (over groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid), dat in 1993 als laatste grote project van zijn ambtstermijn in grootse stijl werd aangekondigd. Dit programma voor herstel en stimulering van de economie, bedoeld om de aanleg van vervoers- en telecommunicatie-infrastructuur en een reeks andere economische en sociale initiatieven te ondersteunen, moest gefinancierd worden met 20 miljard EUR per jaar, gedurende 20 jaar, dankzij een uitgifte van gemeenschappelijke schuld (8 miljard EUR per jaar), bijdragen uit de EU-begroting en leningen van de Europese Investeringsbank. In die zin ging het in wezen om een voorloper van het NextGenerationEU-herstelinstrument, dat meer dan 20 jaar later in het leven werd geroepen als reactie op de COVID-19-pandemie.

Na een aanvankelijk positieve beoordeling door de Europese Raad kreeg het voorstel later kritiek en werd het verworpen door de ministers van Financiën. Tegen het einde van het decennium van Jacques Delors vervaagde zijn glans en werd hij beschuldigd van buitensporige ambities, een jacobinistische neiging tot centralisatie en regelzucht. Toch vonden sommige van zijn ideeën alsnog hun weg naar de Europese tekentafel, bijvoorbeeld met de oprichting van trans-Europese netwerken en het SURE-programma waarmee tijdens de COVID-19-crisis regelingen inzake tijdelijke werkloosheid werden ondersteund.

In de rubriek “Meteen ter zake!” licht Sandra Parthie, EESC-lid en voorzitter van de afdeling Interne Markt, Productie en Consumptie, de belangrijkste voorstellen toe uit het advies “Nieuwe Europese strategie voor de interne markt”, dat op de agenda van de januarizitting staat en waarvoor zij de rapporteur was.

In de rubriek “Meteen ter zake!” licht Sandra Parthie, EESC-lid en voorzitter van de afdeling Interne Markt, Productie en Consumptie, de belangrijkste voorstellen toe uit het advies “Nieuwe Europese strategie voor de interne markt”, dat op de agenda van de januarizitting staat en waarvoor zij de rapporteur was.

14-15 februari 2024

EESC-zitting

4-7 maart 2024

Week van het maatschappelijk middenveld

14-15 februari 2024

EESC-zitting

4-7 maart 2024

Week van het maatschappelijk middenveld

Op 27 december jl. overleed Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie van 1985 tot 1995 en minister van Financiën in de regering van François Mitterrand van 1981 tot 1985. Sébastien Maillard, voormalig directeur en op dit moment bijzonder adviseur van het Institut Delors in Parijs, en gewezen EU-correspondent in Brussel, brengt hem een pakkend eerbetoon.

op 27 december jl. overleed Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie van 1985 tot 1995 en minister van Financiën in de regering van François Mitterrand van 1981 tot 1985.

Sébastien Maillard, voormalig directeur en op dit moment bijzonder adviseur van het Institut Delors in Parijs, en gewezen EU-correspondent in Brussel, brengt hem een pakkend eerbetoon.

Ook Lorenzo Consoli, een van Europa's bekendste journalisten, heeft voor de lezers van EESC-info een stuk over leven en werk van Jacques Delors geschreven.

Lorenzo Consoli, Italiaans journalist en Europees correspondent sinds 1991, is een van de meest ervaren specialisten op het gebied van de Europese politiek. Hij werkt voornamelijk voor het Italiaanse persbureau Askanews. Consoli was van 2006 tot 2010 voorzitter van de International Press Association (API) in Brussel en nam als gastdocent deel aan het programma Executive Master in European Journalism and Communication aan het IHECS in Brussel. (ehp)

Aanpak van de gevolgen van klimaatverandering en aantasting van het milieu voor vrede, veiligheid en defensie

Document Type
AS

Planning van grensoverschrijdende energie-infrastructuur

Document Type
AS

Streefcijfers voor vangstmogelijkheden

Document Type
PAC

Fytosanitair beleid

Document Type
AC

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2027

Document Type
AS