De elektriciteitsmarkt moet zó worden hervormd dat er meer wordt bereikt dan alleen de doelstellingen inzake klimaatneutraliteit voor 2050. Het is van essentieel belang om de voorzieningszekerheid, stabiele en betaalbare prijzen en het recht op energie te garanderen om kwetsbare groepen te beschermen, aldus het Europees Economisch en Sociaal Comité.

De elektriciteitsmarkt moet zó worden hervormd dat er meer wordt bereikt dan alleen de doelstellingen inzake klimaatneutraliteit voor 2050. Het is van essentieel belang om de voorzieningszekerheid, stabiele en betaalbare prijzen en het recht op energie te garanderen om kwetsbare groepen te beschermen, aldus het Europees Economisch en Sociaal Comité.

In het advies Toekomst van de levering en prijzen van elektriciteit in de EU, uitgebracht in januari en opgesteld door Jan Dirx en Thomas Kattnig, bepleit het EESC een model van overheidsregulering waar nodig en particulier ondernemerschap waar mogelijk, en beveelt het een e-faciliteit aan.

Dit zou een van overheidswege opgericht bedrijf kunnen zijn dat op de elektriciteitsmarkt als marktmaker fungeert en aldus de doelstellingen klimaatneutraliteit, voorzieningszekerheid en stabiele en betaalbare prijzen gestalte geeft.

Volgens het Comité moeten de noodzakelijke veranderingen op de elektriciteitsmarkt in drie fasen uitgevoerd worden:

  • Fase 1: van nu tot 2030

    De e-faciliteit zal haar portefeuille uitbreiden met een mix van (CO2-vrije) elektriciteitsopwekking. Gedurende deze periode zal de handel in elektriciteit plaatsvinden op basis van day-aheadprijzen, maar zal de invloed van de e-faciliteit op de markt toenemen.

  • Fase 2: van 2030 tot 2040

    De e-faciliteit zal haar positie als marktmaker bereiken en een passend deel van de aanbodzijde van de markt door middel van leveringscontracten controleren. De day-aheadhandel zal zich gedurende deze periode dienovereenkomstig aanpassen.

  • Fase 3: van 2040 tot 2050

    De e-faciliteit zal de aanbodzijde van elektriciteit optimaliseren om vanaf 2050 een duurzame langetermijnlevering van elektriciteit met een nettonuluitstoot van broeikasgassen op een stabiel en voorspelbaar prijsniveau te waarborgen. (mp)

Om de legitieme belangen van de EU in het Europese noordpoolgebied zo goed mogelijk te verdedigen is een gemeenschappelijke strategie nodig waarmee het maatschappelijk middenveld nauwer bij alle relevante besluiten wordt betrokken. Ook nauwe samenwerking met Groenland is van vitaal belang om duurzame investeringen in het noordpoolgebied mogelijk te maken en zo de welvaart en veerkracht van de regio te waarborgen.

Om de legitieme belangen van de EU in het Europese noordpoolgebied zo goed mogelijk te verdedigen is een gemeenschappelijke strategie voor het noordpoolgebied nodig waarmee het maatschappelijk middenveld nauwer bij alle relevante besluiten wordt betrokken. Ook nauwe samenwerking met Groenland is van vitaal belang om duurzame investeringen in het noordpoolgebied mogelijk te maken en zo de welvaart en veerkracht van de regio te waarborgen.

Het EESC heeft tijdens zijn januarizitting een initiatiefadvies over de Ontwikkeling van een Europese strategie voor het noordpoolgebied, in overleg met het maatschappelijk middenveld goedgekeurd, waarin het belang van de rol van het noordpoolgebied voor de strategische autonomie, de veerkracht en het concurrentievermogen van Europa wordt belicht.

EESC-rapporteur Anders Ladefoged zei: “Met ons nieuwe advies over het EU-beleid voor het noordpoolgebied willen we de visie van het maatschappelijk middenveld op het EU-beleid voor deze regio uiteenzetten; zo dient de Unie haar eigen belangen voor ogen te houden, maar moet zij er ook voor zorgen dat het noordpoolgebied uitgroeit tot een veerkrachtige en welvarende regio, in het belang van de inwoners.

Voorts zou het EESC graag zien dat de inheemse bevolking ten volle bij een en ander wordt betrokken en dat met hen wordt samengewerkt. Corapporteur Christian Moos verklaarde: “Om hun belangen zo goed mogelijk te verdedigen moeten de landen van het Europese noordpoolgebied gezamenlijk optreden: niet alleen moeten de noordelijke EU-lidstaten samenwerken, er is ook een Europese strategie voor het noordpoolgebied nodig, die de participatie van het maatschappelijk middenveld moet garanderen en de rechten van de lokale en inheemse bevolking moet eerbiedigen.”

Groenland — dat ook ter sprake komt in het advies — bevindt zich in een situatie die vergelijkbaar is met die van het Europese noordpoolgebied, zowel wat betreft de uitdagingen als de kansen in verband met de snelle transformatie van de regio.

Christian Moos zei het volgende over Groenland: “Nauwere Europese samenwerking, ook in Groenland, is van vitaal belang om duurzame investeringen in het Europese Noordpoolgebied mogelijk te maken en zo de welvaart en veerkracht van de regio te waarborgen.

Voor de Groenlanders staat het versterken van hun zelfbeschikking als natie centraal, volgens het beginsel “niets over ons zonder ons”. Wel wordt de EU beschouwd als een trouwe bondgenoot, aangezien er sprake is van gedeelde waarden zoals mensenrechten en sociale dialoog. (at)

De EU moet meer aandacht besteden aan het concurrentiebeleid om zo haar mondiale concurrentievermogen te versterken, de productiviteit te verhogen en ervoor te zorgen dat de interne markt een economische steunpilaar blijft.

De EU moet meer aandacht besteden aan het concurrentiebeleid om zo haar mondiale concurrentievermogen te versterken, de productiviteit te verhogen en ervoor te zorgen dat de interne markt een economische steunpilaar blijft.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft tijdens zijn januarizitting een advies aangenomen over Een mededingingsbeleid dat de motor achter het concurrentievermogen van de EU is, waarin het pleit voor een sterkere integratie van de nationale economieën en slimmere strategieën voor staatssteun om het economisch potentieel van Europa te ontsluiten en de grootste mondiale uitdagingen — waaronder de digitalisering, klimaatverandering en veerkracht — aan te pakken.

Het EESC onderstreept dat het mededingingsbeleid van cruciaal belang is om innovatie, duurzaamheid en economische groei in een stroomversnelling te brengen. “Mededinging en concurrentievermogen hoeven elkaar niet in de weg te staan”, aldus rapporteur Isabel Yglesias. “Met gestroomlijnde procedures, flexibele instrumenten en voldoende middelen kan het mededingingsbeleid zorgen voor meer welvaart voor bedrijven en burgers in de EU.”

De nieuwe mededingingsregels van de EU, zoals de digitalemarktenverordening en de verordening buitenlandse subsidies, zijn al gericht op het aanpakken van marktverstoringen en versterken de positie van de EU op het internationale toneel. Het EESC dringt echter aan op verdere maatregelen om de beoordeling van concentraties te moderniseren en ervoor te zorgen dat innovatiegedreven concentraties daadwerkelijk worden gecontroleerd, zelfs als ze onder de huidige EU-drempels blijven.

In het advies wordt gewezen op de cruciale rol van staatssteun bij de ondersteuning van de groene en de digitale transitie. Slecht gecoördineerde subsidies dreigen echter de productiviteit en de groei te ondermijnen. Studies tonen aan dat een betere coördinatie binnen de EU de productiviteit met meer dan 30 % zou kunnen verhogen. Het EESC pleit ervoor om de subsidies in alle lidstaten op elkaar af te stemmen om zo de Europese waardeketens te versterken en inefficiëntie te voorkomen.

De belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI's) en het voorgestelde Europees fonds voor concurrentievermogen moeten worden opgezet vanuit een pan-Europees perspectief om grootschalige industriële innovatie te stimuleren. Deze instrumenten moeten ervoor zorgen dat de voordelen eerlijk worden verdeeld over de hele Unie en dat duurzaamheid en veerkracht worden bevorderd.

Willen we dat de EU uitgroeit tot wereldleider, dan is er volgens het EESC behoefte aan:

  • meer integratie, zodat minder subsidies op de verkeerde plaats terechtkomen en de productiviteit wordt verhoogd;
  • strengere regels ter bescherming van Europese innovatie bij buitenlandse overnames;
  • vereenvoudigde en snellere mededingings- en staatssteunprocedures om de efficiëntie te vergroten, en
  • een evenwichtig beleid inzake concentraties dat innovatie, duurzaamheid en investeringen in infrastructuur bevordert. (ll)

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dringt erop aan de staatssteunregels van de Europese Unie te wijzigen om beter tegemoet te komen aan de behoeften van entiteiten van de sociale economie, die een cruciale rol spelen bij het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. 

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dringt erop aan de staatssteunregels van de Europese Unie te wijzigen om beter tegemoet te komen aan de behoeften van entiteiten van de sociale economie, die een cruciale rol spelen bij het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen.

In zijn advies over Ondersteuning van entiteiten van de sociale economie conform de staatssteunregels — enkele overwegingen naar aanleiding van de ideeën uit het rapport-Letta dat tijdens de zitting van januari werd goedgekeurd, waarschuwt het EESC dat de bestaande regelgeving onvoldoende steun biedt aan deze ondernemingen, die hun winsten vaak herinvesteren in sociale doelstellingen in plaats van ze onder de beleggers te verdelen.

“Bedoeling is dat mensen meer oog krijgen voor de voordelen van doeltreffende regelgeving op het gebied van mededinging en staatssteun voor zowel ondernemingen van de sociale economie als het hele systeem van diensten van algemeen belang”, aldus Giuseppe Guerini, de rapporteur van het advies.

Entiteiten van de sociale economie — zoals coöperaties, onderlinge maatschappijen en stichtingen — bieden werk aan meer dan 11 miljoen mensen in de hele EU, d.w.z. 6,3 % van de beroepsbevolking. Ze zijn actief op gebieden als sociale en gezondheidsdiensten, hernieuwbare energie en armoedebestrijding. Ondanks hun bijdragen hebben veel entiteiten van de sociale economie te maken met systemische belemmeringen bij het verkrijgen van langetermijninvesteringskapitaal en het doorlopen van openbare aanbestedingsprocedures, omdat in het huidige regelgevingskader vaak geen rekening wordt gehouden met hun non-profit- of solidaire karakter.

Het EESC wijst er in zijn advies onder meer op dat overheidsinstanties onvoldoende gebruikmaken van bestaande instrumenten zoals de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en het kader voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB’s).

Daarom dringt het Comité aan op een vereenvoudiging en actualisering van de veel te ingewikkelde en verouderde regels van de AGVV ten behoeve van de indienstneming van kwetsbare en gehandicapte werknemers, in overeenstemming met een aantal aanbevelingen uit het rapport-Letta over de eengemaakte markt.

Hoewel het EESC ingenomen is met de recente verhoging van het de-minimisplafond — 300 000 EUR voor gewone ondernemingen en 750 000 EUR voor DAEB-entiteiten — stelt het ook dat meer op maat gesneden instrumenten, zoals de AGVV of specifieke DAEB-bepalingen, beter zouden kunnen inspelen op de behoeften van entiteiten van de sociale economie op gebieden als gezondheidszorg en sociale diensten. (ll)

Jongeren in het Middellandse Zeegebied moeten in alle stadia van de beleidsvorming en -uitvoering worden gehoord. Tijdens het debat in het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werd betoogd dat jongeren niet alleen hun stempel op het beleid drukken, maar ook op het leven.

Jongeren in het Middellandse Zeegebied moeten in alle stadia van de beleidsvorming en -uitvoering worden gehoord. Tijdens het debat in het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werd betoogd dat jongeren niet alleen hun stempel op het beleid drukken, maar ook op het leven.

Het debat vond plaats naar aanleiding van de goedkeuring van het advies over Betrokkenheid van jongeren bij de sociale en civiele dialoog in het Middellandse Zeegebied en werd gehouden tijdens de januarizitting van het EESC. Het is het eerste EESC-advies waarin rekening wordt gehouden met de inbreng van jongerenvertegenwoordigers uit de regio. Acht jonge vertegenwoordigers hebben bijgedragen aan de ontwerptekst.

Tijdens het debat benadrukte Dubravka Šuica, commissaris voor het Middellandse Zeegebied, hoe belangrijk jongeren zijn voor de welvaart, stabiliteit en veerkracht van de regio: “De toekomst van het Middellandse Zeegebied ligt in handen van de jongeren. Als we samen een duurzame toekomst willen uitbouwen, moeten we rechtstreeks samenwerken met jonge generaties en ervoor zorgen dat hun stem richting geeft aan ons beleid en aan onze prioriteiten. Door te investeren in onderwijs, banen en groei zullen we samen een nieuw pact voor het Middellandse Zeegebied sluiten.”

EESC-voorzitter Oliver Röpke steunt het nieuwe pact van commissaris Šuica, waarin investeringen, duurzaamheid en migratie centraal staan. Hij voegde eraan toe dat het maatschappelijk middenveld er actief aan moet meewerken. “De betrokkenheid van jongeren is van essentieel belang voor de toekomst van de regio. Het EESC zal ervoor zorgen dat zij het beleid en de besluitvorming mee bepalen. Samen met de Unie voor het Middellandse Zeegebied en de Anna Lindh-stichting streven we naar een vreedzaam en welvarend Middellandse Zeegebied.”

Prinses Rym Ali, voorzitter van de Anna Lindh-stichting, benadrukte het belang van de bijdrage van de jonge vertegenwoordigers aan het advies en zei dat het werken met jongeren niet alleen belangrijk, maar ook dringend nodig en inspirerend is. “Er staat zoveel op het spel. Zonder de betrokkenheid van jongeren, zonder hen instrumenten aan te bieden om op gelijke voet deel te nemen, kunnen we niet tot oplossingen voor de toekomst komen. Zij moeten een plek aan de tafel krijgen”, zei ze.

Eliane El Haber, jongerenvertegenwoordiger voor het advies en adviseur van het jongerennetwerk Unesco SDG 4, was ingenomen met het initiatief van het EESC om jongeren met uiteenlopende regionale, gender-, educatieve en culturele achtergronden actief te betrekken.

door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC

Op 29 januari heeft de Europese Commissie het EU-kompas voor het concurrentievermogen goedgekeurd — een cruciale en opportune stap die de economische motor van Europa weer moet aanzwengelen en de koers van de EU voor de komende vijf jaar zal bepalen.

door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC

Op 29 januari heeft de Europese Commissie het EU-kompas voor het concurrentievermogen goedgekeurd — een cruciale en opportune stap die de economische motor van Europa weer moet aanzwengelen en de koers van de EU voor de komende vijf jaar zal bepalen.

Werkgevers in de EU pleiten al geruime tijd voor een overkoepelende agenda voor het concurrentievermogen en wij zijn zeer te spreken over de drie pijlers van het kompas: het dichten van de innovatie- en productiviteitskloof, het combineren van decarbonisatie en concurrentievermogen en het verminderen van afhankelijkheden om toeleveringsketens veilig te stellen. Deze zijn van essentieel belang om ervoor te zorgen dat Europa wereldwijd kan concurreren, talent kan aantrekken en behouden en innovatie kan bevorderen.

Wel is het zo dat het kompas uiteindelijk alleen een succes kan worden indien er concrete maatregelen worden uitgewerkt en deze tijdig worden uitgevoerd. Belangrijke initiatieven zoals het omnibuspakket voor vereenvoudiging, de Clean Industrial Deal en de horizontale strategie ter verdieping van de interne markt zullen een doorslaggevende rol spelen. Maar opgesmukte strategieën en pakkende benamingen volstaan niet om ons de uitdagingen die op ons afkomen van het lijf te houden.

Zo is vereenvoudiging van het regelgevingskader de eerste en meest dringende stap. Het is van essentieel belang dat de bureaucratische rompslomp wordt verminderd en dat er sneller en flexibeler te werk wordt gegaan. Al te lang hebben bedrijven in de EU te kampen met een besluitvorming die veel te ingewikkeld en traag is. Ook moet de concurrentievermogenstoets op een zinvolle wijze geïmplementeerd worden, zodat nieuwe wet- en regelgeving de groei van het bedrijfsleven niet in de weg staat maar juist ondersteunt.

Het kompas is terecht gericht op het bevorderen van innovatie door middel van een robuuste kapitaalmarktenunie en het aanpakken van structurele belemmeringen om het potentieel van Europa op het gebied van deep tech, schone energie en geavanceerde productie te ontsluiten, terwijl er tegelijkertijd een vruchtbaar ecosysteem voor start-ups en scale-ups tot stand moet worden gebracht.

Dat de kapitaalmarktenunie nog altijd in de steigers staat, herinnert er ook maar al te goed aan dat we ons geen enkele vertraging kunnen veroorloven. Het kompas voorziet weliswaar in een betere coördinatie van nationale overheidsinvesteringen, maar bevat geen duidelijk plan voor andere gemeenschappelijke financieringsbronnen. De wereld zal echter niet op ons wachten.

De race is begonnen en we moeten nú schakelen naar de hoogste versnelling. Het ontsluiten van het concurrentievermogen is niet alleen een economische noodzaak, maar ook de sleutel tot welvaart waar iedereen van profiteert. Europese bedrijven zijn en blijven een deel van de oplossing. 

Europees Semester 2025 Najaarspakket

Document Type
AS

In dit nummer:

  • EESC spreekt zich uit over de verslagen van Letta en Draghi, door Matteo Carlo Borsani, Giuseppe Guerini en Stefano Palmieri
  • De obsessie met concurrentievermogen, door Karel Lannoo van het CEPS
  • Kompas voor het concurrentievermogen biedt geen evenwicht tussen de behoeften van bedrijven en de rechten van werknemers, door Esther Lynch van het EVV
  • Future 500: Europese bedrijven klaarstomen voor wereldwijd succes, door Stjepan Orešković van de Atlantic Council
  • ECCJ zegt nee tegen omnibuspakket: bedrijfsbelangen mogen EU-beleid niet dicteren, door Andriana Loredan van de ECCJ

Ontwikkeling van een Europese strategie voor het noordpoolgebied

Document Type
AC

Entiteiten van de sociale economie / staatssteunregels

Document Type
AC