Skip to main content
Newsletter Info

EESC info

European Economic and Social Committee A bridge between Europe and organised civil society

januari 2025 | NL

GENERATE NEWSLETTER PDF

Beschikbare talen:

  • BG
  • CS
  • DA
  • DE
  • EL
  • EN
  • ES
  • ET
  • FI
  • FR
  • GA
  • HR
  • HU
  • IT
  • LT
  • LV
  • MT
  • NL
  • PL
  • PT
  • RO
  • SK
  • SL
  • SV
Hoofdartikel

Voorwoord door de voorzitter van het EESC

In 2025 moeten we samen aan de slag voor een sterker Europa

Het Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie luidt met gevoel voor urgentie het nieuwe jaar in en toont zich vastbesloten om de complexe uitdagingen die bepalend zijn voor het heden en de toekomst van Europa aan te pakken. Onder het overkoepelende thema “veiligheid” beloven de Poolse leiders ons door een jaar te loodsen dat cruciaal zal zijn voor de veerkracht, cohesie en vooruitgang van de EU.

Read more in all languages

In 2025 moeten we samen aan de slag voor een sterker Europa

Het Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie luidt met gevoel voor urgentie het nieuwe jaar in en toont zich vastbesloten om de complexe uitdagingen die bepalend zijn voor het heden en de toekomst van Europa aan te pakken. Onder het overkoepelende thema “veiligheid” beloven de Poolse leiders ons door een jaar te loodsen dat cruciaal zal zijn voor de veerkracht, cohesie en vooruitgang van de EU.

Uit de prioriteiten van het Poolse voorzitterschap blijkt dat een brede aanpak van veiligheid, in al haar facetten, vooropstaat. Het gaat niet alleen om interne veiligheid, waarbij met name het beschermen van de grenzen en het tegengaan van desinformatie centraal staan en waakzaamheid geboden is om nieuwe dreigingen de kop in te drukken, maar ook om externe veiligheid, waarbij wordt gefocust op het versterken van de defensiecapaciteit, het stimuleren van innovatie en het versnellen van het uitbreidingsproces om stabiliteit in onze buurlanden te waarborgen. Daarnaast blijft de aandacht ook uitgaan naar economische weerbaarheid, energie- en voedselzekerheid en bescherming van de volksgezondheid om de onafhankelijkheid van Europa en het welzijn van de Europese burgers veilig te stellen.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) kan zich volledig vinden in de agenda van het voorzitterschap en is er klaar voor om zijn unieke rol als spreekbuis van het maatschappelijk middenveld met verve te vervullen. Het EESC zal actief bijdragen aan discussies over de vraag hoe de concurrentiekracht van Europa kan worden gegarandeerd en hoe ervoor kan worden gezorgd dat niemand achterblijft bij de ingrijpende veranderingen die ons te wachten staan, zowel op het gebied van digitalisering en vergroening als op economisch vlak.

Dit jaar staat ook in het teken van politieke vernieuwing door het aantreden van een nieuwe Europese Commissie. Dit biedt nieuwe kansen om een beleid te voeren en initiatieven te ontplooien die tegemoetkomen aan de verwachtingen van de Europese burgers. Het EESC zal een bijdrage leveren aan het omslaan van deze nieuwe bladzijde en ervoor zorgen dat het maatschappelijk middenveld en de sociale partners in het hart van de Europese besluitvorming staan.

Nu we vooruitblikken op 2025 worden we eraan herinnerd dat het onze gedeelde verantwoordelijkheid is een sterker en inclusiever Europa tot stand te brengen. Het EESC zal zich sterk blijven maken voor de rechtsstaat, voor duurzame ontwikkeling en voor sociale cohesie en ervoor zorgen dat de bijdragen van het maatschappelijk middenveld mede de prioriteiten van de EU-agenda bepalen. Samen met het Poolse voorzitterschap zullen we de urgente uitdagingen van vandaag tegemoet treden en tegelijkertijd de weg bereiden voor een veilig, concurrerend en verenigd Europa voor de komende generaties.

Oliver Röpke

Voorzitter van het EESC

Voor in uw agenda

23 januari 2025

Vertoning van de film Flow, die meedingt naar de LUX European Audience Film Award 2025

3 februari 2025

Sociale rechtvaardigheid in het digitale tijdperk

18 februari 2025

Op weg naar de mondiale gehandicaptentop: ontwikkeling en humanitaire actie waarbij rekening wordt gehouden met mensen met een handicap

26-27 februari 2025

EESC-zitting

De speciale gast

De reactie van de EU op de situatie in Syrië na de val van Assad is een moeilijke evenwichtsoefening tussen het lenigen van humanitaire behoeften, het voeren van een migratiebeleid en het werken aan de stabilisatie en wederopbouw van het land. Binnenlandse politiek en kortetermijnoverwegingen dreigen een overhaaste terugkeer prioriteit te geven. Een gecoördineerde en evenwichtige aanpak daarentegen zou de stabilisatie van Syrië en de ontwikkeling van het land op de lange termijn aanzienlijk kunnen bevorderen, vertelt onze speciale gast Alberto-Horst Neidhardt, vooraanstaand migratiedeskundige bij het European Policy Centre, aan EESC Info.

 

 

Read more in all languages

De reactie van de EU op de situatie in Syrië na de val van Assad is een moeilijke evenwichtsoefening tussen het lenigen van humanitaire behoeften, het voeren van een migratiebeleid en het werken aan de stabilisatie en wederopbouw van het land. Binnenlandse politiek en kortetermijnoverwegingen dreigen een overhaaste terugkeer prioriteit te geven. Een gecoördineerde en evenwichtige aanpak daarentegen zou de stabilisatie van Syrië en de ontwikkeling van het land op de lange termijn aanzienlijk kunnen bevorderen, vertelt onze speciale gast Alberto-Horst Neidhardt, vooraanstaand migratiedeskundige bij het European Policy Centre, aan EESC Info.

Alberto-Horst Neidhardt is senior beleidsanalist en hoofd van het programma Europese diversiteit en migratie bij het European Policy Centre (EPC). Hij houdt zich bezig met asiel- en migratierecht en -beleid, de rechten van EU-burgers, desinformatie en migratiepolitiek. Hij behaalde een doctoraat in EU-recht aan het Europees Universitair Instituut en doceert migratie- en mobiliteitsbeleid, EU-governance en ethische beleidsvorming aan de Katholieke Universiteit van Rijsel.

 

SYRIË NA ASSAD: DE MANIER WAAROP DE EU DE TERUGKEER VAN SYRIËRS AANPAKT, KAN EEN KEERPUNT BETEKENEN IN HAAR MIGRATIEBELEID

Door Alberto-Horst Neidhardt

Een maand na het einde van het wrede bewind van Bashar al-Assad blijft de officiële reactie van de EU nog grotendeels beperkt tot het aankondigen van ontwikkelingshulp en steun voor economische stabilisatie. Het is nog steeds onduidelijk of en wanneer de sancties tegen Syrië zullen worden opgeheven. Europese steun zal afhangen van de bescherming van minderheden en andere garanties, maar dat is nog koffiedik kijken. De complexe politieke, humanitaire en veiligheidsdynamiek die Syrië kenmerkt, doet vermoeden dat de consolidatie van de democratie lang en moeilijk zal zijn. 

Read more in all languages

Door Alberto-Horst Neidhardt

Een maand na het einde van het wrede bewind van Bashar al-Assad blijft de officiële reactie van de EU nog grotendeels beperkt tot het aankondigen van ontwikkelingshulp en steun voor economische stabilisatie. Het is nog steeds onduidelijk of en wanneer de sancties tegen Syrië zullen worden opgeheven. Europese steun zal afhangen van de bescherming van minderheden en andere garanties, maar dat is nog koffiedik kijken. De complexe politieke, humanitaire en veiligheidsdynamiek die Syrië kenmerkt, doet vermoeden dat de consolidatie van de democratie niet over rozen zal gaan. Deze situatie zal een test zijn voor de EU: Zijn de landen van Europa in staat om met één stem te spreken en gezamenlijk op te treden ten aanzien van de toekomst van Syrië? Verschillende Europese landen hebben niet geaarzeld en stelden meteen een gemeenschappelijke prioriteit voorop: de repatriëring van ontheemde Syriërs. In december, slechts enkele dagen na de val van het Assad-regime in Damascus, kondigde Oostenrijk — waar FPÖ-leider Herbert Kickl een mandaat kreeg om een nieuwe regering te vormen — een “terugkeerbonus” en een uitzettingsprogramma aan voor mensen met een strafblad. In Nederland is de coalitieregering onder leiding van de rechtse nationalist Geert Wilders van plan om veilige regio’s in kaart te brengen waarnaar de Syrische vluchtelingen kunnen terugkeren. Duitsland heeft ook aangekondigd dat de bescherming voor Syrische vluchtelingen zal worden “herzien en ingetrokken” als de situatie in Syrië gestabiliseerd is. Andere Europese landen hebben soortgelijke verklaringen afgelegd of houden de situatie nauwlettend in de gaten. Tegen deze achtergrond wordt zelfs het besluit om de sancties op te heffen vooral ingegeven door het doel om terugkeer af te dwingen en niet door een verandering van houding tegenover het nieuwe leiderschap van Syrië.

Nu de steun voor extreemrechtse en anti-immigratiepartijen in heel Europa toeneemt en er in Duitsland federale verkiezingen voor de deur staan, bestaat het risico dat de manier waarop de lidstaten naar Syrië kijken, zal worden gedreven door binnenlandse prioriteiten en electorale kortetermijnoverwegingen. Tussen 2015 en 2024 kregen meer dan een miljoen Syriërs bescherming in EU-lidstaten, de meesten van hen in Duitsland. Hun aanwezigheid is onderwerp van een politieke en maatschappelijke controverse geworden. Als gevolg van breed uitgemeten aanslagen, de hoge inflatie en de stijgende energiekosten is de gastvrije houding in veel landen die vluchtelingen opvangen bekoeld. Vijandige retoriek en vijandig beleid zijn aanvaardbaar geworden. Ondanks oproepen van de Europese Commissie en de UNHCR om terughoudend te zijn met terugkeer, kan deze dynamiek de regeringen in Europa ertoe aanzetten om zelfs unilateraal de terugkeer te versnellen.

Sinds de val van het Assad-regime in december zijn al meer dan 125.000 vluchtelingen teruggekeerd naar Syrië, voornamelijk uit buurlanden. Hun vooruitzichten zijn echter somber. Zelfs voor de recente gebeurtenissen leefde meer dan de helft van de Syrische bevolking met voedselonzekerheid en leden drie miljoen mensen ernstige honger. Omdat veel huizen tijdens het conflict zijn verwoest, zitten de opvangcentra al helemaal vol. Volgens de UNHCR is er bijna 300 miljoen EUR nodig om degenen die terugkeren te voorzien van onderdak, voedsel en water. De EU en de lidstaten moeten een gecoördineerde strategie ontwikkelen om de veilige en vrijwillige terugkeer van Syriërs op de lange termijn te vergemakkelijken. De onmiddellijke prioriteit moet echter liggen bij het lenigen van de humanitaire noden van het land. Vluchtelingen onder druk zetten om snel terug te keren naar een door oorlog verscheurd en onstabiel land kan namelijk averechts werken en de beschikbaarheid van voedsel, energie en onderdak verder bemoeilijken. Een grootschalige terugkeer zou ook het etnische en sociaaleconomische weefsel van toch al kwetsbare regio’s kunnen aantasten. Ook de potentiële bijdrage van de Syrische diaspora aan de wederopbouw van het land pleit voor een evenwichtige en duurzame aanpak. Het land zal ingenieurs, artsen, bestuurders en leerkrachten nodig hebben, maar ook arbeiders met verschillende specialisaties. Syriërs hebben in Europa waardevolle vaardigheden en ervaring opgedaan in relevante sectoren als het onderwijs, de bouw en de gezondheidszorg. Het zal echter niet gemakkelijk zijn om mensen met de juiste profielen te werven. Overigens is permanente terugkeer geen voorwaarde om bij te dragen aan de wederopbouw: geldovermakingen vanuit Europa kunnen een cruciale rol spelen bij armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling. Door hun betrokkenheid bij de diaspora kunnen in Europa gevestigde Syriërs ook helpen om de diplomatieke en culturele banden tussen de EU en het Syrië na Assad te versterken.

Toch kunnen de lidstaten het lastig krijgen om tot een evenwichtige aanpak te komen en een gecoördineerde agenda na te streven. Sommige landen geven de voorkeur aan stabiliteit op lange termijn en aan de wederopbouw van Syrië, en willen de terugkeer op een spontane manier laten verlopen. Andere landen komen wellicht in allerijl met financiële stimulansen aanzetten voor vrijwillige terugkeer of willen zelfs systematisch de status van Syriërs herzien zodra de humanitaire situatie verbetert, al is het maar in beperkte mate. Een systematische herziening van de vluchtelingenstatus zal echter op ernstige juridische obstakels stuiten en aanzienlijke financiële en administratieve kosten met zich meebrengen. Bij het stimuleren van de terugkeer zal ook rekening moeten worden gehouden met het feit dat de meeste Syriërs die naar Europa zijn gevlucht zich inmiddels hier hebben gevestigd en dat meer dan 300.000 van hen het EU-burgerschap hebben verworven. Bovendien kunnen de sombere economische en arbeidsmarktvooruitzichten in Syrië zelfs de meest gemotiveerde Syriërs ervan weerhouden om terug te keren. Een fundamentele vraag in dit verband is of Syriërs tussen Europa en Syrië zullen mogen “pendelen”, d.w.z. voor een beperkte periode terugkeren, waarbij de Europese gastlanden duurzame mogelijkheden blijven bieden voor een meer permanente terugkeer. Deze vragen kunnen natuurlijk niet los worden gezien van de bredere discussie over het migratiebeleid van de EU. De toekomstige onderhandelingen over de herziening van de EU-terugkeerrichtlijn, waarover de Commissie naar verwachting binnenkort een voorstel zal indienen, zouden vaart kunnen winnen, afhankelijk van hoe de discussies over de terugkeer van Syriërs verder verlopen. De hervorming van de richtlijn zou echter ook kunnen leiden tot meer onenigheid tussen de EU-lidstaten. Om de huidige uitdagingen het hoofd te bieden, moet het migratiebeleid fundamenteel heroverwogen worden. De Europese aanpak van ontheemde Syriërs zal waarschijnlijk een eerste kritiek keerpunt vormen in de nieuwe wetgevingscyclus.

METEEN TER ZAKE!

De EU kampt met een ernstige huisvestingscrisis als gevolg van stijgende huurprijzen, exorbitante vastgoedprijzen en lonen die geen gelijke tred houden met de inflatie.  Om het falen van de markt in de huisvestingssector aan te pakken, dringt het EESC aan op meer actie en pleit het voor een krachtdadige EU-huisvestingsstrategie, schrijft Thomas Kattnig, rapporteur van het EESC-advies Fatsoenlijke, duurzame en betaalbare sociale huisvesting in de EU.

Read more in all languages

De EU kampt met een ernstige huisvestingscrisis als gevolg van stijgende huurprijzen, exorbitante vastgoedprijzen en lonen die geen gelijke tred houden met de inflatie.  Om het falen van de markt in de huisvestingssector aan te pakken, dringt het EESC aan op meer actie en pleit het voor een krachtdadige EU-huisvestingsstrategie, schrijft Thomas Kattnig, rapporteur van het EESC-advies Fatsoenlijke, duurzame en betaalbare sociale huisvesting in de EU.

EESC presenteert remedie tegen de huisvestingscrisis in Europa

Door Thomas Kattnig

Stijgende huurprijzen, exorbitante vastgoedprijzen en lonen die geen gelijke tred houden met de inflatie maken dat huisvesting onbetaalbaar wordt voor een steeds groter wordende groep mensen. De huisvestingscrisis in de EU is een realiteit

en leidt tot hogere gezondheidszorgkosten, productiviteitsverlies en milieuschade. Ook de economische impact als gevolg van de verminderde koopkracht is niet min.

Read more in all languages

Door Thomas Kattnig

Stijgende huurprijzen, exorbitante vastgoedprijzen en lonen die geen gelijke tred houden met de inflatie maken dat huisvesting onbetaalbaar wordt voor een steeds groter wordende groep mensen. De huisvestingscrisis in de EU is een realiteit

en leidt tot hogere gezondheidszorgkosten, productiviteitsverlies en milieuschade. Ook de economische impact als gevolg van de verminderde koopkracht is niet min.

Als spreekbuis van het maatschappelijk middenveld is het EESC van mening dat er dringend actie moet worden ondernomen om het marktfalen in de huisvestingsector te bestrijden. Daarom roepen wij de Commissie op samen te werken met het Parlement, de lidstaten en het maatschappelijk middenveld om een alomvattend pakket EU-maatregelen uit te werken waarin de randvoorwaarden en het recht op huisvesting worden vastgelegd, in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten en het Handvest van de grondrechten.

Wij zijn dan ook ingenomen met de benoeming van een commissaris voor Energie en Huisvesting en met de aankondiging dat binnen de komende 100 dagen een Europees plan voor betaalbare huisvesting zal worden ingediend. We hebben onder andere een EU-breed transparantieregister voor vastgoedtransacties nodig, meer gestroomlijnde coördinatie, efficiëntere vergunningsprocedures, betere ruimtelijke ordening, betaalbare grond voor sociale huisvesting, meer investeringen in renovatie en klimaatvriendelijke bouw en het “huisvesting eerst”-programma om daklozen weer veiligheid en vooruitzichten te bieden. We roepen op om huisvesting te erkennen als een grondrecht en niet als handelswaar, door het in het primaire recht van de EU te verankeren.

Tegelijkertijd zijn wij het eens met de stelling in het verslag-Letta dat de toegang tot sociale huisvesting ruimer moet worden gedefinieerd in de regels voor staatssteun.

Het EESC pleit ook voor een aanzienlijke verhoging van de financiële steun voor sociale huisvesting. Ten eerste moeten overheidsinvesteringen in sociale huisvesting worden uitgesloten van de schuldregels van het stabiliteits- en groeipact. Ten tweede zouden projectontwikkelaars zonder winstoogmerk, coöperaties en gemeenten renteloze langetermijnleningen moeten kunnen krijgen via het geplande investeringsplatform of rechtstreeks van de Europese Investeringsbank.

Kortetermijnverhuur, een probleem in veel grote Europese steden, vermindert het aantal beschikbare woningen nog verder. Om dit fenomeen aan te pakken, hebben we op EU-niveau een toolkit nodig met verschillende instrumenten, zoals belastingen op leegstaande woningen en huurplafonds, zodat de lidstaten passende maatregelen kunnen nemen.

Er moet ook speciale aandacht worden besteed aan a) het voldoen aan de huisvestingsbehoeften van jongeren door middel van gerichte programma’s zoals Eerst woningen voor jongeren (HF4Y) en b) het opnemen van mensen met een handicap.

Om ervoor te zorgen dat huisvesting niet alleen betaalbaar, maar ook duurzaam is, moeten renovaties voorrang krijgen op nieuwbouw. Om dergelijke renovaties mogelijk te maken, pleiten we voor een combinatie van verplichte en ondersteunende maatregelen zodat eerlijke klimaatmaatactie kan worden ondernomen. Er zijn financieringsinstrumenten nodig zodat alle burgers, ongeacht hun financiële situatie, thermische en energierenovaties kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd moeten er verplichtingen komen voor eigenaars van onroerend goed, met name verhuurders, om huurders te beschermen tegen buitensporige verhogingen van de huur als gevolg van het feit dat verhuurders hun kosten doorberekenen aan huurders.

Tot slot benadrukken we dat de huisvestingscrisis niet alleen een negatief effect heeft op de levenskwaliteit van de Europese burgers, maar ook de goede werking van de interne markt van de EU in het gedrang brengt. Daarom is er een EU-huisvestingsstrategie nodig om het woningaanbod te vergroten, maatregelen in te voeren om de bouwkosten te verlagen, de beroepsbevolking bij te scholen, de productiviteit te verhogen en de milieuprestaties van de bouwsector te verbeteren.

Een vraag voor...

In april 2024 publiceerde Enrico Letta zijn langverwachte rapport over de toekomst van de eengemaakte markt van de EU, getiteld Much More than a Market. Naar aanleiding hiervan heeft het EESC tijdens zijn zitting in januari een advies goedgekeurd over Ondersteuning van entiteiten van de sociale economie conform de staatssteunregels — enkele overwegingen naar aanleiding van de ideeën uit het rapport-Letta. Wij hebben de rapporteur van het advies, Giuseppe Guerini, gevraagd in hoeverre en waarom hij zich heeft laten inspireren door Letta’s rapport, waarin de Europese instellingen onder meer worden opgeroepen het rechtskader voor staatssteun te verbeteren en ondernemingen in de sociale economie gemakkelijker leningen en financiering te verschaffen. Hoe denkt het EESC, op basis van de conclusies van dit verslag, deze ondernemingen te kunnen helpen bij de naleving van de staatssteunregels?

Read more in all languages

In april 2024 publiceerde Enrico Letta zijn langverwachte rapport over de toekomst van de eengemaakte markt van de EU, getiteld Much More than a Market. Naar aanleiding hiervan keurde het EESC tijdens zijn januarizitting een advies goed over Ondersteuning van entiteiten van de sociale economie conform de staatssteunregels — enkele overwegingen naar aanleiding van de ideeën uit het rapport-Letta. Wij hebben de rapporteur van het advies, Giuseppe Guerini, gevraagd in hoeverre en waarom hij zich heeft laten inspireren door Letta’s rapport, waarin de Europese instellingen onder meer worden opgeroepen het rechtskader voor staatssteun te verbeteren en ondernemingen in de sociale economie gemakkelijker leningen en financiering te verschaffen. Hoe denkt het EESC, op basis van de conclusies van dit verslag, deze ondernemingen te kunnen helpen bij de naleving van de staatssteunregels?

Eerlijke financiële steun voor entiteiten van de sociale economie conform de EU-regels

door Giuseppe Guerini

Zoals de titel van het Letta-verslag al aangeeft, zijn de Europese Unie en haar economie en bedrijfsleven veel meer dan een markt. De EU heeft zich immers van meet af aan opgeworpen als sociale markteconomie, waar economische welvaart niet alleen betekent dat rijkdom wordt vergaard, maar ook dat handels- en marktwinsten iedereen ten goede komen. 

Read more in all languages

door Giuseppe Guerini

Zoals de titel van het Letta-verslag al aangeeft, zijn de Europese Unie en haar economie en bedrijfsleven veel meer dan een markt. De EU heeft zich immers van meet af aan opgeworpen als sociale markteconomie, waar economische welvaart niet alleen betekent dat rijkdom wordt vergaard, maar ook dat handels- en marktwinsten iedereen ten goede komen.

Ondernemingen van de sociale economie vormen zo een ecosysteem dat zorgt voor solidariteit via ondernemerschap, een nuttig model voor organisaties die weliswaar particulier zijn maar niettemin handelen in het algemeen belang.

Dit aspect, waarvan ook al sprake was in het actieplan en de aanbeveling over de sociale economie, komt in het Letta-verslag duidelijk naar voren. Letta roept de Europese instellingen op om de specifieke kenmerken van ondernemingen van de sociale economie te erkennen, de regels voor de interne markt en mededinging aan te passen en het rechtskader voor staatssteun te verbeteren, zodat ondernemingen van de sociale economie vlotter toegang krijgen tot leningen en financiering.

Het EESC heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de Europese en internationale instellingen het doel en de rol van ondernemingen van de sociale economie erkennen. Het heeft deelgenomen aan tal van initiatieven en diverse adviezen uitgebracht die uiteindelijk hebben geleid tot de goedkeuring van het actieplan voor de sociale economie (2021) en de aanbeveling aan de lidstaten (2023). Voorts hebben onze adviezen over mededingingsbeleid en staatssteun voor diensten van algemeen economisch belang de aandacht gevestigd op de noodzaak om de drempels voor het verlenen van de-minimisstaatssteun te verhogen, en bijgedragen aan de wijziging van de verordening eind 2023. De in het Letta-verslag geformuleerde verzoeken om de algemene groepsvrijstellingsverordening aan te passen en de financiering te verbeteren stroken met de oproepen die het EESC in verschillende adviezen uit 2022 en 2023 heeft gedaan. We blijven ons dan ook inzetten voor de verspreiding van dit advies, om er zo voor te zorgen dat de sociale economie meer erkenning krijgt. Bedoeling is dat mensen meer oog krijgen voor de voordelen van doeltreffende regelgeving op het gebied van mededinging en staatssteun voor zowel ondernemingen van de sociale economie als het hele systeem van diensten van algemeen belang.

Nieuws van het EESC

Voorzitter van de Europese Raad António Costa wil een sterker en concurrerend Europa en doet daarbij een beroep op het maatschappelijk middenveld

António Costa, de nieuwe voorzitter van de Europese Raad, heeft voor het eerst zijn opwachting gemaakt bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en heeft bij die gelegenheid zijn belangrijkste prioriteiten voor de EU uiteengezet. Hij benadrukte dat concurrentievermogen de basis is van Europese welvaart maar met het oog op een duurzame toekomst hand in hand moet gaan met sociale rechten. EESC-voorzitter Oliver Röpke sloot zich hierbij aan: “Het is de bedoeling dat concurrentievermogen iedereen ten goede komt, en niet enkel een handvol gelukkigen”.

Read more in all languages

António Costa, de nieuwe voorzitter van de Europese Raad, heeft voor het eerst zijn opwachting gemaakt bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en heeft bij die gelegenheid zijn belangrijkste prioriteiten voor de EU uiteengezet. Hij benadrukte dat concurrentievermogen de basis is van Europese welvaart maar met het oog op een duurzame toekomst hand in hand moet gaan met sociale rechten. EESC-voorzitter Oliver Röpke sloot zich hierbij aan: “Het is de bedoeling dat concurrentievermogen iedereen ten goede komt, en niet slecht een handvol gelukkigen”.

Slechts enkele dagen na zijn aantreden op 1 december pleitte Costa tijdens de zitting van het EESC voor dringende collectieve actie. “We liggen op koers. Er is een diagnose gesteld, er liggen ambitieuze voorstellen op tafel, maar er is ook politieke wil nodig. Laten we ons concentreren op groei, banen en een sociaal Europa, zodat de jonge generatie van vandaag later zal kunnen terugblikken en zeggen: dat is het moment waarop onze welvaart werd gered.”

Concurrentievermogen en hervormingen op maat staan bovenaan de agenda van António Costa, die heeft voorgesteld de eengemaakte markt te vernieuwen, onnodige regelgeving te schrappen en te investeren in vaardigheden en innovatie om de Europese economie te versterken. “We hebben sterke bedrijven nodig – niet omdat die goedkoper zijn, maar omdat ze dankzij ideeën en geschoolde arbeidskrachten voor innovatie zorgen”, aldus Costa, die ook opriep tot prestatiegerichte hervormingen, geïnspireerd door NextGenerationEU: “Dat is met het oog op de toekomst de logica zelve”. Voorts verzocht António Costa de lidstaten met klem om met een open blik naar de volgende EU-begroting te kijken.

“Concurrentievermogen draait niet alleen om economische doelstellingen, maar ook om het creëren van kansen voor alle Europeanen en het bevorderen van veerkracht”, zo verklaarde Oliver Röpke. “Economische groei moet hand in hand gaan met sociale vooruitgang, zodat niemand buiten de boot valt.”

Costa prees de rol die het EESC speelt bij het bevorderen van de sociale dialoog, in zijn woorden “het Europese model” voor contact met de burgers. De sociale dialoog stelt de vertegenwoordigers van de verschillende maatschappelijke groepen in staat om voortdurend overleg te plegen en zo tot duurzame oplossingen te komen. Costa: “Dat is vooral in deze tijd van vitaal belang”.

Tijdens de zitting werd gedebatteerd over een aantal belangrijke punten van zorg, waaronder huisvesting, migratie en energiekosten – thema’s die ook op de prioriteitenlijst van Costa staan. Röpke onderstreepte dat praktische oplossingen nodig zijn en verwees met name naar investeringen in onderwijs, omscholing, betaalbare huisvesting en de groene transitie. “Het EESC zal ervoor zorgen dat ook het maatschappelijk middenveld een stem in het kapittel heeft bij de totstandbrenging van een inclusief en veerkrachtig Europa dat klaar is voor de uitdagingen van de toekomst.” (gb)

Conclusie van het allereerste huisvestingsforum van het EESC: huisvesting moet een grondrecht zijn

Huisvesting moet worden erkend als een grondrecht. Alle Europeanen, ook jongeren en kwetsbare groepen, moeten kunnen beschikken over adequate en duurzame huisvesting.

Read more in all languages

Huisvesting moet worden erkend als een grondrecht. Alle Europeanen, ook jongeren en kwetsbare groepen, moeten kunnen beschikken over adequate en duurzame huisvesting.

Deze krachtige oproep werd gedaan tijdens het huisvestingsforum van het EESC, dat voor het eerst werd gehouden tijdens de zitting op 5 december 2024. Na een debat met vooraanstaande sprekers werd een advies over huisvesting goedgekeurd.

EESC-voorzitter Oliver Röpke was ingenomen met de benoeming van Dan Jørgensen tot commissaris voor Energie en Huisvesting en met het historische besluit om in de nieuwe Commissie een speciale portefeuille voor huisvesting in het leven te roepen. “Huisvesting is een grondrecht en geen voorrecht. We kunnen niet accepteren dat kwetsbare groepen worden uitgesloten van deze basisbehoefte”, aldus Röpke. “Nu vrijwel elke lidstaat met een ernstige huisvestingscrisis kampt, is het dringend noodzakelijk betaalbare, duurzame en fatsoenlijke huisvesting voor iedereen te creëren.”

Bent Madsen, voorzitter van Housing Europe, riep op tot een nieuwe kijk op huisvesting als een levensbelangrijke infrastructuur voor de samenleving, net als gezondheidszorg en onderwijs, en zei: “Wij delen de mening van de nieuwe commissaris voor huisvesting dat onze aanpak gebaseerd moet zijn op waarden, regels en investeringen. Als publieke coöperatie en sociale woningcorporatie willen we laten zien hoe we onze burgers en onze samenlevingen de woningen kunnen bieden die zij nodig hebben.”

In het advies over Fatsoenlijke, duurzame en betaalbare sociale huisvesting in de EU, opgesteld door Thomas Kattnig en Rudolf Kolbe, erkent het EESC dat de huisvestingsmarkt tekortschiet. Dat moet worden aangepakt door de randvoorwaarden te verbeteren, zoals gegevens en coördinatie, goedkeuringsprocedures en regels voor ruimtelijke ordening, vast te leggen dat huisvesting een grondrecht is, voldoende financiële middelen te verstrekken, de “huisvesting eerst”-aanpak te volgen voor daklozen en meer aandacht te besteden aan duurzaamheid en aan de behoeften van jongeren. (mp)

Niet slechts Paralympische atleten, maar topsporters

Het EESC heeft tijdens zijn zitting van 5 december in Brussel een debat gehouden om zowel de Internationale Dag van personen met een handicap als de Olympische geest te vieren. 

Read more in all languages

Het EESC heeft tijdens zijn zitting van 5 december in Brussel een debat gehouden om zowel de Internationale Dag van personen met een handicap als de Olympische geest te vieren. 

Het EESC vierde zowel de Internationale Dag van personen met een handicap als de Olympische geest door gasten uit de wereld van de Paralympische sport uit te nodigen, onder wie de Belgische Paralympische atleet en kampioen Joachim Gérard.

Bij de opening van de zitting zei EESC-voorzitter Oliver Röpke: “In dit debat wijzen we erop dat er snel iets gedaan moet worden aan de arbeidsparticipatiekloof waarmee personen met een handicap te maken hebben. Ondanks de bestaande rechtskaders hebben veel te veel mensen door hardnekkige obstakels geen toegang tot de arbeidsmarkt. Het EESC dringt aan op maatregelen om inclusieve werkplekken te creëren, systemische belemmeringen weg te nemen en gelijke kansen voor iedereen te waarborgen. Een echt inclusief Europa mag niemand aan zijn of haar lot overlaten.”

 

Joachim Gérard, een Belgische rolstoeltennisspeler en kampioen, vertelde de voltallige vergadering dat hij, toen hij met tennis begon, vaak op verbazing stuitte en zelfs protesten dat hij met zijn rolstoel “de baan kapot zou maken”. “De afgelopen 10 jaar is de situatie voor mensen met beperkte mobiliteit in de sportwereld enorm verbeterd. Door de Grand Slams, waarvan ik er wereldwijd een paar heb gespeeld, en de Paralympische Spelen heb ik het gevoel dat ik steeds meer als topsporter word geaccepteerd. Dus niet slechts als een Paralympische atleet, maar als een echte topsporter.”

Anne d’Ieteren, voorzitter van de Franstalige federatie voor gehandicaptensport (La Ligue Handisport Francophone), wees erop dat mensen met een handicap ondanks de grote successen van de Paralympische Spelen in hun dagelijks leven nog steeds met allerlei obstakels te maken hebben. “Een groot aantal sportfaciliteiten is nog altijd ontoegankelijk: ze hebben geen goede parkeerfaciliteiten of zijn slecht ontworpen. Dat mogen kleine problemen lijken, maar bij elkaar opgeteld kunnen ze ertoe leiden dat iemand niet meer kan of wil deelnemen.”

Aurel Laurenţiu Plosceanu, vicevoorzitter van het EESC belast met communicatie, heette Joachim Gérard en Anne d’DIeteren welkom en zei dat “hun aanwezigheid en staat van dienst ons eraan herinneren hoe inspirerend grootse atletische prestaties kunnen zijn voor ons allemaal wanneer we alles uit onze mogelijkheden proberen te halen. Ook blijkt eruit hoe belangrijk de rol is van personen met een handicap in onze samenleving en in het bijzonder in de sportwereld.”

Christophe Lefèvre, voorzitter van de permanente groep Rechten van personen met een handicap van het EESC, pleitte voor een EU-toegankelijkheidsmechanisme met indicatoren voor onder meer duurzame huisvesting, sport, justitie en onderwijs, waaraan Pietro Vittorio Barbieri (lid van de permanente groep) toevoegde dat “het van essentieel belang is dat alle mensen met een handicap die in Europa wonen toegang hebben tot sport en onderwijs, zodat we allemaal dezelfde voorrechten genieten in de samenleving”. (lm)

Het maatschappelijk middenveld als aanjager van verandering op het Afrikaanse continent

Tijdens zijn zitting van december 2024 organiseerde het EESC een debat over democratie in Afrika met vertegenwoordigers van de Economische en Culturele Raad (ECOSOCC) van de Afrikaanse Unie (AU). Beide partijen waren het erover eens dat het maatschappelijk middenveld de drijvende kracht is achter een succesvol partnerschap tussen de EU en Afrika dat gebaseerd is op gelijkheid en de civiele en sociale dialoog bevordert.

Read more in all languages

Tijdens zijn zitting van december 2024 organiseerde het EESC een debat over democratie in Afrika met vertegenwoordigers van de Economische en Culturele Raad (ECOSOCC) van de Afrikaanse Unie (AU). Beide partijen waren het erover eens dat het maatschappelijk middenveld de drijvende kracht is achter een succesvol partnerschap tussen de EU en Afrika dat gebaseerd is op gelijkheid en de civiele en sociale dialoog bevordert.

Tijdens het plenaire debat, waarin ook het advies “Democratie in Afrika: huidige situatie en toekomstperspectieven – Welke rol kan het EESC spelen?” ter tafel kwam, herhaalde het EESC dat het vastbesloten is om de strategische banden met de Afrikaanse Unie aan te halen en voorstander is van een gezamenlijk initiatief ter bevordering van de democratische waarden, een inclusieve dialoog en duurzame ontwikkeling. Vorig jaar ondertekenden het EESC en de ECOSCOCC van de Afrikaanse Unie hiertoe een memorandum van overeenstemming.

Kyeretwie Osei, hoofd Programma’s bij de ECOSOCC van de Afrikaanse Unie, verklaarde in zijn toespraak namens de voorzitter van de ECOSOCC, Khalid Boudali: “Wij hebben een belangrijke taak op het gebied van institutionele opbouw om democratische instellingen op het hele continent te verankeren, zodat we een goede bestuurscultuur tot stand kunnen brengen door het terugdringen en uitbannen van corruptie en het creëren van ruimte voor burgerinitiatieven, onder andere. Het maatschappelijk middenveld speelt hierin een centrale rol.”

De voorzitter van het EESC, Oliver Röpke, onderstreepte dat samenwerking met de ECOSOCC van de Afrikaanse Unie van groot belang is als het gaat om het bevorderen van de rol van het maatschappelijk middenveld in Afrika. “Het maatschappelijk middenveld moet betrokken worden bij de besluitvorming en bij het aanpakken van andere uitdagingen, zoals klimaatverandering, duurzame ontwikkeling en migratie.”

In zijn advies gaat het EESC in op deze uitdagingen en verklaart het dat het samen met de erkende vertegenwoordigers van het Afrikaanse maatschappelijk middenveld kan bijdragen aan de bevordering van democratische waarden, de verdediging van de mensenrechten en de bescherming van democratische regimes in Afrika. 

Carlos Trindade, EESC-lid en rapporteur voor het advies, wees erop dat de Europese aanpak van de ontwikkeling van de democratie in Afrika gebaseerd moet zijn op een relatie tussen gelijken, waarbij rekening wordt gehouden met de complexiteit van het continent in termen van economische ontwikkeling, diversiteit en geopolitieke belangen.

Sifa Chiyoge Buchekabiri, regionaal directeur en CEO van de International Cooperative Alliance-Africa (ICA-Afrika), sprak over het belang van empowerment van vrouwen in Afrika. “Empowerment van vrouwen is cruciaal, omdat vrouwen vaak de ruggengraat van hun huishouden zijn. Door vrouwen mondiger te maken helpen we dus niet alleen individuen, maar ook hele gemeenschappen.”

Een rechtvaardige transitie voor Europa: het EESC pleit voor eerlijk en inclusief groen beleid

Het EESC dringt aan op een eerlijke en inclusieve transitie naar een klimaatneutrale EU. In een recent  advies benadrukt het EESC dat er gecoördineerde inspanningen nodig zijn om te garanderen dat bij het nastreven van ambitieuze klimaatdoelstellingen niemand wordt achtergelaten. Deze aanbevelingen sluiten aan bij de prioriteiten van de Europese Commissie voor 2024-2029: banen, vaardigheden, maatschappelijk welzijn en het aanpakken van regionale verschillen.

Read more in all languages

Het EESC dringt aan op een eerlijke en inclusieve transitie naar een klimaatneutrale EU. In een recent  advies benadrukt het EESC dat er gecoördineerde inspanningen nodig zijn om te garanderen dat bij het nastreven van ambitieuze klimaatdoelstellingen niemand wordt achtergelaten. Deze aanbevelingen sluiten aan bij de prioriteiten van de Europese Commissie voor 2024-2029: banen, vaardigheden, maatschappelijk welzijn en het aanpakken van regionale verschillen.

Het EESC pleit voor een alomvattend beleidspakket voor een rechtvaardige transitie dat de lidstaten flexibiliteit biedt om hun eigen specifieke omstandigheden in aanmerking te nemen. Het EESC beschouwt de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen als essentiële instrumenten en stelt ook voor om tekorten aan vakmensen in kaart te brengen, inclusieve opleidingsprogramma’s alsook transparante plannen voor de transitie van bedrijven te ontwikkelen, werknemers meer te raadplegen en beginselen inzake een rechtvaardige transitie te integreren in EU-kaders zoals de Europese pijler van sociale rechten.

“De rechtvaardige transitie zou volgens ons op faire, veerkrachtige en duurzame wijze het pad moeten effenen voor een groenere, inclusievere toekomst,” aldus Dirk Bergrath, rapporteur voor het advies.

Wil Europa zijn klimaatdoelen halen (75 % minder uitstoot in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050), dan is een rechtvaardig beleid op alle terreinen geboden, aldus het EESC in het advies. Om het maatschappelijk draagvlak te behouden en de Europese Green Deal te doen slagen is het van essentieel belang dat prioriteit wordt gegeven aan fatsoenlijk werk, sociale inclusie en armoedebestrijding.

Voorts dringt het EESC aan op gerichte steun voor regio’s die door de groene transitie onevenredig zwaar worden getroffen. Zeer belangrijk is ook dat er een inventarisatie wordt gemaakt van regionale behoeften en sectorale transities. Daarbij moet het waarnemingscentrum voor een rechtvaardige transitie de vooruitgang monitoren en ervoor zorgen dat geen enkele gemeenschap over het hoofd wordt gezien.

Om te voorkomen dat de financiering tekortschiet, is het absoluut zaak om het Fonds voor een rechtvaardige transitie uit te breiden, particuliere investeringen aan te trekken en de financiële instrumenten van de EU op elkaar af te stemmen. Sociale en milieuvoorwaarden moeten waarborgen dat middelen billijk worden toegewezen, met speciale aandacht voor opleiding en bescherming van kwetsbare groepen. (ks) 

Europese consumentendag van het EESC: de EU moet zich blijven inzetten voor de Blue Deal

De Europese dag van de consument 2024 stond in het teken van De waterproblematiek: Wat denkt de consument - Vaart zetten achter de Blue Deal van de EU. De deelnemers beklemtoonden dat duurzaam waterbeheer, betere infrastructuur en consumentenvoorlichting noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat water betaalbaar blijft voor alle Europeanen.

Read more in all languages

De Europese dag van de consument 2024 stond in het teken van De waterproblematiek: Wat denkt de consument - Vaart zetten achter de Blue Deal van de EU. De deelnemers beklemtoonden dat duurzaam waterbeheer, betere infrastructuur en consumentenvoorlichting noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat water betaalbaar blijft voor alle Europeanen.

Tijdens de Europese dag van de consument, die op 9 december werd georganiseerd door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), werd erop gewezen dat de prijs van water tegen 2030 naar verwachting met 25 % zal stijgen, wat betekent dat de EU meer dan 250 miljard euro zal moeten investeren om tegemoet te komen aan de Europese behoeften op het gebied van water en om een samenleving op te bouwen waarin iedereen toegang heeft tot schoon en betaalbaar water.

Water wordt een schaarse hulpbron, zelfs in Europa: maar liefst 30 % van de Europeanen krijgt minstens één keer per jaar te maken met waterstress. Dat betekent dat consumenten, die water over het algemeen nog steeds zien als een consumptiegoed waarvan zij onbeperkt gebruik kunnen maken, hun gedrag zullen moeten aanpassen en efficiënter zullen moeten omgaan met de watervoorraden; zo moeten zij zich niet alleen bewuster worden van hun watervoetafdruk maar moeten zij ook slimme waterbesparende technologieën gaan gebruiken.

Maar ook de grote vervuilers zullen diep in de buidel moeten tasten – het is niet de bedoeling dat zij de consumenten laten opdraaien voor hun verborgen kosten.

Er is 15 000 liter water nodig voor de productie van amper één kilo vlees, en 8 000 liter voor één spijkerbroek; het is dan ook niet meer dan logisch dat ook de grote watergebruikers (zoals de verwerkende industrie en met name de landbouw, die verantwoordelijk is voor 72 % van alle wateronttrekkingen) de kosten van hun milieu-impact dragen en investeren in betere productiefaciliteiten.

Water moet worden gezien als een fundamenteel onderdeel van de komende vlaggenschipinitiatieven van de Europese Commissie. We zouden graag zien dat de nieuwe watercoalitie snel van start gaat om de tenuitvoerlegging van de Europese Blue Deal vlotter te doen verlopen, en we werken momenteel aan de oprichting van het Blue Deal-stakeholdersplatform, zo zei Milena Angelova, rapporteur van het EESC-advies over Zuinig waterverbruik en consumenten bewust maken van hun watervoetafdruk. Angelova onderstreepte het belang van de Europese Blue Deal als een cruciaal initiatief van het EESC, de EU-instelling die een voortrekkersrol speelt op het gebied van water.

Gaetano Casale, directeur van het verbindingsbureau van het IHE DELFT Institute for Water Education, wees er in zijn toespraak op dat water in Europa nog steeds ondergewaardeerd wordt. Volgens hem is een duurzame benadering van water nu absoluut essentieel en moeten we ons beter bewust worden van de milieukosten, de uitdagingen van een groeiende wereldbevolking en de klimaatverandering.

“Ik hoop van harte dat we allemaal samen – burgers, overheden, agentschappen, wetenschappers, industrie en wetgevers – deze unieke kans zullen grijpen en op alle niveaus de nodige stappen zullen zetten om een van onze meest waardevolle hulpbronnen, namelijk water — in de bodem, in de zee en in de lucht — , toekomstbestendig te maken”, aldus Hildegard Bentele, schaduwrapporteur van het Europees Parlement voor de Kaderrichtlijn Water. (ll)

EESC staat achter de bevolking van Belarus

Op 13 december 2024 hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), het Europees Fonds voor Democratie (EFD) en de Persclub Belarus een gezamenlijk seminar gehouden over de rol van de Belarussische onafhankelijke media bij de bevordering van een veerkrachtige en democratische samenleving. Aangezien de Belarussische onafhankelijke media de enige informatiebron voor de plaatselijke bevolking zijn, moeten zij financieel worden gesteund en moeten er partnerschappen met westerse media worden opgezet om de situatie in Belarus hoog op de internationale nieuwsagenda te houden.

 

Read more in all languages

Op 13 december 2024 hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), het Europees Fonds voor Democratie (EFD) en de Persclub Belarus een gezamenlijk seminar gehouden over de rol van de Belarussische onafhankelijke media bij de bevordering van een veerkrachtige en democratische samenleving. Aangezien de Belarussische onafhankelijke media de enige informatiebron voor de plaatselijke bevolking zijn, moeten zij financieel worden gesteund en moeten er partnerschappen met westerse media worden opgezet om de situatie in Belarus hoog op de internationale nieuwsagenda te houden.

 

Het EESC heeft met zijn deelname aan de “Belarus Days”, die van 9 t/m 13 december 2024 werden georganiseerd door de Europese Dienst voor extern optreden en het directoraat-generaal Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen van de Europese Commissie, blijk gegeven van zijn onwrikbare inzet voor een democratisch Belarus dat de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting eerbiedigt.

Bij de opening van het evenement zei EESC-voorzitter Oliver Röpke: “Onafhankelijke media vormen de ruggengraat van een vrije en democratische samenleving. Vandaag, ter gelegenheid van de Belarus Days, bevestigen wij onze solidariteit met het Belarussische volk en hun moedige strijd tegen desinformatie en onderdrukking.”

Jerzy Pomianowski, uitvoerend directeur van het EFD, zei: “De uitslag van de verkiezingen van 26 januari ligt nu al vast, en het regime zal proberen de bladzijde om te slaan, zichzelf op het internationale toneel te legitimeren en de onderdrukking van het volk te vergoelijken. De onafhankelijke Belarussische media lijken er echter in geslaagd het publiek te mobiliseren”.

Hanna Liubakova, een freelance journalist in ballingschap die bij verstek tot 10 jaar gevangenisstraf is veroordeeld op basis van vier strafrechtelijke aanklachten, toonde zich verheugd dat de Belarussische bevolking op de hoogte wil blijven via onafhankelijke media, en benadrukte dat 50 % van het verkeer naar Belarussische websites die buiten het land worden beheerd, vanuit het land zelf afkomstig is. Zij bevestigde dat wel 90 % van de gebruikers van sociale media zich in Belarus bevindt. “Onafhankelijke media in Belarus zijn het beste antidotum tegen de propaganda van Loekasjenko en het Kremlin”, voegde ze eraan toe.

Natalia Belikova, die werkzaam is bij de Persclub Belarus, verklaarde dat de nieuwe regeringspropaganda bedoeld is om de publieke perceptie van verkiezingen te veranderen, en zo te proberen mensen te verenigen en aan te moedigen om hun patriottisme te tonen. “Met dit soort tactieken proberen zij de perceptie van de hele bevolking over wat democratie is te veranderen”, aldus Natalia Belikova.

Het seminar werd afgesloten met de vertoning van de speelfilm Under the Grey Sky, geïnspireerd op het waargebeurde verhaal van Katsyaryna Andreeva, een journalist die gevangen zit, in aanwezigheid van de regisseur van de film, Mara Tamkovich. (mt)

Copyright: CMEDIA CORPORATION

Onder de wrede hemel van Belarus

In december vertoonde het EESC de film Under the Grey Sky, het verhaal van Belarussische journalisten die een zware prijs hebben betaald voor hun verslaggeving over de politieke onrust in hun land

 

Read more in all languages

In december vertoonde het EESC de film Under the Grey Sky, het verhaal van Belarussische journalisten die een zware prijs hebben betaald voor hun verslaggeving over de politieke onrust in hun land

Under the Grey Sky, het filmdebuut van de Belarussisch-Poolse cineast Mara Tamkovich, vertelt het hartverscheurende verhaal van Lena, een Belarussische journalist die in de gevangenis belandt na het livestreamen van het hardhandige optreden van de regering tegen een vreedzame demonstratie op het Plein van de Verandering in Minsk. In 2020 overspoelt een ongekende golf van protesten Belarus na de frauduleuze verkiezingen waarbij Aleksandr Loekasjenko voor de zesde keer werd herkozen.

Lena en haar cameravrouw Olya worden gearresteerd nadat ze de protesten blijven filmen hoewel ze al in het vizier worden genomen door een politiedrone. Lena wordt in eerste instantie beschuldigd van “het organiseren van protesten en het verstoren van het openbaar vervoer”, maar dan nemen de zaken een kafkaiaanse wending en wordt de aanklacht veranderd in hoogverraad. En daarmee worden zeven dagen administratieve hechtenis na een geheim proces omgezet in een gevangenisstraf van acht jaar. Haar collega krijgt twee jaar. Lena's man Ilya, op wie de politie van het regime het eveneens heeft voorzien, doet wanhopige pogingen om haar uit de gevangenis te krijgen en probeert Lena zelfs over te halen om schuld te bekennen in ruil voor vrijlating. Maar dat is voor Lena een stap te ver.

De film is geïnspireerd op het waargebeurde verhaal van de Belarussische Belsat TV-journalisten Katsiaryna Andreyeva, haar man Ihar Iljash en haar collega Darya Chultsova. Darya heeft haar straf van twee jaar uitgezeten, maar Ihar en Katsiaryna – zij werd veroordeeld tot een verlengde gevangenisstraf van acht jaar en drie maanden – zitten nog steeds vast. En zij zijn lang niet de enigen: eind 2024 schat de Belarussische Vereniging van Journalisten het aantal mediawerkers dat nog achter de tralies zit op 45. Veel journalisten worden zelfs nadat ze naar het buitenland zijn gevlucht nog onder druk gezet.

De wereldpremière van de film vond plaats tijdens het Tribeca-festival in New York in juni 2024.

Op 13 december werd Under the Grey Sky vertoond in het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) in het kader van een seminar over de rol van onafhankelijke media in Belarus bij het bevorderen van een veerkrachtige en meer democratische samenleving; de voorstelling werd bijgewoond door Mara Tamkovich.

EESC Info sprak met mevrouw Tamkovich over de film:

In hoeverre worden de gebeurtenissen en het lot van Katsiaryna Andreyeva in de film accuraat weergegeven? Hebt u echt beeldmateriaal van de protesten in 2020 en het proces van mevrouw Andreyeva gebruikt?

Op verschillende plaatsen in de film wordt echt beeldmateriaal gebruikt. De beelden van de protesten die de acteurs bij het begin van de film uitzenden, zijn in werkelijkheid gefilmd door Katsiaryna Andreyeva en Darya Chultsova; het gaat hier om echte beelden die we in een filmscène hebben verwerkt. Ook de beelden van de detentie van Raman Bandarenka die de acteurs op hun laptop bekijken, zijn authentiek (n.v.d.r. de activist Raman Bandarenka werd doodgeslagen door gemaskerde misdadigers nadat hij hen ervan probeerde te weerhouden de rode en witte linten af te knippen die de Belarussische vlag van vóór de Sovjetbezetting symboliseren). Aan het einde van de film toon ik bij wijze van epiloog een montage van Katsiaryna's livestreams van de protesten.

De verhaallijn – de manier waarop de journalisten werden gearresteerd en vervolgd en de straffen die ze kregen – is grotendeels gebaseerd op de werkelijkheid. Maar het was niet mijn bedoeling om het verloop van de gebeurtenissen exact weer te geven, het ging me om de emoties: ik wilde laten zien welke pijnlijke keuzes mensen soms moeten maken en hoe zij zich daarbij voelen. De namen in de film zijn gefingeerd, niet alleen om afstand te creëren van de mensen waarop de personages gebaseerd zijn, maar ook om ervoor te zorgen dat het publiek hun verhaal gaat zien als een van de vele, als een metafoor voor wat er met de hele natie is gebeurd. 

Weet het grote publiek in Belarus wat er gebeurd is met mevrouw Andreyeva en andere journalisten zoals zij? Weet u hoeveel mensen hetzelfde of een soortgelijk lot hebben ondergaan?

Politieke arrestaties en repressie hebben op zo'n grote schaal plaatsgevonden in Belarus dat het moeilijk is om niet op de hoogte te zijn van de situatie. Minstens 130 000 mensen hebben te lijden gehad onder verschillende vormen van repressie en zo’n 500 000 mensen hebben het land verlaten na 2020. Een dergelijke massale vorm van onderdrukking kan eenvoudigweg niet verborgen blijven.

Het officiële aantal politieke gevangenen (diegenen die in het kader van een strafrechtelijke procedure beschuldigd of veroordeeld zijn) in Belarus is de afgelopen jaren stabiel gebleven (ongeveer 1 300 mensen), maar daarbij mag niet worden vergeten dat honderden, zo niet duizenden, hun straf al hebben uitgezeten, dat sommigen eerder zijn vrijgelaten en dat veel van de nieuwe veroordeelden bang zijn om de status van politieke gevangene op te eisen. De repressie vindt plaats aan de lopende band, en vrijgelaten gevangen worden telkens weer vervangen door nieuwe. 

Wat was uw belangrijkste motivatie om deze film te maken? Wat hoopt u hiermee te bereiken?

Als Belarus voelde ik de drang om iets te doen toen het Belarussische regime de protesten van 2020 hardhandig neersloeg. Als voormalig journalist kon ik me goed inleven in mijn personages en de manier waarop zij de dingen zien. Als cineast zag ik een sterk, diep ontroerend verhaal dat ik gewoonweg moest vertellen. 

Wat is de belangrijkste boodschap voor uw kijkers en wat hoopt u dat zij zullen onthouden na het zien van uw film?

Ik hoop echt dat mensen dankzij mijn film gaan nadenken over de vraag wat vrijheid echt is en welke prijs er soms voor wordt betaald, en dat zij zich gaan afvragen of ze wel voldoende waarderen wat ze hebben. Ik hoop dat ze zullen stilstaan bij het lot van Kacia en Ihar en van iedereen die achter de tralies zit, want vrijheid is iets wat veel mensen hier in Europa als vanzelfsprekend beschouwen. 

Wat moet de EU – haar instellingen, het maatschappelijk middenveld, verenigingen van journalisten, mensenrechtenorganisaties en nationale regeringen – doen om te helpen?

Ik zou de EU met klem willen verzoeken Belarus niet te vergeten en het land niet af te schrijven. Dankzij de steun van de EU kunnen onze cultuur, onze media en ons maatschappelijk middenveld ondanks de enorme druk overeind blijven, en hoewel dit alles misschien aanvoelt als een langetermijninvestering, zal het de moeite waard zijn.

 

Verbindingsgroep van het EESC viert 20-jarig bestaan: “Als ze niet bestond, zou ze alsnog opgericht moeten worden”

Ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de verbindingsgroep van het EESC riepen de oprichters en de huidige leden van de groep op tot actieve stappen om de Europese democratie, de open publieke ruimte en een rechtvaardig Europa te verdedigen.

Read more in all languages

Ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de verbindingsgroep van het EESC riepen de oprichters en de huidige leden van de groep op tot actieve stappen om de Europese democratie, de open publieke ruimte en een rechtvaardig Europa te verdedigen.

Op 11 december werd in het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) het 20-jarig bestaan gevierd van zijn verbindingsgroep, waarin Europese netwerken van maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd zijn. De verbindingsgroep is het enige permanente orgaan voor politieke dialoog en gestructureerde samenwerking tussen maatschappelijke organisaties en de EU-instellingen. De afgelopen twee decennia heeft de verbindingsgroep een belangrijke rol gespeeld bij de inspanningen om de stem van het maatschappelijk middenveld beter te laten horen en de punten van zorg van het maatschappelijk middenveld op de Europese agenda te krijgen. De groep bestaat uit 45 netwerken van maatschappelijke organisaties die op Europees niveau actief zijn en belichaamt daarmee de beginselen in artikel 11 van het Verdrag.

“Bij de viering van dit 20-jarige bestaan van de verbindingsgroep staan we niet alleen stil bij alles wat de groep heeft weten te bereiken, maar ook bij de duurzame partnerschappen die de participatiedemocratie in Europa hebben vormgegeven. In de loop van de afgelopen twintig jaar is de verbindingsgroep uitgegroeid tot een levendig platform waarop het maatschappelijk middenveld beter van zich kan laten horen en de samenwerking tussen diverse belanghebbenden wordt bevorderd. Laten we ons ook in de toekomst zij aan zij blijven inzetten om de democratische waarden te versterken, de ruimte voor het maatschappelijk middenveld te vergroten en een Europa tot stand te brengen dat echt ten dienste staat van al zijn burgers”, aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke in zijn openingstoespraak.

“Het is niet altijd gemakkelijk geweest”, aldus Brikena Xhomaqi, covoorzitter van de verbindingsgroep, “maar we hebben geleerd elkaar te vertrouwen. En ik hoop dat we de handen nog krachtiger ineen zullen slaan om ons samen hard te maken voor een coherente Europese strategie voor het maatschappelijk middenveld.”

Katarina Barley, vicevoorzitter van het Europees Parlement en verantwoordelijk voor de betrekkingen met maatschappelijke organisaties, in haar keynotespeech: “Als Europees Parlement zijn wij bereid onze samenwerking met de verbindingsgroep te versterken. De samenwerking met maatschappelijke organisaties moet steeds gestructureerder worden.  Samen moeten we meer doen om de bedreigingen voor de democratie in de Europese Unie, die groter zijn dan ooit, het hoofd te bieden”, aldus Barley. “Als de verbindingsgroep niet bestond, zou ze alsnog opgericht moeten worden.”

Het feestelijke evenement ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de verbindingsgroep werd bijgewoond door meer dan honderd genodigden, onder wie vooraanstaande personen uit het maatschappelijk middenveld. Er waren o.a. vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties uit Servië en Moldavië, in overeenstemming met het beleid van het EESC om vertegenwoordigers van kandidaat-lidstaten van de EU uit te nodigen om deel te nemen aan de werkzaamheden van het EESC. Vier voormalige EESC-voorzitters, Staffan Nilsson, Henri Malosse, Luca Jahier en George Dassis, waren eveneens aanwezig. Jahier benadrukte dat het EESC de verantwoordelijkheid heeft om een platform voor de dialoog met het maatschappelijk middenveld op te zetten en te onderhouden, terwijl Dassis stelde dat “vrede voorop moet staan, en om vrede tot stand te brengen moeten we sterk zijn en zij aan zij staan.”

Heeft u er niet bij kunnen zijn? Op de webpagina kunt u het evenement, de gezamenlijke verklaring van het voorzitterschap van de verbindingsgroep, de overzichtsvideo, de foto’s en het persbericht bekijken.  (lm)

Copyright: Polish Presidency. Council of the European Union

Heet van de naald: De activiteiten van het EESC tijdens het Poolse voorzitterschap

Op 1 januari heeft Polen het stokje overgenomen van Hongarije. Polen zal de eerste zes maanden van dit jaar het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden. Het Poolse voorzitterschap komt op een moment van ingrijpende veranderingen voor Europa en valt samen met het begin van de nieuwe ambtstermijn van de Europese Commissie. 

Read more in all languages

Op 1 januari heeft Polen het stokje overgenomen van Hongarije. Polen zal de eerste zes maanden van dit jaar het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden. Het Poolse voorzitterschap komt op een moment van ingrijpende veranderingen voor Europa en valt samen met het begin van de nieuwe ambtstermijn van de Europese Commissie. 

Nu Rusland zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne onverdroten voortzet en de geopolitieke spanningen een hoogtepunt hebben bereikt in de recente geschiedenis van Europa, geeft Polen prioriteit aan veiligheid, een overkoepelend thema. Het omvat externe, interne, economische en energie- voedselveiligheid, bescherming van de gezondheid en verdediging van de rechtsstaat.

Deze prioriteiten komen overeen met het streven van het Europees Economisch en Sociaal Comité naar de bevordering van cohesie, de bescherming van democratische waarden en het waarborgen van stabiele welvaart. “Het EESC is er trots op dat het een betrouwbare en toegewijde partner van het Poolse voorzitterschap is. We zijn vastbesloten om een actieve rol te spelen bij het vaststellen van de politieke prioriteiten voor deze nieuwe Europese cyclus”, aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke.

Op verzoek van het Poolse voorzitterschap zal het EESC veertien verkennende adviezen opstellen. Meer informatie over deze adviezen en andere EESC-activiteiten in de eerste helft van 2025 is te vinden in onze nieuwe brochure. Ook kunt u lezen wie de Poolse EESC-leden zijn en welke organisaties zij vertegenwoordigen. De brochure is alleen online beschikbaar in het Engels, Pools, Frans en Duits. (ll)

“Rebranding Europe”

Efficiënte communicatie is van levensbelang voor de EU, zeker nu desinformatie welig tiert, AI aan een snelle opmars bezig is en er steeds meer autoritaire tendensen de kop opsteken. Om iedereen te kunnen bereiken, moet de communicatie over de EU een lokale dimensie krijgen.

Read more in all languages

Efficiënte communicatie is van levensbelang voor de EU, zeker nu desinformatie welig tiert, AI aan een snelle opmars bezig is en er steeds meer autoritaire tendensen de kop opsteken. Om iedereen te kunnen bereiken, moet de communicatie over de EU een lokale dimensie krijgen.

In zijn nieuwe boek Rebranding Europe werpt communicatiestrateeg en auteur Stavros Papagianneas een kritische blik op de rol van de EU op het wereldtoneel. Europa staat op een tweesprong nu de Russische agressie tegen Oekraïne zijn derde jaar ingaat, er oorlog woedt in het Midden-Oosten en er tal van geopolitieke en economische uitdagingen op de loer liggen.

De boekpresentatie vond plaats op 3 december in het Residence Palace in Brussel, in aanwezigheid van Laurenţiu Plosceanu, vicevoorzitter van het EESC en belast met communicatie. Hij nam deel aan het debat over de positie van Europa in een turbulente wereld en hoe belangrijk het is dat de EU haar waarden op een doeltreffende manier uitdraagt.

“De EU staat op een keerpunt. Om haar toekomst veilig te stellen, moet ze een duidelijke en overtuigende visie uitdragen naar haar burgers en de wereld. Dit gaat niet over politiek, maar over vertrouwen, identiteit en gemeenschappelijke doelen” aldus Papagianneas.

De deelnemers aan het debat benadrukten dat doeltreffende communicatie niet zomaar een optie is, maar absoluut noodzakelijk voor het voortbestaan van de EU, vooral in de huidige tijd van desinformatie, AI en toenemend autoritarisme. Europa moet het voortouw nemen bij het bevorderen van democratie en mensenrechten. “De media spelen een cruciale rol bij het vormgeven van het publieke domein in Europa,” zei Colin Stevens, hoofdredacteur van EU Reporter en moderator van de discussie. “Wij van de media moeten erop blijven hameren dat Europa iedereen aangaat. Dat moeten we elke dag opnieuw doen” zei hij.

De experts zijn het erover eens dat het erg moeilijk is om desinformatie of “nepnieuws” bij de bron aan te pakken, vooral met de opkomst van AI. De beste manier om ermee om te gaan, is door de bevolking ertegen te wapenen.

Plosceanu wees erop dat “de tijd gekomen is om meer naar de mensen te luisteren dan tegen ze te praten. Burgers willen meer betrokkenheid en meer participatie”. Hij benadrukte hoe belangrijk het is om met de regionale pers samen te werken en riep de EU-instellingen op om partnerschappen aan te gaan met regionale media en regionale journalisten in Brussel uit te nodigen. Tot slot zei hij dat Europa op lokale leest geschoeid moet worden en de hand moet uitsteken naar de burger.

De overgrote meerderheid van de Europeanen is in de eerste plaats bezig met het lokale niveau en dan pas met het regionale en nationale niveau, voordat ze ook maar denken aan het Europese niveau. De communicatie over Europa moet hier rekening mee houden. Om mensen echt te kunnen bereiken, moeten de verhalen een lokale, regionale en nationale dimensie krijgen. (mt)

Pak uw agenda: Week van het maatschappelijk middenveld van 17 t/m 20 maart 2025

Als institutionele partner van het maatschappelijk middenveld organiseert het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) met gepaste trots de tweede editie van de Week van het maatschappelijk middenveld! 

Read more in all languages

Als institutionele partner van het maatschappelijk middenveld organiseert het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) met gepaste trots de tweede editie van de Week van het maatschappelijk middenveld! 

Tijdens het vierdaagse evenement, dat zich toespitst op het thema Meer cohesie en participatie in gepolariseerde samenlevingen, zullen sessies worden gehouden onder leiding van de EESC-verbindingsgroep Europese maatschappelijke organisaties en netwerken. Op de agenda staan ook de dag van het Europees burgerinitiatief (EBI), de prijsuitreiking van de prijs voor het maatschappelijk middenveld en bijdragen van nationale sociaal-economische raden, jongerenvertegenwoordigers, journalisten en maatschappelijke organisaties uit kandidaat-lidstaten.

Inschrijven kan vanaf februari 2025. Meer informatie komt binnenkort op de webpagina van #CivSocWeek en socialemediakanalen.  Blijf ons volgen!

Middelbare scholen: Jouw Europa, jouw mening 2025 komt eraan!

Voor de editie van Jouw Europa, jouw mening (YEYS) van dit jaar heeft het EESC honderden aanvragen ontvangen van middelbare scholen in de EU, de kandidaat-lidstaten en het VK. 

Read more in all languages

Voor de editie van Jouw Europa, jouw mening (YEYS) van dit jaar heeft het EESC honderden aanvragen ontvangen van middelbare scholen in de EU, de kandidaat-lidstaten en het VK.

De organisatoren van YEYS hebben alle aanvragen zorgvuldig bestudeerd en hebben 36 middelbare scholen geselecteerd die op 13 en 14 maart aan YEYS 2025 zullen deelnemen.

YEYS, het belangrijkste jaarlijkse jongerenevenement van het EESC, zal dit jaar bijna 100 studenten en 37 leerkrachten bijeenbrengen. Het programma van YEYS, dat anderhalve dag in beslag zal nemen, draagt dit jaar de titel “Jongeren een stem geven” en zal zich richten op de rol die jongeren kunnen spelen bij het vormgeven van een veerkrachtige toekomst. Bedoeling is jongeren in staat te stellen deel te nemen aan burgeractie en actief bij te dragen aan activiteiten op het gebied van participatieve democratie in hun gemeenschappen en daarbuiten.

Ter voorbereiding op de komst van de deelnemers aan YEYS zullen de EESC-leden begin 2025 een bezoek brengen aan de geselecteerde scholen om hen voorafgaand aan het evenement te ontmoeten en met hen van gedachten te wisselen.

De openings- en slotsessies op 14 maart 2025 zullen live worden gestreamd. De link om de stream te bekijken zal worden gepubliceerd op de EESC-website, op de officiële webpagina van YEYS 2025 Your Europe, Your Say! 2025 | EESC, waar u ook meer informatie en updates over het evenement kunt vinden.

Animatiefilm Flow te zien bij het EESC

Op 23 januari is de film Flow, een van de kanshebbers voor de LUX-publieksprijs, te zien bij het EESC.

Read more in all languages

Op 23 januari is de film Flow, een van de kanshebbers voor de LUX-publieksprijs, te zien bij het EESC.

Deze alom geprezen animatiefilm van de Letse filmmaker Gints Zilbalodis is een coproductie van Letland, Frankrijk en België. De film heeft wereldwijd erkenning gekregen, met de Golden Globe voor beste animatiefilm en belangrijke prijzen op festivals zoals het Internationale animatiefilmfestival van Annecy, de New York Film Critics Circle Awards en de Europese Filmprijzen.

De film gaat over de reis van Kat, die er na een allesverwoestende overstroming alleen voor komt te staan. Hij moet zijn weg zien te vinden in de nieuwe realiteit en leert daarbij samen te werken met andere dieren op een reddingsboot.

Het evenement maakt deel uit van een reeks films die bij het EESC te zien zijn, in samenwerking met de LUX-publieksprijs van het Europees Parlement, met als doel culturele diversiteit te bevorderen en een dialoog over urgente sociale kwesties op gang te brengen.

Ontdek de interactieve versie van het Paspoort voor Europese democratie

Duizenden exemplaren van de jongste editie van het Paspoort voor Europese democratie, de populaire EESC-brochure, worden nu in heel Europa verspreid. Mocht u zich afvragen of het Paspoort voor Europese democratie ook in elektronisch formaat beschikbaar is: het antwoord is ja! 

Read more in all languages

Duizenden exemplaren van de jongste editie van het Paspoort voor Europese democratie, de populaire EESC-brochure, worden nu in heel Europa verspreid. Mocht u zich afvragen of het Paspoort voor Europese democratie ook in elektronisch formaat beschikbaar is: het antwoord is ja! 

De interactieve onlineversie, met video's, quizzen, kaarten en nog veel meer, is al beschikbaar in 13 talen, en andere taalversies komen eraan! Bekijk de interactieve brochure en ontdek hoe u echt het verschil kunt maken! 

Succesverhalen van het EESC

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft onlangs een reeks van 11 factsheets gepubliceerd over zijn recente successen.

Read more in all languages

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft onlangs een reeks van 11 factsheets gepubliceerd over zijn recente successen.

Deze laten zien hoe het EESC ervoor heeft gezorgd dat belangrijke economische en sociale kwesties die door de sociale partners en het maatschappelijk middenveld zijn aangekaart, op Europees niveau worden besproken en aangepakt.

Uit deze succesverhalen blijkt ook hoe het EESC met zijn advieswerkzaamheden invloed uitoefent op de EU-wetgeving en erop toeziet dat deze naar behoren wordt uitgevoerd.

Meer informatie over deze 11 succesverhalen is te vinden op onze website, waar ze ook kunnen worden gedownload in pdf-formaat: Recente successen van het EESC | EESC.

Indien u graag papieren exemplaren ontvangt (in het Engels of Frans) kunt u een e-mail sturen naar vipcese@eesc.europa.eu.

Nieuws van de groepen

Concurrentievermogen aanboren voor gedeelde welvaart: nieuwe prioriteiten van de groep Werkgevers

door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers

“Concurrentievermogen aanboren voor gedeelde welvaart”, daar draait het om bij de nieuwe prioriteiten waar onze groep zich op wil richten.

Read more in all languages

door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers

“Concurrentievermogen aanboren voor gedeelde welvaart”, daar draait het om bij de nieuwe prioriteiten waar onze groep zich op wil richten.

In het licht van de huidige mondiale uitdagingen moeten concurrentievermogen en het creëren van een bedrijfsvriendelijk klimaat bovenaan de politieke agenda komen te staan en worden geflankeerd door concrete beleidsmaatregelen.

In een bedrijfsvriendelijke EU is concurrentievermogen niet gebaseerd op subsidies of protectionisme maar op excellentie en gezonde concurrentie, en hebben bedrijven concurrerende toegang tot alle noodzakelijke productiemiddelen. Een bedrijfsvriendelijke EU betekent ook dat de regelgeving bevorderlijk is voor het bedrijfsleven en de productiviteit, dat de administratieve lasten tot een minimum worden beperkt en dat de interne markt naar behoren functioneert. Voorts is het om investeringen aan te trekken belangrijk dat ondernemingen en beleidsmakers elkaar ten volle vertrouwen, en moeten de belangen van EU-bedrijven in een context van internationale concurrentie worden beschermd.


De volgende tien bedrijfsvriendelijke beleidsmaatregelen zijn door onze groep dan ook uitgeroepen tot topprioriteit:

  1. Een ingrijpende hervorming van de regelgevingsaanpak
  2. Systemen voor productieve innovatie die gericht zijn op investeringen en innovatie
  3. Hoge technologische capaciteit op het gebied van defensie, veiligheid en de groene transitie en steun voor startende technologiebedrijven
  4. Een sterke industriële basis
  5. Integratie van de financiële markten via ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie en de bankenunie
  6. Adequate toegang tot arbeid
  7. Doeltreffende energie- en vervoerssystemen
  8. Gelijke handelsvoorwaarden
  9. Een bedrijfsgerichte groene transitie
  10. Efficiënte overheidsfinanciën

Om te profiteren van het hefboomeffect van concurrerende bedrijven op een solide economie en een EU die sterk staat op het internationale toneel, dient snel werk te worden gemaakt van deze maatregelen.

We mogen de waarschuwingen in het Draghi- en het Letta-verslag niet negeren: als de EU er niet in slaagt haar concurrentievermogen te herstellen zal zij pijnlijke toegevingen moeten doen op het gebied van welvaart, milieunormen en fundamentele vrijheden.

En dat is iets dat we absoluut moeten vermijden.

Een Clean Industrial Deal voor Europa, maar ook voor zijn werknemers?

Door de groep Werknemers

De Europese industrie staat voor veel verschillende uitdagingen, waaronder extreem hoge energieprijzen, het aantrekken van geschoolde arbeidskrachten en toegang tot financiering. In 2023 presenteerde de EU het Green Deal-plan voor de industrie, gericht op het bereiken van koolstofneutraliteit. In haar presentatie van de politieke beleidslijnen vorig najaar maakte voorzitter Ursula von der Leyen melding van een 'Clean Industrial Deal' voor concurrerende industrieën en hoogwaardige banen, in de geest van het rapport-Draghi. 

Read more in all languages

Door de groep Werknemers

De Europese industrie staat voor veel verschillende uitdagingen, waaronder extreem hoge energieprijzen, het aantrekken van geschoolde arbeidskrachten en toegang tot financiering. In 2023 presenteerde de EU het Green Deal-plan voor de industrie, gericht op het bereiken van koolstofneutraliteit. In haar presentatie van de politieke beleidslijnen vorig najaar maakte voorzitter Ursula von der Leyen melding van een 'Clean Industrial Deal' voor concurrerende industrieën en hoogwaardige banen, in de geest van het rapport-Draghi.

Het bedrijfsleven is een essentieel onderdeel van de groene en de digitale transitie en van ons economisch systeem. Maar wat betekent deze nieuwe deal voor werknemers? Zelfbewuste, bij vakbonden aangesloten werknemers, goed betaald en met goede arbeidsomstandigheden, zijn niet alleen een kwestie van vakbonden, maar ook van de samenleving als geheel, van democratie en sociale stabiliteit, en ook van de productiviteit van bedrijven.

Zonder goede begeleiding en voldoende overheidsfinanciering zou deze deal uiteindelijk kunnen steunen op de onderdelen van Draghi's rapport en de agenda voor concurrentievermogen die het meest vóór deregulering zijn. Dit zou het Europese sociale model in gevaar kunnen brengen doordat een schadelijk mededingingsmodel wordt bevorderd dat een neerwaartse spiraal op het gebied van lonen en arbeidsomstandigheden aanwakkert.

Om deze kwestie te bespreken organiseren de groep Werknemers van het EESC en het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) op 14 februari in het gebouw van het EESC gezamenlijk een conferentie over het Europees industriebeleid voor hoogwaardige banen. We nodigen alle geïnteresseerden in de discussie uit om de datum in hun agenda te zetten en aan de discussie deel te nemen. 

Huisvestingscrisis in de EU: beleidsmakers moeten op pan-Europees niveau reageren

door de groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC

Europa kampt met problemen op het vlak van betaalbare en duurzame huisvesting. Een mogelijke oplossing bestaat erin de bouw- en huisvestingssector meer te digitaliseren en actoren uit de sociale economie bij de huisvestingsdiensten te betrekken. Iedereen heeft een dak boven zijn hoofd nodig. Meer nog, huisvesting is een mensenrecht. De conclusie van de onlangs gehouden EESC-conferentie was dan ook dat er een pan-Europees antwoord moet komen op de verschillende uitdagingen. 

Read more in all languages

door de groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC

Europa kampt met problemen op het vlak van betaalbare en duurzame huisvesting. Een mogelijke oplossing bestaat erin de bouw- en huisvestingssector meer te digitaliseren en actoren uit de sociale economie bij de huisvestingsdiensten te betrekken. Iedereen heeft een dak boven zijn hoofd nodig. Meer nog, huisvesting is een mensenrecht. De conclusie van de onlangs gehouden EESC-conferentie was dan ook dat er een pan-Europees antwoord moet komen op de verschillende uitdagingen. 

Op 21 november heeft de groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC de conferentie Bescherming van de meest kwetsbare burgers in Europa door middel van duurzame en betaalbare huisvesting georganiseerd, met als centraal thema: Hoe kunnen de EU en haar lidstaten de huisvesting in Europa inclusiever, betaalbaarder en duurzamer maken?

Séamus Boland, voorzitter van de groep Maatschappelijke Organisaties, wees erop dat adequate huisvesting een mensenrecht is. Daarom is een pan-Europese aanpak nodig. Stijgende huizenprijzen leiden tot meer armoede, aldus Boland. Het aanbieden van betaalbare en duurzame huisvesting is van cruciaal belang voor het uitroeien van de armoede.

Hij benadrukte ook dat de EU-strategie voor armoedebestrijding en het Europees plan voor betaalbare huisvesting, voorgesteld door de verkozen voorzitter van de Europese Commissie, geïntegreerd moeten worden in een holistische beleidsaanpak om armoede uit de wereld te helpen. Maatschappelijke organisaties moeten bij het hele proces worden betrokken: van de ontwerpfase tot het uitvoeren en monitoren van oplossingen. Duurzame huisvesting moet vanuit een breder perspectief worden beoordeeld, zodat ook efficiënt gebruik van hulpbronnen, circulariteit, veerkracht, aanpassing en betaalbaarheid worden meegenomen.

Tijdens het evenement werd ook een nieuwe EESC-studie gepresenteerd over betaalbare duurzame huisvesting in de EU, in opdracht van de groep Maatschappelijke Organisaties, waarin beleidsoplossingen worden onderzocht om in de hele EU betaalbare en duurzame huisvesting aan te bieden. In de studie wordt gekeken naar twee recente ontwikkelingen op het gebied van huisvesting: digitalisering en de betrokkenheid van actoren uit de sociale economie. Er worden ook innovatieve initiatieven in zes lidstaten geanalyseerd en er wordt nagegaan of ze in aanmerking komen om in heel Europa te worden toegepast.

Meer informatie over de beleidsaanbevelingen van de EESC-studie voor de middellange en lange termijn is hier te vinden.

U kunt ook de conclusies en aanbevelingen van de conferentie raadplegen.

Focus op migratie

Het Europees Migratieforum laat zien hoe het maatschappelijk middenveld kan helpen bij de uitvoering van het migratie- en asielpact

Het 9e Europees Migratieforum (EMF), dat werd georganiseerd door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie, besteedde met name aandacht aan de vraag hoe het maatschappelijk middenveld een sleutelrol kan spelen bij de komende uitvoering van het migratie- en asielpact, en belichtte daarbij het werk dat de maatschappelijke organisaties in het veld verrichten.

Read more in all languages

Het 9e Europees Migratieforum (EMF), dat werd georganiseerd door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie, besteedde met name aandacht aan de vraag hoe het maatschappelijk middenveld een sleutelrol kan spelen bij de komende uitvoering van het migratie- en asielpact, en belichtte daarbij het werk dat de maatschappelijke organisaties in het veld verrichten.

Het Europees Migratieforum, dat eind november in Brussel werd gehouden, richtte de schijnwerper op het migratie- en asielpact dat in juni 2024 in werking is getreden. De deelnemers bogen zich over de komende tenuitvoerlegging van het pact en gingen na hoe het maatschappelijk middenveld kan helpen het pact te ondersteunen en op humane wijze toe te passen. Daarnaast werd dieper ingegaan op het nieuwe permanente solidariteitsmechanisme, dat asiel- en terugkeerprocedures, adequate opvangvoorzieningen en het actieplan inzake integratie en inclusie 2021-2027 beter op elkaar afstemt.

Ylva Johansson, aftredend Europees commissaris voor Binnenlandse Zaken, tijdens de openingssessie: “Het doet mij plezier dat het een van mijn laatste publieke taken als commissaris is om te spreken op het Europees Migratieforum, een cruciaal platform dat maatschappelijke organisaties, EU-lidstaten en beleidsmakers helpt de uitdagingen op het gebied van migratiebeheer aan te gaan en tegelijk de kansen in dat verband te grijpen. Onze discussies door de jaren heen zijn altijd inspirerend geweest. Samen kunnen we sterkere, veerkrachtigere gemeenschappen opbouwen, onze waarden hoog houden en ervoor zorgen dat Europa een toevluchtsoord en een plek van mogelijkheden blijft.”

EESC-voorzitter Oliver Röpke bedankte commissaris Johansson voor haar inspanningen om het migratiebeleid van de EU te hervormen. “We moeten ervoor zorgen dat het migratiepact op de meest humane en duurzame manier wordt uitgevoerd en de enige manier waarop we dat kunnen doen is door ons oor te luisteren te leggen bij de maatschappelijke organisaties in het veld. Dat het pact is goedgekeurd betekent niet dat we op onze lauweren kunnen rusten – je zou zelfs kunnen zeggen dat het echte werk nu pas begint,” zo waarschuwde Röpke.

Het Europees Migratieforum werd in 2015 opgericht als platform voor dialoog tussen het maatschappelijk middenveld, instellingen en overheden over kwesties in verband met migratie en de integratie van onderdanen van derde landen. Het komt één keer per jaar bijeen om de laatste beleidsontwikkelingen te bespreken en informatie te verzamelen en uit te wisselen over de manier waarop Europees beleid wordt uitgevoerd op regionaal, lokaal en basisniveau.

Elk jaar richt het forum zich op een ander thema, dat wordt gekozen op basis van de inbreng van maatschappelijke organisaties tijdens raadplegingen in de maanden voorafgaand aan het evenement. Tot nog toe zijn onderwerpen behandeld als veilige migratieroutes, de toegang van migranten tot rechten en diensten en tot de EU, een meer inclusieve Europese arbeidsmarkt voor migranten en de rol van jongeren.

Het EESC heeft al een aantal belangrijke adviezen uitgebracht over grote thema’s in verband met migratie en asiel, onder meer over de ontwikkeling van het migratie- en asielpact, over de verordening asiel- en migratiebeheer, over het Pakket veiligheidsunie / Schengenpakket, en over het actieplan inzake integratie en inclusie 2021-2027. Ook heeft het EESC in 2019 een permanente groep Immigratie en integratie opgezet, die bijdraagt aan de concrete invulling van de rol van het EESC als bemiddelaar tussen het maatschappelijk middenveld en de EU-instellingen op het gebied van migratievraagstukken, en zich tegelijkertijd inzet voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees immigratie- en integratiebeleid. (lm)

Photo from 'The Jungle' project: Trench foot, a fungal infection that affects the feet, is one of the most common health problems among refugees attempting to cross the Białowieża Forest (October 2022). Copyright: Hanna Jarzabek

De jungle

Hanna Jarzabek is een Spaans-Poolse documentaire fotograaf, die genomineerd werd voor de Investigative Journalism for Europe (IJ4EU) Impact Award 2024. Ze schetst een grimmig beeld van de situatie langs de grens tussen Polen en Belarus, waar duizenden vluchtelingen het bos van Białowieża proberen te doorkruisen, dat de bijnaam “de jungle” kreeg.

Read more in all languages

Hanna Jarzabek is een Spaans-Poolse documentaire fotograaf, die genomineerd werd voor de Investigative Journalism for Europe (IJ4EU) Impact Award 2024. Ze schetst een grimmig beeld van de situatie langs de grens tussen Polen en Belarus, waar duizenden vluchtelingen het bos van Białowieża proberen te doorkruisen, dat de bijnaam “de jungle” kreeg.

Door Hanna Jarzabek

Duizenden vluchtelingen, voornamelijk uit het Midden-Oosten en Afrika, proberen sinds november 2021 hun weg te vinden door het bos van Białowieża, het laatste oerbos in Europa langs de grens tussen Polen en Belarus. Het bos, dat door sommige vluchtelingen “de jungle” wordt genoemd, is gevaarlijk en moeilijk begaanbaar terrein, zeker voor wie niet bekend is met het barre klimaat van Noordoost-Europa. Veel vluchtelingen zitten lange tijd in het bos vast, waar ze worden blootgesteld aan extreme omstandigheden, zoals gebrek aan voedsel en water en, in de winter, een hoog risico op onderkoeling en de dood. Als ze worden opgepakt door de grenswachters, worden deze vluchtelingen meestal gedwongen om terug te keren. Vaak worden ze ‘s nachts achtergelaten in het bos aan de Belarussische kant, zonder getuigen en zonder telefoon. Hun telefoons worden vernietigd om te voorkomen dat ze contact opnemen met de buitenwereld. Dit zijn de zogenaamde pushbacks. Zelfs in extreme omstandigheden worden vluchtelingen gedwongen terug te keren. Er worden geen uitzonderingen gemaakt. Zelfs zwangere vrouwen of mensen die bijna onderkoeld zijn, worden teruggestuurd naar Belarussisch grondgebied. Sommige vluchtelingen beweren meerdere keren te zijn teruggestuurd, tot wel zeventien keer toe.

De vorige Poolse regering bouwde een grenshek dat aan de basis is verstevigd en waarop prikkeldraad is bevestigd. Net als op andere plaatsen houdt ook hier dit hek de mensen niet tegen om te proberen Europa binnen te komen. Het veroorzaakt alleen ernstige verwondingen. De grenspolitie heeft ook camera’s in het bos geplaatst die de bewegingen van vluchtelingen en hulpverleners detecteren. Omdat er geen vluchtelingenkampen zijn, verstoppen de vluchtelingen zich in het bos om te voorkomen dat ze worden teruggedreven naar Belarus. De steeds grotere militaire aanwezigheid belemmert de toegang tot humanitaire hulp.

Vanaf het begin zijn er grote problemen geweest met de humanitaire hulpverlening langs deze grens. Toen de extreemrechtse regering in oktober 2023 werd weggestemd, groeide de hoop op een ander migratiebeleid, maar het geweld en de uitzettingen gaan onverminderd door. Ook is de toegang tot medische zorg nog steeds beperkt. Langs de 400 kilometer lange grens moet alle medische hulp van drie parttime medewerkers van Artsen zonder Grenzen komen. De organisatie heeft hier geen permanente basis, wat in andere grensregio’s met vergelijkbare migratiestromen wel het geval is. De hulpverleners moeten in moeilijke omstandigheden werken, vaak in het donker, en beschikken niet over de juiste apparatuur voor nauwkeurige diagnoses. Behandelingen worden aangepast aan de omstandigheden in het bos: zo worden bijvoorbeeld 's nachts infusen toegediend en wordt dringende medische zorg verleend in ernstige gevallen zoals miskramen.

Sinds het grenshek er staat, komen er naast gezondheidsproblemen ook verschillende soorten breuken voor. Mensen die over het hek proberen te klimmen, vallen soms van wel vijf meter hoog. Sommige van deze breuken vragen om een ingewikkelde operatie en een maandenlange revalidatie. Wanneer dit gebeurt, of wanneer er onderkoeling optreedt, zit er niks anders op dan een ambulance te bellen, wetende dat de vluchteling zal worden gearresteerd en tijdens het ziekenhuisverblijf door grenswachters zal worden bewaakt. Na het ontslag uit het ziekenhuis beslissen de grenswachters, op basis van hun eigen criteria, of vluchtelingen naar een gesloten of naar een open vreemdelingencentrum worden gestuurd. Volgens verschillende mensen die ik heb geïnterviewd, gebeurt het soms dat grenswachters de vluchtelingen na hun ziekenhuisopname opnieuw naar het bos brengen en hen naar de Belarussische kant drijven, waar alles weer van voren af aan kan beginnen.

De afgelopen maanden zijn er steeds meer soldaten langs de Pools-Belarussische grens gestationeerd, wat wijst op toenemende spanningen in de regio. In juni 2024 stak een migrant een Poolse soldaat neer met een mes. De soldaat overleed later aan zijn verwondingen. Als reactie daarop heeft de nieuwe regering haar campagne tegen migratie verscherpt en nam zij een wet aan die soldaten toestaat om wapens te gebruiken wanneer zij dat nodig achten, zonder dat ze zich hoeven te verantwoorden. Dit leidt tot ernstige bezorgdheid, vooral omdat er eerder al enkele verontrustende incidenten zijn geweest waarbij geweld werd gebruikt. Zo werd in oktober 2023 een Syrische vluchteling op klaarlichte dag in de rug beschoten en ernstig gewond. Ook hebben vrijwilligers in november 2023 gemeld dat grenswachters zonder waarschuwing in hun richting hadden geschoten toen ze probeerden hulp te bieden. De nieuwe wet dreigt niet alleen zulke gevaarlijke praktijken te normaliseren, maar creëert ook een klimaat van straffeloosheid en brengt zowel vluchtelingen als humanitaire hulpverleners in gevaar. Door soldaten de vrije hand te laten, worden de fundamentele mensenrechten met voeten getreden. Dat kan leiden tot een escalatie van het geweld in een toch al onstabiele grensregio.

Donald Tusk probeert Polen voor te stellen als een open land dat meer oog heeft voor mensenrechten, maar net als tijdens de vorige regering worden migranten die de grens willen oversteken ook nu weer afgeschilderd als een bedreiging voor de Poolse samenleving. Ze worden ontmenselijkt en als terroristen of criminelen bestempeld. De vorige regering probeerde ook hulpverleners te beschuldigen van medeplichtigheid aan mensenhandel, een misdaad waar tot acht jaar gevangenisstraf op staat. Het ziet ernaar uit dat dit beleid onder Donald Tusk wordt voortgezet. Op 28 januari 2025 zullen vijf vrijwilligers die in 2022 een gezin uit Irak en een persoon uit Egypte hielpen, terechtstaan. Het risico bestaat dat zij die zware straf krijgen.

Het nieuw aangekondigde migratiebeleid (van oktober 2024) stemt niet optimistisch. De bufferzone die afgelopen juli werd ingevoerd, blijft van kracht. Zij maakt het voor humanitaire organisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen, een stuk moeilijker om vluchtelingen te bereiken en te helpen. De bufferzone belemmert ook journalisten om mensenrechtenschendingen te documenteren die door de Poolse autoriteiten worden gepleegd.

Het meest omstreden punt van dit beleid is echter het plan om het recht op asiel lang de grens van Polen met Belarus op te schorten, een maatregel die indruist tegen de fundamentele mensenrechten die in heel Europa worden erkend. Hoewel dit beleid verstrekkende gevolgen heeft voor de lokale bewoners van de grensregio, is het opgesteld zonder met hen of met humanitaire organisaties te overleggen. Deze organisaties, die onvermoeibaar vluchtelingen te hulp schieten, hebben waardevolle kennis opgedaan over de situatie, de behoeften van de vluchtelingen die de grens proberen over te steken en de uitdagingen waarmee ze te maken krijgen. Als aan deze kennis wordt voorbijgegaan, ondermijnt dat niet alleen de humanitaire inspanningen. De op zich al rampzalige situatie dreigt daardoor helemaal te ontsporen.

Deze onderzoeksreportage is mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het fonds Investigative Journalism for Europe (IJ4EU).

Hanna Jarzabek is een Spaans-Poolse documentaire fotograaf en woont in Madrid. Ze heeft politieke wetenschappen gestudeerd en werkte als beleidsanalist voor VN-organisaties. Zij behandelt thema’s als discriminatie, genderidentiteit, seksuele diversiteit en migratiestromen langs de oostelijke grenzen van de EU met gevoeligheid en respect. Haar foto’s zijn gepubliceerd in toonaangevende publicaties als El País en Newsweek Japan. Ze zijn te zien op internationale tentoonstellingen en werden bekroond met tal van prijzen, waaronder een nominatie voor de IJ4EU Impact Award 2024 en de Leica Oskar Barnack Award 2023.

Foto van het project “De jungle”:

Loopgraafvoet, een schimmelinfectie aan de voeten, is een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen bij vluchtelingen die het bos van Białowieża proberen te doorkruisen (oktober 2022). 

Copyright: Robert Gašpert

Unmarked graves at Europe's outer borders

Barbara Matejčić, a freelance journalist from Croatia, has had the 'List of Refugee Deaths' - a record of people who tried to reach safety in the EU from 1993 to the present day - printed out on her desk for a long time. This 'catalogue of refugee despair and the cruelty of Europe's border regime' has served as a reminder that she needs to do something about it. 

Read more in all languages

Barbara Matejčić, a freelance journalist from Croatia, has had the 'List of Refugee Deaths' - a record of people who tried to reach safety in the EU from 1993 to present day - printed out on her desk for a long time. This 'catalogue of refugee despair and the cruelty of Europe's border regime' has served as a reminder that she needs to do something about it. In 2024, she took part in a major award-winning cross-border journalism project that confirmed over 1 000 unmarked graves of migrants across Europe over the last decade. Her story Unmarked monuments of EU's shame in Croatia and Bosnia chronicles state-linked deaths along the treacherous Balkan route.

By Barbara Matejčić

As I write this, on 13 January, in Zagreb, the odds are high that someone out there on the so-called Balkan route is dying. The temperatures are below freezing; the rivers are icy, swollen, and fast-flowing, and the mountains and forests are covered in snow. People have no other way to reach the European Union and ask for asylum, so they take high-risk routes. And they do not die 'only' because they drowned, fell fatally or froze to death. They also die because the police shoot at the boats in which they cross rivers, as happened to 20-year-old Arat Semiullah from Afghanistan, whose funeral prayer I attended in Bosnia and Herzegovina. They also die because the police refuse to respond to their repeated cries for help, as in the case of three minors from Egypt who froze to death in a Bulgarian forest in late 2024.

The root of my journalistic work on migrant deaths along the Balkan route lies in the 'List of Refugee Deaths’,  compiled by UNITED, a European network of activists and non-governmental organisations. The list documents information from 1993 to the present, about who has died, where, when, how and under what circumstances, while trying to reach Europe or somewhere within Europe. Many of those on the list were refugees fleeing the wars in the former Yugoslav countries. Eleven-year-old Jasminka from Bosnia died in 1994 after her Roma family was set on fire in a refugee centre in Cologne. Lejla Ibrahimović from Bosnia took her own life on 4 December 1994 in Birmingham after the British Interior Ministry refused to grant a visa to her husband Safet. Many people on the list tragically died by suicide.

Many did so after their asylum applications were refused, or before they were due to be deported from the European country they had managed to reach or in protest of the long wait for their asylum requests to be resolved. In the summer of 1995, Todor Bogdanović from Yugoslavia was shot by French police in the mountains near the border with Italy. He was eight years old. Refugees from former Yugoslav countries crossed the borders with documents and received protection in European countries, similar to Ukrainian refugees since the war in Ukraine began. But even then, some could not cross the border legally and tried to reach safety in Western Europe by any means they could, just as non-European refugees have done over the past decade. We don't know about those deaths from the 1990s, just as we don’t know much about the ones happening today.

Twelve years ago, I printed out that list, and it has been sitting on my desk ever since as a reminder that I need to do something about it. For me, no photograph, no text, no documentary about refugees is as heart-wrenching as that bare list of dead people. Those densely written pages are a catalogue of refugee despair and the cruelty of Europe's border regime.

As a reporter, I have covered various aspects of migration, including illegal pushbacks and police violence, particularly by the Croatian police, over the past decade. I started focusing on deaths in 2023. I toured cemeteries with activists in Croatia and Bosnia and Herzegovina, sent hundreds of inquiries to state bodies, spoke to the loved ones of the deceased. It is the activists, not the police, that migrants call when their life is in danger. It is the activists who help relatives find those who have disappeared after losing contact with them. It is activists who try to identify the dead, and put up permanent gravestones. This network of compassionate people does the work that should be done by institutions.

The text Unmarked monuments of EU's shame in Croatia and Bosnia is part of what I published, and it was created as part of an international journalistic investigation into migrant deaths at the external borders of the European Union, which I conducted together with colleagues from Greece, Italy, Spain, and Poland. The series titled 1000 Lives, 0 Names: The Border Graves Investigation won the 2024 Special Award European Press Prize and Investigative Journalism for EU Impact Award (IJ4EU). 

Based in Zagreb, Croatia, Barbara Matejčić is an award-wining freelance journalist, non-fiction writer, editor, researcher and audio producer focused on social affairs and human rights in the Balkan region. She has won several awards, including the Investigative Journalism for Europe award (2024) and the European Press Prize (2024). The Croatian Journalists’ Association named her best print journalist in Croatia for her features about post-war societies in Croatia and Bosnia and Herzegovina. She writes for Croatian and international media and produces multimedia projects. She lectures in Journalism Studies at the University of VERN in Zagreb. You can find out more about Barbara's work at barbaramatejcic.com  

Copyright: UNHCR

EU-lidstaten mogen Syrische vluchtelingen niet dwingen terug te keren zolang de situatie in het land niet stabiel is

UNHCR, het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen, staat klaar om steun te verlenen aan Syriërs die het veilig achten om naar huis terug te keren. Maar voor alle anderen waarschuwt de organisatie tegen gedwongen terugkeer naar een land dat wordt gekenmerkt door politieke onzekerheid en worstelt met een van de ergste humanitaire crises ter wereld, en waar maar liefst 90 % van de bevolking onder de armoedegrens leeft, zo schrijft Jean-Nicolas Beuze van de UNHCR.

Read more in all languages

UNHCR, het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen, staat klaar om steun te verlenen aan Syriërs die het veilig achten om naar huis terug te keren. Maar voor alle anderen waarschuwt de organisatie tegen gedwongen terugkeer naar een land dat wordt gekenmerkt door politieke onzekerheid en worstelt met een van de ergste humanitaire crises ter wereld, en waar maar liefst 90 % van de bevolking onder de armoedegrens leeft, zo schrijft Jean-Nicolas Beuze van de UNHCR.

Door Jean-Nicolas Beuze

Terwijl het politieke landschap in Syrië snel evolueert sinds de val van president Bashar al-Assad, wordt in heel Europa volop gedebatteerd over het lot van ’s werelds grootste vluchtelingenpopulatie.

Steeds meer EU-lidstaten schorten beslissingen over asielaanvragen voor Syriërs op, en sommige landen kondigen initiatieven zoals chartervluchten en financiële stimulansen of “terugkeerbonussen” aan, om vluchtelingen aan te moedigen naar huis terug te keren. Andere landen zijn zelfs van plan om Syriërs die momenteel op hun grondgebied verblijven, uit te zetten, ongeacht hun asielstatus.

Om hierover met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen, moeten de EU-lidstaten beoordelen of Syrië een veilig land is voor Syriërs die momenteel in Europa verblijven. Gezien de snel veranderende situatie ter plaatse is het op dit moment onmogelijk om definitieve uitspraken te doen. De veiligheidssituatie in Syrië blijft onzeker, aangezien het land balanceert tussen de mogelijkheid van vrede en verzoening en het risico van verder geweld.

Miljoenen Syrische vluchtelingen die buiten het land wonen, worstelen met de vraag wat de veranderende situatie in hun thuisland betekent voor hun eigen toekomst. Ze vragen zich af: zal Syrië veilig zijn voor mij? Zullen mijn rechten worden gerespecteerd? Voor sommigen lijkt het vooruitzicht op terugkeer haalbaar, maar voor anderen blijft er grote bezorgdheid bestaan.

Wat heeft de toekomst in petto voor mensen die tot een etnische of religieuze minderheid behoren, er een andere politieke mening op na houden of zich identificeren als lid van de LGBTQ+-gemeenschap in het huidige Syrië? Het antwoord is nog onduidelijk.

Maar degenen die vinden dat het veilig is om terug te keren, moeten we helpen bij hun terugkeer en re-integratie in hun gemeenschap van herkomst. Voor alle anderen raadt de UNHCR gedwongen terugkeer af vanwege de aanhoudende instabiliteit en politieke onzekerheid in het land.

Gedwongen repatriëring uit de Europese Unie zou de rechten van Syriërs als vluchtelingen schenden, waardoor zij bij hun terugkeer ernstige en onherstelbare schade dreigen te lijden.

Het aanhoudende gewapende geweld in verschillende delen van Syrië, in combinatie met de onzekerheid over de vraag hoe de nieuwe autoriteiten zullen omgaan met de behoeften van de bevolking en met name van kwetsbare groepen, maakt het voor velen voorbarig om terugkeer te overwegen. Het is belangrijk om hun oordeel in deze kwestie te respecteren. Daarom moeten de EU-lidstaten, samen met de buurlanden van Syrië die al meer dan tien jaar de meeste Syrische vluchtelingen hebben opgevangen, zich blijven inzetten voor de bescherming van Syriërs op hun grondgebied.

Van de 1,1 miljoen mensen die eind november door de escalatie van de vijandelijkheden ontheemd zijn geraakt, zijn nog ongeveer 627 000 mensen ontheemd, van wie 75 % vrouwen en kinderen.

Vroegtijdige terugkeer brengt aanzienlijke risico’s met zich mee en kan een cyclus van ontheemding op gang brengen — zowel binnen Syrië als over de grenzen heen — waardoor de crisis uiteindelijk nog dieper wordt.

Naast massale ontheemding heeft Syrië te maken met een van de ergste humanitaire crises ter wereld. Grote delen van de Syrische infrastructuur zijn in het conflict vernield, waaronder ziekenhuizen, scholen en huizen. De meeste vluchtelingen hebben geen huis om naar terug te keren. Veel regio’s hebben nog steeds te kampen met tekorten aan voedsel, schoon water en medische zorg. Het gebrek aan basisvoorzieningen, economische kansen en veiligheid maakt het voor repatrianten een uitdaging om hun leven op een duurzame en waardige manier weer op te bouwen. Maar liefst 90 % van de bevolking in Syrië leeft onder de armoedegrens.

De afgelopen weken is de vrijwillige terugkeer van Syriërs uit Libanon, Turkije en Jordanië aanzienlijk toegenomen: voorlopige schattingen gaan uit van 125 000 personen, of ongeveer 7000 per dag. Hoewel deze terugkeer wordt ingegeven door individuele keuzes, is de UNHCR vastbesloten om degenen die besluiten nu al terug te keren, te ondersteunen.

Terwijl veel Syriërs in Europa en buurlanden nadenken of het veilig is om terug te keren en zich afvragen wat zij zullen aantreffen qua basisvoorzieningen en mogelijkheden om hun leven weer op te bouwen, verlangen zij vurig naar een hereniging met hun dierbaren. Daarom willen velen naar huis terugkeren voor een kort bezoek om de situatie ter plaatse te beoordelen. Ze moeten dit kunnen doen zonder angst om hun vluchtelingenstatus in Europa te verliezen. Deze “go and see”-bezoeken zijn van essentieel belang om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen die tot betere resultaten zullen leiden, waaronder veilige en duurzame terugkeer.

Geduld en voorzichtigheid zijn cruciaal nu Syriërs wachten op de juiste omstandigheden voor een veilige terugkeer en succesvolle re-integratie in hun gemeenschap. Nu veel Syriërs overwegen naar huis terug te keren, staat de UNHCR klaar om hen te ondersteunen. Na jaren van ontheemding kan dit voor velen een langverwachte kans zijn om hun vluchtelingentocht te beëindigen en een duurzame oplossing te vinden door terug te keren naar Syrië. Net zoals de Europese Unie en de UNHCR hen tijdens hun hele ballingschap hebben bijgestaan, zullen wij hen blijven steunen bij hun terugkeer en de wederopbouw van een nieuw Syrië.

Jean-Nicolas Beuze is de landenvertegenwoordiger van de UNHCR bij de EU, België, Ierland, Luxemburg, Nederland en Portugal. Eerder was hij landenvertegenwoordiger in Irak, Jemen en Canada. Hij heeft meer dan 27 jaar ervaring in het veld en op het hoofdkwartier van de VN op het gebied van mensenrechten, vredeshandhaving en kinderbescherming.

Copyright: Camille Le Coz

De uitvoering van het nieuwe migratie- en asielpact kan het Europese project op de proef stellen

Het nieuwe migratie- en asielpact van de EU werd bij de goedkeuring ervan in mei 2024 geprezen als een historische mijlpaal. Wat het zal opleveren moet echter nog blijken. De weg naar implementatie ligt immers bezaaid met potentiële struikelblokken: de uitzonderlijk onzekere geopolitieke context, de inherente complexiteit ervan en de krappe deadline voor uitvoering. Een voorzichtige en evenwichtige aanpak is geboden. Een analyse door Camille Le Coz van het Migration Policy Institute Europe (MPI Europe)

Read more in all languages

Het nieuwe migratie- en asielpact van de EU werd bij de goedkeuring ervan in mei 2024 geprezen als een historische mijlpaal. Wat het zal opleveren moet echter nog blijken. De weg naar implementatie ligt immers bezaaid met potentiële struikelblokken: de uitzonderlijk onzekere geopolitieke context, de inherente complexiteit ervan en de krappe deadline voor uitvoering. Een voorzichtige en evenwichtige aanpak is geboden. Een analyse door Camille Le Coz van het Migration Policy Institute Europe (MPI Europe)

2025 vliegt nog maar net uit de startblokken, en nu al rijzen er prangende vragen over het migratiebeleid van de Europese Unie. Met haar uitvoeringsplan voor het nieuwe migratie- en asielpact heeft de nieuwe Europese Commissie weliswaar een duidelijke koers uitgestippeld, maar veranderende omstandigheden dreigen te leiden tot een verandering van de politieke focus en een verschuiving van middelen. Na de val van het Assad-regime en het onvoorspelbare verloop van de oorlog in Oekraïne voegen de komende federale verkiezingen in Duitsland nog een laag van onzekerheid toe. Externaliseringsmodellen worden niet besproken als onderdeel van een coherente Europese strategie, maar zijn in plaats daarvan het voorwerp van geïsoleerde politieke manoeuvres. Tegelijkertijd wordt migratie aan de Poolse grens met Wit-Rusland nog steeds als wapen ingezet, en leidt dit in toenemende mate tot afwijkingen van de EU-wetgeving. Dit jaar zal van cruciaal belang zijn om uit te maken of de Europese Unie erin slaagt een koers te vinden die vertrouwen stimuleert en de broodnodige collectieve actie oplevert. Zo niet dan loert verdere fragmentatie om de hoek.

Na jaren van zware onderhandelingen werd de goedkeuring van het migratie- en asielpakket in mei 2024 door veel Europese politici toegejuicht als een historische mijlpaal. Net vóór de Europese verkiezingen bleek met dit akkoord dat de Unie nog in staat is eensgezind op te treden om een van haar grootste uitdagingen het hoofd te bieden. Centraal in het pact stonden het aanpakken van spanningen op het gebied van verantwoordelijkheid en solidariteit, het doorbreken van de perceptie van een eeuwig aanslepende migratiecrisis en het wegwerken van verschillen in de asielprocedures van de lidstaten. Het nieuwe kader bouwt grotendeels voort op het bestaande systeem, maar voert strengere maatregelen in, zoals systematische screening en verbeterde asiel- en terugkeerprocedures aan de grens, en voorziet in uitzonderingen op de gemeenschappelijke regels tijdens crises. Het pact is ook gericht op meer europeanisering, met verplichte solidariteit, een grotere rol voor de EU-instellingen en -agentschappen en meer Europese financiering en monitoring.

Deze nieuwe geloofwaardigheid van de EU op het gebied van een gemeenschappelijk migratiebeheer kan echter van korte duur blijken als de nieuwe regels niet uiterlijk in mei 2026 ten uitvoer zijn gelegd. Deze krappe deadline is met name een uitdaging — en al zeker voor de lidstaten die zich in de frontlinie bevinden — omdat het pact het opzetten van een complex systeem, het mobiliseren van middelen en het werven en opleiden van personeel vereist. De lidstaten hebben nationale actieplannen opgesteld, maar veel van dit werk is achter gesloten deuren verricht, zonder politieke communicatie. Dit brengt een steeds groter risico met zich mee, aangezien politieke sturing van cruciaal belang is om het fragiele evenwicht op EU-niveau in stand te houden.

Bovendien kan het nieuwe systeem alleen worden uitgevoerd indien coalities van belanghebbenden worden gevormd. Nationale asielagentschappen komt een centrale rol toe bij de omzetting van complexe wetgevingsteksten in praktische kaders; EU-agentschappen — met name het Asielagentschap van de Europese Unie — spelen in dit verband reeds een sleutelrol. Tegelijkertijd moeten ook niet-gouvernementele organisaties hierbij worden betrokken, zodat hun expertise kan worden benut, er toegang is tot juridisch advies en er sprake is van toezicht op de nieuwe procedures. Ter ondersteuning hiervan moet er meer worden samengewerkt — via regelmatig overleg, robuuste procedures voor informatie-uitwisseling en operationele taskforces die regelmatig bijeenkomen.

Ondertussen zijn externaliseringsstrategieën meer in de schijnwerpers komen te staan: in steeds meer Europese hoofdsteden worden ze gezien als een oplossing voor de migratieproblemen van de EU. Het akkoord tussen Italië en Albanië heeft tal van debatten op gang gebracht over het potentieel ervan voor het beheren van gemengde migratie. Giorgia Meloni heeft zich op dit gebied opgeworpen als de Europese spilfiguur. Deze deal heeft echter nog geen resultaten opgeleverd en blijft een bilaterale overeenkomst, waarvan andere Europese partners zijn uitgesloten. Ondertussen komen andere regeringen met alternatieve modellen, zoals terugkeerhubs, en manieren om deze te integreren in een EU-brede aanpak.

Met name de terugkeerkwestie zal de komende maanden centraal staan in het politieke debat. Een deel van het pakket is namelijk gericht op snellere terugkeer, vooral van mensen die in een terugkeerprocedure zitten aan de EU-buitengrenzen. De Commissie en de lidstaten proberen deze kwestie met urgentie aan te pakken op een manier die ruimte laat voor proefprojecten met terugkeerhubs; voorstellen tot herziening van de terugkeerrichtlijn worden in maart verwacht. Gezien de korte termijn bestaat het risico dat niet ten volle rekening wordt gehouden met de opgedane praktijkervaring, ondanks de vooruitgang die de afgelopen tien jaar is geboekt op gebieden als voorlichting, juridisch advies, re-integratieondersteuning en wederzijds leren op EU-niveau. Bovendien moet de EU oppassen dat experimenten met externalisatiemodellen haar betrekkingen met de landen van herkomst niet schaden en haar positie in bredere zin niet verzwakken.

De omgeving waarin deze delicate evenwichtsoefening plaatsvindt, is uiterst onzeker. De uitvoering van het pact zal daarom niet alleen een test zijn op het gebied van migratiebeheer, maar ook voor het Europese project in bredere zin. Met name de situatie aan de Poolse grens illustreert de uitdagingen die gepaard gaan met het naleven van bindende regelgeving onder druk van een vijandig buurland. Wat Syrië en Oekraïne betreft, moeten de Europese hoofdsteden voorbereid zijn op onvoorziene ontwikkelingen. In het komende jaar zal het van cruciaal belang zijn sterk leiderschap op EU-niveau te stimuleren zodat de nieuwe regels ten uitvoer worden gelegd en innovatieve benaderingen worden verkend die aansluiten bij een gezamenlijke aanpak en deze versterken. Dit houdt ook in dat er stabiele partnerschappen met prioritaire landen moeten worden opgebouwd en dat moet worden voorkomen dat middelen worden gebruikt voor politieke manoeuvres.

Camille Le Coz is Associate Director bij het Migration Policy Institute Europe, een in Brussel gevestigd onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met kwesties op het gebied van effectiever migratiebeheer, de integratie van immigranten en asielstelsels, en dat werkt aan de verbetering van de situatie van nieuwkomers, gezinnen met een migratieachtergrond en gastgemeenschappen.

Copyright: Schotstek

Schotstek: Bevordering van gelijke kansen en diversiteit bij leidinggevende functies

Afkomst en sociale achtergrond mogen succes nooit in de weg staan, aldus Evgi Sadegie, algemeen directeur van Schotstek, een in Hamburg en Berlijn gevestigde organisatie die gelijke kansen en culturele diversiteit in de arbeidswereld bevordert. De unieke beursprogramma’s van Schotstek zijn bedoeld om intelligente, ambitieuze en gemotiveerde jongeren met een migratieachtergrond te begeleiden naar leidinggevende posities in de onderzoekswereld, het bedrijfsleven en de samenleving. Door hen te helpen sterke netwerken op te bouwen en hun de juiste vaardigheden bij te brengen stelt Schotstek getalenteerde studenten en jonge professionals in staat hun potentieel ten volle te benutten.

Read more in all languages

Afkomst en sociale achtergrond mogen succes nooit in de weg staan, aldus Evgi Sadegie, algemeen directeur van Schotstek, een in Hamburg en Berlijn gevestigde organisatie die gelijke kansen en culturele diversiteit in de arbeidswereld bevordert. De unieke beursprogramma’s van Schotstek zijn bedoeld om intelligente, ambitieuze en gemotiveerde jongeren met een migratieachtergrond te begeleiden naar leidinggevende posities in de onderzoekswereld, het bedrijfsleven en de samenleving. Door hen te helpen sterke netwerken op te bouwen en hun de juiste vaardigheden bij te brengen stelt Schotstek getalenteerde studenten en jonge professionals in staat hun potentieel ten volle te benutten.

door Evgi Sadegie

Duitsland is een cultureel divers land, maar dat is nog steeds nauwelijks terug te zien in het leiderschap op economisch, wetenschappelijk, cultureel en politiek gebied. Mensen met een migratieachtergrond stuiten vaak op barrières die de sociale ongelijkheid vergroten, innovatiepotentieel onbenut laten en de sociale cohesie ondermijnen. Vooroordelen, ongelijke onderwijskansen en een gebrek aan rolmodellen en netwerken staan de loopbaanontwikkeling van veel getalenteerde mensen in de weg.

Schotstek werd in 2013 door Sigrid Berenberg samen met een aantal vrienden opgericht. Sigrid Berenberg is advocaat en zet zich al jarenlang in voor sociale rechtvaardigheid en diversiteit. Met een aantal gelijkgestemden heeft ze Schotstek opgericht, in het bijzonder om slimme, ambitieuze en gemotiveerde jongeren met een migratieachtergrond te begeleiden naar leidinggevende posities. Ze helpt beursstudenten die het in zich hebben om de leiders en besluitvormers van de toekomst te worden, op weg naar de top. Sigrid Berenberg is jarenlang op volledig vrijwillige basis nauw betrokken geweest bij de uitvoering van het programma.

Schotstek is een non-profitorganisatie die wordt ondersteund door middel van donaties en gezamenlijke initiatieven met andere ondernemingen. Het programma wordt gedragen door een netwerk van partners, adviesorganen en vrienden — stuk voor stuk besluitvormers op topposities uit een breed scala aan sectoren en culturen. Drie van de zeven partners alsook de algemeen directeur hebben zelf ook het Schotstek-programma doorlopen. De verantwoordelijkheid wordt dus geleidelijk doorgegeven aan de talenten die Schotstek ondersteunt, waardoor de organisatie een blijvende impact heeft.

Schotstek biedt studenten en jonge professionals unieke ondersteuning via twee parallelle programma’s. Panels laten jaarlijks maximaal 25 studenten toe in Hamburg en maximaal 20 jonge professionals in Hamburg en Berlijn. Nadat deze studenten en jonge professionals een verplicht tweejarig programma hebben afgerond, blijven ze deel uitmaken van het netwerk en kunnen ze deelnemen aan evenementen.

Schotstek draait om het opbouwen van krachtige netwerken: veel jongeren met een migratieachtergrond hebben geen toegang tot de professionele en sociale contacten die van cruciaal belang zijn voor carrièremogelijkheden. Schotstek brengt hen in contact met oud-studenten, adviesorganen en deskundigen uit bedrijfsleven, wetenschap, politiek, cultuur en samenleving. Regelmatig worden er evenementen zoals thema-avonden en lezingen met vooraanstaande personen georganiseerd, waardoor zij van gedachten kunnen wisselen en hun horizon kunnen verbreden. Deze contacten bieden carrièrekansen en leveren een gemeenschap op waarin mensen elkaar blijven ondersteunen en blijven bijdragen tot elkaars succes. De oud-studenten vervullen een belangrijke rol door hun kennis en netwerken te delen en het werkterrein van Schotstek voortdurend uit te breiden.

Schotstek biedt workshops en coaching aan om deelnemers gericht voor te bereiden op leidinggevende functies. Door middel van trainingen worden sleutelcompetenties zoals communicatieve vaardigheden, zelfvertrouwen en leiderschap bijgebracht. Ook krijgen de deelnemers persoonlijke begeleiding van een mentor. Ze worden in contact gebracht met ervaren professionals en managers die waardevolle inzichten in de arbeidswereld kunnen verschaffen, hen kunnen ondersteunen bij het plannen van hun loopbaan en hen kunnen helpen om te gaan met uitdagingen die zij in hun werk tegenkomen. De mentoren fungeren als rolmodellen en moedigen de deelnemers aan om loopbaandoelstellingen na te streven en obstakels te overwinnen.

Een ander kenmerk van het Schotstek-programma is de focus op cultuur: de deelnemers bezoeken musea, theaters, opera’s, galerieën en andere culturele instellingen. Dit draagt bij tot hun culturele vorming, hun persoonlijke ontwikkeling en hun identificatie met de stad of het dorp waar zij wonen. Deze ervaringen verruimen de blik van beursstudenten en bevorderen een gevoel van verbondenheid.

Schotstek wil de diversiteit op managementniveau een impuls geven. Afkomst en sociale achtergrond mogen succes niet langer in de weg staan. Sinds haar oprichting heeft Schotstek al honderden jongeren gesteund, en meer dan 240 deelnemers en alumni zijn nog altijd actief binnen de organisatie. Velen zijn betrokken bij de adviesraad van oud-studenten, zijn ambassadeurs, ondersteunen de activiteiten op sociale media of delen hun ervaringen als buddy’s of mentoren. Iedereen die ooit een Schotstek-beurs heeft gekregen, blijft deel uitmaken van het netwerk — een model dat garant staat voor blijvend succes. Het Schotstek-concept kan eveneens in andere steden met succes worden toegepast; zo is het programma in 2023 ook in Berlijn opgezet.

Schotstek is meer dan een ondersteuningsprogramma: het is een beweging die op indrukwekkende wijze laat zien hoe diversiteit onder getalenteerden gericht bevorderd en zichtbaar gemaakt kan worden. Schotstek creëert en biedt toegang tot kansen die niet alleen individueel succes opleveren en laat zien hoe Duitsland zijn potentieel als immigratieland ten volle kan benutten. Door uitmuntend talent vooruit te helpen en belemmeringen weg te nemen speelt het programma een cruciale rol bij de totstandbrenging van een eerlijkere en toekomstbestendige samenleving, en dat is in een geglobaliseerde wereld van essentieel belang.

Evgi Sadegie, M.A. Turkish Studies, is de algemeen directeur van Schotstek gGmbH. Ze maakte zelf deel uit van de lichting van 2014. Eerder gaf zij bij de BürgerStiftung Hamburg leiding aan “Yoldaş”, een mentorschapsproject ter ondersteuning van kinderen uit Turks-sprekende sociaal-economisch kansarme gezinnen. Daarmee kwam zij op voor gelijke kansen in een ander belangrijk uiterste van het gelijkheidsspectrum. Met haar ruime ervaring op het gebied van projectmanagement, met name op het gebied van mentorschap en interculturele samenwerking, zet zij zich actief in voor de bevordering van diversiteit en integratie in de samenleving.

Copyright: Almir Hoxhaj

Albanezen niet toegelaten: het verhaal van een immigrant over uitdagingen, het streven om erbij te horen en hoop

Almir Hoxhaj, een Albanese immigrant in Griekenland, spreekt nu naast zijn moedertaal ook Grieks. Na dertig jaar voelt hij zich thuis in Griekenland, maar de aanpassing aan de Griekse samenleving, waar “Albanees” als een scheldwoord wordt gebruikt, ging niet over rozen. Dit is zijn verhaal.

Read more in all languages

Almir Hoxhaj, een Albanese immigrant in Griekenland, spreekt nu naast zijn moedertaal ook Grieks. Na dertig jaar voelt hij zich thuis in Griekenland, maar de aanpassing aan de Griekse samenleving, waar “Albanees” als een scheldwoord wordt gebruikt, ging niet over rozen. Dit is zijn verhaal.

Ik ben geboren in een klein dorpje in het district Vlorë, waar ik tot mijn twaalfde heb gewoond. Totdat mijn familie naar Tirana verhuisde en ik in 1997 de moeilijke beslissing nam om een betere toekomst op te zoeken in Griekenland. In die tijd, na de opening van de grenzen, zochten veel Albanezen hun heil in het veilige Griekenland. Je hoefde alleen maar de landgrens over te steken. Dat heb ik achttien keer gedaan, te voet. Ik was bang voor de zee. Ik herinner me nog mijn laatste tocht van vijf dagen naar Veroia. Het hield niet op met regenen en toch had ik verschrikkelijke dorst. Toen ik eindelijk een vol glas water in mijn handen had, was zelfs dat niet genoeg om mijn dorst te lessen. Zo begon mijn leven in Griekenland. Met een vol glas water in mijn hand.

Mijn eerste kennismaking met het land vond plaats toen ik vijftien was. Samen met een groepje vrienden stak ik toen stiekem de grens over. Het kwam niet eens bij ons op dat we iets illegaals deden. Als ik naar Griekenland had kunnen vliegen, had ik dat gedaan. Griekenland, zijn taal, mythologie en geschiedenis spraken me heel erg aan. Tijdens de zomer werkte ik hard en probeerde ik mijn familie te onderhouden. Mijn definitieve verhuizing naar Griekenland liep niet van een leien dakje. Ik kreeg te maken met rechtsonzekerheid, racisme en integratieproblemen. Ik herinner me één voorval in het prille begin als de dag van gisteren. Ik was illegaal, niet verzekerd en ik sprak geen Grieks. En toen brak een van mijn tanden. Er zat niks anders op dan zelf mijn tand te trekken. Voor de spiegel, met een tang die ik op het werk gebruikte. Mijn mond zat vol bloed.

Het viel niet mee om me aan te passen aan de Griekse samenleving. Als immigrant van de eerste generatie voelde ik me een vreemdeling, alsof ik de hele tijd bloed in mijn mond had. Ik was illegaal en durfde niet naar buiten te gaan voor een wandeling of een kopje koffie. Overal waar ik kwam, kreeg ik te maken met racisme, in al zijn vormen. Ik hoorde hoe een vader zijn jonge kind bedreigde dat een Albanees het zou komen opeten als het zich niet gedeisd hield. Ik werd de toegang geweigerd tot cafés, clubs en andere plaatsen. In het begin hingen bij sommige cafés zelfs bordjes met “Geen Albanezen”. Ze zeiden dat we smerig waren omdat we een andere godsdienst hadden. De banden tussen Grieken en Albanezen zijn nu beter, maar er doen nog altijd veel vooroordelen de ronde. “Albanees” is zelfs een scheldwoord in Griekenland. Het racisme is de wereld nog niet uit, maar het is milder geworden. De tijden zijn veranderd. Racisme wordt nu vooral aangewakkerd door economische problemen en gebrek aan onderwijs.

Vooroordelen en discriminatie hebben diepe wortels en leiden vaak tot de vorming en verspreiding van extreme politieke en sociale stromingen, die zelfs tot in het Europees Parlement reiken. Dat is triest! En hoewel de situatie is verbeterd, blijft dit de realiteit. Toch is er hoop voor de jongere generaties. Onze kinderen zullen een betere kans krijgen om volledig te worden aanvaard. Dat geldt ook voor mijn dochtertje van twaalf.

Tegenwoordig werk ik als aannemer. Ik kijk met gemengde gevoelens op mijn leven terug. De problemen die ik ondervond om me aan te passen en het gebrek aan aanvaarding waren dagelijkse kost voor mij. Toch heb ik door deze ervaringen een dieper inzicht in het leven en in het belang van integratie gekregen.

Albanië zal voor altijd een deel van mij blijven. Ik kan me de jaren onder het communistische regime nog goed herinneren. Het was een tijd van paranoia, angst, onzekerheid en extreme armoede. De val van het regime bracht verlichting, maar ook nieuwe problemen zoals werkloosheid en criminaliteit. Deze ervaringen hebben me gevormd. Ze hebben me geleerd om de stabiliteit en vrijheid die ik in Griekenland heb gevonden, te waarderen.

Op persoonlijk vlak voel ik me verbonden met dit land. Ook al ligt mijn hart nog in mijn dorp in Albanië, dit is waar mijn leven zich nu afspeelt. Ik spreek nu even goed Grieks als Albanees. Door alles wat ik heb meegemaakt, wat ik heb moeten doen en wat ik heb bereikt voel ik me een deel van dit land. Ik hoop dat het Griekse volk ons mettertijd volledig zal accepteren en zal inzien dat onze bijdrage aan de samenleving waardevol is.

Migratie is een beproeving, die gepaard gaat met veel uitdagingen, maar ook kansen. Als Albanese migrant in Griekenland kon ik hier niet omheen. Mijn verhaal gaat over uitdagingen, het streven om erbij te horen en hoop.

De komende jaren zie ik mezelf blijven wonen in Griekenland, dat nu mijn thuis is, terwijl Albanië een gelijkwaardig lid van de Europese Unie wordt. De EU is nu het thuisland van ons allemaal.

Almir Hoxhaj is 47 jaar oud. Hij woont en werkt in Tripoli, een kleine stad in de Griekse Peloponnesos. Hij heeft een dochter van twaalf. Zijn lievelingsstad is Berlijn. Hij spreekt en schrijft vloeiend Grieks en heeft het boek “De sage van de sterren van de dageraad” van de Albanese auteur Rudi Erebara in het Grieks vertaald. Het boek won in 2017 de Literatuurprijs van de Europese Unie en beschrijft de tragedie van het Albanese volk in de 20e eeuw. Hoewel het verhaal zich afspeelt in de vorige eeuw, blijven totalitarisme, fascisme en irrationalisme helaas relevant tot op de dag van vandaag, in een meer “moderne” vorm.

Redactie

Ewa Haczyk-Plumley (editor-in-chief)
Laura Lui (ll)

Aan deze uitgave werkten mee

Christian Weger (cw)
Daniela Vincenti (dv)
Ewa Haczyk-Plumley (ehp)
Giorgia Battiato (gb)
Jasmin Kloetzing (jk)
Katerina Serifi (ks)
Laura Lui (ll)
Leonardo Pavan (lp)
Marco Pezzani (mp)
Margarita Gavanas (mg)
Margarida Reis (mr)
Millie Tsoumani (mt)
Pablo Ribera Paya (prp)
Thomas Kersten (tk)

Coördinatie

Agata Berdys (ab)
Giorgia Battiato (gb)

 

 

Adres

European Economic and Social Committee
Jacques Delors Building,
99 Rue Belliard,
B-1040 Brussels, Belgium
Tel. (+32 2) 546.94.76
Email: eescinfo@eesc.europa.eu

EESC info is published nine times a year during EESC plenary sessions. EESC info is available in 24 languages
EESC info is not an official record of the EESC’s proceedings; for this, please refer to the Official Journal of the European Union or to the Committee’s other publications.
Reproduction permitted if EESC info is mentioned as the source and a link  is sent to the editor.
 

januari 2025
01/2025

Follow us

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Instagram